Regeling Blauwe Bewonersinitiatieven (BBI): een subsidieregeling voor particuliere initiatieven voor duurzaam waterbeheer

Geldend van 23-12-2025 t/m heden

Intitulé

Regeling Blauwe Bewonersinitiatieven (BBI): een subsidieregeling voor particuliere initiatieven voor duurzaam waterbeheer

Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden,

Overwegende dat het gewenst is het waterbewustzijn in de maatschappij te bevorderen door subsidie beschikbaar te stellen om initiatieven op het gebied van duurzaam waterbeheer met een zwaarwegend collectief, maatschappelijk element te stimuleren;

Gelet op artikel 1.3 van de Algemene subsidieverordening Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en het beheerplan ‘Waterkoers 2016-2021’ van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden;

Besluit:

De navolgende regeling vast te stellen.

Regeling Blauwe Bewonersinitiatieven

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    Het waterschap: het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.

  • 2.

    Het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van het waterschap.

  • 3.

    Het college: het college van dijkgraaf en hoogheemraden belast met het dagelijks bestuur van het waterschap.

  • 4.

    Algemene subsidieverordening: Algemene subsidieverordening De Stichtse Rijnlanden, in werking getreden op 1 januari 2017.

  • 5.

    De regeling: de regeling Blauwe Bewoners Initiatieven.

  • 6.

    Subsidie: financiële middelen die door het waterschap in het kader van deze regeling beschikbaar worden gesteld.

  • 7.

    Aanvrager: een (groep van) particulier(en), een instelling of een stichting.

  • 8.

    Goed burgerschap: activiteiten die onder normaal maatschappelijk handelen van de aanvrager vallen.

Artikel 2 Doel

  • 1.

    Deze regeling is gericht op het stimuleren van maatregelen met als doel het verhogen van het waterbewustzijn en het vergroten van het besef dat waterbeheer niet alleen een verantwoordelijkheid is van de overheid, maar van iedereen. Het waterschap wil daartoe lokale initiatieven met een zwaarwegend collectief, maatschappelijk element, stimuleren en faciliteren.

  • 2.

    In Bijlage I van deze regeling is een indicatief overzicht opgenomen van verschillende soorten initiatieven waarvoor een subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd.

  • 3.

    Uitsluitend een (groep van) particulier(en), een instelling of een stichting kan een beroep doen op subsidie op grond van deze regeling.

  • 4.

    De regeling is uitdrukkelijk niet bedoeld ter financiering van projecten van andere overheidspartijen of ter tegemoetkoming van reguliere en/of commerciële activiteiten van een bedrijf of zaken die onder ‘goed burgerschap’ van de aanvrager vallen.

  • 5.

    Overheidspartijen kunnen wel voor een derde partij – zijnde een niet-overheidspartij - als intermediair optreden en voor deze derde partij een subsidie aanvragen.

Artikel 3 Aanvraag subsidie

  • 1.

    Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend voordat met de realisatie van het project wordt gestart.

  • 2.

    De aanvrager dient de aanvraag in op het door het college voor deze regeling beschikbaar gestelde aanvraagformulier. Dit formulier is te downloaden van de website van het waterschap, www.hdsr.nl.

  • 3.

    Bij de aanvraag moeten worden overgelegd:

    • De in artikel 2.1, lid 2 van de Algemene subsidieverordening genoemde bescheiden met uitzondering van het bepaalde in sub c en d;

    • Een beschrijving van de huidige situatie met beoogd doel en effect van de beoogde activiteit;

    • een offerte, indien beschikbaar, voor de geplande activiteit;

    • duidelijk beeldmateriaal van de huidige situatie en een schets van de toekomstige situatie.

  • 4.

    Indien een aanvraag onvolledig is ingediend, geeft het waterschap de aanvrager de gelegenheid de aanvraag binnen een nader te bepalen termijn aan te vullen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen geldt dan als datum van de aanvraag.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Alle kosten die worden gemaakt ter uitvoering van de aanvraag komen voor subsidie in aanmerking, met uitzondering van:

    • a.

      Kosten voor werkzaamheden die niet bijdragen aan de in artikel 2 genoemde doelstelling.

    • b.

      Kosten voor werkzaamheden die van overheidswege zijn opgelegd.

    • c.

      Kosten die niet direct gerelateerd zijn aan het verwezenlijken van de initiatieven waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    Arbeidskosten komen in beginsel voor subsidie in aanmerking en worden vergoed tot een maximum van € 1.000,- (inclusief BTW).

Artikel 6 Omvang Subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten, met een maximum van € 5.000,- (inclusief BTW).

  • 2.

    Het bedrag dat maximaal beschikbaar wordt gesteld is € 5.000,- (inclusief BTW). Echter wanneer het initiatief een grote invloed heeft op de omgeving en/of er een groot aantal inwoners betrokken is, kan hier van worden afgeweken en kan de subsidie incidenteel voor een hoger bedrag worden toegekend. Het initiatief dient dan naar het oordeel van het college, een belangrijke publieke of maatschappelijke component te bevatten. De aanvrager dient in dat geval te voldoen aan verantwoordingseisen, als bepaald in artikel 5.1 van de Algemene subsidieverordening.

  • 3.

    De verstrekte subsidie is eenmalig.

  • 4.

    Indien er meer subsidie wordt aangevraagd dan beschikbaar is gesteld in genoemd subsidieplafond, wordt de aangevraagde subsidie buiten behandeling gelaten.

Artikel 7 Beoordeling van de aanvraag

Om voor een stimuleringsbijdrage in aanmerking te komen dient het project te passen binnen de doelstelling uit artikel 2 en moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    De activiteit wordt uitgevoerd binnen het beheergebied van het waterschap.

  • b.

    De activiteit voldoet aan geldende wet- en regelgeving of beleid.

Artikel 8 Weigeringsgronden

  • 1.

    Een subsidie wordt geweigerd indien:

    • a.

      Door de verstrekking van de subsidie het in artikel 13 genoemde plafond zou worden overschreden.

    • b.

      De realisatie van de activiteit is gestart vóór indiening van de volledige aanvraag.

    • c.

      De realisatie van de activiteit niet binnen zes maanden na toekenning van de subsidie is gepland.

    • d.

      Werkzaamheden niet zijn toegestaan op grond van wet- en regelgeving of beleid.

    • e.

      De aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beslissing op de aanvraag zou hebben geleid.

    • f.

      De aanvrager naar het oordeel van het dagelijks bestuur op een andere manier de beschikking heeft of kan krijgen over de geldmiddelen die noodzakelijk zijn om de activiteiten op behoorlijke wijze te kunnen verrichten (conform artikel 1.7, lid 1, sub c van de Algemene subsidieverordening).

    • g.

      Er voor dezelfde activiteit en dezelfde subsidiabele kosten reeds subsidie is verstrekt onder deze regeling of onder een subsidieregeling van een ander bestuursorgaan.

  • 2.

    Het bepaalde in lid 1, sub b is niet van toepassing, wanneer een project waarvan de realisatie reeds gestart is, aantoonbaar wordt uitgebreid met een activiteit waarvoor op grond van deze regeling een subsidie kan worden verleend.

Artikel 9 Beslissing op de aanvraag en verzoek om een voorschot

  • 1.

    De beslissing op de aanvraag voor een subsidie gebeurt met inachtneming van Hoofdstuk 3 van de Algemene subsidieverordening.

  • 2.

    Indien de subsidie aanvraag meer bedraagt dan € 5.000,- (inclusief BTW), als bedoeld in artikel 6, lid 2 van deze regeling, dan kan het college besluiten een voorschot te verlenen ter hoogte van maximaal 50% van de verleende subsidie.

  • 3.

    De aanvragen worden door het college behandeld op volgorde van binnenkomst overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.5, lid 2 van de Algemene subsidieverordening.

Artikel 10 Vaststelling subsidie

  • 1.

    Na realisatie van het project dient de aanvrager een verzoek in tot definitieve vaststelling van de subsidie, tenzij het college de subsidie al ambtshalve heeft vastgesteld, als bedoeld in artikel 11.

  • 2.

    De aanvrager levert bij het verzoek om definitieve vaststelling van de subsidie beeldmateriaal aan van de situatie ná uitvoering van de activiteit.

  • 3.

    De vaststelling van de subsidie gebeurt op basis van de werkelijk gemaakte kosten. De subsidie is gemaximeerd tot het bedrag dat in besluit tot toekenning van deze bijdrage staat.

Artikel 11 Ambtshalve vaststelling en uitbetaling ineens

Het college kan, gelet op het bepaalde in artikel 4:47 van de Algemene wet bestuursrecht, de subsidie ambtshalve vaststellen, gelijktijdig met het toekennen daarvan. In een dergelijk geval kan de subsidie ineens worden uitbetaald aan de aanvrager. Na realisatie van de activiteit moet dit worden gemeld aan het college en dient de aanvrager beeldmateriaal van de situatie ná uitvoering van de activiteit te overleggen en het waterschap toestemming te verlenen dit te gebruiken in publicaties.

Artikel 12 Intrekking en wijzigen subsidie

Voor het intrekken en wijzigen van de subsidie gelden de bepalingen uit Hoofdstuk 6 van de Algemene subsidieverordening.

Artikel 13 Subsidieplafond

  • 1.

    Het college stelt voor de uitvoering van deze regeling een subsidieplafond vast. De hoogte van het plafond zal jaarlijks vooraf bekend worden gemaakt.

  • 2.

    Voor 2018 geldt voor de uitvoering van deze regeling een plafond van € 100.000,-.

Artikel 14 Melding onvoorziene omstandigheden

De ontvanger van een subsidie doet melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteit, waarvoor de subsidie is verstrekt, niet of geheel zullen worden verricht of dat niet of geheel aan de verplichtingen kan worden voldaan die zijn opgelegd bij de verstrekking van de subsidie.

Artikel 15 Hardheidsclausule

Het college kan van deze regeling afwijken indien toepassing in een individueel geval leidt tot onevenredige onbillijkheid.

Artikel 16 Inwerkingtreding en werkingsduur

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking na bekendmaking op de wettelijk voorgeschreven wijze.

  • 2.

    Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling Blauwe Bewonersinitiatieven’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college voornoemd in zijn vergadering van 30 januari 2018.

P.J.M. Poelmann, dijkgraaf

J. Goedhart, secretaris-directeur

Bijlage I op grond van artikel 2, lid 2 van de Regeling Blauwe Bewonersinitiatieven

Januari 2026

Voorbeelden van initiatieven die in aanmerking komen voor een bijdrage vanuit de

Regeling Blauwe Bewonersinitiatieven

(niet limitatief):

  • Initiatieven van een collectief van minimaal 5 bewoners voor bijvoorbeeld:

    • o

      Aanleg van een sedumdak of groen dak waardoor het water niet meteen het riool instroomt en er iets minder kans is op overbelasting van het riool-afvoersysteem. Een groen dak (vooral met kruidenrijk inheems bloemenmengsel) draagt tevens bij aan de biodiversiteit doordat het voedsel en leefomgeving biedt voor insecten. Groene daken met veel verschillende planten zijn aantrekkelijker voor insecten dan sedumdaken.

    • o

      Afkoppelen van regenwater van de riolering bij daken en terreinen. Daarbij het regenwater via een wadi (groene greppel) of regenborder laten infiltreren of aansluiten op aangelegde wateropvangvoorzieningen, van waaruit het water langzaam wegsijpelt (bijvoorbeeld infiltratievoorzieningen). Een wadi of regenborder draagt bij aan biodiversiteit, zeker wanneer deze (deels) met inheemse planten wordt ingeplant. Planten bieden voedsel en leefgebied voor insecten en dieren. Beplanting draagt ook in sterke mate bij aan het vergroten van de sponswerking van de bodem, het vermogen van de bodem om water vast te houden en langzaam af te geven.

    • o

      Verwijderen van tegels en verharding uit (openbare en/of particuliere) tuinen of in de straat (in overleg met de gemeente). Ook dit zorgt ervoor dat minder water naar het riool stroomt en er een waterbuffer is voor droge tijden. Dit effect wordt sterk vergroot wanneer de vrijgekomen ruimte beplant wordt. Planten versterken de sponswerking van de bodem. Daarnaast dragen planten bij aan biodiversiteit doordat ze voedsel en leefomgeving bieden voor insecten en dieren. Dit effect is nog groter wanneer er (deels) inheemse planten worden geplant.

    • o

      Aanleg natuurvriendelijke oever: In overleg met het waterschap, het veranderen van een (openbare en/of particuliere) bestaande steile oever naar een geleidelijke overgang van land naar water. Een natuurvriendelijke oever geeft planten en dieren alle ruimte. Dit is goed voor de kwaliteit van het water en draagt bij aan biodiversiteit in het water en op het land. Het is mogelijk dat een overheid hiervoor een vergunning moet geven.

  • Het klimaatbestendig en groenblauw inrichten van een schoolplein. Minder verharding en meer beplanting zorgt voor minder water naar het riool en een waterbuffer voor droge tijden. Meer bomen, planten en bloemen zorgen voor verkoeling en vergroten de biodiversiteit omdat er meer plek is voor insecten en vogels. Groenblauwe schoolpleinen hebben daarnaast ook positieve effecten op de fysieke en sociaal-mentale ontwikkeling van kinderen en op het bewustzijn van water en natuur.

  • Een tentoonstelling over water ten behoeve voor educatie. Dit vergroot het waterbewustzijn bij bezoekers en kan leiden tot zelf actie nemen in de eigen buurt of besef over leven met water.

  • Vergroening van stadswater, zoals aanleg vlotten met waterplanten of natuurvriendelijke oever. Het is mogelijk dat een overheid hiervoor een vergunning moet geven.

  • Het vergroten van biodiversiteit in of rondom het water. Zoals de aanleg van een vispassage op een voor publiek opengesteld landgoed of openbare tuin.

  • Behoud en herstel van cultuurhistorisch waardevolle waterelementen in het landschap.

  • Innovatieve ideeën op gebied van schoon water, bijvoorbeeld een manier om (micro)plastic uit het water te kunnen verwijderen.

  • Een water gerelateerde educatieve activiteit of een initiatief op het gebied van watercommunicatie. Bijvoorbeeld een excursie op watergebied in een woonwijk georganiseerd door bijvoorbeeld een buurtcomité.

  • Een boek of publicatie op het gebied van watererfgoed, waterbeheer of over klimaatthema’s in het beheergebied van het waterschap.

  • Het organiseren van een ‘klimaatsafari’ om met bewoners de knelpunten rondom klimaatverandering in kaart te brengen (bespreken locaties met wateroverlast, hitte, verstening, e.d.)

  • Organisatie van een zwerfafval opruimacties (clean-up) in en langs het water.

  • Informatiepanelen over water gerelateerde onderwerpen. Bijvoorbeeld panelen met informatie over de Oude Hollandse Waterlinie. Watererfgoed of het waterleven in en langs de Kromme Rijn.

  • Een workshop geven aan een groep bewoners over duurzaam waterbeheer, bijvoorbeeld hoe bewoners de regenpijp kunnen afkoppelen.

  • “Slootjesdag” of natuurwerkdag organiseren specifiek op watergebied.

Niet onder de regeling vallen de volgende initiatieven

(niet limitatief):

  • Individuele initiatieven om een particuliere tuin, dak, huis of straat klimaatbestendig in te richten en/of een tuinontwerp hiervoor maken.

  • Individuele aanschaf van regentonnen of aanleg van groene daken.

  • Kosten voor de aanleg van groen, zonder relatie met duurzaam waterbeheer.

  • Natuurwerkdagen, bijvoorbeeld wilgenknotten