Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zoetermeer houdende regels omtrent rekenkamercommissie Verordening op de Rekenkamercommissie 2018

Geldend van 05-01-2018 t/m heden

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zoetermeer houdende regels omtrent rekenkamercommissie Verordening op de Rekenkamercommissie 2018

De raad van de gemeente Zoetermeer,

Gelet op het bepaalde in Gemeentewet, art. 81oa,

Besluit vast te stellen de Verordening op de Rekenkamercommissie gemeente Zoetermeer 2018.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Gemeentewet

  • b.

    voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie

  • c.

    leden: de door de raad benoemde leden van de rekenkamercommissie

  • d.

    college: college van burgemeester en wethouders

  • e.

    auditcommissie: de door de raad opgerichte auditcommissie.

Artikel 2 Rekenkamercommissie

Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid als de rekenkamercommissie. Deze rekenkamercommissie onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. De rekenkamercommissie bestaat uit drie leden.

Artikel 3 Benoeming leden

  • 1. Op voordracht van de auditcommissie, benoemt de raad de leden van de rekenkamercommissie. De leden van de rekenkamercommissie maken geen onderdeel uit van het gemeentebestuur of de ambtelijke organisatie.

  • 2. De voorzitter wordt door de raad benoemd op voordracht van de auditcommissie.

  • 3. De leden worden voor de eerste maal benoemd voor de duur van twee jaar, waarna de leden maximaal twee maal kunnen worden herbenoemd voor een periode van telkens drie jaar.

  • 4. De leden maken na benoeming openbaar welke andere openbare betrekkingen zij bekleden. Dit wordt gepubliceerd op de website van de rekenkamercommissie.

  • 5. Voorafgaand aan de benoeming en de eventuele herbenoeming van de voorzitter en de overige leden van de rekenkamercommissie pleegt de auditcommissie, namens de raad, overleg met de rekenkamercommissie en het seniorenconvent.

Artikel 4 Eed

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de rekenkamercommissie in een vergadering van de raad, de in artikel 81 g Gemeentewet vastgestelde eed dan wel verklaring en belofte af.

Artikel 5 Ontslag en non-activiteit

  • 1. De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-activiteit.

  • 2. Het lidmaatschap van een lid eindigt:

    • a.

      op eigen verzoek;

    • b.

      bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie;

    • c.

      wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

    • d.

      indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;

    • e.

      indien het lid naar oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.

  • 3. De leden kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen.

  • 4. De raad stelt een lid van de rekenkamercommissie op non-activiteit op grond van artikel 81d van de Gemeentewet.

  • 5. Het is de leden verboden de handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet.

Artikel 6 Vergoeding voor de werkzaamheden

  • 1. De leden ontvangen een vaste vergoeding per maand.

  • 2. De vergoeding voor de voorzitter bedraagt 575 euro per maand.

  • 3. De vergoeding voor de leden bedraagt 475 euro per maand.

  • 4. De hoogte van de vergoedingen, genoemd in het tweede en derde lid, worden vanaf 2019 jaarlijks geïndexeerd op basis van de loonindex van gemeenteambtenaren.

  • 5. Tevens ontvangen de leden een reiskostenvergoeding van 28 cent per kilometer, indien de woonplaats tenminste 10 kilometer ligt van het gemeentehuis

  • 6. De vergoedingen komen ten laste van het budget van de rekenkamercommissie.

  • 7. Voor werkzaamheden bedoeld in artikel 10, achtste lid, ontvangt het lid van de rekenkamercommissie een vergoeding. Deze vergoeding is van 50 Euro per uur. Dit bedrag wordt vanaf 2019 jaarlijks geïndexeerd op basis van de loonindex van gemeenteambtenaren.

Artikel 7 Ambtelijk secretaris

  • 1. De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris, die door de griffier beschikbaar wordt gesteld. De kosten voor de ambtelijk secretaris komen ten laste van het budget van de griffie.

  • 2. De secretaris staat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar taken terzijde.

  • 3. De rekenkamercommissie overlegt met de griffier over de ondersteunende taken van de secretaris.

  • 4. De griffier is verantwoordelijk voor het functioneren van de ambtelijk secretaris.

Artikel 8 Reglement van orde

De rekenkamercommissie stelt indien gewenst een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast.

Artikel 9 Onderwerpselectie en opdrachtverlening

  • 1. De rekenkamercommissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de onderzoeksvraag en stelt het onderzoeksprogramma vast.

  • 2. Het in het vorige lid bedoelde onderzoeksprogramma wordt door de rekenkamercommissie ter kennisneming aan de raad verstuurd.

  • 3. De raad kan de rekenkamercommissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De rekenkamer bericht de raad binnen een maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de rekenkamercommissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij motiveren waarom ze daar niet aan voldoet.

Artikel 10 Werkwijze

  • 1. De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens het door haar vastgestelde onderzoeksprogramma.

  • 2. De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren.

  • 3. De rekenkamercommissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken.

  • 4. De rekenkamercommissie is bij gemeenschappelijke regelingen bevoegd bij alle leden van het bestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken, voor zover vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling.

  • 5. De rekenkamercommissie vergadert zoveel als zij nodig acht ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek.

  • 6. De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken.

  • 7. De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.

  • 8. De rekenkamercommissie kan, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen.

  • 9. De rekenkamercommissie kan besluiten dat een of meer leden zelf een onderzoek uitvoeren of dat een lid als projectleider fungeert van door derden uit te voeren onderzoek. De rekenkamercommissie doet van een dergelijk besluit direct schriftelijk mededeling aan de raad. In deze mededeling vermeldt de rekenkamercommissie de overwegingen die aan haar besluit ten grondslag liggen en de daarvoor geraamde kosten, gebaseerd op de vergoeding genoemd in artikel 6, derde lid.

  • 10. De rekenkamercommissie zal zo vaak als nodig, op uitnodiging van de auditcommissie, overleg hebben met de auditcommissie.

  • 11. De rekenkamercommissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken en maximaal vier weken bedraagt, de juistheid van feiten en gegevens in een concept-onderzoekrapport na te gaan en aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken (het zogenaamde ambtelijk wederhoor). Betrokkenen zijn in ieder geval degenen wier taakuitvoering (mede) onderwerp van onderzoek is of is geweest.

  • 12. Na het verstrijken van de overeenkomstig het tiende lid vastgestelde termijn stelt de rekenkamercommissie de nota met conclusies en aanbevelingen op en zendt deze samen met het ontwerp-rapport naar het college met het verzoek om een bestuurlijke reactie. De rekenkamercommissie kan beslissen de nota met conclusies en aanbevelingen op hetzelfde moment ter informatie aan de raad toe te sturen. Het college doet de rekenkamercommissie zijn reactie binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn, die tenminste twee weken en maximaal vier weken bedraagt, toekomen.

  • 13. Na vaststelling door de rekenkamercommissie worden het onderzoeksrapport, de nota met conclusies en aanbevelingen (ook wel bestuurlijke nota genoemd) en de bestuurlijke reactie zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en andere betrokkenen, als eerste aan de raad aangeboden.

  • 14. De rekenkamercommissie stelt elk jaar een jaarplan (uiterlijk in november in het voorafgaande jaar) en jaarverslag (uiterlijk in maart van het opvolgende jaar) op, die naar de raad worden gestuurd. De rekenkamercommissie presenteert het jaarverslag en het jaarplan aan de auditcommissie. Het is aan de raad om te beslissen over eventuele behandeling van het jaarplan en het jaarverslag in de raad(scommissie). De rekenkamercommissie verantwoordt in het jaarverslag in ieder geval per onderzoek het bedrag dat daadwerkelijk is vergoed aan ieder afzonderlijk lid van de rekenkamercommissie, dat een opdracht heeft uitgevoerd als bedoeld in het achtste lid.

  • 15. Om de vier jaar zal een evaluatie van de rekenkamercommissie plaatsvinden. De auditcommissie zal als opdrachtgever en contactpersoon van dit onderzoek optreden. De evaluatie zal ten laste komen van het budget van de rekenkamercommissie.

  • 16. De auditcommissie dient namens de raad als klankbord voor het functioneren van de rekenkamercommissie. De rekenkamercommissie overlegt periodiek met de auditcommissie over onder meer de planning en uitvoering van haar werkzaamheden. De auditcommissie adviseert waar nodig de raad hierover.

Artikel 11 Budget

  • 1. De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar door de raad bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.

  • 2. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:

    • a.

      de vergoedingen aan de leden;

    • b.

      externe deskundigen die door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld;

    • c.

      de vergoedingen, bedoeld in artikel 6, zesde lid. Deze bedragen per jaar niet meer dan 20% van het totale budget.

    • d.

      eventuele overige uitgaven die de rekenkamercommissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.

  • 3. De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad.

  • 4. De griffier treedt op als budgethouder.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2018.

  • 2. Met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Verordening op de rekenkamercommissie, vastgesteld door de raad op 10 maart 2014.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening op de Rekenkamercommissie 2018.

Over dit besluit geen referendum mogelijk te maken omdat het een organisatorische aangelegenheid van de raad betreft.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 18 december 2017,

de griffier,

drs. R. Blokland MCM

de burgemeester,

Ch.B. Aptroot