Subsidieregeling Producties, Evenementen en Festivals

Geldend van 13-12-2019 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling Producties, Evenementen en Festivals

Hoofdstuk 1 Algemeen I

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. Activiteit: de gerichte activiteiten van de aanvrager;

  • b. Programma: een samenhangend geheel van activiteiten;

  • c. Instelling: een organisatie die rechtspersoonlijkheid bezit en die zich ten doel stelt activiteiten zonder winstoogmerk te verrichten ten behoeve van de ingezetenen van de gemeente Arnhem;

  • d. Individuele maker; een maker met een eigen aantoonbare professionele beroepspraktijk binnen de kunsten;

  • e. Productie: de activiteit waarin het voortbrengen van (culturele) producten centraal staat;

  • f. Presentatie: de activiteit waarin het tonen van (culturele) producten centraal staat, waarbij te onderscheiden zijn: presentaties die op wisselende locaties kunnen worden gehouden en een tijdelijk karakter hebben (festivals) en presentaties die gedurende het jaar plaatshebben, al dan niet op één locatie (podiumprogrammering);

  • g. Festival: een reeks van onderling samenhangende activiteiten die gedurende een in de tijd beperkte periode onder een gemeenschappelijke noemer worden georganiseerd en gepresenteerd;

  • h. Publieksevenement: het geheel van activiteiten dat plaatsvindt bij een voor het publiek toegankelijke, één- of meerdaagse gebeurtenis van sportieve, culturele, maatschappelijke en/of feestelijke, vermakelijke aard, met een promotioneel, wervend karakter voor de stad;

  • i. Openbaar karakter: een door de instelling georganiseerde openbare, voor publiek toegankelijke activiteit waaraan door middel van publiciteit bekendheid wordt gegeven, bijvoorbeeld via de media, affiches en programmabladen. Bedrijfsfeesten, branche-activiteiten en belangenbehartiging worden niet als openbare activiteiten gezien;

  • j. Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem;

  • k. Asv: Algemene Subsidieverordening Arnhem 2016;

  • l. Awb: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • 1. Voor subsidiëring op grond van deze regeling komen in aanmerking aanvragen die een bijdrage leveren aan de doelstellingen en ambities zoals verwoord in het op dat moment geldende evenementen- en cultuurbeleid. Aanvragen moeten een actueel en gevarieerd aanbod van activiteiten in de stad bewerkstelligen dat zichtbaar en toegankelijk is voor iedereen.

  • 2. De aanvraag dient primair gericht te zijn op het ontwikkelen en verrichten van activiteiten op het gebied van festivals, evenementen, producties en presentaties. Reprises zijn uitgesloten van subsidie.

  • 3. De activiteiten moeten een openbaar karakter hebben en in ieder geval (groten)deels in Arnhem plaatsvinden.

  • 4. De subsidie dient een aanvulling te zijn op andere inkomsten.

  • 5. Alleen subsidiabele kosten die in redelijkheid direct verband houden met de activiteiten waarvoor subsidie nodig is worden in aanmerking genomen. Kosten zoals inkoop horeca, reguliere exploitatiekosten, kosten in natura of niet-projectgebonden kosten worden niet beschouwd als subsidiabele kosten.

  • 6. Niet voor subsidie komen in aanmerking activiteiten waarvoor reeds subsidie op basis van deze subsidieregeling is verstrekt of reeds subsidie vanuit de evenementen- en/of cultuurbegroting van de gemeente is verstrekt.

  • 7. In hoofdstuk 2 zijn specifieke vereisten opgenomen die in aanvulling op dit artikel in acht moeten worden genomen.

Artikel 3 Subsidieplafond

Het college stelt jaarlijks subsidieplafonds vast voor de in deze regeling opgenomen deelregelingen 1a, 1b en 2, voorafgaand aan het subsidiejaar, vast. Voor deelregeling 3 stelt het college het subsidieplafond voor de periode van twee jaar vast.

Artikel 4 De aanvraag

  • 1. De subsidieaanvraag wordt ingediend volgens onderstaand schema:

Subsidie; 

Indieningstermijn Subsidieperiode 

Start activiteit

Deelregelingen

 
 

1a. Publieksevenementen, producties en presentaties

1 maart

voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 juni en 31 mei.

tot maximaal €10.000 subsidie per jaar.

 
 
 

1 okober

voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 januari en 31 december van het daaropvolgende jaar.

1b. Publieksevenementen, producties en presentaties

1 maart

voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 januari en 31 december van het daaropvolgende jaar.

vanaf €10.000 per jaar. 

 
 

2. Culturele producties en presentaties en culturele festivals tot maximaal €10.000 subsidie per jaar.

1 maart

voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 juni en 31 mei.

 
 
 
 

1 oktober

voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 januari en 31 december van het daaropvolgende jaar.

3. Artistieke producties en presentaties en artistieke festivals vanaf €10.000 subsidie per jaar.

1 maart (1x in de twee jaar, in de even jaren)

voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 januari en 31 december van het daaropvolgende jaar.

2. Uitsluitend aanvragen die aan de indieningsvereisten van artikel 5 voldoen worden door het college in behandeling genomen. Indien een aanvraag niet aan voornoemde vereisten voldoet, dan zal aanvrager in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag te completeren, met dien verstande dat daarbij niet kan worden afgeweken van de indieningstermijn zoals vermeld in het eerste lid.

  • 3. Wordt een aanvraag niet of niet compleet, binnen de termijn als bedoeld in het eerste lid ingediend, dan besluit het college deze buiten behandeling te laten.

  • 4. De beslissing op de subsidieaanvraag wordt uiterlijk binnen 4 maanden na indieningstermijn van de subsidieronde genomen. Het college maakt deze beslissing schriftelijk bekend aan de aanvrager binnen 3 weken nadat zij is genomen.

Artikel 5 Indieningsvereisten aanvraag

  • 1. De aanvraag wordt ingediend met formulieren van de gemeente Arnhem. Deze formulieren zijn online te vinden op http://www.arnhem.nl en/of op te vragen via subsidiebeheer@arnhem.nl.

  • 2. Uitsluitend aanvragen die vóór het einde van de indieningstermijn zoals bedoeld in artikel 4 compleet zijn, worden in behandeling genomen.

  • 3. Voor de beoordeling van de aanvraag zijn, naast het bepaalde in artikel 4:2 van de Awb, de volgende stukken noodzakelijk:

  • a. een projectplan volgens het standaardformat;

  • b. een sluitende, realistische begroting met dekkingsplan aansluitend op de looptijd van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd en een toelichting daarop;

  • c. bij subsidie vanaf €5.000 het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar;

  • d. bij subsidie vanaf €10.000 het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van de voorgaande twee jaren;

  • e. als een aanvrager voor het eerst subsidie aanvraagt bij de gemeente Arnhem, voegt hij/zij ook de volgende documenten als bijlage toe:

  • 1. een actueel exemplaar van het uittreksel van de Kamer van Koophandel;

  • 2. de meest recente statuten;

  • 3. een actueel bankafschrift

Artikel 6 Wijze van beoordeling en verdeling

  • 1. De aanvraag voor activiteiten zoals vermeld in deze regeling wordt op basis van de volgende algemene criteria beoordeeld, waarbij de volgende weging plaatsvindt:

  • • Meerwaarde voor de stad 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 5 = max. 50

  • • Professionaliteit van de aanvrager 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 4 = max. 40

  • • Publiek en publieksbereik 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 5 = max. 50

  • • Ondernemerschap 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 4 = max. 40

  • • Samenwerking 0-10 punten, vermenigvuldigd x factor 3 = max. 30

  • 2. Aanvragen dienen in aanvulling op het eerste lid, te voldoen aan specifieke beoordelingscriteria genoemd in hoofdstuk 2.

  • 3. Op grond van de mate waarin de aanvragen voldoen aan de in het eerste en tweede lid weergegeven criteria stelt het college een rangorde van de aanvragen vast. Bij elke ronde wordt er een ondergrens van het aantal benodigde punten vastgesteld voordat de besluitvorming heeft plaatsgevonden.

  • 4. Aanvragen die naar het oordeel van het college voor subsidiëring in aanmerking komen, worden in volgorde van de rangorde (deels of geheel) toegekend tot en voor zover het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 7 Adviescommissies

  • 1. Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen om subsidie zijn er een ambtelijke commissie (regeling 1a, 1b en 2) en een externe commissie (regeling 3).

  • 2. De commissies adviseren op de aanvragen omschreven in hoofdstuk 2 .

  • 3. De commissies beoordelen de aanvragen:

  • a. afzonderlijk als commissielid aan de hand van het bepaalde in artikel 6, eerste en tweede lid, artikel 9, artikel 10, of artikel 11;

  • b. in samenhang als commissie met het geheel van de aanvragen voor dezelfde deelregeling.

Artikel 8 Hoogte van de subsidie

De aanvraag wordt toegekend tot een maximaal bedrag. Maximale bedragen voor de te onderscheiden aanvragen zijn opgenomen in hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 2 Specifieke bepalingen

In aanvulling op hoofdstuk 1 gelden de volgende specifieke bepalingen ten behoeve van aanvragen voor subsidie op grond van de deelregelingen als bedoeld in artikel 4

Artikel 9 Regeling Publieksevenementen, producties en presentaties

  • 1. Een subsidie op grond van dit artikel kan worden verleend voor publieksevenementen, producties en presentaties.

  • 2. Activiteiten dienen primair publieksactiviteiten te zijn. Activiteiten die hiervan een afgeleide zijn, zoals activiteiten ten behoeve van onderzoek, professionalisering van de doelgroep, fora en platforms, komen niet voor subsidiëring in aanmerking.

  • 3. Aanvragen voor publieksevenementen worden beoordeeld door een ambtelijke commissie.

  • 4. Een subsidie tot € 10.000 (regeling 1a) kan worden verleend voor 1 of 2 jaar. Aanvragers onderbouwen de noodzaak indien zij voor 2 jaar aanvragen. De commissie adviseert over de duur van de periode waarvoor subsidie wordt verleend.

  • 5. Een subsidie vanaf € 10.000 (regeling 1b) kan worden verleend voor 1, 2, 3 of 4 jaar. Aanvragers onderbouwen de noodzaak indien zij voor meerdere jaren aanvragen. De commissie adviseert over de duur van de periode waarvoor subsidie wordt verleend.

  • 6. Bij aanvragen binnen regeling 1a bedraagt de hoogte van een subsidie maximaal 25% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €10.000 per jaar.

  • 7. Bij aanvragen binnen regeling 1b bedraagt de hoogte van een subsidie maximaal 25% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 60.000 per jaar.

  • 8. De regelingen ex artikellid 6 en 7 kennen ieder een eigen subsidieplafond.

Artikel 10 Regeling Culturele producties en presentaties en culturele festivals

  • 1. Een subsidie op grond van dit artikel kan worden verleend voor projecten gericht op cultuurdeelname, culturele producties en presentaties en/of culturele festivals. De regeling staat open voor alle kunstdisciplines en tevens voor samenwerkingsprojecten met andere sectoren zolang de hoofdfocus kunst & cultuur is. De regeling staat zowel open voor individuele makers met een eigen aantoonbare professionele beroepspraktijk, amateurkunstorganisaties als instellingen die zich richten op de professionele kunsten. Individuele makers dienen bewijs van professionaliteit en een actieve beroepspraktijk mee te sturen bij een aanvraag door middel van een CV en/of portfolio.

  • 2. Activiteiten dienen primair gericht te zijn op het vergroten van de cultuurdeelname en bij te dragen aan de beeldvorming van Arnhem als cultuurstad. Activiteiten die hiervan een afgeleide zijn, zoals activiteiten ten behoeve van onderzoek, professionalisering van de doelgroep, fora en platforms, komen niet voor subsidiëring in aanmerking.

  • 3. Een subsidie tot € 10.000 kan worden verleend voor 1 of 2 jaar. Aanvragers onderbouwen de noodzaak indien zij voor 2 jaar aanvragen. De commissie adviseert over de duur van de periode waarvoor subsidie wordt verleend.

  • 4. De aanvraag wordt geweigerd indien ingediend door instellingen die vallen onder de categorieën basisvoorzieningen of meerjarenvoorzieningen, zoals omschreven in de cultuurnota. Zij kunnen geen aanspraak maken op subsidie uit deze deelregeling.

  • 5. Culturele producties en presentaties en culturele festivals worden, in aanvulling op artikel 6, eerste lid, getoetst op onderstaande criteria, waarbij de volgende weging plaatsvindt:

  • • Cultuurdeelname 0-10 punten vermenigvuldigd x factor 10 = max. 100

  • Aanvragers moeten op dit criterium minimaal 55 punten scoren om in aanmerking te komen voor subsidie.

  • 6. Aanvragen voor culturele producties en presentaties en culturele festivals worden beoordeeld door een ambtelijke commissie.

  • 7. Aanvragen bij deze regeling waarvan de commissie adviseert om deze niet te honoreren worden indien zij het karakter van een publieksevenement hebben opnieuw beoordeeld volgens de criteria van Artikel 9 lid 4 en lid 6 en meegenomen bij deelregeling 1a.

  • 8. De hoogte van een subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €10.000 per jaar.

Artikel 11 Regeling Artistieke producties en presentaties en artistieke festivals

  • 1.

    Een subsidie op grond van dit artikel kan worden verleend voor artistieke producties en presentaties en artistieke festivals. De regeling staat open voor alle kunstdisciplines en tevens voor samenwerkingsprojecten met andere sectoren zolang de hoofdfocus kunst & cultuur is. Subsidieverstrekking is bedoeld voor kunst & cultuur instellingen die zich richten op een artistiek hoogwaardige kwaliteit.

  • 2.

    Activiteiten dienen primair gericht te zijn op het vergroten van de deelname aan cultuur en bij te dragen aan de beeldvorming van Arnhem als een artistiek hoogwaardige cultuurstad. Het gaat hier om artistiek gedreven activiteiten. Activiteiten die hiervan een afgeleide zijn, zoals activiteiten ten behoeve van onderzoek, professionalisering van de doelgroep, fora en platforms, komen niet voor subsidiëring in aanmerking.

  • 3.

    Een subsidie vanaf € 10.000 kan worden verleend voor 2 of 4 jaar. Aanvragers onderbouwen de noodzaak indien zij voor vier jaar aanvragen. De commissie adviseert over de duur van de periode waarvoor subsidie wordt verleend. Indien een aanvraag bij één van de landelijke overheidscultuurfondsen of door de rijksoverheid in het kader van de BIS voor 4 jaar wordt gehonoreerd en tevens een positief advies heeft van de externe commissie, dan wordt het college geadviseerd om deze ook door de gemeente voor vier jaar te besluiten tot verstrekken van subsidie.

  • 4.

    De aanvraag wordt geweigerd:

indien ingediend door instellingen die door de gemeente worden aangemerkt als basisvoorziening of meerjarenvoorziening, zoals bedoeld in de cultuurnota.;

indien ingediend door instellingen die niet primair gericht zijn op het ontwikkelen en verrichten van activiteiten op het gebied van artistieke productie, presentatie en artistieke festivals. Instellingen die primair gericht zijn op bijvoorbeeld onderwijs, welzijn of wijkzaken kunnen niet aanvragen.

  • 5.

    Artistieke producties en presentaties en artistieke festivals worden, in aanvulling op artikel 6, eerste lid, getoetst op onderstaande criterium, waarbij de volgende weging plaatsvindt:

• Artistieke kwaliteit 0-10 punten vermenigvuldigd x factor 10 = max. 100

Aanvragers moeten op dit criterium minimaal 55 punten scoren om in aanmerking te komen voor subsidie.

  • 6.

    Aanvragen voor artistieke producties en presentaties en artistieke festivals worden door een externe commissie beoordeeld, bestaande uit vier roulerende leden die niet zijn gelieerd aan een Arnhemse instelling en een onafhankelijke voorzitter.

  • 7.

    Aanvragen bij deze regeling waarvan de commissie adviseert om deze niet te honoreren worden indien zij het karakter van een publieksevenement hebben opnieuw beoordeeld volgens de criteria van Artikel 9 lid 5 en lid 7 en meegenomen bij deelregeling 1b,

  • 8.

    De hoogte van een subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 60.000.

Hoofdstuk 3 Algemeen II

Artikel12 Weigeringsgronden

De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 en 4:35 van de Awb genoemde gevallen in ieder geval geweigerd worden indien:

  • a. er gegronde reden bestaat aan te nemen dat de activiteiten van de aanvrager niet in voldoende mate in het algemeen gemeentelijk belang zijn;

  • b. de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, hetzij uit (horeca)inkomsten tijdens de activiteit kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;

  • c. de activiteiten zoals blijkt uit de ingediende begroting een onvoldoende betrouwbare financiële basis hebben;

  • d. de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;

  • e. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

  • f. de activiteiten een politiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk karakter hebben;

  • g. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording aflegt omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;

  • h. de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.

Artikel 13 Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend en het subsidieplafond wordt voor elke regeling (1a, 1b, 2 en 3) afzonderlijk vastgesteld onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de raad van de gemeente Arnhem.

Artikel 14 Bevoorschotting

Op basis van een verleende subsidie kan door het college een voorschot van 100% op de jaarlijkse subsidie worden verstrekt.

Artikel 15 Verplichtingen

  • 1. Bij een besluit tot subsidieverlening worden aan de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a. de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan evaluatie en monitoring en gebruikt daarvoor het format dat de gemeente hanteert;

  • b. de subsidieontvanger meldt onmiddellijk iedere relevante wijziging ten opzichte van de gegevens die bij de aanvraag zijn overgelegd;

  • c. het programma van activiteiten wordt ter beschikking gesteld aan de gemeente en de commissies.

Artikel 16 Afwijkingsmogelijkheid

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van een aanvrager afwijken van een of meerdere bepalingen van deze regeling.

Artikel 17 Evaluatie en monitoring

Deze regeling en het functioneren van het beoordelingssysteem worden na 1 jaar geëvalueerd.

Artikel 18 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: "Subsidieregeling Producties, Evenementen en Festivals".

Artikel 19 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan, onder gelijktijdige intrekking van de Subsidieregeling Fonds Cultuur, de Subsidieregeling PAC en de Nadere regels subsidiëring publieksevenementen gemeente Arnhem 2005.

Ondertekening

TOELICHTING

Algemeen

De 'Subsidieregeling Producties, Evenementen en Festivals', van het college van burgemeester en wethouders, treft een kader voor de volgende soorten subsidies:

1a. Publieksevenementen, producties en presentaties tot maximaal €10.000 subsidie per jaar;

1b. Publieksevenementen, producties en presentaties vanaf €10.000 per jaar;

2. Culturele producties en presentaties en culturele festivals tot maximaal €10.000 subsidie per jaar;

3. Artistieke producties en presentaties en artistieke festivals vanaf €10.000 subsidie per jaar.

In onderstaand overzicht is weergegeven welke soorten subsidie op basis van deze regeling aangevraagd kunnen worden en hun aanvraagtermijn.

Subsidie

Subsidieperiode 

Maximale subsidie

Aanvraagtermijn

1a. Publieksevenementen, producties en presentaties tot maximaal €10.000 subsidie per jaar.

1 of 2 jaar

Maximaal €10.000 per jaar en maximaal 25% van de subsidiabele kosten.

1 maart voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 juni en 31 mei.

 
 
 

1 oktober voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 januari en 31 december van het daaropvolgende jaar.

 
 
 
 

1b. Publieksevenementen, producties en presentaties vanaf €10.000 per jaar. 

1,2,3 of 4 jaar

Maximaal €60.000 per jaar en maximaal 25% van de subsidiabele kosten.

1 maart voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 januari en 31 december van het daaropvolgende jaar.

 
 
 
 

2. Culturele producties en presentaties en culturele festivals tot maximaal €10.000 subsidie per jaar.

1 of 2 jaar

Maximaal €10.000 per jaar en maximaal 75% van de subsidiabele kosten.

1 maart voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 juni en 31 mei.

 
 
 

1 oktober voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 januari en 31 december van het daaropvolgende jaar.

 
 
 
 

3. Artistieke producties, en presentaties en artistieke festivals vanaf €10.000 subsidie per jaar.

2 of 4 jaar

Maximaal €60.000 per jaar en maximaal 75% van de subsidiabele kosten.

1 maart in de even jaren, voor activiteiten die plaatsvinden in de periode tussen 1 januari en 31 december van het daaropvolgende jaar.

De regeling: wijze van verdeling

Het college stelt subsidieplafonds vast voor de deelregelingen. Voor deelregeling 1a, 1b en 2 is dit jaarlijks; voor deelregeling 3 tweejaarlijks. Met betrekking tot de eerste subsidieperiode zullen de subsidieplafonds voor de periode 1 juni 2020 tot 1 januari 2023 worden vastgesteld. Na elke periode van een half jaar wordt het subsidieplafond geactualiseerd op basis van het bedrag dat nog beschikbaar is. De deelsubsidies genoemd in hoofdstuk 2 krijgen allen hun eigen deelsubsidieplafond.

De regelingen hanteren voor de verdeling van het beschikbare budget (subsidieplafond) een zogenaamd tendersysteem. Hierbij wordt het beschikbare budget verdeeld op basis van een onderlinge vergelijking. Alleen de beste aanvragen komen voor subsidie in aanmerking. Het is van belang dat er van tevoren duidelijk is aan welke criteria wordt getoetst. In de regeling zijn deze criteria daarom expliciet vermeld, met de maximale puntenscore daarbij. In artikel 6 zijn de algemene criteria, voorzien van maximale puntenscore, opgenomen en in hoofdstuk 2 zijn per regeling, indien van toepassing nog aanvullende wegingscriteria, met maximale puntenscore, opgenomen.

Alle aanvragen voor activiteiten zoals vermeld in deze regeling worden op basis van de volgende algemene criteria beoordeeld.

• Meerwaarde voor de stad

• Professionaliteit van de aanvrager

• Publiek en Publieksbereik

• Ondernemerschap

• Samenwerking

Per aanvraagronde is er een ondergrens qua score waaraan een instelling minimaal moet voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie. Deze ondergrens wordt bij elke subsidieronde vastgesteld en is bij elke deelregeling gelijk.

Bij deelregeling 2 culturele producties en presentaties en culturele festivals en deelregeling 3 artistieke producties en presentaties en artistieke festivals zijn er aanvullende criteria die aansluiten bij het cultuurbeleid. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de regeling.

Wordt de ondergrens behaald, dan is toekenning van een subsidie nog afhankelijk van de plaats op de rangorde én het beschikbare gemeentelijke subsidiebudget.

Adviescommissies

Subsidieaanvragen binnen deelregeling 1a, 1b, en 2 worden, beoordeeld door één ambtelijke commissie. Deelregeling 3 wordt beoordeeld door een externe commissie.

De ambtelijke commissie bestaat uit medewerkers (cultuur, evenementen, economie) werkzaam voor de gemeente eventueel aangevuld met een expert vanuit het werkveld.

De externe adviescommissie, geeft advies over de aanvragen uit regeling 3: artistieke producties en presentaties en artistieke festivals. De externe adviescommissie bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en vier roulerende leden die niet zijn gelieerd aan een Arnhemse instelling.

Beide commissies adviseren:

a. per aanvraag. Iedere aanvraag wordt afzonderlijk beoordeeld aan de hand van de genoemde criteria en het bijbehorende puntensysteem. De commissie kan zodoende in de beoordeling specifieke aspecten van de aanvraag meewegen, bijvoorbeeld of het een nieuwe aanvrager is. De commissie kan een aanvrager uitnodigen om onduidelijkheden mondeling toe te lichten aan de commissie.

b. over het geheel aan aanvragen. Dit is een beleidsmatig advies vanuit het totale aanbod in de subsidieperiode, waarbij specifiek aandacht is voor de variatie, pluriformiteit en spreiding van het aanbod, zowel over alle disciplines als over de wijken in de stad en de diverse doelgroepen. Doen zich nieuwe stromingen of accentverschuivingen voor, moeten andere doelgroepen worden bediend, is er extra aandacht nodig voor profilering van de stad, waar moet ruimte voor worden gemaakt?

c. Alle aanvragen uit deelregeling 1a en deelregeling 2 worden beoordeeld op de daarvoor geldende criteria. Hieruit ontstaat een rangorde voor deelregeling 1a en deelregeling 2. Aanvragen die bij deelregeling 2 een advies krijgen om niet te honoreren, maar die de commissie als mogelijk publieksevenement aanmerkt, worden opnieuw beoordeeld volgens de criteria van deelregeling 1a en meegenomen bij deelregeling 1a. Hieruit ontstaat een definitieve rangorde voor deelregeling 1a.

Alle aanvragen uit deelregeling 1b en deelregeling 3 worden beoordeeld op de daarvoor geldende criteria. Hieruit ontstaat een rangorde voor deelregeling 1a en deelregeling 3. Aanvragen die bij deelregeling 3 een advies krijgen om niet te honoreren, maar die de externe commissie als mogelijk publieksevenement aanmerkt worden opnieuw beoordeeld volgens de criteria van deelregeling 1b en meegenomen bij deelregeling 1b. Hieruit ontstaan een definitieve rangorde voor deelregeling 1b.

Het advies van de commissie aan het college betreft alle onder artikel 6 en hoofdstuk 2 van de regeling genoemde criteria en is gebaseerd op een puntentelling. Het advies geeft een rangorde van de aanvragen aan. De commissies geven ook een advies inzake de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag, waarbij rekening wordt gehouden met het subsidieplafond. Aanvragen die naar het oordeel van het college voor subsidiëring in aanmerking komen, worden in rangorde toegekend tot en voor zover het subsidieplafond is bereikt.

***

Beide commissies beoordelen aan de hand van de volgende algemene criteria:

Meerwaarde van de activiteiten voor de stad

De activiteiten zijn van toegevoegde waarde op het bestaande aanbod; zij dragen bij aan de pluriformiteit, maatschappelijke relevantie en - impact, diversiteit en actualiteit van het totale aanbod in de stad. Van organisaties wordt verwacht dat zij zich met hun activiteiten blijven ontwikkelen en daarmee actueel en relevant blijven. De aanvrager dient aan te geven hoe de activiteiten zich aantoonbaar verhouden tot de lokale omgeving en het lokale aanbod. Daarnaast wordt ook gekeken hoe de activiteiten bijdragen aan de citymarketingdoelen van Arnhem.

Professionaliteit van de aanvrager

Bij professionaliteit van de aanvrager gaat het om de kwaliteit en capaciteit van de aanvrager in relatie tot de activiteiten die zij wil uitvoeren. Geeft de aanvrager het vertrouwen dat zij de beschreven activiteiten professioneel, realistisch en geloofwaardig kan organiseren en toont zij hierin voldoende ambitie? Het gaat niet uitsluitend om bewezen kwaliteit van professionaliteit, voortkomend uit eerder opgedane ervaring, maar ook om potentiële kwaliteit, afhankelijk van de positie die een aanvrager in het veld inneemt.

Bij alle deelregelingen is de eerlijke beloning van kunstenaars en mensen werkzaam in de culturele- en evenementensector het uitgangspunt. Dat betekent dat aanvragers zich moeten houden aan afspraken die in de sector zijn gemaakt over een eerlijk loon (door bijvoorbeeld de CAO te volgen of honorering richtlijnen zoals het kunstenaarshonorarium). Ook wordt er verwacht bij verenigingen en stichtingen dat er geen vermenging is tussen bestuur en (betaalde) uitvoering. Tot slot wordt gekeken of de aanvraag consistent is in visie, doel, opzet en uitvoering en daarmee in zijn geheel voldoende overtuigt.

Specifiek bij Deelregeling 3 wordt er gekeken naar de codes die in de culturele sector relevant zijn – de Code Cultural Governance, de Code Culturele Diversiteit en de Fair Practice Code. We verwachten dat instellingen de codes onderschrijven met als doel de sector als geheel te ontwikkelen. Uit de aanvraag moet duidelijk worden op welke manier de organisaties de codes (stapsgewijs) toepassen en welke concrete ambities, doelstellingen en acties zij voor zich zien.

Publiek en publieksbereik

De subsidieaanvraag dient een breed en concreet beeld te geven van het beoogde publiek, in omvang en samenstelling, en van het huidige en het toekomstige bereik. Sluiten de activiteiten en doelstellingen aan bij het beoogde publiek? Het gaat er niet altijd om zoveel mogelijk publiek te bereiken, maar wel om passende activiteiten voor het beoogd publiek te organiseren. Wat zijn de inspanningen om de publieke belangstelling te realiseren en/of te vergroten én wat is de meerjarenvisie hierop? Dit dient toegelicht te worden met concrete cijfers. Daarnaast dient de aanvrager zich aantoonbaar in te spannen om activiteiten gericht onder de aandacht van het publiek te brengen. Dit wordt beschreven in een publiciteits- en marketingplan waarvoor een bijpassend deel van het budget wordt ingezet.

Ondernemerschap

Ondernemerschap draait om het creëren van draagvlak voor het aanbod en om het vinden van het juiste publiek (in aard en omvang). Het succes van een ondernemer wordt mede bepaald door het kunnen beheren, organiseren en vermarkten van het culturele 'product'.

Beoordeeld worden de kwaliteit van de bedrijfsvoering, de balans tussen kosten en opbrengsten, de mate waarin op aantoonbare wijze wordt gestreefd naar cofinanciering en/of aanvullende inkomsten en het (innoverend) vermogen maatschappelijk draagvlak te verwerven voor de activiteiten.

Samenwerking

De mate waarin samenwerking wordt gezocht binnen het eigen werkveld maar ook daarbuiten. Dit kan om zowel inhoudelijke als bedrijfsmatige samenwerking gaan.

Bij aanvragers bij regeling 1b en 3 wordt verwacht dat zij meer in partnerschap samenwerken, bestaande partnerschappen verder uitbouwen en samenwerken over de grenzen van de eigen organisatie en sector heen. Naast projectmatige samenwerking wordt bij hen structurele samenwerking extra gewaardeerd.

Weging van de algemene criteria

Niet alle criteria wegen even zwaar bij de beoordeling van een aanvraag. Om deze nuance aan te brengen, krijgen de criteria een wegingsfactor mee. De beoordeling bestaat ten eerste uit het toekennen van een aantal punten (steeds maximaal 10 per criterium), dat vervolgens vermenigvuldigd wordt met de factor die voor dat criterium staat (van 2 tot maximaal 10).

Meerwaarde voor de stad 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 5 = max. 50 punten

Professionaliteit van de aanvrager 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 4 = max. 40 punten

Publiek - publieksbereik 0 – 10 punt x factor 5 = max. 50 punten

Ondernemerschap 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 4 = max. 40 punten

Samenwerking 0 – 10 punten = max. 10 punten x factor 3 = maximaal 30 punten

MAXIMAAL 210 punten per beoordeling door een lid van de adviescommissie.

Aanvullende criterium voor regeling 2 (zie regeling artikel 10)

Culturele producties en presentaties en culturele festivals:

Cultuurdeelname

Onder cultuurdeelname verstaan we het meedoen aan kunst en cultuur. Het kan hier gaan om het kijken en luisteren naar cultuur, cultuur beleven en/of het zelf actief beoefenen van kunst en cultuur. Er wordt gekeken in welke mate en hoe een activiteit bewoners uit Arnhem in staat stelt om deel te nemen. Hierbij kijken we ook naar de artistieke kwaliteit van de activiteit.

Weging van de aanvullende criteria

Cultuurdeelname 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 10 = maximaal 100 punten

MAXIMAAL 310 punten per lid van de adviescommissie (210 punten algemene criteria + 100 punten aanvullende criterium regeling 2 Culturele producties en presentaties en culturele festivals gescoord worden).

Aanvullende criteria voor regeling 3 (zie regeling artikel 11)

Artistieke producties en presentaties en artistieke festivals:

Artistieke kwaliteit

Kernbegrippen voor de beoordeling van kwaliteit bij ‘producties’ zijn vakmanschap, zeggingskracht en oorspronkelijkheid. Het gaat niet uitsluitend om bewezen kwaliteit, voortkomend uit eerder opgedane ervaring, maar ook om potentiële kwaliteit. Bij de functie ‘presentatie’ worden de kwaliteit van het programma, het programmeringsprofiel en de achterliggende artistieke visie hierop bedoeld. Ook hier geldt beoordeling van zowel bewezen als potentiële kwaliteit.

Weging van de aanvullende criteria

Artistieke Kwaliteit 0 – 10 punt = max. 10 punten x factor 10 = maximaal 100 punten

MAXIMAAL 310 punten per lid van de adviescommissie (210 punten algemene criteria + 100 punten aanvullende criteria Artistieke producties en presentaties en artistieke festivals gescoord worden).