Beleidsregels standplaatsen

Geldend van 02-12-2017 t/m 19-03-2020

Intitulé

Beleidsregels standplaatsen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, d.d.7 november 2017

Gelet op

Artikel 5.2.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening;

Besluit

I. Vast te stellen de ‘beleidsregels standplaatsen’;

II. De inwerkingtreding te bepalen op de dag na bekendmaking;

Begrippen

a. Standplaats: Het op of aan de weg of aan een openbaar water dan wel op een andere wijze – al dan niet met enige beperking – voor publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel standplaats innemen of hebben teneinde in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken dan wel diensten aan te bieden.

b. Vaste standplaats: Een vaste standplaats is een standplaats die op een vaste locatie in de gemeente wordt ingenomen en die gedurende het hele jaar of een deel van een jaar één of meerdere dagen in de week wordt vergund.

c. Incidentele standplaats: Een incidentele standplaats is een standplaats die op een willekeurige locatie in de gemeente wordt ingenomen en die gedurende een korte periode van één dag tot maximaal 6 weken wordt vergund.

d. Venten: Het verkopen van goederen of leveren van diensten van huis tot huis of op straat, zonder vaste plaats. De venter moet zijn goederen steeds aanbieden vanaf een andere locatie en mag alleen een korte tijd stilstaan om zijn klanten te bedienen, anders is er sprake van standplaats inname.

e. Centrum: Onder het centrum verstaan we het gebied dat wordt begrensd door de rivier (de Waal), de singels (Traianusplein, St. Canisiussingel, Oranjesingel, Keizer Karelplein, Van Schaeck Mathonsingel) en het spoor (Stationsplein).

f. Buurt- en wijkcentra: Een groep winkels in een buurt of wijk die gericht zijn op de dagelijkse boodschappen.

g. Solitaire supermarkt: Een supermarkt in een buurt of wijk waarbij geen andere winkels voor dagelijkse boodschappen gevestigd zijn.

Vaste standplaatsen

Algemeen

1. Een vergunning voor een vaste standplaats:

a. is geldig voor één of meerdere dagen in de week: de ondernemer moet in zijn aanvraag aangeven voor hoeveel dagen en op welke dagen van de week hij of zij de standplaats inneemt en dit wordt in de vergunning opgenomen (alleen op deze dagen is de vergunning geldig);

b. is niet geldig op dagen, waarop ter plaatse een markt, kermis, Vierdaagsefeesten of door het college aangewezen evenement plaatsvindt;

c. is niet geldig tijdens evenementen op een locatie die is opgenomen in het locatiegebonden evenementenbeleid.

2. Een vergunning voor een vaste standplaats wordt verleend voor een periode van maximaal vijf jaar. Na deze periode wordt opnieuw besloten op vergunningaanvragen. Dit wordt via een publicatie bekend gemaakt (waarbij vooraf duidelijke informatie wordt gegeven over de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria.)

3. Bij meerdere aanvragen voor dezelfde locatie waar een maximum aantal is vastgesteld wordt bij overschrijding van het aantal te vergeven vergunningen geloot.

Vaste standplaatsen in het centrum

4. Op dit moment (2017) zijn er nog 8 vaste standplaatsvergunningen verleend in het centrum. Door het toenemende aantal bezoekers en het toenemende aantal evenementen in het centrum wordt de druk op de openbare ruimte steeds groter. De vaste standplaatsen zorgen steeds vaker voor ongewenste ruimtelijke situaties, zoals een goede doorstroom van passanten en een veilige overzichtelijke (verkeer)situatie. De vaste standplaatsen voegen niets meer toe aan het bestaande aanbod in het centrum. Nieuwe aanvragen voor een vaste standplaatsvergunning in het centrum worden niet meer verleend in het belang van de verkeersvrijheid en –veiligheid en het voorkomen en beperken van overlast. Na afloop van de geldigheid van de bestaande vaste standplaatsvergunning voor het centrum, of zoveel eerder als de vergunninghouder van een vaste standplaats in het centrum het verzoek doet om de vergunning in te trekken, wordt opnieuw getoetst aan de weigeringsgronden genoemd in de APV en het beleid of voor de betreffende locatie een vergunning verleend kan worden. Dit zal leiden tot een (geleidelijke) afname van het aantal vaste standplaatsen in het centrum.

Vaste standplaatsen buiten het centrum

5. Bij buurt- en wijkwinkelcentra, grote solitaire supermarkten, bij locaties voor perifere detailhandel (zoals Woonboulevard, bouwmarkten), bij de NS stations Lent, de Goffert en Heijendaal en bij de Goffertweide worden maximaal twee standplaatsen ingenomen.

6. Op één standplaatslocatie kan meer dan één vergunning worden verleend. Er kunnen echter nooit meer dan het maximaal vastgestelde aantal vaste standplaatsen tegelijk standplaats innemen.

7. Op het maximum van twee vaste standplaatsen wordt een uitzondering gemaakt in de navolgende situaties:

- Eén keer per week kunnen op eenzelfde locatie maximaal 7 standplaatsen tegelijk worden ingenomen door verschillende standplaatshouders;

- Bij het voetbalstadion ‘De Goffert’ kunnen maximaal drie vaste standplaatsen worden ingenomen voor verschillende branches die alléén geldig zijn op de dagen waarop voetbalclub NEC een thuiswedstrijd speelt. De food standplaatsen moeten een aanvulling zijn op het horeca aanbod in het stadion.

- In het Rivierpark kunnen maximaal 4 vaste standplaatsen worden ingenomen. Om ervoor te zorgen dat de standplaatsen voor deze mobiele verkoopplekken ook echt toegevoegde waarde hebben voor dit bijzondere gebied gaat de voorkeur uit naar standplaatsen die aan de volgende criteria voldoen:

. De standplaatsen hebben een goede kwalitatieve uitstraling en voldoen aan redelijke eisen van welstand;

. In verband met de continuïteit en sociale veiligheid hebben standplaatsen die minimaal twee dagen in de week standplaats in willen nemen de voorkeur;

. Niet alleen food, maar ook non food branches zijn welkom om standplaats in te nemen. Hierbij willen wij een zo gevarieerd mogelijk aanbod mogelijk maken en kiezen voor vier verschillende branches.

Incidentele standplaatsen

Algemeen

8. Een vergunning voor een incidentele standplaats:

a. wordt verleend voor een bepaalde tijd;

b. is gedurende die periode op alle dagen geldig, tenzij anders aangegeven;

c. om overlast (o.a. verkeer en openbare orde) voor de omgeving te voorkomen en te beperken, wordt voor incidentele standplaatsen een vergunning verleend voor maximaal 6 aaneengesloten weken; er wordt geen standplaatsvergunning verleend voor dezelfde locatie voor een periode van 6 weken die direct aansluit op de periode van de laatst verleende vergunning.

d. aanvragen dienen maximaal 16 weken en minimaal 8 weken van tevoren aangevraagd worden.

e. in het centrum worden alleen nog incidentele standplaatsen toegestaan voor niet-commerciële doeleinden, bij evenementen en bij winkels.

9. Bij een aanvraag voor een standplaats op een particulier terrein moet bij het indienen van de aanvraag een schriftelijke toestemming c.q. een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de eigenaar en de aanvrager van de standplaatsvergunning worden overlegd. De eigenaar kan op grond van zijn eigendomsrecht eigen criteria hanteren voor het al dan niet toelaten van een vergunninghouder op zijn terrein bovenop de vergunningvoorschriften die door de gemeente worden gesteld.

10. Bij meerdere aanvragen voor een standplaats vergunning dezelfde locatie waar een maximum aantal is vastgesteld wordt bij overschrijding van het aantal te vergeven vergunningen geloot.

11. Bij meerdere aanvragen voor een incidentele standplaatsvergunning voor oliebollen, paling en kerstbomen voor dezelfde locatie (in de openbare ruimte), met eenzelfde branche of waar onvoldoende fysieke ruimte is, wordt geloot.

Incidentele standplaatsen voor promotie doeleinden en informatiestandplaatsen

12. Incidentele standplaatsen voor commerciële doeleinden zijn standplaatsen ter promotie van een nieuw product bijv. mobiele telefonie, maaltijdbezorging, kortom met als doel winst te maken. Door het toenemende aantal bezoekers en het toenemende aantal evenementen in het centrum wordt de druk op de openbare ruimte steeds groter. Deze incidentele standplaatsen zorgen steeds vaker voor ongewenste situaties, zoals een beperkte doorstroom van passanten en een onveilige en onoverzichtelijke (verkeer)situatie. Aanvragen voor een vergunning van deze incidentele standplaatsen worden in het centrum niet meer verleend in het belang van de verkeersvrijheid en –veiligheid en het voorkomen en beperken van overlast.

13. Standplaatsen voor ideële doeleinden zijn informatiestandplaatsen zoals bijv. politieke partijen, goede doelen organisaties, en natuurbeleving. De informatiestandplaatsen met een niet-commercieel doel in het centrum hebben geen vergunning nodig indien wordt voldaan aan de nadere regels zoals omschreven in bijlagenummer 25 van de APV.).

Standplaatsen en evenementen

14. Standplaatsen tijdens een evenement worden opgenomen in een evenementenvergunning die aan de organisator van dat evenement wordt verleend.

15. Bij vergunde grootschalige publiekstrekkende evenementen worden, in het belang van het voorkomen en beperken van overlast én in het belang van de verkeersveiligheid geen incidentele standplaatsen in een straal van 1.000 meter buiten het vergunde evenemententerrein verleend. Een evenement geeft voor directe (woon- en leef) omgeving al enige mate van overlast. In de evenementenvergunning worden ook al standplaatsen opgenomen voor het daar aanwezige publiek. Om daarnaast nog extra standplaatsen te verlenen is een onnodige aantasting van het woon- en leefklimaat en beslag op de openbare ruimte. Standplaatsen waar goederen te koop worden aangeboden hebben in de praktijk een verkeer aantrekkend karakter. Door deze verkeer aantrekkende werking ontstaan mogelijk ongewenste oversteekbewegingen door voetgangers en ontoelaatbaar rijwielverkeer in voetgangersgebieden. Ook parkerende en geparkeerde voertuigen kunnen overlast in de omgeving veroorzaken. Verkoopwagens en kramen mogen een vlotte (voetgangers) doorstroom niet beletten. Ook mensen in rolstoelen, scootmobielen, etc. moeten voldoende doorgang behouden indien er standplaatsen zijn gesitueerd. Verder mag een standplaats geen verkeer- of parkeerhinder tot gevolg hebben zoals in het geval van ontneming van zicht op naderend verkeer. Tot slot mogen hulpverleningsdiensten in geval van calamiteiten niet gehinderd worden door inname van standplaatsen.

16. Het bepaalde in artikel 15 is niet van toepassing op de standplaatsen die worden aangevraagd ten tijde van de jaarlijkse Vierdaagse marsen.

17. Op Koningsdag bij de vrijmarkt in het Goffertpark worden maximaal 22 standplaatsvergunningen verleend in diverse branches. Vergunningen moeten ieder jaar opnieuw aangevraagd worden.

Overig

18. Nieuwe initiatieven, die een meerwaarde (kunnen) hebben voor de stad, worden voorgelegd aan het college. Op basis van een brede belangenafweging kan het college besluiten of er in de openbare ruimte nog plaats is voor extra standplaatsen en of deze standplaatsen een meerwaarde hebben voor de stad. Ook kan het college de geldigheid van deze vergunning nader bepalen. Een vergunning is mogelijk als de gemeente vindt dat andere belangen zwaarder wegen dan de belangen op grond waarvan de vergunning volgens het beleid niet kan worden verleend (bijvoorbeeld maatschappelijk toegevoegde waarde).

Ondertekening

Het college van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen,

De Gemeentesecretaris,

mr. drs. A.H. van Hout

De Burgemeester,

drs. H.M.F. Bruls