Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Helmond houdende regels omtrent de markt

Geldend van 15-09-2016 t/m heden

Intitulé

Marktverordening Helmond 2006

De raad van de gemeente Helmond;

Gezien het voorstel van het college van 26 september 2006

Gelet op artikel 147, eerste lid en artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit:

  • I.

    In te trekken de Marktverordening 1995, zoals vastgesteld bij raadbesluit van 5 september 1995, bijlage 141;

  • II.

    Vast te stellen de Marktverordening 2006

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    College: het college van burgemeester en wethouders van Helmond

  • b.

    Markt: de warenmarkt, welke krachtens besluit het college op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden;

  • c.

    Marktterrein: de gehele openbare of voor het publiek toegankelijke oppervlakte grond, welke bij besluit van het college voor het uitoefenen van de markthandel is aangewezen;

  • d.

    Standplaats: de op het marktterrein en voor de duur van een markt door burgemeester en wethouders aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;

  • e.

    Vaste plaats: een standplaats, die voor onbepaalde tijd en tot wederopzegging beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder;

  • f.

    Dagplaats: een standplaats, die per marktdag beschikbaar wordt gesteld omdat deze niet als vaste plaats is toegewezen danwel ingenomen

  • g.

    Standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek, onder meer door het luid aanprijzen van waren, probeert over te halen tot de aankoop van één artikel;

  • h.

    Standwerkerplaats: een dagplaats welke bestemd is om te standwerken;

  • i.

    Vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats.

  • j.

    Marktmeester: de persoon, die als zodanig is aangewezen door het college, die belast is met de algehele leiding en supervisie over de markt;

  • k.

    Branchepatroon: het te hanteren maximum aantal standplaatsen per branche, vast te stellen door het college;

  • l.

    Verkoopwagen: voertuig dat is ingericht dan wel ingericht kan worden ten behoeve van de markthandel, waaronder begrepen een motorvoertuig, een verkoopaanhangwagen, een markavan en andere door het college toegelaten verkoopinrichtingen

  • m.

    Anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders voor een vaste standplaats.

  • n.

    Nadere regels: de door het college vastgestelde nadere regels, beleidsregels en uitvoeringsbesluit warenmarkten Helmond 2011 als bedoeld in artikel 4.

  • o.

    Geprivatiseerde markt: een markt waarvan het beheer door het college is uitbesteed aan een rechtspersoon of aan een samenwerkende groep vergunninghouders.

Artikel 2 Inrichting en brancheverdeling
  • 1. Het college bepaalt ten aanzien van de markt:

    • a.

      het aantal standplaatsen;

    • b.

      de afmetingen van de standplaatsen;

    • c.

      de opstelling en indeling van de markt;

    • d.

      de aantallen en de plaatsen op het marktterrein die uitsluitend bestemd zijn voor standwerkers;

    • e.

      de plaatsen op de markt, die tevens bestemd worden voor het plaatsen van verkoopwagens.

  • 2. Het college bepaalt ook per markt:

    • a.

      het branchepatroon met een verdeling in hoofdgroepen en daarbij behorende subgroepen;

    • b.

      een maximum aantal strekkende meters per branche.

Artikel 3 Verboden artikelen
  • 1. Het is verboden artikelen, welke krachtens besluit van het college niet op de markt verhandeld mogen worden, op de markt in voorraad te houden, uit te stallen, ten verkoop aan te bieden of te leveren.

  • 2. Het college kan, indien zij dit in het belang van de orde op de markt of van de volksgezondheid noodzakelijk achten, de handel in bepaalde artikelen gedurende een bepaalde termijn verbieden.

Artikel 4 Nadere regels

Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening.

Artikel 5 Voorschriften en beperkingen
  • 1. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  • 2. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.

Hoofdstuk 2 Standplaatsen

§ 2.1

Algemeen

Artikel 6 Vergunning
  • 1. Het is verboden een standplaats op de markt in te nemen zonder vergunning van het college.

  • 2. Standplaatsen op de markt worden als vaste plaats toegewezen. Het besluit van het college over een vaste standplaats wordt op schrift gesteld en aan de aanvrager toegezonden of uitgereikt.

  • 3. Het college houdt bij het toewijzen van vaste standplaatsen rekening met het gestelde in artikel 2 van de nadere regels.

  • 4. Een vrijgekomen vaste plaats wordt als dagplaats beschouwd en blijft als zodanig aangemerkt, zolang deze niet als vaste plaats is toegewezen.

Artikel 7 Vereisten

Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college.

§ 2.2

Vaste plaatsen

Artikel 8 Inhoud vaste standplaatsvergunning
  • 1. Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval:

    • a.

      de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder;

    • b.

      een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan;

    • c.

      de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken;

    • d.

      het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort;

    • e.

      de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend.

    • f.

      dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert;

    • g.

      de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt;

    • h.

      welke geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan; en

    • i.

      welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan.

  • 2. Aan de vergunning wordt een kopie van een geldig identiteitsbewijs gehecht

  • 3. Indien de aanvrager deelneemt in dan wel werkzaam is bij een rechtspersoon en een standplaats wordt toegewezen, dan vermeldt het besluit de naam van de natuurlijke persoon die de standplaats inneemt en vervolgens de naam van rechtspersoon waarin de aanvrager deelneemt dan wel werkzaam is.

Artikel 9 Tonen vergunning

Iedereen, die een standplaats op een markt bezet, dient op eerste aanvrage het door het college verstrekte bewijs van toestemming om een standplaats op de markt in te nemen, te tonen als hem dat door of namens het college op de markt wordt verzocht.

Artikel 10 Inschrijving op de anciënniteitlijst

Vergunninghouders van vaste standplaatsen kunnen, na schriftelijk verzoek hiertoe, ingeschreven worden op een doorlopend genummerde lijst met vermelding van en in volgorde van de datum waarop aan hen voor het eerst een vaste standplaats is toegewezen. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de soort artikelen die de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe hij behoort.

Artikel 11 Toewijzingsprocedure bij opengevallen vaste plaatsen
  • 1. Op 1 april, en 1 oktober van elk jaar bepaalt het college of voor het maximum aantal vaste standplaatsen per branche vergunning is verleend. Het resultaat van dit onderzoek wordt vastgelegd in een overzicht per branche met een onderverdeling naar hoofd- en subgroepen. Dit overzicht wordt openbaar bekend gemaakt.

  • 2. Indien geconstateerd wordt door het college dat niet het maximum aantal vast standplaatsen voor een of meer branches is uitgegeven, wordt hiervan op de gemeentelijke website, in een regionaal dagblad en in de vakbladen van marktkooplieden melding gedaan. In de oproep om te solliciteren naar een vacante vaste standplaats wordt door het college melding gemaakt van de gestelde kwaliteitseisen, de branches met onderverdeling in hoofd- en subgroepen en inpasbaarheid.

  • 3. Zij die voldoen aan het gestelde in deze verordening en in de nadere regels kunnen binnen drie weken na publicatie schriftelijk solliciteren bij het college naar een vacante standplaats. Bij hun sollicitatie vermelden zij de branche, de hoofd- en eventuele subgroep waartoe zij behoren en de gemeenten waar zij in voorkomend geval al standplaats innemen op een markt. Ook vermelden zij of zij al dan niet met een verkoopwagen een standplaats willen innemen.

  • 4. De sollicitanten ontvangen een ontvangstbevestiging met vermelding van de datum plaats en tijdstip waarop de loting als bedoel in het achtste lid eventueel plaats vindt.

  • 5. De sollicitatieplicht geldt ook voor vaste standplaatshouders die op de betreffende markt van plaats willen veranderen.

  • 6. Het maximaal uit te geven aantal meters voor een nieuwe vergunninghouder bedraagt per vaste standplaats 16 meter.

  • 7. Indien vaste standplaatshouders op de betreffende markt solliciteren komen zij als allereerste in aanmerking voor een opengevallen standplaats, zulks in de volgorde waarop zij voor het eerst vergunning hebben gekregen mits zij voldoen aan het gestelde in de oproep als bedoeld in het tweede lid.

  • 8. Als het aantal sollicitanten overeenkomt met het aantal opengevallen vaste plaatsen en zij voldoen aan het gestelde in de oproep als bedoeld in het tweede lid wijst het college de vergunning voor een vaste standplaats toe, tenzij er gerede twijfel is of een sollicitant het gestelde in deze verordening en in de nadere regels na zal leven.

  • 9. Indien blijkt dat het aantal sollicitanten voor een vaste standplaats dat voldoet aan het gestelde in de oproep als bedoeld in het tweede lid groter is dan het aantal openstaande vaste standplaatsen geschiedt de toewijzing ervan door het college op basis van loting. Per branche wordt door het college bezien of loting noodzakelijk is. Als dat het geval is wordt bij de loting rekening gehouden met verdeling van het aantal toe te wijzen vergunningen over de eventuele subgroepen.

  • 10. Het college zal in voorkomend geval een besluit nemen over de wijze waarop geloot wordt en de daarbij in acht te nemen lotingsprocedure.

Artikel 12 Afwijzing

Een verzoek om een vaste standplaats wordt afgewezen, indien:

  • a.

    op dat moment geen vaste standplaats op de markt vrij is:

  • b.

    het product waarmee verzoeker standplaats wil innemen, naar het oordeel van het college, reeds in voldoende mate op de markt wordt aangeboden;

  • c.

    niet wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen als bedoeld in artikel 11 tweede lid.

Artikel 13 Intrekkingsgronden
  • 1. Het college trekt een vergunning voor een vaste standplaats in:

    • a.

      op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;

    • b.

      wanneer niet langer wordt voldaan aan de eisen genoemd in artikel 7;

    • c.

      indien de standplaatshouder de markthandel drijft in strijd met de geldende wettelijke voorschriften;

    • d.

      indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt.

    • e.

      indien niet wordt voldaan aan de op grond van artikel 24 gestelde regels.

  • 2. Het college kan een vergunning voor een vaste standplaats ook intrekken:

    • a.

      bij overlijden van de vergunninghouder;

    • b.

      indien de standplaatshouder niet tenminste drie dagen per maand zijn plaats op de markt inneemt, behalve indien hetgeen wordt bepaald in sub c van toepassing is;

    • c.

      indien de standplaatshouder in verband met vakantie meer dan 4 opeenvolgende marktdagen geen standplaats heeft ingenomen.

Artikel 13a Overschrijving vaste standplaatsvergunning
  • 1. Bij het geheel of gedeeltelijk vrijwillig terugtreden uit het arbeidsproces, bij diens overlijden, danwel indien hij door een daartoe bevoegde instantie geheel of gedeeltelijk blijvend arbeidsongeschikt is verklaard, kan het recht op de vaste plaats worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde;

  • 2. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, dan kan een kind van de vergunninghouder de vergunning voor de vaste standplaats overnemen indien hij tenminste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gefunctioneerd of gedurende dezelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd

  • 3. Een aanvrage tot overschrijving of overname wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder, het geheel of gedeeltelijk vrijwillig terugtreden uit het arbeidsproces of nadat de gehele of gedeeltelijke blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld;

  • 4. Het college is bevoegd om in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel. De vergunning kan bij ( gedeeltelijke ) beëindiging van het bedrijf worden overgedragen aan een overnemende ambulante ondernemer na voorafgaand

    positief advies van de selectiecommissie.

  • 5. Indien degene op de vergunning ingevolge het eerste of tweede lid van dit artikel is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken.

§ 2.3

Dagplaatsen

Artikel 14 Toewijzing dagplaats
  • 1. De toewijzing van dagplaatsen geschiedt door afgifte van een vergunning door burgemeester en wethouders op het moment dat een standplaats om 08.30 uur niet als vaste standplaats wordt ingenomen;

  • 2. Het brancheringsoverzicht als vermeld in artikel 11 eerste lid met de hierin opgenomen maxima geldt ook voor de toewijzing van dagplaatsen;

  • 3. De dagplaats wordt met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid in volgorde van aanmelding toegewezen aan hen die zich een week van tevoren telefonisch als gegadigde hebben opgegeven bij de marktmeester;

  • 4. De markmeester draagt zorg voor het bijhouden van een actuele lijst van gegadigden en informeert betrokkenen zo spoedig mogelijk over de mogelijkheid om al dan op de markt een dagplaats in te kunnen nemen.

§ 2.4

Standwerkerplaatsen

Artikel 15 Standwerkerplaats
  • 1. Het college bepaalt per markt het maximum aantal standwerkerplaatsen en de locatie daarvan op de markt. Deze plaatsen kunnen alleen worden toegewezen aan een standwerker.

  • 2. Het college stelt een standwerkerregister vast.

  • 3. Ten einde te kunnen deelnemen aan de loting voor het verkrijgen van een vergunning voor een standwerkerplaats te verkrijgen dient de aanvrager:

    • a.

      door het college te zijn geregistreerd in het standwerkerregister;

    • b.

      zich een week van tevoren telefonisch als gegadigde hebben opgegeven bij de marktmeester.

  • 4. Het college wijst een standwerkerplaats toe middels loting als er meer gegadigden zijn dan standwerkerplaatsen voor een marktdag. Als dat niet het geval is, geschiedt vergunningverlening op grond van volgorde van aanmelding.

  • 5. Het college verleent een vergunning voor een standwerkerplaats voor één marktdag op een daartoe aangewezen standplaats.

  • 6. Het college kan beperkingen stellen aan het aantal te verlenen vergunningen per artikelengroep.

  • 7. Het college kan bepalen dat voor bepaalde artikelen of artikelengroepen geen vergunning worden verleend.

  • 8. Het college verleent de vergunning op basis in volgorde van aanmelding. Zo nodig vindt loting plaats.

  • 9. De vergunning voor een standwerkerplaats kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken, indien;

    • a.

      de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen, zoals bedoeld in artikel 5 niet zijn of worden nagekomen.

    • b.

      in strijd wordt gehandeld met het bepaalde in artikel 21.

Hoofdstuk 3 Bepalingen over het gebruik van de standplaats

Artikel 16 Innemen vaste plaats
  • 1. De vergunninghouder, aan wie een vaste plaats is toegewezen, dient deze plaats uiterlijk om 8.30 uur te bezetten, bij gebreke waarvan de betreffende plaats voor die dag als dagplaats wordt aangemerkt.

  • 2. Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing indien de vergunninghouder aan de marktmeester vóór dit tijdstip, onder opgaaf van redenen, heeft verzocht de plaats vrij te houden.

  • 3. De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt in te nemen. Het college kan hiervan ontheffing verlenen.

Artikel 17 Persoonlijk innemen standplaats; bijstand
  • 1. De vergunninghouder draagt zorg voor het innemen van de standplaats. Hij is niet gehouden deze persoonlijk in te nemen, maar is te allen tijde verantwoordelijk voor hetgeen er in of rondom de standplaats voorvalt.

  • 2. De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.

  • 3. De vergunninghouder en degene die hem bijstaat mogen zich niet schuldig maken aan wangedrag of bedrog.

  • 4. Het is de vergunninghouder verboden een toegewezen standplaats aan een ander af te staan of in gebruik te geven onder welke benaming dan ook.

  • 5. Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij vergunninghouder is.

  • 6. De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven.

Artikel 18 Afwezigheid wegens ziekte
  • 1. De houder van een vaste plaatsen, die wegens ziekte of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn standplaats te bezetten, stelt het college hiervan schriftelijk in kennis.

  • 2. Deze schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de betreffende marktdag ingezonden. Bij plotselinge verhindering wordt de marktmeester mondeling of telefonisch ingelicht, gevolgd door een schriftelijke bevestiging van deze melding aan het college.

  • 3. Bij langdurige afwezigheid van de houder van een vaste plaats, wegens ziekte dient ten bewijze van deze reden van verhindering iedere drie maanden een geneeskundige verklaring van de GGD of erkend specialist te worden overgelegd.

Artikel 19 Vakantie

Houders van een vaste standplaats die wegens vakantie een markt niet kunnen bezoeken, dienen daarvan tijdig, onder opgave van de duur van de vakantie, schriftelijk mededeling te doen aan de marktmeester.

Artikel 20 Ontheffing
  • 1. In bijzondere omstandigheden kan door het college op schriftelijk verzoek aan vaste standplaatshouders voor een door het college te bepalen periode, tijdelijk ontheffing worden verleend van de verplichting om zelf op hun vaste plaats aanwezig te zijn.

  • 2. In de gevallen, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, alsmede in die, bedoeld in artikel 18 of 19, kan het college de houder van een vaste plaats toestemming verlenen zich te laten vervangen. In gevallen als bedoeld in artikel 18 geschiedt vervanging voor een periode van maximaal 2 jaar. Verzoeken daartoe dienen vóór de aanvang van de markt bij hen te worden ingediend. Bij het ontbreken van een dergelijk verzoek, wordt de betreffende plaats voor die dag als dagplaats aangemerkt.

Artikel 21 Verbodsbepalingen

Het is de vergunninghouder verboden:

  • a.

    zijn standplaats langer dan 30 minuten onbeheerd achter te laten, behoudens toestemming van de marktmeester.

  • b.

    meer ruimte in te nemen dan hem op grond van zijn vergunning is toegestaan.

  • c.

    de opstal op zijn standplaats tijdens de markt af te breken of te verplaatsen.

  • d.

    de vrije doorgang in de wandelgangen op en langs het marktterrein op enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren, tenzij daarvoor door de marktmeester toestemming is verleend.

  • e.

    zich aan de voorzijde van de standplaats op te houden bij het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of waren, behoudens toestemming van de marktmeester.

  • f.

    op de standplaats andere goederen of waren in voorraad te hebben dan die, waarvoor vergunning is verleend.

  • g.

    zich op de markt zich te ontdoen van emballage en andere afvalstoffen.

Hoofdstuk 4 Slot- Straf- en overgangsbepalingen

Artikel 22 Strafbepaling

Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Artikel 23 Schorsing en intrekking vaste standplaats
  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 13, kan het college een vergunning voor het innemen van een vaste plaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of degene die hem bijstaat:

    • a.

      het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschiften de vergunning overtreedt;

    • b.

      van de standplaats gebruik maakt in strijd met het doel waarvoor zij is bestemd;

    • c.

      zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

    • d.

      niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

  • 2.

    Het gestelde in het eerste lid onder sub d geldt voor vergunninghouders die een standplaats in nemen op een geprivatiseerde markt.

Artikel 24 Uitsluiting dagplaats of standwerkplaats
  • 1.

    Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerkerplaats van de toewijzing van een dagplaats of standplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen indien deze:

    • a.

      het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschiften de vergunning overtreedt

    • b.

      zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog

    • c.

      niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkerplaats;

    • d.

      niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet;

  • 2.

    Het gestelde in het eerste lid onder sub d geldt voor vergunninghouders die een standplaats in nemen op een geprivatiseerde markt.

Artikel 25 Onmiddellijke verwijdering

Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen, indien hij:

het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;

  • a.

    zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

  • b.

    niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkerplaats

Artikel 26 Toezicht
  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de politieambtenaren van de Nationale politie en de Koninklijke Marechaussee Noord-Brabant/Limburg, voorzover zij werkzaam zijn binnen een territoriaal onderdeel dat een deel van de gemeente Helmond omvat.

  • 2. De marktmeester alsmede de ambtenaren van de afdeling Wijkonderhoud en Exploitaties en van de afdeling Bouwen en Wonen van de dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer.

  • 3. Verder zijn met het toezicht en naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen.

Artikel 27 Overgangsbepaling
  • 1. Vergunningen voor vaste plaatsen verleend krachtens de Marktverordening 1995 worden geacht te zijn verleend op grond van deze verordening.

  • 2. De inschrijving op de anciënniteitlijst op grond van de Marktverordening 1995 wordt geacht gedaan te zijn op grond van artikel 10 van deze verordening.

  • 3. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening vervalt de wachtlijst voor vaste standplaatsen. Het voor het jaar 2006 verschuldigde inschrijfgel word gerestitueerd aan degenen die dit inschrijfgeld al betaald hebben.

  • 4. Het college stelt bij inwerkingtreding van deze verordening vast hoeveel opengevallen vaste standplaatsen er zijn. Dit overzicht wordt openbaar bekend gemaakt. Indien geconstateerd wordt dat er vacatures zijn wordt toepassing gegeven aan het bepaalde in artikel 11.

  • 5. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvrage is ingediend op grond van de Marktverordening 1995 en voor het inwerkingtreden van de Marktverordening 2006 niet op de aanvrage is beslist, wordt daarop de Marktverordening 2006 toegepast.

Artikel 28 Tijdstip inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op een door het college te bepalen tijdstip, zulks met inachtneming met het bepaalde daaromtrent in de Gemeentewet.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 7 november, bijlage 132
De raad voornoemd,
De voorzitter,
drs. A.A.M. Jacobs
De griffier,
mr. J.P.T.M. Jaspers
Bekend gemaakt op:
28 november 2006
De gemeentesecretaris,
Mr. A.C.J.M. de Kroon