Beleidsregels maatschappelijk participatie schoolgaande kinderen

Geldend van 10-08-2017 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels maatschappelijk participatie schoolgaande kinderen

Gelet op artikel 35, eerste lid van de Participatiewet;

besluit vast te stellen de ‘Beleidsregels maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen’,

luidende als volgt:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: de Participatiewet;

  • b.

    maatschappelijke participatie: het deelnemen aan activiteiten met een sportief, educatief, sociaal dan wel cultureel karakter door schoolgaande kinderen van ouders met een laag inkomen;

  • c.

    voorziening: een vorm van financiële ondersteuning of ondersteuning in natura, gericht op de maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen van ouders met een laag inkomen, ter bevordering van maatschappelijke participatie;

  • d.

    schoolgaand kind: ten laste komende kind van een ouder met een laag inkomen, wonend in Haarlem, voor wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet, geldt en dat onderwijs volgt;

  • e.

    laag inkomen: een inkomen tot de grens genoemd in artikel 6 van de Beleidsregels HaarlemPas.

Artikel 2 Doelstelling
  • 1. Het college beschouwt het als haar taak om de maatschappelijke participatie te bevorderen en het aantal schoolgaande kinderen dat belemmeringen ondervindt in die participatie door de financiële positie van hun ouders, terug te dringen.

  • 2. Deze beleidsregels regelen financiële tegemoetkoming dan wel een verstrekking in natura aan ouders, met een laag inkomen, van schoolgaande kinderen.

Hoofdstuk 2 Beleid met betrekking tot maatschappelijke participatie

Artikel 3 Doelgroep

Voor de deze beleidsregels komen in aanmerking:

Artikel 4 Beleid en voorzieningen
  • 1. Het college ondersteunt de maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen ten behoeve van de bekostiging van schoolkosten op de volgende wijze:

    • a.

      tegemoetkoming schoolkosten voor schoolgaande kinderen: per kind dat naar de basisschool gaat maximaal € 100 per jaar;

    • b.

      tegemoetkoming schoolkosten voor schoolgaande kinderen; per kind dat naar het voortgezet onderwijs gaat maximaal € 200 per jaar;

    • c.

      tegemoetkoming in de kosten van de brugklas; per kind dat voor het eerst naar de middelbare school gaat € 200 eenmalig.

    • d.

      met de ‘Regeling Huiswerkbegeleiding en Bijles’, waarmee gericht kosten van huiswerkbegeleiding en bijles kunnen worden vergoed;

    • e.

      met de regeling ‘keuzebudget voor kinderen’ van € 50 per jaar voor kinderen van 4 jaar tot en met 17 jaar, als aanvulling op de tegemoetkoming schoolkosten.

  • 2. Het college ondersteunt de maatschappelijke participatie van kinderen jonger dan 18 jaar door subsidiëring van het Jeugdsportfonds van Haarlem en het Jeugdcultuurfonds van Haarlem.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 5. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden daags na publicatie in werking onder gelijktijdige intrekking van huidige beleidsregels ‘maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen’ (2015/488128).

Artikel 6. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen.

Ondertekening

Toelichting

Algemeen deel

In het ‘Coalitieprogramma Haarlem 2014-2018 Samen Doen!’ is ervoor gekozen kwetsbare mensen te ontzien en het extra rijksbudget in te zetten voor armoedebeleid, dat met name wordt gericht op kinderen en chronisch zieken. Maatschappelijke participatie van kinderen is van groot belang met het oog op een zelfredzame toekomst. In dat verband is het gewenst dat inkomensondersteuning ten behoeve van die participatie rechtstreeks aan zo veel mogelijk minderjarige kinderen van de doelgroep ten goede komt.

In de nota ‘Armoedebeleid de volgende stap’ wordt gekozen om kinderen extra te ondersteunen, in aanvulling op de verordening ‘maatschappelijk participatie schoolgaande kinderen’ van de gemeente Haarlem.

Per 1 januari 2015 trad de Participatiewet in werking. In de Participatiewet is categoriale bijzondere bijstand sterk beperkt. Een belangrijk kenmerk van categoriale bijzondere bijstand is dat de verstrekking kan plaatsvinden aan mensen die binnen een bepaalde doelgroep vallen. Kosten hoeven dan niet te worden aangetoond. De regering perkt de mogelijkheid van verstrekkingen zonder vaststellen van daadwerkelijke kosten nu sterk in. In Haarlem worden de betalingen uit de regeling maatschappelijk participatie schoolgaande kinderen ook voor 2015 al niet verstrekt zonder dat hier kosten tegenover stonden. De regeling kan daardoor inhoudelijk ongewijzigd worden overgenomen in de vorm van beleidsregels.

In de handreiking van de Programmaraad: ‘Wijzigingen bijstand 1 januari 2015’ is deze mogelijkheid binnen de bijzondere bijstand weergegeven. Dit is de individuele bijzondere bijstand op basis van groepskenmerken. De programmaraad zegt hierover:

“Betrokkenen behoren tot een bepaalde groep waardoor het aannemelijk is dat ze meerkosten hebben. Er zijn groepen aan te wijzen waarvan het aannemelijk is dat ze meerkosten hebben. Denk aan ouders met schoolgaande kinderen. Zij hebben directe en indirecte kosten voor bijvoorbeeld gymkleding, een luizencape, rekenmachine en andere schoolspullen. (..)

In beleidsregels kunnen de groepen verder worden uitgesplitst, zodat maatwerk kan worden geleverd. Zo kan voor de groep ouders van schoolgaande kinderen een onderscheid worden gemaakt naar leeftijdscategorieën en schooltypen (basisonderwijs en voortgezet onderwijs)(….)

Op die manier is maatwerk mogelijk terwijl niet voor elke aanvraag op basis van de individuele situatie door de klantmanager een afweging gemaakt hoeft te worden of bijzondere bijstand aan de orde is. Bovendien maakt dit de voorlichting aan potentiële rechthebbenden eenvoudiger.

Er moet wél gecontroleerd worden of de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Het gaat hier wel om individuele bijzondere bijstand, dus tegenover de verstrekte bijstand moeten wel daadwerkelijke kosten staan. Het grote voordeel van deze vorm van bijzondere bijstand boven de categoriale bijzondere bijstand is dat de verstrekking aansluit bij de daadwerkelijk gemaakte kosten en niet bij het gemiddelde van alle kosten van de hele groep. De wijze van controleren staat vrij. Dit is het grote verschil met categoriale bijzondere bijstand. Er wordt daadwerkelijk gecontroleerd of de kosten zijn gemaakt. Maar de wet schrijft niet voor hoe de controle moet plaatsvinden. Gemeenten mogen dit zelf invullen. Zo kan ervoor gekozen worden om steekproefsgewijs te controleren, of op basis van risicoprofielen”

Vanaf 2017 is door het ministerie van SZW extra budget uitgetrokken om kinderen in armoede mee te laten doen. Dit geld moet ten goede komen aan kinderen en hen de mogelijkheid bieden om mee te kunnen doen op een manier die voor hun belangrijk is. Om kinderen de mogelijkheid te geven zélf te kunnen kiezen, introduceert Haarlem het ‘keuzebudget voor kinderen’. Voor het schooljaar 2017-2018 wordt dit budget uitbetaald samen met de tegemoetkoming schoolkosten.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Gebruikte begrippen waarvan de betekenis niet zonder meer duidelijk is worden hier omschreven. Het begrip ‘maatschappelijke participatie’ is hier omschreven. Er is gekozen voor een ruime betekenis, toegespitst op ouders van schoolgaande kinderen, met een laag inkomen.

Met het begrip ‘voorziening’ wordt bedoeld: iedere vorm van financiële ondersteuning of ondersteuning in natura door het college die specifiek is bestemd voor de maatschappelijke participatie van kinderen. Een dergelijke voorziening kan bijzondere bijstand zijn, maar ook een tegemoetkoming of kostenvergoeding dan wel een subsidie of verstrekking ‘in natura’, zolang dit maar bijdraagt aan de participatie.

‘Schoolgaand kind’ is gedefinieerd. Schoolgaande kinderen staan centraal in het beleid m.b.t. maatschappelijke participatie. Onder schoolgaande kinderen worden in dit verband kinderen verstaan die feitelijk schoolgaand zijn. Daarnaast is van belang dat de kinderen wonen in Haarlem. Waar zij naar school gaan is niet van belang.

In deze beleidsregels wordt aangesloten bij de leerplicht en de kwalificatieplicht tot 18 jaar. Hierdoor zijn er mogelijkheden tot het verlenen van deze bijstand aan ouders met kinderen van 16 en 17 jaar, die hun startkwalificatie nog niet hebben behaald.

Het begrip ‘laag inkomen’ is omschreven omdat daarmee in deze verordening de doelgroep van het gemeentelijk armoedebeleid wordt aangeduid.

Artikel 2 doelstelling

Spreekt voor zich

Artikel 3 Doelgroep

Doelgroep voor deze beleidsregels zijn de kinderen van ouders met een laag inkomen die een HaarlemPas hebben of behoren tot de doelgroep van de HaarlemPas.

Artikel 4 Beleid en voorzieningen

Het college geeft uitvoering aan het volgende beleid ter bevordering van de maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen:

De in het eerste lid genoemde bijzondere bijstand ten behoeve van de bekostiging van schoolkosten is bestemd voor schoolgaande kinderen. De tegemoetkoming in de kosten bedraagt per jaar maximaal € 100 per kind dat naar de basisschool gaat en maximaal € 200 per kind dat naar het voortgezet onderwijs gaat en op 1 september van het betreffende schooljaar nog geen 18 jaar oud is. Deze tegemoetkoming wordt in Haarlem sinds 2004 verstrekt. Ouders kunnen bij het indienen van de aanvraag aangeven welke kosten zij voor het betreffende schooljaar verwachten. De in de beleidsregels aangegeven tegemoetkoming zijn de maximale bedragen. Ouders die aangeven minder kosten te hebben krijgen een lagere vergoeding. Dit is voortzetting van de huidige uitvoeren. Aan ouders wordt opgedragen de betaalbewijzen te bewaren tot het einde van het schooljaar, zodat de gemeente een steekproefsgewijze controle kan uitvoeren.

Wanneer kinderen naar de brugklas gaan zijn er meer kosten dan in andere schooljaren. Voor kinderen die voor het eerst naar de middelbare school gaan is er een extra tegemoetkoming in de kosten van de brugklas; dit is € 200 eenmalig. Deze tegemoetkoming komt bovenop de tegemoetkoming uit het eerste lid sub b van dit artikel.

Bij de ‘Regeling Huiswerkbegeleiding en Bijles’ worden de kosten vergoed op vertoon van de factuur en het betalingsbewijs.

Bij de regeling ‘keuzebudget voor kinderen’ hebben kinderen zelf de mogelijkheid hun budget te besteden om mee te kunnen doen, op de manier zoals het beste bij hun past. Kinderen kunnen in overleg of met behulp van hun ouders kiezen voor de aanschaf van een winterjas, (sport)spullen die andere kinderen ook hebben of door het maken van een uitstapje. Bij deze pilot voor het schooljaar 2017-2018 wordt achteraf aan kinderen gevraagd, waaraan zij dit geld hebben besteed.

In het tweede lid wordt de subsidiëring van het Jeugdsportfonds van Haarlem en het Jeugdcultuurfonds van Haarlem genoemd. Bij het Jeugdsportfonds kunnen kinderen per jaar maximaal € 225 vergoed krijgen voor het lidmaatschap van een sportclub, kleding en materiaal. Bij het Jeugdcultuurfonds kunnen kinderen per jaar maximaal € 450 vergoed krijgen aan lidmaatschap van een culturele instelling, kleding, muziekinstrument en materiaal. De aanvraag bij deze fondsen wordt gedaan door een intermediair. Ook hierbij wordt de HaarlemPas gebruikt om vast te stellen dat het kind tot de doelgroep behoort. Deze subsidieregelingen zijn opgenomen in de minimanota ‘Samen actief tegen armoede’ (2015/488128).

Artikel 5 Inwerkingtreding

Spreekt voor zich.

Artikel 6 Citeertitel

Spreekt voor zich.