Algemene Subsidie Verordening gemeente Goirle 2017

Geldend van 01-05-2017 t/m heden

Intitulé

Algemene Subsidie Verordening gemeente Goirle 2017

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    beleidsperiode: een tijdvak van vier achtereenvolgende subsidiejaren waarvoor beleid is vastgesteld voor de verdeling en toewijzing;

  • b.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle;

  • c.

    raad: gemeenteraad van de gemeente Goirle;

  • d.

    structurele subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van minimaal een jaar en maximaal vier jaar wordt verstrekt. Er zijn 3 vormen van structurele subsidies t.w.:

    • 1.

      waarderingssubsidie is een subsidie die wordt verstrekt aan verenigingen, inwoners- en vrijwilligersinitiatieven om bepaalde activiteiten te stimuleren en om haar waardering te tonen voor de activiteiten die worden georganiseerd;

    • 2.

      exploitatiesubsidie is een subsidie die wordt verstrekt aan organisaties die meer kosten voor hun activiteiten of exploitatie maken dan deze opleveren;

    • 3.

      uitvoeringssubsidie is een subsidie voor uitvoering van gemeentelijke taken waarvan de uitvoering door professionele organisaties geschiedt;

  • e.

    incidentele subsidie: een aanjaagsubsidie voor incidentele activiteiten, die niet behoren tot de reguliere activiteiten van de aanvrager, en bijbehorende kosten;

  • f.

    subsidieverklaring: een door een accountant te verstrekken verklaring waarin wordt aangegeven dat de subsidiegelden zijn besteed conform de daaraan gestelde voorwaarden.

Artikel 2. Reikwijdte verordening
  • 1.

    De raad stelt vast dat deze verordening betrekking heeft op het verstrekken van subsidies voor de volgende beleidsterreinen:

    • a.

      maatschappelijke ondersteuning;

    • b.

      onderwijs;

    • c.

      sport;

    • d.

      kunst en cultuur;

    • e.

      algemeen bestuur;

    • f.

      openbare orde en veiligheid;

    • g.

      verkeer, vervoer en waterstaat;

    • h.

      economische zaken;

    • i.

      sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening;

    • j.

      ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en milieu.

  • 2.

    Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste lid worden omschreven.

Artikel 3. Bevoegdheid college
  • 1.

    Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

  • 2.

    Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden.

HOOFDSTUK 2. SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD

Artikel 4. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
  • 1.

    De raad maakt het subsidieplafond jaarlijks bekend door middel van de vaststelling van de gemeentebegroting.

  • 2.

    Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

  • 3.

    Het college kan - met inachtneming van de ingevolge artikel 2, door de raad vastgestelde beleidsterreinen en regels, nadere regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag.

  • 4.

    Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

  • 5.

    Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.

HOOFDSTUK 3. AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE

Artikel 5. Bij aanvraag in te dienen gegevens
  • 1.

    De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk of digitaal ingediend bij het college met gebruikmaking van het van toepassing zijnde aanvraagformulier.

  • 2.

    Indien een aanvrager voor de eerste maal een structurele subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier.

  • 3.

    Een aanvrager hoeft geen rechtspersoon te zijn indien de structurele subsidie die wordt toegekend maximaal € 5000,00 per jaar bedraagt.

  • 4.

    Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het aanvraagformulier genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn.

Artikel 6. Aanvraagtermijn
  • 1.

    Een aanvraag voor een structurele exploitatie-, of uitvoeringssubsidie wordt uiterlijk 1 mei in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar of in het jaar voorafgaand aan het eerste jaar van de beleidsperiode waarvoor subsidie aangevraagd.

  • 2.

    Een aanvraag voor een structurele waarderingssubsidie wordt uiterlijk 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar of in het jaar voorafgaand aan het eerste jaar van de beleidsperiode waarvoor subsidie aangevraagd.

  • 3.

    Op basis van deze aanvraag wordt jaarlijks een subsidiebeschikking afgegeven.

  • 4.

    Voor het indienen van aanvragen voor een incidentele subsidie gelden vier termijnen:

    • a.

      Vóór 1 januari voor een project dat plaatsvindt in het tweede kwartaal van het komende begrotingsjaar;

    • b.

      Vóór 1 april voor een project dat plaatsvindt in het derde kwartaal van het lopende begrotingsjaar;

    • c.

      Vóór 1 juli voor een project dat plaatsvindt in het vierde kwartaal van het lopende begrotingsjaar;

    • d.

      Vóór 1 oktober voor een project dat plaatsvindt in het eerste kwartaal van het komende begrotingsjaar.

  • 5.

    Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.

Artikel 7. Beslistermijn
  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag voor incidentele subsidie binnen 8 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie.

  • 2.

    Het college kan de in het eerste lid gestelde termijn, met redenen omkleed, met ten hoogste 8 weken verdagen.

  • 3.

    Het college beslist op een aanvraag voor een structurele subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar of de beleidsperiode.

HOOFDSTUK 4. WEIGERING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 8. Weigeringsgronden

Naast de voorwaarden en criteria waaraan een aanvraag voor structurele en/of incidentele subsidie moet voldoen, kan een aanvraag geweigerd worden indien:

  • 1.

    de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

  • 2.

    de activiteiten van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard zijn;

  • 3.

    het subsidieplafond voor de periode, waarop het betrekking heeft, bereikt is.

Artikel 9. Wet BIBOB

Het college kan voor subsidies binnen door de raad vast te stellen beleidsterreinen of onderdelen daarvan bepalen dat de gevraagde subsidie kan worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.

HOOFDSTUK 5. VERLENING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 10. Verlening subsidie
  • 1.

    Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaatsvindt.

  • 2.

    Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie.

Artikel 11. Betaling en bevoorschotting
  • 1.

    Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.

  • 2.

    Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100% bevoorschot.

  • 3.

    Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.

HOOFDSTUK 6. VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER

Artikel 12. Uitvoeringsovereenkomst

Aan de beschikking tot verlening van een structurele subsidie kan het voorschrift worden verbonden dat een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht wordt gesloten.

Artikel 13. Tussentijdse rapportage

Het college kan bij structurele subsidie de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten waarvoor de subsidie is verleend en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.

Artikel 14. Meldingsplicht

De subsidieontvanger doet melding aan het college, zodra aannemelijk is dat hetgeen waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel kan worden uitgevoerd.

Artikel 15. Overige verplichtingen van de subsidieontvanger
  • 1.

    De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:

    • a.

      relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • b.

      ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;

    • c.

      wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.

  • 2.

    De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 16. Reservevorming
  • 1.

    Organisaties die een structurele exploitatie-, of uitvoeringssubsidie krijgen mogen beschikken over (langjarige) algemene reserve welke maximaal 5% bedraagt van de verstrekte en te verstrekken subsidie (geconsolideerd), exclusief eventuele andere inkomsten die zijn verworven. Overschrijding van dit percentage leidt naar rato tot verlaging van de subsidie.

  • 2.

    De inkomsten genoemd in het eerste lid en daaraan gekoppelde uitgaven dienen apart in de jaarrekening zichtbaar gemaakt te worden.

  • 3.

    In afwijking van artikel 16 lid 1 mogen overige reserves alleen met toestemming van de gemeente worden opgevoerd.

Artikel 17. Voorzieningen

Analoog aan artikel 16 lid 1 mogen ook voorzieningen alleen met toestemming van de gemeente worden opgevoerd.

HOOFDSTUK 7. VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 18. Verantwoording subsidies tot € 5.000,00
  • 1.

    Incidentele subsidies tot € 5.000,00 worden door het college:

    • a.

      direct vastgesteld of;

    • b.

      vastgesteld binnen 13 weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.

  • 2.

    Over structurele subsidies tot € 5.000,00 hoeft geen verantwoording te worden afgelegd, tenzij het college anders beslist.

  • 3.

    Bij vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 19. Verantwoording subsidies vanaf € 5.000,00 tot € 50.000,00
  • 1.

    Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 5.000,00 maar minder dan € 50.000,00 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:

    • a.

      bij een incidentele subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;

    • b.

      bij een structurele subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk en financieel verslag, waaruit blijkt dat aan de subsidieverplichtingen is voldaan en welke kosten hiermee gepaard zijn gegaan.

  • 3.

    Het college kan bepalen dat ook andere, of minder, dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd;

  • 4.

    Structurele waarderingssubsidies worden direct vastgesteld. Er hoeft geen financiële verantwoording worden afgelegd.

  • 5.

    Het college is bevoegd tot steekproefsgewijs controleren van de naleving van de subsidievoorwaarden

Artikel 20. Verantwoording subsidies vanaf € 50.000,00
  • 1.

    Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 50.000,00 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:

    • a.

      bij een incidentele subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;

    • b.

      bij een structurele subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt hoe de subsidie is besteed;

    • b.

      een financieel verslag of jaarrekening;

    • c.

      een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;

    • d.

      een subsidieverklaring. In voorkomende gevallen kan het college bepalen dat een controleverklaring bij de jaarrekening wordt overlegd.

  • 3.

    Het college kan bepalen dat ook andere, of minder, dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.

Artikel 21. Vaststelling subsidie
  • 1.

    Het college stelt de subsidie vast:

    • a.

      Bij een incidentele subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling;

    • b.

      Bij een structurele subsidie uiterlijk op 1 augustus in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend.

    • c.

      Waarderingssubsidies worden direct vastgesteld.

  • 2.

    Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 3.

    Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.

  • 4.

    Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college zes weken na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling.

HOOFDSTUK 8. OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 22. Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen en met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 8, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing - gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger - leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

Artikel 23. Overgangsbepalingen
  • 1.

    De Algemene Subsidie Verordening gemeente Goirle 2016 wordt ingetrokken;

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 mei 2017;

  • 3.

    Op aanvragen voor subsidie die zijn ingediend voor 19 december 2013 zijn de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening 2012 van toepassing;

  • 4.

    Op aanvragen voor subsidie die zijn ingediend na 19 december 2013, maar vóór 1 juli 2016, zijn de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening gemeente Goirle 2013 van toepassing;

  • 5.

    Op aanvragen die zijn ingediend na 1 juli 2016, maar voor 1 mei 2017, zijn de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening gemeente Goirle 2016 van toepassing;

  • 6.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Subsidie Verordening gemeente Goirle 2017

Ondertekening

Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering van 11-04-2017.

, de voorzitter

, de griffier