Regeling vervallen per 22-04-2023

Subsidieverordening maatschappelijk welzijn gemeente Eersel 2017

Geldend van 08-02-2017 t/m 21-04-2023

Intitulé

Subsidieverordening maatschappelijk welzijn gemeente Eersel 2017

Hoofdstuk 1 : ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door het college verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan de gemeente geleverde zaken of diensten.

  • b.

    Budgetsubsidie: een eenmalige, een eenjarige of een meerjarige subsidie, waarbij vooraf voor een bepaalde periode voor een bepaalde voorziening eventueel met een experimenteel karakter, een vast bedrag aan middelen wordt toegekend.

  • c.

    Subsidieprogramma: een door het college eenmaal per vier jaar vast te stellen overzicht van, voor een periode van maximaal vier jaren, ter beschikking te stellen subsidies.

  • d.

    Tussentijdse subsidiëring : subsidieaanvragen (eenmalig en structureel) die worden ingediend in een jaar waarin geen Subsidieprogramma wordt vastgesteld.

  • e.

    Voorziening: een activiteit op het terrein van het maatschappelijk welzijn.

  • f.

    Maatschappelijk welzijn: de beleidsterreinen zoals die zijn opgenomen in het door de gemeenteraad op 27 september 2016 vastgestelde Welzijnskader 2017 tot en met 2020.

  • g.

    Organisatie: een rechtspersoon of een door het college daarmee gelijkgestelde groep natuurlijke personen.

  • h.

    College: burgemeester en wethouders van de gemeente Eersel.

  • i.

    Raad: raad van de gemeente Eersel.

Artikel 2 Reikwijdte verordening

Subsidies kunnen worden verstrekt voorzover:

  • a.

    een voorziening een bijdrage levert aan het bereiken van de gemeentelijke doelen zoals die ten aanzien van het maatschappelijk welzijn zijn geformuleerd.

  • b.

    er een aantoonbare financiële noodzaak bestaat voor subsidie.

Artikel 3 Bevoegdheid raad

De raad stelt jaarlijks bij de vaststelling van de gemeentebegroting een subsidieplafond vast.

Artikel 4 Bevoegdheid college

Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met inachtneming van het in de gemeentebegroting opgenomen subsidieplafond en – indien de begroting nog niet is vastgesteld - onder de voorwaarde dat bij vaststelling van de gemeentebegroting voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Hoofdstuk 2: DE SUBSIDIEAANVRAAG

Artikel 5 Voorwaarden organisatie

Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een organisatie:

  • a.

    een zodanige bestuursvorm te bezitten dat de deelnemers, gebruikers, leden, vrijwilligers en/of beroepskrachten bij het beleid worden betrokken;

  • b.

    met inbegrip van de gevraagde subsidie over voldoende middelen te beschikken om de door haar gestelde doelen te kunnen verwezenlijken.

Artikel 6 Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een subsidieaanvraag voor een eenmalige activiteit op het terrein van het maatschappelijk welzijn in het lopende jaar kan bij het college schriftelijk worden ingediend tot twaalf weken voordat de activiteit plaatsvindt.

  • 2.

    Een subsidieaanvraag voor meerdere jaren en gericht op een structurele voorzienbare activiteit op het terrein van het maatschappelijk welzijn wordt voor 1 april voorafgaand aan de jaren waarop de subsidie betrekking heeft schriftelijk ingediend bij het college.

  • 3.

    In het jaar waarop het Subsidieprogramma wordt vastgesteld wordt een subsidieaanvraag ge-noemd onder 2 voor 1 mei voorafgaand aan de jaren waarop de subsidie betrekking heeft schriftelijk ingediend bij het college.

Artikel 7 Bij aanvraag in te dienen gegevens

  • 1.

    Bij de subsidieaanvraag dienen te worden gevoegd:

    • a.

      een omschrijving van de soort voorziening.

    • b.

      een omschrijving van de wijze waarop de voorziening bijdraagt aan het bereiken van de gemeentelijke doelen zoals die ten aanzien van het maatschappelijk welzijn zijn geformuleerd.

    • c.

      gegevens over de leden, deelnemers of verwachte bezoekers.

    • d.

      voor zover van toepassing, een omschrijving van de wijze waarop in de voorziening aandacht is voor specifieke doelgroepen en inclusief beleid ( integratie van mensen met een beperking).

    • e.

      een gespecificeerde begroting van baten en lasten en het aan het college gevraagde subsidiebedrag.

    • f.

      een overzicht van de financiële situatie van de organisatie.

    • g.

      het bankrekeningnummer.

  • 2.

    Voor zover van toepassing worden bij de subsidieaanvraag tevens gevoegd:

    • a.

      een inhoudelijk verslag over de voorafgaande subsidieperiode.

    • b.

      een financieel verslag over de voorafgaande subsidieperiode.

    • c.

      een opgave van de te heffen contributies, deelnemersbijdragen, tarieven of eventueel andere relevante gegevens.

  • 3.

    Indien een organisatie voor de eerste keer structurele subsidie (genoemd onder artikel 6 lid 2 en 3) aanvraagt dienen daarnaast de volgende bescheiden te worden verstrekt:

    • a.

      in het geval sprake is van een rechtspersoon, de oprichtingsakte of de statuten.

    • b.

      een opgave van de bestuurssamenstelling.

  • 4.

    Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie bij een of meer andere instanties heeft aangevraagd, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of die aanvragen.

  • 5.

    Het college kan ontheffing verlenen van een of meer in de vorige leden gestelde eisen, indien de naleving daarvan redelijkerwijs niet kan worden verlangd of geen aanwijsbaar belang daarmee is gediend.

  • 6.

    Het college kan regels vaststellen voor de vorm waarin aanvragen moeten worden ingediend.

Hoofdstuk 3: BESLUITVORMING

SUBSIDIEPROGRAMMA

Artikel 8 Voorlopige vaststelling Subsidieprogramma

Het college stelt vóór 1 oktober van het jaar volgend op het jaar waarin het Welzijnskader is vastgesteld het Subsidieprogramma voorlopig vast.

Artikel 9 Ter inzage legging

  • 1.

    Overeenkomstig het bepaalde in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt het voorlopig vastgestelde Subsidieprogramma voor een periode van zes weken voor eenieder ter inzage gelegd.

  • 2.

    Gedurende de inzage termijn wordt eenieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk of mondeling bij het college zijn zienswijze over het voorlopig vastgestelde Subsidieprogramma kenbaar te maken.

Artikel 10 Vaststelling Subsidieprogramma

  • 1.

    Het college stelt, de zienswijzen van belanghebbenden afgewogen te hebben, uiterlijk in de maand december van het jaar volgend op het jaar waarin het Welzijnskader is vastgesteld, het Subsidieprogramma vast.

  • 2.

    Het college bericht de aanvrager over de beslissing op de subsidieaanvraag binnen twee weken nadat het Subsidieprogramma is vastgesteld door middel van een schriftelijke beschikking waarin tevens de prestatieafspraken zijn opgenomen. Voor zover van toepassing omvatten de prestatieafspraken ook een omschrijving van de wijze waarop in de voorziening aandacht is voor specifieke doelgroepen en inclusief beleid (integratie van mensen met een beperking).

EENMALIGE EN TUSSENTIJDSE SUBSIDIËRING

Artikel 11 Beslistermijn eenmalige activiteit

  • 1.

    Het college beslist op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 6 lid 1 binnen 10 weken na de datum van ontvangst en met inachtneming van het in de gemeentebegroting opgenomen subsidieplafond. De beslissing kan eenmaal met twee weken worden verdaagd.

  • 2.

    Het college bericht de aanvrager over de beslissing op de subsidieaanvraag binnen twee weken nadat het besluit is genomen door middel van een schriftelijke beschikking waarin tevens de prestatieafspraken zijn opgenomen. Voor zover van toepassing omvatten de prestatieafspraken ook een omschrijving van de wijze waarop in de voorziening aandacht is voor specifieke doelgroepen en inclusief beleid (integratie van mensen met een beperking).

Artikel 12 Beslistermijn structurele activiteit

  • 1.

    In een jaar waarin geen subsidieprogramma wordt vastgesteld beslist het college op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 6 lid 2 binnen 10 weken na de datum van ontvangst met inachtneming van het in de gemeentebegroting opgenomen subsidieplafond en – indien de begroting nog niet is vastgesteld – onder de voorwaarde dat bij de vaststelling van de begroting voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. De beslissing kan eenmaal met twee weken worden verdaagd.

  • 2.

    Het college bericht de aanvrager binnen twee weken nadat het besluit is genomen over de beslissing op de subsidieaanvraag door middel van een schriftelijke beschikking waarin tevens de prestatieafspraken zijn opgenomen. Voor zover van toepassing omvatten de prestatieafspraken ook een omschrijving van de wijze waarop in de voorziening aandacht is voor specifieke doelgroepen en inclusief beleid (integratie van mensen met een beperking).

OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 13 Publicatie

  • 1.

    Het Subsidieprogramma, met daarin opgenomen de organisaties, de toegekende subsidiebedragen en de prestatieafspraken, wordt binnen twee weken nadat het Subsidieprogramma is vastgesteld op de website van de gemeente Eersel gepubliceerd.

  • 2.

    In de maand december van elk jaar wordt een overzicht van organisaties die in dat jaar een eenmalige of tussentijdse subsidie hebben ontvangen gepubliceerd op de website van de gemeente Eersel. Het overzicht omvat naast gegevens over de organisaties ook de toegekende subsidiebedragen en de prestatieafspraken gekoppeld aan de subsidietoekenningen.

Artikel 14 Subsidieverlening en subsidievaststelling

  • 1.

    De beslissing als bedoeld in de artikelen 10, 11 en 12 omvat zowel de subsidieverlening als de subsidievaststelling.

  • 2.

    Desgewenst kan het college voorafgaand aan een subsidievaststelling een beschikking tot subsidieverlening geven.

  • 3.

    Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het college de subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen.

  • 4.

    Subsidievaststelling als bedoeld in lid 2 van dit artikel vindt plaats voor 31 december van het jaar volgend op dat waarin de gesubsidieerde voorziening heeft plaatsgevonden.

  • 5.

    Vaststelling van de subsidie kan geschieden voor een lager bedrag dan de verlening van de subsidie.

  • 6.

    Het college kan een beschikking tot subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.

Artikel 15 Weigeringsgronden

  • 1.

    Het college wijst de subsidieaanvraag af indien de voorziening niet voldoet aan het bepaalde in de artikelen 2 en/of 5 en/of 6 en/of 7 van deze verordening.

  • 2.

    Het college wijst de subsidieaanvraag eveneens af indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:

    • a.

      de voorziening niet of niet geheel zal worden getroffen.

    • b.

      de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

    • c.

      de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen over de getroffen voorziening en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.

  • 3.

    Het college wijst de subsidieaanvraag ook af indien de aanvrager:

    • a.

      in het subsidieverzoek onvoldoende heeft aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van de activiteiten waarvoor de subsidie is aangevraagd.

    • b.

      in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zouden hebben geleid, of

    • c.

      failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe de rechtbank is ingediend.

  • 4.

    Het college stelt beleidsregels vast met daarin voor organisaties een plafond qua eigen vermogen die past bij de aard en de omvang van de organisatie. Bij het overschrijden van dit plafond wijst het college de subsidieaanvraag af. Indien het een organisatie betreft die achtereenvolgens drie of meer jaren een subsidie heeft ontvangen wordt een passende afbouwregeling getroffen.

  • 5.

    Voorts wijst het college de subsidieaanvraag af als het subsidieplafond, zoals bedoeld in artikel 4, is bereikt.

Artikel 16 Voorbehoud weigeringsgronden

Indien aan een subsidieontvanger voor drie of meer achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voorziening geschiedt gehele of gedeeltelijke afwijzing van de subsidieaanvraag slechts met inachtneming van een redelijke termijn.

Artikel 17 Voorschriften

Het college kan aan een beschikking tot subsidieverlening voorschriften verbinden. De voorschriften kunnen na de subsidieverlening worden uitgewerkt voor zover de beschikking tot subsidieverlening dit vermeldt.

Hoofdstuk 4: VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER

Artikel 18 Verantwoording

  • 1.

    De subsidieontvanger die in het Subsidieprogramma is opgenomen of een subsidie ontvangt als bedoeld in de artikelen 11 en 12 en waarvan de verleende en vastgestelde subsidie:

    • a.

      Minder bedraagt dan € 5.000,-- per jaar, doet verslag als het college hierom verzoekt;

    • b.

      Meer bedraagt dan € 5.000,-- per jaar, doet verslag van het door haar gevoerde beleid. Hiertoe dient zij voor 1 juni in het jaar, volgend op dat waarin de gesubsidieerde voorziening heeft plaatsgevonden in:

      • een uitgebreid inhoudelijk verslag over het voorafgaande subsidiejaar waarin is vermeld welke activiteiten zijn uitgevoerd en in welke mate deze hebben bijgedragen aan de gemeentelijke doelen zoals die ten aanzien van maatschappelijk welzijn zijn geformuleerd, inclusief of de prestatieafspraken zijn nagekomen overeenkomstig hetgeen hierover in de subsidiebeschikking is opgenomen. Het inhoudelijk verslag dient indien van toepassing tevens te bevatten een omschrijving van de wijze waarin in het voorafgaande subsidiejaar aandacht is geweest voor specifieke doelgroepen en inclusief beleid (integratie van mensen met een beperking);

      • een financieel verslag van baten en lasten over het voorafgaande subsidiejaar waarin de afwijkingen ten opzichte van de in de begroting voor dat jaar opgenomen bedragen worden toegelicht;

      • een overzicht van de financiële situatie van de organisatie per 31 december van het voorgaande jaar;

      • gegevens over leden van de organisatie, deelnemers of bezoekers aan de activiteiten.

  • 2.

    Op basis van het verslag zoals bedoeld onder lid 1 beoordeelt het college jaarlijks inhoudelijk of de uitgevoerde activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gemeentelijke doelen zoals die ten aanzien van het maatschappelijk welzijn zijn geformuleerd, de mate waarin de prestatieafspraken zijn behaald en financieel of de verleende subsidie is ingezet voor het doel waarvoor deze is verstrekt.

Artikel 19 Meldplicht

  • 1.

    De subsidieontvanger doet het college onverwijld schriftelijk mededeling van gebeurtenissen waarvan hij weet of behoort te weten dat deze van belang zijn voor de subsidieverstrekking.

  • 2.

    Indien het college niet binnen vier weken na ontvangst van een mededeling als bedoeld in het eerste lid schriftelijk anders bericht, stemt hij daarmee in. Dit bericht kan voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.

Artikel 20 Voorschriften administratie

  • 1.

    De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie dat daaruit op eenvoudige wijze een overzicht kan worden verkregen van zijn bezittingen, vorderingen en schulden en van zijn exploitatieresultaten.

  • 2.

    De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende 7 jaren bewaard.

  • 3.

    Door of vanwege het college kan te allen tijde inzage worden verlangd in de onder lid 1 bedoelde administratie. De subsidieontvanger verleent daarbij alle medewerking en verstrekt alle inlichtingen, die met het oog op subsidieverstrekking van belang kunnen zijn.

Hoofdstuk 5: BETALING EN TERUGVORDERING

Artikel 21 Betaling

De subsidie wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald.

  • 1.

    Afhankelijk van de hoogte van de subsidie wordt deze uitbetaald:

    • a.

      Ineens.

    • b.

      In 2 of meer termijnen, te weten in gelijke delen uit te betalen in de, in de subsidiebeschikking aan te geven maanden van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

  • 2.

    In de beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 14 lid 2 wordt bepaald of betaling bij wijze van voorschot plaatsvindt. Bij de subsidievaststelling worden betaalde voorschotten verrekend met het vastgestelde subsidiebedrag.

  • 3.

    Op verzoek van de subsidieontvanger kan het college besluiten de subsidie in afwijking van het in lid 1 en 2 van dit artikel bepaalde uit te betalen.

  • 4.

    De verplichting tot betaling van de subsidie of een voorschot wordt opgeschort indien het college het voornemen bekend heeft gemaakt de subsidievaststelling in te trekken of ten nadele van de subsidieontvanger te wijzigen als bedoeld in artikel 14 lid 5 en 6.

Artikel 22 Terugvordering

  • 1.

    Als het in artikel 18 lid 1 genoemde verslag niet voor 1 juni is ontvangen of als dit naar het oordeel van het college niet compleet is dan kan het college besluiten dat het betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk wordt teruggevorderd.

  • 2.

    Mocht op basis van de beoordeling zoals in artikel 18 lid 2 vermeld, blijken dat naar het oordeel van het college de subsidie onterecht is verstrekt dan kan het college besluiten dat het betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk wordt teruggevorderd.

  • 3.

    Indien sprake is van beëindiging van de activiteiten als gevolg van opheffing van de organisatie en indien een batig liquidatiesaldo resteert kan het college terugvordering van dit saldo verlangen, tot maximaal de hoogte van de verleende subsidie.

Hoofdstuk 6: SLOTBEPALINGEN

Artikel 23 Nadere regels en onvoorziene situaties

  • 1.

    Het college is bevoegd over onderwerpen in deze verordening genoemd, nadere regels te stellen;

  • 2.

    In gevallen waarin deze verordening niet voorziet neemt het college de nodige beslissingen.

Artikel 24 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen van een of meer bepalingen van deze verordening afwijken dan wel deze buiten toepassing laten, voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 25 Inwerkingtreding en intrekking

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van haar bekendmaking en kan worden aangehaald als “Subsidieverordening maatschappelijk welzijn gemeente Eersel 2017”.

  • 2.

    De “Subsidieverordening maatschappelijk welzijn gemeente Eersel 2011”, vastgesteld door de raad op 5 april 2011, wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken.

Artikel 26 Overgangsbepaling

De in artikel 25 lid 2 vermelde verordening blijft van toepassing op subsidies, die vóór de inwerkingtreding van de in artikel 25 lid 1 vermelde verordening zijn aangevraagd, verleend of vastgesteld.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Eersel van 26 januari 2017

DE RAAD VOORNOEMD

de griffier, de heer J.W.G. van Bree

de voorzitter, mevrouw J.A.M. Thijs-Rademakers

TOELICHTING bij de Subsidieverordening maatschappelijk welzijn gemeente Eersel 2017

ALGEMEEN

Artikel 4.23 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat het verstrekken van subsidie slechts mogelijk is op grond van een wettelijk voorschrift waarin geregeld is voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Voor de gemeente betekent de wettelijke verplichting van de Awb dat subsidiëring gebaseerd moet zijn op een verordening. De Awb kent een groot aantal bepalingen over de hoofdelementen van het subsidieproces. In verband met het veelal dwingende karakter van de Awb en uit een oogpunt van harmonisatie en uniformiteit zijn de relevante bepalingen uit de Awb in de subsidieverordening overgenomen en sluiten bepalingen in de verordening bij de Awb-bepalingen aan. Er is gekozen voor één subsidieverordening, die voor alle subsidies op het terrein van het maatschappelijk welzijn geldt. Het beleid inzake maatschappelijk welzijn is vastgelegd in het door de gemeenteraad op 27 september 2016 vastgestelde Welzijnskader 2017 tot en met 2020..

PER ARTIKEL

Artikel 2

Artikel 2 bepaalt dat subsidies kunnen worden verstrekt voor zover een voorziening een bijdrage levert aan het bereiken van de gemeentelijke doelstellingen zoals die ten aanzien van maatschappelijk welzijn zijn geformuleerd én er een aantoonbare financiële noodzaak bestaat voor subsidie. Het beleid inzake maatschappelijk welzijn is vastgelegd in het door de gemeenteraad op 27 september 2016 vastgestelde Welzijnskader 2017 -2020. Het college bepaalt of een voorziening een bijdrage levert aan het gemeentelijk welzijnsbeleid zoals in het Welzijnskader geformuleerd en zo ja, of en in hoeverre een gemeentelijke financiële bijdrage in de kosten daarvan wordt verstrekt.

Artikel 3

De raad stelt jaarlijks een subsidieplafond vast. In de regel valt dit qua tijdstip samen met de vaststelling van de gemeentebegroting.

Artikel 5

De organisatie dient in de stukken bij de subsidieaanvraag aan te tonen op welke wijze de gebruikers, leden etc. van de voorziening in de ontwikkeling van het aanbod zijn betrokken en hoe dit aanbod inspeelt op de vraag.

Artikel 7 lid 1

In artikel 7 lid 1 zijn de eisen opgenomen waaraan een subsidieverzoek dient te voldoen. Met het gestelde in lid 1 onder e wordt bedoeld het vermogensoverzicht c.q. balans per 31 december van het voorgaande jaar waaruit de bestemming van het vermogen blijkt.

Artikel 7 lid 2, sub a.

In het inhoudelijk verslag dient te worden vermeld of de voorziening is gerealiseerd overeenkomstig de subsidieverlening en bevat zo nodig een toelichting op de verschillen. Het inhoudelijk verslag geeft tevens aan in hoeverre de prestatieafspraken, zoals die zijn opgenomen in de subsidiebeschikking, zijn nagekomen en voor zover van toepassing in hoeverre specifieke doelgroepen zijn bereikt en/of aandacht is geweest voor inclusief beleid.

Artikel 8

Het college stelt voor 1 oktober 2017 het Subsidieprogramma 2018 tot en met 2021 voorlopig vast.

Artikel 10

Het college stelt uiterlijk in december 2017 het Subsidieprogramma 2018 tot en met 2021 definitief vast.

Artikel 11 lid 1 en artikel 12 lid 1.

De begrotingsvoorwaarde houdt in dat geen subsidie wordt verleend anders dan op grond van een vastgestelde gemeentebegroting. De voorwaarde in artikel 12 lid 1 is bedoeld voor de situatie dat subsidie wordt verleend op het moment dat de gemeentebegroting nog niet is vastgesteld. De rechtszekerheid eist dat het voorbehoud in de verleningsbeschikking wordt opgenomen.

Artikel 14 lid 1

De in de verordening vastgelegde, eveneens op de Awb afgestemde, procedure van subsidieverstrekking houdt in dat er juridisch drie relevante momenten zijn:

  • 1.

    de subsidieverlening;

  • 2.

    de subsidievaststelling;

  • 3.

    de subsidie-uitbetaling.

De subsidieverlening en de subsidievaststelling kunnen vaak zonder enig probleem samenvallen. Omwille van een zo efficiënt mogelijke werkwijze wordt dit in de procedure als uitgangspunt genomen.

De beschikking tot subsidieverlening bevat ondermeer:

  • a.

    een omschrijving van de voorziening waarvoor subsidie wordt verleend inclusief de prestatieafspraken die hieromtrent worden gemaakt;

  • b.

    het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;

  • c.

    het tijdvak waarvoor de subsidie wordt verleend, indien de subsidie wordt verleend in de vorm van een periodieke aanspraak op financiële middelen.

Artikel 14 lid 2 tot en met lid 6

Lid 2 tot en met lid 6 geldt voor die situaties waarbij subsidieverlening en subsidievaststelling afzonderlijk plaatsvindt.

Artikel 14 lid 6

Van intrekking of wijziging kan ondermeer sprake zijn indien:

  • a.

    veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten;

  • b.

    de voorzieningen, waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel zijn of zullen worden gerealiseerd;

  • c.

    de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking tot subsidieverlening zou hebben geleid;

  • d.

    met toepassing van artikel 12 een beroep wordt gedaan op het voorbehoud dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Bij intrekking of wijziging onderdeel a of d, vergoedt de gemeente de schade die de subsidieontvanger lijdt doordat hij in vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan hij zonder subsidie zou hebben gedaan.

De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval bedoeld onder c, sinds de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.

Artikel 18 lid 1

Als de verleende en vastgestelde subsidie meer bedraagt dan € 5.000,-- per jaar doet de

subsidieontvanger die in het Subsidieprogramma is opgenomen of een subsidie ontvangt als bedoeld

in de artikelen 11 en 12 voor 1 juni in het jaar, volgend op dat waarin de gesubsidieerde voorziening heeft plaatsgevonden, inhoudelijk verslag door het verstrekken van de volgende gegevens:

  • a.

    Een inhoudelijk verslag over het voorafgaande subsidiejaar:

    • dat vermeldt welke activiteiten zijn uitgevoerd en in welke mate deze hebben bijdragen aan de gemeentelijke doelen zoals die ten aanzien van maatschappelijk welzijn zijn geformuleerd inclusief of de prestatieafspraken zijn nagekomen overeenkomstig hetgeen hierover in de subsidiebeschikking is opgenomen.

    • dat voor zover van toepassing aangeeft in hoeverre aandacht is geweest voor specifieke doelgroepen en inclusief beleid;

  • b.

    Een financieel verslag over het voorafgaande subsidiejaar:

    • dat aansluit op de begroting waarvoor subsidie is verleend;

    • een vergelijking behelst met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het afgelopen jaar;

    • een overzicht geeft van de financiële situatie van de organisatie per 31 december van het voorafgaande jaar (vermogensoverzicht, balans) waaruit de bestemming van het vermogen blijkt;

    • het resultaat vermeldt van een (interne) controle van de administratie dat, indien daarom bij besluit van het college is verlangd, omvat een accountantsverklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening.

  • c.

    Aantallen leden van de organisatie, deelnemers of bezoekers aan de activiteiten over het voorgaande subsidiejaar

Artikel 19 lid 1

De hier bedoelde gebeurtenissen kunnen ondermeer betreffen:

  • a.

    Beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon.

  • b.

    Relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische situatie.

  • c.

    Ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen;

  • d.

    Wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 22 lid 1

Subsidieontvangers waarvan de verleende en vastgestelde subsidie meer bedraagt dan € 5.000,-- per jaar dienen verslag te doen van het gevoerde beleid. Hiertoe dienen voor 1 juni in het jaar volgend op dat waarin de gesubsidieerde voorziening heeft plaatsgevonden de in artikel 18 lid 1 genoemde stukken te worden overgelegd. Als subsidieontvangers de stukken niet voor de gestelde datum kunnen overleggen, dan dienen zij dit schriftelijk en gemotiveerd voor 1 juni aan het college kenbaar te maken, waarna mogelijk uitstel kan worden verleend.

Ondertekening