Legesverordening fysieke diensten Maastricht 2017

Geldend van 15-04-2017 t/m 01-01-2018

Intitulé

Legesverordening fysieke diensten Maastricht 2017

DE RAAD VAN DE GEMEENTE MAASTRICHT,

gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 15 november 2016, organisatieonderdeel BCC-Concernzaken, no. 2016-32890

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en

onderdeel b, van de Gemeentewet, en artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

BESLUIT VAST TE STELLEN DE VOLGENDE VERORDENING:

Verordening op de heffing en de invordering van leges fysieke diensten Maastricht 2017

(Legesverordening fysieke diensten Maastricht 2017)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • b.

    week: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

  • c.

    maand: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand;

  • d.

    jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • e.

    kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;

  • f.

    Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

  • g.

    sociaal-culturele instellingen: stichtingen en verenigingen, met inbegrip van Buurtkaders, waarvan uit de statuten een sociale, pedagogische, sportieve, charitatieve, educatieve en/of culturele doelstelling blijkt. Verenigingen en stichtingen met een commercieel doel in de statuten zijn hieronder niet te verstaan;

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Artikel 4 Vrijstellingen

  • 1.

    Leges worden niet geheven voor:

    • a.

      diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

    • b.

      de raadpleging van kadastrale stukken als bedoeld in artikel 1.8.6 van de tarieventabel ten behoeve van een rijks-, provinciale of gemeentedienst of van een waterschap.

  • 2.

    Op aanvraag, en uiterlijk drie maanden na aanvangsdatum van het evenement, worden geen leges geheven voor bepaalde activiteiten ten behoeve van evenementen van sociaal-culturele instellingen waarvan de opbrengsten aangewend worden om de continuïteit van de eigen activiteiten te waarborgen. De aanvrager van het evenement dient op het aanvraagformulier aan te geven dat de organisatie en het evenement voldoen aan deze voorwaarden.

  • 3.

    De in het tweede lid bedoelde vrijstelling geldt voor de volgende in de tarieventabel opgenomen bepalingen:

    • a.

      Artikel 1.19 (aanvraag ontheffing geluidshinderverordening)

    • b.

      Artikel 3.1.4 (aanvraag ontheffing als bedoeld in artikel 35 Drank- en Horecawet)

    • c.

      Artikel 3.2.1 (vergunning voor het houden van een evenement, art.3.1 en art.8.1 Evenementenverordening)

    • d.

      Voor een ontheffing in de zin van artikel 4.5.2 APV (kamperen buiten kampeercentrum)

    • e.

      Voor een vergunning in de zin van artikel 2.1.4.1 APV (loopwedstrijd / wielerwedstrijd)

  • 4.

    Op aanvraag, en uiterlijk drie maanden na aanvangsdatum van het evenement, worden geen leges geheven voor bepaalde activiteiten ten behoeve van evenementen georganiseerd door sociaal-culturele instellingen naar rato van dat deel van de netto-opbrengst van het evenement dat naar een goed doel gaat. Hiertoe dient voorafgaand aan het evenement een lijst van commerciële deelnemers te worden overlegd en een beschrijving van én een verklaring door de organisatie van het evenement overlegd te worden waaruit blijkt dat de gehele of gedeeltelijke netto-opbrengst naar de goede doelen zullen worden overgemaakt.

  • 5.

    De in het vierde lid bedoelde vrijstelling geldt voor de volgende in de tarieventabel opgenomen bepalingen:

    • a.

      Artikel 1.19 (aanvraag ontheffing geluidshinderverordening)

    • b.

      Artikel 3.1.4 (aanvraag ontheffing als bedoeld in artikel 35 Drank- en Horecawet)

    • c.

      Artikel 3.2.1 (vergunning voor het houden van een evenement, art.3.1 en art.8.1 Evenementenverordening).

    • d.

      Voor een ontheffing in de zin van artikel 4.5.2 APV (kamperen buiten kampeercentrum)

    • e.

      Voor een vergunning in de zin van artikel 2.1.4.1 APV (loopwedstrijd / wielerwedstrijd

  • 6.

    Leges die betrekking hebben op activiteiten die plaatsvinden in het kader van campagnevoering voor verkiezingen van publiekrechtelijke lichamen, worden niet geheven, mits deze activiteiten niet eerder dan 6 maanden vóór de betreffende verkiezingen plaatsvinden.

  • 7.

    De leges die betrekking hebben op art. 1.19.1 van de tarieventabel, worden niet geheven voor het organiseren van een betoging in de zin van artikel 2.1.2.2.APV.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

    • 1.

      De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

    • 2.

      Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet.

    • 3.

      Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt, met uitzondering van Titel 2, Hoofdstuk 3.

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst kan worden verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

    1. hoofdstuk 16 (kansspelen)

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.

Artikel 12 Overgangsrecht

De Legesverordening fysieke diensten Maastricht 2016 van 3 november 2015 en zoals nadien gewijzigd op 15 december 2015 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de 1 januari 2017.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening fysieke diensten Maastricht 2017.

Aldus besloten door de raad der gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 13 december 2016.

De Grifffier,

J. Goossens

De Voorzitter,

J.M. Penn-te Strake

Tarieventabel legesverordening fysieke diensten Maastricht 2017

Tarieventabel behorende bij de ‘Legesverordening fysieke diensten Maastricht 2017

Titel 1 Algemene dienstverlening

Hoofdstukken 1 tot en met 7 maken geen deel uit van deze verordening en tarieventabel

2017

2017

Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie

1.8.1

Het tarief voor de raadpleging van de bij de sector ruimte berustende vergunningen, tekeningen en bestemmingsplannen bedraagt, voor ieder kwartier of gedeelte daarvan:

€ 20,95

1.8.2

Het tarief voor het op verzoek van belanghebbenden verlenen van hulp bij de raadpleging, bedoeld onder 1.8.1, bedraagt, voor elk kwartier of gedeelte daarvan:

€ 20,95

1.8.3

Het tarief voor het maken van kopieën van tekeningen, vergunningen en bestemmingsplannen bedraagt, voor elk kwartier of gedeelte daarvan:

€ 20,95

1.8.4

Het tarief voor een afdruk van een straatwandtekening in het kader van het beschermd stadsgezicht bedraagt:

€ 408,50

1.8.5

Het tarief voor het verstrekken van informatie uit het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, bedraagt:

€ 10,20

1.8.6

Het tarief voor het verstrekken van informatie uit Kadaster OnLine bedraagt:

€ 6,80

1.8.7

Het tarief voor een abonnement op lijsten van straatnamen en huisnummeringen bedraagt:

€ 288,90

1.8.8

Het tarief voor een abonnement op lijsten van ingeschreven bouwactiviteiten bedraagt:

€ 35,60

Hoofdstuk 10 en 11 maken geen deel uit van deze verordening en tarieventabel

Hoofdstuk 12 Leegstandwet

analoge aanvraag

digitale aanvraag

1.12

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

1.12.1

tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet

1.12.1.1

voor één woning:

€ 201,30

€ 183,00

1.12.1.2

voor 2 tot en met 10 woningen:

€ 598,10

€ 543,75

1.12.1.3

voor 11 tot en met 25 woningen:

€ 687,85

€ 625,30

1.12.1.4

voor 26 tot en met 50 woningen:

€ 732,70

€ 666,10

1.12.1.5

voor meer dan 50 woningen:

€ 927,50

€ 842,80

1.12.2

tot het verlengen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet

€ 186,90

€ 169,90

Hoofdstuk 14 Markten

analoge aanvraag

digitale aanvraag

1.14.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een eerste c.q. nieuw verzoek om op de wachtlijst(en)/sollicitantenlijsten van gegadigde voor de dag- en weekmarkt(en) geplaatst te worden ingevolge de vigerende “Marktverordening Maastricht" bedraagt.

€ 36,50

€ 33,20

1.14.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek tot verlenging van de inschrijving op de wachtlijst(en) van gegadigden voor de dag- en weekmarkt(en) ingevolge de vigerende “Marktverordening Maastricht" voor de periode van een jaar, bedraagt:

€ 18,25

€ 16,60

Hoofdstuk 15 Winkeltijden

analoge aanvraag

digitale aanvraag

1.15.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing op grond van de vigerende Winkeltijdenwet en/of een ontheffing op grond van de Verordening winkeltijden Maastricht 2013, bedraagt:

€ 37,80

€ 34,35

1.15.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing voor een avondwinkel op grond van de vigerende Winkeltijdenwet en/of artikel 6 van de Verordening Winkeltijden Maastricht 2013, bedraagt:

€ 118,15

€ 107,40

Hoofdstuk 16 Kansspelen

analoge aanvraag

digitale aanvraag

1.16.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag terzake een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen en artikel 3 van het speelautomatenbesluit:

1.16.1.1

voor één kansspelautomaat:

€ 226,00

n.v.t.

1.16.1.2

voor iedere volgende kansspelautomaat:

€ 136,00

n.v.t.

1.16.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)

€ 43,95

€ 39,90

1.16.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren of doen exploiteren van een speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de vigerende Verordening speelautomatenhallen en speelautomaten Maastricht 2001, exclusief de aanwezigheidsvergunning, bedraagt:

€ 1.292,85

n.v.t.

1.16.3.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een reeds verleende vergunning, als bedoeld in 1.16.3, bedraagt:

€ 217,45

n.v.t.

1.16.3.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een reeds verleende vergunning, als bedoeld in 1.16.3, die een wijziging van de leidinggevende(n) inhoudt, bedraagt voor de eerste leidinggevende:

€ 34,50

n.v.t.

1.16.3.3

voor iedere volgende leidinggevende:

€ 17,25

n.v.t.

Hoofdstuk 17 Telecommunicatie

analoge aanvraag

digitale aanvraag

1.17.1

Het tarief ter zake het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent tijdstip, plaats en werkwijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet, c.q. een aanvraag als bedoeld in artikel 4 en volgende van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 2016 gemeente Maastricht, bedraagt:

€ 354,65

€ 322,40

1.17.2

Dit tarief wordt, indien het betreft werkzaamheden in tegel-, klinker- en sierbestratingen, alsmede gesloten verhardingen, voor zover de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond, per strekkende meter sleuf verhoogd met:

€ 1,45

€ 1,30

1.17.3

Dit tarief wordt, indien het betreft werkzaamheden in bermen, groenstroken en dergelijke, voor zover de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond, per strekkende meter sleuf verhoogd met:

€ 1,45

€ 1,30

1.17.4

Dit tarief wordt, indien met betrekking tot een melding overleg moet plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk, verhoogd met:

€ 118,20

€ 107,45

1.17.5

De verwijderingsbijdrage als bedoeld in artikel 13 lid 5 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 2016 gemeente Maastricht bedraagt, per strekkende meter kabel:

€ 3,60

€ 3,25

Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer

analoge aanvraag

digitale aanvraag

1.18.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om toepassing van artikel 9 van de Wegenwet (het onttrekken van een weg aan het openbaar verkeer) bedraagt:

€ 86,90

n.v.t.

1.18.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing op grond van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 van de gesloten-verklaring milieuzone, bedraagt:

1.18.2.1

voor een dagontheffing:

€ 27,07

n.v.t.

1.18.2.2

voor een jaarontheffing:

€ 270,65

n.v.t.

1.18.3

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om vergunning tot het plaatsen - ten behoeve van bouw-, onderhouds- en/of sloopwerk - van bouwmaterialen, werktuigen, keten, loodsen, (rol)steigers, schuttingen, (materiaal)containers e.d. bedraagt:

€ 88,40

€ 80,40

1.18.3.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag die wordt ingediend binnen de formele aanvraag termijn bepaald in artikel 1.3 van de Algemene plaatselijke verordening en - na beoordeling van de ambtenaar - binnen een kortere periode getoetst en behandeld kunnen worden, bedraagt:

1.18.3.1.1

tussen 1 en 3 weken:

€ 135,25

€ 122,95

1.18.3.1.2

binnen 1 week:

€ 182,11

€ 165,55

1.18.3.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlenging of wijziging van een al verleende vergunning bedraagt:

€ 44,00

€ 39,95

1.18.3.3

Indien het plaatsen van een opstal een (gedeeltelijke) wegafsluiting noodzaakt, worden bovenvermelde leges verhoogd met:

€ 52,30

n.v.t.

1.18.3.3

Bij het verzoek tot verlenging van een (gedeeltelijke) wegafsluiting:

€ 26,15

n.v.t.

1.18.4

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing op grond van het reglement Verkeersregels en Verkeerstekens, bedraagt:

€ 18,10

n.v.t.

1.18.5

Het tarief voor het verstrekken van een duplicaat van een ontheffing op grond van het reglement Verkeersregels en Verkeerstekens in verband met een gewijzigd kenteken, verlies, vermissing of diefstal - per ontheffingsbewijs, bedraagt:

€ 16,45

n.v.t.

1.18.6

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing van de Wegenverkeerswet voor het houden van oriëntatieritten, auto‑ rally's bedraagt:

€ 43,55

€ 43,20

1.18.7

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor zover noodzakelijk voor en direct samenhangend met de uitvoering van bijzondere transporten, bedraagt:

€ 52,70

n.v.t.

1.18.8

Het tarief voor de uitgifte van een ontheffingsbewijs bij een aanvraag van een ontheffing als bedoeld in Artikel 87 van RVV 1990 bedraagt:

(Door het bevoegd gezag kan ontheffing worden verleend van de artikelen 3, eerste lid, 4, 5, eerste en tweede lid, 6, eerste, tweede en derde lid, 8, 10, 23, eerste lid, 24, 25, 26, 42, 43, 46, 53, 61b, alsmede artikel 62 voor zover het betreft de verkeerstekens C1, C2, C4, C6 tot en met C21, C22a, D2, D4 tot en met D7, E1 tot en met E3, F7 en de verkeerstekens genoemd in de artikelen 73, 76, 77, 78, 81 en 98.)

€ 57,55

n.v.t.

1.18.9

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een parkeervergunning zoals bedoeld in de vigerende Verordening Parkeerregulering en Parkeerbelastingen, bedraagt:

€ 18,10

n.v.t.

1.18.10

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een parkeervergunning bij een kentekenwijziging of tot het verlenen van een duplicaat als bedoeld in de vigerende Verordening Parkeerregulering en Parkeerbelastingen ten gevolge van verlies, diefstal of vermissing, bedraagt:

€ 18,10

n.v.t.

1.18.11

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een individuele gehandicaptenparkeerplaats bedraagt, exclusief de kosten voor de aanleg van deze plaats:

€ 254,40

n.v.t.

1.18.12

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een parkeervergunning familiale hulpverlening op grond van de nota “Parkeerbeleid en de Hulpverlening” bedraagt:

€ 181,55

n.v.t.

1.18.13

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot de afgifte van een jaarontheffing voor 'kabelbedrijven' op grond van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 in combinatie met een jaarvergunning voor het parkeren op vergunninghoudersplaatsen en parkeerapparatuurplaatsen als bedoeld in de vigerende "Verordening Parkeerregulering en parkeerbelastingen" voor het verrichten van storingswerkzaamheden aan of op de openbare weg, bedraagt:

€ 476,25

n.v.t.

1.18.14

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag inzake Toeristisch Vervoer Maastricht bedraagt:

1.18.14.1

voor gemotoriseerd vervoer

€ 615,45

n.v.t.

1.18.14.2

voor ongemotoriseerd vervoer

€ 381,00

n.v.t.

1.18.15

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing op grond van de nota “Parkeren bij Hotels” bedraagt:

€ 732,70

n.v.t.

1.18.16

Het tarief voor de afgifte van een bezoekersparkeerpas bedraagt voor een

1.18.16.1

nieuwe pas:

€ 10,65

n.v.t.

1.18.16.2

vervangende pas (na verlies of diefstal):

€ 12,05

n.v.t.

1.18.17

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 22, lid 1, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen bedraagt:

€ 182,70

n.v.t.

1.18.18

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verstrekking van een landelijke gehandicaptenkaart bedraagt,

1.18.18.1

in geval van een standaard, uitgebreid, verkort, afgebroken of vervallen geneeskundig onderzoek: het factuurbedrag onafhankelijke keuringsdienst, vermeerderd met:

€ 46,05

n.v.t.

1.18.18.2

zonder geneeskundig onderzoek:

€ 46,05

n.v.t.

1.18.19

Het tarief voor het verstrekken van een landelijke gehandicaptenkaart c.q. duplicaat tengevolge van vermissing, diefstal of verlies bedraagt:

€ 26,05

n.v.t.

Hoofdstuk 19 APV en Diversen

analoge aanvraag

digitale aanvraag

Geluid

1.19.1

Het tarief voor een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 2 van de vigerende geluidhinderverordening gemeente Maastricht, bedraagt per dag, per locatie:

€ 139,10

€ 126,45

met een maximum van:

€ 539,15

€ 502,00

Terrassen

1.19.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een terrasvergunning bedraagt:

€ 118,10

€ 107,35

1.19.2.1

Indien ter zake de aanvraag om een terrasvergunning advies van de welstandscommissie wordt ingewonnen, wordt dit tarief verhoogd met:

€ 65,10

n.v.t.

1.19.2.2

Het tarief voor een verzoek voor het overschrijven van een terrasvergunning, gedurende de looptijd van bedoelde vergunning, van de geregistreerde exploitant naar de nieuwe exploitant bedraagt:

€ 37,80

€ 34,35

Stratenplan

1.19.3

Het tarief voor het in behandeling nemen van een stratenplan cf. vigerend uitstallingenbeleid bedraagt:

€ 242,00

€ 220,00

Ligplaatsen

1.19.4

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ligplaatsvergunning zoals bedoeld in de Verordening Woonschepen Zuid-Willemsvaart 2007 bedraagt:

€ 113,20

n.v.t.

1.19.4.1

Het tarief voor aanpassingen, toevoegingen en weigeringen in lopende vergunningen als bedoeld in 1.19.4 bedraagt:

€ 39,95

n.v.t.

1.19.4.2

Het tarief voor overschrijving van lopende vergunningen als bedoeld in 1.19.4 van de vergunninghouder naar rechtverkrijgende, bedraagt:

€ 39,95

n.v.t.

Vuurwerk

1.19.5

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2.6.2 van de Algemene plaatselijke verordening (het aanwezig houden van vuurwerk voor particulieren) bedraagt:

€ 462,40

€ 416,20

Standplaatsen

1.19.6

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het verkopen of te koop aanbieden aan de weg, alsmede vergunning voor productinformatie en/of ideële groeperingen als bedoeld in artikel 5.2.3. van de Algemene plaatselijke verordening (inname standplaats), bedraagt:

1.19.6.1

per maand:

€ 37,80

€ 34,35

met een maximum van:

€ 189,00

€ 171,75

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

2.1.1.1

Onder de bouwkosten wordt in deze titel verstaan een raming van de bouwkosten exclusief BTW op basis van het product van de eenheidsprijzen voor het uit te voeren werk en de inhoud c.q. oppervlakte c.q. lengte van het bouwwerk, conform de bij deze verordening behorende en bijgevoegde bijlage ‘Regeling vaststellen bouwkosten ten behoeve van de leges’.

Voor bouwwerken die niet passen binnen het regime van vaststelling van bouwkosten op basis van de ‘Regeling vaststellen bouwkosten ten behoeve van de leges’ geldt de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen ten behoeve van de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, exclusief omzetbelasting. Voor het vaststellen van de aannemingssom wordt gebruik gemaakt van de meest recente uitgave van de serie Taxatieboekjes (her)bouwkosten woningen c.q. bedrijfspanden van BIM Media B.V.

Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft.

2.1.1.2

Onder een bouwinitiatief/principeverzoek wordt verstaan een als zodanig door de verzoeker kenbaar gemaakt plan dat tenminste bestaat uit de bescheiden die nodig zijn voor het beoordelen van de (bouw)activiteit en dan met name op de onderdelen zoals bedoeld in artikel 2.10, lid 1, sub c en d van de Wabo (bestemmingsplan en welstand).

2.1.1.3

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

2.1.2

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

2.1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag/principeverzoek

2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

2.2.1

tot het houden van vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is

30%

van de leges zoals deze bij een daadwerkelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor het project zouden worden vastgesteld.

2.2.2

tot het beoordelen van een conceptaanvraag om een omgevingsvergunning:

30%

van de leges zoals deze bij een daadwerkelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor het project zouden worden vastgesteld.

2.2.2.1

Indien voor de behandeling van de onder 2.2.1 en 2.2.2 genoemde aanvraag een advies, of (op verzoek van de aanvrager) een hernieuwd advies, wordt gevraagd van de welstandscommissie, wordt het tarief verhoogd met het overeenkomstig artikel 2.3.1.2 verschuldigde bedrag.

2.2.2.2

Indien binnen 26 weken na het verkrijgen van deze beoordeling een op basis van het ingediende bouwinitiatief/principeverzoek een aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, wordt:

90%

van de op grond van artikel 2.2.2 betaalde leges daarmee verrekend.

2.2.3

In afwijking van 2.2.1 geldt voor het in behandeling nemen van een bouwinitiatief/principeverzoek tot het uitsluitend verkrijgen van een toets over bestemmingsplan en stedenbouwkundige bepalingen van de bouwverordening indien er geen sprake is van planologisch strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub c van de Wabo (schriftelijke verklaring geen strijd bestemmingsplan / bevestiging bestemming toegestaan), een tarief van:

€ 71,25

2.2.4

Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek tot wijziging van het vigerende bestemmingsplan in verband met het voornemen een omgevingsvergunning aan te vragen voor een met de bepalingen van het vigerende bestemmingsplan strijdige bouwactiviteit c.q. een verzoek de kaders of randvoorwaarden vast te stellen voor de herontwikkeling van een locatie in afwijking van het geldende bestemmingsplan bedraagt:

€ 2.303,50

2.2.5

Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek tot wijziging van het vigerende bestemmingsplan in verband met het voornemen een omgevingsvergunning aan te vragen voor een met de bepalingen van het vigerende bestemmingsplan strijdige bouwactiviteit c.q. een verzoek de kaders of randvoorwaarden vast te stellen voor de herontwikkeling van een locatie in afwijking van het geldende bestemmingsplan in combinatie met toepassing van artikel 76a van de Wet geluidhinder, in verband met het inwinnen van een milieudeskundig advies en het toekennen van een hogere waarde, bedraagt:

€ 2.693,75

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

2.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project bedraagt: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

2.3.1

Bouwactiviteiten

Op andere wijze

Digitaal via OLO

2.3.1.1

Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2.3.1.1.1

indien de bouwkosten minder dan € 50.000 bedragen, per € 500:

€ 18,45

Geen differentiatie

waarbij een minimum geldt van:

€ 163,70

€ 113,70

2.3.1.1.2

indien de bouwkosten € 50.000 tot € 250.000 bedragen:

€ 1.845,00

€ 1.645,00

vermeerderd met, voor elke € 500 waarmee het bedrag aan bouwkosten de € 50.000 overstijgt:

€ 17,55

Geen differentiatie

2.3.1.1.3

indien de bouwkosten € 250.000 tot € 500.000 bedragen:

€ 8.865,00

€ 8.365,00

vermeerderd met, voor elke € 500 waarmee het bedrag aan bouwkosten de € 250.000 overstijgt:

€ 16,70

Geen differentiatie

2.3.1.1.4

indien de bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen:

€ 17.215,00

€ 16.215,00

vermeerderd met, voor elke € 500 waarmee het bedrag aan bouwkosten de € 500.000 overstijgt:

€ 15,95

Geen differentiatie

2.3.1.1.5

indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 2.500.000 bedragen:

€ 33.165,00

€ 32.165,00

vermeerderd met, voor elke € 500 waarmee het bedrag aan bouwkosten de € 1.000.000 overstijgt:

€ 15,35

Geen differentiatie

2.3.1.1.6

indien de bouwkosten € 2.500.000 tot € 5.000.000 bedragen:

€ 79.215,00

€ 78.215,00

vermeerderd met, voor elke € 500 waarmee het bedrag aan bouwkosten de € 2.500.000 overstijgt:

€ 14,75

Geen differentiatie

2.3.1.1.7

indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 10.000.000 bedragen:

€ 152.965,00

€ 151.965,00

vermeerderd met, voor elke € 500 waarmee het bedrag aan bouwkosten de € 5.000.000 overstijgt:

€ 14,30

Geen differentiatie

2.3.1.1.8

indien de bouwkosten € 10.000.000 of meer bedragen:

€ 295.965,00

€ 294.965,00

vermeerderd met, voor elke € 500 waarmee het bedrag aan bouwkosten de € 10.000.000 overstijgt:

€ 14,05

Geen differentiatie

Welstandstoets

2.3.1.2

Indien ter zake de aanvraag om vooroverleg, een principeverzoek of een omgevingsvergunning het inwinnen van een advies of op verzoek van de aanvrager een hernieuwd advies van de welstandscommissie of ambtelijke toetsing voor het onderdeel bouwactiviteiten en voor het onderdeel (onderhoud) monument en slopen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en / of f van de Wabo noodzakelijk is, wordt het onder 2.3.1.1 genoemde tarief per behandeling verhoogd met:

2.3.1.2.1

indien de bouwkosten minder dan € 50.000 bedragen:

€ 60,65

2.3.1.2.2

indien de bouwkosten € 50.000 tot € 250.000 bedragen:

€ 106,20

2.3.1.2.3

indien de bouwkosten € 250.000 tot € 500.000 bedragen:

€ 185,80

2.3.1.2.4

indien de bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen:

€ 325,15

2.3.1.2.5

indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 2.500.000 bedragen:

€ 569,05

2.3.1.2.6

indien de bouwkosten € 2.500.000 tot € 5.000.000 bedragen:

€ 995,85

2.3.1.2.7

indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 10.000.000 bedragen:

€ 1.742,70

2.3.1.2.8

indien de bouwkosten € 10.000.000 of meer bedragen:

€ 3.049,75

Achteraf ingediende aanvraag

2.3.1.3

Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 en 2.3.1.2 bedraagt het tarief, indien de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit:

150%

van de op grond van het betreffende onderdeel verschuldigde leges.

Aanlegactiviteiten

2.3.2

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag terzake een omgevingsvergunning als bedoeld in art 2.1 lid 1 sub b van de Wabo (ten behoeve van een aanlegactiviteit) een bedrag van

€ 325,60

Planologisch strijdig gebruik ongeacht of er wel of geen sprake is van een bouwactiviteit

2.3.3

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, al dan niet in combinatie met een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1, en het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2.3.3.1

juncto art. 2.12, lid 1, sub a, van de Wabo (BEOORDELING afwijking) bedragen

€ 185,30

Verhoogd met:

2.3.3.2

juncto art. 2.12, lid 1, sub a, onder 1 van de Wabo (BEOORDELING binnenplanse afwijking) bedragen

€ 140,00

2.3.3.3

juncto art. 2.12, lid 1, sub a, onder 2 van de Wabo (BEOORDELING buitenplanse kleine afwijking of tijdelijke afwijking) bedragen:

€ 280,05

2.3.3.3.1

juncto art. 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wabo (BEOORDELING projectbesluit) bedragen: bouwkosten en/of aanlegkosten minder dan € 500.000:

€ 4.229,70

2.3.3.3.2

juncto art. 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wabo (BEOORDELING projectbesluit) bedragen: bouwkosten en/of aanlegkosten vanaf € 500.000 tot € 2.000.000:

€ 5.929,00

2.3.3.3.3

juncto art. 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wabo (BEOORDELING projectbesluit) bedragen: bouwkosten en/of aanlegkosten meer dan € 2.000.000:

€ 8.471,70

2.3.3.4

De leges voor het in behandeling nemen van een verzoek om planologische toets, om te beoordelen of het gebruik ten behoeve van woningsplitsing en/of kamerverhuur past binnen de voorschriften van het bestemmingsplan, een bedrag van

€ 153,00

per locatie.

Beoordeling aanvullende gegevens

analoge aanvraag

digitale aanvraag

2.3.4

Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die uit eigen beweging worden ingediend, nadat de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag al in behandeling is genomen:

€ 43,95

€ 39,90

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid

2.3.5

Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten,

2.3.5.1

voor het ingebruiknemen van een bouwwerk in de zin van artikel 2.2, lid 1 sub a Besluit omgevingsrecht,

2.3.5.1.1

tot maximaal 50 personen:

€ 3.036,50

2.3.5.1.2

voor meer dan 50 personen:

€ 4.926,45

2.3.5.2

voor het ingebruiknemen van een bouwwerk in de zin van artikel 2.2, lid 1 sub b Besluit omgevingsrecht,

2.3.5.2.1

tot maximaal 100 personen:

€ 3.036,50

2.3.5.2.2

voor meer dan 100 personen:

€ 4.926,45

2.3.5.3

Indien de aanvraag zoals bedoeld in 2.3.5 gelijktijdig met een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo wordt gedaan (samenloop bouwactiviteit), wordt het in artikel 2.3.5 genoemde tarief verminderd met:

75%

2.3.5.4.1

Indien bij de oplevering van de bouwwerkzaamheden blijkt dat het gebruik van een verleende omgevingsvergunning in marginale zin afwijkt:

- uitgangspunten blijven gehandhaafd,

- indeling en gebruik veranderen niet wezenlijk (minder dan 10%)

- compartimentering en brandveiligheidsinstallaties wijzigen niet in concept,

- gelijkwaardigheidsprincipe wijzigt niet, en

- bij administratieve wijzigingen,

en derhalve een nieuwe omgevingsvergunning moet worden verleend, wordt het in artikel 2.3.5 genoemde tarief verminderd met:

80%

2.3.5.4.2

Indien het gebruik van de verleende omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt het in artikel 2.3.5 genoemde tarief verminderd met:

60%

2.3.5.4.3

Het tarief voor een aanvraag zoals bedoeld in 2.5.1 en 2.5.2, die niet rechtstreeks voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 6 en 7 van het Bouwbesluit 2012 en dus uitsluitend kan worden verleend op basis van artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012 (gelijkwaardigheid), wordt vermeerderd met:

50%

2.3.6

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

2.3.6.1

Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning voor onderhoudswerkzaamheden betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo, een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 71,25

2.3.6.2

Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning voor een Rijksmonument betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo, waarvoor de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed geen afzonderlijk advies verstrekt, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 354,85

2.3.6.3

Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning voor een Rijksmonument betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo, waarvoor aan de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed een afzonderlijk advies verstrekt, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 1.049,40

Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht

2.3.7

Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 193,90

2.3.7.1

Indien het slopen waarvoor een omgevingsvergunning (sloopactiviteit) wordt gevraagd tevens vergunningplichtig is ingevolge art. 2.1 lid 1 sub f, g en h van de Wabo wordt het onder 2.3.6.1 tot en met 2.3.6.3 genoemde tarief eenmalig verhoogd met een bedrag van

€ 193,90

2.3.8

Uitweg/inrit

2.3.8.1

Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 176,40

Alarminstallatie

2.3.8.2

Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning betrekking heeft op het in, op of aan een onroerende zaak hebben van een alarminstallatie die een voor de omgeving opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren, waarvoor ingevolge artikel 2.4.16 van de Algemene plaatselijke verordening (alarminstallaties) een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 27,45

Stookverbod

2.3.8.3

Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5.5.1, derde lid van de Algemene plaatselijke verordening (verbod vuur te stoken), bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 60,90

2.3.9

Kappen

2.3.9.1

Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van de Bomenverordening een vergunning is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 52,40

2.3.9.2

Handelsreclame

2.3.9.2.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft het verkrijgen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2 lid 1 sub h van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 76,55

2.3.9.2.2

Indien ter zake de behandeling van een aanvraag als bedoeld in 2.3.10A.1 een advies van de welstandscommissie wordt ingewonnen, wordt het tarief in 2.3.10A.1 genoemde tarief verhoogd met:

€ 38,25

2.3.10

Projecten of handelingen in het kader van de Wet natuurbescherming (bescherming van een Natura 2000-gebied)

2.3.10.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied als bedoeld in artikel 2.7, lid 2 van de Wet natuurbescherming, waarvoor Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg een verklaring van geen bedenkingen dient te geven of te weigeren ingevolge artikel 2.27, lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:

2.3.10.2

het van toepassing zijnde tarief zoals opgenomen in paragraaf 2.6 van de vigerende Tarieventabel behorende bij de vigerende Legesverordening van de Provincie Limburg inzake het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats of soorten in of nabij een Natura 2000-gebied als bedoeld in artikel 2.7, lid 2 van de Wet natuurbescherming. Dit tarief bedraagt:

2.3.10.1

a. Landbouw en overige

€ 2.491,80

2.3.10.2

b. Industrie

€ 12.377,90

2.3.10.3

c. Infrastructuur

€ 18.559,25

Voor zover deze tarieven door Provinciale Staten van de Provincie Limburg zijn gewijzigd zijn de vigerende tarieven van kracht.

2.3.11

Leges in het kader van de Wet natuurbescherming worden niet geheven voor:

2.3.11.1

Het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning in het kader van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats of soorten in of nabij een Natura 2000-gebied betrekking hebbende op evenementen en het beheer van een Natura-gebied.

Omgevingsvergunning in twee fasen

2.3.12

Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

2.3.12.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag terzake een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

2.3.12.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag ter zake een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

2.3.13

Beoordeling bodemrapport

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

2.3.13.1

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport

€ 339,85

2.3.14

Advies

2.3.14.1

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

2.3.14.2

Indien een begroting als bedoeld in subonderdeel 2.3.14.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

2.3.15

Verklaring van geen bedenkingen

2.3.15.1

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo:

€ 187,15

2.3.15.1.1

indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag terzake een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

2.3.15.1.2

Indien een begroting als bedoeld in subsubonderdeel 2.3.15.1.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

2.3.16

Duurzame voorzieningen

2.3.16.1

Onder het begrip 'duurzame voorziening' wordt verstaan:

- het plaatsen van isolerend glas;

- het plaatsen van een collector voor warmteopwekking;

- het plaatsen van een collector voor elektriciteitsopwekking.

2.3.16.2

Voor het treffen van duurzame voorzieningen aan particuliere (huur)woningen en gebouwen worden geen leges geheven, behoudens wanneer er in verband met een beschermd stadsgezicht en/of een monumentale status op grond van specifieke wetgeving een bijzondere vergunningplicht bestaat. In dit laatste geval wordt slechts artikel 2.3.1.1 (leges bouwactiviteiten) buiten toepassing gelaten, leges voor welstandsadvies (2.3.1.2) of monumentenadvies (2.3.6) zijn wel verschuldigd.

Hoofdstuk 4 Vermindering (vervallen)

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

2.5.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

2.5.1.1

Als een aanvrager zijn aanvraag ter zake een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat op verzoek van de aanvrager aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

50%

2.5.1.1.1

van de op grond van artikelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7 verschuldigde leges, en:

100%

2.5.1.1.2

Voor de op grond van de artikelen 2.1.3 t/m 2.1.9 verschuldigde leges, voor zover ter zake de aanvraag een of meer van de in deze artikelen genoemde procedures zijn gevolgd, wordt geen teruggaaf verleend.

2.5.1.2

Indien voor afgifte van een omgevingsvergunning als bedoeld in art. 2.1 lid 1 sub d van de Wabo de aanvraag ter zake de omgevingsvergunning wordt ingetrokken wordt op een desbetreffend verzoek van de aanvrager:

50%

van de op grond van art. 2.3.5 verschuldigde leges aan de aanvrager gerestitueerd.

2.5.1.3

Indien voor afgifte van een omgevingsvergunning als bedoeld in art. 2.3.8.1 de aanvraag ter zake de omgevingsvergunning wordt ingetrokken wordt op een desbetreffend verzoek van de aanvrager

70%

van de op grond van art. 2.3.5 verschuldigde leges aan de aanvrager gerestitueerd.

2.5.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

2.5.2.1

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, dan wel op grond van het feit dat niet binnen de in art. 2.33 lid 2 sub a van de Wabo gestelde termijn na het verlenen van de omgevingsvergunning een aanvang met de bouwwerkzaamheden is gemaakt, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen twee jaren na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:

50%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

2.5.3

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

2.5.3.1

Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 of 2.3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

50%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

2.5.3.2

Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit activiteiten als bedoeld in onderdeel 2.3.8.2 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

70%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

2.5.3.3

Onder een weigering bedoeld in onderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

2.5.4

Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen

2.5.4.1

Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.14 en 2.3.15 wordt geen teruggaaf verleend.

2.5.5

Teruggaaf leges bij melden start en gereedmelding

2.5.5.1

Indien de vergunninghouder op de voorgeschreven wijze voldoet aan de verplichting om de start van de werkzaamheden alsmede de ingebruikname van het bouwwerk te melden, vindt er ten aanzien van de reeds betaalde leges een teruggaaf plaats van:

€ 10,20

2.5.6.

Restitutiebepaling bij weigering omgevingsvergunning Wet natuurbescherming

2.5.6.1

Indien een omgevingsvergunning, die voorziet in projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied, door de Gemeente wordt geweigerd, als gevolg van het weigeren van een verklaring van geen bedenkingen met betrekking tot dit onderdeel door Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg, vindt restitutie door de Gemeente aan de aanvrager plaats van:

75%

van de geheven leges van de aanvrager.

2.5.7

Restitutie bij intrekking aanvraag Wet natuurbescherming

2.5.7.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning, die voorziet in projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied, door de aanvrager wordt ingetrokken alvorens daarop door de Gemeente is beschikt, vindt restitutie door de Gemeente aan de aanvrager als volgt plaats:

2.5.7.1.1

indien het verzoek tot intrekking is gedaan binnen zes maanden na datum van ontvangst van de aanvraag bij de Gemeente, vindt restitutie door de Gemeente aan de aanvrager plaats van

50%

van de geheven leges van de aanvrager

2.5.7.1.2

indien het verzoek tot intrekking is gedaan zes maanden na datum van ontvangst van de aanvraag bij de Gemeente, vindt restitutie plaats door de Gemeente aan de aanvrager

25%

van de geheven leges van de aanvrager

Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning (vervallen)

Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

2.7

Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het bouwen in afwijking van een verleende omgevingsvergunning, het bouwwerk waarvoor vergunning is verleend nog niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.12 van de bouwverordening gereed is gemeld en nog niet in gebruik is genomen, wordt, voor zover van toepassing, het bedrag van de leges overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2.1.1 vastgesteld, met dien verstande dat als bouwkosten gelden de bouwkosten van het bouwplan waarop de aanvraag betrekking heeft verminderd met de bouwkosten van het bouwplan waarvoor vergunning is verleend.

Het vorenstaande vindt geen toepassing indien de afwijking zodanig is dat in feite van een nieuw bouwplan moet worden gesproken. Van een nieuw bouwplan is in ieder geval sprake indien de gevraagde omgevingsvergunning niet kan worden verleend dan nadat ontheffing is verleend van planologische bepalingen, of indien ter zake de bouwactiviteit tevens een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub f van de Wabo (monumenten).

Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

2.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening

2.8.1.1

(bouw)kosten minder dan € 500.000:

€ 7.451,90

2.8.1.2

(bouw)kosten vanaf € 500.000 tot € 2.000.000:

€ 9.151,25

2.8.1.3

(bouw)kosten meer dan € 2.000.000:

€ 11.693,90

2.8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening

2.8.2.1

(bouw)kosten minder dan € 500.000:

€ 4.430,85

2.8.2.2

(bouw)kosten vanaf € 500.000 tot € 2.000.000:

€ 5.563,75

2.8.2.3

(bouw)kosten meer dan € 2.000.000: € 6.446,71

€ 6.575,65

Hoofdstuk 9 Bouwvergunning eerste of tweede fase op grond van oude wetgeving (vervallen)

Hoofdstuk 10 Overig

2.10.1

Indien uit hoofde van enig voorschrift publicatie en/of tervisielegging nodig is, wordt voor het publiceren en ter visie leggen van een activiteit het voor die activiteit geldende tarief eenmalig verhoogd met:

€ 117,40

2.10.2

Voor het in behandeling nemen van een melding tot wijziging van de tenaamstelling van een vergunning, als bedoeld in artikel 2.25 lid 2 Wabo, een bedrag van

€ 20,15

2.10.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een andere, in deze titel niet benoemde beschikking:

€ 39,95

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2

Hoofdstuk 1 Horeca

3.1

Het tarief bedraagt voor:

analoge aanvraag

digitale aanvraag

3.1.1

het in behandeling nemen van een aanvraag ter zake een vergunning op grond van artikel 3 (en, indien van toepassing, artikel 4) van de Drank- en Horecawet:

€ 571,20

€ 519,50

3.1.1.2

het in behandeling nemen van een aanvraag tot de bijschrijving op de DHW-vergunning van een leidinggevende

3.1.1.2.1

voor de eerste leidinggevende:

€ 131,90

€ 119,90

3.1.1.2.2

voor iedere volgende leidinggevende:

€ 43,95

€ 39,95

tot een maximum van:

€ 483,55

€ 439,60

3.1.1.3

het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een leidinggevende via het Digitaal Ondernemersdossier (DoD):

3.1.1.3.1

voor de eerste leidinggevende:

€ 79,95

3.1.1.3.2

voor iedere volgende leidinggevende:

€ 39,95

tot een maximum van:

€ 359,75

3.1.2

het in behandeling nemen van een aanvraag ter zake van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.3.1.2 lid 1 van de Algemene plaatselijke verordening (droge horecavergunning):

€ 571,20

€ 519,50

3.1.2.2

het in behandeling nemen van een aanvraag tot bijschrijving op de vergunning van de bedrijfsleider en/of beheerder:

3.1.2.2.1

voor de eerste leidinggevende:

€ 131,90

€ 119,90

3.1.2.2.2

voor iedere volgende leidinggevende:

€ 43,95

€ 39,95

tot een maximum van:

€ 483,55

€ 439,60

3.1.3.3

voor het weigeren van een exploitatievergunning Droge Horeca (APV 2.3.1.2 lid 1) op grond van het bestemmingsplan

€ 131,90

€ 119,90

3.1.4

het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet:

€ 18,25

€ 16,60

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten

analoge aanvraag

digitale aanvraag

3.2.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor het houden van een evenement zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Evenementenverordening gemeente Maastricht 2016 (en zoals nadien gewijzigd), met inbegrip van de aanvragen voor het houden van een wedstrijd, niet zijnde de wedstrijden als bedoeld in de WVW 1994, bedraagt:

€ 89,75

€ 81,60

3.2.1.1

Indien het een aanvraag voor het houden van een evenement een bezoekersaantal groter dan of gelijk aan 500 per dag en/of van drie dagen of meer betreft, bedraagt het tarief:

€ 134,00

€ 121,80

3.2.1.2

Het tarief voor de melding - en ná de melding, de annulering - van evenementen in gebouwen met een gebruiksvergunning, bedraagt:

€ 73,20

€ 66,55

3.2.1.3

Het tarief voor het wijzigen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het evenement, indien de aanvraag gewijzigd wordt gedurende de behandeling ervan, bedraagt:

€ 89,75

€ 81,60

3.2.1.4

Het tarief voor een vergunning voor wielertoertochten en/of wielerwedstrijden bedraagt:

€ 47,50

€ 43,20

3.2.1.5

Eenmalige bijdrage, indien uitvoeringsregeling evenementen van toepassing is:

€ 37,90

n.v.t.

Hoofdstuk 3 Seksbedrijven

analoge aanvraag

digitale aanvraag

3.3.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, lid 1 van de Algemene plaatselijke verordening (seksinrichtingenvergunning) bedraagt:

€ 659,40

€ 599,40

3.3.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot de bijschrijving op de vergunning van de bedrijfsleider en/of beheerder bedraagt:

3.3.2.1

voor de eerste leidinggevende:

€ 131,90

€ 119,90

3.3.2.2

voor iedere volgende leidinggevende:

€ 43,95

€ 39,95

tot een maximum van:

€ 483,55

€ 439,60

Hoofdstuk 4 Smart-, headshops

analoge aanvraag

digitale aanvraag

3.4.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.3.1a.2 van de Algemene plaatselijke verordening (Smart-, headshop) bedraagt:

€ 571,20

€ 519,50

3.4.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot de bijschrijving op de vergunning van de bedrijfsleider en/of beheerder bedraagt:

3.4.2.1

voor de eerste leidinggevende:

€ 131,90

€ 119,90

3.4.2.2

voor iedere volgende leidinggevende:

€ 43,95

€ 39,95

tot een maximum van:

€ 483,55

€ 439,60

3.4.3

voor het weigeren van een vergunning voor een smart/head/growshop als bedoeld in artikel 2.3.1a.2 van de APV op grond van het bestemmingsplan

€ 131,90

€ 119,90

Hoofdstuk 5 Beleidsregels / toetsingscriteria ontheffingen nachtzaken

analoge aanvraag

digitale aanvraag

3.5

Het tarief voor:

3.5.1

het in behandeling nemen van een aanvraag tot een ontheffing voor het exploiteren van een nachtzaak voor een periode van vijf jaar, of het verlenen van een proefontheffing van 12 maanden, bedraagt:

€ 878,25

€ 798,40

3.5.2

het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlengen van een proeftijd als bedoeld in 3.5.2, bedraagt:

€ 368,30

€ 334,80

3.5.3

het in behandeling nemen van een aanvraag tot een aanpassing in de nachtontheffing, na een wijziging in de ondernemersvorm van de vergunninghouder in de zin van artikel 29, eerste lid, Drank- en horecawet, bedraagt:

€ 239,20

€ 217,45

3.5.4

het in behandeling nemen van een aanvraag tot een verlenging van een vijfjarige vergunning van een nachtzaak, welke zonder nadere advisering en/of werkzaamheden zonder meer verlengd kan worden, bedraagt:

€ 239,20

€ 217,45

Hoofdstuk 6 In titel 1 en 3 niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

analoge aanvraag

digitale aanvraag

3.6

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een andere, in deze titel niet benoemde vergunning of ontheffing of tot het nemen van een andere beschikking, bedraagt:

€ 43,95

€ 39,90

Aldus besloten door de raad der gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 7 maart 2017.

De Griffier,

J. Goossens

De Voorzitter,

J.M. Penn-te Strake