Gemeenschappelijke regeling de Noordelijke Rekenkamer 2016

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Intitulé

Gemeenschappelijke regeling de Noordelijke Rekenkamer 2016

(zoals gewijzigd bij gelijkluidend besluit van provinciale staten van de provincies Groningen (op 14 december 2016; 76/2016), Fryslân (op 21 december 2016; 01368177) en Drenthe (op 14 december 2016; 2016-758)

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

1. de regeling: de gemeenschappelijke regeling de Noordelijke Rekenkamer 2016;

2. de deelnemende provincies: de provincies Groningen, Fryslân en Drenthe.

Artikel 2. Belangen

Het belang ter behartiging waarvan deze regeling is aangegaan, is het instellen van een gemeenschappelijke rekenkamer als bedoeld in artikel 79L van de Provinciewet.

Artikel 3. Gemeenschappelijk orgaan

1. Door de provinciale staten van de deelnemende provincies wordt een gemeenschappelijk orgaan als bedoeld in artikel 40, juncto artikel 8, tweede lid, van de wet gemeenschappelijke regelingen ingesteld.

2. Het gemeenschappelijke orgaan is genaamd de Noordelijke Rekenkamer en is gevestigd te Assen.

Artikel 4. Taak

De Noordelijke Rekenkamer heeft tot taak de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het bestuur van de deelnemende provincies gevoerde bestuur te onderzoeken.

Artikel 5. Bevoegdheden

Aan de Noordelijke Rekenkamer komen de bevoegdheden toe als genoemd in hoofdstuk XIA van de Provinciewet en voorts de bevoegdheden die bij of krachtens wettelijk voorschrift aan provinciale rekenkamers worden toegekend.

HOOFDSTUK II. INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Paragraaf 1.

Samenstelling

Artikel 6. Het college

De Noordelijke Rekenkamer bestaat uit drie leden die tezamen het college vormen.

Artikel 7. Vacature

1. In het geval van een vacature in het college van de Noordelijke Rekenkamer stelt de raad van advies, zoals bedoeld in artikel 21 van deze regeling, uit zijn midden een selectiecommissie in.

2. Bij haar voordracht van een nieuw lid van de Noordelijke Rekenkamer aan provinciale staten houdt de selectiecommissie rekening met de bestaande en gewenste deskundigheid binnen het college.

Artikel 8. Benoeming

1. De voorzitter en de overige leden van de Noordelijke Rekenkamer worden bij gelijkluidend besluit van provinciale staten van de deelnemende provincies benoemd voor een periode van 6 jaar. Na afloop van de termijn van 6 jaar kunnen provinciale staten de voorzitter en de leden eenmaal herbenoemen.

2. Voorafgaand aan een benoeming of herbenoeming pleegt de raad van advies, overeenkomstig artikel 79c, vijfde lid, van de Provinciewet, namens provinciale staten overleg met de leden van het college en de directeur-secretaris van de Noordelijke Rekenkamer.

Artikel 9. Eed

De leden van de Noordelijke Rekenkamer leggen in de vergadering van provinciale staten van de provincie Drenthe de eed (verklaring en belofte) af als bedoeld in artikel 79g van de Provinciewet. Daarnaast bieden provinciale staten de leden van het college van de Noordelijke Rekenkamer de gelegenheid zich te presenteren in de vergadering van de provinciale staten van de overige deelnemende provincies.

Artikel 10. Vergoeding en tegemoetkoming in de kosten

De leden van de Noordelijke Rekenkamer ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding. Voor de voorzitter en de leden bedraagt deze vergoeding per maand respectievelijk 20% en 10% van het maximum van salarisschaal 18 volgens de cao voor de provincies. Daarnaast kunnen zij gemaakte reis- en verblijfkosten declareren volgens het Reiskostenbesluit provincie Drenthe.

Paragraaf 2.

Werkzaamheden

Artikel 11. Reglement van orde

De Noordelijke Rekenkamer stelt een Reglement van orde voor haar vergaderingen en werkzaamheden vast.

Artikel 12. Vergaderingen

Het college vergadert jaarlijks ten minste 4 keer en voorts zo dikwijls als de voorzitter dat nodig oordeelt, dan wel een lid daartoe schriftelijk onder opgave van redenen verzoekt.

Artikel 13. Quorum

1. De vergadering van het college wordt niet geopend, indien niet ten minste twee leden tegenwoordig zijn.

2. Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen.

3. Indien de stemmen staken, wordt het nemen van het besluit uitgesteld tot de volgende vergadering, voor zover de aard van het te nemen besluit dit toestaat. Staken de stemmen tijdens deze vergadering opnieuw, dan beslist de voorzitter.

Artikel 14. De voorzitter

De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het college. Hij bevordert een spoedige afhandeling van zaken. Hij tekent de stukken die van de Noordelijke Rekenkamer uitgaan.

Artikel 15. Waarnemend voorzitter

Het college benoemt uit zijn midden een waarnemend voorzitter. De taken en bevoegdheden van de voorzitter worden bij diens afwezigheid of ontstentenis uitgeoefend door de waarnemend voorzitter.

Artikel 16. Privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen

Gedeputeerde staten van de deelnemende provincies dragen er zorg voor dat aan de Noordelijke Rekenkamer en aan haar voorzitter de bevoegdheid wordt verleend tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen ter uitvoering van de aan de Noordelijke Rekenkamer opgedragen taak.

Paragraaf 3.

Ambtelijke ondersteuning

Artikel 17. Het bureau

1. Er is een bureau van de Noordelijke Rekenkamer. Het bureau ondersteunt het college in de uitoefening van zijn werkzaamheden.

2. Aan het hoofd van het bureau staat een directeur-secretaris. De directeur-secretaris is tevens secretaris van het college van de Noordelijke Rekenkamer.

3. De directeur-secretaris wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het college van de Noordelijke Rekenkamer (in mandaat, namens gedeputeerde staten van Drenthe).

4. De overige ambtenaren worden benoemd door de directeur-secretaris en geschorst en ontslagen door het college van de Noordelijke Rekenkamer (in mandaat, namens gedeputeerde staten van Drenthe).

5. Op bezwaarschriften van de directeur-secretaris en op die van de overige ambtenaren inzake personele en organisatorische aangelegenheden neemt het college een besluit.

6. Alvorens te beslissen op een bezwaarschrift van de directeur-secretaris vraagt het college van de Noordelijke Rekenkamer de raad van advies om advies.

7. De bezoldiging en rechtspositie van de directeur-secretaris en van de overige ambtenaren van het bureau zijn gebaseerd op de rechtspositieregeling zoals deze is vastgesteld door of vanwege gedeputeerde staten van Drenthe. Gedeputeerde staten van Drenthe en het college van de Noordelijke Rekenkamer gezamenlijk zijn bevoegd te besluiten tot nadere invulling van deze rechtspositieregeling, indien dit noodzakelijk is in verband met de onafhankelijke positie van de Noordelijke Rekenkamer.

HOOFDSTUK III. BETREKKINGEN MET PROVINCIALE STATEN

Artikel 17a. Periodiek overleg

Er vindt periodiek overleg plaats tussen de raad van advies en het college van de Noordelijke Rekenkamer, waarin onder andere het functioneren van de Noordelijke Rekenkamer aan de orde komt.

Artikel 17b. Evaluatie

Elke zes jaar wordt de Noordelijke Rekenkamer extern geëvalueerd. De deelnemende provinciale staten verlenen gezamenlijk de opdracht tot evaluatie en stellen hiervoor het benodigde budget beschikbaar. Een en ander ter coördinatie door de raad van advies.

[De artikelen 18, 19 en 20 zijn komen te vervallen]

Paragraaf 1.

Raad van advies Noordelijke Rekenkamer

Artikel 21. Samenstelling en positie

1. Er is een raad van advies van de Noordelijke Rekenkamer, bestaande uit 9 leden.

2. Provinciale staten van deelnemende provincies benoemen ieder uit hun midden 3 leden. De raad van advies benoemt uit zijn midden de voorzitter.

3. De leden van de raad van advies vertegenwoordigen de provinciale staten van de eigen provincie richting de Noordelijke Rekenkamer, zonder last.

Artikel 22. Taak

1. De raad van advies heeft tot taak suggesties aan te dragen aan de Noordelijke Rekenkamer voor te verrichten onderzoek.

2. De raad van advies geeft gevraagd en ongevraagd adviezen aan de Noordelijke Rekenkamer over de uitvoering van haar taak.

3. De raad van advies bevordert een gecoördineerde besluitvorming van provinciale Staten van de deelnemende provincies over de Noordelijke Rekenkamer.

Artikel 23. Secretariaat

Het secretariaat van de raad van advies berust bij de Statengriffier van de provincie Drenthe.

Paragraaf 2.

Rapportage

Artikel 24. Rapportages

1. De Noordelijke Rekenkamer legt haar bevindingen en haar oordelen met betrekking tot de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door de deelnemende provincies gevoerde bestuur vast in rapportages.

2. De Noordelijke Rekenkamer deelt aan provinciale staten en aan gedeputeerde staten de opmerkingen en bedenkingen mee die zijn naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Zij kan ter zake voorstellen doen.

3. Indien het onderzoek mede betrekking heeft op instellingen als bedoeld in artikel 185 van de Provinciewet, deelt de Noordelijke Rekenkamer aan de betrokken instellingen de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht.

4. De Noordelijke Rekenkamer zendt een afschrift van haar rapporten aan provinciale staten, aan gedeputeerde staten en, indien van toepassing, aan de instellingen die op grond van artikel 185 van de Provinciewet aan onderzoek zijn onderworpen.

5. De rapporten van de Noordelijke Rekenkamer zijn openbaar. In de rapporten worden geen gegevens en bevindingen opgenomen die naar hun aard vertrouwelijk zijn.

Artikel 25. Jaarverslag

De Noordelijke Rekenkamer stelt elk jaar voor 15 april het verslag vast van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar. Het vastgestelde jaarverslag wordt openbaar gemaakt en in afschrift verzonden aan provinciale staten en gedeputeerde staten van de deelnemende provincies en aan de raad van advies.

Artikel 25a. Archief

De bepalingen betreffende zorg voor de archiefbescheiden van de provincie Drenthe, zijn op de Noordelijke Rekenkamer van overeenkomstige toepassing, waarbij gedeputeerde staten van de provincie Drenthe zijn aan te merken als zorgdrager, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Archiefwet 1995.

HOOFDSTUK IV FINANCIËN

Artikel 26. Begroting

1. De Noordelijke Rekenkamer stelt elk jaar voor 15 april de algemeen financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting van het daarop volgende jaar en de voorlopige jaarrekening vast. De Noordelijke Rekenkamer zendt deze documenten toe aan provinciale staten van de deelnemende provincies.

2. De Noordelijke Rekenkamer stelt jaarlijks voor 15 juli de begroting voor het daarna volgende kalenderjaar vast met in achtneming van de bepalingen van artikel 48 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

3. De bepalingen van artikel 48, eerste, derde en vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn niet van toepassing op wijzigingen van de begroting indien deze wijzigingen niet leiden tot verhoging van de door de deelnemende provincies verschuldigde bijdrage in de kosten van het gemeenschappelijk orgaan.

Artikel 27. Kostenverdeling

1. De kosten van het gemeenschappelijk orgaan worden door de deelnemende provincies voor gelijke delen gedragen.

2. Indien personele en organisatorische aangelegenheden zoals ontslag of langdurig verzuim van medewerkers van de Noordelijke Rekenkamer, leiden tot kosten als gevolg waarvan de begroting wordt overschreden, worden deze kosten door de Noordelijke Rekenkamer gedragen. Een besluit, als gevolg waarvan de begroting wordt overschreden, wordt niet eerder genomen dan na raadpleging van de provinciale staten, door tussenkomst van de raad van advies.

Artikel 28. Rekening

1. De Noordelijke Rekenkamer stelt jaarlijks voor 1 juli de rekening over het daaraan voorafgaande kalenderjaar vast.

2. De Noordelijke Rekenkamer mag beschikken over een reserve ter hoogte van 5% van de jaarbijdrage van de deelnemende provincies. Een positief resultaat, na het samenstellen van de jaarrekening, daarboven wordt in gelijke delen teruggestort aan de deelnemende provincies.

HOOFDSTUK V. WIJZIGING, TOETREDING, UITTREDING EN INTREKKING

Artikel 29. Wijziging

Deze regeling kan worden gewijzigd bij gelijkluidend besluit van provinciale staten van de deelnemende provincies.

Artikel 30. Toetreding

Toetreding tot de regeling kan geschieden bij een daartoe strekkend gezamenlijk besluit van provinciale staten van de deelnemende provincies en het toe te treden openbare lichaam.

Artikel 31. Uittreding

1. Provinciale staten van de deelnemende provincies kunnen besluiten tot uittreding uit deze regeling. Een besluit tot uittreding treedt in werking met ingang van 1 januari van het jaar volgend op het besluit van provinciale staten.

2. Bij uittreding stellen de deelnemende provincies gezamenlijk de verplichtingen van de uittredende deelnemer vast. Daarbij geldt dat de uittredende deelnemer de kosten vergoedt die direct en indirect het gevolg zijn van de uittreding met een minimum van twee maal de laatstelijk voor de deelnemer verschuldigde jaarbijdrage.

3. De deelnemende provinciale staten kunnen de raad van advies om advies vragen over de hoogte van de verplichting, zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid.

Artikel 32. Intrekking

Deze regeling kan worden ingetrokken bij gelijkluidend besluit van provinciale staten van ten minste twee derde gedeelte van de deelnemende provincies. Het college is belast met de liquidatie van de Noordelijke Rekenkamer.

Artikel 33. Inwerkingtreding

1. Provinciale staten van Drenthe dragen zorg voor de bekendmaking van besluiten tot het vaststellen, wijzigen, verlengen of opheffen van de regeling. Bekendmaking vindt plaats in de Staatscourant.

2. De regeling treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

3. De gemeenschappelijke regeling Noordelijke Rekenkamer 2015 wordt ingetrokken.

Artikel 34. Citeertitel

Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en wordt aangehaald: als Gemeenschappelijke regeling de Noordelijke Rekenkamer 2016.

Ondertekening