Uitvoeringsregeling Kwaliteitsimpuls Fietsnetwerk in Drenthe; infrastructuur

Geldend van 01-01-2017 t/m 30-12-2019

Intitulé

Uitvoeringsregeling Kwaliteitsimpuls Fietsnetwerk in Drenthe; infrastructuur

Dit Provinciaal Blad komt in de plaats van het op 6 december 2016 gepubliceerde Provinciaal Blad 6495 van 2016.

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • a.

    ASV: Algemene subsidieverordening Drenthe 2017.

  • b.

    Routenetwerk: het geheel aan fietsroutes in Drenthe.

  • c.

    Infrastructuur: fietspaden, fietsroutes en bijbehorende bebording.

  • d.

    Utilitair: fietspaden vooral bedoeld voor dagelijks gebruik, zoals school- en werkvoorzieningen.

  • e.

    VAT-kosten: voorbereiding, administratie en toezicht van een project.

Artikel 2 Doel

Drenthe te ontwikkelen tot optimaal aantrekkelijke, dynamische en gastvrije fietsprovincie door het in stand houden en versterken van de kwaliteit van het fietsnetwerk, onderdeel infrastructuur, dat doelt op utilitair, recreatief, en sportief fietsgebruik. De kwaliteitsimpuls is bedoeld om ervoor te zorgen dat dit een multipliereffect sorteert op investeringen.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verlenen voor maatregelen die een bijdrage leveren aan het vergroten van de kwaliteit en de kwantiteit van fietsen en fietsbeleving in de provincie Drenthe.

Artikel 4 Doelgroep

Subsidie wordt alleen verstrekt aan aanvragers die rechtspersoonlijkheid bezitten.

Artikel 5 Aanvraagperiode

Aanvragen kunnen het gehele jaar worden ingediend.

Artikel 6 Aanvraag

De aanvraag gaat naast de in artikel 13 van de ASV genoemde bescheiden vergezeld van

een tijdsplanning.

Artikel 7 Weigeringsgronden

Gedeputeerde Staten houden bij de beoordeling van een subsidieaanvraag rekening met de verdeling of spreiding van de financiële middelen en de maatregelen over de gehele provincie Drenthe en kunnen geheel of gedeeltelijk geweigerd worden indien er een te grote concentratie van maatregelen binnen een bepaald gebied dreigt.

Artikel 8 Toetsingscriteria

  • 1.

    De ingediende projecten dienen in ieder geval te voldoen aan de volgende criteria:

    • a.

      kosteneffectiviteit: de kosten moeten in redelijke verhouding staan tot de te verwachten prestaties;

    • b.

      toekomstbestendigheid;

    • c.

      er moet sprake zijn van een bovenlokaal belang.

  • 2.

    De ingediende projecten leveren een bijdrage aan een of meerdere van de volgende criteria:

    • a.

      de verbetering van de kwaliteit van de bestaande fietsinfrastructuur of het routenetwerk;

    • b.

      vernieuwing van de fietsinfrastructuur;

    • c.

      de verbetering van de bewegwijzering/vindbaarheid van fietsinfrastructuur of routenetwerken.

  • 3.

    Daarnaast dienen de ingediende projecten bij te dragen aan een of meerdere van de volgende toegevoegde waarden:

    • a.

      versterking van de vrijetijdseconomie;

    • b.

      grote betrokkenheid van ondernemers;

    • c.

      een veelgebruikte fietsroute of voorziening (bovenlokaal niveau);

    • d.

      verbetering van het imago van Drenthe dé fietsprovincie;

    • e.

      vergroten van de aantrekkelijkheid van Drenthe dé fietsprovincie;

    • f.

      de mate van social return on investment;

    • g.

      toegankelijkheid voor mensen met een beperking.

  • 4.

    De uitvoering (start of opdracht verstrekken) van het project dient plaats te vinden binnen twaalf maanden nadat de subsidie is verleend.

Artikel 9 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Subsidiabele kosten van een project zijn:

    • a.

      de noodzakelijke kosten voor grondverwerving ter realisatie van een fietspad of fietsroute;

    • b.

      de noodzakelijke vergunningen en leges;

    • c.

      de noodzakelijk benodigde materialen ter uitvoering van de aanleg, bouw, wijziging of inrichting van infrastructuur betreffende recreatieve en sportieve routes of voorzieningen;

    • d.

      VAT-kosten voor infrastructuurprojecten, tot een maximum van 10% van de totale subsidiabele kosten;

    • e.

      onvoorziene omstandigheden, voor zover die betrekking hebben op kosten genoemd in de onderdelen a tot en met c, tot een maximum van 5% van de totale subsidiabele kosten.

  • 2.

    De onderdelen genoemd in de leden a tot en met e van dit artikel zijn subsidiabel tot een maximum van 33,33% van de totale subsidiabele kosten.

Artikel 10 Niet-subsidiabele kosten

De niet-subsidiabele kosten van een project zijn:

  • 1.

    vastgoed en accommodaties;

  • 2.

    maatregelen voor infrastructuur/routes die niet openbaar toegankelijk zijn.

Artikel 11 Subsidiehoogte

  • 1.

    De hoogte van de subsidie bedraagt 33,33% van de subsidiabele (investerings)kosten tot een maximum van € 200.000,-- per project.

  • 2.

    Deze subsidie mag niet gecombineerd worden met een BDU-subsidie voor hetzelfde project.

  • 3.

    Deze subsidie mag niet worden gecombineerd met een subsidie uit de regeling Kwaliteitsimpuls Fietsbeleving in Drenthe; voorzieningen, innovatie en beleving.

Artikel 12 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.

Artikel 13 Verdeelsystematiek

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld naarmate zij meer voldoen aan de criteria opgenomen in artikel 8 van deze regeling.

  • 3.

    Voor onvolledige aanvragen geldt de datum waarop zij compleet zijn gemaakt als ontvangstdatum van de aanvraag.

Artikel 14 Staatssteun

Subsidie wordt slechts verstrekt met toepassing van Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.

Artikel 15 Inwerkingtreding en horizonbepaling

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2017 en vervalt van rechtswege op 31 december 2019.

Artikel 16 Citeertitel

De subsidieregeling wordt aangehaald als Uitvoeringsregeling Kwaliteitsimpuls Fietsnetwerk in Drenthe; infrastructuur.

Toelichting

Algemeen en artikel 11, lid 3

Naast deze regeling is er voor 2017 tot en met 2019 nog een subsidieregeling voor een Kwaliteitsimpuls Fietsnetwerk: voorzieningen, innovatie en beleving. Deze regeling wordt naar verwachting in de tweede helft van januari 2017 gepubliceerd. Wanneer onduidelijk is onder welke regeling een project valt, is het belangrijk om contact op te nemen met de projectleider Fietsnetwerk van het programma Fietsen.

In theorie kan het zijn dat een project elementen van beide regelingen bevat; er kan dan één aanvraag ingediend worden en de provincie zal bepalen uit welk budget een eventuele toe te kennen subsidie betaald wordt.

Artikel 2

Multipliereffect is een effect dat een bestedingsimpuls van anderen uitlokt.

Artikel 8, lid 2b

Met vernieuwing wordt een nieuwe fietsverbinding bedoeld.

Artikel 8, lid 2a

Denk bij verbetering van de kwaliteit bijvoorbeeld aan onderhoud én het tegelijkertijd verbreden van een fietspad of een fietsroute die geschikt gemaakt wordt voor snelverkeer en dergelijke. Puur herstelonderhoud valt niet onder verbetering, puur herstelonderhoud is bijvoorbeeld het opnieuw asfalteren zonder extra maatregelen/voorzieningen.

Artikel 10, lid b

Niet-subsidiabele kosten zijn de kosten voor infrastructuur en routes die niet openbaar toegankelijk zijn. Hiermee wordt bedoeld dat voorzieningen openbaar toegankelijk moeten zijn tijdens normaal gangbare openingstijden voor de beoogde doelgroep.

De regeling wordt na één jaar geëvalueerd en indien nodig vindt aanpassing plaats.

Ondertekening