Beheerverordening begraaf- en gedenkplaatsen 2017

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Intitulé

Beheerverordening begraaf- en gedenkplaatsen 2017

De raad der gemeente Hengelo;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2016, nummer 2049499;

besluit:

vast te stellen de Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraaf- en gedenkplaatsen 2017

HOOFDSTUK 1 - Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    begraaf- en gedenkplaatsen: de gemeentelijke begraaf- en gedenkplaatsen aan de Deurningerstraat en aan de Oldenzaalsestraat;

  • b.

    graf: een zandgraf of keldergraf;

  • c.

    asbus: een bus voor de berging van as van een overledene;

  • d.

    urn: een voorwerp voor de berging van een of meer asbussen;

  • e.

    particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon, of aan een rechtspersoon zonder winstoogmerk, voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot:

    • het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • f.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

  • g.

    urnenkelder: een kelder waarvoor aan een natuurlijk persoon, of aan een rechtspersoon zonder winstoogmerk, voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot het doen plaatsen en geplaatst houden van asbussen met of zonder urnen;

  • h.

    urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon, of aan een rechtspersoon zonder winstoogmerk, voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot het doen plaatsen en geplaatst houden van asbussen met of zonder urnen;

  • i.

    verstrooiingsplaats: een plaats bij de gemeente in beheer waarop as wordt verstrooid;

  • j.

    grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf;

  • k.

    gedenkteken: steen, zerk of ander monument, daaronder begrepen kettingen en hekwerken;

  • l.

    grafbeplanting: winterharde beplanting;

  • m.

    gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken;

  • n.

    rechthebbende: degene aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, urnenkelder of urnennis;

  • o.

    gebruiker: degene aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend;

  • p.

    beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraaf- en gedenkplaats(en) of degene die hem vervangt.

Artikel 2 Uitbreiding begrip particulier graf

Voor zover van belang wordt in deze verordening, tenzij anders aangegeven, met particulier graf ook bedoeld: urnenkelder en urnennis.

HOOFDSTUK 2 - Openstelling, orde en rust op de begraaf- en gedenkplaatsen

Artikel 3 Openstelling begraaf- en gedenkplaatsen
  • 1.

    De begraaf- en gedenkplaatsen zijn voor iedereen dagelijks toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang.

  • 2.

    Om de orde en rust op de begraaf- en gedenkplaatsen te handhaven, kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

  • 3.

    Buiten de toegangstijden is het verboden zich op de begraaf- en gedenkplaatsen te bevinden, behalve voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 4 Ordemaatregelen
  • 1.

    Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraaf- en gedenkplaatsen moeten verrichten, zijn verplicht zich te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 2.

    De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen houden, van de begraaf- en gedenkplaats verwijderen of laten verwijderen.

  • 3.

    Het is verboden met motorrijtuigen op de begraaf- en gedenkplaatsen te rijden:

    • a.

      buiten de daarvoor aangewezen rijwegen. Buiten die rijwegen zijn motorrijtuigen alleen toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen;

    • b.

      sneller dan 10 kilometer per uur.

  • 4.

    Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het derde lid.

Artikel 5 Plechtigheden
  • 1.

    Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en andere plechtigheden op de begraaf- en gedenkplaatsen kunnen alleen plaatsvinden als deze ten minste zes werkdagen van tevoren zijn gemeld aan de beheerder. In overleg met de aanvrager stelt de beheerder datum en tijdstip van de plechtigheid vast en de manier waarop deze zal plaatsvinden.

  • 2.

    De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, moeten zich houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 6 Opgravingen en ruimen

Het opgraven van lijken en het ruimen van graven mag alleen als daar geen andere personen bij aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.

HOOFDSTUK 3 - Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
  • 1.

    Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, moet dat uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag ervoor, schriftelijk melden aan de afdeling Burgerzaken. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Als de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de melding aan de afdeling Burgerzaken zo snel mogelijk worden gedaan.

  • 2.

    Het openen van een graf voor begraving of asbezorging en het daarna weer sluiten van een graf, het bedienen van de hulpmiddelen en het bijzetten, verwijderen of verplaatsen van asbussen wordt gedaan door het personeel van de begraaf- en gedenkplaatsen op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.

  • 3.

    Nabestaanden kunnen de in lid 2 vermelde werkzaamheden, onder toezicht van de beheerder, geheel of gedeeltelijk zelf verrichten. Die wens moeten zij uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag ervoor aan de beheerder gemeld hebben. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Nabestaanden moeten bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder opvolgen.

  • 4.

    De in lid 3 bedoelde nabestaanden hebben, bij het geheel of gedeeltelijk zelf uitvoeren van werkzaamheden, geen recht op korting of enige vergoeding.

Artikel 8 Gebouwen en muziekinstallatie
  • 1.

    Het gebruik van de ontvangstruimten, de aula van de begraaf- en gedenkplaats aan de Oldenzaalsestraat, of van de muziekinstallatie moet uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag ervoor worden aangevraagd bij de afdeling Burgerzaken. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

  • 2.

    De ruimten en de muziekinstallatie staan voor iedere plechtigheid gedurende een vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking van de aanvrager.

Artikel 9 Over te leggen stukken
  • 1.

    Begraven is alleen toegestaan als het verlof tot begraven van tevoren is overgelegd aan de beheerder.

  • 2.

    Voor de begraving of asbezorging in een particulier graf is een schriftelijke machtiging nodig met de handtekening van de rechthebbende of, als deze is overleden, van degene die in de uitvaart voorziet. Deze machtiging moet uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voor de begraving of asbezorging in het bezit zijn van de afdeling Burgerzaken.

  • 3.

    Begraving van een lijk in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen twintig jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden als de uitgiftetermijn verlengd wordt tot ten minste twintig jaar. Plaatsing of bijzetting van een asbus in een particulier graf, urnennis of urnenkelder waarvan de uitgiftetermijn binnen tien jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden als de uitgiftetermijn verlengd wordt tot ten minste tien jaar.

    De verlenging moet worden aangevraagd door de rechthebbende.

  • 4.

    De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op hele jaren.

  • 5.

    De afdeling Burgerzaken onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 10 Tijden van begraven en asbezorging
  • 1.

    De tijden van begraven en asbezorging zijn:

    • op werkdagen van 9.00 uur tot 17.00 uur;

    • op zaterdagen van 10.00 uur tot 14.00 uur.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

HOOFDSTUK 4 - Indeling en uitgifte van graven

Artikel 11 Particuliere graven, urnennissen en urnenkelders
  • 1.

    Op de begraaf- en gedenkplaatsen kunnen worden uitgegeven: particuliere graven, urnennissen en urnenkelders.

  • 2.

    In een particulier graf kunnen worden begraven of bijgezet:

    • maximaal twee lijken en twee asbussen met of zonder urn;

    • maximaal één lijk en drie asbussen met of zonder urn;

    • maximaal vier asbussen met of zonder urn.

  • 3.

    Een of meer van de in lid 2 bedoelde asbussen mogen op het graf worden geplaatst, op voorwaarde dat de asbus zich bevindt in een afgesloten en verankerde urn.

  • 4.

    In een urnennis kunnen maximaal twee asbussen met of zonder urn worden bijgezet.

  • 5.

    In een urnenkelder kunnen maximaal vier asbussen met of zonder urn worden bijgezet.

  • 6.

    Het plaatsen van asbussen op een graf is niet toegestaan.

Artikel 12 Algemene graven
  • 1.

    In een algemeen graf wordt gelegenheid gegeven tot het doen begraven van een lijk voor een termijn van twintig jaar. Deze termijn kan niet worden verlengd.

  • 2.

    In een algemeen graf worden ten hoogste twee lijken begraven.

Artikel 13 Volgorde van uitgifte
  • 1.

    Graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, als dit voor de situatie op de begraaf- en gedenkplaatsen niet bezwaarlijk is.

  • 3.

    Een vrijgekomen particulier graf kan bij leven gereserveerd worden voor een periode van vijf jaar. Bij de eerste begraving of bijzetting vervalt de reservering en gelden de regels en tarieven voor een particulier graf.

Artikel 14 Categorieën

Het college van burgemeester en wethouders kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.

Artikel 15 Termijnen particuliere graven
  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders verleent, als de daartoe bestemde ruimte van de begraaf- en gedenkplaatsen dat toelaat, op schriftelijk verzoek, voor de tijd van twintig jaar het uitsluitend recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de dag waarop het particuliere graf is uitgegeven.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders verleent, als de daartoe bestemde ruimte van de begraaf- en gedenkplaatsen dat toelaat, op schriftelijk verzoek, voor de tijd van tien jaar of twintig jaar het uitsluitend recht op een urnennis of urnenkelder. De termijn begint te lopen op de dag waarop de urnennis of urnenkelder is uitgegeven.

  • 3.

    De in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde rechten worden op aanvraag van de rechthebbende telkens met een termijn van tien jaar verlengd, op voorwaarde dat de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

  • 4.

    De in het vorige lid bedoelde aanvraag kan niet eerder dan twee jaar voor het verstrijken van de lopende termijn plaatsvinden.

Artikel 16 Grafkelder

Het college van burgemeester en wethouders kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het aanbrengen van een grafkelder. De grafkelder moet voldoen aan de door het college te stellen voorwaarden. Het aanbrengen van de grafkelder is voor rekening van de rechthebbende.

Artikel 17 Overschrijving van verleende rechten
  • 1.

    Het recht op een particulier graf kan, op schriftelijk verzoek van de rechthebbende, worden overgeschreven op naam van een nieuwe rechthebbende.

  • 2.

    Na het overlijden van de rechthebbende kan het particuliere graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, levenspartner of een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op naam van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is alleen mogelijk als daar gewichtige redenen voor zijn. Het verzoek tot overschrijving moet binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende bij het college van burgemeester en wethouders worden gedaan. Als de overleden rechthebbende zelf in het particuliere graf moet worden begraven, of als de asbus met zijn resten daarin moet worden bijgezet, moet het verzoek tot overschrijving voorafgaand aan de begravenis of bijzetting bij het college van burgemeester en wethouders worden gedaan.

  • 3.

    Als na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, kan het college het recht op het particuliere graf doen vervallen.

  • 4.

    Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn kan het college van burgemeester en wethouders het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 18 Afstand doen van graven
  • 1.

    De rechthebbende kan schriftelijk afstand doen van zijn recht op een graf. Het graf vervalt dan aan de gemeente.

  • 2.

    Het doen van afstand geeft geen recht op enige vergoeding.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders bevestigt de ontvangst van de afstandsverklaring schriftelijk aan de rechthebbende.

HOOFDSTUK 5 - Grafbedekkingen

Artikel 19 Vereisten grafbedekking
  • 1.

    De rechthebbende op een particulier graf mag daarop een gedenkteken en/of grafbeplanting plaatsen. De lengte en de breedte van de grafbedekking mogen die van het graf niet overschrijden. De hoogte mag maximaal 1.80 meter zijn.

  • 2.

    De gebruiker van een algemeen graf mag op de helft van het graf een gedenkteken en/of grafbeplanting plaatsen: de grafbedekking voor het eerst gedolven graf moet aan het voeteneind worden geplaatst, de grafbedekking voor het tweede gedolven graf aan het hoofdeinde. De breedte van de grafbedekking mag die van het graf niet overschrijden. De hoogte mag maximaal 1.80 meter zijn.

  • 3.

    Voor een gedenkteken mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt.

  • 4.

    De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden.

  • 5.

    Het college van burgemeester en wethouders kan de grafbedekking laten verwijderen als:

    • a.

      Niet (meer) voldaan wordt aan de in dit artikel genoemde eisen;

    • b.

      de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats of delen hiervan;

    • c.

      de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

Artikel 20 Losse bloemen, planten en andere voorwerpen op een graf

De beheerder kan losse bloemen, planten, kransen en andere voorwerpen die verwelkt, verwaarloosd of kapot zijn, van het graf verwijderen. De rechthebbende of gebruiker heeft geen recht op schadevergoeding voor de verwijderde zaken. Als de rechthebbende dat van tevoren heeft aangevraagd, bewaart de beheerder linten, siervazen en soortgelijke voorwerpen drie maanden.

Artikel 21 Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn
  • 1.

    Na het verstrijken van de uitgiftetermijn van het particuliere of algemene graf kan het college van burgemeester en wethouders de grafbedekking verwijderen.

  • 2.

    Is het adres van de rechthebbende of gebruiker bij het college van burgemeester en wethouders bekend, dan maakt het college zijn voornemen tot verwijdering van de grafbedekking ten minste een jaar voor de verwijdering per brief bekend.

  • 3.

    Is het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bij het college van burgemeester en wethouders bekend, dan maakt het college zijn voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voor de verwijdering bekend op een bij het graf te plaatsen bordje en op het mededelingenbord bij de ingang van de begraaf- en gedenkplaats.

  • 4.

    Als de grafbedekking niet binnen drie maanden na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente. De gemeente is niet verplicht enige vergoeding te betalen voor de aan haar vervallen grafbedekking.

Artikel 22 Onderhoud door de gemeente

Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor het algehele onderhoud en aanzien van de begraaf- en gedenkplaatsen. Rechthebbenden betalen hiervoor een onderhoudsbijdrage.

Artikel 23 Onderhoud door rechthebbende of gebruiker
  • 1.

    Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking wordt gedaan door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of gebruiker.

  • 2.

    De rechthebbende of gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden en waar nodig te herstellen.

  • 3.

    Als de rechthebbende of gebruiker de grafbedekking niet behoorlijk onderhoudt of herstelt, kan het college van burgemeester en wethouders de grafbedekking zo nodig geheel of gedeeltelijk doen verwijderen. Het verwijderde blijft nog drie maanden ter beschikking van de rechthebbende of gebruiker. Daarna vervalt het verwijderde aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 4.

    De verwijdering vindt alleen plaats als de rechthebbende of gebruiker per brief is ingelicht over de toestand van de grafbedekking. Is het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend, dan wordt de mededeling over de toestand van het graf gedaan op het mededelingenbord bij de ingang van de begraaf- en gedenkplaats. Bij het graf wordt een verwijzing naar deze mededeling aangebracht.

  • 5.

    Als de beheerder vindt dat door een ondeugdelijk geworden constructie de grafbedekking kan omvallen of inzakken, kan de beheerder direct maatregelen treffen.

Artikel 24 Tijdelijke verwijdering grafbedekking
  • 1.

    Het tijdelijk verwijderen en herplaatsen van grafbedekking voor de begraving van een lijk of de bezorging van as, is voor rekening en risico van de rechthebbende.

  • 2.

    De beheerder kan de op een graf aanwezige grafbedekking en andere voorwerpen tijdelijk verwijderen als dat nodig is voor een begraving of bijzetting in de buurt van dat graf. De rechthebbende moet dat gedogen.

HOOFDSTUK 6 - Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen

Artikel 25 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders maakt zijn voornemen om een graf te ruimen per brief bekend aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de gebruiker. Het college verstuurt die brief ten minste een jaar voor het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden. Is het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend, dan maakt het college zijn voornemen uiterlijk een jaar voor de ruiming bekend op een bij het graf te plaatsen bordje en op het mededelingenbord bij de ingang van de begraafplaats.

  • 2.

    De beheerder zorgt ervoor dat met bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten altijd respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.

  • 3.

    De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraaf- en gedenkplaatsen.

  • 4.

    De gebruiker van een algemeen graf kan, gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn, bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of herbegraving elders.

  • 5.

    De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze dieper in dezelfde grafruimte opnieuw te doen plaatsen, om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. Het ruimen en opnieuw begraven of cremeren van menselijke resten kan niet eerder plaatsvinden dan twintig jaar nadat in het betreffende graf de laatste begraving heeft plaatsgevonden.

  • 6.

    De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om deze elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

HOOFDSTUK 7 - Instandhouden historische graven en opvallende grafbedekking

Artikel 26 Lijst
  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

  • 2.

    De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

HOOFDSTUK 8 - Inrichting register

Artikel 27 Voorschriften

Het college van burgemeester en wethouders stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken.

HOOFDSTUK 9 - Slotbepalingen

Artikel 28 Intrekking oude regeling

De Beheersverordening begraaf- en gedenkplaatsen 2011, vastgesteld op 9 november 2010, wordt ingetrokken.

Artikel 29 Overgangsbepaling
  • 1.

    Besluiten van het college van burgemeester en wethouders die genomen zijn krachtens de oude verordening gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 2.

    Deze verordening wordt toegepast op aanvragen die op grond van de oude verordening zijn ingediend, maar waarop nog niet is beslist.

Artikel 30 Strafbepaling

Hij die handelt in strijd met artikel 4, lid 1 en 3 of artikel 5, lid 2 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 31 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.

Artikel 32 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Beheersverordening begraaf- en gedenkplaatsen 2017.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Hengelo

in zijn openbare vergadering van 22 november 2016,

De voorzitter,

De griffier.