Verordening cliëntenparticipatie integraal gehandicapten-beleid 2004

Geldend van 01-01-2005 t/m heden

Intitulé

Verordening cliëntenparticipatie integraal gehandicapten-beleid 2004

Geconsolideerde tekst van de regeling

gezien het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 28 september 2004;

gelet op en artikel 150 van de Gemeentewet;

gelet op artikel 1 a van de Wet voorzieningen gehandicapten;

gelet op artikel 8.5 van de Verordening voorzieningen gehandicapten 2002;

overwegende dat het noodzakelijk is om cliëntenparticipatie in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten bij verordening te regelen;

besluit:

vast te stellen de volgende:

Titeldeel 1 Verordening cliëntenparticipatie integraal gehandicaptenbeleid 2004

Artikel 1 Begripsbepalingen
  • 1 Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet voorzieningen gehandicapten en de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2 In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      Cliëntenparticipatie: de gestructureerde wijze waarop de gemeente de zelforganisatie van belanghebbenden betrekt in de beleidsvorming, uitvoering en evaluatie van de Wet voorzieningen gehandicapten en het integrale gemeentelijke gehandicaptenbeleid.

    • b.

      Cliënt: een persoon met een functiebeperking of chronische aandoening of een belanghebbende.

    • c.

      Integraal gehandicaptenbeleid: de samenhangende wijze waarop de gemeente in al haar beleid en verantwoordelijkheden, werkt aan de verbetering van de mogelijkheden tot gelijkwaardige maatschappelijke deelname van alle mensen met een functiebeperking of chronische aandoening;

    • d.

      Platform: Actief zijnde zelforganisatie, bestaande uit cliënten en vertegenwoordigers van betrokken organisaties.

Artikel 2 Doelstelling cliëntenparticipatie

Het doel van cliëntenparticipatie is het bevorderen van de betrokkenheid van de cliënt bij de vorming, uitvoering en evaluatie van het integraal gehandicaptenbeleid en daarmee het bewaken en vergroten van de kwaliteit van de dienstverlening.

Artikel 3 Instellen en in stand houden cliëntenplatform

Het college bevordert het instellen van een orgaan, bestaande uit cliënten en hun vertegenwoordigers of alleen vertegenwoordigers dat gericht is op behartiging van de belangen van de cliënten, hierna te noemen: cliëntenplatform, met als doel dit te betrekken bij de uitvoering van de wet, zoals beschreven in deze verordening.

Artikel 4 Taken en bevoegdheden cliëntenplatform
  • 1 De taak van het cliëntenplatform is het gevraagd of ongevraagd adviseren van het college over de vorming, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijke integrale gehandicaptenbeleid alsmede over de uitvoering van landelijk beleid, waarvan de uitvoering is opgedragen aan de gemeente. Verder is het cliëntenplatform bevoegd om advies uit te brengen en initiatieven aan te dragen over het uitbreiden van de dienstverlening dan wel andere vormen van dienstverlening.

  • 2 Het college vraagt het cliëntenplatform in ieder geval om advies bij het opstellen van beleidsplannen en verordeningen in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten.

  • 3 Niet tot de taak en bevoegdheid van het cliëntenplatform behoort het uitbrengen van advies bij klachten, bezwaarschriften of andere zaken van individuele cliënten.

Artikel 5 Werkwijze
  • 1 Het college van burgemeester en wethouders vraagt op een zodanig tijdstip het advies aan het platform, dat dit van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Dit houdt in ieder geval in:

    • a.

      bij nieuw beleid wordt het platform betrokken bij de vaststelling van de hoofdlijnen van het beleid;

    • b.

      bij evaluatie wordt het platform betrokken bij het vaststellen van de vragen, die ten grondslag liggen aan de evaluatie.

  • 2 Voorafgaande aan de jaarlijkse opstelling van de gemeentebegroting overlegt het college van burgemeester en wethouders met het platform over:

    • a.

      de wensen over en weer voor het komende jaar;

    • b.

      de wijze en het moment waarop het platform bij het beleidsvormingsproces wordt betrokken;

    • c.

      het werkplan en de begroting van het platform.

  • 3 In het geval burgemeester en wethouders in een voorstel aan de raad afwijken van het advies van het platform wordt met redenen omkleed aangegeven waarom van het advies is afgeweken.

  • 4 Tweemaal per jaar vindt er een structureel overleg plaats tussen de betrokken wethouder en het platform.

  • 5 Burgemeester en wethouders voorzien het platform van de informatie ten behoeve van het naar behoren kunnen functioneren van het platform. Het betreft hier alle informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te begrijpen en om ontwikkelingen en wijzigingen te kunnen volgen.

Artikel 6 Faciliteiten
  • 1 Burgemeester en wethouders stellen aan het platform middelen ter beschikking op basis van een goedgekeurde begroting.

  • 2 Deze middelen worden zodanig ter beschikking gesteld dat het platform redelijkerwijze in staat kan worden geacht namens een brede achterban gemeenschappelijke belangen te behartigen.

  • 3 Voor niet reguliere activiteiten kan het platform bij burgemeester en wethouders een projectsubsidie aanvragen.

Artikel 7 Geheimhoudingsplicht

De leden van het cliëntenplatform handelen conform artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Behalve na voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente zal het cliëntenplatform informatie en gegevens die hem ter beschikking staan niet aan derden kenbaar maken.

Artikel 8 Nadere regels
  • 1 Het college kan nadere regels stellen voor de uitvoering van deze verordening.

  • 2 Voordat het college nadere regels stelt wordt het cliëntenplatform hierover gehoord.

Artikel 9 Slotbepalingen
  • 1 In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet met betrekking tot cliëntenparticipatie in het kader van het integraal gehandicaptenbeleid beslist het college in overleg met het platform.

  • 2 Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening cliëntenparticipatie integraal gehandicaptenbeleid 2004".

  • 3 De verordening treedt in werking op 1 januari 2005.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare vergadering van
11 november 2004.
DE RAAD VOORNOEMD,
de griffier,
de voorzitter,
J.H.M. van den Oever
A.A.M.M. Heijmans