Subsidieverordening restauratie gemeentelijke monumenten 1997

Geldend van 14-04-2007 t/m heden

Intitulé

Subsidieverordening restauratie gemeentelijke monumenten 1997

Geconsolideerde tekst van de regeling

De raad van de gemeente Bernheze;

gezien het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 27 mei 1997;

gelet op het belang dat wordt gehecht aan het instandhouden van gemeentelijke monumenten;

besluit:

vast te stellen de volgende

Hoofdstuk 1 subsidieverordening restauratie monumentale panden.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    amonument: gemeentelijk monument, een object dat is opgenomen op de monumentenlijst als bedoeld in de Monumentenverordening Bernheze 1995;

  • b.

    restaureren: het treffen van voorzieningen tot opheffing van (bouwtechnische) gebreken, het normale onderhoud te boven gaand, noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het monument en conform rapportages van de Monumentenwacht;

  • c.

    kosten van voorzieningen: de door burgemeester en wethouders goedgekeurde bedragen van:

    • 1.

      de aanneemsom;

    • 2.

      de risicoverzekering van loon- en materiaalprijsstijgingen;

    • 3.

      de kosten van architect overeenkomstig de SR 1988 en van de constructeur, voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is;

    • 4.

      de aanvraag om monumentenvergunning (leges);

    • 5.

      de verschuldigde BTW, voor zover deze niet kan worden verrekend;

    • 6.

      de bouwhistorische opname, gericht op de restauratie;

    • 7.

      de kosten van opstelling van het onderhoudsplan;

    • 8.

      een reservering voor noodzakelijk meerwerk, dat ten tijde van de raming van de hierboven genoemde kosten redelijkerwijs niet voorzienbaar was, tot maximaal 5% van de aanneemsom.

  • d.

    onderhoudsplan: een door burgemeester en wethouders goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden en kosten die gedurende 14 jaar nodig worden geacht om het kwaliteitsniveau van het monument, dat met de restauratie zal worden bereikt, te handhaven.

  • e.

    eigenaar: hieronder wordt mede verstaan:

    • 1.

      degene die het recht van opstal heeft;

    • 2.

      de houder van een recht van opstal;

    • 3.

      de eigenaar van een appartementsrecht;

    • 4.

      degene aan wie door een rechtspersoon een deelnemings- of lidmaatschapsrecht is verleend dat recht geeft op gebruik van een woning;

    • 5.

      een toekomstig eigenaar die in het bezit is van een voorlopig koopcontract.

  • f.

    verlenen van subsidie: het besluit van burgemeester en wethouders dat aan de eigenaar van een monument een aanspraak op een subsidie in de kosten van voorzieningen verschaft.

  • g.

    vaststellen van subsidie: het besluit van burgemeester en wethouders, nadat de voorzieningen zijn getroffen, waarbij de hoogte van de verleende subsidie wordt vastgesteld.

  • h.

    restaurerende instelling: een rechtspersoon die als zodanig door burgemeester en wethouders is aangemerkt en die op grond van zijn statuten als doelstelling heeft het zonder winstoogmerk restaureren van panden en die tevens als eigenaar-verhuurder fiscaal is vrijgesteld.

Artikel 2 Grondslag en werkingssfeer
  • 1 Op grond van deze verordening kunnen burgemeester en wethouders subsidie verlenen voor het treffen van voorzieningen aan het casco ten behoeve van de restauratie van monumenten.

  • 2 De subsidie wordt berekend over de kosten van de voorzieningen, met uitzondering van de kosten waarvoor op grond van enige andere, door burgemeester en wethouders aan te wijzen regeling subsidie in de kosten van de voorzieningen kan worden verkregen.

  • 3 In geval van brandschade worden de kosten berekend aan de hand van de kosten van de te treffen voorzieningen minus de bij voldoende dekking uit te keren verzekeringspenningen.

  • 4 De subsidie wordt verleend en vastgesteld aan de eigenaar van het monument waaraan de voorzieningen worden getroffen.

  • 5 Om voor subsidie in aanmerking te komen dienen de kosten van voorzieningen ten minste EUR 4.537,80 te bedragen.

Artikel 3 Subsidie

Het subsidie bedraagt 25% van de bij de verlening en vaststelling van het subsidie goedgekeurde kosten van voorzieningen, met een maximale subsidie van EUR 11.344,51. Het subsidie wordt verspreid over vijf jaar uitbetaald, in bedragen van minimaal EUR 2.268,90.

Artikel 4 Aanvraag- en beschikkingsprocedure
  • 1 Een aanvraag om een subsidie dient door de eigenaar ondertekend te worden ingediend bij burgemeester en wethouders op een daartoe beschikbaar te stellen formulier en dient in geval vergezeld te gaan van de daarbij vermelde gegevens.

  • 2 Indien niet wordt voldaan aan het gestelde in het eerste lid stellen burgemeester en wethouders de aanvraag in de gelegenheid om binnen twee weken de door hen aan te geven ontbrekende gegevens over te leggen.

  • 3 Burgemeester en wethouders geven een beschikking binnen 6 maanden nadat de aanvraag is ontvangen, dan wel de ontbrekende gegevens, als indien daartoe naar hun oordeel gegronde redenen bestaan, deze termijn met ten hoogste acht weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geven binnen de eerstgenoemde termijn van 6 maanden.

  • 4 Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld.

Artikel 5 Weigeringsgronden
  • 1 Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie indien:

    • a.

      met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend;

    • b.

      de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat;

    • c.

      met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een subsidiebeschikking heeft ontvangen;

    • d.

      voor de betreffende voorzieningen binnen een termijn van 15 jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag wordt ingediend subsidie is verleend;

    • e.

      voor de te treffen voorzieningen een monumentenvergunning is vereist en deze niet is verleend;

    • f.

      wanneer door toekenning van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. Deze aanvragen krijgen in het daaropvolgend jaar prioriteit boven nieuwe aanvragen.

    • g.

      de kosten voor restauratie voortvloeien uit schade waartegen verzekering mogelijk is.

  • 2 In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in het eerste lid, onder c en d.

Artikel 6 Subsidievoorschriften
  • 1 De subsidie wordt verleend onder de voorwaarden dat:

    • a.

      het werk wordt aanbesteed overeenkomstig door burgemeester en wethouders nader te stellen eisen;

    • b.

      de aanvang van het werk ten minste twee weken van tevoren wordt gemeld bij burgemeester en wethouders;

    • c.

      met de uitvoering van de werkzaamheden is begonnen binnen 26 weken na de datum van het besluit tot verlening van de subsidie;

    • d.

      binnen 30 maanden na de verlening van subsidie de werkzaamheden zijn voltooid en de gereedmelding als bedoeld in artikel 8 is ingediend;

    • e.

      aan de door burgemeester en wethouders met controle belaste personen inzage wordt verleend in de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende gegevens.

    • f.

      de eigenaar het pand verzekert en verzekerd houdt.

  • 2 Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in het eerste lid en in het belang van het monument aanvullende voorschriften verbinden aan het verlenen van subsidie.

Artikel 7 Onderhoudsvoorwaarden
  • 1 Subsidie wordt verleend en vastgesteld onder de voorwaarde dat de eigenaar het monument conform het onderhoudsplan zal onderhouden.

  • 2 De eigenaar dient tweejaarlijks een bouwkundig inspectierapport te overleggen, opgesteld door de Stichting Monumentenwacht, onder de verplichting om de in het rapport geconstateerde bouwtechnische gebreken te herstellen. Burgemeester en wethouders kunnen zo nodig een termijn stellen waarbinnen deze gebreken dienen te zijn hersteld.

  • 3 De voorwaarden in dit artikel gelden gedurende een periode van 15 jaar na de vaststelling van de subsidie.

Artikel 8 Gereedmelding en vaststelling subsidie
  • 1 Vaststelling van de subsidie vindt plaats nadat:

    • a.

      de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden bij burgemeester en wethouders zijn gereedgemeld, gecontroleerd en akkoord bevonden;

    • b.

      een overzicht is overgelegd van de getroffen gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde voorzieningen en de daarop betrekking hebbende kosten;

    • c.

      een overzicht is overgelegd van het uitgevoerde meer- en minderwerk alsmede van de invulling van de reservering van de reservering als bedoeld in artikel 1, lid c, onder 8.

  • 2 De hoogte van de vast te stellen subsidie wordt berekend op basis van de bij de verlening aanvaarde kosten van voorzieningen of de werkelijke kosten van de voorzieningen als deze hoger dan wel lager zijn.

  • 3 De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid omvat:

    • a.

      een volledig ingevuld gereedmeldingsformulier;

    • b.

      een kostenoverzicht;

    • c.

      alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden.

  • 4 Burgemeester en wethouders kunnen ermee instemmen dat de aanvrager in plaats van rekeningen en betalingsbewijzen een verklaring van een registeraccountant overlegt waaruit blijkt dat het overgelegde kostenoverzicht juist en onvolledig is.

Artikel 9 Uitbetaling

Het subsidie wordt uitbetaald in jaarlijkse bedragen van minimaal EUR 2.268,90. De eerste betaling vindt plaats binnen vier weken na vaststelling.

Artikel 10 Intrekking van subsidie
  • 1 Als blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend dan wel een voorwaarde als bedoeld in deze verordening niet is nageleefd kunnen burgemeester en wethouders:

    • a.

      een besluit tot verlening of vaststelling van subsidie geheel of gedeeltelijk intrekken en niet of niet geheel tot betaling van de subsidie over te gaan;

    • b.

      reeds betaalde subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

  • 2 In het geval de overtreding van de voorwaarde als bedoeld in deze verordening de eigenaar niet verwijtbaar is, kunnen burgemeester en wethouders besluiten de in het eerste lid genoemde sancties geheel of gedeeltelijk niet te treffen.

Artikel 11 Bijzondere bepaling

Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de monumentencommissie, in bijzondere gevallen, waarin toepassing van het bepaalde in het achtste lid van artikel 2 ontoereikend zou zijn, in het belang van de monumentenzorg afwijken van de bepalingen van deze verordening.

Artikel 12 Binnentreden

Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit vereist, wordt hierbij de machtiging verstrekt al dan niet besloten ruimten en plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen de wil van de rechthebbende, bewoner of gebruiker, te betreden, aan hen die en voor zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het toezicht op de naleving van deze verordening.

Artikel 13 Overgangsbepaling
  • 1 Op aanvragen, waarop voor de inwerkingtreding van deze verordening subsidie is verleend, blijven de bepalingen van de verordening op grond waarvan de subsidie is verleend van toepassing.

  • 2 Op aanvragen die ontvangen zijn voor de inwerkingtreding van deze verordening, wordt op volgorde van binnenkomst, binnen zes maanden na inwerkingtreding van deze verordening beslist.

Artikel 16 Slotbepalingen
  • 1 Deze verordening kan worden aangehaald als "Subsidieverordening restauratie gemeentelijke monumenten 1997".

  • 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de
gemeente Bernheze in zijn openbare
vergadering van 5 juni 1997.
DE RAAD VOORNOEMD;
de loco-secretaris, de voorzitter,
W.G.J. de Veer J.M.P.J. van Gorp-van de Ven

Toelichting subsidieverordening gemeentelijke monumenten

De verordening is afgeleid van de Utrechtse subsidieverordening en is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gepubliceerd in "Monumenten op en in de Grond, naar een integraal monumenten- en archeologiebeleid" (1996). Deze verordening is bijgevoegd.

De verordening is aangepast aan de behoefte van de gemeente Bernheze.

Hieronder wordt artikelgewijs aangegeven waarom gekozen is voor afwijkende bepalingen.

Artikel 1Onder a wordt alleen gemeentelijk monument gedefinieerd. Rijksmonumenten en beeldbepalende panden komen niet in aanmerking voor subsidie. Rijksmonumenten kunnen reeds een beroep doen het Besluit Restauratie Rijksmonumenten. Anderzijds zijn er onvoldoende middelen beschikbaar om naast gemeentelijke monumenten, ook de beeldbepalende panden te subsidiëren. Onder restauraties wordt verstaan: het treffen van voorzieningen tot opheffing van gebreken, het normale onderhoud te boven gaand, noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het monument en conform de rapportages van de Monumentenwacht. Voor het bepalen van de subsidiabele kosten wordt gebruik gemaakt van de leidraad "Subsidiabele Restauratiekosten"van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.

Daarnaast wordt aangesloten bij de rapportages van de Monumentenwacht; in deze rapportages wordt met categorieën matig en slecht gemerkt. Onderdelen van het monument die aangemerkt worden als slecht of matig komen in aanmerking voor subsidie. Restauraties aan bijvoorbeeld ramen die als goed worden aangemerkt, komen niet in aanmerking voor subsidie.

d. het onderhoudsplan zal aan moeten sluiten bij de hiervoor genoemde rapportage van de Monumentenwacht om het bereikte kwaliteitsniveau te handhaven.

Artikel 2In de oorspronkelijke verordening wordt de aanvrager de keuze gegeven tussen een subsidie ineens en een subsidie op termijn. Gegeven de complexiteit van de subsidie op termijn wordt gekozen voor een vaste subsidie die verspreid over vijf jaren wordt uitbetaald.

3. Indien het pand zodanig beschadigd is door brand kan subsidie geweigerd worden als de kosten niet in relatie staan tot het te bereiken resultaat (artikel 5 lid 1 sub a). Als er geen brandverzekering is afgesloten, zal subsidie geweigerd worden op grond van artikel 5 lid 1 onder g.

5. De kosten van voorzieningen dienen ten minste f 10.000,00 te bedragen. Hierdoor wordt subsidie beperkt tot iets grotere restauraties.

Artikel 3

De subsidie bedraagt 25% van de bij de verlening en vaststelling van de subsidie goedgekeurde kosten van voorzieningen met een maximale subsidie van f 25.000,00. De subsidie wordt verspreid over vijf jaren uitbetaald in bedragen van minimaal f 5.000,00.

Door een lager percentage dan 50 te hanteren, wordt er tot een hoger restauratiebedrag een verschillend subsidiebedrag uitgekeerd. Voor restauraties vanaf 100.000,00 wordt het maximale subsidie toegekend.

Over enkele jaren zal geëvalueerd moeten worden of het gehanteerde percentage en maximum-subsidie de gemeente in staat stelt om het monumentenbeleid naar genoegen te stimuleren. Indien dit niet het geval is, zal de verordening en/of het budget aangepast moeten worden.

Artikel 4

1. Het aanvraagformulier wordt nog ontwikkeld.

3. De beschikking op een aanvraag moet binnen 6 maanden worden genomen.

Gelet op het advies van de monumentencommissie dat ingewonnen moet worden en de frequentie waarmee vergaderd wordt, is deze termijn aangepast. Uiteraard wordt gestreefd naar een snellere afwikkeling.

Artikel 5

f. Aanvragen die geweigerd worden omdat het subsidieplafond wordt overschreden, krijgen in het daaropvolgend jaar prioriteit boven nieuwe aanvragen.

g. De kosten voor restauratie die voortvloeien uit schade waartegen verzekering mogelijk is komen niet in aanmerking voor subsidie.

Indien er dus geen brandverzekering is afgesloten, wordt geen subsidie verleend. Uitgangspunt is dat de direct belanghebbende een eigen verantwoordelijkheid heeft voor het moment en dit pand dus genoegzaam dient te verzekeren.

Artikel 6

1f De eigenaar dient het pand te verzekeren en verzekerd te houden. Om de cultuurhistorische waarde van het pand maximaal te beschermen, dient het pand voldoende verzekerd te worden.

Artikel 7

2 Een bouwkundig inspectierapport dient tweejaarlijks opgesteld te worden. De Stichting Monumentenwacht wordt aangewezen als een hiertoe deskundige partij.

Artikel 9

Zie artikel 3

Artikel 12

De aanvragen die reeds ontvangen zijn worden overeenkomstig deze verordening behandeld. De aanvragers zijn mondeling of schriftelijk reeds geïnformeerd dat er aan een nieuwe subsidieverordening werd gewerkt.