Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Bernheze 2008

Geldend van 27-09-2008 t/m heden

Intitulé

Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Bernheze 2008

De raad van de gemeente Bernheze;

gezien het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 5 augustus 2008;

gezien het advies van de commissie Ruimtelijke Zaken van 8 september 2008;

gelet op artikel 6.7 Wet ruimtelijke ordening en artikel 6.1.3.3 Besluit ruimtelijke ordening;

besluit vast te stellen de volgende

Titeldeel 1 Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade als bedoeld in

    artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening indient;

  • b.

    adviseur: de door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen persoon als

    bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder c, Besluit ruimtelijke ordening;

  • c.

    adviescommissie: schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van

    deze verordening;

  • d.

    besluit: Besluit ruimtelijke ordening;

  • e.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • f.

    gemeente: gemeente Bernheze;

  • g.

    planologische maatregel: oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, Wet ruimtelijke

    ordening;

  • h.

    planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Wet ruimtelijke ordening;

  • i.

    wet: Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 2 Opdrachtverstrekking

Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in artikel 6.1.3.1 van het

besluit verstrekt het college aan één of meerdere adviseurs gezamenlijk, opdracht om ter zake van

een aanvraag advies uit te brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 van het

besluit of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3 Adviseur of adviescommissie
  • 1 Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt door het college

    een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende deskundigheid inzake advisering

    op het gebied van planschade.

  • 2 Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde

    adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege

    inkomensderving en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag,

    behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur

    aangewezen die deskundig is op het gebied van accountancy of van financieel

    economische bedrijfsvoering.

  • 3 Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde

    adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege

    waardevermindering van een onroerende zaak en er, gezien de complexiteit, aard en

    omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het

    college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is ter zake van de waardering

    van onroerende zaken en van waardevermindering daarvan als gevolg van een

    planologische verslechtering.

  • 4 Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid van toepassing zijn,

    worden zowel de in het tweede als het derde lid bedoelde adviseurs aangewezen.

  • 5 Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een adviescommissie, waarvan de in

    het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is.

  • 6 De adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan.

Artikel 4 Deskundigheid en onafhankelijkheid
  • 1 Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college verlangen dat deze

    aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te zijn met betrekking tot de in

    artikel 3, eerste, tweede of derde lid, bedoelde aspecten waarop deze persoon de

    aanvraag moet beoordelen.

  • 2 Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de raad. Eveneens

    mag een adviseur niet betrokken zijn bij de planologische maatregel waarop de aanvraag

    betrekking heeft.

Artikel 5 Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing adviseur
  • 1 Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in artikel 2 verstrekt, stelt

    het college de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de

    belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet schriftelijk

    op de hoogte van de aanwijzing van:

    • a.

      een adviseur als bedoeld in artikel 3, eerste lid, of

    • b.

      meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 3, vijfde lid.

  • 2 De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de

    belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet kunnen

    binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en

    voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs bij het

    college indienen.

  • 3 Het college beslist binnen drie weken na het verstrijken van de in het tweede lid

    bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs.

Artikel 6 Werkwijze adviseur of adviescommissie
  • 1 Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking

    hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de

    adviseur of van de adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter beschikking.

  • 2 Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen aan die de adviseur

    of de adviescommissie bij de uitvoering van de adviesopdracht bijstaat.

  • 3 De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één of meerdere

    hoorzittingen, waar de aanvrager en de in het tweede lid bedoelde ambtelijke

    vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten,

    onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te

    verschaffen, dan wel een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviseur of

    de adviescommissie kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken bestuursorganen,

    alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet

    worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken.

  • 4 De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het tijdstip waarop de

    adviseur of de adviescommissie de situatie ter plaatse zal bezichtigen en nodigt de

    aanvrager voor de plaatsopneming uit.

  • 5 Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak, wordt

    door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie met de aanvrager een afspraak

    gemaakt.

  • 6 Van de in het derde lid bedoelde hoorzitting en van de in het vierde lid bedoelde

    bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van, de adviseur of de

    voorzitter van de adviescommissie een verslag gemaakt, dat onderdeel vormt van het uit

    te brengen advies.

  • 7 Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de adviescommissie binnen

    zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan

    aan de gemeente, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen

    en aan de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet.

    De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van

    redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste vier weken verlengen.

  • 8 De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de

    belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet worden in

    de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het concept advies

    schriftelijk hierop te reageren.

  • 9 In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie

    binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies

    uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken.

  • 10 In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de

    adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde

    termijn een advies uit aan het college.

Artikel 7 Slotbepalingen
  • 1 Deze verordening treedt in werking op 27 september 2008.

  • 2 Deze verordening wordt aangehaald als "Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming

    in planschade gemeente Bernheze 2008."

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare vergadering van
25 september 2008.
DE RAAD VOORNOEMD,
de griffier, de voorzitter,
J.H.M. van den Oever A.A.M.M. Heijmans