Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Boekel

Geldend van 06-09-2012 t/m heden

Intitulé

Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Boekel

De raad van de gemeente Boekel;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 november 2010;

gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging,

overwegende dat het gewenst is om regels vast te stellen voor het gebruik en beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen,

besluit vast te stellen de navolgende

“Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Boekel”

Hoofdstuk I Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

a)Begraafplaats:

alle gemeentelijke begraafplaatsen die de gemeente Boekel ten tijde van de verordening in beheer heeft, tenzij anders vermeld, waaronder

  • -

    de gemeentelijke begraafplaats te Boekel;

  • -

    de gemeentelijke begraafplaats te Venhorst.

    • b)

      Particulier graf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van één lijk;

    • c)

      Algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van één lijk;

    • d)

      Particulier urnengraf: een grafkelder waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen plaatsen en geplaatst houden van asbussen met of zonder urn, bevattende de as van één of meer overledene(n);

    • e)

      Particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn, bevattende de as van één of meer overledene(n);

    • f)

      Verzamelgraf: graf voor het doen begraven en begraven houden van meerdere lijken welke meer dan 20 jaren zijn overleden;

    • g)

      Urn: een voorwerp ter berging van één of meerdere asbussen;

    • h)

      Asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

    • i)

      Verstrooiingsplaats: een permanent daartoe door de beheerder aangewezen centrale

      plaats op de gemeentelijke begraafplaats waarop as wordt verstrooid;

    • j)

      Gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken;

    • k)

      Grafbedekking: gedenkteken/monument, grafbeplanting en andere voorwerpen op een

      graf of bij een urnenruimte;

    • l)

      Beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen

      of degene die hem vervangt;

m) College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boekel;

  • n)

    Rechthebbende: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die het uitsluitend recht

    heeft verkregen tot het doen begraven of het doen bijzetten in een particulier

    graf, een particulier urnengraf of een particuliere urnennis.

  • o)

    Belanghebbende: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon aan wie het gebruik van

    een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze

    geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

  • p)

    Grafrecht: het recht op het begraven en begraven houden in een particulier graf, particulier urnengraf, particulier urnennis;

  • q)

    Lijk: het lichaam van een mens.

  • r)

    Houder van de begraafplaats: de begraafplaatsbeheerder van de gemeente Boekel

Artikel 2 Uitbreiding begrippen particulier

1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'particulier graf' mede verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis, particulier kindergraf.

Hoofdstuk II Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Artikel 3 Openstelling begraafplaatsen

1 De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende de door het college bij nadere regels vast te stellen tijden. Zij maken deze tijden openbaar bekend.

2 De toegang tot en het verblijf op de begraafplaats is verboden voor kinderen beneden de leeftijd van 12 jaar zonder begeleiding van een meerderjarige.

3 Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kan het college de toegang(en) of delen van de begraafplaats tijdelijk sluiten.

4 Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 4 Ordemaatregelen

1 Het is steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van de beheerder van de begraafplaats, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen te verrichten. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven.

  • 2

    Ter handhaving van de orde en rust kan bezoekers de toegang tot de begraafplaats worden ontzegd.

  • 3

    Het is verboden op de begraafplaats:

Rij- of voertuigen, met uitzondering van invalidewagens, mee te nemen, anders dan ter gelegenheid van een begrafenis, ter bezorging van as of tot het vervoeren van materialen bestemd voor op de begraafplaats te verrichten werkzaamheden.

4Honden worden alleen aangelijnd toegelaten op de begraafplaats.

5 Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

6 Degenen die zich niet aan de in het vijfde lid bedoelde aanwijzing houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.

Artikel 5 Plechtigheden

1 Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.

2 De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 6 Opgravingen, ruimingen en overige werkzaamheden

  • 1 Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. In overleg met de beheerder kunnen ook nabestaanden van de overledene hierbij aanwezig zijn.

  • 2 Het openen, sluiten en ruimen van graven, alsmede het opgraven en het opnieuw begraven van stoffelijke resten, dan wel van een asbus, al dan niet met urn, in een ander particulier graf op de begraafplaats, geschiedt uitsluitend door de daartoe door het college aangewezen personen.

Hoofdstuk III Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

  • 1

    De rechthebbende of belanghebbende, die wil doen begraven, een asbus wil doen bijzetten of as wil verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur op de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder op het daarvoor bestemde formulier. De zaterdag, zondag en algemeen erkende feest- en gedenkdagen gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft verleend om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 2

    De kist met daarin het lichaam van de overledene of een ander lijkomhulsel dient bij aankomst op de begraafplaats te zijn voorzien van een registratienummer.

  • 3

    Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat de houder van de begraafplaats de identiteit van het lijk heeft vastgesteld door vergelijking van het op de kist of ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat, vermeld op een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en geboortedata van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de levenloosgeborene bevat.

  • 4

    Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.

  • 5

    De nabestaanden kunnen de werkzaamheden onder lid 4. onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. De zaterdag, zondag en algemeen erkende feest- en gedenkdagen gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

Artikel 8 Gebouwen en muziekinstallatie

Niet van toepassing

Artikel 9 Over te leggen stukken

1 Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van as is overgelegd aan de beheerder.

2Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

3 De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.

4 Begraving in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met 10 jaren. De kosten van deze verlenging wordt bij de rechthebbende van het graf in rekening gebracht.

Artikel 10 Tijden van begraven en asbezorging

1De tijd van begraven en het bezorgen van as is dagelijks mogelijk van 09:00 uur tot 16:00 uur, met uitzondering van zondagen en algemeen erkende feestdagen.

2 Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

Hoofdstuk IV Indeling en uitgifte der graven

Artikel 11 Indeling graven en asbezorging

1 Op de gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Boekel kunnen worden uitgegeven:

  • a)

    particuliere graven;

  • b)

    particuliere urnengraven;

  • c)

    particuliere urnennissen;

  • d)

    algemene graven.

  • 2

    In een particulier graf kan maximaal één lijk worden begraven.

  • 3

    Aan de rechthebbende van een reeds bestaand particulier graf wordt de mogelijkheid geboden om in dit graf asbus(sen) met of zonder urn bij te laten zetten (begraven). In deze situatie wordt afgeweken van het bepaalde in lid 2.

  • 4

    In een particuliere urnennis of particulier urnengraf is het toegestaan maximaal drie asbussen met of zonder urn te plaatsen, indien dit gezien de afmetingen van de nis of het graf en de urnen mogelijk is.

Artikel 12 Aantal overledenen in algemene graven

In algemene graven mag maximaal één lijk worden begraven.

Artikel 13 Volgorde van uitgifte

  • 1

    De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven. De volgorde van ligging wordt bepaald door de beheerder van de begraafplaats.

  • 2

    Het college behoudt zich het recht voor een particulier graf toe te wijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit gezien de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.

  • 3

    Het is niet mogelijk een bepaalde grafruimte te reserveren. Uitzonderingen hierop worden aangegeven in art 16.

Artikel 14 Categorieën

  • 1.

    Voor het begraven van clerici en kinderen beneden de leeftijd van 12 jaren wordt door het college een afzonderlijk gedeelte van de begraafplaats aangewezen.

  • 2.

    Voor het begraven van asbussen met of zonder urn wordt door het college een afzonderlijk gedeelte van de begraafplaats aangewezen.

Artikel 15 Termijnen particuliere graven

  • 1

    Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaren het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het grafrecht is uitgegeven.

  • 2

    Een recht als bedoeld in lid 1 van dit artikel, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 18 lid 2 (overschrijving). Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

  • 3

    Indien alsnog een uitsluitend recht wordt verleend op een bestaand algemeen graf, wordt de termijn gedurende welke het recht geldt, geacht te zijn aangevangen vanaf de datum waarop het algemene graf in gebruik is genomen. Hiervoor geldt het tarief van het jaar waarin het uitsluitend recht wordt omgezet.

  • 4

    Binnen één jaar na de aanvang van de termijn waarin verlenging van het grafrecht kan worden verzocht doet de houder van de begraafplaats aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is, schriftelijk mededeling van het verstrijken van de termijn.

  • 5

    Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling, bedoeld in lid 4, om verlenging van het grafrecht is verzocht, maakt de houder van de begraafplaats de mededeling bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, tot het einde van de periode waarvoor het recht was gevestigd.

  • 6

    Grafrechten kunnen niet eerder worden verlengd dan twee jaar voor het verstrijken van de graftermijn.

Artikel 16 Reservering van graven

1 Ten behoeve van het naast elkaar begraven van echtgenoten, levenspartners en familieleden tot de 2e graad, wordt de mogelijkheid geboden om bij het begraven van de eerst overleden levenspartner of familielid een grafakte te verkrijgen voor het uitsluitend recht tot begraven in één naastliggend graf. Termijn waarvoor grafrecht verschuldigd is vangt aan op het moment waarop het graf wordt gereserveerd.

2 Het college biedt de mogelijkheid geruimde graven binnen één jaar na het verstrijken van de graftermijn opnieuw te reserveren ten behoeve van begraving van de levenspartner of familieleden tot de 2e graad van de eerst overledene.

Artikel 17 Grafkelder

Het stichten van een grafkelder is niet toegestaan.

Artikel 18 Overschrijving van verleende rechten

  • 1

    Nabestaanden dienen wijzigingen van persoonlijke gegevens van rechthebbenden of adreswijzigingen van rechthebbenden door te geven aan de begraafplaatsadministratie.

  • 2

    Het grafrecht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de voorgenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

3 Na het overlijden van de rechthebbende kan het grafrecht van een particulier graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

4 Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het derde lid van dit artikel gestelde termijn, is het college bevoegd het grafrecht op het particuliere graf vervallen te verklaren.

5 Na het verstrijken van de in het derde lid van dit artikel genoemde termijn van één jaar kan het college het grafrecht alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat, of urnenruimte die, inmiddels is geruimd.

Artikel 19 Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particulier graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Hoofdstuk V Grafbedekkingen

Artikel 20 Grafbedekking / Gedenkteken

  • 1

    Zowel op een particulier graf als op een algemeen graf kan een gedenkteken worden aangebracht dat voldoet aan de afmetingen die zijn aangegeven op bijlage 1. Het gedenkteken dient te zijn gemaakt van duurzame materialen.

    Onder duurzame materialen wordt verstaan vaste, niet buigzame materialen van natuursteen, glas, hout, keramiek, kunststof en metaal, die van nature of door een speciale behandeling weerbestendig zijn, niet breukgevoelig en die bestaan uit een geheel en waarvan de praktische toepasbaarheid zoals opnemen, verplaatsen en dergelijke gewaarborgd is.

  • 2

    Op de kindergraven kan een gedenkteken worden aangebracht dat voldoet aan de afmetingen die zijn aangegeven op bijlage 2. Het gedenkteken dient te zijn gemaakt van duurzame materialen, zoals omschreven onder lid 1 van dit artikel.

  • 3

    De rechthebbende van een graf heeft de vrijheid om een gedeelte van het graf te gebruiken om grafbeplanting/bedekking aan te brengen, conform de tekening in bijlage 3, dat wil zeggen:

  • a)

    een diepte van 68 cm, gemeten vanuit de achterzijde van het monument;

  • b)

    een breedte van 50 cm aan beide zijden, gemeten vanuit het midden van het grafmonument;

  • c)

    daarnaast dient een breedte van 20 cm tussen de grafbeplanting/bedekking en de grasstrook vrij te blijven voor maaiwerkzaamheden;

  • d)

    aan beide zijden van het graf dient 20 cm vrij te blijven om afstand te houden van het naastgelegen graf.

  • 4

    Indien een rechthebbende het uitsluitend recht heeft op twee (of meerdere) naast elkaar gelegen graven is het niet verplicht de ruimte, genoemd in lid 3 sub d vrij te houden. Ook kan één gedenkteken, conform lid 1, centraal geplaatst worden op beide graven.

5 Het college kan het aanbrengen van grafbedekking weigeren indien:

  • a)

    niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels conform het

    uitvoeringsbesluit;

  • b)

    de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

  • c)

    de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

  • d)

    de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

Artikel 21 Verwijdering grafbedekking

1Het college is bevoegd tot verwijdering en vernietiging van gedenktekens of beplantingen en andere voorwerpen over te gaan indien na de dag waarop het graf geruimd mag worden de grafbedekking niet is verwijderd, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet aansprakelijk kan worden gesteld en zonder dat zij tot enige vergoeding verplicht is.

2 Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd aan de entree van de begraafplaats door het college bekend gemaakt, tenzij het adres van de rechthebbende bij het college bekend is. In dat geval maakt zij aan hem uiterlijk een jaar voor het genoemd tijdstip per brief haar voornemen bekend.

3Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende op het graf. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde termijn.

Artikel 22 Onderhoud door de rechthebbende / belanghebbende

1Dit artikel is van toepassing op het onderhoud niet zijnde algemeen onderhoud voor zover dit onderhoud niet bij de houder van de begraafplaats berust.

2 De rechthebbende of de belanghebbende is verplicht de grafbedekking en andere voorwerpen op het graf behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

3 Indien de rechthebbende of belanghebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking (geheel of gedeeltelijk) doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende of belanghebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

4 De verwijdering van de grafbedekking of het gedenkteken, zoals bedoeld in lid 3, vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende of belanghebbende schriftelijk is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van het gedenkteken en / of de grafbeplanting. De oproeping geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

5Niet blijvende beplantingen, verwelkte bloemen of kransen en kapotte voorwerpen op een graf kunnen zonder voorafgaande kennisgeving door de beheerder worden verwijderd, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.

Artikel 23 Onderhoud door de gemeente

Burgemeester en wethouders voorzien in het schoonhouden, verzorgen en beplanten van de begraafplaats. Het herstellen van verzakkingen geschiedt door of vanwege de gemeente.

Artikel 24 Aansprakelijkheid

1Zolang het graf niet geruimd mag worden blijft de eigenaar de eigendom houden van hetgeen op het graf geplaatst is.

2 Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door en voor rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende.

3 Schade en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende en deze dient daaraan toegebrachte schade, door welke omstandigheden ook, op eerste aanschrijven te (doen) herstellen.

4 Indien binnen 3 maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplantingen en andere voorwerpen over te gaan, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet aansprakelijk kan worden gesteld.

5 Indien door een ondeugdelijke (geworden) constructie naar het oordeel van de beheerder een gevaarlijke situatie is ontstaan, kan het college direct maatregelen treffen.

Artikel 25 Tijdelijke verwijdering

1Een rechthebbende of belanghebbende is verplicht te gedogen dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting en voorwerpen vanwege de gemeente op kosten van de gemeente tijdelijk geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is. Een voorafgaande kennisgeving aan de rechthebbende is niet vereist.

Hoofdstuk VI Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen

Artikel 26 Aflopen termijn algemeen graf

  • 1

    Ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het verstrijken van de termijn van uitgifte van een algemeen graf doet de houder van de begraafplaats daarvan schriftelijk mededeling aan de belanghebbende bij dat graf wiens adres hem bekend is.

  • 2

    De belanghebbende bij een algemeen graf kan gedurende de periode van één jaar voor beëindiging van de algemene graftermijn bij de beheerder een aanvraag indienen om de overblijfselen te verzamelen voor herbegraving in een particulier graf of verstrooiing.

  • 3

    Herbegraving zoals bedoeld in lid 2 zal niet eerder plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale grafrusttermijn.

  • 4

    De kosten welke gemoeid zijn met de werkzaamheden genoemd onder lid 2 van dit artikel, komen voor rekening van de belanghebbende van het betreffende graf.

Artikel 27 Aflopen termijn particulier graf

  • 1

    Binnen één jaar na de aanvang van de termijn waarin verlenging van het recht op een particulier graf kan worden verzocht doet de houder van de begraafplaats aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is, schriftelijk mededeling van het verstrijken van de termijn.

  • 2

    Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, om verlenging van het grafrecht is verzocht, maakt de houder van de begraafplaats de mededeling bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, tot het einde van de periode waarvoor het grafrecht was gevestigd.

3 De rechthebbende op een particulier graf, kan bij de beheerder een aanvraag indienen om na afloop van het grafrusttermijn de overblijfselen te doen verzamelen om deze, indien mogelijk, elders opnieuw te doen begraven.

4 De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien zolang het recht op het graf of de nis loopt.

Artikel 28 Ruimen graven

  • 1

    Graven worden geruimd indien:

  • a

    na het verstrijken van het grafrecht, de overblijfselen niet worden herbegraven zoals is beschreven in artikel 26 lid 2 en/of de grafrechten niet worden verlengd zoals is beschreven in artikel 27 lid 1;

  • b

    de rechthebbende van het graf hierom schriftelijk een verzoek indient bij het college.

2 Het ruimen geschiedt niet dan op last van de houder van de begraafplaats en na verloop van 10 jaar nadat in het graf laatstelijk een lijk is geplaatst, en, indien het een particulier graf betreft, met toestemming van de rechthebbende op het graf.

Artikel 29 Losse voorwerpen

  • 1

    De op de graven geplaatste losse voorwerpen blijven ter beschikking van de rechthebbende en belanghebbende, gedurende een periode van 12 weken na ruiming van het betreffende graf.

  • 2

    Na afloop van de in het vorig lid genoemde periode vervalt het recht op deze voorwerpen aan het college zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

Hoofdstuk VII Gedeelte voor kerkgenootschap

Artikel 30 Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven

Niet van toepassing.

Hoofdstuk VIII Instandhouden historische graven en opvallende grafbedekking

Artikel 31 Lijst

Niet van toepassing.

Hoofdstuk IX Inrichting register

Artikel 32 Administratie begraafplaats

1De administratie van de begraafplaats geschiedt van gemeentewege.

2 Gegevens over namen van overledenen en grafnummers zijn openbaar.

Hoofdstuk X Klachten

Artikel 33 Indiening, behandeling en beslissing

1 Ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke personen en rechtspersonen kunnen omtrent feitelijke handelingen of het nalaten van feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij het college een schriftelijke klacht indienen.

2 Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de klacht. Zij kan deze termijn met ten hoogste vier weken verlengen.

Hoofdstuk XI Commissie voor de begraafplaatsen

Artikel 34 Benoeming leden, taak

Er is geen commissie voor de begraafplaatsen.

Hoofdstuk XII Slotbepalingen

Artikel 35 Overgangsbepaling

De rechten en verplichtingen met betrekking tot eigen graven die voortvloeien uit de ingevolge artikel 38 lid 1 ingetrokken verordening, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan.

Artikel 36 Strafbepaling

Niet van toepassing

Artikel 37 Beslissingsbevoegdheid

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of in geval van verschil van mening over de uitleg van haar bepalingen, beslist het college.

Artikel 38 Inwerkingtreding

1 De “Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Boekel ", vastgesteld bij raadsbesluit van 13 februari 2003 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van inwerkingtreding.

2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag volgende op de dag na die van de bekendmaking.

Artikel 39 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Boekel.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2010.
De griffier, De voorzitter,
Bijlagen:
Bijlage 1 grafmonument volwassenen
Bijlage 2 grafmonument kinderen
Bijlage 3 afmetingen graf en bedekking

Bijlage 1 grafmonument volwassenen

Bijlage 2 grafmonument kinderen

Bijlage 3 afmetingen graf en bedekking