Marktverordening gemeente Brielle

Geldend van 31-10-2011 t/m heden

Intitulé

Marktverordening gemeente Brielle

De raad van de gemeente Brielle;

 

Gelet op de artikelen 147, eerste lid, en artikel 149 van de Gemeentewet;

 

Gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 2 augustus 2011;

 

Gezien het positieve advies van de commissie Grondgebied van 23 augustus 2011;

 

Overwegende dat het wenselijk is regels te stellen voor een ordelijk verloop van de warenmarkt(en) in de gemeente Brielle;

 

Besluit vast te stellen de volgende verordening:

Marktverordening gemeente Brielle

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    markt: de door het college ingestelde warenmarkt;

  • b.

    standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel in de zin van deze verordening;

  • c.

    vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;

  • d.

    dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen of ingenomen;

  • e.

    standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel.

  • f.

    standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;

  • g.

    vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;

  • h.

    anciënniteitenlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats;

  • i.

    wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats;

  • j.

    marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college.

Artikel 2 Inrichting van de markt; branche-indeling
  • 1. Het college bepaalt ten aanzien van de markt:

    • a.

      het aantal standplaatsen;

    • b.

      de afmetingen van de standplaatsen;

    • c.

      de opstelling en indeling van de markt;

    • d.

      welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats of standwerkersplaats;

    • e.

      de wijze waarop de toewijzing, loting en bezetting en gebruik van standplaatsen plaatsvindt.

  • 2 Het college kan voor de markt vaststellen:

    • a.

      een lijst met artikelengroepen of branches;

    • b.

      een maximum aantal standplaatsen per branche.

Artikel 3 De marktcommissie

Het college kan besluiten tot instelling van een adviescommissie voor marktaangelegenheden.

Artikel 4 Nadere regels

Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening.

Artikel 5 Voorschriften en beperkingen
  • 1. Het college kan, ten aanzien van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid gezondheid en overlast, voorschriften of beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing.

  • 2. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te leven.

Hoofdstuk 2 Vergunningen

Artikel 6 Standplaatsvergunning

Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college.

Artikel 7 Toewijzing standplaatsen

Een standplaats wordt door of namens het college toegewezen als vaste standplaats, dagplaats, of standwerkersplaats.

Artikel 8 Vereisten
  • 1. Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon van tenminste 18 jaar oud, die schriftelijk een aanvraag voor een vergunning en een afschrift van een geldig legitimatiebewijs heeft ingediend bij het college en die daarbij aantoont dat hij persoonlijk, of de rechtspersoon waarbij hij in loondienst is of deel van uitmaakt, staat ingeschreven:

    • a.

      in het Handelsregister en daarvan een recent bewijs toont (kvk-nummer);

    • b.

      bij het Hoofdbedrijfschap voor de detailhandel (HBD) en ten bewijze daarvan een geldig inschrijvingsbewijs (marktpas) kan overleggen;

  • 2. Bij toewijzing van een standplaats dient de vergunninghouder persoonlijk, of de rechtspersoon waarbij hij in loondienst is of waarvan hij deel uitmaakt, bij voortduring te voldoen aan de eisen genoemd in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 9 Inhoud vaste standplaatsvergunning
  • 1. Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval:

    • a.

      de naam en voorletters, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder;

    • b.

      een duidelijk omschrijving van de toegewezen vaste standplaats en de afmetingen van de kraam of verkoopwagen;

    • c.

      een omschrijving van de branche waarvoor de vergunning is bedoeld;

    • d.

      de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend.

  • 2. Bij de vergunning moet de vergunninghouder te allen tijde kunnen overleggen:

    • a.

      een bewijs ter identificatie;

    • b.

      een bewijs van inschrijving in het Handelsregister;

    • c.

      een bewijs van inschrijving bij het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (marktpas).

Artikel 10 Inschrijving op de anciënniteitenlijst

Vergunninghouders van vaste standplaatsen worden ingeschreven op een doorlopend genummerde lijst in volgorde van de datum  waarop voor het eerst aan de vergunninghouder een vaste standplaats is toegewezen. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de artikelengroep die de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe hij behoort.

Artikel 11 Doorhalen van inschrijving op de anciënniteitenlijst

De inschrijving op de anciënniteitenlijst wordt doorgehaald indien de vergunning van vaste standplaatshouder wordt ingetrokken.

Artikel 12 Inschrijving op de wachtlijst
  • 1. Een aanvrager wordt op de wachtlijst ingeschreven indien geen vaste standplaats kan worden toegewezen en hij schriftelijk te kennen heeft gegeven dat hij op de wachtlijst wil worden ingeschreven;

  • 2. Het college verstrekt een schriftelijk bewijs van inschrijving op de wachtlijst onder vermelding van;

    • a.

      de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de aanvrager;

    • b.

      de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen;

    • c.

      de soort artikelen die de aanvrager wil verhandelen of de branche waartoe hij behoort;

    • d.

      de kraam of andere verkoopmaterialen die de aanvrager wil gebruiken.

  • 3. De aanvrager wordt van de wachtlijst gehaald indien hij niet jaarlijks vóór 1 januari schriftelijk verlenging van zijn inschrijving heeft aangevraagd.

Artikel 13 Doorhalen van inschrijving op de wachtlijst

De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald:

  • a.

    wanneer een vaste plaats wordt toegewezen en ingenomen;

  • b.

    indien de ingeschrevene niet jaarlijks vóór 1 januari om verlenging van de inschrijving heeft verzocht;

  • c.

    op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene;

  • d.

    bij overlijden van de ingeschrevene;

  • e.

    wanneer de ingeschrevene een aangeboden vaste plaats zonder dringende reden weigert, of niet binnen redelijke termijn reageert op een uitnodiging om een vaste plaats in te nemen;

  • f.

    indien ter zake van de inschrijving of de ontheffing of anderszins onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt.

Artikel 14 Volgorde toewijzing vaste standplaatsen

Artikel 14 Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de standplaats achtereenvolgens toegewezen aan:

  • a.

    de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de ancienniteitenlijst;

  • b.

    degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op de wachtlijst.

Artikel 15 Overschrijving vaste standplaatsvergunning
  • 1. In geval van overlijden, het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd of bij blijvende arbeidsongeschiktheid van meer dan 50% kan de vergunning voor de vaste standplaats worden overgeschreven op de echtgenoot, geregistreerd partner of een kind van de vergunninghouder indien deze tenminste twee jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in het bedrijf heeft gefunctioneerd.

  • 2. De vergunning voor een vaste standplaats kan, in afwijking van de lid 1 ook worden overgeschreven op een medewerker of een mede-eigenaar onder de volgende voorwaarden:

    • a.

      De medeweker of mede-eigenaar dient minimaal twee jaar onafgebroken in het marktbedrijf van de vergunninghouder te hebben gefunctioneerd.

    • b.

      De werknemer of mede-eigenaar dient ingeschreven te staan op de wachtlijst.

  • 3. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na de in de aanhef van het eerste lid genoemde gebeurtenis. 

Artikel 16 Intrekking vaste standplaatsvergunning
  • 1. Het college trekt een vastestandplaatsvergunning in:

    • a.

      op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;

    • b.

      bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 15 de vergunning wordt overgeschreven.

  • 2. Het college kan een vastestandplaatsvergunning intrekken:

    • a.

      indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • b.

      indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 8 genoemde vereisten.

  • 3. Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 15 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken.

Artikel 17 Toewijzing dagplaats

Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door of namens het college op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen.

Artikel 18 Toewijzing standwerkersplaats

Toewijzing van een standwerkersplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door of namens het college op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats of als dagplaats wordt ingenomen.

Hoofdstuk 3 Bepalingen over het gebruik van de standplaats

Artikel 19 Persoonlijk innemen standplaats
  • 1. De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.

  • 2. De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan door een handleingsbekwaam natuurlijk persoon van 18 jaar of ouder.

Artikel 20 Aantal keren innemen vaste standplaats

De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken zijn standplaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 21 en 22.

Artikel 21 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden
  • 1. De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen, deelt dit voor aanvang van de markt mede aan de marktmeester.

  • 2. Bij afwezigheid wegens ziekte meldt de vergunninghouder zich per marktdag af.

  • 3. Bij afwezigheid wegens vakantie of bij bijzondere omstandigheden geeft de vergunninghouder de duur van zijn afwezigheid aan.

  • 4. Het is geoorloofd om in verband met vakantie voor twee periodes van maximaal drie marktdagen aaneengesloten per kalenderjaar afwezig te zijn, mits dit tijdig aan de marktmeester wordt bekendgemaakt.

  • 5. Indien de afwezigheid op grond van het eerste lid langer dan 2 marktdagen duurt wordt dit zo spoedig mogelijk schriftelijk aan het college bevestigd.

  • 6. Het college kan, indien de afwezigheid wegens ziekte of bijzondere omstandigheden langer dan 12 maanden duurt, de vergunning intrekken.

Artikel 22 Ongeoorloofde afwezigheid

Indien de vergunninghouder niet voldoet aan de eisen genoemd in de artikelen 20 en 21 dan wordt hij geacht ongeoorloofd afwezig te zijn. Is de vergunninghouder per 12 maanden, na waarschuwing door of namens het college, meer dan twee keer ongeoorloofd afwezig geweest dan kan het college zijn vergunning intrekken.

Artikel 23 Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen
  • 1. Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan één uur voor aanvang en meer dan één uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren.

  • 2. De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. De marktmeester kan hiervan, in verband met bijzondere omstandigheden, ontheffing verlenen.

  • 3. Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk om 09.00 uur heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als standwerkersplaats of als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt.

Hoofdstuk 4 Sancties

Artikel 24 Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning
  • 1. Het college kan een vergunning voor een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat:

    • a.

      het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;

    • b.

      zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

    • c.

      niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet;

    • d.

      niet meer voldoet aan de in artikel 8 genoemde vereisten;

    • e.

      de marktmeester belemmert in het uitoefenen van zijn functie of de door de marktmeester gegeven aanwijzingen niet opvolgt;

    • f.

      indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt.

  • 2. Intrekking van de vergunning leidt tevens tot doorhaling van inschrijving op de anciënniteitenlijst.

Artikel 25 Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker

Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerkersplaats van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkersplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien:

  • a.

    blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;

  • b.

    hij het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt;

  • c.

    hij zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

  • d.

    hij niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats;

  • e.

    hij de marktmeester belemmert in het uitoefenen van zijn functie of de door de marktmeester gegeven aanwijzingen niet opvolgt;

  • f.

    hij niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

Artikel 26 Onmiddellijke verwijdering

Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij:

  • a.

    het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;

  • b.

    zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

  • c.

    niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats;

  • d.

    de marktmeester belemmert in het uitoefenen van zijn functie of de door de marktmeester gegeven aanwijzingen niet opvolgt.

Hoofdstuk 5 Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 27 Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 28 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeester en de bij besluit van het college aangewezen personen.

Artikel 29 Hardheidsclausule

Het college kan de bepalingen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het algemeen belang, openbare orde, gezondheid, veiligheid, overlast, zedelijkheid, baldadigheid of wanordelijkheden leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. 

Artikel 30 Intrekking oude regeling

De "verordening op de warenmarkt(en) voor de gemeente Brielle 2006", vastgesteld op 9 mei 2006, wordt ingetrokken.

Artikel 31 Overgangsbepalingen
  • 1. Besluiten - hoe ook genaamd - van het college die genomen zijn krachtens de in artikel 30 genoemde verordening, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 2. De bestaande anciënniteiten- en wachtlijsten worden geacht anciënniteiten- en wachtlijsten in de zin van deze verordening te zijn.

  • 3. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning, ontheffing of overschrijving op grond van de in artikel 30 genoemde verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet definitief op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 32 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 31 oktober 2011.

Artikel 33 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als "Marktverordening gemeente Brielle".

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 oktober 2011
de griffier,                              de burgemeester,
 
dhr. L.C.M. van Steijn            mw. G.W.M. van Viegen
 
 
 
 

Marktreglement 1

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brielle

Gelet op artikel 160 eerste lid, sub h, Gemeentewet, artikel 4 van de Marktverordening gemeente Brielle en de van toepassing zijnde bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht;

Overwegende dat het wenselijk is nadere regels vast te stellen met betrekking tot uitvoering van de marktverordening en een ordelijk verloop van de warenmarkt(en) in de gemeente Brielle

Besluit vast te stellen het volgende:

Marktreglement gemeente Brielle

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Begripsomschrijving

  • 1.

    In dit reglement wordt verstaan onder:a. Levenspartner: de persoon met wie de vergunninghouder met het oogmerk duurzaam samen te wonen een gemeenschappelijke huishouding voert. Dit moet blijken uit een akte van registratie van partnerschap als bedoeld in artikel 1:80a, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek of een samenlevingscontract opgemaakt bij notariële akte;c. Uitstalling: goederen van de vergunninghouder die geplaatst worden buiten de toegewezen ruimte die is aangegeven in de standplaatsvergunning

  • 2.

    De in artikel 1 van de Marktverordening gemeente Brielle gegeven begripsomschrijvingen zijn van overeenkomstige van toepassing op deze nadere regels.

Artikel 1:2 Dag, tijd en plaats van de markt

  • 1.

    De markt wordt, overeenkomstig de door het college vastgestelde marktkalender en behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, gehouden op:- maandag van 09:00 uur tot 16:00 uur op de Turfkade in Brielle;- donderdag van 13:00 uur tot 18:00 uur op het Gaffelaarplein in Zwartewaal;- donderdag van 09:00 uur tot 16:00 uur op de Markt in Brielle.

  • 2.

    De markt kan op grond van dringende redenen, dit ter beoordeling van het college, in afwijking van het eerste lid, tijdelijk plaatsvinden op een andere dag, en/of op een andere tijd, en/of op een andere plaats.

  • 3.

    Geen markt wordt gehouden op de dagen en tijden vermeld in artikel 2, eerste lid van de Winkeltijdenwet, behoudens het bepaalde in de Verordening Winkeltijden Brielle.

Artikel 1:3 Afgelasting markt

Indien dit in het algemeen belang is of ter uitvoering van werken door het college nodig wordt geoordeeld, danwel in geval van extreme weersomstandigheden, kan een markt geheel of gedeeltelijk worden afgelast, zulks ter beoordeling van de marktmeester.

Artikel 1:4 Inrichting van de markt

De inrichting van de markt, waaronder begrepen het aantal en de afmetingen van de standplaatsen, is vastgesteld zoals aangegeven op de bij dit reglement behorende tekening.

Artikel 1:5 Indeling van de markt

De indeling van de markt vindt plaats op de wijze zoals door de marktmeester wordt aangegeven.

Artikel 1:6 Branchering

De branche-indeling, alsmede het maximum aantal standplaatsen per artikelengroep, is vastgesteld zoals aangegeven op de bij dit reglement behorende brancheringsregeling.

Hoofdstuk 2 De marktcommissie

Artikel 2:1 Instelling marktcommissie

Door het college wordt een marktcommissie ingesteld welke als taak heeft het college gevraagd en ongevraagd te adviseren over aangelegenheden betreffende de weekmarkten in de gemeente Brielle.

Artikel 2:2 Samenstelling en werkwijze van de marktcommissie

  • 1.

    De marktcommissie is als volgt samengesteld:- voorzitter is de door het college als zodanig aangestelde marktmeester;- drie leden bestaande uit vertegenwoordigers van de marktkooplieden;- één lid van de Centrale Vereniging voor Ambulante Handel.

  • 2.

    De marktcommissie vergadert zo vaak als dit door de voorzitter of ten minste twee leden nodig wordt geacht, doch ten minste één keer per kwartaal.

  • 3.

    De vergaderingen zijn openbaar, tenzij de voorzitter anders bepaalt.

  • 4.

    De marktcommissie kan zich tijdens de vergaderingen laten bijstaan door deskundigen, zulks ter beoordeling van de voorzitter.

  • 5.

    De voorzitter bepaalt ten aanzien van een bepaald onderwerp of een stemming gewenst is.

  • 6.

    Bij advisering wordt uitgegaan van een absolute meerderheid van stemmen van de op de vergadering aanwezige leden.

  • 7.

    De voorzitter onthoudt zich van stemming.

  • 8.

    Van de vergaderingen wordt een verslag gemaakt, welke ten minste wordt toegezonden aan de leden en de voorzitter. Indien binnen twee weken na verzending van het verslag geen opmerkingen zijn binnengekomen, wordt het verslag als juiste weergave beschouwd en kan als zodanig worden betrokken bij eventuele besluitvormingsprocedures.

  • 9.

    Het verslag wordt ter vaststelling voorgelegd aan de commissie in de eerstvolgende vergadering.

Hoofdstuk 3 Toewijzen en bezetten van standplaatsen

Artikel 3:1 Toewijzing standplaatsenE

  • 1.

    Een standplaats wordt toegewezen als vaste plaats, dagplaats of standwerkersplaats.

  • 2.

    Een vrijgekomen vaste standplaats wordt als dagplaats beschouwd en blijft als zodanig aangemerkt zolang zij niet als vaste standplaats of als standwerkersplaats is toegewezen.

  • 3.

    Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door of namens het college op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats of als standwerkersplaats wordt ingenomen.

Artikel 3:2 Eisen materiaal

  • 1.

    De aangewezen standplaats dient door middel van een kraam of verkoopwagen te worden ingenomen, tenzij toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 4:2 van dit reglement.

  • 2.

    Het materiaal moet aan de volgende eisen voldoen:a. Het materiaal mag in opgestelde toestand niet dieper zijn dan de kramenrij en niet langer dan 12 strekkende meter;b. toonbanken, vitrines of andersoortige verkoopmaterialen mogen niet buiten de staanders van de kramenrij uitsteken;c. aan de zijkanten mogen geen zeilen, kleppen of andere zaken zijn aangebracht die de doorgang aan de verkoopzijde verhinderen of het zicht op de naastgelegen verkoopgelegenheid beperken;d. het materiaal dient een minimale (klep-)hoogte te hebben van 210 cm;e. dissels, zij- en achterkleppen, deuren en andere voorwerpen mogen in de verkoopopstelling niet uitsteken buiten de toegewezen standplaats;f. verticale hulpmiddelen die ten behoeve van de voorklep worden geplaatst, moeten zijn voorzien van een deugdelijke en goed zichtbare markering.

Artikel 3:3 Schoonhouden en opleveren standplaats

  • 1.

    De vergunninghouder dient:a. ervoor te zorgen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt;b. tijdens de markt zelf zijn afval, verpakkingsmaterialen en dergelijke in te zamelen;c. voordat hij het marktterrein verlaat, zijn standplaats en onmiddellijke omgeving daarvan schoon op te leveren en zelf voor de afvoer van zijn marktafval zorg te dragen;

  • 2.

    Een vergunninghouder die opdracht krijgt om aan de voorzijde van zijn kraam of verkoopgelegenheid afvalbakken te plaatsen, dient hieraan te voldoen en volle afvalbakken leeg te maken. Dit afval hoort ook bij het bedrijfsafval van de vergunninghouder;

  • 3.

    Een vergunninghouder die handel drijft in artikelen van een branche waaruit zou kunnen voortvloeien dat de ondergrond en omgeving van zijn standplaats vervuild raakt, dient hiervoor maatregelen te treffen om dit te voorkomen. De te treffen maatregelen dienen ter goedkeuring van de marktmeester, en zo nodig op zijn aanwijzingen, te geschieden.

Hoofdstuk 4 De vaste standplaats

Artikel 4:1 Toewijzing vaste standplaats

  • 1.

    Een opengevallen vaste standplaats op de markt wordt opnieuw als vaste standplaats uitgegeven met inachtneming van de anciënniteit en de voor die markt geldende indeling en branchering.

  • 2.

    Voor een opengevallen standplaats komen achtereenvolgens in aanmerking:a. De vergunninghouder van een vaste standplaats die heeft aangegeven een andere vaste standplaats te willen nemen. De toewijzing geschiedt in volgorde van anciënniteit als vaste standplaatshouder en met inachtneming van de branche- indeling van de markt; b. Daarna de aanvrager voor een vaste standplaats die is ingeschreven op de wachtlijst. De toewijzing geschiedt in volgorde van inschrijving op deze lijst en met inachtneming van de branche-indeling van de markt. c. Indien niemand, nadat het bepaalde onder а en b in acht is genomen, te kennen heeft gegeven in aanmerking te willen komen voor een vaste standplaats zal de standplaats via werving worden toegewezen.

  • 3.

    Een vaste standplaats kan niet toegewezen worden als de aard van de te verhandelen artikelen of het gebruikte verkoopmateriaal van een gegadigde voor de standplaats niet inpasbaar is of strijdig is met de van toepassing zijnde veiligheids- of milieueisen.

Artikel 4:2 Innemen vaste standplaats met eigen materiaal

  • 1.

    Op schriftelijk verzoek kan in de vergunning van een vaste standplaatshouder worden voorzien in de mogelijkheid om met eigen materiaal zijn standplaats in te nemen.

  • 2.

    Indien de vergunninghouder geen eigen materiaal heeft of indien dit niet voldoet aan de in dit reglement genoemde vereisten, bestaat de mogelijkheid om via de marktmeester een kraam te huren (van Kramenverhuurbedrijf Van Zessen).

  • 3.

    Het in lid 1 vermelde verzoek omvat in ieder geval de volgende gegevens:a. Een opgave van de lengte, hoogte en breedte van het eigen materiaal.b. Foto's van het eigen materiaal.c. Indien het eigen materiaal is voorzien van installaties waarin gekookt, gebakken, gebraden en/of gefrituurd kan worden, moet een bewijs van veiligheid van het te gebruiken eigen materiaal alsmede de te gebruiken apparatuur worden overlegd.

  • 4.

    Het in het derde lid, sub c genoemde bewijs moet jaarlijks opnieuw worden overlegd, waarbij de laatste keuring van het materiaal niet langer dan één jaar geleden mag hebben plaatsgevonden.

  • 5.

    Indien de in het derde lid genoemde bewijsstukken ook na verzoek tot aanvulling van de aanvraag niet tijdig zijn ontvangen, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

  • 6.

    De toestemming wordt in ieder geval geweigerd indien:a. Het eigen materiaal technisch niet inpasbaar is binnen de beschikbare ruimte op de markt;b. het eigen materiaal niet voldoet aan de in dit reglement gestelde eisen.

Artikel 4:3 Waarneming vaste standplaat

  • 1.

    Het college kan de vergunninghouder van een vaste standplaats op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek toestemming verlenen om voor maximaal één jaar een natuurlijk persoon, niet zijnde een vergunninghouder, aan te wijzen als waarnemer, die hem bij de uitoefening van de markthandel bij voortduring bijstaat dan wel, bij afwezigheid van de vergunninghouder, voor rekening en risico van de vergunninghouder diens marktverplichtingen nakomt.

  • 2.

    De door het college verleende toestemming omvat tevens een ontheffing voor de vergunninghouder van de verplichting als bedoeld in artikel 4:2 van dit reglement om de toegewezen staanplaats persoonlijk in te nemen.

  • 3.

    Ten aanzien van de waarnemer is artikel 9 van de Marktverordening Brielle van overeenkomstige toepassing.

  • 4.

    De vergunninghouder die zijn vaste standplaats laat waarnemen blijft hoofdelijk aansprakelijk en verantwoordelijk voor de inrichting van de standplaats en voor de naleving van de verordening en de nadere regels door de waarnemer.

  • 5.

    De vergunninghouder aan wie toestemming is verleend zich te laten waarnemen wordt indien de waarneming langer dan een jaar heeft geduurd geschorst in de uitoefening van zijn anciënniteitsrechten.

  • 6.

    Indien de waarneming één jaar, gerekend vanaf de dag van de eerste waarneming, heeft voortgeduurd, wordt de standplaats toegewezen op basis van anciënniteit. Zowel de waarnemer als de vergunninghouder maken geen aanspraak meer op de betreffende standplaats.

Hoofdstuk 5 De dagplaats en de standwerkersplaats

Artikel 5:1 Toewijzing standwerkersplaats

  • 1.

    Toewijzing van een standwerkersplaats geschiedt door de marktmeester overeenkomstig het bepaalde in artikel 5:3, leden 3 en 5 van dit reglement.

  • 2.

    De standwerker dient aan de vereisten van artikel 9 Marktverordening Brielle te voldoen.

  • 3.

    Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder overlegging van een geldig legitimatiebewijs van degene die de standweker zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting.

  • 4.

    Degene aan wie een standwerkersplaats is toegewezen mag uitsluitend één verkoopartikel voeren dat door hem bij de loting is opgegeven. Het is verboden maatgebonden artikelen te voeren.

  • 5.

    Het gebruik van meet- en weegwerktuigen, prijs- en aanduidingborden en audiovisuele middelen alsmede geluidsversterkende apparatuur is verboden, tenzij daartoe door de marktmeester toestemming is verleend.

  • 6.

    In geval van tijdelijke afwezigheid van de houder van een standwerkersplaats wordt op zijn plaats verkocht.

  • 7.

    Indien zich bij aanvang van de markt geen standwerkers melden kunnen de standwerkersplaatsen als dagplaatsen worden uitgegeven.

Artikel 5:2 Materiaal standwerkersplaatshouder

Het is de standwerker uitsluitend toegestaan om met eigen materiaal, met een maximale lengte van drie meter, de standplaats in te nemen.

Artikel 5:3 Toewijzing dagplaatsen

  • 1.

    Aanvragers voor een dagplaats, die geen vaste plaats op de markt hebben en die in aanmerking willen komen voor een vergunning voor een dagplaats moeten zich een uur voor de openingstijd van de markt aanmelden bij de marktmeester.

  • 2.

    De aanvrager voor een dagplaats dient aan de vereisten van artikel 8 van de Marktverordening gemeente Brielle te voldoen.

  • 3.

    Aanvragers voor een dagplaats die artikel verkoopt die op de markt nog niet zijn vertegenwoordigd hebben voorrang op de aanvragers met artikelen of artikelgroepen die wel op de markt vertegenwoordigd zijn.

  • 4.

    Aanvragers voor een dagplaats met artikelen of artikelgroepen die wel op de markt zijn vertegenwoordigd, kunnen voor ten hoogste één keer per vier weken voor maximaal één standplaats in aanmerking komen.

  • 5.

    Indien het aantal aanvragers het aantal beschikbare dagplaatsen overtreft geschiedt toewijzing via loting door de marktmeester. Loting vindt plaats een halfuur voor aanvang van de markt.

Artikel 5:4 Materiaal dagplaatshouder

Het is de vergunninghouder van een dagplaats niet toegestaan eigen materiaal te gebruiken.

Hoofdstuk 6 De orde en het aanzien van de markt

Artikel 6:1 Algemene veiligheidsnormen

  • 1.

    In het kader van brandpreventie gelden de volgende regels:a. elektrische gloeilampen dienen zo te worden gemonteerd dat zij niet in aanraking kunnen komen met gemakkelijk brandbare stoffen;b. losse kabels moeten zich op een hoogte van ten minste 2,5 meter boven de grond bevinden of kabels die in de looppaden op de grond liggen, moeten afgedekt worden met afdekmatten, dit ter goedkeuring van de marktmeester;c. bij elke gelegenheid waar gebakken of gebraden wordt, moet een doelmatig goedgekeurd blusapparaat alsmede een deksel voor afsluiting van de pan(nen) aanwezig zijn (bijvoorbeeld een koolzuursneeuwblusser met een vulling van vier kilogram of een poederblusser met een vulling van ten minste zes kilogram);d. een gaskomfoor of een elektrisch komfoor moet zijn opgesteld op een plaats van onbrandbaar materiaal dat de warmte slecht geleidt;e. een gaskomfoor moet door middel van een speciaal daarvoor geconstrueerde rubberslang met metalen klemmen of koppelingen aan de gasflessen) zijn verbonden;f. lege of niet in gebruik zijnde gasflessen moeten buiten een kraam of wagen zijn opgesteld. In gebruik zijnde flessen moeten op een goed geventileerde plaats zijn opgesteld;g. emballage en verpakkingsmateriaal mag niet in of nabij open vuur aanwezig zijn;h. ballons met brandbaar gas gevuld, mogen niet aanwezig zijn;i. het gebruik van LPG anders dan brandstof voor motorvoertuigen is niet toegestaan.

  • 2.

    Het gebruik van kook- en bakinstallaties en van verwarmingsapparatuur is alleen toegestaan na verleende goedkeuring door of namens het college.

Artikel 6:2 Obstakels en welstand

  • 1.

    De doorgang en de wandelgangen op en langs het marktterrein moet te allen tijde ten minste 3,5 meter breed en 4,5 meter hoog zijn.

  • 2.

    Het is verboden de in het eerste lid genoemde doorgang en de wandelgangen op en langs het marktterrein op enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren.

  • 3.

    De kramen of andere verkoopinrichtingen die op de marktterreinen worden gebruikt of geplaatst, alsmede de boven- en achterzeilen die worden aangebracht of gebruikt, moeten voldoen aan de daaraan door of namens het college te stellen eisen.

Artikel 6:3 Voortbrengen van geluid

  • 1.

    Het is verboden tijdens de markt op het marktterrein geluid voort te brengen door middel van zang, geluidsproducerende apparatuur of anderszins.

  • 2.

    Het college kan van het in lid 1 genoemde verbod ontheffing verlenen onder door haar te stellen voorwaarden.

Artikel 6:4 Verlichting

  • 1.

    Het is verboden zonder toestemming van het college voor de verlichting van een standplaats gebruik te maken van andere dan elektrische verlichting, alsmede elektrische stroom te betrekken van een ander dan degene die door het college voor het leveren van elektriciteit is aangewezen, dan wel zelf hierin te voorzien.

  • 2.

    Het gebruik op het marktterrein van LPG-autogastanks of soortgelijke reservoirs, anders dan waarvoor ze zijn ontworpen, is alleen toegestaan als de brandweer de installatie heeft goedgekeurd.

Artikel 6:5 Verwarmingstoestellen en/of bak- en kookinstallaties

  • 1.

    Het is de standplaatshouder verboden verwarmingstoestellen en/of bak- en kookinstallaties te gebruiken.

  • 2.

    Het college kan van het in lid 1 genoemde verbod ontheffing verlenen onder door haar te stellen voorwaarden.

  • 3.

    Indien vergunning is verleend voor de verkoop en het gereedmaken van eet- en drinkwaren, is de vergunninghouder verplicht zijn waren op zodanige wijze uit te stallen dat zij voldoende beschermd zijn tegen verontreiniging door stof, vuil of anderszins. Tevens dienen er vuilnisbakken van voldoende grootte aan de voorzijde van de kraam of verkoopgelegenheid geplaatst te worden ter voorkoming van vervuiling van het marktterrein.

Artikel 6:6 Rondgang met goederen of waren

  • 1.

    Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met goederen of waren ten verkoop rond te lopen of te rijden.

  • 2.

    Van het bepaalde in het eerste lid kan door het college ontheffing worden verleend voor zover het betreft de verkoop van alcoholvrije dranken en geringe eet- en drinkwaren ten behoeve van de standplaatshouders.

Artikel 6:7 Uitstallingen

  • 1.

    Uitstallingen zijn alleen toegestaan na verleende toestemming daarvoor van de marktmeester.

  • 2.

    Toestemming voor uitstallingen kan alleen worden verleend indien er sprake is van een vrije doorgang zonder obstakels van drie meter breed en twee meter hoog.

  • 3.

    Op de aanrijroute van hulpverlening kan alleen toestemming worden verleend voor uitstallingen indien er sprake is van een vrije doorgang van 3,5 meter breed en 4,5 meter hoog.

Artikel 6:8 Het stallen van rij- en voertuigen

Het is de vergunninghouder toegestaan om op het marktterrein zijn voertuig te parkeren onder de volgende voorwaarden:

  • a.

    Het voertuig wordt achter de kraam geplaatst.

  • b.

    Het voertuig veroorzaakt geen hinder of beperkingen voor andere vergunninghouders.

  • c.

    Het geparkeerde voertuig wordt niet als extra ruimte voor het uitstallen van verkoopwaar gebruikt.

HOOFDSTUK 7 Slotbepalingen

Artikel 7:1 Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze nadere regels, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 7:2 Hardheidsclausule

Het college kan de bepalingen van deze nadere regels buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het algemeen belang, openbare orde, gezondheid, veiligheid, overlast, zedelijkheid, baldadigheid of wanordelijkheden leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 8:3 Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 31 oktober 2011.

Artikel 8:4 Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als "Marktreglement gemeente Brielle".

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 20 oktober 2011,

de burgemeester, de secretaris,

K. Schipper (loco) I.D. Barendrecht (loco)