Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR57047
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR57047/2
Regeling vervallen per 01-04-2013
Verordening langdurigheidstoeslag 2009
Geldend van 01-01-2012 t/m 31-03-2013
Intitulé
Verordening langdurigheidstoeslag 2009De raad van de gemeente Venlo;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders
gelet op de artikelen 149 en 156 Gemeentewet, de artikelen 8 lid 1 onder d en 36 van de Wet werk en bijstand;
besluit
vast te stellen de verordening Langdurigheidstoeslag 2009
Artikel 1. Begrippen
- 1.
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
WWB: de Wet werk en bijstand;
- b.
WIJ: de Wet investeren in jongeren;
- c.
Referteperiode: 36 maanden voorafgaand aan de peildatum;
- d.
Peildatum: datum waarop voor het eerst gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden wordt voldaan aan de voorwaarden voor het recht op Langdurigheidstoeslag;
- e.
Sociale minimum: het inkomen ten hoogte van de op de gezinssituatie van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals bedoeld in artikel 21, 23 en 24 van de WWB inclusief de van toepassing zijnde verhoging of verlaging zoals bedoeld in artikel 25, 26, 27, 28 en 29 van de WWB, inclusief vakantiegeldreservering, of de op de gezinssituatie van toepassing zijnde WIJ-norm zoals bedoeld in artikel 26, 27, 28, 29 van de WIJ inclusief de van toepassing zijnde verhoging of verlaging zoals bedoeld in artikel 30, 31, 32, 33, 34 van de WIJ, inclusief vakantiegeldreservering;
- f.
Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 31 en 32 van de WWB.
- a.
- 2.
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand.
Artikel 2. Uitvoering
Deze verordening wordt bij of krachtens het college van burgemeester en wethouders uitgevoerd.
Hoofdstuk 2. Recht op langdurigheidstoeslag
Artikel 3. Langdurig, laag inkomen en geen uitzicht op inkomensverbetering
- 1.
Aan de in artikel 36, eerste lid, van de WWB gestelde voorwaarden van het hebben van een langdurig, laag inkomen en geen uitzicht op inkomensverbetering is voldaan als gedurende de referteperiode zoals genoemd in artikel 1 c het inkomen van de aanvrager niet uitkomt boven 102 procent van het sociale minimum.
- 2.
Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die gedurende de referteperiode en/of op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten (WTOS) dan wel een studie volgde als genoemd in de Wet Studiefinanciering (WSF 2000).
Artikel 4. Hoogte van de langdurigheidstoeslag
- 1.
De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
- a.
voor gehuwden € 500,00,
- b.
voor een alleenstaande ouder € 450,00 en
- c.
voor een alleenstaande € 350,00
- a.
- 2.
Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend.
- 3.
Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de WWB komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
- 4.
De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari geïndexeerd op basis van het prijsindexcijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek en naar boven afgerond op 5 euro waarbij 2009 als basisjaar geldt.
Hoofdstuk 3 Regelingen in verband met de wijzigingen in de WWB en intrekking van de WIJ per 1 januari 2012
A. Voor de paragraaf met de titel ‘Slotbepalingen’ of met titel ‘inwerkingtreding’ wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd die luidt als volgt:
Regelingen in verband met de wijzigingen in de WWB en intrekking van de WIJ per 1 januari 2012. In die paragraaf worden de hierna volgende artikelen ingevoegd.
B. Artikel 1a wordt ingevoegd met als opschrift: Wijziging betekenis begrippen.
Artikel 1a luidt als volgt:
- 1.
Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’, ‘alleenstaande ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet.
- 2.
Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwde(n)’ of ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als ‘gezin’, bedoeld in artikel 4, respectievelijk ‘gezinsnorm’, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet.
C. Artikel 4, derde lid, komt te luiden:
Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid van de wet, waardoor slechts één van de gezinsleden recht op langdurigheidstoeslag heeft, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 5. Onvoorziene gevallen
In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.
Artikel 6. Citeertitel en inwerkingtreding
- 1.
Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘de Verordening Langdurigheidstoeslag 2009’;
- 2.
De Verordening Langdurigheidstoeslag treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl