Algemene subsidieverordening Westland 2011

Geldend van 01-01-2010 t/m 26-07-2016

Intitulé

Algemene subsidieverordening Westland 2011

De raad van de gemeente Westland;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2009, betreffende het vaststellen van de Algemene subsidieverordening Westland 2011;

gelet op het bepaalde in artikel 147 eerste lid van de Gemeentewet en in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

gelezen het advies van de raadscommissie MO van 30 november 2009;

besluit de:

Algemene subsidieverordening Westland 2011

vast te stellen:

Paragraaf 1

Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. raad: raad van de gemeente Westland;

b. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland;

c. Awb: Algemene wet bestuursrecht;

d. activiteitensubsidie: subsidie per kalenderjaar of schooljaar voor reguliere, voortdurende, activiteiten van een subsidie-ontvanger;

e. projectsubsidie: subsidie voor een in tijd begrensde activiteit van een subsidie-ontvanger;

f. investeringssubsidie sport: een subsidie voor het bouwen of verbouwen van sportgebouwen of -inrichtingen.

Artikel 2 Reikwijdte
  • 1. Deze verordening is van toepassing op subsidies voor activiteiten op de beleidsterreinen: sociaal-cultureel werk, educatie, sport, kunst en cultuur, burgerparticipatie, jongerenwerk, maatschappelijke ondersteuning, volksgezondheid, evenementen, veiligheid, gemeentelijke promotie en toerisme, internationale samenwerking, natuur en milieu.

  • 2. Deze verordening is niet van toepassing op de verstrekking van gemeentelijke garanties.

  • 3. De gemeenteraad kan subsidieverordeningen vaststellen waarin is bepaald dat deze verordening niet van toepassing is.

Artikel 3 Bevoegdheid college

1.Het college is belast met de uitvoering van deze verordening.

Artikel 4 Subsidie-ontvanger
  • 1. Een subsidie wordt slechts verstrekt aan een rechtspersoon naar burgerlijk recht zonder winstoogmerk, met uitzondering van openbare lichamen die zijn ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 2. Voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 die beogen de sociale cohesie tussen de inwoners van de gemeente Westland te bevorderen, kan een subsidie aan (een groep van) natuurlijke personen worden verstrekt.

  • 3. Het college kan vrijstelling verlenen van het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 5 Subsidieplafond
  • 1. Het college kan per beleidsterrein als bedoeld in artikel 2 of per activiteit binnen een beleidsterrein een subsidieplafond vaststellen.

  • 2. Het college stelt per subsidieplafond de wijze van verdeling van het beschikbare subsidiebudget als bedoeld in het eerste lid vast.

Artikel 6 Hoogte subsidie

Het college stelt per activiteit de wijze van berekening van de hoogte van de subsidie vast.

Artikel 7 Indexering

Een subsidie of subsidiecomponent kan jaarlijks worden bijgesteld op basis van een door het college vast te stellen indexering.

Artikel 8 Afdeling 4.2.8 Awb

Wanneer het college op grond van artikel 4:58 Awb afdeling 4.2.8 Awb van toepassing verklaart, zijn de bepalingen uit deze subsidieverordening niet van toepassing voor zover zij afwijken van het bepaalde in afdeling 4.2.8 Awb tenzij het college uitdrukkelijk anders bepaalt.

Paragraaf 2

Subsidieaanvraag

Artikel 9 Aanvraag activiteitensubsidie van € 10.000,- of meer of investeringssubsidie sport
  • 1. Een aanvraag om verlening van een activiteitensubsidie van € 10.000,- of meer of een investeringssubsidie sport wordt bij het college ingediend voor 1 april voorafgaand aan het subsidiejaar op een door het college vastgesteld formulier.

  • 2. Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde termijn.

  • 3. Bij de aanvraag worden in ieder geval overgelegd:

    a. een activiteitenplan;

    b. een begroting met toelichting.

  • 4. Bij een eerste aanvraag worden, voor zover aanwezig, tevens de volgende stukken overgelegd:

    a. de oprichtings- of stichtingsakte;

    b. een exemplaar van de statuten;

    c. een overzicht van de financiële situatie op het moment van de aanvraag, indien mogelijk in de vorm van een jaarrekening over het voorafgaande boekjaar.

  • 5. Het college kan binnen een door hem te bepalen termijn overlegging van andere stukken of anderszins verstrekking van nadere informatie verlangen, indien dit ter beoordeling van de aanvraag nodig geacht wordt.

  • 6. Het college kan bepalen dat een of meer van de in dit artikel genoemde stukken niet overgelegd behoeven te worden, indien daarmee geen aantoonbaar belang is gediend of indien dit redelijkerwijs niet van de aanvrager verlangd kan worden.

Artikel 10 Aanvraag activiteitensubsidie van minder dan € 10.000,-
  • 1. Een aanvraag om verlening van een activiteitensubsidie van minder dan € 10.000,- wordt bij het college ingediend voor 1 april voorafgaand aan het subsidiejaar op een door het college vastgesteld formulier.

  • 2. Bij de aanvraag wordt overgelegd:

    a. een globaal activiteitenplan;

    b. een overzicht van de kosten en opbrengsten van de activiteiten met toelichting.

  • 3. Het college kan binnen een door hem te bepalen termijn overlegging van andere stukken of anderszins verstrekking van nadere informatie verlangen, indien dit ter beoordeling van de aanvraag nodig geacht wordt.

Artikel 11 Aanvraag projectsubsidie
  • 1. Een aanvraag om verlening van een projectsubsidie wordt ten minste acht weken voor aanvang van de activiteit ingediend op een door het college vastgesteld formulier.

  • 2. Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde termijn.

  • 3. Artikel 9, derde tot en met zesde lid, is van toepassing.

Artikel 12 Tweede aanvraag in geval van overproductie peuteropvang
  • 1. Voor zover een ontvanger van een subsidie voor peuteropvang meer opvang heeft gerealiseerd dan waarvoor een subsidie is verleend, kan de subsidie-ontvanger bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een tweede aanvraag om subsidie voor de extra gerealiseerde peuteropvang indienen.

  • 2. De aanvraag om subsidie voor extra gerealiseerde peuteropvang wordt vastgesteld, zonder voorafgaande subsidieverlening.

  • 3. De aanvraag om subsidie voor extra gerealiseerde peuteropvang kan niet worden toegekend wanneer het beschikbare budget voor peuteropvang in het subsidiejaar waarin de extra opvang is gerealiseerd, daarvoor niet toereikend is.

  • 4. Wanneer de aanvragen om een subsidie voor extra gerealiseerde peuteropvang in totaal meer bedragen dan het nog beschikbare budget, dan wordt het beschikbare budget naar evenredigheid verdeeld.

Paragraaf 3

Subsidieverlening

Artikel 13 Beslistermijnen
  • 1. Het college beslist uiterlijk 1 december van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, op de aanvraag om verlening van een activiteitensubsidie van € 10.000,- of meer of een investeringssubsidie sport.

  • 2. Voor zover de activiteitensubsidie als bedoeld in het eerste lid per schooljaar wordt verstrekt, beslist het college uiterlijk 1 september van het schooljaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

  • 3. Het college beschikt op een aanvraag om verlening van een projectsubsidie binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 4. Het college stelt een activiteitensubsidie van minder dan € 10.000,- op grond van artikel 25 van deze verordening vast, zonder voorafgaande verleningsbeschikking.

  • 5. Het college kan een projectsubsidie van minder dan € 10.000,-, vaststellen zonder voorafgaande verleningsbeschikking.

  • 6. Op een projectsubsidie die wordt vastgesteld zonder voorafgaande verleningsbeschikking, is artikel 24 van toepassing.

  • 7. Het bepaalde in het vierde lid is niet van toepassing op aanvragen om subsidie voor voorschoolse educatie.

  • 8. Het college kan de beslistermijn op een aanvraag om subsidie met maximaal vier weken verdagen.

Artikel 14 Meerjarige subsidies
  • 1. De periode waarvoor het college een subsidie verleent, bedraagt maximaal vier jaar.

  • 2. Bij de subsidieverlening wordt aangegeven op welk bedrag de aanvrager jaarlijks recht heeft dan wel op welke wijze het toegekende bedrag jaarlijks geïndexeerd wordt.

  • 3. Indien er sprake is van indexering, past het college jaarlijks het subsidiebedrag aan en maakt het deze aanpassing aan de subsidieontvanger bekend voor 1 december.

Artikel 15 Aanvullende weigeringsgronden

De subsidie kan naast de in artikel 4:25, tweede lid Awb en artikel 4:35 Awb genoemde gronden geweigerd worden indien er gegronde reden bestaat aan te nemen dat:

a. de activiteiten niet passen in het gemeentelijk beleid;

b. de activiteiten zich niet in hoofdzaak richten op de gemeente en haar ingezetenen, dan wel niet voldoende ten goede komen aan de gemeente en haar ingezetenen;

c. de subsidie niet of in onvoldoende mate besteed zal worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld dan wel onvoldoende bij zal dragen aan de realisering van dat doel;

d. het verstrekken van subsidie een inefficiënte inzet van de financiële middelen tot gevolg heeft;

e. de subsidie-aanvrager niet voldoende samenwerkt met andere instellingen die dezelfde activiteiten verzorgen;

f. de activiteiten gericht zijn op het overdragen van een partijpolitiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk standpunt;

g. de subsidie-aanvrager handelt in strijd met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

h. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, om de kosten van de activiteiten te dekken;

i. de aanvrager onvoldoende gebruik maakt van de mogelijkheden andere inkomsten te verkrijgen;

j. in het beoogde doel of de voorgenomen activiteiten al op andere wijze in belangrijke mate is voorzien;

k. de activiteiten plaatsvinden in het kader van een jubileum van de subsidie-aanvrager.

Paragraaf 4

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 16 Toestemming
  • 1. Het college kan bij een activiteitensubsidie van € 10.000,- of meer de subsidie-ontvanger verplichten toestemming te vragen voor de handelingen als genoemd in artikel 4:71, eerste lid Awb.

  • 2. Artikel 4:71, tweede tot en met vierde lid, Awb zijn van overeenkomstige toepassing wanneer de verplichting als bedoeld in het eerste lid is opgelegd.

Artikel 17 Vergoeding bij vermogensvorming
  • 1. Voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming is de subsidie-ontvanger daarvoor een vergoeding verschuldigd aan het college in de gevallen als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb.

  • 2. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de boekwaarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het moment waarop de vergoeding verschuldigd is, met dien verstande dat in geval van ontvangst van een schadevergoeding voor verlies of beschadiging van goederen wordt uitgegaan van het bedrag dat aan de subsidieontvanger daartoe wordt uitgekeerd.

  • 3. Indien het onroerende zaken betreft en geen schadevergoeding wordt ontvangen, wordt in afwijking van het bepaalde in het tweede lid de waarde van het onroerend goed bepaald door een onafhankelijk taxateur, aan te wijzen door het college van burgemeester en wethouders.

  • 4. Dit artikel is niet van toepassing in die gevallen waarin de activiteiten door een derde partij worden voortgezet en de activa en passiva van de subsidieontvanger met toestemming van het college tegen boekwaarde aan de derde partij worden overgedragen.

Artikel 18 Egalisatiereserve
  • 1. Het college kan de subsidie-ontvanger verplichten een egalisatiereserve te vormen.

  • 2. Het verschil tussen het vastgestelde subsidiebedrag en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, komt ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve.

  • 3. De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd.

Artikel 19 Bestemmingsreserve
  • 1. Het college kan de subsidieontvanger verplichten bestemmingsreserves te vormen.

  • 2. De mutaties van de bestemmingsreserves worden opgenomen in de begroting, de exploitatierekening en de balans van de subsidieontvanger.

  • 3. De vorming en voeding van de bestemmingsreserves met subsidie van de gemeente op initiatief van de subsidieontvanger behoeft de goedkeuring van het college. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 20 Overige doelgebonden verplichtingen
  • 1. Het college kan de subsidie-ontvanger verplichten:

    a. de activiteiten te laten uitvoeren door gekwalificeerde medewerkers;

    b. verklaringen omtrent het gedrag over te leggen van medewerkers en vrijwilligers die betrokken zijn bij de uitvoering van de activiteiten;

    c. bepaalde openingstijden of een minimale of maximale openingsduur te hanteren;

    d. overleg te voeren met het college en eventuele andere betrokkenen over het bereiken van de doelstellingen die met de gesubsidieerde activiteiten worden beoogd.

  • 2. Het college is bevoegd bij de subsidieverlening andere doelgebonden verplichtingen als bedoeld in artikel 4:38 Awb dan de in deze verordening genoemde, op te leggen.

Artikel 21 Niet-doelgebonden verplichtingen
  • 1. Het college kan niet-doelgebonden verplichtingen als bedoeld in artikel 4:39 Awb opleggen ten aanzien van:

    a. de inschakeling van werkzoekenden en leerlingen;

    b. het vaststellen van een gedragsprotocol in geval van strafbare feiten of normoverschrijdend gedrag;

    c. de bevordering van het milieu;

    d. het bestrijden van discriminatie;

    e. de bevordering van de toegankelijkheid van accommodaties voor mensen met een beperking;

    f. het vermelden van de gemeente Westland als (mede)subsidieverlener in pr- of andere communicatieve uitingen;

    g. de bevordering van de emancipatie en/of participatie van bepaalde groepen op een bepaald terrein;

    h. de bevordering van het democratisch functioneren van de subsidie-ontvanger;

    i. de samenwerking met andere instellingen;

    j. de hoogte van de tarieven voor, of bijdragen van deelnemers aan, gesubsidieerde activiteiten.

  • 2. Het college kan tevens bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen indien regelingen van het Rijk dan wel van de provincie deze voorschrijven.

Paragraaf 5

Subsidievaststelling

Artikel 22 Aanvraag subsidievaststelling van een activiteitensubsidie van € 10.000 of meer, een projectsubsidie of een investeringssubsidie sport
  • 1. De ontvanger van een activiteitensubsidie van € 10.000 of meer, van een projectsubsidie of van een investeringssubsidie sport dient binnen vijf maanden na afloop van het tijdvak of na het einde van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, een aanvraag tot subsidievaststelling in op een door het college vastgesteld formulier.

  • 2. De aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in het eerste lid gaat in ieder geval vergezeld van een financieel verslag met een adequate toelichting en een activiteitenverslag.

  • 3. Het college kan, na indiening van een gemotiveerd verzoek daartoe, toestemming verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid de aanvraag tot subsidievaststelling op een latere datum in te dienen.

  • 4. Het verzoek als bedoeld in het derde lid, moet minimaal drie weken voor afloop van de termijn als bedoeld in het eerste lid, zijn ingediend.

  • 5. Het college kan vrijstelling verlenen van een of meer onderdelen van het tweede lid, indien naleving daarvan redelijkerwijs niet verlangd kan worden of indien daarmee geen aantoonbaar belang is gediend.

Artikel 23 Beschikking tot vaststelling van een activiteitensubsidie van € 10.000 of meer of investeringssubsidie sport

Het college beslist op een aanvraag tot vaststelling van een activiteitensubsidie van € 10.000 of meer of een investeringssubsidie sport binnen dertien weken na het einde van de termijn waarvoor de aanvraag moet zijn ingediend.

Artikel 24 Beschikking tot vaststelling van een projectsubsidie
  • 1. Het college beschikt op een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2. Het college kan de beslistermijn met maximaal vier weken verdagen.

Artikel 25 Beschikking tot vaststelling van een activiteitensubsidie van minder dan € 10.000.-
  • 1. Het college stelt uiterlijk 1 december van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft de aanvraag om een activiteitensubsidie van minder dan € 10.000.- vast.

  • 2. Voor zover de subsidie per schooljaar wordt verstrekt, stelt het college de subsidie als bedoeld in het eerste lid uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft vast.

  • 3. De artikelen 22 en 23 zijn van toepassing wanneer de aanvraag tot vaststelling een subsidie voor voorschoolse educatie betreft van minder dan € 10.000,-.

  • 4. Het college kan de beslistermijnen genoemd in het eerste en tweede lid met maximaal vier weken verdagen.

Artikel 26 Accountantsverklaring
  • 1. 1. Wanneer de subsidieverlening € 70.000,- of meer bedraagt, overlegt de subsidie-ontvanger bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een originele accountantsverklaring.

  • 2. Wanneer aan de subsidie-ontvanger door een bestuursorgaan van de gemeente Westland meerdere subsidies zijn verleend voor hetzelfde tijdvak en de subsidieverlening in totaal € 70.000,- of meer bedraagt, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Wanneer de subsidieverlening tevens een subsidie in de huurkosten van accommodatie bevat en de subsidie na aftrek van dit deel van de subsidie minder dan € 70.000,- bedraagt, is de subsidie-ontvanger niet verplicht een accountantsverklaring als bedoeld in het eerste lid over te leggen.

  • 4. De accountantsverklaring als bedoeld in het eerste lid geeft de uitslag weer van het onderzoek van de accountant:

    a.of het financiële verslag voldoet aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en of het activiteitenverslag, voor zover hij dat verslag kan beoordelen, met het financiële verslag verenigbaar is; en

    b.of de aan de subsidie verbonden verplichtingen zijn nageleefd.

  • 5. Wanneer geen accountantsverklaring hoeft te worden overgelegd, overlegt de subsidie-ontvanger bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een verklaring van de kascommissie als bedoeld in artikel 2:48, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek. Wanneer de subsidie-ontvanger niet beschikt over een kascommissie, volstaat een bestuursverklaring.

  • 6. Wanneer de subsidie is verstrekt aan een natuurlijke persoon of een groep van natuurlijke personen, hoeft geen verklaring te worden overgelegd.

  • 7. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op investeringssubsidies sport.

Paragraaf 6

Overige bepalingen

Artikel 27 Toezicht
  • 1. Het college kan een of meer toezichthouders aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de ontvanger van die subsidie opgelegde verplichtingen.

  • 2. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld in de artikelen 5:18 en 5:19 Awb.

Artikel 28 Hardheidsclausule

Het college kan het bepaalde in deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Paragraaf 7

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 29 Overgangsrecht
  • 1. Deze verordening is van toepassing op aanvragen om subsidie voor activiteiten die worden uitgevoerd na 31 december 2010.

  • 2. Op subsidies die zijn verstrekt voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, is de Algemene subsidieverordening Westland 2005 van toepassing zoals deze luidde op de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

  • 3. Op subsidies die worden aangevraagd na het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening en betrekking hebben op een activiteit die wordt uitgevoerd voor 1 januari 2011, is de Algemene subsidieverordening Westland 2005 van toepassing zoals deze luidde op de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

  • 4. Deze verordening is niet van toepassing op subsidies die worden verstrekt op grond van de Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten Westland 2007, de Reïntegratieverordening 2004, de Verordening subsidiering godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk onderwijs Westland 2007 en de Verordening subsidie oud papier Westland zoals vastgesteld op 31 januari 2006.

Artikel 30 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2010.

Artikel 31 Intrekking

De Algemene subsidieverordening Westland 2005 wordt ingetrokken.

Artikel 32 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "ASV Westland 2011".

Ondertekening

Aldus besloten door de raad in zijn openbare vergadering van 15 december 2009,
de griffier - N. Broekema
de voorzitter - J. van der Tak