Havenverordening voor de gemeente Huizen

Geldend van 03-12-2010 t/m 16-07-2020

Intitulé

Havenverordening voor de gemeente Huizen

Nr. 9

De raad der gemeente Huizen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 oktober 2010;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet

b e s l u i t :

vast te stellen

Havenverordening voor de gemeente Huizen

Hoofdstuk I Algemene Bepalingen

Artikel 1 Werkingssfeer

Deze verordening is van toepassing op al het openbare water, gelegen in de gemeente Huizen, ten zuiden van de westelijke havenpieren en op de daarbij behorende openbare werken als kadeterreinen, oevers, steigers, bruggen en andere kunstwerken en gebouwen, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart.

Artikel 2 Begripsomschrijving

Deze verordening verstaat onder:

A.

Havenmeester

De door burgemeester en wethouders als zodanig aange-stelde ambtenaar en zijn plaatsvervanger(s).

B.

Haven

Al het openbare water als omschreven in artikel 1.

C.1.

De gemeentelijke

(werk-en jacht-)haven

Het gedeelte van het openbare water gelegen tussen Bestevaer en de noordzijde van het havenkantoor.

C.2.

De aanloophaven

Het gedeelte van het openbare water gelegen ten zuiden van de havenpier aan Westkade tot aan De Werf.

D.

Vaste ligplaats

Een ligplaats, welke krachtens een daartoe verleende vergunning gedurende de daarin bepaalde periode mag worden ingenomen.

E.

Passantenligplaats

Een ligplaats speciaal gereserveerd voor passanten/ dagrecreanten dan wel een als zodanig door de haven-meester aangewezen ligplaats.

F.

Schip

Elk vaartuig en alle soorten van varende en drijvende voorwerpen, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt voor het vervoer van personen en/of goederen, waaronder mede begrepen pontons, baggermolens, zuigers, bokken, boringsvaartuigen, werkaanleg- en andere vlotten.

G.

Woonschip

Elk vaartuig, dat blijkens zijn bouw of inrichting in hoofd-zaak of uitsluitend dient of kan dienen tot woon- of nacht-verblijf voor één of meer personen.

H.

Schipper

Degene die op een schip met de leiding is belast of feitelijk de leiding in handen heeft en/of die eigenaar is van het schip.

I.

Ligplaatshouder

Degene aan wie een vaste ligplaats is toegewezen.

J.

College

Het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 3 Tonen bewijs vergunning

De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht op de eerste vordering van een met de zorg voor de naleving van deze verordening belaste ambtenaar, deze aan hem te tonen, ter inzage af te geven en desverlangd tegen bewijs van ontvangst af te staan.

Artikel 4 Bevoegdheden college

Het college is met betrekking tot de uitvoering van deze verordening bevoegd:

  • a.

    de vaste ligplaatsen gedurende de afwezigheid van het desbetreffende schip te benutten voor het afmeren van andere vaartuigen;

  • b.

    op kosten van de nalatige zelf uit te voeren of te doen uitvoeren wat zij nodig oordelen ten aanzien van enig schip in de haven, indien van dit schip hinder voor het scheepvaartverkeer, dan wel gevaar of schade wordt of dreigt te worden onder-vonden;

  • c.

    schepen en objecten die gevaar opleveren voor de bevaarbaarheid van de haven, de havenwerken en/of de zich in de haven bevindende schepen, of wier ladingen gevaar opleveren voor de openbare gezondheid of veiligheid, of het normale verkeer in de haven ernstig zullen belemmeren, de toegang tot de haven te ontzeggen en indien de schepen zich reeds in de haven bevinden, daaruit te doen verwijderen, zulks op kosten van de nalatige, ongeacht het feit of de schipper voor het schip recht heeft op een ligplaats in de haven;

  • d.

    onbeheerde schepen en objecten, die in de haven worden aangetroffen, te meren, te verhalen en op een hen passende wijze in bewaring te nemen voor rekening en risico van de belanghebbende. De hiervoor bedoelde schepen en objecten worden niet ter beschikking van de belanghebbende gesteld, dan nadat de kosten van het bergen en bewaren daarvan zijn voldaan.

Artikel 5 Verkeerstekens
  • 1. Het college kan in het belang van de orde en veiligheid in de haven verkeerstekens plaatsen die zijn vermeld in het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en die tekens voorzien van nadere aanduidingen.

  • 2. Het is zonder ontheffing verboden te handelen in strijd met het verkeersteken en de daarbij behorende nadere aanduidingen, bedoeld in het eerste lid.

    Artikel 6 Opvolging bevelen

    Eenieder is verplicht terstond gehoor te geven aan de mondeling of schriftelijk gegeven bevelen door de havenmeester of een ambtenaar genoemd in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering.

    Hoofdstuk II De orde en veiligheid met betrekking tot het gebruik van de haven

    Artikel 7 Veiligheidsvoorschriften

    • 1.

      Het is verboden in de haven:

    • a.

      met een schip op zodanige wijze te varen of enig kunstwerk te passeren, dat de vrijheid of de veiligheid van het scheepvaartverkeer zonder noodzaak wordt belemmerd of in gevaar gebracht of gevaar bestaat voor beschadiging van een oever of van een kunstwerk, dan wel dat letsel of andere schade aan derden wordt toegebracht;

    • b.

      met een schip aanwezig te zijn indien dit een diepgang heeft van meer dan 1,90 m.;

    • c.

      zonder vergunning van het college voor anker te gaan dan wel het anker te bezigen om het schip te stoppen, te sturen of af te meren;

    • d.

      zonder vergunning wedstrijden met vaartuigen, waterfeesten en dergelijke te houden.

    • 2.

      Het is verboden:

    • a.

      in de gemeentelijke haven - inclusief de toegangsgeul van het Gooimeer naar deze haven - te zwemmen;

    • b.

      in de aanloophaven binnen een afstand van 25 m van kunstwerken te zwemmen.

    • 3.

      Het is verboden in de haven te vissen, met uitzondering van de kade langs de

      Havenstraat en kop Bestevaer. Dit verbod geldt niet voor ligplaatshouders, die vanaf

      hun eigen ligplaats vissen.

    • 4.

      Het is verboden om op de steigers te (brom)fietsen en/of (brom)fietsen te stallen.

    Artikel 8

    Hond aan boord

    Onverminderd artikel 2.57 van de APV (aanlijngebod) dienen honden ook aan boord van schepen op eerste aanwijzing van de havenmeester aangelijnd te zijn en/of vastgelegd te worden.

    Artikel 9 Aanwezigheid in werkhaven

    Het is verboden in de gemeentelijke werkhaven met een schip aanwezig te zijn, indien het een laadvermogen heeft van meer dan 500 ton.

    Artikel 10 Woonschepen

    • 1.

      Het is verboden in de haven met een woonschip een ligplaats in te nemen.

    • 2.

      Dit verbod is niet van toepassing ten aanzien van woonschepen behorende bij in uitvoering zijnde werken, die verblijven op een door het college aangewezen ligplaats.

    • 3.

      Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid ten behoeve van de havenmeester met het oog op de uitvoering van zijn functie.

    Artikel 11 Vaartuig als opslag- of handelsruimte

    • 1.

      Het is verboden in de haven een schip te gebruiken als opslagplaats, bedrijfsruimte, ten

      behoeve van handelsdoeleinden, ter uitoefening van een bedrijf of ten behoeve van de

      uitoefening van een bedrijf.

    • 2.

      Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.

    Artikel 12 IJsperiode

    Het is verboden het ijs in de haven te breken.

    Artikel 13 Surfverbod

    Het is verboden in de haven te varen met een surfplank.

    Artikel 14 Staat van het schip

    De ligplaatshouder is verplicht er voor te zorgen dat zijn schip in een deugdelijke staat verkeert, zodat de veiligheid en vrijheid van scheepvaartverkeer in de haven niet in gedrang komen, dan wel dreigt te geraken.

    Artikel 15 Uitstekende voorwerpen

    • 1.

      Een schip mag geen voorwerpen hebben uitsteken, tenzij daarmee geen hinder of gevaar voor de scheepvaart en geen schade aan andere schepen en aan kunstwerken kan worden veroorzaakt.

    • 2.

      Een schip moet een anker waarvan geen gebruik wordt gemaakt geheel ophalen, met dien verstande dat het, zo het voorop ook over een klipanker beschikt, het stokanker binnen boord moet hebben gehaald.

Artikel 16 Bouwen, herstellen en slopen van vaartuigen
  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het college in de haven schepen te bouwen, te

    verbouwen, daaraan herstellingen te verrichten of deze te slopen.

  • 2.

    Het in het vorige lid vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van noodreparaties,

    binnenwerk herstellingen en voor het uitvoeren van kleine reparaties door of in opdracht

van de schipper, mits deze reparaties niet langer duren dan 2 x 24 uren.

Artikel 17 Aanbrengen van enig werk of getimmerte

Het is verboden zonder vergunning van het college in, over of boven de haven enig werk of getimmerte aan te leggen, te maken of te hebben, dan wel in een reeds aldaar bestaand werk of getimmerte verandering aan te brengen.

Artikel 18 Gezonken vaartuigen en voorwerpen
  • 1. De schipper van een gezonken schip of de eigenaar van een voor de scheepvaart hinderlijk voorwerp is verplicht om onmiddellijk na het zinken dan wel het te water geraken van het voorwerp de havenmeester of een ambtenaar van politie daarvan in kennis te stellen.

  • 2. De schipper is voorts verplicht terstond alle maatregelen te nemen die nodig zijn om het schip te lichten, dan wel het voorwerp uit de haven te verwijderen of te doen verwijderen.

Artikel 19 Voorkomen ontploffing en/of brand

De schipper is verplicht er voor te zorgen dat ten aanzien van zijn schip al die maatregelen zijn getroffen die binnen zijn vermogen liggen ter voorkoming en beperking van ontploffing en/of brand.

Artikel 20 Schadevaren

Wanneer met een schip schade is toegebracht aan een ander schip, een voorwerp, een werk of inrichting, is de schipper verplicht hiervan de havenmeester of een ambtenaar van politie onmiddellijk in kennis te stellen.

Artikel 21 Afval of voorwerpen in de haven
  • 1. Het is verboden voorwerpen of materialen van welke aard dan ook, dan wel oliën, vloeistoffen, vuilnis, afval, chemicaliën en dergelijke stoffen in het water te werpen, daarin te laten vloeien of op de kaden achter te laten.

  • 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is voor schippers niet van toepassing voor het achterlaten en storten van huishoudelijk afval, vuilnis en dergelijke in de daarvoor bestemde plaatsen en containers.

Artikel 22 Baggeren

Het is verboden zonder vergunning van het college in de haven te baggeren.

Artikel 23 Onbevoegd los maken van vaartuigen
  • 1. Het is verboden, zonder daartoe bevoegd te zijn, enig schip los te maken of zich daarin of daarop te bevinden.

  • 2. Het in het eerste lid gestelde betredingsverbod is niet van toepassing, indien en uitsluitend voor zover noodzakelijk - het betreft het betreden van een ander schip voor het bereiken van de wal en omgekeerd.

Artikel 24 Betrekken water en elektriciteit

Het is in de gemeentelijke haven verboden de vanaf de kade te betrekken elektriciteit te benutten voor verwarming en het leidingwater te gebruiken voor het spoelen van het dek.

Artikel 25 Draaiverbod voortstuwen

Het is verboden de voortstuwer van een schip anders te laten draaien dan om het schip te verplaatsen, tenzij en voor zover nodig ter voorbereiding van het vertrek en op zodanige wijze dat daardoor geen schade of letsel aan derden kan worden veroorzaakt.

Artikel 26 Laden en lossen

Het is verboden in de haven te laden of te lossen op zodanige wijze dat:

  • a.

    het water kan worden verontreinigd;

  • b.

    in het water voorwerpen, goederen of stoffen terecht kunnen komen.

Hoofdstuk III Het afmeren en innemen van ligplaatsen in de haven

Artikel 27 Innemen van een vaste ligplaats
  • 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een vaste ligplaats in te nemen.

  • 2. Het is verboden een andere ligplaats in te nemen dan die is vermeld in de vergunning of tijdelijk is toegewezen door de havenmeester.

Artikel 28 Informeren havenmeester bij afwezigheid

De ligplaatshouder die gedurende één of meer nachten met zijn schip niet in de gemeentelijke jachthaven aanwezig zal zijn, dient de havenmeester daarvan voor vertrek in kennis te stellen onder opgave van de vermoedelijke datum van terugkeer.

Artikel 29 Innemen van een passantenligplaats
  • 1. De schipper die met zijn schip de gemeentelijke jachthaven als passant of dagrecreant bezoekt, dient zich bij aankomst te melden bij de havenmeester.

  • 2. Een passant of dagrecreant mag alleen een ligplaats innemen die speciaal voor passanten en/of dagrecreanten is gereserveerd en als zodanig aangegeven dan wel een ligplaats die hem door de havenmeester is toegewezen.

  • 3. Het is verboden zonder vergunning langer dan drie opeenvolgende nachten een passantenligplaats in te nemen.

Artikel 30 Meervoorschriften
  • 1. Het is verboden een schip in de haven anders af te meren dan aan de hiervoor bestemde bolders, meerpalen of -ringen.

  • 2. De schipper is verplicht zijn schip deugdelijk af te meren, zodat geen schade aan enig eigendom van derden kan worden veroorzaakt en geen hinder wordt veroorzaakt ten aanzien van het scheepvaartverkeer in de haven.

  • 3. De schipper dient zijn schip in verzorgde staat achter te laten en buiten het schip geen inventaris en/of andere toebehoren van het schip onbeheerd te laten.

Hoofdstuk IV Bescherming van werken

Artikel 31 Bescherming van werken

Ter bescherming van werken of kunstwerken in eigendom, beheer of onderhoud van de gemeente en ter verzekering van het doelmatig en veilig gebruik van die werken, gelden de voorschriften van het Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel 32 Het steken in bruggen

Het is de schipper en overige opvarenden van een schip verboden bij het doorvaren van bruggen met enig voorwerp te steken of te haken in de metselwerken of de daarvoor niet bestemde hout- of ijzerwerken.

Artikel 33 Bedienen ophaalbrug

Het is voor anderen dan de havenmeester of een door het college aangewezen gemachtigde verboden de brug over de aanloophaven en de deuren in de waterkering te bedienen.

Artikel 34 Te hoge vaartuigen

Indien, naar het oordeel van de havenmeester of een ander door het college tot het bedienen van de ophaalbrug aangewezen gemachtigde, tuig en dergelijke of boven het dek uitstekende voorwerpen van een schip zonder veel moeite gestreken of weggenomen kunnen worden, zodat het schip onder de gesloten brug kan doorvaren, is de schipper verplicht op eerste aanzegging van hem genoemde voorwerpen te strijken of weg te nemen als hij deze brug, die dan gesloten wordt gehouden, wenst te passeren.

Hoofdstuk V Straf- en slotbepalingen

Artikel 35 Handelen in strijd met vergunning of ontheffing
  • 1. Het is verboden te handelen in strijd met enig(e) aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschrift of voorwaarde.

  • 2. Indien wordt gehandeld in strijd met een aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschrift of voorwaarde, wordt dit aangemerkt als handelen zonder vergunning of ontheffing.

  • 3. Voor de toepassing van de beide vorige leden wordt onder handelen verstaan zowel doen als nalaten.

  • 4. Degene die de vergunning of ontheffing niet toont, ter inzage afgeeft of afstaat aan de daartoe bevoegde ambtenaar, wordt geacht zonder vergunning of ontheffing te hebben gehandeld.

    Artikel 36 Strafbepaling

    Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde kan bovendien worden gestraft met openbaar-making van de rechterlijke uitspraak.

    Artikel 37 Toezichthouders; binnentreden van woningen/vaartuig

    1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening. zijn belast de door het college aangestelde havenmeester(s), alsmede de in artikel 141 van het wetboek van strafvordering genoemde ambtenaren.

    2. Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de veiligheid en orde in de haven of de bescherming van de veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden van een woning/vaartuig zonder toestemming van de bewoner/schipper.

    Artikel 38 Overgangsrecht

    De ontheffingen, vergunningen of aanwijzingen die zijn verleend of gegeven krachtens de “Havenverordening Huizen” (1985) en op het tijdstip van inwerkingtreding van de Havenverordening Huizen 2010 van kracht waren, blijven van kracht totdat de tijd waarvoor zij zijn verleend of gegeven, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.

    Artikel 39 Inwerkingtreding

    Deze verordening treedt in werking op de 8e dag na haar bekendmaking. Met ingang van dat tijdstip vervalt de Havenverordening Huizen, vastgesteld 9 mei 1985.

    Artikel 40 Citeertitel

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Havenverordening Huizen 2010".

    Aldus besloten in de openbare vergadering van 11 november 2010

    De voorzitter,

    De griffier,