Reclamenota Westerveld

Geldend van 14-03-2002 t/m 27-09-2011

Intitulé

Reclamenota Westerveld

1                    INLEIDING

 

Reclame is een onderwerp dat diepgeworteld is in onze samenleving. Sinds jaar en dag wordt er reclame gemaakt. Het maakt deel uit van ons dagelijks leven.

 

Deze nota heeft betrekking op reclame-uitingen, die naar buiten gebracht worden op een wijze waarvoor vooraf toestemming vereist is van de gemeente of waarbij de gemeente  achteraf kan ingrijpen.

 

Hieronder valt bijvoorbeeld:

  • -         borden en lichtreclame, die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn;

  • -         borden, spandoeken, posters, vlaggen, strooifolders, enzovoort, die op, in of boven de weg zijn aangebracht.

 

Hieronder valt niet:

  • -         uitingen via de media (radio, tv, kranten, enzovoort);

  • -         reclamevliegtuigjes;

  • -         huis-aan-huis verspreiding van reclamefolders;

  • -         reclame op openbaar vervoer.

Historie

Reclame is geen verschijnsel van de laatste jaren. Integendeel, tot in het verre verleden zijn sporen van reclame aan te wijzen. Met de vorm van ruilhandel kwam tevens de eerste vorm van reclame tot stand, al was het woord als zodanig onbekend. In de middeleeuwen waren aanbevelingen de voornaamste vorm van reclame, de zogenaamde “stille reclame”. Later kwamen de koopmansmerken, tekens op producten, uithangborden en gevelstenen er als nieuwe vorm van reclame bij. Met het verschijnen van de lokale dagbladen in de 17e eeuw kwamen de eerste zakelijke advertenties. De reclame (afgeleid van het Latijnse woord clamare = roepen: re-clamare = herhaald roepen) werd steeds belangrijker en de creativiteit in het gebruik steeds groter.

Functies

De primaire functie van reclame is het verschaffen van informatie aan de consument over het bestaan van bepaalde bedrijven, goederen of diensten. Een tweede functie van reclame is de concurrerende functie. Aangezien de productie en de distributie geschieden in onderlinge concurrentie is het voor de producent/aanbieder van belang de consument te overtuigen, dat hij of zij beter zijn product kan kopen dan dat van een ander.

Het mag duidelijk zijn dat dit belang borg staat voor een stuk directe en indirecte werkgelegenheid. De reclame heeft naast de beide bovengenoemde functies een niet te miskennen plaats in het algehele en maatschappelijke en economische gebeuren van ons land.

Economie

Ook is vanouds reclame in de openbare ruimte toegelaten. De hoeveelheid reclame langs de openbare weg was altijd gering en ook de verschijningsvorm was in het algemeen bescheiden.

De gemeentelijke bemoeienis is niet meer dan een beperkte beheerstaak en de inkomsten daaruit zijn minimaal. Reclame is vanuit economisch opzicht van groot belang voor het bedrijfsleven en daarmee ook voor de werkgelegenheid. Er gaan zeer grote bedragen in om. Iedere ondernemer heeft daarbij ook zijn eigen belangen. Daarnaast wordt er op beperkte schaal van gemeentewege ook gebruik gemaakt van het middel reclame om voorzieningen te realiseren die op andere wijze waarschijnlijk niet (zo snel) verwezenlijkt waren.

Zo wordt via reclame het probleem van de abri’s opgelost; ook de plattegronden aan de invalswegen van de kernen in Westerveld zijn in combinatie met en betaald door middel van reclame gerealiseerd.

Ontwikkeling

Deze, gedurende vele jaren, stabiele toestand is de laatste jaren toch enigszins veranderd. De vraag om reclame te voeren wordt steeds groter en het illegaal plaatsen van reclame neemt toe.

Gelet op de grote toename van reclame in de openbare ruimte en de verschillende deelbelangen, is het helaas niet mogelijk om door middel van zelfregulering door de betrokken partijen de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte te waarborgen. Dit geldt ook voor de eigen gemeentelijke organisatie.

In het belang van de kwaliteit van de openbare ruimte, maar ook in het belang van verkeersveiligheid is regulering van diverse reclamevormen onontkoombaar.

Goede afspraken over hoe er met diverse reclamevormen in de openbare ruimte moet worden omgegaan, kunnen bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van de gebouwde omgeving en verhoging van het gewenste effect van de aanwezige reclame-uitingen.

2. DOELSTELLING

Zoals in de inleiding al is vermeld, is er een toename in de reclamevoering, zowel qua reclame-aanvragen als van illegaal geplaatste reclame.

Ook op provinciaal niveau (VDG-verband) is het reclameprobleem en met name het weidebordenprobleem aan de orde gesteld. Uitkomst van het overleg is, dat het van belang is dat Drentse gemeenten het beleid op elkaar afstemmen. Beleid moet er op zijn gericht om weideborden in de gemeente niet toe te staan.

Omdat het reclameprobleem zich niet beperkt tot weideborden, maar zich voordoet in vele vormen van reclame, is het van belang om alle vormen van huidige en eventuele toekomstige reclamevormen in deze beleidsnota vast te leggen en hierin aan te geven wat is toegestaan.

Er komen steeds meer aanvragen voor de verschillende vormen reclamevoering, maar ook het illegaal plaatsen neemt sterk toe. Het is noodzakelijk beleidsregels op te stellen voor meerdere reclamevormen en het beleid niet te beperken tot weideborden. Ook de vormen van reclame die we nu nog niet kennen, maar waar we in de directe toekomst waarschijnlijk wel mee te maken krijgen, zijn in deze nota opgenomen.

Met deze regelgeving moet worden voorkomen, dat door het aanbrengen van reclame het uiterlijk aanzien van de gemeente, en daardoor tevens de kwaliteit van de openbare ruimte, wordt geschaad, maar ook om “ongewenste” uitingen tegen te gaan. Daarnaast is het van belang dat de reclame-uitingen geen afbreuk doen aan de verkeersveiligheid en de bruikbaarheid van de wegen in de gemeente Westerveld.

Deze nota heeft als primair doel om, binnen het juridisch kader, een beleid te voeren dat gericht is op het bieden van mogelijkheden voor reclame-uitingen zonder dat de kwaliteit van dorp of landschap wordt aangetast. Immers, deze kwaliteit is belangrijk voor het handhaven en versterken van de kwaliteit van de openbare ruimte. Maar ook moeten reclame-uitingen voorkomen dat de verkeersveiligheid in het geding komt.

Gelet op de functies die de reclame vervult, wordt in deze nota niet gezocht naar een uitbreiding van het aantal verbods- en gebodsbepalingen, maar naar het ontwikkelen van een beheersinstrumentarium, waarbij mede wordt ingespeeld op de maatschappelijke behoefte. Het voordeel daarvan is dat niet-gewenste reclameactiviteiten zullen afnemen en door effectief handhaven verdwijnen.

De Algemene wet bestuursrecht regelt het één en ander over het opstellen van beleidsregels.

Deze notitie dient als zodanig te worden gekwalificeerd en dient als toetsingsgrond voor vergunningaanvragen en zogenaamde kennisgevingen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

In verband daarmee zal in de notitie worden ingegaan op het te voeren beleid binnen het raam van de juridische mogelijkheden, maar zal tevens worden aangegeven wie binnen de gemeentelijke organisatie verantwoordelijk is voor de vergunningverlening, voor de controle op de naleving daarvan en voor het handhaven van het beleid. Tenslotte zal worden aangegeven op welke wijze dient te worden omgegaan met de huidige illegaal geplaatste reclames.

ALGEMENE UITGANGSPUNTEN VOOR HET RECLAMEBELEID IN DE GEMEENTE WESTERVELD ZIJN:

- reclame heeft een algemeen maatschappelijk-economische functie;

- de hoeveelheid en de kwaliteit moeten afgestemd worden op de omgeving;

- reclame in het buitengebied moet, vanwege de landschappelijke waarde tot een minimum worden beperkt; dit geldt ook voor de aangewezen beschermde dorpsgezichten;

- er moet een goede balans worden gewaarborgd tussen de visuele kwaliteit van de omgeving en de belangen die door het plaatsen en aanbrengen van reclame-uitingen worden gediend;

- het reclamebeleid moet in kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen in de samenleving;

- reclame-uitingen mogen niet kwetsend of aanstootgevend zijn en moeten daarom altijd minimaal voldoen aan de (landelijke) voorwaarden die door de reclamecodecommissie zijn gesteld;

- bepaalde vormen van reclames zijn vergunningvrij o.g.v. artikel 4.7.2., lid 2 sub a t/m f van de APV.

3. HUIDIGE WESTERVELDSE PRAKTIJK

Binnen de gemeente Westerveld treffen wij in hoofdzaak de volgende vormen van reclame aan:

  • A.

    reclame aan panden/objecten;

  • B.

    reclame op borden en zuilen (billboards, verlichte vitrines) en reclame aan lichtmasten (contract);

  • C.

    reclame op andere borden;

  • D.

    reclame op wachtruimten (abri’s) en haltepalen ten dienste van het openbaar vervoer, platte-gronden, informatiekasten en klokken;

  • E.

    reclame in de zin van uitstallingen;

  • F.

    illegaal plakken van commerciële reclame-uitingen.

Hieronder zal puntsgewijs worden ingegaan op de procedure zo die nu in Westerveld wordt gevoerd.

ad. A Reclame aan panden/objecten

Bij dit soort reclame gaat het om zowel tijdelijke als permanente reclame. Bij de beoordeling van een vergunningaanvraag wordt gelet op:

  • 1.

    de reclame op zich (welstand);

  • 2.

    de reclame in relatie tot het pand/object (welstand);

  • 3.

    de reclame in relatie tot zijn omgeving (welstand);

  • 4.

    het belang van de verkeersveiligheid;

  • 5.

    beperking overlast voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken.

Op dit moment worden aanvragen om reclamevergunningen ingediend door middel van een aanvraagformulier (o.a. ten behoeve van de Welstandscommissie) met daarbij 3 tekeningen c.q. schetsen/foto’s van het reclameobject. Na indiening wordt op de afdeling Bouwen, Milieu & Brandweer (cluster Bouwen) beoordeeld of er een bouwvergunning voor nodig is en of het planologisch inpasbaar is. Hierna wordt de aanvraag om advies voorgelegd aan de Stichting Het Drentse Welstandstoezicht (welstandscommissie).

Er wordt voor het in behandeling nemen van de aanvraag door Het Drentse Welstandstoezicht ƒ 35,-- en door de gemeente ƒ 105,00 in rekening gebracht bij de aanvrager. Als de aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand, wordt de reclamevergunning verleend, mits aan de overige in de A.P.V. gestelde voorwaarden (hiervoor genoemd onder punt 4 en 5) is voldaan.

Mocht Het Drentse Welstandstoezicht adviseren dat een reclamebord niet voldoet aan "redelijke eisen van welstand" dan gaat de aanvraag retour naar de gemeente. Deze handelt dan de verdere procedure af. Dit houdt veelal aanpassing van de aanvraag of een weigering op de aanvraag in.

ad. B/C Reclame op borden, zuilen en aan lichtmasten

(Tijdelijke) reclame in de vorm van driehoeksborden en dergelijke, gebeurt momenteel door indiening van een kennisgevingformulier. In de APV staat vermeld dat als burgemeester en wethouders niet binnen 2 weken na ontvangst van de kennisgeving hebben meegedeeld bezwaar te hebben tegen de reclame, de toestemming automatisch is verleend. Hierbij moet worden opgemerkt dat er tot nu toe nog geen beleid is vastgesteld om alleen reclames toe te staan voor activiteiten in of betrekking hebbende op de gemeente Westerveld. Aanvragen uit bijvoorbeeld Steenwijk worden tot nu toe wel gehonoreerd ook als is er geen enkele relatie met Westerveld is.

ad. D Reclame op wachtruimten (abri's) en haltepalen van het openbaar vervoer, plattegronden, informatiekasten en klokken

Reclame in abri’s (wachtruimten) is gekoppeld aan de plaatsing van de abri door de busmaatschappij. Voor haar rekening komen dan de plaatsing, het onderhoud, enzovoort.

Voor reclame op plattegrondinformatiekasten heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met Van Uden.

Wat betreft reclame die is geplaatst in klokken, deze vorm van reclame komt in de gemeente, voor zover bekend, (nog) niet voor.

ad. E Reclame in de vorm van uitstallingen

Deze vorm van reclame is vergunningvrij; althans er worden geen aanvragen/meldingen voor gedaan en dus ook geen vergunningen/toestemmingen voor verleend.

ad. F Illegaal plakken

Deze vorm van reclame neemt hand over hand toe. Steeds meer aanplakbiljetten en reclameposters zijn daar te zien. Het gaat hier niet om de in artikel 7 van de grondwet bedoelde vrije meningsuiting, maar puur om commerciële reclame.

Overzicht van afgesloten contracten

In de Westerveld-periode is door de gemeente éénmaal een contract afgesloten met Van Uden voor het plaatsen of aanbrengen van reclame in plattegrond-informatiekasten.

Voor zover bekend zijn er vóór de gemeentelijke herindeling geen overeenkomsten gesloten door de voormalige gemeentebesturen van Diever, Dwingeloo, Havelte en Vledder.

4 ATTENTIEPUNTEN BIJ NIEUW BELEID

Hiervoor is al aangegeven dat de laatste jaren het een en ander is gewijzigd in de reclame-voering, ook in de gemeente Westerveld.

Gelet op de uitbreiding van de reclamebehoefte en de daarmee gepaard gaande illegale plaatsing van reclame is het noodzakelijk om beleidsuitgangspunten en regelgeving waar nodig te ontwikkelen of aan te passen aan de huidige inzichten en ontwikkelingen.

Punten die aandacht vragen zijn (zowel tijdelijk als permanent):

A richtlijnen voor uitstallingen en reclameborden op de openbare weg;

B het medium van driehoeksborden;

C het gebruik van kartonnen sandwichborden aan lichtmasten;

D reclame op en aan gevels;

E plaatsing van reclameborden aan monumenten en in beschermde dorpsgezichten

F richtlijnen voor het plaatsen van verwijsborden;

G attentiemasten;

H richtlijnen voor plaatsing buitenreclameobjecten met als doel het verkrijgen van financiële middelen voor de gemeente of het realiseren van openbare voorzieningen;

I wildplakken;

J toezicht en handhaving.

ad A. Uitstallingen en reclameborden op de openbare weg

Nu zijn er geen richtlijnen die bij vergunningverlening worden gehanteerd. Steeds meer winkeliers trachten door middel van uitstalling op de openbare weg potentiële klanten naar binnen te lokken. Het aantal uitstallingen neemt toe. Bijzondere aandacht verdienen de zogenaamde draaiende reclameborden, die gevaar voor kinderen kunnen opleveren. Reguleren lijkt noodzakelijk.

ad B. Driehoeksborden

Het medium driehoeksborden voorziet in een behoefte, maar doet afbreuk aan de kwaliteit van de openbare ruimte en de bruikbaarheid/verkeersveiligheid. Elders in Nederland is men er in geslaagd om een goede vervanger voor dit medium te vinden. De driehoeksborden zijn vervangen door permanente displays die aan de lichtmasten worden bevestigd. Een combinatie van beide is ook mogelijk. Deze vorm van reclame-uiting komt in Westerveld (nog) niet veel voor.

ad C. (Kartonnen) sandwichborden

Voor diverse activiteiten en campagnes wordt tijdelijk gebruik gemaakt van hardboard/kartonnen sandwichborden. Vaak is de kwaliteit matig en worden ze aangebracht op plaatsen waar dat niet wenselijk of verantwoord is. Het is wenselijk om regels ten aanzien van deze borden vast te stellen.

ad D. Permanente en tijdelijke reclame op en aan gevels

De samenwerking met en met name de procedure via Het Drentse Welstandstoezicht zullen nader bekeken en eventueel aangepast moeten worden. Er zullen duidelijke regels moeten komen welke reclames wel en niet passen in met name bijvoorbeeld de dorpscentra in de gemeente Westerveld. Speciale aandacht is op zijn plaats voor het plaatsen van reclames aan en bij monumenten en in beschermde dorpsgezichten.

ad E. Richtlijnen voor het plaatsen van verwijsborden (verkeersveiligheid)

De gemeente heeft de zorg voor een goede bewegwijzering. Voor onder andere het industrieterrein, campings en horecagelegenheden is het goed om algemene richtlijnen, waaraan getoetst moet worden, vast te leggen. Voor deze vorm van reclame-voering wordt/is afzonderlijk bewegwijzeringsbeleid geformuleerd door de afdeling Inrichting en Beheer/Openbare Ruimte (IBOR).

ad F. Attentiemasten in de openbare ruimte

Attentiemasten zijn (nog) niet geplaatst in de gemeente Westerveld. Mogelijkheden voor deze tot 25 meter hoge masten kunnen wellicht onderzocht worden voor bijvoorbeeld de bedrijventerreinen. Voorgesteld wordt hierin geen actief beleid te voeren.

ad G. Richtlijnen voor plaatsing buitenreclameobjecten (bijvoorbeeld dorps- plattegrond)

Deze vorm van reclame heeft tot doel het verkrijgen van financiële middelen voor de gemeente of het realiseren van openbare voorzieningen. De mogelijkheden om inkomsten te genereren uit reclame zijn sterk afhankelijk van de vraag vanuit de markt. De markt geeft aan voor welke vormen van reclame en welke hoeveelheden er belangstelling bestaat. De markt is dynamisch. Oude reclamevormen verdwijnen, nieuwe vormen komen. Dit betekent niet dat er steeds weer meer behoefte aan hetzelfde ontstaat, maar ook vaak ter vervanging dient van oude reclamevormen door nieuwe van een betere kwaliteit en uitstraling.

Om adequaat op de marktontwikkeling in te kunnen spelen is het noodzakelijk om de randvoorwaarden, die de gemeente stelt ten aanzien van diverse reclamevormen in de openbare ruimte (zoals billboards en vitrinekasten), vast te leggen in nieuw beleid.

ad H. Wildplakken

Onder wildplakken wordt verstaan, het aanplakken van posters en aankondigingen op bijvoorbeeld straatmeubilair, schakelkasten en dergelijke. In het (nieuwe) beleid zal streng opgetreden moeten worden tegen dit wildplakken. Eventueel in het kader van nieuw beleid kijken naar mogelijkheden om wildplakken op bepaalde locaties toe te staan. Jurisprudentie heeft meermalen uitgewezen dat de gemeente dient te zorgen voor zogenaamde vrije plakplaatsen. De indruk bestaat echter dat hier op dit moment (nog) geen behoefte aan is.

ad I. Toezicht en handhaving

In de praktijk is gebleken, dat de handhaving van het reclamebeleid mede door gebrek aan helderheid van regelgeving, verantwoordelijkheden en bevoegdheden, gekenmerkt kan worden door incidentbestrijding bij excessen.

Door middel van deze nota zal getracht worden helderheid te geven over wat nu wel en niet mag, waardoor controle en handhaving eenvoudiger en efficiënter kan worden uitgevoerd.

Zonder voldoende toezicht en handhaving heeft het maken van afspraken en het opstel-len van regels geen zin.

5 NIEUW BELEID

In dit hoofdstuk worden beleidsuitgangspunten geformuleerd die van belang zijn voor de toepassing van de diverse reclamevormen in de openbare ruimte en die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn. Uitgangspunt bij de formulering hiervan is, dat reclame onlosmakelijk verbonden is met Westerveld, maar dat de toepassing van de diverse reclamevormen zich moet verdragen met de functie van de betreffende gebieden in de gemeente. Er zal een onderscheid gemaakt moeten worden tussen bijvoorbeeld de kernen, het buitengebied en de bedrijventerreinen.

De juridische basis voor het voeren van reclame is neergelegd in artikel 4.7.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening.

Indien het reclameobject een bouwwerk in de zin van de Woningwet betreft, dan is de Woningwet (artikel 40 en 44) van toepassing.

Genoemde artikelen zijn als bijlage (pagina 43 en 44) in deze notitie opgenomen.

Communicatie

Bij de totstandkoming van dit beleid, is het concept toegezonden aan de afdelingen Inrichting en Beheer/Openbare Ruimte (IBOR) en Bureau Bestuursondersteuning en Voorlichting (BOV) met het verzoek om opmerkingen en aanvullingen. Daarnaast is het concept voorgelegd aan Het Drentse Welstandstoezicht. Deze laatste heeft zich zeer positief uitgelaten over deze nota. Alle reacties zijn in deze nota verwerkt.

Het voorgestane beleid ten aanzien van verwijsborden (objectbewegwijzering), zoals verwoord in Hoofdstuk 5.5 van deze nota, heeft instemming van het Toeristisch Platform.

RECLAME OP EN AAN GEVELS

5.1Reclame op en aan gevels

Grondslag: Woningwet, artikel 4.7.2 APV

Voor reclame op of aan gevels is toestemming van het college nodig. Ook het dichtplakken van ramen kan worden tegengegaan. In de APV is geregeld, dat als door het afplakken afbreuk wordt gedaan aan het pand of de kwaliteit van de omgeving, er opgetreden kan worden.

Als het in de reclamevorm gaat om een “bouwwerk”, is in hoofdstuk 9 van de Bouwverordening het welstandstoezicht geregeld. De beoordelingscriteria zijn vermeld in artikel 9.1, eerste lid van de Bouwverordening. Het tweede lid bepaalt dat bouwwerken, behalve aan de algemene criteria, behoren te worden getoetst aan het in een bestemmingsplan specifiek geformuleerd beeldkwaliteitplan. Dit beeldkwaliteitplan is in de geldende bestemmingsplannen in Westerveld overigens niet altijd aanwezig. Overigens is in de APV ook geregeld, dat vergunningplichtige reclamevormen, die niet onder de Woningwet vallen, moeten voldoen aan redelijke eisen van welstand (ter beoordeling van de welstandscommissie).

Het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving, of de te verwachten ontwikkeling daarvan, mogen niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Alvorens te beslissen op een aanvraag om bouwvergunning, behoort deze te worden voorgelegd aan een commissie van onafhankelijke deskundigen die beziet of het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand.

Dit voorschrift is niet van toepassing als bij voorbaat vaststaat dat de bouwvergunning op een andere grond dan het voldoen aan redelijke eisen van welstand moet worden geweigerd. Het welstandstoezicht is opgedragen aan Het Drentse Welstandstoezicht.

Om het beeld van de gemeente Westerveld, in de beschermde dorspgezichten, het buitengebied en de kernen, zo fraai mogelijk te houden zijn de volgende (welstands)criteria van belang:

Functionaliteitprincipe

Een reclame mag alleen worden aangebracht op of aan het pand waarin de activiteit, waarnaar de reclame verwijst, wordt uitgeoefend.

Evenwicht in het straatbeeld

Hoog geplaatste reclame verstoort het evenwicht in het straatbeeld en maakt dat de straat er rommelig en vol uitziet. Bovendien loopt door overvloed aan reclame de informatiewaarde van de reclame sterk terug.

Hinder

Om te voorkomen dat reclame ter hoogte van woningramen boven winkels wordt aangebracht, kan de plaats beperkt worden tot die strook van de gevel die zich bevindt tussen de begane grondkozijnen en de verdiepingskozijnen.

Vormgeving

Aspecten die bij de vormgeving een rol spelen zijn de lay-out, de detaillering, het kleur- en materiaalgebruik, de bevestigingswijze, de eventuele verlichting en de relatie tot het object waarvoor de reclame is geplaatst.

Afmetingen/aantal

De gemeente kan een maxima aan het aantal en de afmetingen verbinden voor de verschillende reclame-uitingen op en aan gevels.

Voorschriften voor vergunningverlening met betrekking tot reclame op en aan gevels.

Het moet voldoen aan de eisen van de APV of de Woningwet, met name “welstand” is hier een belangrijke factor.

  • -

    door de reclame mogen de architectuur van het pand en het karakter van de omgeving niet worden aangetast (moet voldoen aan redelijke eisen van welstand);

  • -

    de reclame moet verwijzen naar het bedrijf dat in het betreffende pand is gehuisvest of moet betrekking hebben op de producten die in het pand verhandeld of geproduceerd worden;

  • -

    in principe mag per bedrijfspand maximaal 1 aanzicht- en 1 uitsteekreclame worden toegestaan;

  • -

    bij de welstandstoets zal een onderscheid gemaakt worden tussen monumenten, beeldbepalende panden, bedrijfsgebouwen in de kern, woongebieden., beschermde dorpsgezichten en bedrijventerreinen;

  • -

    de reclame mag niet worden voorzien van een knipperende verlichting;

  • -

    reclame moet in een goede onderhoudsstaat verkeren (verlichting);

  • -

    reclame moet zoveel mogelijk worden beperkt in een woonomgeving;

  • -

    reclame mag de verkeersveiligheid niet in geding brengen;

  • -

    verlichte reclame mag geen hinder opleveren (dit betekent dat de sterkte van de verlichting (lux) beperkt dient te zijn.

Overgangsrecht

Alle ten tijde van de vaststelling van deze nota bestaande reclamevormen worden op grond van het overgangsrecht toegestaan. Bij vernieuwing van de reclame wordt getoetst aan bovengenoemde richtlijnen.

N.B.

Indien een bedrijf zijn functie verliest, dan zullen de reclameborden die op dit bedrijf betrekking hebben, moeten worden verwijderd.

SPANDOEKEN EN VLAGGEN

5.2 Spandoeken en vlaggen

Grondslag: artikel 2.1.5.1 en artikel 4.7.2 APV

Op grond van artikel 2.1.5.1 van de APV is het verboden zonder vergunning van burge-meester en wethouders de weg of het weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de bestemming ervan. Dit verbod geldt ook voor spandoeken en dergelijke ten behoeve van commerciële doeleinden. Tot op heden is dit artikel nauwelijks toegepast.

Gelet op de toename van spandoeken en vlaggen ten behoeve van commerciële doeleinden, is het gewenst om richtlijnen te formuleren waaraan vergunningaanvragen moeten worden getoetst.

Gedacht wordt aan richtlijnen ten behoeve van de verkeersveiligheid en ontsierende reclame.

Aanvragen voor deze reclamevorm komt voornamelijk ten behoeve van landelijke acties zoals de “Hartstichting”, “Zonnebloem”, maar ook door “3VO (voorheen: Veilig Verkeer Nederland)”. Hiervoor zijn regels niet echt noodzakelijk omdat deze tijdelijke reclame aan de hiervoor gestelde voorschriften voldoet. Het gaat hier echter om een toename van deze reclamevorm als commerciële reclame, met name in het buitengebied. We zien deze spandoeken vaak aan een schuur of tussen bomen hangen (bijvoorbeeld antiekmarkt, Speelstad Oranje).

Het beleid is er op gericht spandoeken alleen toe te staan voor landelijke en plaatselijke acties, om hierdoor de wildgroei tegen te gaan.

Voorschriften met betrekking tot spandoeken en vlaggen. 

spandoeken

  • -

    geen toestemming verlenen voor spandoeken aan gebouwen;

  • -

    niet toestaan voor commerciële reclame (mits ondergeschikt aan de hoofdreclame);

  • -

    reclame in deze vorm maximaal 4 weken toestaan;

  • -

    indien spandoek over de openbare weg gespannen, de minimale hoogte in verband met verkeersveiligheid in de vergunning opnemen (minimaal 4.50 meter boven de weg);

  • -

    mag verkeersveiligheid niet in gedrag brengen (bijv. niet toestaan nabij een kruising);

  • -

    moet voldoen aan redelijke eisen van welstand;

  • -

    niet toestaan in beschermde dorsgezichten.

vlaggen

  • -

    per detailhandel bedrijf maximaal 3 vlaggen;

  • -

    in beschermd dorpsgezicht een terughoudend beleid voeren.

Overgangsrecht

Voor spandoeken en vlaggen die geplaatst zijn tussen 1 januari 1998 (datum herindeling) en de invoeringsdatum van het nieuwe beleid, heeft men 3 maand de tijd om het te verwijderen. Voor spandoeken geplaatst tussen 1 januari 1990 en 31 december 1997 geldt een termijn van 6 maanden en spandoeken geplaatst voor 1 januari 1990 dienen binnen 12 maanden verwijderd te worden.

VERGUNNINGPLICHTIGE PERMANENTE RECLAMEOBJECTEN OP EIGEN TERREIN BIJ BEDRIJVEN DIE NIET OP OF AAN DE GEVEL BEVESTIGD ZIJN

5.2 Vergunningplichtige permanente reclameobjecten op eigen terrein bij bedrijven en die niet op of aan de gevel bevestigd zijn

Grondslag: Woningwet, 4.7.2 APV

Hieronder worden onder andere begrepen alle buitenreclameobjecten, naamborden, zuilen, vlaggenmasten en attentiemasten.

Voor deze reclameobjecten geldt ook dat deze afgestemd moeten worden op de directe omgeving waarin ze worden geplaatst.

Herkenbaarheid en vindbaarheid is voor bedrijven, met name op het bedrijventerrein, belangrijk. Een overvloed aan reclameobjecten doet afbreuk aan de uitstraling van een bedrijvengebied.

Hoewel de beoordeling van een reclameverzoek sterk situatieafhankelijk is, is het toch van belang de grenzen van de mogelijkheden aan te geven zodat men daarop kan inspelen. Hierdoor kunnen onnodig lange behandelingsprocedures worden voorkomen.

De vergunningaanvragen worden getoetst aan de hierna genoemde richtlijnen. Na vaststelling van deze richtlijnen door het college, zullen deze conform de wettelijke voorschriften worden gepubliceerd. Voor de duidelijkheid dient te worden vermeld dat voor plaatsing van reclameobjecten op openbare grond, ten behoeve van individuele bedrijven, in principe geen medewerking zal worden verleend.

In bijzondere gevallen kan bijvoorbeeld een uitzondering worden gemaakt als het gaat om tijdelijke informatieborden t.b.v. bouwprojecten of grondverkoop als op het bouwterrein zelf geen plaats is. Deze vorm van bekendmaking is uitgesloten van vergunningplicht. Ook zal geen medewerking worden verleend aan verzoeken tot het aanbrengen van op de openbare weg gerichte reclame op particuliere grond, als het reclame betreft die niet rechtstreeks te maken heeft met bedrijfsactiviteiten op dat terrein.

Voor wat betreft attentiemasten wordt verwezen naar die betreffende paragraaf.

Voorschriften met betrekking tot vergunningplichtige permanente reclameobjecten op eigen terrein en niet op aan of aan een gevel bevestigd.

  • -

    Indien van toepassing voldoen aan het gestelde in de Woningwet, bestemmingsplan;

  • -

    er moet een herkenbare relatie zijn tussen reclameobject en het bedrijf;

  • -

    voldoen aan redelijke eisen van welstand;

  • -

    indien van toepassing een goed werkende verlichting;

  • -

    toestemming verlenen voor maximaal 1 reclameobject;

  • -

    het mag niet dusdanig groot of opvallend zijn dat het vanaf de openbare weg het terrein en de bebouwing domineert;

  • -

    het dient qua materiaal en vormgeving te passen in de omgeving;

  • -

    in beschermde dorpsgezichten en in het buitengebied dienen reclameobjecten zoveel mogelijk gemeden te worden. In ieder geval dienen ze hier bescheiden van formaat te zijn en moeten aangepast worden aan de natuurlijke bebouwde omgeving;

  • -

    geen gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid;

  • -

    geen overlast veroorzaken voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken.

Overgangsrecht

Alle ten tijde van vaststelling van deze nota bestaande reclamevormen worden op grond van het overgangsrecht toegestaan. Bij vernieuwing van de reclame wordt getoetst aan bovengenoemde richtlijnen.

N.B.

Indien een bedrijf zijn functie verliest, dan zullen de reclameborden die op dit bedrijf betrekking hebben, moeten worden verwijderd.

UITSTALLINGEN EN LOSSE RECLAMEBORDEN

5.4 Uitstallingen en losse reclameborden

Grondslag: artikel 2.1.5.1 APV

Met betrekking tot gebruik van gemeentelijke terreinen (in dorpskernen bijvoorbeeld) voor deze vorm van reclamevoering zijn geen baatbelastingverordeningen vastgesteld en worden ook geen gebruikersrechten in rekening gebracht.

Er moet evenwel voorkomen worden dat het beeld van de dorpscentra wordt beheerst door reclameborden en uitstallingen. Het publiek zal niet zigzaggend door de winkelstraat moeten lopen om op de plaats van bestemming te komen!

Een van de belangrijkste redenen van de toename van deze vorm van reclame is, dat de aanwezigheid van uitstallingen bij de buurman de behoefte aanwakkert, om zelf ook borden te plaatsen om te voorkomen dat men zelf niet meer opvalt.

Voor deze vorm van reclame is een vergunning noodzakelijk. Ook dienen er voorschriften opgenomen te worden die ertoe leiden dat allerlei onnodige en ongewenste obstakels zoals gevaarlijke draaiende reclameborden van de openbare weg verdwijnen.

Voorschriften met betrekking tot uitstallingen en losse reclameborden

Reclameobjecten/uitstallingen:

  • -

    mogen slechts bestaan uit verplaatsbare objecten;

  • -

    max. 1.50 m uit de gevel geplaatst worden, vrijstelling tot max. 3 m als de situatie dat toestaat;

  • -

    mogen het verkeer niet hinderen;

  • -

    max. 1.20 hoog, tenzij tegen de eigen gevel geplaatst;

  • -

    mogen niet breder zijn dan de gevel van het pand;

  • -

    mogen niet aanwezig zijn buiten de openingstijden van de winkel/het bedrijf;

  • -

    mogen geen scherpe en uitwendige gevaarlijke draaiende delen hebben;

  • -

    bedrijf mag slechts één reclamebord hebben en moet betrekking hebben op het branchepatroon van de winkel/het bedrijf;

  • -

    in het buitengebied alleen op eigen terrein, voorts niet in agrarisch en natuurgebied.

De uitstalling moet op de eerste aanzegging worden verwijderd, indien dit noodzakelijk is voor de uitvoering van openbaar nut, in het belang van de openbare orde of veiligheid dan wel ter realisering van gemeentelijke plannen of ten tijde van gemeentelijke werkdagen.

Los geplaatste reclameborden mogen geen grotere afmeting hebben dan 2m2.

Overgangsrecht

Gezien het tijdelijk karakter van deze reclamevorm is overgangsrecht van toepassing voor het jaar 2001. Direct na vaststelling van deze reclamenota wordt aan bovengenoemde richtlijnen getoetst.

VERWIJSBORDEN

5.5Verwijsborden (objectbewegwijzering)

Grondslag: artikel 2.1.5.1 APV

Een uniform bewegwijzeringsysteem draagt in belangrijke mate bij tot een vlotte en veilige verkeersafwikkeling. De minister van Verkeer en Waterstaat (VW) heeft in 1993 richtlijnen vastgesteld voor de bewegwijzering (Richtlijnen Bewegwijzering). Aansluitend hierop hebben Gedeputeerde Staten van provincie Drenthe op 27 maart 2001 de “beleidsregel bewegwijzeringsbeleid naar en aanduidingsbeleid van niet-geografische bestemmingen op de wegen in beheer bij de provincie Drenthe” vastgesteld.

In de vier voormalige gemeenten is op verschillende manieren omgegaan met het toekennen en plaatsen van verwijsborden. In de praktijk betekent dit een woud van verwijsborden in allerlei verschillende soorten en maten.

Op grond van artikel 2.1.5.1 van de APV is het verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders de weg of het weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de bestemming ervan. Dit verbod geldt ook voor het plaatsen van verwijsborden. De huidige weigeringgronden voor een vergunning worden beschreven in lid 3 en 5 van artikel 2.1.5.1 van de APV. Om een functionele, uniforme en duidelijke uitvoering van de verwijsborden te realiseren, worden de weigeringgronden van artikel 2.1.5.1 van de APV nader ingevuld. Het uitgangspunt hierbij is de “beleidsregel bewegwijzeringsbeleid naar en aanduidingsbeleid van niet-geografische bestemmingen op de wegen in beheer bij de provincie Drenthe”.

Nieuwe vergunningaanvragen worden getoetst aan de hierna genoemde voorschriften. Na vaststelling van deze richtlijnen door het college, zullen deze conform de wettelijke voorschriften worden gepubliceerd.

Voorschriften voor verwijsborden:

  • -

    verwijsborden buiten de bebouwde kom worden vervaardigd en geplaatst door of in opdracht van de ANWB, conform de uitvoering van zogenaamde strokenborden (standaard: 150 x 23 cm);

  • -

    verwijsborden binnen de bebouwde kom worden vervaardigd en geplaatst door of in opdracht van de Gemeente Westerveld, conform de uitvoering van zogenaamde verkleinde strokenborden (standaard 100 x 20 cm);

  • -

    het te verwijzen object is een toeristisch-recreatief object, een voorziening voor weggebruikers, en/of een verblijfsaccommodatie;

  • -

    verwijzen vanuit de kern waar het object is gesitueerd tot het object zelf;

  • -

    alleen verwijzen indien verkeer een verandering in rijrichting moet maken.

Onder een toeristisch-recreatief object wordt verstaan een voorziening die door de aard en omvang en wijze van beheer is ingericht op bezoek door recreanten en/of toeristen of een vergelijkbare publieksfunctie heeft. Het object moet jaarlijks gedurende een vaste periode van minimaal vier maanden geopend zijn. Het gaat zowel om commerciële als niet-commerciële objecten.

Overgangsrecht

Voor verwijsborden die na 1 januari 1998 (datum herindeling) zonder vergunning zijn geplaatst, wordt conform het stappenplan handhaving (bestuursdwang) opgetreden.

De vervanging van verwijsborden buiten de bebouwde kom door de nieuwe strokenborden van de ANWB is momenteel vrijwel afgerond. De vergunningen voor verwijsborden van de ANWB buiten de bebouwde kom, anders dan strokenborden, worden dan ook ingetrokken.

De overige verwijsborden waarvoor vergunning is aangevraagd en verleend, worden op grond van het overgangsrecht toegestaan. Zodra het merendeel van de verwijsborden in een kern aan vervanging toe is, worden alle verwijsborden in de kern vervangen, conform bovenstaande voorschriften. In kernen waar het merendeel van de verwijsborden voorlopig niet aan vervanging toe zijn, mogen objecten (die voldoen aan bovenstaande voorschriften) tijdelijk gebruik maken van de bestaande verwijsborden.

SANDWICHBORDEN EN DRIEHOEKSBORDEN

5.6 Sandwichborden en driehoeksborden

Grondslag: artikel 2.1.5.1/4.7.2 APV

Eén van de goedkoopste manieren om op grote schaal in de openbare ruimte reclame te maken is het gebruik van (kartonnen) sandwichborden of driehoeksborden al dan niet om lichtmasten. De kwaliteit van dit medium is vaak erg slecht. Van deze vorm wordt met name gebruik gemaakt door circussen, kermissen, een aantal fondsverwervende ideële instellingen en voor bijvoorbeeld de aankondiging van popconcerten.

Deze vorm van reclame voeren is tijdelijk van aard. Ze houden veelal verband met een evenement of activiteit. In artikel 4.7.2 van de A.P.V. is geregeld dat een reclamevorm zijn tijdelijkheid verlies als deze langer dan 9 weken wordt geplaatst. In dat geval is een reclamevergunning vereist (die moet voldoen aan "redelijke eisen van welstand"). Om mogelijke wildgroei van deze borden te voorkomen is het gewenst hiervoor voorschriften vast te leggen.

Circus/kermis

Voor circussen en kermissen is goedkope reclame van groot belang. Circussen en kermissen hebben veelal moeite om het hoofd financieel boven water te houden. Meestal wordt er overdadig gebruik gemaakt van de sandwichborden. Gelet op de uitgangspunten van het reclamebeleid moet daar een beperking worden gelegd. Circussen en kermissen mogen gedurende een periode van maximaal 2 weken maximaal 20 sandwichborden plaatsen.

VVN en nationale collectes

Voor acties van Veilig Verkeer Nederland (nu: 3VO) wordt “toestemming" verleend voor het plaatsen van ca. 20 sandwichborden, al dan niet in combinatie met spandoeken ten behoeve van verkeersveiligheidscampagnes zoals “de scholen zijn weer begonnen”.

De sandwichborden mogen maximaal 2 weken blijven staan.

Deze voorwaarden ook van toepassing verklaren voor nationale collectes.

In de vergunning voorschriften opnemen ten behoeve van verkeersveiligheid en locaties.

Voorschriften met betrekking tot sandwichborden en driehoeksborden

  • -

    alleen toestaan t.b.v. evenementen/activiteiten binnen de gemeente Westerveld;;

  • -

    maximaal aantal per activiteit beoordelen doch maximaal 20 borden per evenement;

  • -

    per dorpskern maximaal 5 borden ;

  • -

    in het buitengebied worden geen borden toegestaan;

  • -

    minimaal 25 meter vanaf een bocht, kruising, zijweg of uitrit;

- maximaal 1 per 100 meter;

- binnen 2 werkdagen, na afloop evenement, moet de reclame zijn verwijderd;

- geen hinder voor het verkeer (bijv. voetgangers);

-niet toestaan in beschermde dorpsgezichten.

Overgangsrecht

Alle ten tijde van vaststelling van deze nota bestaande reclamevormen worden op grond van het overgangsrecht toegestaan. Bij vernieuwing van de reclame wordt getoetst aan bovengenoemde richtlijnen.

WILDPLAKKEN

5.7 Wildplakken

Grondslag: artikel 2.4.2/4.7.2 APV

In het kader van het recht van vrijheid op meningsuiting dient de gemeente, als er geen toestemming van rechtmatige eigenaar kan worden verkregen, faciliteiten aan te bieden om de mening in geschrift kenbaar te maken. Tenminste als er in de gemeente een plakverbod van kracht is.

Momenteel wordt er weinig tot geen gebruik gemaakt van het recht als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet. Het gaat hier niet om vrije meningsuiting, maar duidelijk om reclame of aankondigingen. Hier is artikel 7 niet voor bedoeld. Tegen deze illegale vorm van reclame moet dan ook, op grond van de APV worden opgetreden.

Als het daadwerkelijk gaat om vrije meningsuiting als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet en er is geen toestemming van eigenaren te verkrijgen, kortom als blijkt uit aanvragen of klachten dat de mogelijkheid niet geboden wordt, moeten deze vrije plakplaatsen alsnog worden aangebracht in de gemeente. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de wettelijke verplichting tot het bieden van gelegenheid om de mening te uiten. Er kan gedacht worden de borden ten behoeve van de verkiezingen te laten staan of op die plaatsen permanent kleinere borden te plaatsen. De noodzaak hiervoor is echter op dit moment niet aanwezig, omdat niet gebleken is dat hier behoefte aan is.

De zoals hierboven omschreven vrije plakplaatsen zijn alleen voor vrije meningsuiting, terwijl het probleem met wildplakken steeds commerciële reclame betreft. Tegen deze illegale vorm van reclame zal op grond van de APV moeten worden opgetreden. Het door de afdeling Inrichting en Beheer/Openbare Ruimte (cluster Onderhoud) laten verwijderen van deze affiches lost slechts tijdelijk het probleem op. Door hier verder niet tegen op te treden in de vorm van het opleggen van bestuursdwang en de kosten van verwijdering te verhalen op de overtreder wordt dit probleem steeds groter.

Na vaststelling van deze nota zal, na waarschuwing, op grond van de APV worden opgetreden tegen het plakken van commerciële reclame.

Na vaststelling van deze nota zal middels bestuursdwang inclusief kostenverhaal consequent worden opgetreden tegen het illegaal plakken.

Als rechtmatige eigenaar, of in overleg met de rechtmatige eigenaar van het object waarop geplakt is, wordt direct opgetreden tegen de overtreding van artikel 2.4.2 van de APV (spoedeisende bestuursdwang toe passen).

Op grond van artikel 4.7.2 zal de overtreder en/of opdrachtgever van het aanbrengen van commerciële reclame en/of opschriften worden aangeschreven. Zowel de kosten van de voorbereiding als de schoonmaakkosten zullen op de overtreder worden verhaald (mits deze bekend is).

Op deze vorm van reclame is het overgangsrecht niet van toepassing.

BILLBOARDS/VITRINEKASTEN

5.8 Billboards of vitrines

Grondslag: Woningwet/Bestemmingsplan

In Westerveld beschikken we momenteel (nog) niet over billboards of vitrines. Deze vormen van reclamedragende objecten kunnen wel worden geplaatst, eventueel in combinatie met informatievoorziening van de gemeente of de Westervelder. De billboards en vitrines mogen alleen worden geplaatst op plaatsen waar dat voor de omgeving geen nadelige effecten heeft.

Om aanvragen te kunnen beoordelen moeten er richtlijnen worden opgesteld waaraan locaties moeten voldoen.

In Westerveld terughoudend zijn met het toestaan van (nieuwe) vitrinekasten en billboards.

Voorschriften met betrekking tot billboards/vitrinekasten.

Deze vorm van reclame wordt alleen geregeld via een contract dat de gemeente kan afsluiten met een firma die gespecialiseerd is in dergelijke buitenreclame.

Billboards kunnen worden geplaatst als ze voldoen aan redelijke eisen van welstand onder de volgende voorwaarden:

  • -

    bij ontsluitingswegen met een middenberm van minimaal 4 meter breed;

  • -

    minimaal 100 meter van een kruispunt;

  • -

    onderlinge afstand minimaal 1 km;

  • -

    in overeenstemming met bestemmingsplan;

  • -

    als wordt voldaan aan redelijke eisen van welstand;

  • -

    maximale afmeting van een billboard is 6 m2;

    vitrinekast is 4 m2.

Vitrinekasten kunnen worden geplaatst op of langs:

  • -

    ontsluitingswegen;

  • -

    wijkontsluitingswegen;

  • -

    dorps- en winkelcentrum.

Per kern maximaal 2 vitrinekasten toestaan (bijvoorbeeld op grotere parkeerplaatsen).

Zowel voor billboards als voor vitrinekasten geldt dat deze niet worden toegestaan in het buitengebied, beschermde dorpsgezichten en de grensgebieden tussen dorp en buitengebied.

Overgangsrecht

Alle ten tijde van vaststelling van deze nota bestaande reclamevormen worden op grond van het overgangsrecht toegestaan. Bij vernieuwing van de reclame wordt getoetst aan bovengenoemde richtlijnen.

INFORMATIEBORDEN/DORPSPLATTEGRONDEN

5.9 Informatieborden/Dorpsplattegronden

Grondslag: Woningwet/Bestemmingsplan

Op invalswegen van de dorpskernen kunnen informatieborden worden geplaatst waarop de dorpsactiviteiten worden vermeld. Deze borden zijn niet bedoeld voor reclame-uitingen. Deze borden toestaan op nu gerealiseerde plaatsen.

Op de invalswegen van dorpskernen staan, ten behoeve van bezoekers, plattegrondborden van de betreffende kern.

Deze worden gefinancierd vanuit reclame-inkomsten van de advertenties rond die plattegronden. Huidige locaties handhaven en indien nodig actualiseren en uitbreiden.

Plaatsing van deze borden is vergunningvrij o.g.v. artikel 43, lid 1, sub f Woningwet.

Voorschriften met betrekking tot informatieborden en dorpsplattegronden.

Borden uitsluitend bestemd voor activiteiten/evenementen in de gemeente Westerveld:

-alleen plaatsen aan de invalswegen.

Dorpsplattegronden kunnen worden geplaatst:

  • -

    voor eerste afslag bij binnenkomst bebouwde kom;

  • -

    binnen de bebouwde kom langs ontsluitingswegen;

  • -

    in overeenstemming met bestemmingsplan;

Voorwaarden:

  • -

    exacte plaatsbepaling en vormgeving ter goedkeuring van BWT;

  • -

    geen gevaar voor verkeersveiligheid;

  • -

    geen overlast voor derden;

  • -

    niet in beschermde dorpsgezichten.

Voor de bedrijventerreinen de mogelijkheid bieden voor een plattegrond die alleen betrekking heeft op het desbetreffende gebied.

Overgangsrecht

Alle ten tijde van vaststelling van deze nota bestaande reclamevormen worden op grond van het overgangsrecht toegestaan. Bij vernieuwing van de reclame wordt getoetst aan bovengenoemde richtlijnen

ATTENTIEMASTEN

5.10Attentiemasten

Grondslag: Woningwet

Attentiemasten zijn er in verschillende categorieën:

  • 1.

    hoge attentiemasten in de openbare ruimte (circa 25 meter hoog);

  • 2.

    lage of kleine attentiemasten in de openbare ruimte (circa 15 meter hoog);

  • 3.

    attentiemasten op eigen terrein/bedrijfsterrein.

Op dit moment komen er in Westerveld (nog) geen hoge of lage attentiemasten voor in de openbare ruimte. De mogelijkheid voor realisatie zou evenwel geboden moeten kunnen worden. Uitgangspunt bij beleid hiervoor is dat ze op gemeentegrond geplaatst moeten worden. De inkomsten van deze masten kunnen dan (samen met de andere inkomsten) gebruikt worden om reclamebeleid te handhaven.

Attentiemasten alleen toestaan op eventueel nader aan te geven plaatsen en alleen als de mast:

  • a.

    past in het bestemmingsplan;

  • b.

    voldoet aan de bestemmingsplanvoorschriften;

  • c.

    voldoet aan de bouwvoorschriften;

  • d.

    voldoet aan redelijke eisen van welstand;

Voorschriften met betrekking tot attentiemasten.

Attentiemasten kunnen worden geplaatst:

  • -

    indien in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan;

  • -

    exploitatie van gemeentewege en alleen op gemeentegrond;

  • -

    alleen met bouwvergunning;

  • -

    voldoen aan redelijke eisen van welstand;

  • -

    niet toestaan in beschermde dorpsgezichten.

  • -

    de te voeren reclame dient een duidelijke relatie te hebben met de activiteiten/bedrijfsvoeringen ter plaatse van de mast.

Overgangsrecht

Is niet van toepassing.

RECLAME AAN LICHTMASTEN EN IN KLOKKEN

5.11Reclame aan lichtmasten en in klokken

Grondslag: artikel 2.1.5.1 APV/Woningwet

Deze vorm van reclame zal er voor moeten zorgen dat allerlei verschillende borden langs de openbare weg verdwijnen. Permanente borden die telkens kunnen worden voorzien van nieuwe reclame. De borden, maar ook de lichtmasten waar de borden aan worden bevestigd, moeten van zodanige kwaliteit zijn dat de veiligheid niet in gevaar komt.

De tijdelijke reclame in deze lichtmastborden is alleen toegestaan voor reclame die betrekking heeft op de directe regio en eventueel voor grote landelijke evenementen. Reclame-uitingen op deze wijze kunnen bijdragen tot verlevendiging van het straatbeeld.

Voorwaarden daarvoor:

  • 1.

    er moet sprake zijn van een goede spreiding;

  • 2.

    de reclame mag geen afbreuk doen aan de verkeersveiligheid;

  • 3.

    reclame mag het dorpsbeeld niet aantasten (welstand, reclamecode).

Uitbesteding van het recht tot plaatsing van dergelijke reclameborden aan een gespecialiseerd bedrijf kan tijd en administratieve rompslomp besparen.

Dit eveneens voor de reclame in/op klokken van toepassing verklaren.

Voorschriften met betrekking tot reclame aan lichtmasten.

Reclamevergunning verlenen aan c,q, contract afsluiten met maximaal 3 exploitanten en deze verantwoordelijk houden voor de staat van het reclamewerk en het onderhoud ervan (onderhoudsplicht).

Lichtreclame aan lichtmasten kan worden toegestaan op of langs (hoofd)ontsluitingswegen, zonder direct aanliggende woongebieden onder de navolgende voorwaarden:

  • -

    niet dichter dan 60 meter bij een kruispunt;

  • -

    geen knipperende verlichting of wisselende teksten;

  • -

    zij geen verkeerslicht of verkeersbord afschermen;

  • -

    buiten bedrijventerreinen maximaal 25% van het aantal lichtmasten en op bedrijventerreinen kan dit worden verhoogd (spreiding);

  • -

    niet binnen beschermd dorpsgezichten, in een woonomgeving, een park of een landschappelijk gebied;

  • -

    de verkeersveiligheid mag niet in gevaar komen (afleiding);

  • -

    reparatie aan de borden moet binnen 2 werkdagen plaatsvinden.

Onverlichte lichtmastreclame kan onder dezelfde voorwaarden ook worden bevestigd aan lichtmasten op of langs wijkontsluitingswegen.

Overgangsrecht

Alle ten tijde van vaststelling van deze nota bestaande reclamevormen worden op grond van het overgangsrecht toegestaan. Bij vernieuwing van de reclame wordt getoetst aan bovengenoemde richtlijnen.

NIET PERCEELGEBONDEN AANDUIDINGEN (WEIDEBORDEN)

5.12Niet perceelgebonden aanduidingen (weideborden)

Grondslag: Woningwet, bouwverordening en APV

Voor wat betreft een reclamevorm als deze, eindigt het probleem niet bij de gemeentegrens. Als een gemeente actief handhavingsbeleid voert ten aanzien van deze “weideborden”, verschuift het probleem zich naar de buurgemeente. Daarom is in VDG-verband getracht te komen tot een uniforme aanpak van het weidebordenprobleem. Tot nu toe echter zonder resultaat.

Ons beleid moet er op gericht zijn geen reclame in deze vorm toe te staan en de inmiddels geplaatste reclameborden op termijn te verwijderen. Ad hoc is hieraan inmiddels toepassing gegeven.

Als het gaat om borden die als bouwwerk worden aangemerkt, en dat is volgens jurisprudentie al het geval als het bord een permanent karakter heeft, ook al staat het op een kar, dan is de regelgeving in de Woningwet en dus bouwverordening van toepassing.

Toetsing aan het bestemmingsplan en redelijke eisen van welstand leidt er dan meestal toe dat een bord verwijderd moet worden. Aangezien veel borden op grond staan met een agrarische bestemming, is een juridische grond voor optreden dus veelal aanwezig.

Als het niet gaat om een bouwwerk dan kan via de APV worden opgetreden.

Deze vorm van reclame kan niet worden toegestaan. Hiertegen dient dan ook direct te worden opgetreden via het zogenaamde “lik op stuk” beleid. Wordt de illegale plaatsing van een dergelijk bord geconstateerd, dan dient deze direct (door bijvoorbeeld medewerkers van de buitendienst) te worden verwijderd en te worden opgeslagen bij één van de steunpunten (gemeentewerven). E.e.a. dient wel op foto te worden vastgelegd.

Formeel juridisch gezien kleven aan deze wijze van handelen risico's. Immers de gemeente zou in een bezwaar- of beroepsprocedure moeten kunnen aantonen dat de zaak zo spoedeisend was, dat zelfs de tijd ontbrak om overtreder een brief te sturen. Dit zal niet snel worden aangenomen. Ondanks deze risico's stellen wij toch voor het "lik-op-stuk"- beleid te voeren. Zowel provinciale- als rijkswaterstaat hebben hiermee al zeer positieve resultaten bereikt, terwijl dit niet tot gerechtelijke procedures heeft geleid.

Voor borden die geplaatst zijn tussen 1 januari 1998 en de invoeringsdatum nieuw beleid, 1 maand de tijd geven voor verwijdering. Borden geplaatst tussen 1 januari 1990 en 31 december 1997, 2 maanden en borden geplaatst voor 1 januari 1990, 3 maanden geven voor verwijdering.

Uitzonderingen op het verbod met betrekking tot weideborden.

  • -

    Reclame die functioneel met een perceel verbonden is en aangebracht aan een pand of op bijbehorend erf.

  • -

    Aankondigingen van het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor mede is bestemd en naamborden.

Deze aankondigingen en opschriften mogen geen grotere oppervlakte hebben dan 0.50 m2, geen grotere afmeting hebben in een richting dan 1 meter en deze opschriften/aankondigingen dienen te zijn aangebracht op of aan de onroerende zaak.

  • -

    Plaatsaanduidingsborden met een niet-commercieel karakter.

  • -

    Verwijsborden naar percelen die anders (naar het oordeel van het college) lastig te vinden zijn, mits de vorm van de borden is toegesneden op de verwijsfunctie. Hiervoor zijn standaardborden beschikbaar (zie hiervoor ook het afzonderlijke bewegwijzeringsbeleid).

  • -

    Opschriften betrekking hebbend op de naam en/of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken en/of op de namen van degenen die bij het ontwerp en/of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn voor zolang zij feitelijk betekenis hebben.

Alle reeds geplaatste borden inventariseren en termijn van verwijdering bepalen of indien mogelijk vergunning verlenen (legaliseren).

Overgangsbepalingen

Voor borden die geplaatst zijn tussen 1 januari 1998 en de invoeringsdatum van het nieuwe beleid, 1 maand de tijd geven voor verwijdering. Borden geplaatst tussen 1 januari 1990 en 31 december 1997, 2 maanden en borden geplaatst voor 1 januari 1990, 3 maanden geven voor verwijdering.

6. TOEZICHT EN HANDHAVING

Een goed toezicht op de naleving van de afspraken en het optreden tegen overtredingen van afgesproken regels (handhaving) vormen de belangrijkste pijlers van het reclamebeleid.

Ten einde snel en adequaat te kunnen optreden tegen verkeerd of illegaal geplaatste reclame-uitingen, moeten enige randvoorwaarden in ogenschouw genomen worden, te weten:

  • -

    Van belang voor handhaving van het reclamebeleid is goede controle. De signaalfunctie is er nu alleen van de zijde van de buitendienstmedewerkers van de afdeling Bouwen, Milieu & Brandweer. Voor controle op het hele reclamegebied -dus ook in de kernen- zou controle en toezicht ook door alle buitendienstmedewerkers (signaalfunctie) kunnen plaatsvinden.

  • -

    De (gewone) procedure tot toepassing van bestuursdwang (collegebesluit en aanschrijving) duurt te lang gezien vaak het tijdelijk karakter van plaatsingen.

De gemeente heeft eigenlijk twee bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen, namelijk "bestuursdwang" en "dwangsom". Deze middelen blijken in de praktijk, mits goed toegepast, uiterst effectief te zijn. Daarnaast bestaat er ook nog de mogelijkheid om de strafrechtelijke weg (politie, Openbaar Ministerie) te bewandelen. Dit laatste dient alleen in uitzonderlijke situatie, dus bij uitzondering, te worden toegepast. De publiekrechtelijke weg biedt immers voldoende mogelijkheden om een illegale situatie ongedaan te krijgen.

Bestuursdwang

Daarnaast bestaat de mogelijkheid tot het zonder voorafgaande aanschrijving in spoedeisende gevallen direct optreden van de gemeente. Van deze mogelijkheid wordt zo goed als nooit gebruik gemaakt. Naar alle waarschijnlijkheid, omdat hieraan grote risico’s verbonden zijn. De gemeente zal in recht immers moeten aantonen dat de zaak zo spoedeisend was, dat zelfs de tijd ontbrak om de overtreder een brief te sturen. Dit zal niet snel worden aangenomen, zodat de kans groot is, dat niet alleen de kosten van het optreden voor eigen rekening blijven, maar de gemeente ook nog gehouden is tot schadevergoeding.

Toch komt in gevallen, waar spoed geboden is, dit zeer effectieve handhavingmiddel zeker voor gebruik in aanmerking. In hoofdstuk 5.13 hebben wij al aangegeven het zogenaamde lik-op-stuk beleid wel te voeren met betrekking de zogenaamde illegale weideborden c.a.

De tijdwinst zal dus meer gezocht moeten worden in een kortere besluitvormingsprocedure en een zeer korte hersteltermijn van de illegale situatie. Gedacht wordt hierbij aan het verstrekken van een mandaat van beschikkingsbevoegdheid ter zake van het college naar één (hoofd van de functionele afdeling) of zelfs meerdere ambtenaren waardoor in feite op dezelfde dag dat een overtreding wordt geconstateerd de “constateringbrief” de deur uit kan.

Door de bezorging van deze brief en het stellen van een zeer korte termijn (12 of 24 uur) om hieraan te voldoen, kan in hetzelfde tempo de “waarschuwingsbrief” en het handhavingsbesluit aan de overtreder worden gestuurd en kan op deze wijze effectief worden opgetreden tegen illegaal of verkeerd geplaatste reclame.

Dwangsom

Een andere, ook effectieve vorm van handhaving is de dwangsom. De procedure van voorbereiding van een dwangsombeschikking is in principe gelijk aan die van een bestuursdwangbeschikking.

Waar het in het reclamebeleid soms moeilijk is om over te gaan tot bestuursdwang, kan deze vorm een uitkomst bieden. Denk bijvoorbeeld aan de verrijdbare reclamekarretjes. Als de bestuursdwangaanschrijving geëffectueerd kan worden, wordt overgegaan tot verplaatsing van het reclameobject, zodat opnieuw kan worden begonnen met de procedure. Bij de dwangsomprocedure blijft de eigenaar in overtreding en hoeft de dwangsomprocedure, ook bij verplaatsing van het object, niet opnieuw te worden gestart. Het toezicht en de handhaving van het reclamebeleid zijn verantwoordelijkheden van de afdeling Bouwen, Milieu en Brandweer.

Evenals in het Handhavingstappenplan Bouwrecht wordt voor de handhaving een zogenaamde 3 stappenplan voorgestaan:

  • 1.

    constateringsbrief van de overtreding, met het verzoek de overtreding te beëindigen;

  • 2.

    voorwaarschuwingsbrief bestuursdwang of dwangsom;

  • 3.

    handhavingsbesluit: dwangsom- of bestuursdwangbeschikking.

In hoofdstukken 7 is e.e.a. nader aangegeven.

N.B.

Per reclamevorm is in deze notitie aangegeven welk overgangsrecht voor illegale reclamevoering wordt voorgestaan.

7 STAPPENPLAN HANDHAVING

BESTUURSDWANG:

Stap 1:

Controle

Constatering overtreding

"Constateringsbrief"

Stap 2:

Hercontrole

Constatering overtreding

Legalisering mogelijk? Zo nee,

“Waarschuwingsbrief”/zienswijze

Stap 3:

Hercontrole

Constatering overtreding

Handhavingsbesluit

Stap 4:

Hercontrole

Mededeling van uitvoering bestuursdwang

Uitvoering

Stap 5:

Kostenverhaal op de overtreder

DWANGSOM:

Stap 1:

Controle

Constatering overtreding

"Constateringsbrief"

Stap 2:

Hercontrole

Constatering overtreding

Legalisering mogelijk? Zo nee,

“Waarschuwingsbrief”/zienswijze

Stap 3:

Hercontrole

Constatering overtreding

Dwangsombesluit

Stap 4:

Hercontrole

Mededeling van uitvoering dwangsom

Inning dwangsom

Stap 5:

Eventuele inschakeling van een deurwaarder

Dit stappenplan geldt niet voor illegale weideborden c.a.. Hiervoor zal het zogenaamde lik-op-stuk beleid worden toegepast.

8 TOT SLOT

De aanvraag voor een reclamevergunning wordt getoetst aan de in de APV genoemde eisen/voorwaarden en de in deze nota beschreven voorschriften. Voldoet een aanvraag aan de algemene en specifieke voorschriften, dan kan de vergunning worden verleend. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag zijn leges verschuldigd.

Als de reclame bouwwvergunningplichtig is (bouwwerk), worden de leges voor het in behandeling nemen van de desbetreffende bouwaanvraag, volgens de legesverordening, in rekening gebracht.

Voor het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om reclamevergunning wordt verwezen naar de legesverordening.

De legesopbrengsten naar aanleiding van dit reclamebeleid zijn naar verwachting kostendekkend voor de vergunningverlening. Voor het toezicht op naleving van dit beleid is dit niet geheel duidelijk. Voor het toezicht zal eventueel een beroep gedaan kunnen worden op buitendienstmedewerkers van andere afdelingen.

Het handhaven van dit beleid zal, vooral in het begin, veel tijd kosten (inventarisatie, dossieronderzoek). Of dit in de huidige formatie binnen de afdeling Bouwen, Milieu en Brandweer mogelijk is, is (nu nog) niet duidelijk. Waarschijnlijk zullen de procedures met betrekking tot illegale reclame veel tijd vergen. Vooralsnog zal getracht worden dit binnen de huidige formatie te doen. Als blijkt dat voor een goede uitvoering van dit beleid meer mankracht nodig is, kan worden overwogen de uitbreiding middels een reclamebelasting te financieren.

Ook de inkomsten uit de “verhuur” van driehoeksborden en billboards of attentiemasten kunnen een behoorlijke bijdrage leveren aan de handhaving van het reclamebeleid. Op dit moment zijn hiervoor nog geen inkomsten aanwezig.

Als blijkt dat financiering van dit beleid op geen enkele wijze mogelijk is, moet worden overwogen in de handhaving prioriteiten te stellen. Hierbij moet worden benadrukt dat de handhaving van illegale reclameborden in het buitengebied de hoogste prioriteit heeft en houdt.

Ten behoeve van een snelle vergunningverlening is de vergunningverlening gemandateerd aan functie 2.1.1 (hoofd van de afdeling Bouwen, Milieu en Brandweer). Om de handhavingprocedure niet onnodig op te houden, wordt voorgesteld deze tot het daadwerkelijke bestuursdwang- of dwangsombesluit vooreerst eveneens te mandateren aan functie 2.1.1. Door-mandatering aan andere ambtenaren belast met de uitvoering van het reclamebeleid moet nog nader worden bekeken.

Bijlage

Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Westerveld

 

Artikel 2.1.5.1  Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van burgemeester wethouders de weg of een weggedeelte te gebruiken ander dan overeenkomstig de bestemming daarvan.

  • 2.

    Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op:

    a.       vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;

    b.      zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits:

    -         geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt;

    -         geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich minder dan 0,5 met van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt;

    -         geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt;

    c.       de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;

    d.      voertuigen;

    e.       voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;

    f.        benzinepompen als bedoeld in artikel 2.1.6.14 en standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3.

  • 3.

    Het is verboden op, in, over of boven de weg voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelen worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, danwel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.

  • 4.

    Voor de toepassing van het tweede lid, onder c, wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet daaronder verstaat.

  • 5.

    Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:

    a.       indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

    b.      indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

    c.       in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

  • 6.

    het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Woningwet, het Rijkswegenreglement, of het Provinciaal wegenreglement Drenthe van toepassing zijn of voor zover er sprake is van een evenement als bedoeld in artikel 2.2.1, dat de burgemeester niet heeft verboden.

 

Artikel 4.7.2  Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclames en dergelijke

  • 1.

    Het is de rechthebbende op een onroerende zaak alsmede de hoofdgebruiker van die zaak verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders deze zaak of een daarop aanwezige zaak te gebruiken of het gebruik daarvan toe te laten voor het maken van handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is.

  • 2.

    Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van:

    a.       opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak;

    b.      opschriften en aankondigingen op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door de overheid;

    c.       opschriften en aankondigingen betrekking hebbend op:

    -         openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;

    -         het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op het onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor deze zaak is bestemd, zomede op naamborden;

    mits deze opschriften en aankondigingen gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 0,50 m2 en geen van alle een grotere afmeting in een richting hebben dan 1,00 meter en mits deze opschriften en aankondigingen zijn aangebracht op of aan de onroerende zaak;

  • d.      opschriften betrekking hebbend op de naam en/of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken en/of op de namen van degenen die bij het ontwerp en/of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;

  • e.       opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer;

  • f.        opschriften en aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits van het aanbrengen ervan tevoren door of vanwege de rechthebbende of de hoofdgebruiker van het onroerende zaak schriftelijk kennisgeving is gedaan aan burgemeester en wethouders en dit college niet binnen 14 dagen na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken.

    Zodanige opschriften en aankondigingen worden geacht hun tijdelijk karakter te hebben verloren, wanneer deze gedurende meer dan 9 weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.

  • 3.

    Het in het 1e lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover de Woningwet, op de Wet Milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Monumentenwet, de gemeentelijke monumentenverordening of artikel 2.1.5.1 van toepassing is.

  • 3a.

    Het bepaalde in het 2e lid van dit artikel geldt niet indien de onroerende zaak deel uitmaakt van een beschermd dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet.

  • 4.

    Alvorens een beslissing tot verlening of weigering van een vergunning krachtens dit artikel te nemen, winnen burgemeester en wethouders het advies in van de Stichting Het Drentse Welstandstoezicht.

  • 5.

    Een vergunning bedoeld in het 1e lid kan worden geweigerd:

    a.       indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

    b.      in het belang van de verkeersveiligheid;

    c.       in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van het in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

 

 

Woningwet

Artikel 40 (bouwvergunning)

  • 1.

    Het is verboden te bouwen zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (bouwvergunning).

  • 2.

    Ingeval een caravan als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onderdeel 1, van de Kampeerwet, is aan te merken als bouwwerk, is niettemin voor het plaatsen daarvan geen bouwvergunning vereist in de gevallen, bedoeld in het vierde lid van genoemd artikel.

 

Artikel 44 (weigeringsgronden bouwvergunning)

De bouwvergunning mag alleen en moet worden geweigerd, indien:

a.   het bouwwerk, waarop de aanvraag betrekking heeft, niet voldoet aan de bij of krachtens de in de artikelen 2 en 120 bedoelde algemene maatregelen vanbestuur gegeven voorschriften of, voor zover van toepassing, de voorschriften, bedoeld in artikel 7a;

b.   het bouwwerk niet voldoet aan de voorschriften van de bouwverordening en, zolang de bouwverordening  daarmee nog niet in overeenstemming isgebracht, aan de voorschriften die bij een in artikel 8, achtste lid, of bij of krachtens een in artikel 120 bedoelde algemene maatregel van bestuur zijn gegeven;

c.   het bouwwerk in strijd is met een bestemmingsplan of de krachtens zodanig plan gestelde eisen;

d.   het bouwwerk naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet voldoet aan artikel 12, eerste lid, of

e.   voor het bouwwerk een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988 of een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze is geweigerd.