Nadere regels voor het plaatsen van gedenktekens e.d. 2005

Geldend van 29-12-2005 t/m 14-11-2012

Intitulé

Nadere regels voor het plaatsen van gedenktekens e.d. 2005

Burgemeester en wethouders van Gemeente Lelystad,

Gelet op artikel 5.5.4 van de Algemene Plaatselijke Verordening

BESLUITEN

  • 1.

    In te trekken de “Nadere regels voor het plaatsen van gedenktekens e.d. (“Gedenktekenregeling 1995”).

  • 2.

    Vast te stellen de

Nadere regels voor het plaatsen van gedenktekens e.d.2005 (“Gedenktekenregeling 2005”).

Artikel 1.

Begrippen.

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    begraafplaats : de algemene begraafplaats te Lelystad;

  • b.

    directeur: de directeur van de beherende gemeentelijke dienst;

  • c.

    beheerder: de ambtenaar die belast is met de leiding van de

    begraafplaats of degene die hem vervangt;

  • d.

    rechthebbende: de rechthebbende op een eigen graf, een eigen

    kindergraf of een eigen urngraf;

  • e.

    graf: een ruimte, bestemd voor het begraven van een lijk

    van 12 jaar en ouder;

  • f.

    kindergraf: een ruimte, bestemd voor het begraven van een lijk

    van een persoon beneden de leeftijd van12 jaar;

  • g.

    eigen graf: een graf, waarvan aan een natuurlijk- of rechtspersoon

    het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven

    en begraven houden van een of twee lijken en twee

    asbussen, dan wel het doen begraven en begraven houden van 4 asbussen;

  • h.

    algemeen graf: een graf, bij de gemeente in beheer, waarin aan

    eenieder gelegenheid wordt geboden tot het doen van

    begraven van een lijk;

  • i.

    eigen kindergraf: een kindergraf, waarvan aan een natuurlijk- of

    rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het

    doen begraven en begraven houden van een of twee

    lijken en/of twee asbussen;dan wel het doen begraven en begraven houden van 4 asbussen;

  • j.

    algemeen kindergraf: kindergraf, bij de gemeente in beheer, waarin aan

    eenieder gelegenheid wordt geboden tot het doen

    begraven van een of twee lijken;

  • k.

    eigen urnengraf: een ruimte waarvoor aan een natuurlijk- of

rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het

doen bijzetten en bijgezet houden van een of twee

asbussen met of zonder urnen;

  • l.

    algemeen urnengraf: een ruimte, bij de gemeente in beheer, waarin aan

    eenieder gelegenheid wordt geboden tot het doen

    bijzetten van een asbus met of zonder urnen;

  • m.

    urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;

  • n.

    asbus: een bus ter berging van de as van een overledene;

  • o.

    verstrooiingsplaats: een plaats waarop de as van overledenen wordt

    verstrooid;

  • p.

    urnenmuur: muur met daarin ruimten, zogenaamde urnennissen,

    bestemd voor het bijzetten en bijgezet houden van

    asbussen met of zonder urnen;

  • q.

    urnennis: een ruimte waarvoor aan een natuurlijk persoon het

    uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en

    bijgezet houden van één of twee asbussen met of

    zonder urnen;

  • r.

    gedachtenisplek: herdenkingsplek voor nabestaanden ten behoeve van

    de herdenking van overledenen waarvan de as is

    verstrooid;

  • s.

    monument: gedenkteken waarop een herdenkingsplaatje met

    gedachtenisplek naamsvermelding kan worden aangebracht ter herdenking van overledenen waarvoor geen

    aanwijsbare herdenkingsplek beschikbaar is.

Artikel 2.

Algemeen

  • 1.

    De keuze van modellen is vrij, met inachtneming van de in deze regeling gestelde afmetingen.

  • 2.

    Gedenktekens, versieringen en beplanting dienen volledig binnen de afmetingen van het graf te worden geplaatst en mogen niet oversteken.

  • 3.

    Van uit meerdere onderdelen samengestelde staande gedenktekens dient het totaal van de delen te passen binnen de in deze regeling gestelde maximale afmetingen.

  • 4.

    Staande gedenktekens dienen te worden gefundeerd op een direct onder het maaiveld gestelde betonvoet, welke een voldoende stabiliteit geeft aan het gedenkteken.

  • 5.

    De gedenktekens dienen vakkundig te worden uitgevoerd en zuiver te worden geplaatst op aanwijzing van de beheerder of diens vertegenwoordiger. Onjuist geplaatste gedenktekens dienen op aanwijzing van de beheerder te worden herplaatst.

  • 6.

    a. Op algemene graven en algemene kindergraven zijn twee gedenktekens

    toegestaan. Dit kunnen zowel een combinatie van een staand en een

    liggend gedenkteken, als twee liggende gedenktekens zijn.

    • b.

      Ten behoeve van het ondergraf kan een staand of liggend gedenkteken

geplaatst worden, terwijl ten behoeve van het bovengraf uitsluitend een

liggend gedenkteken geplaatst kan worden.

c.Indien duidelijk is dat er ten behoeve van het ondergraf geen

gedenkteken geplaatst zal worden of er een liggend gedenkteken is

aangevraagd of geplaatst, bestaat de mogelijkheid dat er ten behoeve

van het bovengraf een staand gedenkteken wordt geplaatst.

  • 7.

    Het plaatsen van een firmanaam of enige andere reclame op een

    gedenkteken is verboden.

  • 8.

    De voor een gedenkteken te gebruiken materialen moeten van een

    goede en weervaste kwaliteit zijn en mogen geen gebreken vertonen.

De gebruikte materialen dienen gedurende een periode van 20 jaar in goede staat te blijven voor wat betreft een eigen graf en gedurende een periode van tien jaar voor wat betreft een algemeen graf.

9Indien voor het gedenkteken natuursteen wordt gebruikt mag dit materiaal in alle bewerkingsvormen worden toegepast met in achtneming van het in deze regeling gestelde. Andere toe te passen materialen dienen volledig glad te zijn afgewerkt.

Artikel 3

Afmetingen voor gedenktekens op eigen graven.

  • 1.

    De afmetingen van staande gedenktekens op eigen graven dienen te voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      maximale hoogte 120 cm boven maaiveld;

    • b.

      maximale breedte 90 cm;

    • c.

      Minimale dikte 5 cm, indien het gedenkteken in glas is uitgevoerd dient de dikte minimaal 1,9 cm te bedragen.

  • 2.

    De afmetingen van liggende gedenktekens op eigen graven dienen te voldoen aan de volgende eisen:

  • 1.

    liggende zerken:

    • a.

      maximale hoogte 25 cm boven maaiveld;

    • b.

      afmetingen 90 x 190 cm;

    • c.

      minimale dikte van de zerk 5 cm;

    • d.

      de zerk dient zodanig te worden gesteld op een ondersteuningsconstructie dat het boveneinde van de zerk 10 cm hoger ligt dan het ondereinde;

    • e.

      het geheel dient volledig gefundeerd te zijn met een gewapende betonplaat, de fundering dient net onder het maaiveld gesteld te worden;

  • 2.

    andere liggende gedenktekens:

    • a.

      maximale hoogte 12 cm boven maaiveld;

    • b.

      maximale breedte 80 cm, maximale lengte 80cm;

    • c.

      minimale dikte van de letterplaat 5 cm;

    • d.

      het geheel dient gefundeerd te zijn op een gewapende betonplaat van minimaal 6 cm dik;

    • e.

      het boveneinde van de letterplaat dient 4 cm hoger te liggen dan het ondereinde;

    • f.

      indien gebruik wordt gemaakt van een bewerkte “zwerfkei” gelden

de volgende maten: Maximale hoogte boven maaiveld: 35 cm,

maximale breedte: 80 cm, maximale lengte: 80 cm. Voor een on-

werkte “zwerfkei”geldt dezelfde maatvoering.

3.indien op een staand gedenkteken op een eigen graf onvoldoende

ruimte is voor een volgende inscriptie is het toegestaan om aanvullend een letterplaat te plaatsen met de maximale afmetingen van 45cm x 45 cm, en een maximale dikte van 15 cm.

Artikel 4.

Afmetingen voor gedenktekens op algemene graven.

  • 1.

    De afmetingen van staande gedenktekens op de algemene graven dienen te voldoen aan de eisen als gesteld in artikel 3, lid 1.

  • 2.

    De afmetingen van liggende gedenktekens op algemene graven dienen te voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      maximale hoogte 12 cm boven maaiveld;

    • b.

      maximale breedte 60 cm, maximale lengte 60cm;

    • c.

      minimale dikte van de letterplaat 5 cm;

    • e.

      het geheel dient gefundeerd te zijn op een gewapende betonplaat van

minimaal 6 cm dik;

f.het boveneinde van de letterplaat dient 4 cm hoger te liggen dan het

ondereinde;

g.het gebruik van een “zwerfkei”, welke al dan niet bewerkt is, is niet

toegestaan.

Artikel 5.

Afmetingen voor gedenktekens op eigen kindergraven.

  • 1.

    De afmetingen van staande gedenktekens op eigen kindergraven dienen te voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      maximale hoogte 90 cm boven maaiveld;

    • b.

      maximale breedte 70 cm;

    • c.

      minimale dikte 5 cm, indien het gedenkteken in glas is uitgevoerd dient de dikte minimaal 1,9 cm te bedragen.

  • 2.

    De afmetingen van liggende gedenktekens op eigen kindergraven dienen te voldoen aan de volgende eisen:

  • 1.

    Liggende zerken:

    • a.

      maximale hoogte 20 cm boven maaiveld;

    • b.

      afmetingen 70 x 150 cm;

    • c.

      minimale dikte van de zerk 5 cm;

    • d.

      de zerk dient zodanig te worden gesteld op een ondersteuningscon-structie dat het boveneinde van de zerk 10 cm hoger ligt dan het ondereinde;

    • e.

      het geheel dient gefundeerd te zijn met een gewapende betonplaat, fe fundering dient net onder het maaiveld gesteld te worden.

  • 2.

    Andere liggende gedenktekens:

    • a.

      maximale hoogte 12 cm boven maaiveld;

    • b.

      maximale breedte 60cm, maximale lengte 60 cm;

    • c.

      minimale dikte van de plaat 5 cm;

    • d.

      het geheel dient gefundeerd te zijn op een gewapende betonplaat van minimaal 6 cm dik;

    • e.

      het boveneinde van de letterplaat dient 4 cm hoger te liggen dan het onder einde;

    • f.

      Indien gebruik gemaakt wordt van een bewerkte “zwerfkei”gelden de volgende maten: Maximale hoogte boven maaiveld: 25 cm, maximale breedte: 45 cm, maximale lengte: 45 cm . Voor een onbewerkte “zwerfkei“ geldt dezelfde maatvoering.

Artikel 6.

Afmetingen voor gedenktekens op algemene kindergraven.

  • 1.

    De afmetingen van staande gedenktekens op algemene kindergraven dienen te voldoen aan de eisen als gesteld in artikel 5, lid 1.

  • 2.

    De afmetingen van liggende gedenktekensop algemene kindergraven dienen te voldoen aan de volgende eisen:

    • g.

      maximale hoogte 12 cm boven maaiveld;

    • h.

      afmeting 45 x 45 cm;

    • i.

      minimale dikte van de letterplaat 5 cm;

    • j.

      het geheel dient gefundeerd te zijn op een gewapende betonplaat van minimaal 6 cm dik;

    • k.

      het boveneinde van de letterplaat dient 4 cm hoger te liggen dan het ondereinde;

    • l.

      He gebruik van een “zwerfkei”,welke al dan niet bewerkt is, is niet toegestaan.

Artikel 7.

Afmetingen voor gedenktekens op eigen en algemene urnengraven.

De afmetingen van de gedenktekens op eigen en algemene urnengraven dienen te voldoen aan de volgende eisen:

  • a.

    afmeting 45 x 45 cm;

  • b.

    dikte 5 tot 15 cm;

  • c.

    het gedenkteken dient vlak en op gelijk niveau als het maaiveld te worden gesteld;

  • d.

    In uitzondering op artikel 7 onder c mag op eigen urnengraven op veld VIII het gedenkteken zo worden opgesteld dat de achterzijde maximaal 4 cm hoger ligt dan de voorzijde.

Artikel 8.

Afmetingen en materialen voor de afdekplaat urnennis

a afmeting 40 x 40 cm;

  • b.

    dikte van de afdekplaat 2 cm;

  • c.

    de afdekplaat dient op vast punten voorzien te zijn van 4 bevestigings-

    gaten van circa 1 cm doorsnede ten behoeve van de bevestiging van de

    afdekplaat op de urnennis;

  • e.

    de afdekplaat dient voorzien te zijn van geslepen vellingkanten aan de voor-

zijde;

  • f.

    bevestiging moet plaatsvinden met een voorgeschreven schroef;

  • g.

    voor een afdekplaat zijn toegestaan de steensoorten wit marmer, antraciet

Impala graniet en grijs Labrador graniet. Andere steensoorten of tinten zijn alleen toegestaan indien kleurstelling of adering overeenkomen met de monsters die ter inzage liggen bij de administratie van de begraafplaats;

h.de inscriptie op een afdekplaat mag ongekleurd zijn of zijn uitgevoerd in de

kleuren wit, zwart, zilver of goud;

i.de tekst mag ook zijn uitgevoerd in opgelegde letters in de kleuren wit,

i. zwart, zilver of goud;

j voor een afdekplaat is ook helder glas van 1 cm tot 1,9 cm dikte

toegestaan.

Artikel 9.

Afmetingen en materialen voor een herdenkingsplaatje met naamsvermelding ten behoeve van het monument op de gedachtenisplek.

  • 1.

    de toegestane van afmetingen van een herdenkingsplaatje zijn 8cm x 5cm x

    0,5cm (breedte x hoogte x dikte);

  • 2.

    materiaal: duurzaam hard plastic, andere materialen zijn niet toegestaan;

  • 3.

    toegestane kleuren zijn zwart, zilver en goud;

  • 4.

    de inscriptie van een herdenkingsplaatje dient te zijn uitgevoerd in de kleur

zwart, wit, zilver of goud;

5.het herdenkingsplaatje wordt door of vanwege de gemeente aangebracht op

het monument;

6 herdenkingsplaatjes welke zijn aangebracht zonder toestemming van

burgemeester en wethouders van Lelystad kunnen, zonder voorafgaande

waarschuwing, van het monument worden verwijderd.

Artikel 10.

Banden.

  • 1.

    Indien de oppervlakte van eigen graven gebruikt wordt voor een vorm van grafbedekking mogen banden worden aangebracht.

  • 2.

    Op eigen graven zijn de volgende afmetingen van de banden van toepassing:

    • a.

      buitenwerkse afmeting 90 x 190 cm;

    • b.

      breedte minimaal 10 cm;

    • c.

      dikte minimaal 3 cm;

    • d.

      Indien banden in de vorm van een keienrand worden toegepast mag deze maximaal 15 cm breed en 15 cm dik zijn waarbij geen keien met een geringere doorsnede dan 4 cm mogen worden toegepast.

  • 3.

    Op eigen kindergraven zijn de volgende afmetingen van de banden van toepassing:

    • a.

      buitenwerkse afmeting 70 x 150 cm;

    • b.

      breedte minimaal 6 cm;

    • c.

      dikte minimaal 3 cm .

  • 4.

    Banden dienen volledig te zijn gefundeerd op een betonraam. De fundering van de banden dient net onder het maaiveld te zijn gesteld.

  • 5.

    Een rechtopstaand gedenkteken dient in de band te zijn opgenomen.

  • 6.

    In of op de banden mogen bloemblokken of siervazen worden opgenomen, mits deze afdoende zijn vastgezet aan de banden.

  • 7.

    Indien de banden worden vervaardigd uit een kwartsiet soort mogen deze uit meerdere stukken bestaan mits deze aan de buitenzijde glad zijn afgewerkt.

  • 8.

    Het gebruik van banden of andere vormen van omranding op algemene graven en algemene kindergraven is niet toegestaan, behoudens in de vorm van beplanting.

Artikel 11.

Grafbedekking op eigen graven.

  • 1.

    Op eigen graven mogen de volgende grafbedekkingen worden aangebracht:

    • a.

      beplanting, mits deze binnen de omranding is geplaatst en ook na volledig uitgroeien een breedte van 80 cm en een hoogte van 1 m niet te boven gaat. De beplanting mag op geen enkele wijze schade of overlast veroorzaken aan naburige graven of groenvoorzieningen op de begraafplaats;

    • b.

      binnen de banden een “breuksteen”-vloer van onregelmatig gevormde of gezaagde natuursteen;

    • c.

      een dekplaat van minimaal 2 cm en maximaal 5 cm dikte, op of binnen de banden;

    • d.

      op eigen graven mag ook een dekplaat worden toegepast zonder banden mits er een betonnen ondersteuningsconstructie is aangebracht

  • 2.

    Het gebruik van grind of stenen met een diameter kleiner dan 4 cm, marmerslag, tegels, klinkers en soortgelijke materialen als grafbedekking of omranding is niet toegestaan.

Artikel 12.

Grafbedekking op algemene graven

  • 1.

    Op algemene graven mogen nabestaanden van degene die in het bovengraf graf is begraven de tegen het pad aangelegen helft van het graf beplanten, nabestaanden van degene die in het ondergraf is begraven, de andere helft.

  • 2.

    Beplanting dient binnen de ter beschikking staande helft van het grafoppervlak te worden geplaatst en mag ook na volledig uitgroeien, een breedte van 80 cm en een hoogte van 1m niet te boven gaan. De beplanting mag op geen enkele wijze schade of overlast

    veroorzaken aan naburige graven of groenvoorzieningen op de begraafplaats.

Artikel 13.

Versieringen en opschriften

  • 1.

    Behalve het gedenkteken mogen op alle soorten graven alleen bloemen, kransen of kleine versieringen worden geplaatst of neergelegd mits:

    • a.

      deze op of in de directe omgeving van het graf geplaatst worden;

    • b.

      deze niet als kwetsend of aanstootgevend kunnen worden aangemerkt, dit ter beoordeling van burgemeester en wethouders, en

    • c.

      deze het onderhoud van de begraafplaats niet bemoeilijken;

    • d.

      de kleine versieringen niet groter zijn dan 30 cm in lengte, hoogte en breedte.

  • 2.

    Bloemen en kransen kunnen, indien zij verwelkt zijn, zonder voorafgaande waarschuwing, van de graven, het algemeen strooiveld en/of de gedachtenisplek worden verwijderd.

  • 3.

    Kleine versieringen of elementen van grafbedekkingen kunnen, indien zij een efficiënt onderhoud bemoeilijken, zonder voorafgaande waarschuwing door de beheerder ter zijde worden gelegd.

  • 4.

    Op het gedenkteken mogen één of meer teksten en/of symbolische versieringen worden aangebracht mits een tekst of versiering niet als kwetsend of aanstootgevend kan worden aangemerkt, dit ter beoordeling van burgemeester en wethouders.

  • 5.

    De keuze van kleuren en wijze van uitvoering van teksten en/of versieringen zijn niet aan verdere bepalingen onderworpen, behoudens het gestelde in artikel 8 lid h.

6. a. bloemblokken en/of siervazen die niet zijn opgenomen op of in banden

dienen binnen de banden in de grond geplaatst te worden.

b.in totaal mogen niet meer dan twee bloemblokken en/ of siervazen op een graf of kindergraf geplaatst worden, voor tijdelijke steekvazen geldt deze beperking niet

c op een eigen of algemeen urnengraf mag één bloemblok of siervaas

worden aangebracht, voor tijdelijke steekvazen geldt deze beperking

niet.

  • 7.

    Bij het monument op de gedachtenisplek of op het algemeen strooiveld

    mogen alleen bloemen en/of kransen worden geplaatst of neergelegd mits:

    • a.

      deze in de directe omgeving van het monument of op het strooiveld

      worden neergelegd;

    • b.

      gebruik wordt gemaakt van vergankelijke materialen.

Artikel 14.

Uitzonderingen.

Na toestemming van burgemeester en wethouders kan van het bepaalde in artikel 2 lid 9, artikel 3, artikel 5, artikel 7 en artikel 11 worden afgeweken, indien ontwerp en uitvoering van het aan te brengen gedenkteken door een kunstenaar zijn verzorgd, naar hun oordeel het geheel aan hoge esthetische eisen voldoet en het gedenkteken harmonieert met de omgeving.

Artikel 15.

Overige bepalingen.

  • 1.

    In strijd met de bepalingen van deze regeling of in strijd met de bepalingen van de verleende vergunning geplaatste gedenktekens of onderdelen daarvan moeten, door en voor rekening van de opdrachtgever, binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen termijn worden verwijderd.

  • 2.

    Indien dit niet binnen de gestelde termijn geschiedt vindt het verwijderen plaats door of vanwege de gemeente. Het verwijderde gedenkteken of onderdeel daarvan vervalt dan aan de gemeente zonder dat dit de gemeente verplicht tot het betalen van enige vergoeding. De gemeente is in zo’n geval verplicht het verwijderde gedurende een periode van 6 maanden te bewaren en het binnen die periode op verzoek aan de opdrachtgever tegen betaling van de door de gemeente gemaakte kosten ter beschikking te stellen.

  • 3.

    Beplanting op een graf die in verwaarloosde staat verkeert dan wel schade veroorzaakt, kan zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding, door de beheerder worden verwijderd.

Artikel 16.

Overgangsbepalingen.

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op de dag volgend op die van de bekendmaking.

  • 2.

    Met ingang van dezelfde datum vervalt de “Gedenktekenregeling 1995”.

  • 3.

    Deze regeling kan worden aangehaald als “Gedenktekeneregeling 2005”.

  • 4.

    De rechten verkregen krachtens een op grond van de voorgaande verordening door burgemeester en wethouders verleende vergunning blijven onverkort van kracht.

Lelystad,

De secretaris, De burgemeester,