Verordening recreatieoorden gemeente Maasdriel

Geldend van 09-12-2010 t/m 20-06-2021

Intitulé

Verordening recreatieoorden gemeente Maasdriel

De raad van de gemeente Maasdriel;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 februari 2009;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de volgende:

Verordening recreatieoorden gemeente Maasdriel

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    bedrijfsschip: een schip dat feitelijk behoort tot de beroepsvaart;

  • b.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • c.

    electro-visapparaat: vistuig bestaande uit één of twee negatieve polen en één positieve pool waartussen met al of niet gepulseerde gelijkstroom een spanningsverschil wordt opgewekt;

  • d.

    jachthaven: een haven met de daarbij behorende grond waar overwegend gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van pleziervaartuigen;

  • e.

    kampeermiddelen: een tent, een vouwwagen, een caravan, een woonwagen of enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 40 van de Woningwet een bouwvergunning vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

  • f.

    klein schip: een schip waarvan de lengte minder dan 20 meter bedraagt, waartoe als de lengte wordt aangemerkt de afstand van de voorkant van het voorste tot de achterkant van het achterste vaste deel van de romp, zonder de boegspriet, de papegaaistok en het trimvlak, zulks met uitzondering van een:

    • -

      schip dat is gebouwd of ingericht om andere dan kleine schepen te slepen, te assisteren, te duwen of langszijde vastgemaakt mede te voeren;

    • -

      schip dat meer dan 12 passagiers mag vervoeren;

    • -

      veerpont;

    • -

      vissersschip;

  • g.

    motorschip: een schip dat gebruik maakt van zijn mechanische middelen tot voortbeweging, met uitzondering van een schip waarvan de motor slechts wordt gebruikt ter verbetering van zijn bestuurbaarheid wanneer het wordt gesleept of geduwd;

  • h.

    recreatieoord: de recreatiegebieden Strandbad Well, Gelre’s End, De Nieuwe Wiel, De Dorpswaard en De Zandmeren zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende gewaarmerkte tekeningen;

  • i.

    roei- of visboten: schepen bestemd om niet door windkracht of mechanische kracht te worden voortbewogen;

  • j.

    schip: elk door wind- of mechanische kracht voortbewogen vaartuig (met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig) gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water;

  • k.

    schipper: de persoon die het gezag voert over het schip (met uitzondering van een duwbak) of het samenstel, of degene die leiding heeft over een schip, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting;

  • l.

    snelle motorboot: een klein schip dat, bij gebruikmaking van zijn mechanische middelen tot voortbeweging, sneller kan varen dan 20 km per uur;

  • m.

    waterscooter: een snelle motorboot, gebouwd of ingericht om door één of meerdere personen skiënd door of over het water te worden voortbewogen;

  • n.

    woonboot: een schip, uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd.

Artikel 2 Voorschriften

Het college kan aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing voorschriften verbinden. Deze voorschriften mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

Artikel 3 Intrekken of wijzigen van vergunning of ontheffing

De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

  • a.

    indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • b.

    indien op grond van verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

  • c.

    indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen.

Hoofdstuk 2 Gebruik recreatieoord voor verkeer en vervoer

Artikel 4 Verkeer en vervoer

  • 1. Het is verboden zich in het recreatieoord buiten de openbare, als zodanig aangelegde en aangeduide wegen en paden te bevinden met motorvoertuigen, fietsen, bromfietsen en andere voertuigen, of deze te plaatsen of te doen en laten plaatsen buiten de daarvoor aangewezen parkeerplaatsen of stallingen.

  • 2. Het is verboden binnen de in het eerste lid bedoelde parkeerplaatsen of stallingen vrachtwagens, aanhangwagens of containers te plaatsen dan wel geplaatst te hebben, met dien verstande dat het is toegestaan botentrailers geplaatst te hebben.

  • 3. Het is verboden met motorvoertuigen, fietsen, bromfietsen en andere voertuigen op hinderlijke wijze heen en weer te rijden.

  • 4. Het is verboden zich buiten de openbare, als zodanig aangelegde en aangeduide wegen en paden te bevinden met een rij- of trekdier, met dien verstande dat het is toegestaan zich voor 1 april en na 1 oktober op de stranden te bevinden met een rij- of trekdier.

  • 5. Het college kan ontheffing verlenen van het in het vierde lid genoemde verbod.

Hoofdstuk 3 Openbare orde en veiligheid

Artikel 5 Verbod uitoefenen beroep of functie

Het is verboden zonder vergunning van het college in het recreatieoord:

  • a.

    beroepsmatig als muzikant op te treden of enige vertoning te geven;

  • b.

    het beroep van fotograaf uit te oefenen;

  • c.

    op te treden als bewaarder van (motor)schepen, fietsen of bromfietsen of zijn diensten als zodanig aan te bieden;

Artikel 6 Verboden gedragingen

  • 1. Het is verboden in het recreatieoord:

    • a.

      zich door houding of gebaar op oneerbare of aanstootgevende wijze op te houden;

    • b.

      anders dan in de eventueel aanwezige jachthaven zich op te houden in de periode tussen één uur na zonsondergang en één uur na zonsopkomst, met dien verstande dat het is toegestaan zich ten behoeve van de activiteit nachtvissen op de van toepassing zijnde locaties te verblijven;

    • c.

      anders dan in aanwezige afvalbakken afval, papier, glas of enig vuil te werpen of te laten liggen;

    • d.

      buiten de daarvoor bestemde gelegenheden een natuurlijke behoefte te doen;

    • e.

      papier, hout of afval te verbranden;

    • f.

      zich met een hond op het strand of de speelligweiden te bevinden;

    • g.

      zich zodanig te gedragen of zodanig te spelen, dat anderen daarvan schade, gevaar of hinder ondervinden;

    • h.

      geluid ten gehore te brengen, al dan niet door middel van enig toestel, op zulke luidruchtige wijze, dat anderen daarvan hinder ondervinden;

    • i.

      een kampeermiddel te plaatsen of aanwezig te hebben, met dien verstande dat het toegestaan is een kampeermiddel te plaatsen of aanwezig te hebben op de speel- en ligweiden in de periode tussen één uur na zonsopkomst en één uur vóór zonsondergang;

    • j.

      voertuigen te wassen;

    • k.

      schepen, surfplanken daaronder begrepen, te water te laten op andere dan op de daarvoor aangewezen plaatsen;

  • 2. De verboden genoemd in het eerste lid, onder b en i, geldt niet voor kampeermiddelen geplaatst binnen een kampeerplaats waarvoor een kampeerexploitatievergunning of ontheffing op grond van de Wet Openluchtrecreatie is verleend.

Hoofdstuk 4 Gebruiksverboden

Artikel 7 Gebruiksverboden

  • 1. Het is verboden binnen de recreatieoorden:

    • a.

      havens, aanleggelegenheden, hellingen, steigers, golfbrekers, beschoeiingen of daarmee gelijk te stellen werken te maken, te doen maken of te hebben, of masten, hijskranen of soortgelijke voorwerpen op te richten of te hebben op andere dan daartoe door het college aangewezen plaatsen;

    • b.

      schepen te meren anders dan aan daartoe door het college aangewezen plaatsen;

    • c.

      in of boven het water palen, vlotten, skischansen, bruggen, getimmerten of daarmee gelijk te stellen voorwerpen te plaatsen, te doen plaatsen of te hebben;

    • d.

      met schepen ligplaats in te nemen in de vóór de visoevers gelegen rietkraag of in deze rietkraag te ankeren;

    • e.

      schepen te water te laten, uit het water te halen, op gronden neer te leggen of te laten liggen op andere dan de daarvoor aangewezen plaatsen;

    • f.

      in, onder, op of boven het water touwen, kettingen, metalen draden of kabels, voor zover deze niet gebruikt worden voor het meren of slepen van schepen, te leggen, te doen leggen, te spannen, te doen spannen of te hebben.

  • 2. Het verbod genoemd in het eerste lid, onder a, geldt niet voor steigers, die op het moment van vaststelling van deze verordening binnen het recreatieoord reeds waren opgericht.

  • 3. De verboden genoemd in het eerste lid, onder b en c, gelden niet voor stokken en bootstaken, waarmee roei- en visboten, zeilboten en andere kleine schepen worden vastgemaakt, mits deze vóór het wegvaren worden verwijderd en de lengte van de boten niet meer bedraagt dan 5 meter.

  • 4. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden genoemd in het eerste lid ten behoeve van werken en werkzaamheden ter uitvoering van de inrichtingsplannen voor de recreatieoorden.

  • 5. De verboden, genoemd in het eerste lid, onder a en c gelden onverminderd het bepaalde in artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken.

Artikel 8 Visverbod

Het is verboden om in het water van de recreatieoorden te vissen zonder in het bezit te zijn van een geldige visakte (Visserijwet) en, indien van toepassing, schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van het water.

Hoofdstuk 5 Bepalingen voor het recreatieoord Strandbad Well

Artikel 9 Vaarverbod voor schepen

Het is verboden het water aangewezen als “zwemwater” binnen het recreatieoord te bevaren met schepen.

Artikel 10 Verbod ligplaatsen en aanleggen schepen

  • 1. Het is verboden binnen het recreatieoord:

    • a.

      met een schip langer dan drie achtereenvolgende dagen gedurende de gehele dag of een gedeelte daarvan op dezelfde plaats ligplaats te houden of, indien het schip naar een andere ligplaats is gebracht, binnen twee dagen wederom dezelfde ligplaats in te nemen;

    • b.

      met woonschepen de wateren en plassen binnen het recreatieoord te bevaren of met een zodanig schip ligplaats in te nemen;

    • c.

      met een schip, dat bestemd is voor de sloop ter plaatse of elders ligplaats in te nemen of te hebben;

    • d.

      met een schip, een roei- of visboot of een surfplank aan de oevers van de wateren en plassen aan te leggen, behoudens op die plaatsen waar dit volgens de bij deze verordening behorende gewaarmerkte tekening is toegestaan.

  • 2. Voor de toepassing van het verbod genoemd in het eerste lid, onder a, wordt onder dag verstaan de tijd tussen 0.00 uur en 24.00 uur. Als het schip naar een ligplaats is gebracht, gelegen binnen een afstand van 500 meter hemelsbreed gemeten van een eerder ingenomen ligplaats, wordt het schip geacht op dezelfde plaats te zijn blijven liggen.

  • 3. Het college verleent ontheffing van het verbod genoemd in het eerste lid, onder b en c ten behoeve van bedrijfs- en woonschepen, die direct betrokken zijn bij ontgronding dan wel bij de inrichting van de wateren en plassen binnen het recreatieoord.

Artikel 11 Maximale vaarsnelheid en verbod waterskiën en het varen met waterscooters

  • 1. Het is verboden op de wateren en plassen gelegen binnen het recreatieoord met motorschepen sneller te varen dan 9 kilometer per uur.

  • 2. Het is verboden binnen het recreatieoord te waterskiën en te varen met waterscooters.

  • 3. Het verbod genoemd in het eerste lid geldt niet voor motorschepen, die in de uitoefening van hun taak worden gebruikt door de in artikel 22 genoemde opsporingsambtenaren en personen, de brandweer en het reddingswezen.

Hoofdstuk 6 Bepalingen voor recreatieoord Gelre’s End

Artikel 12 Verbod ligplaatsen en aanleggen schepen

  • 1. Het is verboden binnen het recreatieoord:

    • a.

      schepen aan te leggen aan de oever van de jachthaven in de periode tussen één uur vóór zonsondergang en één uur na zonsopkomst;

    • b.

      met bedrijfs- of woonschepen binnen de jachthaven ligplaats in te nemen;

    • c.

      met een schip, dat bestemd is voor de sloop, ter plaatse of elders ligplaats in te nemen of te hebben;

    • d.

      het water binnen de jachthaven te bevaren met surfplanken.

  • 2. Het college verleent ontheffing van het verbod genoemd in het eerste lid, onder b, ten behoeve van bedrijfs- en woonschepen, die direct betrokken zijn bij de ontgronding dan wel bij de inrichting van de wateren en plassen binnen het recreatieoord.

Artikel 13 Maximale vaarsnelheid en verbod waterskiën en varen met waterscooters

  • 1. Het is verboden binnen de jachthaven met motorschepen sneller te varen dan 6 kilometer per uur.

  • 2. Het is verboden binnen de jachthaven te waterskiën en te varen met waterscooters.

  • 3. Het verbod genoemd in het eerste lid geldt niet voor motorschepen, die in de uitoefening van hun taak worden gebruikt door de in artikel 22 genoemde opsporingsambtenaren en personen, de brandweer en het reddingswezen.

Hoofdstuk 7 Bepalingen voor recreatieoord De Nieuwe Wiel

Artikel 14 Vaarverbod voor schepen

  • 1. Het is verboden het water te bevaren met schepen.

  • 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod voor het varen met een - door de huurder van het visrecht te gebruiken - roei- of visboot met electro-visapparaat.

Artikel 15 Verbod ligplaatsen en aanleggen schepen

  • 1. Het is verboden schepen of roei- of visboten aan te leggen aan de oevers van het water.

  • 2. Het college kan van het in het eerste lid genoemde verbod ontheffing verlenen.

Hoofdstuk 8 Bepalingen voor de recreatieoorden De Dorpswaard en De Zandmeren

Artikel 16 Vaarverbod voor schepen

  • 1. Het is verboden binnen de recreatieoorden:

    • a.

      de wateren aangewezen als "zwemwater" (zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende gewaarmerkte tekening) te bevaren met schepen;

    • b.

      zich op de daarvoor aangewezen wateren (de 3e plas binnen het recreatieoord De Zandmeren zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende gewaarmerkte tekening) te bevinden met een motorschip.

  • 2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet voor hen die in het bezit zijn van een door het college afgegeven bewijs, "invaliden-vaarkaart" genaamd.

Artikel 17 Verbod ligplaatsen en aanleggen schepen

  • 1. Het is verboden binnen de recreatieoorden:

    • a.

      met een klein schip buiten de jachthavens langer dan drie achtereenvolgende dagen gedurende de gehele dag of een gedeelte daarvan op dezelfde plaats ligplaats te houden of, indien het schip naar een andere ligplaats is gebracht, binnen twee dagen wederom dezelfde ligplaats in te nemen;

    • b.

      met bedrijfsschepen dan wel schepen anders dan kleine schepen de wateren en plassen te bevaren of met een zodanig schip een ligplaats in te nemen;

    • c.

      met woonschepen de wateren en plassen te bevaren of met een zodanig schip ligplaats in te nemen;

    • d.

      met een schip, dat bestemd is voor de sloop ter plaatse of elders ligplaats in te nemen of te hebben;

    • e.

      met een schip aan de oevers van de wateren en plassen aan te leggen, behoudens op die plaatsen waar dit volgens de bij deze verordening behorende gewaarmerkte tekening is toegestaan;

    • f.

      met een motorschip in het zgn. "Gat van Sientje" ligplaats in te nemen of te houden tussen 02.00 uur en 08.00 uur.

  • 2. Voor de toepassing van het verbod genoemd in het eerste lid, onder a, wordt onder dag verstaan de tijd tussen 0.00 uur en 24.00 uur. Als het schip naar een ligplaats is gebracht, gelegen binnen een afstand van 500 meter hemelsbreed gemeten van een eerder ingenomen ligplaats, wordt het schip geacht op dezelfde plaats te zijn blijven liggen.

  • 3. Het college verleent ontheffing van het verbod genoemd in het eerste lid, onder b en c ten behoeve van bedrijfs- en woonschepen, die direct betrokken zijn bij de ontgronding dan wel bij de inrichting van de wateren en plassen binnen de recreatieoorden.

  • 4. Het verbod genoemd in het eerste lid, onder b, geldt niet voor het innemen van ligplaats op de daarvoor bestemde locatie, plaatselijk bekend als loswal "Den Bol" en loswal “Zandstraat” en voor het varen in bedoelde wateren voor zover dit noodzakelijk is om van de rivier de Maas deze locaties te kunnen bereiken en omgekeerd.

  • 5. Het verbod genoemd in het eerste lid, onder c, geldt niet voor dat gedeelte van de wateren en plassen binnen de recreatieoorden, dat door de gemeenteraad is aangewezen als ligplaats.

Artikel 18 Maximale vaarsnelheid en verbod waterskiën en varen met waterscooters

  • 1. Het is verboden op de wateren en plassen gelegen binnen de recreatieoorden met motorschepen:

    • a.

      sneller te varen dan 9 kilometer per uur binnen de daarvoor aangewezen plaatsen (het "Alemse gat", en de 1e en 2e plas binnen het recreatieoord De Zandmeren zoals aangeven op de bij deze verordening behorende gewaarmerkte tekening);

    • b.

      sneller te varen dan 6 kilometer per uur binnen de jachthavens, binnen het water dat de verbinding vormt tussen de 1e en 2e plas van het recreatieoord De Zandmeren en binnen het "Gat van Sientje" in recreatiegebied De Dorpswaard.

  • 2. Het is verboden binnen de plaatsen genoemd in het eerste lid te waterskiën en te varen met waterscooters.

  • 3. Het verbod genoemd in het eerste lid geldt niet voor motorschepen, die in de uitoefening van hun taak worden gebruikt door de in artikel 22 genoemde opsporingsambtenaren en personen, de brandweer en het reddingswezen alsmede voor waterscooters voor het gedeelte van de afgesneden Maas bij Kerkdriel tussen de benedenmond en 1200 meter uit de benedenmond én het Alemse gat (zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende gewaarmerkte tekening).

  • 4. Het verbod genoemd in het eerste lid geldt niet voor wateren waarop volgens de bij deze verordening behorende gewaarmerkte tekening geen snelheidsbeperking geldt, met dien verstande dat binnen deze wateren langs het op de tekening aangegeven oevergedeelte binnen een afstand van 20 meter van de oever niet mag worden gevaren met een grotere snelheid dan 9 kilometer per uur.

  • 5. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod onder a voor het sneller varen binnen de 1e en 2e plas in recreatieoord De Zandmeren. Een ontheffing kan slechts worden verleend voor het houden van evenementen waarvoor ook een geldige vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening is verleend.

Artikel 19 Beperking gebruik snelle motorboten

  • 1. Met een snelle motorboot mag binnen de recreatieoorden slechts worden gevaren op die wateren en plassen waarop volgens de bij deze verordening behorende gewaarmerkte tekening met motorschepen mag worden gevaren.

  • 2. Het bepaalde in artikel 21 is eveneens van toepassing op snelle motorboten.

Artikel 20 Hinder of gevaar

  • 1. Een snelle motorboot moet binnen de recreatieoorden zodanig varen en een waterskiër en een bestuurder van een waterscooter is verplicht zich zodanig te gedragen, dat geen hinder of gevaar aan andere gebruikers van de waterwegen kan worden veroorzaakt.

  • 2. Met de motor van een (snelle) motorboot mag binnen de recreatieoorden geen onnodige geluidshinder worden veroorzaakt.

  • 3. De motor van een stilliggende (snelle) motorboot mag binnen de recreatieoorden niet onnodig lang of zonder redelijk doel in werking worden gehouden.

Hoofdstuk 9 Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 21 Strafbepaling

Overtreding van één van de artikelen van deze verordening en de krachtens deze artikelen gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 22 Opsporingsambtenaren

  • 1. De opsporing van de in artikel 21 strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het college met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.

  • 2. De in de recreatieoorden aanwezige personen zijn verplicht alle aanwijzingen, gegeven door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren, op te volgen.

  • 3. Voor zover de bepalingen van deze verordening betrekking hebben op schepen is de schipper verantwoordelijk voor de naleving van deze bepalingen, tenzij uit de bepalingen blijkt, dat de naleving aan anderen is opgedragen.

Artikel 23 Reikwijdte verordening

  • 1. Het in deze verordening bepaalde geldt niet voor zover het Binnenvaartpolitiereglement of de Algemene plaatselijke verordening van toepassing is.

  • 2. De bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing op schepen van Rijkswaterstaat of haar ambtenaren in het kader van het normale beheer en onderhoud van de rivier.

Artikel 24 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening recreatieoorden gemeente Maasdriel”.

  • 2. Deze verordening treedt in werking na verloop van zes weken na de dag van bekendmaking.

  • 3. Op dat tijdstip vervalt de “Verordening recreatieoorden gemeente Maasdriel”, vastgesteld op 13 februari 2003.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 maart 2009.

De raad voornoemd,

de griffier

Mevr. drs. J.F. van Zutphen

de voorzitter

Mevr. A.H. Boerma-van Doorne

Bijlage