Verzameluitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Uden

Geldend van 06-11-2010 t/m 09-02-2015

Intitulé

Verzameluitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Uden

Verzameluitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Uden

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Uden;

gelet op de Afvalstoffenverordening gemeente Uden;

b e s l u i t

vast te stellen de

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan dan wel mede verstaan:

  • a.

    verordening: Afvalstoffenverordening gemeente Uden;

  • b.

    wet: wet Milieubeheer;

  • c.

    inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen aangewezen hulp- of bewaarmiddel ten behoeve van één huishouden;

  • d.

    inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of –plaats ten behoeve van meerdere huishoudens;

  • e.

    Milieustraat: gemeentelijke voorziening in de vorm van brengdepot aan de Vliegeniersstraat te Uden waar ingezetenen van de gemeente Uden en bedrijven gelegen in de gemeente Uden voor zover de wet en de verordening daarin voorziet huishoudelijk afval kunnen doen verwijderen.

Artikel 2. Aanwijzing inzamelende instanties

  • 1. Als inzameldienst op grond van artikel 2, eerste lid, van de verordening wordt aangewezen: Van Gansewinkel gevestigd te Maarheeze.

  • 2. Als inzamelaar op grond van artikel 2, tweede lid, van de verordening worden aangewezen:

    • a.

      de gemeente Uden voor de inzameling van componenten uit het huishoudelijk afval bij de Milieustraat;

    • b.

      andere inzamelaars voor het inzamelen van afzonderlijke componenten huishoudelijk afval mits zij hiervoor door het College zijn aangewezen.

Artikel 3. Afzonderlijke inzameling

De volgende omschrijvingen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen worden op grond van artikel 3, tweede lid, van de verordening vastgesteld:

  • a.

    asbest en asbesthoudend materiaal: afval waarin zich asbest bevindt;

  • b.

    banden: schone banden van motoren, personenauto’s, vrachtvoertuigen, tractoren en shovels, zonder velgen;

  • c.

    bouw- en sloopafval: harde steenachtige materialen, zoals puin, gasbeton, dakpannen, serviesgoed, sloophout en isolatiematerialen;

  • d.

    gips: dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat bestaat uit gipsplaten, gipsblokken of gipslijsten;

  • e.

    groente-, fruit- en tuinafval (gft-afval): dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat van organische oorsprong is, beperkt is van omvang en apart wordt ingezameld;

  • f.

    grof huishoudelijk afval: volumineus of zwaar huishoudelijk afval dat door afmeting of gewicht niet in een inzamelmiddel of via een inzamelvoorziening ter inzameling kan worden aangeboden. Hieronder wordt tevens verstaan geïmpregneerd hout;

  • g.

    grof tuinafval: plantaardige of organische afvalstoffen door aard, samenstelling of omvang niet vallend onder gft-afval en vrijkomend bij de aanleg, het onderhoud of verwijdering van particulier groen, zoals grof loofafval, snoeihout etcetera, met uitzondering van bielzen, tuinhekken en tuinschuttingen;

  • h.

    grond: grond is vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 mm;

  • i.

    harde kunststoffen: dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat bestaat uit harde kunststoffen, zoals tuinmeubelen, kinderspeelgoed etcetera;

  • j.

    huishoudelijk restafval: afval afkomstig uit particuliere huishoudens, dat overblijft na scheiding in andere deelstromen genoemd in artikel 3 van de verordening;

  • k.

    klein chemisch afval (KCA): KCA bestaat uit afvalstoffen welke als gevaarlijk worden aangemerkt en die in kleine hoeveelheden bij huishoudens vrijkomen. De afvalstoffen welke tot het KCA behoren, staan vermeld op de KCA-lijst van het ministerie van VROM;

  • l.

    kunststof verpakkingen: verpakkingen van kunststof zoals bedoeld in het kader van de Raamovereenkomst verpakkingen;

  • m.

    luiers: dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat bestaat uit wegwerpluiers of incontinentiemateriaal;

  • n.

    metalen: metaalafval bestaat uit ferro en non-ferro metaalafvalstoffen. Het zijn metalen in het afvalstadium en (grotendeels uit metalen bestaande) vaste afvalstoffen, zoals (metaal)schroot, roestvast staal, restanten zink, aluminium, koper, lood en legeringen, metaalstof, edele metalen en katalysatoren;

  • o.

    niet-verduurzaamd hout: hout dat niet geïmpregneerd is, daarbij wordt verf niet als verduurzamingsmiddel gezien;

  • p.

    papier en karton: huishoudelijk oud papier en karton dat droog en schoon en niet vervuild is met andere afvalfracties, met uitzondering van drankenkartons voor zuivel en frisdranken, ordners en ringbanden met metaal en/of plastic onderdelen, geplastificeerd papier, sanitair papier, behang, vinyl en doorslagpapier;

  • q.

    puin: materiaal dat bestaat uit losse brokstukken, grotendeels stenen, van gesloopte of ingestorte gebouwen of muren;

  • r.

    tapijt: afval bestaande uit vloerbedekking in de vorm van tapijt. Hier wordt niet onder verstaan vloerbedekking in de vorm van zeil, laminaat etcetera;

  • s.

    textiel en schoenen: kleding, lakens, dekens, handdoeken en dergelijke, schoeisels, grote lappen stof en gordijnen die schoon zijn, niet vervuild met andere afvalfracties en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets- of verflappen;

  • t.

    verpakkingsglas: op kleur gescheiden eenmalige glasverpakkingen zoals flessen, potten en andere glazen verpakkingen, met uitzondering van vlakglas, (glas)keramiek, gloei- en spaarlampen, TL-lampen, nagellakflesjes, stenen kruiken, porselein, kristal, spiegels, doppen van flessen, kunststofflessen en kurken;

  • u.

    vlakglas: glas dat in woning- en utiliteitsbouw wordt gebruikt;

  • v.

    wit- en bruingoed: elektrische en elektronische apparatuur, zijnde de producten zoals genoemd in de Regeling beheer elektrische en elektronische apparaten;

Artikel 4. Aanwijzing inzamelmiddelen- en voorzieningen

  • 1. Op grond van artikel 4, tweede lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen:

    • a.

      voor huishoudelijk restafval en GFT-afval afkomstig van individuele huishoudens niet gelegen in gelaagde bouw, flats of andere hoogbouw: de ter beschikking gestelde inzamelmiddelen, zijnde minicontainers;

    • b.

      voor huishoudelijk restafval afkomstig van individuele huishoudens gelegen in gelaagde bouw, flats of andere hoogbouw: de ondergrondse- of bovengrondse verzamelcontainer voor meerdere huishoudens, tenzij een individueel inzamelmiddel ter beschikking is gesteld;

    • c.

      voor de verwijdering van klein chemisch afval dienen de gebruikers van een perceel gebruik te maken van het daartoe bestemde ter beschikking gestelde inzamelmiddel, zijnde een KCA-box;

    • d.

      voor de verwijdering van kunststof verpakkingen dient men gebruik te maken van het daartoe ter beschikking gestelde inzamelmiddel. Op de daartoe aangegeven dagen en tijden kan men op wijkniveau aan de daartoe aangewezen inzameldienst deze categorie huishoudelijk afval aanbieden bij het perceel;

    • e.

      voor de verwijdering van verpakkingsglas dient men gebruik te maken van de hiervoor bestemde in de wijk geplaatste bestemde (ondergrondse) verzamelcontainers en indien aangegeven dient verwijdering te geschieden op sortering naar kleur;

    • f.

      voor de verwijdering van textiel dient men gebruik te maken van de hiervoor bestemde op lokaal niveau geplaatste verzamelcontainers;

    • g.

      voor de verwijdering van luiers dient men gebruik te maken van het daartoe ter beschikking gestelde inzamelmiddel en dient men gebruik te maken van de hiervoor bestemde op lokaal niveau geplaatste verzamelcontainers.

  • 2. Voor de verwijdering van klein chemisch afval als bedoeld in het eerste lid onder c dient de bewoner van het perceel het inzamelmiddel ter lediging aan te bieden op de Milieustraat.

  • 3. Voor de verwijdering van papier en karton dient de bewoner van het perceel het papier en karton aan te bieden in kartonnen dozen, dan wel met touw gebonden, teneinde zwerfvuil te voorkomen.

  • 4. Huishoudelijke afvalstoffen waarvoor geen afzonderlijke inzameling is overeenkomstig het eerste lid, dient de bewoner van het perceel ter lediging en/of verwijdering aan te bieden op de Milieustraat.

Artikel 5. Afzonderlijk ter inzameling aanbieden

Op grond van artikel 9, derde lid, van de verordening worden de personen vrijgesteld van de gescheiden inzameling van GFT-afval: de personen die woonachtig zijn in de gebieden aangewezen in artikel 5, vierde lid, van de verordening.

Artikel 6. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

  • 1. Op grond van artikel 10, derde lid, van de verordening gelden de volgende regels voor het gebruik van de van gemeentewege ter beschikking gestelde inzamelmiddelen:

    • a.

      het beheer van de inzamelmiddelen die in bruikleen zijn verstrekt door of namens de gemeente, berust bij de gemeente;

    • b.

      de inzameldienst is bevoegd om de inzamelmiddel te voorzien van een sticker of chip waarop staat vermeld: een barcode, de afvalstroom waarvoor het inzamelmiddel is bestemd, het volume van de inzamelmiddel, een postcode, een plaatsnaam, een straatnaam of een huisnummer;

    • c.

      indien een gebruiker van een perceel een tweede inzamelvoorziening behoeft voor de verwijdering van huishoudelijk restafval of gft-afval is het mogelijk deze te verkrijgen middels betaling van het daartoe vastgestelde tarief conform Tarievenregeling afvalinzameling;

    • d.

      de verstrekte inzamelmiddelen behoren bij de woning, met uitzondering van een eventuele aan de gebruiker verstrekte tweede container ten behoeve van de verwijdering van huishoudelijk restafval of gft-afval bij de woning;

    • e.

      de gebruiker van een perceel dient aan de gemeente te melden dat:

      • -

        bij een verhuizing naar een ander perceel geen of een beschadigd door of namens de gemeente verstrekt inzamelmiddel wordt aangetroffen,

      • -

        een door of namens de gemeente verstrekt inzamelmiddel wordt vermist of is beschadigd;

  • f. de inzamelmiddelen blijven eigendom van de gemeente en worden bij normale slijtage voor haar rekening technisch onderhouden;

  • g. de gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen als ware deze zijn eigendom;

  • h. de gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaken;

  • i. de verstrekte inzamelmiddelen voor rest- en gft-afval mogen alleen op een zodanige manier worden gereinigd, dat er geen schade ontstaat aan het inzamelmiddel en dat er geen resten achterblijven.

  • 2. Krachtens artikel 10, vierde lid, van de verordening stelt het College de volgende regels omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden:

    • a.

      het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in daartoe ter beschikking gestelde inzamelmiddelen, dient ordelijk te geschieden door plaatsing van het betreffende inzamelmiddel op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg, dan wel op een inzamel- of clusterplaats, zodanig dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen en waarbij aanwijzingen van de inzameldienst dienen te worden opgevolgd;

    • b.

      een inzamelmiddel mag maximaal eenmalig per periodieke ledigingsbeurt worden aangeboden;

    • c.

      inzamelmiddelen dienen goed gesloten te zijn en inzamelingvoorzieningen moeten na gebruik goed gesloten worden;

    • d.

      uit de inzamelmiddelen en de inzamelvoorzieningen mag geen huishoudelijk afval steken;

    • e.

      afvalstoffen welke ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en welke na inzameling daardoor in de container zijn achtergebleven, dienen onverwijld door de aanbieder uit de container te worden verwijderd;

    • f.

      huishoudelijk restafval of gft-afval, dat wordt verwijderd door middel van een ondergrondse of bovengrondse container als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, van dit besluit, dient te worden aangeboden in een dichtgemaakte huisvuilzak van maximaal 60 liter en de bewoner van een perceel kan maximaal 170 huisvuilzakken per jaar aanbieden;

    • g.

      klein chemisch afval mag om veiligheidsredenen niet aan de openbare weg worden aangeboden, maar moet persoonlijk worden overhandigd bij de Milieustraat;

    • h.

      de Milieustraat wordt aangewezen als afvalbrengdepot van de gemeente waar de afvalstoffen als vermeld in artikel 3, eerste lid, van de verordening kunnen worden achter gelaten, daarnaast bestaat er voor de categorieën afvalstoffen welke zijn genoemd in artikel 4 van dit besluit naast het afvalbrengdepot van de gemeente een inzamelvoorziening, al dan niet op wijkniveau;

    • i.

      bij de afgifte van afvalstoffen op een afvalbrengdepot zijn de acceptatievoorwaarden van de gemeente van toepassing;

    • j.

      de aanbieder van afvalstoffen moet zich bij of op een afvalbrengpunt kunnen legitimeren;

    • k.

      de inzameling van grof huishoudelijk afval, grof tuinafval en grote elektrische en elektronische apparaten vindt op afroep en tegen betaling plaats, de aanbieder dient voor deze inzameling op afroep een afspraak te maken met de inzameldienst;

    • l.

      het grof huishoudelijk afval zoals bedoeld onder l dient op de afgesproken dag en tijd op een voor het inzamelmaterieel goed bereikbare plaats bij de woning klaar te staan;

    • m.

      grof huishoudelijk afval en grof tuinafval moet worden aangeboden in bluebags;

    • n.

      indien er door een aanbieder meerdere categorieën afvalstoffen tegelijkertijd worden aangeboden, dienen de afvalstoffen bij aanbieding te zijn gescheiden naar de categorie van artikel 3, eerste lid, van de verordening.

Artikel 7. Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden

Op grond van artikel 11, eerste lid, van de verordening gelden voor het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen de volgende regels:

  • a.

    inzamelmiddelen ten behoeve van de huis-aan-huis inzameling van huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden op de voor de betreffende woning vastgestelde inzameldagen zoals aangegeven in de jaarlijks per huisadres toegezonden “Afvalkalender Uden”.

  • b.

    op de in het eerste lid bedoelde adressen mogen de daarvoor aangewezen inzamelmiddelen worden aangeboden op de inzameldag om uiterlijk 7.30 uur en mogen indien goed gesloten, de avond voor de vastgestelde inzameldag vanaf 18.00 uur op de juiste wijze worden aangeboden;

  • c.

    de inzamelmiddelen moeten zo spoedig mogelijk na lediging door de inzameldienst, doch uiterlijk vóór 24.00 uur op de dag van inzameling van de weg zijn verwijderd;

  • d.

    indien het voor de inzameldienst door werkzaamheden niet mogelijk is om de normale inzamelplaatsen te bereiken, kunnen op grond van artikel 12 van de verordening, door het College voor de duur van de werkzaamheden tijdelijke inzamelplaatsen worden aangewezen, welke worden bekendgemaakt in het huis-aan-huis-blad.

  • e.

    indien een vaste ophaaldag wordt verschoven, blijven de tijden zoals bedoeld onder a en b onveranderd;

  • f.

    het inzamelmiddel dient, met uitzondering van de periode waarbinnen het aanbieden van de afvalstoffen ter inzameling is toegestaan, op eigen terrein geplaatst te worden; Wanneer er geen sprake is van eigen terrein dient het inzamelmiddel tegen de gevel geplaatst te worden;

  • g.

    grof huishoudelijk afval, grof tuinafval en grote elektrische en elektronische apparatuur worden op afroep ingezameld, deze categorieën mogen slechts worden aangeboden op het tijdstip dat is afgesproken;

  • h.

    huishoudens welke gebruik maken van gemeenschappelijke (breng-)voorzieningen, staat het vrij om daarvan op elk door hen gewenst tijdstip gebruik te maken, mits als gevolg daarvan geen geluids- en/of andere overlast wordt veroorzaakt;

  • i.

    in verband met geluidhinder mogen glasbakken alleen tussen 7.00 en 19.00 worden gebruikt;

Artikel 8. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst

Op grond van artikel 13 en artikel 14, tweede lid, van de verordening kan de inzameldienst ook bedrijfsafval uit de kantoor-, winkel- en dienstensector inzamelen.

Artikel 9. Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst

Bedrijven die krachtens artikel 14, derde lid, van de verordening bedrijfsafvalstoffen aanbieden, welke naar aard en samenstelling overeenkomen met huishoudelijke afvalstoffen, dienen deze aan te bieden overeenkomstig de in de verordening en deze regeling gestelde regels.

Artikel 10. Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst

Het College stelt op grond van artikel 15, eerste lid, van de verordening de volgende regels:

  • a.

    in het centrum van de kern Uden, zoals aangegeven op bijlage 1 mag het bedrijfsafval alleen worden ingezameld tussen 18.00 uur en 10.00 uur, met uitzondering van vrijdagen, dan mag bedrijfsafval worden ingezameld tussen 21.30 uur en 10.00 uur;

  • b.

    op het gebruikte inzamelmiddel dient te zijn aangegeven wie de gebruiker is van dit middel;

  • c.

    het inzamelmiddel mag alleen op de dag van inzameling dan wel lediging op of aan de openbare weg worden geplaatst;

  • d.

    de gebruikte inzamelmiddelen dienen na lediging onmiddellijk te worden teruggeplaatst in of op het perceel van de gebruiker overeenkomstig de daarvoor geldende regels.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Dit verzameluitvoeringsbesluit treedt in werking op het moment dat de Afvalstoffenverordening gemeente Uden in werking treedt.

Artikel 12. Citeerbepaling

Dit verzameluitvoeringsbesluit wordt aangehaald als: Verzameluitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Uden.

Aldus vastgesteld op 26 oktober 2010 in de vergadering van het College van burgemeester en wethouders van Uden.

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Uden

de secretaris de burgemeester

mr. J.M. Smarius drs. H.A.G. Hellegers

Toelichting Afvalstoffenregeling gemeente Uden

Artikel 2. Aanwijzing inzamelende instanties

Conform artikel 2, eerste lid, van de verordening wordt in het eerste lid de inzameldienst aangewezen voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.

Daarnaast is het conform artikel 2, tweede lid, van de verordening mogelijk om andere inzamelaars aan te wijzen voor de inzameling van afzonderlijke componenten huishoudelijk afval.

Artikel 3. Afzonderlijke inzameling

Met uitzondering van de stromen die wettelijk gescheiden ingezameld moeten worden is de gemeente vrij om te bepalen welke afvalstromen gescheiden worden ingezameld.

Groente-, fruit en tuinafval

Bedoeld worden loof, schillen en resten van groenten en fruit en aardappelen, gekookte etenswaren, brood, eierschalen, doppen van pinda’s en nootjes, snijbloemen, gras, stro, bladeren, klein snoeiafval, resten van tuinplanten, kort gemaakte takken en composteerbare zakken en composteerbare verpakkingsmaterialen. T.a.v. dit laatste onderdeel wordt opgemerkt dat de zakken en verpakkingsmaterialen voorzien dienen te zijn van een kiemplantlogo met een nummer dat aangeeft dat het product voldoet aan de Europese norm voor composteerbare verpakkingen (NEN-EN 13432).

Grof huishoudelijk afval

Tot grof huishoudelijk afval wordt ook gerekend gipsblokken, gipsplaten en houtsoorten van gipsplamuur. Grof huishoudelijk afval wordt onderscheiden in goedzooi en rotzooi. Tot goedzooi worden gerekend de herbruikbare en verkoopbare producten en materialen die, na eventuele reparatie, in het hergebruikcircuit worden gebracht. De inzamelaars van goedzooi zijn kringloopbedrijven. Rotzooi is het grof huishoudelijk afval dat niet in het hergebruikcircuit wordt gebracht, maar door de inzameldienst wordt ingezameld ter verwerking elders.

Artikel 4. Aanwijzing inzamelmiddelen- en voorzieningen

In dit artikel moet voor elk in artikel 4, eerste lid, van de verordening aangewezen afzonderlijk in te zamelen huishoudelijke afvalstroom worden aangewezen, welke inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen worden gebruikt.

Artikel 5. Afzonderlijk ter inzameling aanbieden

In dit artikel moet aangegeven worden voor welke personen de gescheiden GFT-inzamelplicht niet van toepassing is. Door deze manier van verwijzen (dus niet opnieuw opnoemen) wordt voorkomem dat er verschil ontstaat tussen deze artikelen.

Artikel 6. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

In deze bepaling wordt aangegeven hoe huishoudelijke afvalstoffen aangeboden dienen te worden en/of welk inzamelmiddel door de gebruiker dient te worden gebruikt.

Artikel 7. Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden

In deze bepaling wordt geregeld wanneer huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling mogen worden aangeboden en hoe er wordt omgegaan met verschuivingen in het ophaalschema. Daarnaast wordt de burger in deze bepaling verplicht het inzamelmiddel op eigen terrein te plaatsen, dan wel zo dicht mogelijk tegen het eigen terrein buiten de periode dat het inzamelmiddel ter inzameling mag worden aangeboden.

Artikel 8. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst

Op basis van deze bepaling is het mogelijk dat de inzameldienst ook van bedrijven welke behoren tot de in de bepaling genoemde sectoren bedrijfsafvalstoffen inzamelt.

Artikel 9. Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst

Bedrijven die krachtens artikel 14, derde lid, van de verordening bedrijfsafvalstoffen aanbieden, dienen deze aan te bieden overeenkomstig de in de verordening en dit uitvoeringsbesluit gestelde regels.

Artikel 10. Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst

In deze bepaling worden regels gesteld wanneer en hoe bedrijfsafvalstoffen mogen worden aangeboden aan een ander dan de inzameldienst.

Artikel 11. Inwerkingtreding

In deze bepaling is geregeld dat de verordening en de uitvoeringsbesluiten gelijktijdig in werking treden.

Artikel 12. Citeerbepaling

De citeertitel is de naam waaronder de verordening kan worden aangehaald.