Beleidsregels Nota sport

Geldend van 09-12-2005 t/m 31-12-2010

Intitulé

Beleidsregels Nota sport

Accommodatieregelingen enkele andere gemeenten

I Inleiding

De gemeenteraad heeft ons in het programmaplan verzocht een sportnota op te stellen. In hetzelfde plan heeft de raad tevens uitgesproken dat er een onderzoek gehouden dient te worden naar de behoefte van de inwoners aan sport in de gemeente. Dit onderzoek dat als afstudeerproject is uitgevoerd door enkele studenten van de Hogeschool InHolland, is eind juni 2004 afgerond. De conclusies zijn gebruikt bij het formuleren van een bestuursopdracht voor de Nota sport. Deze is in de raadsvergadering van 14 oktober 2004 vastgesteld.

De in de bestuursopdracht vermelde onderwerpen zijn in deze nota in een min of meer willekeurige volgorde hoofdstuksgewijs behandeld.

Hoofdstuk II Maatschappelijke functie / vrijwilligers

Tijdens de behandeling van de bestuursopdracht in commissie- en raadsvergadering is aandacht gevraagd voor de maatschappelijke functie van de sport en voor de vrijwilligers.

Wij onderkennen dat de maatschappelijke functie van sport in het algemeen en meer in het bijzonder van de sport die bij verenigingen in de Gemeente Bloemendaal wordt beoefend, groot is.

Of het hier nu gaat om het belang van sport voor de jeugd – Bloemendaalse sportverenigingen hebben in het algemeen bloeiende jeugdafdelingen – of het in beweging zijn van volwassenen en vooral voor ouderen en het sociale aspect van sport. Het grote maatschappelijke belang van sport in de Gemeente Bloemendaal behoeft eigenlijk niet uitgebreid onderbouwd te worden. Alleen al het feit dat van de in deze gemeente meest beoefende sporten (hockey, tennis en voetbal) de Bloemendaalse sportclubs in totaal al meer dan 6.500 leden hebben, illustreert het maatschappelijke belang!

De sportverenigingen drijven voor het grootste deel op de inzet van vrijwilligers. In het algemeen is er een tendens dat het vinden van vrijwilligers moeilijker wordt. Wij hebben het vrijwilligerswerk in beperkte mate gestimuleerd middels subsidie voor deskundigheidsondersteuning en het geven van onkostenvergoedingen. De betreffende subsidieregeling die voor de helft uit rijksgelden werd gefinancierd, is echter in 2004 beëindigd. In de nota vrijwilligersbeleid is inmiddels nieuw beleid op dit gebied geformuleerd dat voorziet in een subsidieregeling die ook op sportverenigingen van toepassing is.

III Verhuur- en accommodatiebeleid

Verhuur; huidige situatie

Sportcomplexen

De gemeente is eigenaar van een aantal sportcomplexen die verhuurd worden dan wel middels erfpacht ter beschikking worden gesteld aan sportverenigingen.

Vooral door in de tijd voortschrijdende inzichten is in de loop van vele jaren een nogal ongelijksoortige situatie ontstaan.

Clubhuizen en kleedaccommodaties

Op het gebied van de clubhuizen en kleedaccommodaties is de situatie op een enkele uitzondering na zo, dat de vereniging eigenaar is van het gebouw, verantwoordelijk is voor het onderhoud en dat de grond onder het gebouw door de gemeente in erfpacht is uitgegeven tegen een symbolische canon.

Veldsportcomplexen

Voor de veldsportcomplexen worden sinds ongeveer 15 jaar in het algemeen drie soorten contracten onderscheiden.

Super A-contract. De hockeyclubs Bloemendaal, Rood-Wit en HBS hebben een dergelijk contract. Zij betalen een symbolisch huurbedrag voor het sportcomplex en zijn verantwoordelijk voor alle onderhoud.

Ook jeu de boulesclub PC d’Orion betaalt een symbolische huur voor het stukje grond waarop men de jeu de boulesbanen heeft aangelegd en is verantwoordelijk voor het onderhoud.

A-contract. Alleen SV Vogelenzang heeft dit contract. De club betaalt een bedrag van € 497,- per veld. is verantwoordelijk voor in principe alle onderhoud behalve voor zeer ingrijpende vernieuwingen, zoals bijvoorbeeld van de drainage.

B-contract. Bij deze contractsvorm is de gemeente verantwoordelijk voor alle onderhoud. BVC Bloemendaal heeft (als enige) een B-contract en betaalt een huur van € 3.740,- per veld.

Overig. De Cricketclub Bloemendaal heeft een afwijkend huurcontract vanwege het andere gebruik van dit veld. Het cricketveld wordt behalve door de cricketclub ook intensief gebruikt voor schoolsport en om deze reden is gekozen het onderhoud niet te leggen bij de club. De cricketclub betaalt een huur voor het veld en het gebruik van de kleedaccommodatie en clubhuis (€ 3.372). Het onderhoud wordt grotendeels uitgevoerd door de gemeente.

Tenniscomplexen.

Met betrekking tot de drie tennisverenigingen die een gemeentelijk complex bespelen, bestaat een diverse situatie.

LTC Bloemendaal huurt het tennispark Binnenduin voor € 4.537,80 per jaar. Het betreft een vergoeding van kapitaallasten (destijds de aankoop van het park door de gemeente).

TV Vogelenzang huurt het tennispark. De huur die was gebaseerd op de kapitaallasten van de investering in de aanleg (door de gemeente), is met ingang van 2001 herzien en vastgesteld op

€ 7.004,33.

Met de vereniging zijn afspraken gemaakt voor het afbouwen van de huur en op termijn terugbrengen tot een symbolisch bedrag. Namelijk over enkele jaren – op het moment dat men ertoe overgaat de banen te renoveren – naar € 2.000,- en wanneer de vereniging uiteindelijk de restantboekwaarde (per 1 januari 2005 € 38.587) zal hebben voldaan, naar nihil.

TV WOC heeft het tennispark WOC in erfpacht. De canon bedraagt sinds 1966 € 572 per jaar. Dit bedrag bestaat uit de kapitaallasten van destijds door de gemeente verricht grondwerk en een vergoeding voor het gebruik van de grond.

Strand.

Het strand wordt door de gemeente beheerd doch is geen eigendom. Aan twee watersport-verenigingen en een stichting is een stuk strand verhuurd voor watersportactiviteiten.

In 2004 bedroegen de huurbedragen voor de Catclub Bloemendaal en de surfclub WWSV elk

€ 1.237,50 en voor de Stichting recreatiesport (Zeilschool Mifune) € 1.412.

Deze huren zijn echter niet gebaseerd op de door de gemeente werkelijk gemaakte kosten.

Overigen.

De Noord-Hollandse Ruitervereniging huurt het paardensportterrein nabij Mariënweide voor € 2.485,- per jaar. Dit betreft uitsluitend een vergoeding voor het gebruik van de grond daar de vereniging zelf het terrein heeft ingericht en alle onderhoud verzorgt.

De gemeentegrond onder het Tetterodesportcomplex is in erfpacht uitgegeven. De canon is een symbolisch bedrag. De gemeente garandeert al sinds de stichting van het complex een geldlening die momenteel € 680.000 bedraagt. Bovendien is nog een garantie afgegeven van maximaal € 45.378,- (voorheen f 100.000) per jaar. Sinds eigenaar Maatschappij Sporthal Bloemendaal BV de exploitatie van het complex in het jaar 2000 heeft uitbesteed aan Optiesport, is de garantie niet meer ingeroepen.

Gelijke behandeling en in beeld brengen kosten

Wij wensen de sportclubs zoveel mogelijk gelijk te behandelen en de gemeentelijke medewerking in

principe te beperken tot het om niet beschikbaar stellen van (de grond onder) de sportaccommodatie.

De verenigingen dienen in beginsel zelf zorg te dragen voor alle onderhoud.

Tevens wensen wij gemeentelijke kosten zoals de waarde van het om niet ter beschikking stellen van de grond in beeld te brengen. Dit kan gerealiseerd worden door voor een accommodatie op basis van de waarde van de grond een reële huur te berekenen en de vereniging voor een zelfde bedrag een subsidie toe te kennen.

Wat betreft de clubhuizen en de kleedaccommodaties die in vrijwel alle gevallen eigendom van de clubs zijn, zijn wij in principe bereid de ondergrond die momenteel in erfpacht is uitgegeven vrijwel om niet (namelijk voor € 1,-) in eigendom over te dragen. Wel zal bij de overdracht van de grond bedongen worden dat de gemeente in de toekomst (bijvoorbeeld wanneer de club vertrekt van het sportcomplex) de grond onder identieke condities zal kunnen terugkopen.

Door de grond onder het eigen clubhuis en kleedgebouw in eigendom te verwerven bestaan er naar verwachting voor de verenigingen betere mogelijkheden om ten behoeve van verbetering en/of renovatie een lening af te sluiten.

Draagkracht verenigingen

Bij het doorvoeren van dit streven komt de vraag aan de orde wat de gevolgen van gelijktrekking zijn voor de diverse verenigingen.

De hiervan afgeleide vraag luidt of alle clubs gelijke exploitatiemogelijkheden hebben en derhalve dezelfde draagkracht bezitten?

Factoren als het aantal leden, de hoogte van de contributie, de mogelijkheden om sponsors binnen te halen, de concurrentiepositie in de regio, spelen daarbij een rol.

Wij constateren dat er per tak van sport verschillen bestaan die het naar onze mening rechtvaardigen voorlopig af te wijken van het streven naar volledige gelijkheid.

Daarbij speelt tevens een rol de beantwoording van de vraag of het huidige aanbod van sporten binnen de gemeente gehandhaafd dient te worden.

Wij kiezen hiervoor en beantwoorden met name de vraag of er naast de drie hockeyverenigingen ook plaats dient te zijn voor twee voetbalclubs, bevestigend.

Hockey. De drie verenigingen hebben al jaren een super A-contract op basis waarvan zij verantwoordelijk zijn voor het gehele onderhoud. De relatief hoge contributie die hockeyverenigingen berekenen (vaak verhoogd met een kunstgrasbijdrage) en het grote aantal leden zijn factoren die het deze clubs mogelijk maken het onderhoud zelf te (laten) verzorgen en ook nog kunstgrasvelden aan te leggen. Zeker in de regio is dit een uitzonderlijke situatie en de wijze waarop de 3 hockeyverenigingen hun sportieve en sociale functie invullen verdient alle waardering.

Voortbordurend op de huidige situatie stellen wij voor in de nieuwe contracten met Rood-Wit, de

hc Bloemendaal en met HBS (allen m.i.v. 1-1-2006, wanneer de contracten aflopen) de huur vast te stellen op een reëel bedrag en dit aan de verenigingen te vergoeden en als inkomst te ramen. In feite verandert hun situatie in financieel opzicht dan niet, omdat ook dan de clubs per saldo geen huur verschuldigd zijn.

Voetbal. In vergelijking met de andere veldsport hockey is de contributie die voetbalclubs in rekening brengen aanzienlijk lager (ongeveer de helft van de hockeycontributie). Ook het ledenaantal van de twee Bloemendaalse voetbal clubs is aanzienlijk lager dan dat van de hockeyclubs.

Het optrekken van de contributie tot hockeyniveau zou ongetwijfeld het effect hebben dat de Bloemendaalse clubs zich uit de markt prijzen.

BVC Bloemendaal heeft weliswaar een behoorlijk ledenaantal (ongeveer 670 spelende leden). Niettemin is het ons de afgelopen jaren gebleken dat de draagkracht van de voetbalverenigingen aanzienlijk geringer is dan van de hockeyclubs. Met BVC Bloemendaal is halverwege de jaren negentig wel een aantal keren gesproken over de overgang naar een super A-contract. Deze gesprekken hebben niet geleid tot overeenstemming over een andere contractsvorm.

De vereniging betaalt momenteel aan veldhuur € 18.475,- per jaar. Dit bedrag kan de vereniging opbrengen maar mogelijkheden om te reserveren voor groot onderhoud van bijvoorbeeld de kleedaccommodatie, zijn er niet of nauwelijks. Het blijkt voor deze vereniging in de praktijk dan ook moeilijk te zijn om alle onderhoud zelf uit te voeren.

Vanwege ons standpunt dat in onze gemeente het huidige brede sportaanbod gehandhaafd dient te worden zijn wij bereid te accepteren dat het geheel gelijktrekken van de huur/verhuursituaties met alle sportverenigingen niet zomaar (zonder financiële compensatie) mogelijk is.

Bij het overleg dat wij momenteel voeren met BVC Bloemendaal over de voorwaarden waaronder het totale onderhoud aan deze club zou kunnen worden overgedragen, hebben wij daarom een vergelijkbare insteek gekozen als enige jaren geleden bij de onderhandelingen met Staatsbosbeheer. De in de oude verkoopovereenkomst vastgelegde verplichting om jaarlijks een bijdrage aan het Landgoed Elswout te betalen is toen door betaling van een eenmalige bedrag afgekocht.

Bij BVC Bloemendaal gaat het ook om het afkopen van de contractuele verplichting, namelijk om het onderhoud te verzorgen. Bij het bepalen van de hoogte van de afkoopsom speelt uiteraard een voorname rol het bedrag dat de gemeente aan onderhoudskosten kwijt is. Na aftrek van de door de vereniging te betalen huur gaat het om ongeveer € 32.500 per jaar.

Bij zowel ons als het bestuur van BVC Bloemendaal bestaat de intentie om tot een overeenkomst te komen. Met het bestuur van BVC dienen nog één of meerdere vervolggesprekken plaats te vinden. Bovendien dienen ook de leden van BVC Bloemendaal zich in een (reguliere of extra) ledenvergadering, hierover uit te spreken. In het kader van deze nota is het daarom niet mogelijk de uitkomst van de besprekingen met BVC Bloemendaal te verwerken.

Wanneer er een akkoord bereikt zal worden zal dit in een separaat voorstel aan uw raad worden voorgelegd.

Of de bestaande huursituatie met BVC Bloemendaal gecontinueerd wordt of dat de club overgaat naar een super A-contract, in beide gevallen zal het huurbedrag aangepast worden door hierin de component waarde van de grond op te nemen. Het hiermee gemoeid gaande bedrag zal de club vergoed krijgen zodat er per saldo niets verandert.

Wat betreft het clubhuis- en kleedaccommodatie van BVC Bloemendaal, die eigendom is van de club, bestaat een afwijkende situatie. In de erfpachtovereenkomst is namelijk destijds (in 1969) geregeld dat de gemeente verantwoordelijk is voor het buitenonderhoud. Wij wensen deze ongebruikelijke situatie in overleg met de vereniging te beëindigen en verwachten dat dit in het kader van de hierboven genoemde besprekingen over een afkoopsom, zal kunnen worden geregeld.

Door verwerving van de eigendom van de grond onder het clubhuis en kleedgebouw verwacht de voetbalclub overigens beter in staat te zijn om ten behoeve van aanpassing van de accommodatie een lening af te sluiten.

Wij hebben de vereniging in overweging gegeven om in de toekomst een tijdelijke extra bijdrage aan de leden te vragen (zoals de hockeyclubs) om bijvoorbeeld de kleedaccommodatie op te knappen dan wel een “semi-kunstgrasveld” (zie hoofdstuk VIII) aan te leggen. Naar onze mening bestaat hiervoor nog wel enige ruimte als in ogenschouw genomen wordt dat het niveau van de contributie van bijvoorbeeld de Koninklijke HFC ruim € 60,- hoger ligt. De vereniging zal zich hierover beraden doch heeft kenbaar gemaakt in een wezenlijk andere positie te verkeren als de KHFC.

De andere Bloemendaalse voetbalclub SV Vogelenzang heeft sinds 1997 een gewoon A-contract. Hoewel SV Vogelenzang een kleine vereniging is met ongeveer 270 leden, beschikt de club over voldoende vrijwilligers die bovendien over de deskundigheid beschikken om het onderhoud te verzorgen. Een opmerkelijke situatie die mogelijk verband houdt met de grotere gemeenschapszin en de speciale cultuur in Vogelenzang.

Echter financieel is het ternauwernood op te brengen en overgang naar een situatie waarin de club verantwoordelijk is voor alle onderhoud (dus ook voor bijvoorbeeld de vervanging van de drainage), is niet haalbaar.

Wij stellen derhalve voor niet aan te dringen op een overgang naar een super A-contract.

Ook bij SV Vogelenzang dient de waarde van de grond in de huurprijs verwerkt te worden die de club als subsidie vergoed zal krijgen.

Tennis. Deze verenigingen hebben het volledige onderhoud van hun tenniscomplexen. De contributie ligt ongeveer op het niveau van de voetbalclubs en de ledenaantallen variëren van 400 tot 600. Zoals hierboven is aangegeven, bestaat er een nogal diverse situatie wat betreft de huur. Bepaalde, destijds door de gemeente gemaakte kosten (kapitaallasten) worden in de vorm van een huur dan wel erfpachtcanon, doorberekend aan de clubs.

In het streven naar gelijkheid in de behandeling van de sportverenigingen stellen wij voor de huur vast te stellen op een reëel bedrag, dit als subsidie aan de tennisverenigingen toe te kennen, opdat de clubs per saldo geen huur meer verschuldigd zijn. De gewenste situatie waarin de gemeente zich beperkt tot het ter beschikking stellen van i.c. de tenniscomplexen zal dan bereikt worden. Voor alle drie verenigingen zal dit een financieel voordeel opleveren hetgeen hen nog beter in staat zal stellen hun positie te handhaven dan wel te verbeteren.

Overigen.

Cricket. Hierboven werd al opgemerkt dat de Cricketclub zich in een andere positie bevindt. Het veld aan de Donkerelaan wordt tevens intensief gebruikt voor schoolsport. In het contract met de club is dit medegebruik geregeld. Tevens afwijkend is dat het clubhuis en de kleedkamers eigendom zijn van de gemeente. Op enkele werkzaamheden na wordt het onderhoud grotendeels uitgevoerd door de gemeente. Wij zijn van mening dat het niet reëel is deze vereniging het volledige onderhoud te laten uitvoeren van het veld en van de kleedkamers en het clubhuis (hiervan heeft men als huurder wel het binnenonderhoud). De cricketclub Bloemendaal is een kleine vereniging met ongeveer 160 leden en heeft als gevolg daarvan een geringe draagkracht en ten tweede worden het veld en de kleedkamers ook gebruikt door een aantal scholen.

Daar in de huidige huur geen rekening wordt gehouden met de waarde van de grond zal deze worden herberekend op basis van de waarde van grond en opstallen en zal de cricketclub een tegemoetkoming in de te betalen huur ontvangen zodat de financiële situatie per saldo voor de club hetzelfde blijft.

Softbal. Deze sport wordt beoefend bij BVC Bloemendaal. Voor het softbalgebruik betaalt de vereniging een vergoeding voor bijzonder gebruik veldencomplex van € 1.430. Dit bedrag maakt onderdeel uit van de totale veldhuur van € 18.260,- per jaar. Hetgeen hierboven over BVC Bloemendaal met betrekking tot de veldhuur is opgemerkt, is derhalve ook van toepassing op het softbal.

Paardensport. De Noord-Hollandse Ruitervereniging huurt al een lange periode een stuk grond bij Mariënweide. De vereniging (statutair gevestigd te Aerdenhout) heeft het terrein zelf ingericht en verzorgt op het gehuurde stuk grond alle onderhoud. Wij stellen voor een reële huur te berekenen en de vereniging hetzelfde bedrag te vergoeden. Evenals bij de tennisclubs levert dit voor deze vereniging een financieel voordeel op.

Strand.

De werkelijke kosten dienen doorberekend te worden in een huur die de beide sportverenigingen (de Catclub Bloemendaal en de surfclub WWSV) als subsidie vergoed krijgen. Wij overwegen deze constructie ook voor de zeilschool Mifune te laten gelden. Weliswaar kent de zeilschool (Stichting recreatiesport) niet de verenigingsvorm als rechtpersoon doch in de praktijk lijkt het verschil met een sportvereniging waar men zeilles kan krijgen dermate gering dat aangevoerd kan worden dat de zeilschool vergeleken en gelijkgesteld zou moeten worden met de twee andere watersportverenigingen.

Als grondslag zou kunnen dienen de op basis van de kosten berekende huur van € 200 per strekkende meter die de strandpaviljoenhouders betalen. Rekeninghoudend met het feit dat de watersportverenigingen niet het gehele strand tot aan de vloedlijn gebruiken zou de huur 1/3e deel van dit bedrag (€ 66,66) kunnen bedragen. Overigens wordt in Strandnota voorgesteld de zeilschool Mifune op termijn op een andere plaats op het strand onder te brengen. Tevens dient de zeilschool aangesloten te worden op de riolering. Hierover zijn wij in vergevorderd overleg met het bestuur van de stichting. Uitgangspunt is dat de werkelijke kosten van de aansluiting worden doorberekend aan de stichting met een maximum van € 3.600 en dat de eigendom en het beheer van de pompput bij de gemeente zullen berusten. Nadat de rioolaansluiting is gerealiseerd zal voor het afvoeren van het rioolwater een jaarlijkse vergoeding verschuldigd zijn. Deze vergoeding is ook opgenomen in de huurovereenkomst met de strandpaviljoens.

Tetterodesportcomplex. Het is de vraag of de situatie die geldt voor dit sportcomplex vergelijkbaar is met de sportverenigingen. Het Tetterodecomplex is een grote (in hoofdzaak) binnensport-accommodatie terwijl op alle andere sportcomplexen buitensporten worden beoefend. Er is sprake van een in erfpacht uitgegeven stuk grond waarop een grote opstal is gerealiseerd terwijl in alle andere gevallen sprake is van ter beschikkingstelling van grond waarop velden en tennisbanen zijn gelegen.

Ook het feit dat het Tetterodecomplex niet wordt geëxploiteerd door een vereniging maar door een BV vormt naar onze mening een dermate groot verschil dat dit voor ons aanleiding is de voor sportverenigingen voorgestelde situatie niet op dit sportcomplex toepasbaar te verklaren.

Zo is het bijvoorbeeld de vraag of het subsidiëren van het als erfpachtcanon te berekenen bedrag niet zal leiden tot voor de BV ongewenste – fiscale – gevolgen.

Daar het vorig jaar aangetreden bestuur kenbaar heeft gemaakt te denken over een overdracht van haar taken lijkt het ons zinvol de specifiek met betrekking tot het Tetterodecomplex bestaande situatie te bezien nadat er meer duidelijkheid zal bestaan over de toekomstige ontwikkelingen. Getracht zal worden om in de huidige collegeperiode deze duidelijkheid te verkrijgen.

Uitvoering

Het voordeel van het in rekening brengen van een reële huur is dat alle kosten in beeld worden gebracht. Aan de verenigingen dient vervolgens een tegemoetkoming in de vorm van een subsidie verleend te worden.

Op basis van de eigen gemeentelijke regelgeving (Algemene Subsidieverordening) is het niet mogelijk de tegemoetkoming ter grootte van de huur anders vorm te geven dan als een subsidie. Het nadeel

hiervan is dat extra administratieve werkzaamheden zouden moeten worden uitgevoerd zowel door gemeente als door de clubs. Immers, voor subsidie moet elk jaar een aanvraag ingediend worden, voorzien van allerlei gegevens. Verder dient een subsidietoekenning met beschikking plaats te vinden en later ook nog een subsidievaststelling. Ook dient er daadwerkelijk uitbetaald te worden.

Voor het bepalen van de hoogte van de nieuwe huur kan aangesloten worden bij de WOZ-waarde en dit zal hoogstwaarschijnlijk leiden tot hoge huursommen.

Het volgen van de eigen regelgeving kan behalve de extra administratieve werkzaamheden nog leiden tot enkele ongewenste effecten. Wanneer een vereniging redelijk goed bij kas zit zou op basis van de vermogenstoets een (gedeeltelijke) afwijzing moeten volgen. Bovendien dienen aanvragers bij

subsidieaanvragen als waarvan hier sprake zou zijn (hoge bedragen) een accountantsverklaring te overleggen.

Dit soort administratieven rompslomp dient naar onze mening vermeden te worden.

Dit kunnen wij bereiken door gebruik te maken van de mogelijkheid die de Subsidieverordening ons biedt om - indien daarmee geen aanwijsbaar belang is gediend - ontheffing te verlenen van de verplichting dat aanvragers allerlei gegevens (zoals jaarrekening en accountantverklaring) moeten indienen.

Op deze wijze kan de rompslomp beperkt worden tot een het indienen van een aanvraag en het afgeven van een subsidiebeschikking.

Hoogte reële huur.

Voor het vaststellen van een reële huur stellen wij voor aan te sluiten bij de WOZ-waarde van de diverse complexen. Het zal dan in bijna alle gevallen gaan om de WOZ-waarde van alleen de grond en niet van de opstallen. De gebouwen zijn immers op één uitzondering na (cricketclub) eigendom van de verenigingen.

Financiële gevolgen

Doordat een aantal clubs per saldo geen huur meer zal betalen, zal sprake zijn van inkomstenderving voor de gemeente.

Het gaat om de volgende inkomsten die komen te vervallen:

LTC Bloemendaal € 4.537,80

TV Vogelenzang € 7.004,33

TC WOC € 572,--

Noord Hollandse Ruitervereniging € 2.485,--

Catamaranclub € 1.237,50

Surfclub € 1.237,50

Zeilschool Mifune € 1.412,--

€ 18.486,--

Accommodatiebeleid

Aangenomen kan worden dat de meeste gemeenten beschikken over één of andere regeling die het sportverenigingen middels subsidie mogelijk maakt de accommodatie te verbeteren. In de bijlage is een korte beschrijving van de subsidieregeling van enkele gemeenten opgenomen.

In onze gemeente fungeert als zodanig de Regeling accommodatiebeleid. Deze dateert uit 1989 als opvolger van een in 1986 speciaal voor de sport in het leven geroepen regeling. De regeling is sinds 1989 niet alleen van toepassing op sport-, maar ook sociaal-culturele- en maatschappelijke voorzieningen. Behalve voor sportdoeleinden is deze in het verleden bijvoorbeeld toegepast voor de bibliotheek (kernvoorziening), de verbouwing van het gebouw van de WOB en ter beschikkingstelling van het gebouw aan de Buurtvereniging Overveen.

Werking regeling in het kort:

Onderscheid:

1 kernvoorzieningen 2 wenselijke voorzieningen

medewerking:medewerking:

a bijdrage in de stichtingskosten accommodatie a het om niet beschikbaar stellen van een

(eenmalige bijdrage gelijk aan het niet gedekte vrijkomende accommodatie (gemeente

deel van de investering of een jaarlijkse bijdrage tevens verantwoordelijk voor groot onderhoud).

gelijk aan de kapitaallasten van het niet gedekte

deel van de investering).

en / ofof

b jaarlijkse bijdrage in de exploitatielasten (overige b aanvullende financiële steun in de vorm van

ongedekte lasten). een garantie van een geldlening en subsidie

van 50% van de rentekosten gedurende

de eerste 5 jaar van de lening.

Bij sport is vooral model 2b toegepast (clubhuizen, kunstgrasvelden).

Er bestaan nog enkele gemeentelijke garanties van nog lopende geldleningen die in het verleden door sportverenigingen zijn afgesloten. De financiële medewerking die deze regeling verder biedt in de vorm van een rentesubsidie is voor de verenigingen vrij gering.

In het kader van ons streven de gemeentelijke medewerking te beperken tot het beschikbaar stellen van accommodaties, stellen we voor de regeling voor sportdoeleinden niet meer toe te passen.

Wij stellen niet voor de gehele regeling af te schaffen. In het kader van deze nota, waarin uitsluitend sport wordt behandeld, is immers geen plaats voor het in beeld brengen van de consequenties die de afschaffing van de regeling voor het gehele welzijnsgebied zou hebben.

Wij wijzen er op dat in de Startnotitie subsidiebeleid die in de raadsvergadering van 31 januari 2002 is vastgesteld, wordt voorgesteld het accommodatiebeleid te herzien.

IV Wachtlijsten hockeyclubs

Uit het onderzoek van de Hogeschool kwam naar voren dat met name bij de hockeyverenigingen wachtlijsten bestaan. In de bestuursopdracht is de vraag geformuleerd in hoeverre er inderdaad wachtlijsten bestaan en of er een bepaald toelatingsbeleid wordt gehanteerd. Daarbij dient echter een relatie gelegd te worden met het eerder ingenomen standpunt geen verdere groei van de sportverenigingen na te streven.

De drie hockeyclubs hebben in meerdere en mindere mate te maken met een wachtlijst. De hieronder vermelde gegevens zijn gepeild in november 2004.

Zo kent HBS sinds twee jaar een wachtlijst. In het algemeen alleen voor de jeugd en deze bedraagt 40 kinderen in de jongste categorie. Gezien het verloop zou voor hen volgend jaar wel plaats moeten zijn. De vereniging heeft wel plaats voor senioren en veteranen.

HBS plaatst echter niet iedereen op de wachtlijst! Als toelatingsbeleid hanteert men het criterium dat kandidaat-leden (dan wel hun ouders) bereid moeten zijn iets in het verenigingsleven te willen doen.

De hc Bloemendaal heeft momenteel een wachtlijst van 17 kinderen. Wachtlijsten voor andere categorieën kunnen in de regel worden weggewerkt.

De vereniging voert het volgende beleid: per leeftijdscategorie streeft men naar 2 x 70 leden (jongens en meisjes). Voorrang krijgt familie van leden en 20% van de beschikbare plaatsen is beschikbaar voor nieuwe leden zonder familie bij de club.

De hockeyclubRood-Wit heeft een wachtlijst van 50 kinderen. Het beleid van de club is dat voorrang wordt verleend aan kinderen van ouders die actief zijn in de club, daarna aan familie van leden en daarna voorrang voor kinderen die in de buurt wonen.

Van de andere sporten hanteren de voetbalverenigingen SV Vogelenzang en BVC geen wachtlijsten en voeren geen bepaald beleid bij het aannemen van nieuwe leden.

Bij enkele tennisverenigingen komt dit wel voor.

LTC Bloemendaal heeft alleen een wachtlijst voor kandidaat-leden die zich aanmelden tijdens het seizoen. Deze vereniging voert een toelatingsbeleid met voorrang voor jeugdleden waarvan de ouders/ familie reeds lid zijn. Daarna voor jeugdleden die competitie-ervaring hebben. En vervolgens voor jeugdleden die in Bloemendaal wonen. TC WOC heeft een wachtlijst voor alleen de jeugd-afdeling. Deze club streeft naar een evenwichtige vertegenwoordiging van alle leeftijdscategorieën.

TV Vogelenzang kent geen wachtlijst.

Bij de hockeyclubs en een aantal tennisclubs is sprake van wachtlijsten, in het bijzonder voor de jeugd. Elk jaar kunnen deze wachtlijsten per club tot op zekere hoogte worden opgelost.

Het door de clubs reguleren van de toestroom van nieuwe (jeugd)leden is nodig vanwege het aanwezige aantal (kunstgras) velden, dan wel tennisbanen en het aantal jeugdtrainers.

Bovendien stellen wij vast dat de raad door het vaststellen van de notitie kunstgras het maximaal toegestane aantal kunstgrasvelden en daarmee ook de groei van de clubs heeft begrensd. Het bestaan van wachtlijsten zoals die zich voordoen lijkt ons derhalve onvermijdelijk en ook niet onoverkomelijk doordat deze vrijwel altijd binnen een jaar worden opgelost.

V Golfbaan

Al vele jaren wordt binnen de gemeente gezocht naar een locatie voor een golfbaan. Samen met golfclub Mariënweide zijn diverse locaties binnen de gemeente onderzocht, doch zonder resultaat.

Als één van de laatste mogelijkheden heeft een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeente, de provincie en de golfclub Mariënweide de mogelijkheden onderzocht van de aanleg van

een zogenaamde ecogolfbaan in Vogelenzang nabij landgoed Woestduin. Er is vervolgens een plan ontwikkeld waarin natuurontwikkeling wordt gecombineerd met de aanleg van een ecologische golfbaan door de golfclub Mariënweide in samenwerking met natuurbeschermingsorganisatie Landschap Noord-Holland. Voor realisering van dit plan is uiteraard de verwerving van de grond noodzakelijk.

Nadat daarover besprekingen zijn aangegaan is zeer recent gebleken dat met de eigenaar van het grootste deel van de gronden over de verkoop geen overeenstemming bereikt kan worden.

Wij betreuren het dat de golfclub Mariënweide om deze reden haar inspanningen om bij Woestduin een golfbaan aan te leggen, heeft moeten staken.

Voor ons is dit feit reden geweest om de planologische procedure stop te zetten. In het ontwerp bestemmingsplan Landelijk gebied, eerste herziening was namelijk de mogelijkheid van aanleg van een golfbaan, middels een wijzigingsbevoegdheid opgenomen.

Golfclub Mariënweide zal nu haar aandacht richten op de locatie “Van der Peet” (de weilanden aan de westzijde van de Vogelenzangseweg). Met de golfclub hebben wij de afspraak gemaakt dat wij voor nader overleg over deze locatie initiatieven van de vereniging zullen afwachten.

Wij zijn van oordeel dat het vanuit de invalshoek sport zeer gewenst is dat er in de gemeente een golfbaan wordt aangelegd. Niettemin zijn wij van mening dat de gemeente uitsluitend medewerking dient te verlenen op planologisch gebied.

VI Wandelen en fietsen

Uit het behoefteonderzoek van de Hogeschool komt naar voren dat er een trend is naar steeds meer individualisering in de sportbeoefening en wordt opgemerkt dat in dat kader vooral ouderen graag wandelen en fietsen. Aanbevolen wordt in relatie tot de aanwezige bos- en duingebieden en wandel- en fietsroutes hieraan enige aandacht te besteden.

Wij onderkennen dat er een sterke relatie tussen recreatie en sport bestaat zeker wanneer het gaat om wandelen, fietsen en hardlopen.

Het duingebied van de Kennemerduinen is het grootste en vormt een aantrekkelijk recreatiegebied voor wandelaars en fietsers. Ook Middenduin heeft een duidelijke functie (onder meer individuele loopsport).

De door Staatsbosbeheer beheerde gebieden de Koningshof en vooral Elswout zijn in trek bij wandelaars.

De gemeentelijke bos- en duinparken zijn onder meer het Bloemendaalse bos, Landgoed Caprera, Wilhelminaduin, de Zeeweggronden, het Wethouder Van Gelukpark, het Brouwerskolkpark en het Wethouder Enschedepark.

Een aantal gebieden maakt onderdeel uit van fietsroutes en hier is bewegwijzering aangebracht, zoals de bekende ANWB-bordjes en de bewegwijzering van specifieke routes als Rondje Haarlem en de landelijke kustroute.

De instelling van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK) bijna 10 jaar geleden heeft behalve op het instandhouden en verbeteren van de natuur ook een positieve invloed gehad op de recreatieve functie van de deelnemende gebieden. Onder meer door het op elkaar afstemmen van de toegangs-regelingen, waardoor voor de meeste duingebieden geen toegang meer wordt geheven. Ook is verbetering gerealiseerd door het verwijderen van de afrastering tussen aangrenzende gebieden zoals de Kennemerduinen en Duin en Kruidberg in Velsen en door het op elkaar laten aansluiten van fiets- en voetpaden waardoor doorlopende verbindingen zijn ontstaan.

In het Regionaal fietspadenplan van de provincie Noord-Holland staan de knelpunten vermeld die zich voordoen in de regionale verbindingen. Vaak betreft het ontbrekende schakels in fietsverbindingen. Onder meer zijn in dit plan opgenomen twee noord-zuidverbindingen, namelijk de aanleg van een fietspad vanaf Heerenduinen naar het fietspad de Zeeweg in Duin en Kruidberg dat verder leidt naar de Kennemerduinen. Tevens is in het fietspadenplan als knelpunt opgenomen het ontbreken van een kustfietspad van het Bloemendaalse strand in noordelijke richting, te weten de ontbrekende schakel vanaf Parnassia naar Velsen. In het kader van het regionale programma 'Bereikbaarheid kust' staan allerlei maatregelen op stapel voor de jaren 2005-2008. Eén van de maatregelen is het aanleggen van ontbrekende schakels in fietsroutes naar de kust. Hierin worden als wensen onder meer genoemd een pad door de nog niet voor fietsers toegankelijke Amsterdamse waterleidingduinen en paden vanuit Velsen naar Overveen en naar Parnassia. In de regio is afgesproken dat dit project zal worden getrokken door de gemeente Haarlem.

In het Beheer- en Inrichtingsplan van het Nationaal park Zuid-Kennemerland (NPZK) is realisering van het fietspad Heerenduinen-Zeeweg (in Duin en Kruidberg) opgenomen in het kader van het streven naar een betere noord-zuidverbinding in het nationaal park.

Realisering van een fietspad Van Parnassia naar Velsen is echter geen beleid van het Nationaal Park.

Vanuit recreatie- en sportoogpunt bezien zijn wij voorstander van beide fietspaden.

Aanleg van het fietspad Heerenduinen-Zeeweg lijkt in 2006 te gaan plaatsvinden nu de barrières op het financiële vlak zijn opgelost. Voor realisering van het kustfietspad vanaf Parnassia bestaan in het geheel geen concrete plannen.

Aan onze gemeente is in het kader van het Beheer- en Inrichtingsplan van het NPZK gevraagd een project te trekken dat een oplossing zal moeten bieden voor de regulering van de naar verwachting steeds toenemende bezoekersstroom (verdubbeling in 10 jaar). Met name zullen bepaalde gebieden binnen het Nationaal Park ingericht moeten worden voor meer intensieve recreatie opdat wordt voorkomen dat grote aantallen bezoekers voor recreatieve doeleinden zullen uitzwermen naar kwetsbare natuurgebieden. De kans bestaat dat de inrichting van gebieden met meer intensieve recreatie tevens zal resulteren in de realisering van bepaalde op het sportieve vlak liggende voorzieningen (bijv. mountainbikeparcours, trimbaan e.d.).

Wij wijzen er nog op dat in de Nota toeristisch beleid als algemeen beleidstandpunt is uitgesproken dat het huidige niveau van de recreatieve voorzieningen gehandhaafd dient te worden met waar mogelijk een kwaliteitsverbetering.

In dit beleid past het recent genomen besluit zorg te gaan dragen voor het onderhoud van de bewegwijzering (groen-witte bordjes) van de landelijk kustroute (Stichting Landelijk fietsplatform) middels afkoop voor een periode van 10 jaar over te nemen. Het niet onderhouden van deze bordjes zou mogelijk leiden tot het in onbruik raken van dit deel van de fietsroute.

In het algemeen zijn wij van mening dat er binnen onze gemeente een aantrekkelijk aanbod van recreatieve fiets- en wandelpaden binnen natuur- en wandelparken aanwezig is waarvan intensief gebruik wordt gemaakt.

Momenteel zijn er naar onze mening geen additionele maatregelen nodig deze voorzieningen aan te passen ofwel te verbeteren. Wel gaan wij ons oriënteren op een initiatief van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU) en de Nederlandse Hartstichting om mogelijk te komen tot één of meerdere “veilige loop/wandelroutes”. De bedoeling van beide organisaties hiervan is om meer mensen in beweging te krijgen; men maakt een koppeling tussen het bewegen, de sport en de volksgezondheid.

Om de ontwikkeling van veilige loop/wandelroutes te stimuleren is er per gemeente een subsidie van 50% van de inrichtingskosten beschikbaar tot maximaal € 5.000 (eenmalig). Volgens de initiatiefnemers blijven de inrichtingskosten van een route vrijwel altijd beneden € 9.000.

Het dient te gaan om bestaande routes die bij voorkeur in een mooie omgeving zijn gelegen en die na de aanpassing een certificering zullen krijgen.

VII Combinatie sport en buitenschoolse opvang

Uit het onderzoek van de Hogeschool blijkt bij, in elk geval een aantal geïnterviewde kinderen, behoefte te bestaan aan deze combinatie. In de bestuursopdracht is vermeld dat de mogelijkheden van het medegebruik van sportaccommodaties door de diverse in de gemeente aanwezige centra voor buitenschoolse opvang. Derhalve niet het onderbrengen van een centrum voor buitenschoolse opvang op een sportcomplex. Dit is namelijk al door diverse clubs en kinderopvangorganisaties onderzocht doch, vanwege de aanzienlijke aanpassingen die voor bso in de clubgebouwen noodzakelijk zijn, bleek dit tot dusver niet te realiseren.

Bloemendaal. Buitenschoolse opvang wordt in Bloemendaal aangeboden door Les Petits in de vestigingen aan de Donkerelaan en het Bispinckpark en door De Toverhoed in de vestiging aan de Ign. Bispincklaan (Bornwaterschool). Velden die in principe in aanmerking komen zijn het sportveld van de Cricketclub aan de Donkerelaan en de hockey- en voetbalvelden aan de Brederodelaan. Het veld aan de Donkerelaan wordt niet alleen door de cricketclub gebruikt maar in de periode april tot en met oktober ook vaak overdag door scholen. In principe kan dit samengaan met de bso die immers na schooltijd plaatsvindt op enkele dagen in het jaar na, wanneer er sportdagen worden gehouden.

Overveen. Bij het eventueel realiseren van bso in de dorpskern Overveen is het aan de Vrijburglaan gelegen vrije sportveld een optie.

Aerdenhout.In Aerdenhout heeft De Toverhoed vestigingen aan de J. van Stolberglaan en de Teding van Berkhoutlaan. Hoewel niet werkelijk in de buurt van beide bso-vestigingen, komen de velden van Rood-Wit komen in aanmerking.

Vogelenzang. In Vogelenzang wordt bso geboden door Fantasia aan de H. Lensenlaan in het overblijflokaal van de Graaf Floris- en de Josefschool. Het sportcomplex van SV Vogelenzang bevindt zich hier vlakbij.

De kinderopvangorganisaties hebben laten weten in principe belangstelling te hebben om te onderzoeken of het medegebruik van sportvelden mogelijk is. Ook de diverse sportverenigingen (hc Bloemendaal, HBS, BVC Bloemendaal, Rood-Wit en SV Vogelenzang) zijn in principe bereid een veld beschikbaar te stellen al wensen de clubs hiervoor wel een financiële vergoeding.

Het (mede)gebruik van sportvelden voor buitenschoolse opvang vinden wij een interessant idee dat ook zonder financiële vergoedingen en de daaruit voortvloeiende vraag wie de kosten betaalt, grotendeels kan worden gerealiseerd.

In Bloemendaal heeft het veld aan de Donkerelaan een dubbelbestemming en moet het mogelijk zijn het gebruik voor bso hier in te passen. Les Petits (bso-vestigingen Donkerelaan en Bispinckpark) en De Toverhoed (vestiging Bornwaterschool) zouden hiervan gebruik kunnen maken.

Wanneer er alsnog bso wordt gerealiseerd in Overveen kan in principe het aan de Vrijburglaan gelegen sportveld gebruikt worden voor sport. De bruikbaarheid van dit veld hangt wel af van de locatie waar eventueel bso zal worden geboden (niet te ver van het veld).

In Vogelenzang kan mogelijke overeengekomen worden dat het na de bouw van het dorpshuis overgebleven deel van het derde veld (waarvoor de club geen huur betaalt) beschikbaar wordt gesteld aan Fantasia.

In Aerdenhout is het medegebruik van een sportaccommodatie voor bso veel minder haalbaar vanwege de relatief grote afstand tussen het sportcomplex van Rood-Wit en de bso-vestigingen van De Toverhoed.

VIII Kunstgras (en semi-kunstgras) bij voetbalclubs

In de notitie kunstgras (vastgesteld op 12 december 2002) is de kunstgrasproblematiek behandeld van uitsluitend de drie hockeyverenigingen. De laatste tijd is kunstgras in de voetbalsport steeds actueler geworden. Zo heeft inmiddels de KNVB toestemming verleend voor het spelen van in principe alle wedstrijden in het amateurvoetbal op kunstgras.

Wat betreft de twee Bloemendaalse voetbalclubs is in het bestemmingsplan de situatie hetzelfde als bij de hockeyclubs. Het bestemmingsplan staat de aanleg van kunstgras in principe toe. Er is een aanlegvergunning nodig en onder omstandigheden ook een verklaring van geen bezwaar van de provincie.

Bij BVC Bloemendaal zal gezien de ligging van dit sportcomplex zoals bij de hockeyclubs een onderzoek uitgevoerd moeten worden om te kunnen beoordelen of de omvorming van natuur- naar kunstgras onevenredige gevolgen heeft voor natuur en landschap. Tevens of de aanleg van een kunstgrasveld significante gevolgen heeft op het in de nabijheid gelegen habitatrichtlijngebied.

Waarschijnlijk zal dit in Vogelenzang bij SV Vogelenzang minder gevoelig liggen.

Combinatie natuurgras met kunststof (semi-kunstgras)

Een alternatief voor kunstgras vormen velden waarbij behalve natuurgras, kunststofdelen of in de ondergrond of in de toplaag zijn verwerkt.

Omdat hier niet sprake is van omzetting van natuurgras in kunstgras is voor dergelijke velden geen aanlegvergunning vereist.

Het gaat hier bijvoorbeeld om velden van natuurgras met verticaal geïmplanteerde kunstgrasvezels en een combinatie van natuurgras met in de toplaag steenwolvezels dan wel (schapen)wolvezels toegevoegd.

De kosten van een kunstgrasveld bedragen ongeveer € 400.000. Van de combinatievelden variëren de prijzen van ongeveer € 140.000 tot ruim € 300.000.

Wij zien, gegeven het bovenstaande, in de nabije toekomst weinig tot geen mogelijkheden om bij de Bloemendaalse voetbalclubs een kunstgrasveld, dan wel een combinatieveld te realiseren.

IX Faciliteren topsportevenementen

Onderdeel van de bestuursopdracht is de vraag in hoeverre door de gemeente faciliteiten geboden moeten worden bij topsportevenementen.

Naar onze mening valt er in feite maar één sportevenementen onder het begrip topsportevenement, namelijk het toernooi om de Europacup hockey dat met een zekere regelmaat (ongeveer eens in de vijf jaar) in Bloemendaal op het sportcomplex van de hc Bloemendaal is gehouden.

Het laatste Europacuptoernooi is gehouden in juni 2001. Medewerking van de zijde van de gemeente vond onder meer plaats door het instellen van een werkgroep. In dat verband heeft de gemeente met de club afspraken gemaakt over zaken als de openbare orde, verkeersveiligheid, het gebruik van het terrein, elektriciteit, inzameling van afvalstoffen, controle van constructies en van het ‘promodorp’. Tot slot heeft de brandweer voorwaarden opgesteld over tenten, vluchtwegen en het gebruik van brandbare middelen (gas). Het traject resulteerde in de verlening van de noodzakelijke vergunningen.

Bij een volgend toernooi zullen de randvoorwaarden uit de startnota evenementenbeleid gelden.

Deze nota is opgesteld in het kader van het regionaal evenementenbeleid in de regio Kennemerland. Volgens de nota is een Europacuptoernooi hockey op te vatten als een groot én belastend evenement. Hiervoor is een evenementenvergunning en een tijdige aanmelding vereist. Dit betekent dat de organisatie in november of begin december voorafgaand aan het toernooi het evenement aanmeldt. Alle aangevraagde evenementendata worden vervolgens door het regionaal college voor de hele regio vastgesteld. Op deze manier ontstaat er geen ongewenste samenloop van grote evenementen in de regio. Na de vaststelling van de regionale evenementenkalender kunnen de organisatoren hun vergunningaanvraag indienen bij de gemeente. In het algemeen wijst de International hockeyfederatie tijdig (eind september in het voorafgaande jaar) de organisatoren aan van de diverse Europacuptoernooien. Hierdoor kan de organisatie het evenement tijdig aanmelden en een vergunning aanvragen.

Bij grote evenementen start de gemeente een werkgroep op met vertegenwoordigers van de verschillende interne disciplines zoals verkeer, milieu en de brandweer en externe partijen zoals de politie en de geneeskundige hulpdiensten en natuurlijk de organisatie. De verantwoordelijkheid voor de coördinatie ligt bij de behandelend beleidsmedewerker. In de voorbereidingsfase voeren de hulpdiensten en de gemeente een risicoanalyse uit. Voor meer informatie over de behandeling van grote evenementen verwijzen wij naar de startnota evenementenbeleid.

Wij zijn van mening dat de medewerking van de gemeente zoals die in het verleden is geboden bij Europacuptoernooien gecontinueerd dient te worden bij eventuele volgende gelegenheden, waarbij de procedure zoals beschreven in de startnota evenementenbeleid gevolgd wordt.

X Evaluatie jeugdsubsidie

Jeugdsubsidie wordt aan sportverenigingen (en aan scoutingverenigingen) toegekend voor hun jeugdleden tot 18 jaar. De subsidie dienen de verenigingen te besteden aan activiteiten voor de jeugd. Bij de toekenning wordt geen onderscheid gemaakt naar de woonplaats van de jeugdleden. De clubs ontvangen per jeugdlid een subsidie van € 7,32. Clubs dienen een ledenlijst in en verantwoorden achteraf d.m.v. een activiteitenplan.

In 2005 is in totaal voor een bedrag van € 25.817 aan jeugdsubsidies toegekend.

Situatie in enkele regiogemeenten

In de regio kennen de meeste gemeenten een jeugdsportregeling. Hieronder volgt een kort overzicht.

Gemeente

Bedrag

Bijzonderheden

Heemstede

€ 7,10

Uitsluitend voor Heemsteedse leden. Clubs dient minimaal 20 jeugdleden te hebben.

Zandvoort

€ 5,42

Uitsluitend voor Zandvoortse leden. Clubs dient minimaal 20 jeugdleden te hebben. Elke club met jeugdleden ontvangt een basissubsidie van € 262.

Haarlemmerliede en Spaarnwoude

€ 5,50

Uitsluitend voor leden uit Haarlemmerliede en S. Clubs dient minimaal 20 jeugdleden te hebben. Club met tenminste 20 jeugdleden ontvangt tevens € 260 voor organisatie.

Bennebroek

€ 20,40

Uitsluitend voor Bennebroekse leden. Geen minimumaantal jeugdleden. Hoogte subsidiebedrag varieert per jaar onder meer op basis van de peildatum met accordering van de sportbond.

Haarlem

--

Gemeente heeft de regeling enige jaren geleden afgeschaft omdat de indruk bestond dat de clubs de subsidie niet voor de jeugd benutten en gedeeltelijk ook als bezuinigingsmaatregel. Een deel van de middelen is daarna wel bestemd voor de stimulering van de jeugdsport.

Geconcludeerd kan worden dat de regiogemeenten die jeugdsubsidie verlenen dit uitsluitend doen voor de leden die in de gemeente wonen.

Indien de subsidie alleen voor Bloemendaalse leden gegeven zou worden zou dit een per vereniging sterk wisselend effect op de hoogte van de subsidie hebben. Gemiddeld is ongeveer 50% van de jeugdleden van de sportclubs Bloemendaler doch bij de ene club is dit percentage hoger en bij de andere (soms aanzienlijk) lager.

Wij stellen voor de jeugdsubsidieregeling in die zin te wijzigen dat uitsluitend voor jeugdleden die in de gemeente Bloemendaal wonen, subsidie wordt verleend. Daar inmiddels de verenigingen subsidie hebben aangevraagd voor het jaar 2006 stellen wij voor de nieuwe regeling met ingang van 2007 in te laten gaan.

Consequentie hiervan zal zijn dat een aantal clubs hun jeugdleden mogelijk minder activiteiten zullen kunnen aanbieden omdat zij een groot deel van de jeugdsubsidie zullen mislopen. Het is namelijk niet waarschijnlijk dat men alleen voor de Bloemendaalse jeugdleden (waarvoor de club subsidie ontvangt) iets zal organiseren.

Wij stellen daarom voor het bedrag per (Bloemendaals) jeugdlid daarom te verhogen tot € 13. Bij dit bedrag per jeugdlid zal het gemeentelijke subsidiebudget ongeveer even hoog zijn als in 2005.

Niettemin zal dit voor enkele verenigingen met veel buitenleden een aanzienlijk lagere subsidie opleveren. Om die reden zullen wij bij wijze van overgangsregeling in een periode van 5 jaar de clubs laten toegroeien naar het subsidiebedrag volgens het nieuwe systeem. Hierbij zal uitgegaan worden van de situatie van de ledenlijst van 1-1-2006. Zou een club volgens die ledengegevens een subsidie van € 5000 moeten ontvangen en zou de subsidie volgens het nieuwe systeem € 2.500 bedragen dan ontvangt deze club in 2007: € 4.500, in 2008: € 4.000 en uiteindelijk in 2011: € 2.500. Het jaar daarna wordt de subsidie toegekend op grond van het in dat jaar werkelijke aantal Bloemendaalse jeugdleden.

XI Sportraad

In het Programmaplan is uitgesproken dat de Sportraad nieuw leven ingeblazen dient te worden.

De Bloemendaalse sportraad leidt al jarenlang een min of meer slapend bestaan. Dit is overigens door het sportraadbestuur afgesproken met een vorig college.

Sinds 1994 bestaat de sportraad uit vijf personen die afkomstig dienen te zijn uit ten minste vier sportdisciplines. Voor die tijd hadden alle Bloemendaalse sportverenigingen een vertegenwoordiging in de sportraad middels een lid en een waarnemer. Uit dit bestuur werd een dagelijks bestuur gevormd. De jaarlijkse vergadering van de sportraad werd door zo weinig bestuursleden bezocht dat in 1994 besloten werd de structuur te wijzigen in een raad met vijf leden.

Nadat eind jaren negentig de huidige raad een nuttig onderzoek heeft gedaan naar één van de locaties voor een golfbaan, is de activiteit van de raad meer en meer afgenomen.

De leden hebben naar eigen zeggen weinig tot geen binding meer met de sport (verenigingen) en wensen hun lidmaatschap neer te leggen.

In de huidige tijd is het een gegeven dat sportverenigingen veel moeite hebben om vrijwilligers te vinden voor functies binnen de clubs. Wij verwachten daarom problemen bij het vormen van een nieuwe sportraad. Bovendien is het de vraag of er nog behoefte bestaat aan een dergelijk adviesorgaan. Immers de gemeentelijke taak ten aanzien van sport wensen wij zoveel mogelijk te beperken tot het ter beschikking stellen van sportaccommodaties en bovendien blijkt uit het onderzoek van de Hogeschool dat de inwoners tevreden zijn met het aanwezige aanbod sportaanbod

Wij hebben in het kader van de inspraakprocedure aan de sportclubs de vraag gesteld of zij nog een functie zien voor een sportraad en zo ja, of zij kandidaten kunnen voordragen om hierin zitting te nemen.

Geen van de reagerende sportverenigingen ziet nog een rol voor de sportraad dan wel heeft belangstelling een rol te spelen in de raad of in een ander adviesorgaan.

Wij stellen daarom voor geen nieuwe leden meer te benoemen in de sportraad, het adviesorgaan af te schaffen en de Verordening op de Bloemendaalse sportraad zoals vastgesteld op 17 november 1994, in te trekken.

XII Budget sportstimulering

Onderdeel van de bestuursopdracht is het doen van een voorstel over een besteding van het bedrag van € 20.000 dat in de begroting is opgenomen voor de stimulering van sport.

Uit het door de Hogeschool InHolland gehouden onderzoek blijkt dat de sportdeelname in Bloemendaal zeer hoog is. Wij stellen ons daarom de vraag of het noodzakelijk is de sportbeoefening te stimuleren en zo ja voor welke doelgroep.

De uitkomsten van het sportonderzoek van de Hogeschool zijn reeds reden geweest om in de bestuursopdracht voor te stellen in deze nota geen nadere aandacht te besteden aan de jeugdsportpas Haarlem. In een eerder stadium bestond bij ons het voornemen ten behoeve van de Bloemendaalse schooljeugd aan dit project deel te nemen.

De sportdeelname van de Bloemendaalse jeugd is dermate hoog (volgens het onderzoek vrijwel 100%) dat wij van mening zijn dat een structurele stimulering van jeugdsport naast de aan verenigingen toe te kennen jeugdsubsidie niet nodig is.

Uit het onderzoek blijkt ook in andere leeftijdscategorieën een zeer hoge sportdeelname (ook bij senioren nog 66%). Op dit moment bestaat er naar onze mening geen directe aanleiding om de deelname aan sport van bepaalde doelgroepen te stimuleren.

Mogelijk dat er zich in de toekomst een speciaal project op het gebied van sportstimulering voor bepaalde doelgroepen (bijvoorbeeld ouderen) aandient waarvoor dan in principe financiële medewerking zou kunnen worden gegeven. Overigens wordt er momenteel wel een sportieve activiteit voor ouderen gesubsidieerd (namelijk de vereniging Tennis voor ouderen).

Daarnaast subsidieert de gemeente de initiatieven van diverse instellingen voor de stimulering van sport voor gehandicapten. Het gaat om de Stichting Sportsupport (gehandicaptensport), de Kennemer Keien (rolstoelhockey) en de Stichting paardrijden voor gehandicapten.

In relatie tot de recent vervaardigde Nota jeugdbeleid merken wij nog het volgende op.

Wij wensen laagdrempelige sportactiviteiten voor jeugd als de Sport-In (in januari gehouden in de Kennemer sporthal) en de Jeugdolympische dag op incidentele basis financieel te ondersteunen.

Wat betreft de deelname van jeugdige gehandicapten aan sport zullen wij in overleg treden met Stichting Sportsupport. Er bestaat weinig inzicht in de deelname van deze groep jongeren aan sport en wij wensen te bevorderen dat zoveel mogelijk Bloemendaalse jongeren met een handicap de mogelijkheid hebben een voor hen passende sport te beoefenen.

Wij stellen daarom voor op dit moment geen structurele bestemming aan het budget van € 20.000 voor sportstimulering te geven. Wanneer uit het overleg met Stichting Sportsupport zou blijken dat specifieke maatregelen ter stimulering van sport voor gehandicapten zijn aan te bevelen, dan zullen wij ons hierop uiteraard beraden.

XIII Financiën

Door het wijzigen van de huurbedragen zoals voorgesteld in hoofstuk II zal sprake zijn van inkomstenderving voor de gemeente doordat een aantal clubs per saldo geen huur meer zal betalen. In totaal zal het gaan om €18.486 per jaar.

Dit zal gecompenseerd worden doordat wij voorstellen geen bestemming toe te kennen aan het geraamde bedrag van € 20.000.

XIV Conclusie en aanbevelingen

(het Romeinse cijfer tussen haakjes correspondeert met het betreffende hoofdstuk)

1 (II) Wij onderkennen de grote maatschappelijke functie van sport in het algemeen en meer in het bijzonder van de sport die bij verenigingen in de Gemeente Bloemendaal wordt beoefend. Deze wordt voldoende geïllustreerd door het feit dat van de in deze gemeente meest beoefende sporten (hockey, tennis en voetbal) de Bloemendaalse sportclubs in totaal al meer dan 6.500 leden hebben.

2(II) De sportverenigingen drijven voor het grootste deel op de inzet van vrijwilligers, die in het algemeen steeds moeilijker te vinden zijn. Na de beëindiging van de subsidieregelingen voor deskundigheidsondersteuning en onkostenvergoedingen voor vrijwilligers, is in de nota vrijwilligersbeleid nieuw beleid op dit gebied geformuleerd dat tevens van toepassing is op sportverenigingen.

3 (III) Wij wensen de sportclubs zoveel mogelijk gelijk te behandelen en de gemeentelijke medewerking in principe te beperken tot het om niet beschikbaar stellen van de sportaccommodatie.

Daarbij wensen wij echter alle gemeentelijke kosten in beeld te brengen. Dit kan gerealiseerd worden door voor een accommodatie een reële huur te berekenen (op basis van de waarde van de grond) en de vereniging voor een zelfde bedrag subsidie toe te kennen (per saldo geen huur).

4 (III) Wij zijn in principe bereid de grond onder de clubhuizen en de kleedaccommodaties om niet (voor € 1,-) in eigendom over te dragen om de verenigingen betere mogelijkheden te geven om ten behoeve van verbetering en/of renovatie van de accommodatie een lening af te sluiten.

5 (III) Daar er naar onze mening tussen situaties van de buitensportverenigingen en het Tetterodecomplex een groot verschil bestaat, stellen wij voor de onder 3 en 4 gedane aanbevelingen uitsluitend toepasbaar te verklaren op de buitensportcomplexen.

6 (III) Wij constateren echter dat er per tak van sport verschillen bestaan die het naar onze mening rechtvaardigen af te zien van het momenteel doorvoeren van hetzelfde huur / verhuurregime voor alle sportverenigingen.

Vanwege ons standpunt om in onze gemeente het huidige brede sportaanbod te handhaven zullen wij de bestaande huursituaties met SV Vogelenzang en de Cricketclub Bloemendaal respecteren en continueren. Met BVC Bloemendaal zijn wij nog in overleg over de toekomstige huurverhouding.

7 (III) De hoogte van de huur van de sportcomplexen zal bepaald worden door deze af te leiden van de WOZ-waarde van de grond.

8 (III) Dit zal naar verwachting leiden tot hoge huurbedragen en derhalve hoge subsidies.

Het volgen van de eigen (subsidie)regelgeving zal in dat geval leiden tot extra administratieve werkzaamheden en ongewenste effecten (overleggen accountantsverklaring, vermogenstoets) voor gemeente en sportverenigingen.

Om deze administratieven rompslomp te vermijden zullen wij gebruikmaken van de mogelijkheid die de Subsidieverordening biedt om ontheffing te verlenen van de verplichting dat aanvragers allerlei gegevens (zoals jaarrekening en accountantverklaring) moeten indienen.

9 (III) In het kader van ons streven de gemeentelijke medewerking te beperken tot het beschikbaar stellen van accommodaties, stellen we voor de Regeling accommodatiebeleid voor sportdoeleinden niet meer toe te passen. Wij stellen niet voor de gehele regeling af te schaffen daar in het kader van deze nota geen plaats is voor het in beeld brengen van de consequenties die de afschaffing van de regeling voor het gehele welzijnsgebied zou hebben. Wij brengen in herinnering dat in de Startnotitie subsidiebeleid (vastgesteld in de raadsvergadering van 31 januari 2002) wordt voorgesteld het accommodatiebeleid te herzien.

10 (IV) De bij de hockeyclubs en enkele tennisclubs aanwezige wachtlijsten voor met name jeugd achten wij onvermijdelijk en ook niet onoverkomelijk. De capaciteit van de clubs is door het aantal aanwezige kunstgrasvelden, velden met lichtinstallatie (beiden in de Notitie kunstgras gemaximaliseerd) en tennisbanen beperkt en laat een onbeperkte groei immers niet toe.

11 (V) Wij betreuren het dat de golfclub Mariënweide haar inspanningen om bij Woestduin een golfbaan aan te leggen, heeft moeten staken. Voor ons is dit feit reden geweest om de planologische procedure stop te zetten.

Vanuit de invalshoek sport achten wij het zeer gewenst is dat er in de gemeente een golfbaan wordt aangelegd, doch wij zijn van mening dat de gemeente uitsluitend medewerking dient te verlenen op planologisch gebied.

12 (VI) Wij zijn van mening dat er binnen onze gemeente een aantrekkelijk aanbod van recreatieve fiets- en wandelpaden in natuur- en wandelparken aanwezig is met mogelijkheden om te wandelen, te fietsen ofwel te joggen. Momenteel zijn er naar onze mening van de zijde van onze gemeente geen speciale maatregelen nodig deze voorzieningen aan te passen ofwel te verbeteren. Wij oriënteren ons niettemin op een initiatief van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU) en de Nederlandse Hartstichting om mogelijk te komen tot één of meerdere “veilige loop/wandelroutes”.

13 (VI) Vanuit recreatie- en sportoogpunt bezien zijn wij ter verbetering van de noord – zuidverbinding in het Nationaal Park, voorstander van realisering van de fietspaden Parnassia – Velsen en Heerenduinen – Zeeweg (Duin en Kruidberg).

14 (VII) Het (mede)gebruik van sportvelden voor buitenschoolse opvang achten wij een interessant idee. Door velden in Bloemendaal, Overveen en Vogelenzang hiervoor ter beschikking te stellen, kan dit zonder financiële vergoedingen en de daaruit voortvloeiende vraag wie de kosten betaalt, grotendeels worden gerealiseerd.

15 (VII) Wij constateren dat in de dorpskern Aerdenhout het medegebruik van een sportaccommodatie voor bso niet goed haalbaar is vanwege de relatief grote afstand tussen het hiervoor in aanmerking komende sportcomplex de vestigingen voor buitenschoolse opvang.

16 (VIII) Wij zien om financiële redenen in de nabije toekomst weinig tot geen mogelijkheden om bij de Bloemendaalse voetbalclubs een kunstgrasveld, dan wel een combinatieveld te realiseren.

17 (IX) Ten aanzien van de Europacup Hockey, het enige incidenteel in de gemeente plaatsvindende topsportevenement, zijn wij van mening dat de verlening van medewerking voor zowel het formele traject als van het praktische gedeelte bij volgende gelegenheden gecontinueerd dient te worden. Met dien verstande dat de procedure gevolgd dient te worden zoals beschreven in de Startnota evenementenbeleid.

18 (X) Wij stellen voor de jeugdsubsidieregeling in die zin te wijzigen dat er uitsluitend aan Bloemendaalse verenigingen en wel voor jeugdleden die in deze gemeente wonen, subsidie wordt verleend.

19 (X) Om te voorkomen dat de sportverenigingen hun jeugdleden minder activiteiten zullen aanbieden omdat zij een groot deel van de jeugdsubsidie zullen mislopen, stellen wij voor het bedrag te verhogen tot € 13,- per (Bloemendaals) jeugdlid. Voor sommige verenigingen met veel buitenleden zou dit niettemin een aanzienlijke verlaging van de subsidie betekenen en om die reden zullen wij bij wijze van overgangsregeling in een periode van 5 jaar (uitgaande van de ledenlijst van 1-1-2006) de clubs laten toegroeien naar het subsidiebedrag volgens het nieuwe systeem.

20 (XI) Om diverse redenen zijn wij van mening dat er nog maar weinig behoefte aan een sportraad.

Daar uit de inspraakprocedure blijkt dat ook bij de sportverenigingen geen animo blijkt te bestaan voor het instellen van een nieuwe sportraad, stellen wij voor geen nieuwe leden meer te benoemen, het adviesorgaan af te schaffen en de Verordening op de Bloemendaalse sportraad zoals vastgesteld op 17 november 1994, in te trekken.

21 (XII) Gezien de zeer hoge sportdeelname in de gemeente zijn er naar onze mening op dit moment geen speciale maatregelen ter stimulering van sport nodig. Wij stellen daarom voor het in de begroting voor stimulering sport geraamde budget van € 20.000 niet voor dit doel te benutten doch hiermee de financiële consequenties van het wegvallen van huuropbrengsten (€ 18.486; zie blz. 6) af te dekken.

Mogelijk dat zich in de toekomst een speciaal sportstimuleringsproject voor een bepaalde doelgroep (bijvoorbeeld ouderen) aandient dat dan in principe in aanmerking kan komen voor financiële medewerking.

22 (XII) In relatie tot de recent vervaardigde Nota jeugdbeleid wensen wij laagdrempelige sportactiviteiten voor jeugd als de Sport-In en de Jeugdolympische dag op incidentele basis financieel te ondersteunen.

Wat betreft de deelname van jeugdige gehandicapten aan sport zullen wij in overleg te treden met Stichting Sportsupport om te bevorderen dat zoveel mogelijk Bloemendaalse jongeren met een handicap de mogelijkheid zullen hebben een voor hen passende sport te beoefenen. Indien uit dit overleg blijkt dat specifieke maatregelen ter stimulering van sport voor gehandicapten zijn aan te bevelen, dan zullen wij ons hierop uiteraard beraden.

Bijlage 1

Accommodatie regelingen andere gemeenten

Heemstede kent een subsidieregeling voor sport- en scoutingverenigingen. Deze maakt een subsidie mogelijk in de investeringskosten (bouw-, inrichtings- en aanschafkosten duurzame goederen) die een instelling maakt.

Als grondslag wordt genomen een vergoeding van 40% over de eerste € 22.350,- en 20% over het restant van de investeringskosten met dien verstande dat de totale subsidie niet hoger kan zijn dan

€ 51.215,-. Verder worden nog voorwaarden gesteld zoals dat de instelling minimaal 20 Heemsteedse leden dient te hebben (geldt niet voor veldsportverenigingen). Dat veldsportverenigingen in totaal minimaal 75 leden moeten hebben, dat minimaal 35% van de leden van een instelling Heemsteeds moet zijn hetgeen weer niet geldt voor clubs met meer dan 200 leden.

Specifiek voor sportclubs geldt dat de investeringskosten alleen voor subsidie in aanmerking komen die betrekking hebben op kleed- en wasaccommodaties of op het voor gehandicapten geschikt maken van clubaccommodaties.

Naast de beschreven regeling kent Heemstede ook de mogelijkheid van het geven van garanties op door de verenigingen af te sluiten leningen. Hiervoor gelden geen limieten.

Haarlem

Kent de Bijzondere subsidieverordening sportaccommodaties en duurzame sportvoorzieningen.

Voor sportverenigingen en voor gehandicaptensport kan subsidie aangevraagd worden voor kosten te maken aan de sportaccommodaties dan wel inrichtingskosten. Het gaat om maximaal 1/3e deel van de kosten tot een maximum van € 34.000. Ook kan subsidie gevraagd worden voor de aanschaf van duurzame sportvoorzieningen. Dit gaat tevens om maximaal 1/3e deel van de kosten tot een maximum van € 6.800.

Voor gehandicaptensport bedraagt het percentage niet maximaal 33% maar 50%.