Beheersverordening begraafplaats Duinrust Beverwijk 2007

Geldend van 07-02-2013 t/m heden

Intitulé

BEHEERSVERORDENING BEGRAAFPLAATS "DUINRUST" BEVERWIJK 2007

De raad van de gemeente Beverwijk;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 december 2006, nr. 2006/13940;

gehoord de commissie Ruimte, Economie en Stadsbeheer d.d. 6 februari 2007;

gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging juncto artikel 147 van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de volgende Beheersverordening begraafplaats Duinrust Beverwijk 2007:

BEHEERSVERORDENING BEGRAAFPLAATS "DUINRUST" BEVERWIJK 2007

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • begraafplaats: de algemene begraafplaats “Duinrust” te Beverwijk 

  • particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • -

      het doen verstrooien van as;

  • algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

  • particulier urnengraf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • -

      het doen verstrooien van as;

  • algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; 

  • particulier urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen

  • urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen.

  • asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;

  • grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf of gedenkplaats;

  • gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken;

  • urnenput: een plastic put geleverd door de beheerder waarin asbussen begraven kunnen worden;

  • gedenkteken: voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen kettingen en hekwerken;

  • sluitplaat: standaard sluitplaat geleverd door de gemeente

  • grafbeplanting: winterharde beplanting welke door de rechthebbende op een graf wordt aangebracht;

  • beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt;

  • rechthebbende: de rechthebbende op een eigen graf.

  • particulier wandgraf: een bovengrondsgraf in een daarvoor bestemde wand op de begraafplaats, in beheer bij de gemeente, waarvoor aan een natuurlijk- of rechtspersoon het uisluitend recht is verleend tot het begraven van één lijk.

Artikel 2 Uitbreiding begrippen eigen en algemeen graf
  • 1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder ' particulier graf' mede verstaan: particulier wandgraf, particulier urnengraf, particulier urnennis, particulier verstrooiingsplaats en particulier gedenkplaats.

  • 2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede verstaan: algemeen urnengraf.

HOOFDSTUK 2 OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 3 Openstellingstijden begraafplaats
  • 1. De tijden gedurende welke de begraafplaats voor het publiek zal zijn opengesteld:

    • -

      op maandag tot en met zondag van 10.00 uur tot 20.00 uur;

  • 2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

  • 3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 4 Ordemaatregelen
  • 1. Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van burgemeester en wethouders, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten.

  • 2. Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden:

    • a.

      elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen anders dan voor een begrafenis of voor het vervoeren van materialen;

    • b.

      sneller dan 10 km per uur;

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van lid 2.

  • 4. Het is verboden;

    • -

      met (brom)fietsen of andere motorrijwielen op de begraafplaats te rijden of deze met zich mee te voeren;

    • -

      honden of andere dieren onaangelijnd mee te nemen;

    • -

      op de graven te lopen of te zitten en gereedschappen of andere niet tot de graven behorende voorwerpen neer te leggen;

    • -

      de begraafplaats te verontreinigen;

    • -

      zonder toestemming of opdracht van nabestaanden een uitvaart te fotograferen, te filmen of anderszins te registreren;

    • -

      as te verstrooien of andere vormen van lijkbezorging te bezigen anders dan na toestemming van burgemeester en wethouders.

  • 5. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 6. Degenen die zich niet aan de in het vijfde lid bedoelde aanwijzing houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.

Artikel 5
  • 1. Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.

  • 2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 6 Opgravingen en ruimen

Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.

HOOFDSTUK 3 VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
  • 1. Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 09.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 2. Het lijk, dan wel het omhulsel en de asbus of urn moeten zijn voorzien van een duurzaam identiteitskenmerk. De gegevens van het kenmerk moeten overeenstemmen met de administratie van de begraafplaats.

  • 3. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 09.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

Artikel 8 Gebouwen en muziekinstallaties
  • 1. Het gebruik van de ontvangstruimten, de aula alsmede van de muziekinstallatie moet uiterlijk om 09.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop van de ruimte of de aula gebruik zal worden gemaakt, worden aangevraagd bij de beheerder.

  • 2. Muziek uitgezocht en aangeleverd door de familie dient uiterlijk om 09.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag van de begrafenis in het bezit van de beheerder te zijn.

  • 3. De ruimten en de muziekinstallatie staan voor iedere plechtigheid gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking van de aanvrager.

Artikel 9 Over te leggen stukken
  • 1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van as is overgelegd aan de beheerder.

  • 2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

  • 3. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 19, tweede lid.

  • 4. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.

  • 5. De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.

Artikel 10 Tijden van begraven en asbezorging
  • 1. De tijd van begraven en het bezorgen van as is:

    • -

      op werkdagen van 08.00 tot 14.300 uur;

    • -

      op zaterdag van 08.00 tot 11.00 uur.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen toestemming geven voor begraving en asbezorging op andere tijden.

HOOFDSTUK 4 INDELING EN UITGIFTE DER GRAVEN

Artikel 11 Indeling graven en asbezorging
  • 1. Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:

    • a.

      particuliere graven, particuliere wandgraven en particuliere urnengraven;

    • b.

      particulier urnennissen;

    • c.

      particulier verstrooiingsplaatsen;

    • d.

      eigen gedenkplaatsen.

Artikel 12 Aantal overledenen in algemene of eigen graven
  • 1. In de algemene graven kan een door burgemeester en wethouders te bepalen aantal lijken worden begraven.

  • 2. In de algemene urnengraven kan een door burgemeester en wethouders te bepalen aantal asbussen met of zonder urn worden bijgezet.

  • 3. Er zal in particulier graven maximaal in twee lagen boven elkaar begraven worden.

  • 4. Indien de grafrusttermijn, gesteld in artikel 31 lid 2 van de Wet op de Lijkbezorging, is verstreken kunnen de stoffelijke resten opgegraven en vervolgens dieper herbegraven worden in hetzelfde graf zodat er weer in twee lagen boven elkaar begraven kan worden.

  • 5. In een particulier wandgraf kan één lijk worden bijgezet.

  • 6. Indien de grafrusttermijn, gesteld in artikel 31 lid 2 van de Wet op de Lijkbezorging, is verstreken kunnen de stoffelijke resten worden verzameld en vervolgens herbegraven worden in hetzelfde graf zodat er weer één lijk bijgezet kan worden.

  • 7. Het bedoelde in artikel 12 lid 4 kan eenmaal uitgevoerd worden.

Artikel 13 Volgorde van uitgifte
  • 1. De particulier graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.

Artikel 14 Categorieën
  • 1. Algemene graven bestaan uit:

    • -

      graven, waarin gelegenheid wordt gegeven om lijken te begraven voor de tijd van 15 jaar.

  • 2. De particulier graven worden onderverdeeld in:

    • -

      A-graven, uitgegeven voor de tijd van 10 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 lijken dan wel het plaatsen van 4 asbussen met of zonder urnen of het verstrooien van de as van 2 overledenen;

    • -

      B-graven, uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 lijken dan wel het plaatsen van 4 asbussen met of zonder urnen of het verstrooien van de as van 2 overledenen;

    • -

      C-graven, uitgegeven voor de tijd van 30 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 lijken dan wel het plaatsen van 4 asbussen met of zonder urnen of het verstrooien van de as van 2 overledenen;

    • -

      D-graven uitgegeven voor de tijd van 30 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 lijken dan wel het plaatsen van 4 asbussen met of zonder urnen of het verstrooien van de as van 2 overledenen;

    • -

      Kindergraven, uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 lijken.

    • -

      Wandgraven uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor het

      begraven van één lijk.

  • 3. Standaard gaat de gemeente uit van een particulier graf voor 20 jaar. Indien de termijn van het particuliere graf 10 - respectievelijk 30 jaar moet zijn dient dit schriftelijk aangevraagd te worden bij de aanvraag voor een begrafenis.

  • 4. De uitgifte van A- en B-graven en de urnengraven geschiedt op een door burgemeester en wethouders te bepalen volgorde. Voor C-, D-graven en kindergraven kan de rechtverkrijgende een vrije keus doen uit de voor deze bestemming aangewezen graven.

Artikel 15 De bezorging van as
  • 1. De algemene urnengraven worden uitgegeven als:

    • -

      urnengraven, waarin gelegenheid wordt gegeven tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen voor de tijd van 20 jaar.

  • 2. De particulier urnengraven worden uitgegeven als:

    • -

      urnengraven, uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste 4 asbussen, met of zonder urn (en), dan wel het doen verstrooien van as daarin of daarop van 2 overledenen.

  • 3. Asbussen welke in de grond begraven worden moeten in een daarvoor, door de gemeente geleverde, bestemde urnenput geplaatst worden.

  • 4. De particulier verstrooiingsplaatsen bestaan uit:

    • -

      verstrooiingsplaatsen, uitgegeven voor de tijd van 20 jaren bestemd voor het verstrooien van de as van 2 overleden:

  • 5. Een algemeen verstrooiingsveld voor as.

  • 6. De particulier urnennissen worden uitgegeven als:

    • -

      een kleine urnennis voor het plaatsen van asbus met of zonder urn voor een tijd van 5,10 of 20 jaar

    • -

      een grote urnennis  voor het plaatsen van maximaal 2 asbussen met of zonder urn voor een tijd van 5,10 of 20 jaar

Artikel 16 Gedenkplaatsen

De eigen gedenkplaatsen worden uitgegeven voor de tijd van 20 jaren.

Artikel 17 Termijnen eigen graven
  • 1. Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig of dertig jaar het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particulier graf is uitgegeven.

  • 2. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van vijf, tien of twintig jaren.

  • 3. Het in dit artikel bedoelde recht kan niet langer gelden dan tot het tijdstip, waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming als begraafplaats zal zijn onttrokken.

  • 4. Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 19, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

  • 5. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.

Artikel 18 Grafkelder

Burgemeester en wethouders kunnen aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden.

Artikel 19 Overschrijving van verleende rechten
  • 1. Het recht op een particulier graf kan op aanvraag verzoek van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op aanvraag van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

  • 2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het particulier graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed-of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

  • 3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn burgemeester en wethouders bevoegd het recht op het particulier graf te doen vervallen.

  • 4. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kunnen burgemeester en wethouders het particulier graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 20 Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particulier graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Artikel 21 Sluitingen van graven
  • 1. Op aanvraag van de rechthebbende kunnen burgemeester en wethouders een graf gesloten verklaren. Gedurende de tijd dat een graf gesloten is, mag daarop geen andere grafbedekking worden geplaatst en mag daarin geen andere begraving plaatshebben, of asbus worden bijgezet, dan wel as worden verstrooid dan die van de stoffelijke overschotten van de personen die de rechthebbende in zijn aanvraag met name heeft genoemd.

  • 2. Burgemeester en wethouders bepalen in overleg met de rechthebbende de periode waarvoor de in het eerste lid bedoelde sluiting zal geschieden. Zij stellen de bijzondere voorwaarden vast, waaraan moet zijn voldaan alvorens het graf gesloten wordt verklaard.

HOOFDSTUK 5 GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 22 Vergunning grafbedekking
  • 1. Voor het hebben van een grafbedekking is de schriftelijke vergunning nodig van burgemeester en wethouders.

  • 2. De rechthebbende van particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.

  • 3. Bij de schriftelijke aanvraag voor een vergunning tot het hebben van een gedenkteken behoort een werktekening in tweevoud te worden ingediend.

  • 4. Op deze werktekening dienen ten minste voor te komen:

    • a.

      een boven-, voor-, en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte, en lengtematen:

    • b.

      de soort, kleur, bewerking van het gebruikte materiaal;

    • c.

      de vermelding of de letters e.d. ingehakt, opgehakt of van metaal zijn;

    • d.

      de woordindeling van het opschrift en de plaats van figuratie (s);

    • e.

      de soort van het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop.

  • 5. De vergunning wordt alleen verleend naar de volgende maatstaven:

    • a.

      Op algemene graven mogen alleen liggende grafbedekkingen worden geplaatst indien deze voldoen aan de volgende maten:

      • -

        60 cm breed, 45 cm lang en 6 cm dik;

    • b.

      Op A-, B-graven waar geen achtergrondbeplanting aanwezig is mogen alleen liggende grafbedekkingen worden aangebracht, terwijl onder de grafbedekking een betonnen fundering moet worden aangebracht. Voor de grafbedekking en fundering gelden de volgende maten:

      • -

        de grafbedekking: 150 x 70 x 10 cm of 70 x 70 x 10 cm

      • -

        de fundering: 145 x 65 x 6 cm respectievelijk 65 x 65 x 6 cm;

    • c.

      Op gedeelten van de begraafplaats waar door aanwezige beplanting een achtergrond wordt gevormd, mogen op A- , B- en C-graven staande grafbedekkingen worden geplaatst, voorzien van een betonnen fundering. Voor grafbedekking en fundering zijn de volgende maten van toepassing:

      • -

        voor het staande gedeelte een hoogte van minimaal 60 cm tot maximaal 100 cm, een breedte van minimaal 65 cm tot maximaal 100 cm en een dikte van minimaal 5 cm tot maximaal 10 cm;

      • -

        voor de fundering zijn de maten naar evenredigheid aan het staande gedeelte;

    • d.

      Op A-, B-, C-graven mogen omrandingen worden aangebracht. Voor graven uitgegeven tot de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn de volgende maten van toepassing: Bij liggende grafbedekking zijn de afmetingen 200 x 90 cm, bandbreedte 10 cm en een banddikte van 6 cm tot 10 cm. Bij staande grafbedekking mag de omranding de grafmaat van 100 x 200 cm niet te buiten gaan;

    • e.

      Op A-, B-, C-graven welke zijn uitgegeven na de datum van inwerkingtreding van deze verordening mogen omrandingen worden aangebracht. Bij liggende en staande grafbedekking zijn de afmetingen 190 x 100 cm, bandbreedte 10 cm en een banddikte van 6 cm tot 10 cm. Bij staande grafbedekkingen is de maat 190 cm inclusief het staande gedeelte

    • f.

      Op D-graven is de maximale maat voor grafbedekking 130 x 260 cm en een variabele hoogte in overleg met de beheerder, indien dit niet verstorend is voor de omgeving.

    • g.

      Op graven waar kinderen met een leeftijd beneden de 12 jaar zijn begraven, mogen de maten van de grafbedekkingen afwijkend zijn, corresponderend met de grafmaat;

    • h.

      Staande stenen dienen op de sokkel te worden gemonteerd door middel van corrosievrije doken en dookgaten;

    • i.

      Alleen op graven met een omranding is het gebruik van steengruis, schelpen, fijn grind e.d. toegestaan mits het wordt aangebracht op een betonnen fundering welke uit een deel geheel is samengesteld;

    • j.

      op particlier urnengraven zijn de navolgende maten voor grafbedekking gesteld; een breedte van 80 cm en een lengte van 120 cm;

    • k.

      Op C-graven kan wat de maten van grafbedekking voor het staande gedeelte betreft, in overleg met de beheerder, worden afgeweken van voornoemde afmetingen, indien dit niet verstorend is voor de omgeving;

    • l.

      Op algemene urnengraven, het algemene verstrooiingsveld en de gedenkplaats mogen alleen liggende gedenkplaten worden aangebracht met een breedte van 35 cm, een lengte van 30 cm, een dikte van minimaal 4 cm en een hoogte van 10 cm.

    • m.

      Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van gedenktekens of van beplantingen op graven komen voor rekening van de rechthebbende

  • 6. Voor het tijdelijk verwijderen van een grafbedekking dient een schriftelijke verklaring, ondertekend door de rechthebbende, te worden overlegd aan de beheerder.

  • 7. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels.

  • 8. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren indien:

    • a.

      niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels;

    • b.

      de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    • c.

      de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    • d.

      de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

Artikel 23 Gedenkteken
  • 1. Voor gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde houtsoort.

  • 2. De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden.

Artikel 24 Losse bloemen en planten

Op een graf kunnen potplanten en bloemen in plastic vazen worden geplaatst. Het is toegestaan op een graf losse bloemen te leggen. Op een graf mogen eenjarige gewassen worden geplant.

Het is niet toegestaan losse voorwerpen van glas of een ander breekbaar materiaal op een graf te plaatsen of te leggen.

Artikel 25 Winterharde gewassen

De winterharde gewassen die op de graven worden geplant mogen bij volle wasdom de voor het graf beschikbare oppervlakte, alsmede een hoogte van 50 cm niet overschrijden of moeten door besnoeiing binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden.

Artikel 26 Grafbeplanting

Niet-blijvende beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft gedaan bij de beheerder.

Artikel 27 Verwijdering grafbedekking
  • 1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door burgemeester en wethouders worden verwijderd.

  • 2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd op een op het te ruimen graf te plaatsen bordje door burgemeester en wethouders bekend gemaakt, tenzij het adres van de rechthebbende bij burgemeester en wethouders bekend is. In dat geval maken zij hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief hun voornemen bekend.

  • 3. Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij burgemeester en wethouders ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog gedurende dertien weken ter beschikking van degene van wie een vergunning als bedoeld in artikel 22 was verleend. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde termijn.

  • 4. De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien:

    • -

      geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend is verstreken;

    • -

      de grafbedekking niet binnen drie maanden nadat deze van het graf is verwijderd, is afgehaald.

  • 5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een grafbedekking voor haar rekening en risico tijdelijk weg te nemen, indien dit voor het beheer van de begraafplaats noodzakelijk is.

Artikel 28 Onderhoud door de rechthebbende
  • 1. De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

  • 2. Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kunnen burgemeester en wethouders de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 3. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

  • 4. Burgemeester en wethouders kan de rechthebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van burgemeester en wethouders het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden

Artikel 29 Onderhoud door de gemeente

Burgemeester en wethouders voorzien in het schoonhouden en het na verzakking opnieuw stellen van het gedenkteken.

HOOFDSTUK 6 RUIMING VAN GRAVEN EN URNENGRAVEN

Artikel 30 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
  • 1. Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden, op een bij het te ruimen graf te plaatsen verwijzing naar de administratie en door vermelding op het informatiebord van de begraafplaats, ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat geval maken zij hem uiterlijk een jaar voorafgaande aan het bedoelde tijdstip per brief hun voornemen bekend.

  • 2. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de begraafplaats.

  • 3. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders.

  • 4. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen de beheerder vragen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.

  • 5. De rechthebbende op een particulier graf, kan de beheerder schriftelijk verzoeken om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weder in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven.

  • 6. De rechthebbende op een particulier urnengraf of urnennis kan de beheerder vragen deze ter beschikking te houden om elders bij te zetten of te doen verstrooien.

HOOFDSTUK 7 GEDEELTE VOOR KERKGENOOTSCHAP

Artikel 31 Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven
  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die afwijken van de regels krachtens de artikelen 3, eerste lid.

  • 2. Het bestuur van het kerkgenootschap kan bij burgemeester en wethouders een aanvraag indienen om hem mede te delen, dat er onderhoud of herstel door de rechthebbende nodig is van de grafbedekking op een of meer graven op het deel van de begraafplaats dat aan het kerkgenootschap ter beschikking is gesteld.

  • 3. Op grond van het in de tweede lid genoemde aanvraag delen burgemeester en wethouders het bestuur van het kerkgenootschap mede, dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en herstel behoeft. De mededeling laat de bevoegdheid van burgemeester en wethouders onverlet om de rechthebbende op de graven mede te delen dat de grafbedekking moet worden onderhouden of hersteld.

HOOFDSTUK 8 IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING

Artikel 32 Lijst
  • 1. Burgemeester en wethouders houden een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

  • 2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoeken burgemeester en wethouders of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

  • 3. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

HOOFDSTUK 9 INRICHTING REGISTER

Artikel 33 Voorschriften
  • 1. Burgemeester en wethouders stellen voorschriften vast voor het register van de begraven lijken en de bezorgde as.

  • 2. Het register wordt bijgehouden door de beheerder.

HOOFDSTUK 10 SLOTBEPALINGEN

Artikel 34 Overgangsbepaling

De rechten en verplichtingen met betrekking tot eigen graven die voortvloeien uit de ingevolge artikel 36 ingetrokken verordening, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan.

Artikel 35 Strafbepaling

Hij die handelt in strijd met artikel 3 lid 3 en artikel 4 lid 1 en 2 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 36 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt treed in werking op de dag na bekendmaking, met ingang van welke datum de bestaande “Beheersverordening Begraafplaats Duinrust 2003” vastgesteld bij raadsbesluit van 23 januari 2004, nummer 2003/5764 komt te vervallen.

Artikel 37 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Beheersverordening begraafplaats Duinrust Beverwijk 2007”.

Ondertekening

Beverwijk, 22 februari 2007
de raad voornoemd,
de griffier, de voorzitter,