Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland houdende regels omtrent parkeernormen Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018

Geldend van 23-03-2018 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018

Artikel 1 Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing bij alle planologische besluiten, te weten bestemmingsplannen, buitenplanse afwijkingen en kruimelgevallen. Tevens dient deze beleidsregel als toetsingskader voor omgevingsvergunningen. Deze beleidsregel is expliciet niet van toepassing op verkeersbesluiten.

Artikel 2 Beleidskader

Conform het geldende parkeerbeleid is eis dat extra benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd.

Artikel 3 stappenplan voor de parkeertoets

Het toetsen van ontwikkelingen binnen de reikwijdte geschiedt op basis van onderstaand stappenplan.

foto

Artikel 4. Het bepalen van de parkeervraag

  • 1. Het bepalen van de parkeervraag van zowel de functies die worden toegevoegd als de functies die verdwijnen geschiedt op basis van de parkeernormen zoals deze in bijlage 1 zijn opgenomen. Twee uitzonderingen:

    • a.

      Indien het huidig gebruik niet in overeenstemming is met hetgeen wettelijk toegestaan (illegaal gebruik). In dat geval wordt uitgegaan van de functie die er voorheen zat of, als dit niet meer dan 3 jaar geleden is geweest, met hetgeen is toegestaan volgens het bestemmingsplan.

    • b.

      In het geval er sprak is van een illegaal bouwwerk. Dan geldt dat de bijbehorende parkeerbehoefte van de functie in het illegale bouwwerk niet meegenomen wordt in het bepalen van de gevolgen van de ontwikkeling op de parkeerbehoefte.

  • 2. De geldende parkeernorm is bij veel functies ook afhankelijk van de ligging in het stedelijk gebied. Op onderstaande kaart worden de verschillende te onderscheiden gebieden aangegeven. In bijlage 2 staan detailtekeningen van de verschillende kernen.

    foto

  • 3. Voor de functie in de categorie “Wonen” geldt dat de parkeernorm ook afhankelijk is van de van toepassing zijnde prijsklasse. Deze wordt bepaald op basis van de regionale prijscategorisering. De meest actuele woningprijscategorisering is op te vragen bij de gemeente.

  • 4. Met de parkeernormen kan de piekbehoefte van afzonderlijke functies worden berekend. Voor zover gebruik gemaakt kan worden van openbaar toegankelijke parkeerplaatsen, wordt bij het bepalen van de parkeerbehoefte gebruik gemaakt van onderstaande aanwezigheidspercentages.

     

    werkdag

    ochtend

    werkdag

    middag

    werkdag

    avond

    koop-

    avond

    zaterdag

    middag

    zaterdag

    avond

    zondag

    middag*

    woningen

    50

    55

    100

    90

    70

    90

    80

    kantoor/bedrijven

    100

    100

    5

    5

    0

    0

    0

    commerciële dienstverlening

    100

    100

    5

    75

    0

    0

    0

    detailhandel

    30

    60

    10

    75

    100

    0

    0

    grootschalige detailhandel

    30

    60

    70

    80

    100

    0

    0

    supermarkt

    30

    60

    40

    80

    100

    40

    40

    sportfuncties binnen

    50

    50

    100

    100

    100

    100

    75

    sportfuncties buiten

    25

    25

    50

    50

    100

    25

    100

    bioscoop, theater, podium

    5

    25

    90

    90

    40

    100

    40

    sociaal cultureel

    10

    40

    100

    100

    60

    90

    25

    bibliotheek

    30

    70

    100

    70

    75

    0

    0

    museum

    20

    45

    0

    0

    100

    0

    90

    restaurant

    30

    40

    90

    95

    70

    100

    40

    café

    30

    40

    90

    85

    75

    100

    45

    sociaal medisch

    100

    75

    10

    10

    10

    10

    10

    verpleeg-/ verzorgingstehuis

    50

    50

    100

    100

    100

    100

    100

    dagonderwijs**

    100

    100

    0

    0

    0

    0

    0

    avondonderwijs

    0

    0

    100

    100

    0

    0

    0

    * op het moment dat een detailhandelsfunctie open is op zondag, geldt dat de percentages voor de koopavond van toepassing zijn.

    ** bij basisscholen en kinderdagverblijven wordt een belangrijk deel van de parkeerbehoefte bepaald door het parkeren voor halen en brengen. Dit deel van de parkeerbehoefte vindt alleen tijdens de haal- en brengtijden plaats.

  • 5. In het geval er voor een bepaalde functie geen van toepassing zijnde parkeernorm of aanwezigheidspercentages zijn opgenomen in deze beleidsregel geldt dat:

    • a.

      Eerst wordt gekeken of er actuele CROW-kengetallen beschikbaar zijn voor deze functie. Indien er een actueel parkeerkengetal beschikbaar is, geldt dat de bovengrens van dit kengetal als norm gehanteerd wordt.

    • b.

      Indien er geen actuele kengetallen zijn, geldt dat de aanvrager aan de hand van een mobiliteitsplan zal moeten aangeven wat de te verwachte parkeerbehoefte is.

  • 6. Bij het gebruik van de parkeernormen en aanwezigheidspercentages zijn de volgende zaken van toepassing:

    • a.

      Bij normen die uitgaan van bruto vloeroppervlak (bvo) is de dominantie functie bepalend. Alleen in gevallen waarbij duidelijk meerdere dominantie functies aanwezig zijn, dienen meerdere parkeernormen gebruikt te worden.

    • b.

      Wanneer niet vooraf bekend is welke functies zich in een gebouw gaan vestigen, wordt gekeken naar de volgens het bestemmingsplan toegestane functies. Bij het bepalen van de parkeerbehoefte wordt dan uitgegaan van een wat betreft gevolgen voor parkeren bezien representatieve maximale invulling van het volgens het bestemmingsplan toegestane programma.

    • c.

      Een onderdeel van de parkeernormering is het "aandeel bezoekers". Dat staat voor het percentage bezoekers dat per functie is te verwachten. Dit percentage is al meegenomen in de norm, dus de weergegeven normen zijn inclusief parkeren voor bezoekers. Het percentage bezoekers is relevant op het moment dat er gescheiden parkeervoorzieningen worden gerealiseerd voor bijvoorbeeld personeel en bezoekers. In dat geval wordt ook getoetst of de grootte van de verschillende parkeervoorzieningen afzonderlijk overeenkomt met de te verwachte parkeervraag vanuit de verschillende doelgroepen.

    • d.

      Bij veel van de parkeernormen staan aanvullende opmerkingen. Bij het toepassen van de parkeernormen is het altijd belangrijk om, voor zover mogelijk, te toetsen aan het feit of de functie die wordt toegevoegd of verwijderd ook aan deze kenmerken voldoet. Indien dat niet het geval is, geldt dat maatwerk benodigd is.

    • e.

      De (som van de) berekende parkeervraag wordt in hele getallen naar boven afgerond.

Artikel 5 Het bepalen van het parkeeraanbod

  • 1. In het kader van deze beleidsregel worden drie type parkeerplaatsen onderscheiden:

    • a.

      Parkeerplaatsen die enkel bestemd zijn voor één huishouden of één kenteken. Voor deze parkeerplaatsen geldt dat ze niet door anderen te gebruiken zijn als de eigenaren/rechthebbenden er zelf geen gebruik van maken. Bij dit type parkeerplaatsen kunnen dan ook geen aanwezigheidspercentages worden toegepast.

    • b.

      Parkeerplaatsen die enkel bestemd zijn voor alle gebruikers van één bepaalde functie. Bij deze parkeerplaatsen geldt dat de parkeervraag van een functie eerst voor zoveel als mogelijk binnen deze parkeercapaciteit wordt opgelost. Indien het aanbod van deze parkeerplaatsen niet op alle momenten van de dag/week voldoende is om te kunnen voorzien in de parkeervraag, geldt dat alleen voor wat betreft het nog extra aantal benodigde parkeerplaatsen een beroep gedaan zal worden op openbaar toegankelijke parkeerplaatsen.

    • c.

      Parkeerplaatsen die openbaar toegankelijk zijn. Dit betreffen parkeerplaatsen die door hun openbare karakter gebruikt kunnen worden door gebruikers van meerdere functies. Bij deze parkeerplaatsen geldt dat bij het bepalen van de totale parkeerbehoefte van een ontwikkeling maximaal gebruik kan worden gemaakt van de verschillen in aanwezigheidspercentages. Het is mogelijk dat openbaar toegankelijke parkeerplaatsen niet 24/7 toegankelijk zijn, bijvoorbeeld in het geval van een parkeergarage. Bij het bepalen van de mate van uitwisselbaarheid wordt dan bekeken in hoeverre de openingstijden van de parkeergarage overeenkomen met de van toepassing zijnde aanwezigheidspercentages.

  • 2. De afmetingen van nieuw te realiseren parkeerplaatsen en de wegen die de parkeerplaatsen ontsluiten dienen te voldoen aan de meest recente versie van het ‘Programma voor Standaardinrichting van de openbare ruimte’ van de gemeente Westland dan wel een opvolgend programma wat daarvoor in de toekomst in de plaats komt. Dit geldt zowel voor parkeerruimte in het openbaar gebied als op eigen terrein.

    In het geval van nieuw te bouwen stallings- en parkeergarages dient te worden voldaan aan de meest recente van toepassing zijnde NEN-normen. Leidend bij ‘meest recent’ is in beide gevallen de datum van aanvraag omgevingsvergunning.

  • 3. Er zijn verschillende manieren om bij een woning op eigen terrein een parkeervoorziening te realiseren. De tabel hieronder laat voor verschillende situaties zien welk aantal parkeerplaatsen wordt meegerekend bij het bepalen van het aanbod van parkeerplaatsen.

    Situatie

    Berekenings- aantal

    Opmerkingen ten aanzien van de maatvoering van opritten en garages

    enkele oprit zonder garage

    1

    Voor nieuw te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein van woningen gelden de volgende eisen ten aanzien van de maatvoering van opritten en garages:

    Enkele oprit min. 5,50m diep en 2,80m breed. Lange oprit min. 10,50m diep en 2,80m breed. Dubbele oprit minimaal 5,50m diep en 5,50m breed.Binnenmaat garage min. 2,80m bij 5,50m exclusief eventueel benodigde ruimte voor stallen van fietsen. 

    lange oprit zonder garage

    1,3

    dubbele oprit zonder garage

    2

    garage zonder oprit bij woning

    0,5

    garagebox niet bij woning

    0

    garage met enkele oprit

    1

    garage met lange oprit

    1,3

    garage met dubbele oprit

    2

Artikel 6. Afwijken van de eis van het parkeren op eigen terrein

  • 1. Het bepalen of afgeweken kan worden van de eis van parkeren op eigen terrein (artikel 2), wordt gedaan door middel van een integrale afweging.

  • 2.

    Als input voor deze integrale afweging wordt er vanuit het perspectief van parkeren allereerst gekeken of extra gebruik van bestaande openbaar toegankelijke parkeerplaatsen mogelijk en gewenst is. Om dit te bepalen is het nodig om de bestaande parkeerdruk in de directe omgeving in kaart te brengen:

    • a.

      Als er bij de gemeente voldoende actuele informatie beschikbaar is over de parkeerdruk in een gebied, vormt deze informatie uitgangspunt en kan deze informatie hiervoor worden gebruikt.

    • b.

      In situaties waarbij er, gelet op de functies in de omgeving en de bijbehorende parkeernormen en aanwezigheidspercentages, onderbouwd kan worden dat er op de relevante momenten ruimschoots voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn om te voorzien in zowel de parkeerbehoefte van de bestaande functies als die van de nieuwe ontwikkeling, kan een parkeertelling achterwege gelaten worden.

    • c.

      Anders is een parkeeronderzoek nodig. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk om de bestaande parkeerdruk in kaart te (laten) brengen. Eventuele kosten voor onderzoek zijn voor rekening van de initiatiefnemer.

  • 3.

    Indien er een parkeeronderzoek benodigd is, dan moet rekening gehouden worden met de volgende zaken:

    • a.

      De grootte van het te onderzoeken gebied, is afhankelijk van de maximaal aanvaardbare loopafstanden van zowel de functie(s) die worden toegevoegd als de bestaande functies in de directe omgeving. Zie hiervoor lid 5.

    • b.

      Het is van belang dat er bij het onderzoek rekening wordt gehouden met een eventuele openstaande parkeervraag van een voormalige functie die op het moment van onderzoek niet meer aanwezig is, maar waarvan de parkeerbehoefte nog wel verrekend mag worden met de aanvraag, eventuele tijdelijke leegstand in de directe omgeving of met eventuele andere initiatieven in de directe omgeving.

    • c.

      De voorwaarden en uitgangspunten voor het te houden parkeeronderzoek (grootte van het te onderzoeken gebied, onderzoeksperiode, onderzoeksmoment, onderzoeksfrequenties, eventuele aanwezigheid van belanghebbenden e.d.) worden altijd in samenspraak met de gemeente Westland bepaald.

    • d.

      De gemeente zal bij toetsing van het onderzoek bepalen of de resultaten van het onderzoek voldoende representatief en betrouwbaar worden geacht

  • 4. Als hetgeen in lid 2 niet mogelijk of niet gewenst is, kan in overleg met de gemeente worden bekeken of realisatie van extra parkeerplaatsen in het openbaar gebied mogelijk en gewenst is. Hierbij moet aan alle onderstaande voorwaarden worden voldaan:

    • a.

      De parkeerplaatsen dienen binnen een acceptabele loopafstand te worden gerealiseerd (zie hiervoor lid 5);

    • b.

      De initiatiefnemer betaalt voor de aanleg van de parkeerplaatsen;

    • c.

      De parkeerplaatsen worden openbaar.

  • 5.

    Bij het toepassen lid 3 en lid 4 worden de volgende maximaal aanvaardbare loopafstanden gehanteerd:

    Bij het gebruik van deze loopafstanden zijn de volgende zaken van toepassing:

    Hoofdfunctie

    Acceptabele loopafstanden

    Wonen

    100 meter

    Winkelen

    400 meter

    Werken

    400 meter

    Ontspanning

    150 meter

    Gezondheidszorg

    100 meter

    Onderwijs halen en brengen

    100 meter

    • a.

      Het betreft loopafstanden, dus niet hemelsbrede afstanden;

    • b.

      De gegeven afstanden zijn indicatief van aard. Het is ook belangrijk dat de aanwezige parkeerplaatsen binnen deze afstand tot het logische zoekgebied behoren van eventuele parkeerders. Als parkeerplaatsen ruimtelijk gezien in een dusdanig ander gebied liggen dat het niet te verwachten is dat gebruikers van de relevante functies hier zullen gaan zoeken naar een parkeerplek, mogen deze parkeerplaatsen niet worden meegeteld, ook al liggen ze binnen de maximaal aanvaardbare loopafstand.

Artikel 7 Inherente afwijkingsbevoegdheid

Van de parkeernormen in deze beleidsregel kan het bevoegd gezag in specifieke, uitzonderlijke gevallen, afwijken als blijkt dat in bepaalde situaties niet is voorzien of als burgers of ondernemingen onevenredig worden benadeeld. Dit conform artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 8 Citeerregel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt gelijktijdig in werking met het paraplubestemmingsplan Parkeernormen.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van 16 januari 2018.
De secretaris, De burgemeester,
A.C. Spindler, A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven

Bijlage 1: De parkeernormen

Bijlage 1: De parkeernormen

Bijlage 2: De gebiedsindeling ingezoomd

Bijlage 2: De gebiedsindeling ingezoomd

Bijlage 3: Toelichting

Bijlage 3: Toelichting