Verordening Jeugdhulp gemeente Son en Breugel 2018

Geldend van 15-03-2018 t/m heden

Intitulé

Verordening Jeugdhulp gemeente Son en Breugel 2018

De raad van de gemeente Son en Breugel;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 27 februari 2018, bijlage nr.: 09 - 2018;

gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet;

gezien het advies van de Adviesraad Sociaal Domein Son en Breugel;

overwegende dat:

  • -

    de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd;

  • -

    het beleidsplan Persoonlijk en Dichtbij, het Beleidsplan Jeugd 2013 en het Kader sociaal domein het principe één gezin, één plan, één regisseur ondersteunt;

  • -

    het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouder(s) en de jeugdige zelf ligt;

het noodzakelijk is hieromtrent regels vast te stellen:

  • -

    over de door het college te verlenen maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen;

  • -

    met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een maatwerkvoorziening;

  • -

    over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning of weigering van een maatwerkvoorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen;

  • -

    over de wijze waarop de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld;

  • -

    voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget alsmede misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet;

  • -

    ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering, en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan;

BESLUIT

vast te stellen de Verordening Jeugdhulp gemeente Son en Breugel 2018.

Artikel 1 Begripsbepalingen

Algemene voorziening: de vrij-toegankelijke voorziening als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, waarvoor geen beschikking door het college wordt afgegeven.

CMD: het kernteam van het Centrum Maatschappelijke Deelname in Son en Breugel is een multidisciplinaire organisatie die de toegangspoort vormt tot ondersteuning en hulpverlening.

College: het college van burgemeester en wethouders, dan wel personen die daartoe door het college zijn gemandateerd.

Familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak dat opgesteld wordt door de jeugdige en zijn ouder(s), samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren. Het familiegroepsplan kan worden ingezet als ondersteuningsplan, dit ter beoordeling van het college.

Gebruikelijke zorg: de normale, dagelijkse zorg die partner(s), ouder(s), inwonende kinderen of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden.

Gezin: elk leefverband van een of meer volwassenen die de verantwoordelijkheid dragen voor de verzorging en opvoeding van een of meerdere kinderen.

Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de wet.

Jeugdhulpaanbieder: de persoon als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;

Jeugdige: de persoon als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;

Maatwerkvoorziening: een op de jeugdige of zijn ouder(s) toegesneden, niet vrij-toegankelijke voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede lid, waarvoor het college een beschikking afgeeft.

Ondersteuningsplan: vormvrij hulpverleningsplan dat opgesteld wordt door het college in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouder(s) en wanneer noodzakelijk samen met de bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren. In het ondersteuningsplan staan alle vormen van ondersteuning en hulp die ten behoeve van de jeugdige of zijn ouder(s) worden ingezet en de doelen waaraan gewerkt wordt.

Ondersteuningsvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouder(s) aan (jeugd)hulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet.

Onderzoek: werkwijze waarbij de dienstverlener, de jeugdige en eventueel de ouder(s) de leefgebieden in kaart brengen, bekijken welke oplossingen mogelijk zijn en dit vervolgens verwerken in een ondersteuningsplan.

Ouder: de ouder als bedoeld in artikel 1.1 van de wet.

Overige voorziening: voorziening als bedoeld in artikel 2.9, onder a, van de wet, waarvoor geen beschikking van het college is vereist.

pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college toegekende voorziening aan een jeugdige of zijn ouder(s), die hen in staat stelt de jeugdhulp van derden te betrekken.

Wet: Jeugdwet.

Artikel 2 Vormen van jeugdhulp

  • 1. De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn beschikbaar:

    • -

      Informatie, consultatie en (handelings)advies, waaronder opvoedondersteuning;

    • -

      (pedagogische) hulp;

    • -

      kortdurende cliëntondersteuning.

  • 2. De gemeente biedt als maatwerkvoorzieningen voor jeugdhulp alle producten die zijn opgenomen in de Producten Diensten Catalogus (PDC).

  • 3. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de jeugdhulpvoorzieningen als bedoeld in het eerste en tweede lid en de uitwerking daarvan.

Artikel 3 Toegang tot jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist, jeugdarts, gecertificeerde instelling

Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist, jeugdarts of gecertificeerde instelling naar een jeugdhulpaanbieder en geeft hiervoor aan de aanbieder een toekenning af zonder inhoudelijke beoordeling en zonder ondersteuningsplan.

Artikel 4 Toegang tot jeugdhulp via de gemeente

  • 1. Jeugdigen of ouder(s) met een ondersteuningsvraag kunnen rechtstreeks contact opnemen met het CMD.

  • 2. Jeugdigen of ouder(s) met een ondersteuningsvraag kunnen bij het college een aanvraag indienen voor een maatwerkvoorziening, conform artikel 8.

Artikel 5 Onderzoek/intake

  • 1. Het college verzamelt, in overleg met de jeugdige of de ouder(s) de noodzakelijke en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek.

  • 2. De jeugdige of zijn ouder(s) verstrekken voorafgaand aan het gesprek aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouder(s) verstrekken in ieder geval desgevraagd een identificatiedocument ter inzage als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

  • 3. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouder(s) gemotiveerd afzien van een onderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.

Artikel 6 Gesprek/onderzoek

  • 1. In het gesprek over de ondersteuningsvraag tussen de jeugdige, de ouder(s) en het college en eventueel andere professionals kan gesproken worden over:

    • a.

      de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de ondersteuningsvraag;

    • b.

      het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;

    • c.

      het vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de ondersteuningsvraag te vinden;

    • d.

      de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening;

    • e.

      de mogelijkheden om jeugdhulp te krijgen via een algemene voorziening;

    • f.

      de mogelijkheden om een maatwerkvoorziening te verlenen;

    • g.

      de wijze waarop een mogelijk toe te kennen maatwerkvoorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen;

    • h.

      hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouder(s) en

    • i.

      de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, conform artikel 10, waarbij de jeugdige of zijn ouder(s) in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze.

  • 2. Het college informeert de jeugdige of de ouder(s) over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen gerichte toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken.

  • 3. Het college en de jeugdige of de ouder(s) kunnen in overleg afzien van het gesprek.

Artikel 7 Verslag en ondersteuningsplan

  • 1. Het college neemt de uitkomsten van het gesprek en onderzoek op in het ondersteuningsplan.

  • 2. Indien het gesprek naar het oordeel van het college leidt tot de toekenning van een maatwerkvoorziening, wordt zo spoedig mogelijk een ondersteuningsplan opgesteld, tenzij dit gelet op de aard van de te verlenen hulp niet noodzakelijk is.

  • 3. Het ondersteuningsplan wordt aan de jeugdige en/of de ouder(s) overhandigd.

  • 4. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige en/of de ouder(s) worden aan het verslag toegevoegd.

  • 5. Het ondersteuningsplan dient door de ouder(s) met gezag te worden ondertekend.

Artikel 8 Indienen aanvraag

  • 1. Jeugdigen of ouder(s) kunnen een aanvraag voor een maatwerkvoorziening mondeling, telefonisch, digitaal of schriftelijk indienen bij het college.

  • 2. Een voor akkoord ondertekend ondersteuningsplan, als bedoeld in artikel 7, wordt door het college als complete aanvraag voor een maatwerkvoorziening beschouwd.

  • 3. Het college legt de beslissing op de aanvraag voor een maatwerkvoorziening vast in een beschikking als bedoeld in artikel 11.

  • 4. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning, de wijze van beoordeling van en de afwegingsfactoren bij een maatwerkvoorziening.

Artikel 9 Toekenning maatwerkvoorziening

  • 1. Het college kent een maatwerkvoorziening toe wanneer wordt vastgesteld dat de jeugdige:

    • a.

      op eigen kracht of met gebruikelijke hulp van de ouder(s) of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn ondersteuningsvraag kan vinden;

    • b.

      geen oplossing kan vinden voor zijn ondersteuningsvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een algemene- of overige voorziening;

  • 2. Het college kent een maatwerkvoorziening toe wanneer een verwijzing zoals bedoeld in artikel 3 is afgegeven.

  • 3. Bij het verstrekken van de specialistische jeugdhulp in natura worden er in het ondersteuningsplan doelen vastgelegd.

  • 4. Het college is bevoegd om, al dan niet steekproefsgewijs, te onderzoeken of de verstrekte voorzieningen worden gebruikt of besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. Het college kan in het uitvoeringsbesluit nadere regels stellen met betrekking tot de controle op de besteding.

Artikel 10 Regels voor pgb

  • 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet en legt dit vast in een beschikking als bedoeld in artikel 11.

  • 2. De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura.

  • 3. Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld.

  • 4. Het college bepaalt bij nadere regeling onder welke voorwaarden de persoon aan wie een pgb wordt verstrekt de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk of van anderen.

Artikel 11 Inhoud beschikking

  • 1. In de beschikking tot toekenning van een maatwerkvoorziening wordt ten minste aangegeven of de voorziening in natura wordt verleend of als pgb wordt verstrekt en op welke wijze bezwaar gemaakt kan worden.

  • 2. Bij het verlenen van een voorziening in natura wordt in de beschikking tenminste vastgelegd:

    • a.

      welke de te verlenen voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is;

    • b.

      voor welke periode de voorziening verleend wordt;

    • c.

      hoe de voorziening wordt verleend; en indien van toepassing

    • d.

      welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.

  • 3. Bij het verlenen van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking ten minste vastgelegd:

    • a.

      voor welk resultaat het pgb wordt aangewend;

    • b.

      voor welke periode het pgb verstrekt wordt;

    • c.

      welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;

    • d.

      wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; en

    • e.

      wat de wijze van verantwoording is van de besteding van het pgb.

Artikel 12 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

  • 1.

    Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouder(s) op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een maatwerkvoorziening.

  • 2.

    Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een besluit aangaande een maatwerkvoorziening herzien dan wel intrekken indien het college vaststelt dat:

    • a.

      de jeugdige of zijn ouder(s) onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;

    • b.

      de jeugdige of zijn ouder(s) niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb zijn aangewezen;

    • c.

      de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten;

    • d.

      de jeugdige of zijn ouder(s) niet voldoen aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening of het pgb;

    • e.

      de jeugdige of zijn ouder(s) de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; of

    • f.

      het pgb binnen drie maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

  • 3.

    Als het college een besluit op grond van het tweede lid heeft ingetrokken, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldswaarde terugvorderen van de jeugdige of zijn ouder(s), van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb.

  • 4.

    Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde jeugdhulp, al dan niet steekproefsgewijs, de besteding van pgb’s.

Artikel 13 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering

Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering rekening met:

  • a.

    de aard en omvang van de te verrichten taken;

  • b.

    de voor de sector toepasselijke cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie;

  • c.

    een redelijke toeslag voor overheadkosten;

  • d.

    een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; en

  • e.

    kosten voor bijscholing van het personeel.

Artikel 14 Vertrouwenspersoon en cliëntondersteuning

  • 1. Het college zorgt ervoor dat jeugdige, ouder(s) en pleegouders een beroep kunnen doen op een vertrouwenspersoon.

  • 2. Het college wijst de jeugdige, ouder(s) en pleegouders op de mogelijkheid om gebruik te maken van kosteloze, onafhankelijke cliëntondersteuning.

Artikel 15 Privacy

Het college draagt zorg voor een privacy protocol dat voldoet aan de Wet bescherming persoonsgegevens.

Artikel 16 Klachtregeling

Het college stelt een regeling vast voor de afhandeling van klachten van jeugdigen en ouder(s) die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening.

Artikel 17 Cliëntenparticipatie

  • 1. Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp conform de gestelde regels in artikel 150 van de Gemeentewet over de wijze waarop inspraak wordt verleend.

  • 2. Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen omtrent jeugdhulp vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen en evaluaties betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.

  • 3. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.

  • 4. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.

Artikel 18 Evaluatie

Het college evalueert minimaal eenmaal per 2 jaar het gevoerde beleid. Het college informeert de gemeenteraad over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.

Artikel 19 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouder(s) afwijken van de bepalingen in deze verordening, wanneer toepassing van deze verordening of de hieruit voortvloeiende nadere regels, leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 20 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 15 maart 2018.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp gemeente Son en Breugel 2018.

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 15 maart 2018;

DE RAAD VAN DE GEMEENTE SON EN BREUGEL,

De griffier, Frans den Hengst

De voorzitter,Hans Gaillard