Nadere regels Jeugdhulp Edam-Volendam 2018

Geldend van 07-02-2018 t/m heden

Intitulé

Nadere regels Jeugdhulp Edam-Volendam 2018

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

  • -

    hoofdaannemer: de jeugdhulpaanbieder die een individuele voorziening levert en hiervoor een andere jeugdhulpaanbieder betrekt om het doel vastgelegd in het hulpverleningsplan te behalen;

  • -

    multiprobleemgezin: een gezin met weinig zelfredzaamheid en problemen op meerdere domeinen (bijvoorbeeld wonen, inkomen, relatie en gezondheid);

  • -

    onderaannemer: een door de hoofdaannemer ingezette jeugdhulpaanbieder die specifieke onderdelen van de jeugdhulpverlening op zicht neemt in opdracht van de hoofdaannemer.

Hoofdstuk 2 Algemene voorzieningen

Wordt niet ingevuld in de eerste versie van de nadere regels in verband met de ontwikkeling van nieuw beleid Sociaal Domein en jeugdbeleid.

Hoofdstuk 3 Individuele voorzieningen

Artikel 3.1 Ondersteuningsprofielen specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp
  • 1. Specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp wordt geleverd binnen één van de volgende elf ondersteuningsprofielen:

    • a.

      jeugdige met psychosociale problemen en problematische relaties tussen ouders (profiel 1);

    • b.

      jeugdige met ontwikkelings- en gedragsproblemen en ouders die problemen ervaren met opvoeden (profiel 2),

    • c.

      jeugdige met ouders met een ziekte of beperking (profiel 3),

    • d.

      jeugdige met ontwikkelings-, gedrags- en/of psychiatrische problemen met ouders met psychi(atri)sche problemen (profiel 4)

    • e.

      jeugdige met ontwikkelings- en gedragsproblemen door kind factoren (psychiatrisch en/of somatisch) (profiel 5),

    • f.

      jeugdige met ontwikkelings-, gedrags- en psychiatrische problemen binnen multiprobleemgezinnen (profiel 6),

    • g.

      jeugdigen met een verstandelijke beperking (profiel 7),

    • h.

      jeugdige met ontwikkelings- en gedragsproblemen met een beneden gemiddelde intelligentie (profiel 8),

    • i.

      jeugdige met een lichamelijke beperking of niet-aangeboren hersenletsel (profiel 9),

    • j.

      jeugdige van 0 – 6 jaar en hun gezin die gezien hun leeftijd en de complexiteit van de problematiek specifieke kennis, procesdiagnostiek en specifieke ouder/kind interventies behoeven (profiel 10),

    • k.

      jeugdige en gezin die in een crisissituatie terecht zijn gekomen (profiel 11),

  • 2. Een jeugdige ontvangt op enig moment altijd maar specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp binnen één ondersteuningsprofiel, tenzij naast zorg in natura tegelijkertijd een persoonsgebonden budget verstrekt wordt.

  • 3. Binnen het ondersteuningsprofiel dient de jeugdhulpaanbieder van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp alle benodigde jeugdhulp te bieden aan de jeugdige, eventueel door als hoofdaannemer aanvullend een onderaannemer in te schakelen.

  • 4. Binnen een gezin kunnen jeugdigen ieder specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp met een eigen ondersteuningsprofiel ontvangen.

  • 5. Specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp met ondersteuningsprofiel zoals bedoeld in eerste lid onderdeel k (profiel 11) kan gestart worden voorafgaande aan het besluit van het college.

Artikel 3.2 Intensiteiten specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp
  • 1. Specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp wordt geleverd met één van de volgende vier intensiteiten:

    • a.

      perspectief,

    • b.

      intensief,

    • c.

      duurzaam licht,

    • d.

      duurzaam zwaar.

  • 2. Het college bepaalt in het besluit de intensiteit van de hoogspecialistische jeugdhulp.

  • 3. Bij specialistische jeugdhulp bepaalt de jeugdhulpaanbieder samen met de jeugdige en/of zijn ouders de benodigde intensiteit van de hulp; het lokale team kan hiervoor een zwaarwegend advies meegeven.

  • 4. Een jeugdige ontvangt op enig moment altijd maar specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp met één intensiteit, tenzij naast zorg in natura tegelijkertijd een persoonsgebonden budget verstrekt wordt.

  • 5. Het college kan de noodzaak van de voortzetting van specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp met de intensiteiten duurzaam licht en duurzaam zwaar periodiek laten herbeoordelen door het lokale team.

Artikel 3.3 Kwaliteitseisen toegang lokale teams
  • 1. Het besluit tot inzet van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp wordt genomen door een gemandateerde zorgprofessional van het lokale team op basis van het gesprek met de jeugdige en/of zijn ouders en overleg met tenminste één andere gemandateerde zorgprofessional.

  • 2. De gemandateerde zorgprofessionals beschikken over de relevante deskundigheid volgens landelijke professionele richtlijnen om de vermoedelijke diagnose te bepalen die criterium is voor de betreffende zorgcategorie, andere vermoedelijke diagnoses uit te sluiten of prioritering van behandeling te kunnen bepalen.

  • 3. Bij meer complexe situaties wordt zo nodig meer gespecialiseerde deskundigheid geconsulteerd buiten het lokale team.

Hoofdstuk 4 Persoonsgebonden budget

Artikel 4.1 Hoogte van het persoonsgebonden budget
  • 1. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt berekend aan de hand van het aantal uren, dagdelen of etmalen dat de individuele voorziening nodig is maal het met de jeugdhulpverlener overeengekomen tarief.

  • 2. Voor de verschillende voorzieningen gelden voor professionele zorg de maximale tarieven van:

    • a.

      Ambulante zorg

      • ·

        Jeugdhulp I € 35,84 per uur

      • ·

        Jeugdhulp II € 65,00 per uur

      • ·

        Jeugdhulp III € 93,74 per uur

    • b.

      Groep

      • ·

        Groepsverband I € 44,30 per dagdeel

      • ·

        Groepsverband II € 73,92 per dagdeel

    • c.

      Verblijf

      • ·

        Verblijf specialistische jeugdhulp I € 101,00 per etmaal

      • ·

        Verblijf specialistische jeugdhulp II € 198,92 per etmaal

      • ·

        Verblijf specialistische jeugdhulp III € 264,51 per etmaal

    • d.

      Vergoeding vervoer:

      • ·

        Taxi (rolstoel)vervoer € 2,00 per kilometer

      • ·

        Eigen vervoer € 0,19 per kilometer

  • 3. Voor de verschillende voorzieningen gelden voor informele zorg de maximale tarieven van:

    • a.

      Ambulante niet-professionele zorg (door netwerk) € 20,00 per uur.

    • b.

      Verblijf niet-professionele zorg (door netwerk) € 40,00 per etmaal.

    • c.

      Vervoer niet-professionele zorg vergoeding € 0,19 per kilometer.

  • 4. Het tarief voor dyslexiezorg zoals genoemd in artikel 3.4 van de verordening bedraagt maximaal:

    • a.

      100% van de kostprijs van de goedkoopste door het college in 2017 ingekochte vergelijkbare voorziening bij de inzet van een medewerker in loondienst bij een zorgaanbieder;

    • b.

      85% van de kostprijs van de goedkoopste door het college in 2017 ingekochte vergelijkbare voorziening bij een zelfstandige zonder personeel.

Artikel 4.2 Criteria persoonsgebonden budget voor formele zorg
  • 1. Een professionele ondersteuner voldoet aan het Kwaliteitskader Jeugd. Dit blijkt uit het overleggen van:

    • a.

      Een registratie bij het SKJ (Stichting Kwaliteitszorg Jeugd), of;

    • b.

      Een inschrijving in het BIG (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg), of;

    • c.

      Een onderbouwing waarom de inzet van een niet geregistreerde professionele ondersteuner verantwoord is, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd.

  • 2. Ondersteuning kan niet geboden worden door iemand vanuit het sociaal netwerk als die, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, geboden moet worden door een geregistreerd professional.

Artikel 4.3 Criteria persoonsgebonden budget voor informele zorg
  • 1. Een ondersteuner uit het sociaal netwerk:

    • a.

      heeft de verplichting om verantwoorde hulp te bieden. Dit blijkt eruit dat de ondersteuner beschikt over de benodigde competenties, kennis en vaardigheden voor de zorgvraag.

    • b.

      Werkt aan de resultaten uit het perspectiefplan;

    • c.

      Beschikt over een VOG (behalve als de aanbieder een ouder is, zoals bedoeld in de jeugdwet);

    • d.

      Is verplicht bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling contact op te nemen met Veilig Thuis voor advies of het doen van een melding en maakt hierbij bij voorkeur gebruik van de Meldcode Huiselijk Geweld;

    • e.

      Meldt calamiteiten direct aan het lokale team.

  • 2. Beheer van het pgb is niet toegestaan door een professionele aanbieder die ook ondersteuning levert aan de pgb-houder. Uitgezonderd zijn familieleden in de eerste tot en met de derde graad.

  • 3. Er is geen vrij besteedbaar bedrag.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 5.1 Inwerkingtreding en intrekken oude Nadere regels
  • 1. Deze nadere regels treden in werking op 1 januari 2018.

  • 2. De nadere regels Edam-Volendam en Zeevang uit 2015 worden ingetrokken.

Artikel 5.2 Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels Jeugdhulp Edam-Volendam 2018.