Maatregelenpakket gebiedsgericht werken Zuid-Holland 2017

Geldend van 05-01-2018 t/m heden

Intitulé

Maatregelenpakket gebiedsgericht werken Zuid-Holland 2017 (Besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 5 december 2017, Prov. Blad 2018, 69)

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

Gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;

Overwegende dat het wenselijk is om door middel van een gebiedsgerichte aanpak bij te dragen aan het oplossen van dragende opgaven in Zuid-Holland;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Maatregelenpakket gebiedsgericht werken Zuid-Holland 2017

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;

  • b.

    gebied: gebieden zoals aangewezen in de bijlage , behorende bij deze regeling;

  • c.

    dragende opgaven: maatschappelijke vraagstukken die door de samenwerkende partijen in een gebied zijn benoemd en waarvan het oplossen noodzakelijk is voor de ontwikkeling van het gebied zoals per gebied benoemd in de bijlage, behorende bij deze regeling.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten en prestatie

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de activiteiten die zijn opgenomen in de bijlage, behorende bij deze regeling.

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

  • 3.

    De activiteit, bedoeld in het eerste lid, leidt tot het oplossen van de maatschappelijke vraagstukken, de dragende opgaven en de bijbehorende doelen, zoals per gebied benoemd in de bijlage, behorende bij deze regeling.

Artikel 3 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt uitsluitend verstrekt aan de penvoerder van een samenwerkingsverband die als zodanig is opgenomen in de bijlage , behorende bij deze regeling.

  • 2.

    De penvoerder is een rechtspersoon die door de samenwerkende overheden in een gebied als zodanig is aangewezen en gemachtigd.

  • 3.

    De penvoerder draagt de verantwoordelijkheid om namens de samenwerkende overheden subsidie aan te vragen, te ontvangen, te verantwoorden en alle overige correspondentie in het kader van de subsidie te verzorgen.

  • 4.

    Ten onrechte betaalde subsidiegelden kunnen worden teruggevorderd van de penvoerder.

Artikel 4 Aanvraagperiode

In afwijking van artikel 26, eerste lid, van de Asv kan een aanvraag voor subsidies als bedoeld in artikel 2 worden ingediend tot 1 december 2018.

Artikel 5 Aanvraagvereisten

In aanvulling op artikel 10 van de Asv gaat een aanvraag voor subsidie vergezeld van:

  • a.

    een visie, gebiedsprogramma en/of bestuursakkoord ten aanzien van de dragende opgaven, bedoeld in artikel 2, voor de lange termijn;

  • b.

    een overzicht van de aan de projecten deelnemende partijen;

  • c.

    een raming van de totale kosten;

  • d.

    een communicatieplan wat inzichtelijk maakt hoe dit specifieke programma of project zal communiceren over haar doelstellingen, mijlpalen, successen en de regionale samenwerking met de provincie Zuid-Holland;

  • e.

    een machtiging door de deelnemende partijen aan de penvoerder om de activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 lid 3 namens hen uit te voeren.

Artikel 6 Weigeringsgronden

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv kan subsidie als bedoeld in artikel 2 worden geweigerd voor zover:

  • a.

    de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de dragende opgaven als bedoeld in de bijlage, behorende bij deze regeling;

  • b.

    de activiteiten al eerder gefinancierd zijn met provinciale middelen;

  • c.

    de activiteiten deel uitmaakten van een eerdere subsidieaanvraag die door Gedeputeerde Staten geweigerd is op beleidsinhoudelijke gronden;

    • 2.

      In afwijking van artikel 11, eerste lid, onder a, van de Asv kan subsidie worden geweigerd indien de te subsidiëren activiteit al in uitvoering is voordat de aanvraag is ingediend.

Artikel 7 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 in aanmerking te komen, zijn de aanvrager, de activiteit(en) dan wel het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd en het bedrag waarop de gehele subsidieaanvraag ten hoogste kan worden vastgesteld opgenomen in de bijlage, behorende bij deze regeling.

Artikel 8 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie in aanmerking de kosten die rechtstreeks betrekking hebben op de uitvoering van activiteiten die bijdragen aan de dragende opgaven als bedoeld in de bijlage, behorende bij deze regeling.

  • 2.

    De kosten die betrekking hebben op het programmamanagement van de penvoerder komen in aanmerking tot maximaal 10% van de subsidie, met een maximum van 50.000 euro.

Artikel 9 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie per gebied bedraagt ten hoogste het bedrag zoals opgenomen in de bijlage 1, behorende bij deze regeling.

Artikel 10 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 10 Verplichtingen van de subsidieontvanger

In aanvulling op de artikelen 18 en 19 van de Asv worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    de activiteiten, bedoeld in artikel 2, zijn uiterlijk 28 februari 2019 in uitvoering;

  • b.

    de activiteiten, bedoeld in artikel 2, zijn uiterlijk 28 februari 2023 voltooid.

Artikel 11 Bevoorschotting en betaling

Het voorschot wordt op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte in termijnen uitgekeerd waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

Artikel 12 Voortgang

  • 1.

    Voor een in de beschikking tot subsidieverlening te bepalen datum dient de penvoerder jaarlijks een voortgangsrapportage te overleggen aan Gedeputeerde Staten.

  • 2.

    De voortgangsrapportage bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      een beschrijving van de activiteiten die zijn uitgevoerd;

    • b.

      een beschrijving van de wijze waarop de uitgevoerde activiteiten hebben bijgedragen aan de dragende opgaven, zoals beschreven in bijlage 1, behorende bij deze regeling;

    • c.

      de activiteiten voor het komende kalenderjaar;

    • d.

      eventuele wijzigingen in de visie, gebiedsprogramma en/of bestuursakkoord ten aanzien van de dragende opgaven;

    • e.

      eventuele wijzigingen in de deelnemende partijen;

    • f.

      de bestedingen ten laste van de subsidie.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 14 Werkingsduur en overgangsrecht

Deze regeling vervalt op 1 maart 2024, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 15 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Maatregelenpakket gebiedsgericht werken Zuid-Holland 2017.

Ondertekening

Den Haag, 5 december 2017
Gedeputeerde staten van Zuid-Holland
drs. J.H. de BAAS, secretaris
drs. J. SMIT, voorzitter

Bijlage 1

Gebieden

In deze bijlage wordt per gebied omschreven welke dragende opgaven door de gebieden zijn geformuleerd. Het maatregelenpakket gebiedsgericht werken kenmerkt zich door het maatwerk per gebied en is flexibel van aard. De dragende opgaven, zoals benoemd per gebied, kunnen aangepast worden wanneer er veranderingen zijn in de visie, het gebiedsprogramma en/of bestuursakkoord zoals besloten door de samenwerkende partijen in het gebied. Projecten dienen een bijdrage te leveren aan de dragende opgaven. Een overkoepelend raamwerk hiervoor is te vinden in het onderstaande ‘Beleidsfiche’.

Gebied: Hoeksche Waard

Penvoerder: Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard

Maximale subsidie: € 1.262.500

Dragende opgaven:

De kernopgave is het vitaal houden van de regio Hoeksche Waard. Met het gebiedsprogramma willen regio en provincie de economische vitaliteit van het gebied versterken en de kwaliteit van de leefomgeving op niveau houden. Om deze reden wordt ingezet op een aanpak die een bijdrage kan leveren aan versterking van de economie en verbetering van de leefkwaliteit.

Het programma richt zich op vijf thema’s waar opgaven onder samengebracht zijn. De vijf thema’s zijn:

  • -

    Duurzame landbouw: doel voor deze opgave is om een (inter)nationale koploper in het toepassen van innovatieve technieken en werkwijzen te worden/blijven. Hierdoor behoudt de regio ook in de toekomst de status als top landbouw gebied.

  • -

    Energie: De Hoeksche Waard heeft een energievisie opgesteld met een uitvoeringsprogramma. De focus van het programma ligt op energiebesparing en energieopwekking. Voor het thema energie zijn de opgaven uit het uitvoeringsprogramma opgenomen waar betrokkenheid van de provincie gewenst is om de gestelde doelen te halen.

  • -

    Bereikbaarheid: hier zijn nog geen projecten voor.

  • -

    Natuur en recreatie: het versterken van zowel natuur, recreatie als toeristische mogelijkheden in de Hoeksche Waard.

  • -

    Demografische ontwikkelingen: inzetten op het verbeteren van de (economische) vitaliteit van de sterk vergrijzende en ontgroenende Hoeksche Waard. Vitaliteit wordt versterkt door gebruik te maken van de regionale specifieke potentie mede in relatie tot de strategische ligging nabij de zuidelijke Randstad.

Gebied: Alblasserwaard-Vijfheerenlanden

Penvoerder: Regiobureau AV

Maximale subsidie: € 510.000

Dragende opgaven:

  • -

    Versterken van de waterveiligheid in relatie tot ruimte en klimaat adaptief

  • -

    Snellere stappen naar een duurzame landbouw gekoppeld aan bodemdalingsvraagstuk en landschappelijke kwaliteit;

  • -

    Versterken economische positie maritiem cluster en breder;

  • -

    Bereikbaarheidsopgave van de economische corridors;

  • -

    Ontwikkelen toeristisch-recreatief profiel A5H;

  • -

    De verstedelijkingsopgave van de randen (Drechtsteden en Gorinchem)

  • -

    Sociale vitaliteit, energie transitie en ruimtelijke kwaliteit.

Gebied: Goeree Overflakkee

Penvoerder: Gemeente Goeree Overflakkee

Maximale subsidie:€ 2.590.000

Dragende opgaven:

Goeree-Overflakkee streeft naar het toekomstbeeld van een sterk energieneutraal eiland waar gezonde voedsel(productie) en duurzame energiewinning bepalend zijn voor de economische groei in de regio. Met het gebiedsprogramma willen regio en provincie de sociale en economische vitaliteit van het gebied versterken door middel van:

  • -

    Verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving en versterken van recreatie en toerisme;

  • -

    Stimuleren van innovatie in visserij, landbouw, recreatie en zorg;

  • -

    Realiseren van duurzame energie en fungeren als proeftuin voor innovaties;

Verbeteren van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid.

Projectonderwerpen

  • -

    Energy Island

  • -

    Duurzame en innovatieve Landbouw

  • -

    Smart Water

  • -

    Versterken poorten rond Haringvliet

Gebied: Alphen aan de Rijn - Midden-Holland - Woerden

Penvoerder: Gemeente Alphen aan de Rijn

Maximale subsidie:€ 1.530.000

Dragende opgaven:

  • -

    Versterking economische profiel regio Midden-Holland en Woerden;

  • -

    Tegengaan bodemdaling;

  • -

    Recreatieve ontwikkeling Groene Hart;

  • -

    Versterken van de vrijetijdseconomie in de gemeenten langs de Hollandsche lJssel.

Gebied: Leidse Regio

Penvoerder: Holland Rijnland

Maximale subsidie: € 150.000

Dragende opgave:

De Leidse regio is een uniek gebied; met haar historische kernen, grenzend aan de Limes, omgeven door vijf bijzondere landschappen met de Kust binnen handbereik.

Dragende opgaven in dit gebied zijn:

  • -

    Verstedelijking: het gaat om 36.000 woningen, waarvan 80 % binnenstedelijk. Dit vraagt om meerdere complexe transformaties met multifunctionele programma’s; waar wonen, winkelen, groen en ruimtelijke kwaliteit op een evenwichtige manier worden gerealiseerd, inclusief de bijbehorende bereikbaarheid. Dit kan niet zonder keuzes en bijbehorende sanering.

  • -

    Economische schaalsprong: vanuit bestaande kwaliteiten een stap voorwaarts maken. Dat betekent onder meer dat we bioscience als bedrijventerrein doorontwikkelen naar een groene campus

Toelichting

Algemeen

Waarom gaan we gebiedsgericht werken?

De provincie Zuid-Holland vindt het belangrijk om zich in te zetten voor programma’s en projecten die een bijdrage leveren aan de diverse maatschappelijke opgaven. Een goede gebiedsgerichte samenwerking is daarbij van groot belang. Maatschappelijke opgaven worden immers steeds complexer; de provincie kan het niet meer alleen. Ook de positie van overheden (zo ook de provincie) is aan verandering onderhevig.

Om dit te bereiken stelt de provincie in toenemende mate de maatschappelijke vraag centraal. De provincie zet zich in als partner en medefinancier in nieuwe, kansrijke coalities die starten op basis van dragende opgaven en energie in de regio zelf. Dit om uiteindelijk te zorgen voor de daadwerkelijke realisatie van projecten en programma’s die het verschil maken in de samenleving.

Met het beschikbaar stellen van middelen voor deze kansrijke projecten zet de provincie een volgende stap in een gebiedsgerichte benadering van maatschappelijke opgaven. Het maatregelenpakket Gebiedsgericht Werken vormt hiervoor een belangrijk kader. Daarbij is gekozen voor een grote mate van flexibiliteit, aangezien opgaven in de loop van de tijd kunnen veranderen.

Totstandkoming gebieden, dragende opgaven en projecten

Vanaf begin 2017 is er een proces bij de provincie Zuid-Holland gestart waarbij de gebieden, zoals beschreven in bijlage 1, gedefinieerd zijn. Hierbij wordt een gebied gedefinieerd op basis van de opgaven die er zijn, niet de grenzen van de WGR regio’s.

De dragende opgaven vormen de basis voor het gebied, deze zijn opgesteld door experts van verschillende vakgebieden die in het gebied werkzaam zijn. De dragende opgaven zijn de belangrijke opgaven die het verschil maken in het gebied. Het brengt daarmee focus in de verscheidenheid van complexe problemen in elk gebied.

Op basis van de dragende opgaven in het gebied is door de gebiedsteams een ‘gebiedsverhaal’ opgesteld. Dit verhaal is gebruikt om met het desbetreffende gebied in gesprek te treden en de dragende opgaven te bevestigen, aan te passen of aan te vullen.

Samen met het gebied en Gedeputeerde Staten is vervolgens bepaald welke projecten het meest bijdragen aan de dragende opgaven. Deze projecten zijn opgenomen in de Voorjaarsnota 2017 met een bedrag van € 6,085 miljoen.

Investeringsimpuls gebiedsgericht werken

Op 9 november 2016 hebben Provinciale Staten, in het kader van de vaststelling van de Begroting 2017, € 7 miljoen gereserveerd voor gebiedsgericht werken (waarvan € 2 miljoen uit amendement A524, aangenomen bij de behandeling van de Kadernota 2017-2020). Bij de behandeling van de Begroting is bepaald dat deze middelen eventueel beschikbaar worden gesteld bij de vaststelling van de Voorjaarsnota 2017.

In de Voorjaarsnota 2017 is een bedrag van € 6,085 miljoen toegewezen aan een breed scala aan gebiedsprojecten. Door voor deze projecten middelen beschikbaar te stellen levert de provincie een bijdrage aan het oplossen van vraagstukken die in de diverse gebieden aan de orde zijn.

Samenhang met het Regionaal Investeringsprogramma

Gebiedsgericht werken kent een grote samenhang met het Regionaal Investeringsprogramma voor de Zuidelijke Randstad. Het gaat bij beide onderwerpen om het leveren van een bijdrage aan de versterking van gebieden, waarbij de focus van het Regionaal Investeringsprogramma meer project georiënteerd is. Daarnaast gaat het om versnellingsgelden die er toe moeten leiden dat projecten daadwerkelijk gerealiseerd worden. In veel gevallen dragen de projecten bij aan zowel de doelstellingen op het gebied van gebiedsgericht werken als het Regionaal Investeringsprogramma.

Samenhang met reguliere budgetten

De investeringsimpuls moet nadrukkelijk worden gezien als een extra impuls naast investeringen die de provincie al doet vanuit reguliere budgetten. De impuls wordt ingezet voor projecten waar geen regulier budget voor beschikbaar was, maar die passen bij een gebiedsgerichte aanpak en een bijdrage leveren aan een regionale ruimtelijk-economische versterking. Hiermee profileert de provincie zich als “investeerder in de maatschappij”. Met een gebiedsgerichte aanpak wordt de impuls ingezet op projecten die een wezenlijke bijdrage leveren aan het oplossen van vraagstukken die in de diverse regio’s aan de orde zijn.

Werken vanuit een gebiedsgerichte benadering

Om te komen tot een effectieve inzet van de investeringsimpuls is een gebiedsgerichte benadering cruciaal. Een benadering waarbij de dragende opgaven in gebieden centraal staan en die er toe leidt dat er projecten worden gefinancierd die een bijdrage leveren aan deze dragende opgaven. En een benadering waarbij zoveel als mogelijk aangesloten wordt bij lopende gebiedsinitiatieven en –processen. Dit vraagt om maatwerk voor elk van de gebieden. Maatwerk ten aanzien van de opgaven, maatwerk in de door en met de regio uitgewerkte projecten en maatwerk in het tempo. En daaraan gekoppeld ook maatwerk in de financiële ondersteuning ten behoeve van de uitvoering van de projecten.

Voor de inzet van deze middelen zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd:

  • 1.

    De projecten zijn gekoppeld aan ‘dragende opgaven’ in verschillende gebieden. Zij bepalen de inhoudelijke richting en bundeling van de impulsen;

  • 2.

    De extra provinciale bijdrage moet het “verschil” maken waardoor een project nu wel in uitvoering genomen kan worden of een trigger kan zijn waardoor ook bijdragen van anderen beschikbaar komen;

  • 3.

    Het gaat om een impuls die, bij voorkeur, leidt tot (extra) cofinanciering;

  • 4.

    De bijdrage mag niet al bestaand geld vervangen;

  • 5.

    De impuls moet leiden tot een zichtbaar resultaat, bij voorkeur voor het einde van de collegeperiode;

  • 6.

    Het kan gaan om de inzet van procesgeld, gericht op latere investeringen;

Het gaat om maatwerk per gebied.

Europese staatssteunregelgeving

De provincie toetst subsidieaanvragen onder andere aan de Europese staatssteunregelgeving. Staatssteun omvat, kort gezegd, niet-marktconforme voordelen van de overheid aan bepaalde ondernemingen, waarmee het handelsverkeer ongunstig wordt beïnvloed. Als een aangevraagde subsidie leidt tot het verstrekken van onrechtmatige staatssteun dan kan de provincie deze weigeren.

Provinciale subsidies aan ondernemingen voldoen doorgaans aan de staatssteuncriteria en zouden daarom in beginsel ter goedkeuring moeten worden aangemeld bij de Europese Commissie. De aanmeldingsplicht kent echter een aantal uitzonderingen. Zo biedt de zogenaamde Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) en de Landbouwvrijstellingsverordening (LVV) voor bepaalde categorieën steun de mogelijkheid deze onder voorwaarden direct te verlenen. Deze verordeningen zien op steunmaatregelen die reëel bijdragen aan het scheppen van banen en het versterken van het Europese concurrentievermogen. Hierover dient de Europese Commissie slechts via een kennisgeving te worden geïnformeerd.

Daarnaast levert subsidie die onder de zogenaamde de-minimisverordening valt geen staatssteun op. Deze verordening is van toepassing op gevallen waarin het bruto steunbedrag, ongeacht vorm en doel en vóór aftrek van de directe belastingen, voor een onderneming over een periode van drie belastingjaren het plafond van € 200.000,- niet overschrijdt. Voor de landbouw- en visserijsector gelden specifieke de-minimisplafonds van € 15.000,- respectievelijk € 30.000,-. In voorkomend geval dient de subsidieontvanger een de-minimisverklaring te ondertekenen, waarmee wordt aangetoond dat het plafond niet wordt overschreden.

De Europese Commissie heeft overigens de bevoegdheid om de provincie op te dragen een in strijd met de Europese staatssteunregelgeving verstrekte subsidie terug te vorderen tot 10 jaar na de dag waarop de subsidie aan de subsidieontvanger is verstrekt. Nationale termijnen voor terugvordering staan hieraan niet in de weg.

Artikel 1 Begripsbepalingen

De dragende opgaven van de gebieden, zoals benoemd in bijlage 1, zijn benoemd als resultaat van een samenwerking tussen de provincie en de diverse regio’s. De samenwerkende partijen waarmee deze zijn opgesteld verschillen per gebied.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten en prestatie

Het maatregelenpakket is bedoeld om activiteiten te subsidiëren die een zichtbare bijdrage leveren aan het oplossen van dragende opgaven in gebieden in Zuid-Holland. Daarbij bepaalt de opgave de omvang van het gebied. Het kan gaan om een breed scala aan activiteiten. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt op gebiedsniveau gekeken in hoeverre de activiteiten een bijdrage leveren aan de dragende opgaven.

De subsidie wordt verstrekt in de vorm van een zogeheten gebiedsbeschikking. Dit geeft meer vrijheid aan de uitvoerders van de activiteiten dan een ‘klassieke’ projectsubsidie. Zo is het mogelijk om met projecten/programma’s te schuiven qua planning of budget. Ook is het mogelijk om een project/programma te vervangen door een ander, indien het oorspronkelijke project toch niet wenselijk/uitvoerbaar is. Hiermee wordt het financieel instrumentarium flexibel en adaptief en kan er worden ingespeeld op de actuele dragende opgaven in gebieden.

In de subsidiebeschikking wordt geregeld welke schuifruimte er is. Zo kan in de beschikking worden opgenomen dat schuiven tussen projecten binnen een thema wel zonder meer mogelijk is, maar schuiven tussen de thema’s alleen met instemming van de provincie mogelijk is.

Artikel 3 Doelgroep

De regeling gaat uit van aanvragen die worden ingediend door medeoverheden. Daarbij wordt aangesloten op de projecten zoals die zijn ingediend ten behoeve van de besteding van de investeringsimpuls gebiedsgericht werken (waarover door Provinciale Staten op 28 juni 2017 een besluit is genomen).

Partijen benoemen in een gezamenlijk proces de dragende opgaven en de benodigde maatregelen. De samenwerkende overheden stellen hiervoor samen met gebied een penvoerder vast, dit is de contactpersoon voor de provincie. Samen maken zij één pakket/programma om vervolgens de provinciale subsidie te verkrijgen. Door te werken met één penvoerder is het gebied zelf aan zet voor de uitvoering van projecten ten behoeve van de dragende opgaven.

Per gebied zal een rechtsorgaan als penvoerder functioneren. In bijlage 1, behorende bij deze regeling, zijn de penvoerders per gebied opgenomen.

Artikel 5 Aanvraagvereisten

Een belangrijke voorwaarde voor de toekenning van de subsidie is de mate waarin een bijdrage wordt geleverd aan dragende opgaven. Daarom wordt aan de samenwerkende overheden om een visie, gebiedsprogramma en/of bestuursakkoord te geven op de dragende opgaven. Op deze manier wordt helder in hoeverre de activiteiten een bijdrage leveren aan de lange termijn ontwikkeling van het gebied.

Voor de inhoud van de visie, gebiedsprogramma of bestuursakkoord is geen vast stramien, dit vanwege de verschillen tussen de gebieden. Het is van voornamelijk van belang dat de inhoud en de bijbehorende criteria en voorwaarden in samenwerking met het gebied en de provincie tot stand komt.

De investeringsimpuls heeft als doel om de lokale economie te versterken en het potentieel van de regio ten volle te benutten. De provincie investeert hiermee in bestaande ambities in de regio’s waarvoor eerder onvoldoende middelen waren. GS vindt het belangrijk dat de impulsen leiden tot een zichtbaar resultaat en dat het voor de inwoners van Zuid-Holland duidelijk is dat de provincie juist die initiatieven ondersteunt die oplossingen bieden voor belangrijke vraagstukken in de regio’s. Daarom het verzoek om naast de subsidie aanvraag, een communicatieplan in te dienen wat inzichtelijk maakt hoe dit specifieke programma of project zal communiceren over haar doelstellingen, mijlpalen, successen en de regionale samenwerking inclusief met de provincie. Ook graag aandacht voor de wijze waarop dit soort zaken gedeeld zullen worden met de regionale & lokale media en de communicatieafdelingen van de partners, waaronder die van de provincie Zuid-Holland.

Artikel 6 Weigeringsgronden

Het budget voor gebiedsgericht werken moet worden gezien als complementair aan de reguliere provinciale budgetten. Daarom is er voor gekozen om in de regeling expliciet op te nemen dat de aanvraag geweigerd kan worden indien deze activiteiten omvat die gefinancierd zijn met provinciale middelen.

Ook is expliciet bepaald dat aanvragen waarin activiteiten zijn opgenomen die reeds eerder door Gedeputeerde Staten zijn afgewezen op basis van beleidsinhoudelijke gronden, opnieuw afgewezen kunnen worden (zogeheten tweede kans projecten). Op deze wijze wordt voorkomen dat de aanvragende partij via een omweg alsnog aanspraak kan maken op middelen voor activiteiten waarvan Gedeputeerde Staten in een eerder stadium hebben besloten dat deze onvoldoende bijdragen aan de ontwikkeling van het gebied. Door afwijzing op basis van beleidsinhoudelijke gronden worden projecten die door het bereiken van een subsidieplafond zijn afgewezen niet uitgesloten.

In de Asv is bepaald dat een aanvraag geweigerd wordt indien er al gestart is met de uitvoering van projecten. Door het opnemen van een extra bepaling in de regeling wordt hierin flexibiliteit geboden. GS zijn hierdoor niet verplicht om een dergelijke aanvraag te weigeren maar kunnen dat doen indien daar gegronde redenen voor bestaan.

Artikel 8 Subsidiabele kosten

De beperking van 10% subsidiabele kosten voor het programmamanagement van de penvoerder maakt deel uit van de gehele subsidieaanvraag. Met deze regel wil Gedeputeerde Staten er voor zorgen dat het grootste gedeelte van het subsidiebedrag wordt ingezet voor de daadwerkelijke realisatie van het oplossen van de dragende opgaven in de gebieden zoals benoemd in de bijlage, behorende bij de regeling. Om hoge programmamanagementkosten te voorkomen zijn de subsidiabele kosten voor het programmamanagement beperkt tot 10% van de gehele subsidieaanvraag en is tevens een maximumbedrag opgenomen.

Artikel 9 Subsidiehoogte

Gedeputeerde Staten gaan er van uit dat er in de diverse gebieden sprake is van cofinanciering voor de gevraagde activiteiten. Cofinanciering is gewenst omdat daarmee het commitment van de samenwerkende partijen zichtbaar is.

Artikel 10 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De investeringsimpuls gebiedsgericht werken gaat uit van start van de uitvoering van de activiteiten voor het einde van de collegeperiode 2015 – 2019. Daarom is in de regeling deze termijn opgenomen. Daarbij wordt voor de afronding van de projecten vier jaar extra gegeven, zodat de uitvoerende partij tot en met februari 2023 de tijd heeft om het project af te ronden.

Artikel 12 Voortgang

Het Maatregelenpakket gebiedsgericht werken heeft tot doel flexibel en adaptief te zijn. Daarom wordt aan de penvoerder een voortgangsrapportage gevraagd die niet alleen dient als verantwoording, maar juist ook tot doel heeft om met elkaar te bepalen of de projecten en opgaven nog actueel zijn dan wel of er een aanpassing gewenst is. Op deze wijze wordt aan het gebied ruimte gegeven voor de introductie van nieuwe opgaven en/of activiteiten. Vanzelfsprekend dient dit wel gepaard te gaan met een aanpassing van de bijlage.

Tevens wordt gevraagd in de voortgangsrapportage op te nemen of er wijzigingen zijn opgetreden in de samenstelling van de samenwerkende partijen. Dit laat onverlet dat indien een dergelijke wijzing aan de orde is, Gedeputeerde Staten er van uit gaan dat zij hiervan onverwijld in kennis worden gesteld.