Verordening op de heffing en invordering van marktgelden Den Haag 2018

Geldend van 01-01-2018 t/m 01-01-2020

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van marktgelden Den Haag 2018

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

-

college

burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag

-

dag:

de tijdspanne, als vermeld in artikel 1:2 van het Marktreglement Den Haag 2016;

-

dagplaats:

de dagplaats zoals bedoeld in artikel 1 van de Marktverordening Den Haag 2016;

-

flexplaats:

de flexplaats zoals bedoeld in artikel 1 van de Marktverordening Den Haag 2016;

-

kwartaal:

periode van drie opeenvolgende maanden in een jaar aanvangende op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober;

-

markt:

de markt zoals bedoeld in artikel 1 van de Marktverordening Den Haag 2016;

-

marktgelden:

gelden zoals bedoeld in artikel 1 van de Marktverordening Den Haag 2016 en zoals bedoeld in artikel 229, eerste lid van de Gemeentewet;

-

marktregister:

het register zoals bedoeld in artikel 5 van de Marktverordening Den Haag 2016;

-

marktvergunning:

de vergunning zoals bedoeld in artikel 1 van de Marktverordening Den Haag 2016;

-

standplaats:

de standplaats zoals bedoeld in artikel 1 van de Marktverordening Den Haag 2016;

-

standwerken:

het standwerken zoals bedoeld in artikel 1 van de Marktverordening Den Haag 2016

-

vaste standplaats:

de vaste standplaats zoals bedoeld in artikel 1 van de Marktverordening Den Haag 2016.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam marktgelden worden rechten geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, bestaande uit:

  • a.

    het ter beschikking stellen van een standplaats op de door het college ingestelde warenmarkten, zoals vermeld in het Marktreglement Den Haag 2016  voor het uitoefenen van de markthandel en daarmee verband houdende handelingen of het gebruik van verstrekte hulpmiddelen;

  • b.

    het in behandeling nemen van aanvragen en verzoeken zoals genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

De marktgelden worden geheven van:

  • a.

    degene aan wie een in artikel 2, onder a, genoemde standplaats ter beschikking is gesteld;

  • b.

    de aanvrager van de in artikel 2, onder b, omschreven dienst dan wel degene ten behoeve van wie deze dienst is verleend.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De marktgelden worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Wijze van heffen

  • 1. De marktgelden worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt verstaan een factuur, nota of andere schriftuur.

  • 2. Het gevorderde bedrag wordt aan de belastingschuldige bekendgemaakt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving.

Artikel 6 Heffingstijdvak

  • 1. Voor de marktgelden als bedoeld in artikel 2, onder a, is het heffingstijdvak gelijk aan een kwartaal of een dag, tenzij bij één van deze tijdvakken uit de marktvergunning blijkt dat een korter tijdvak van toepassing is.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid kan ook voor elk belastbaar feit afzonderlijk marktgelden worden geheven.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1. Marktgelden zoals bedoeld in artikel 2, onder a, zijn verschuldigd bij de aanvang van een heffingstijdvak.

  • 2. Marktgelden zoals bedoeld in artikel 2, onder b, zijn verschuldigd op het tijdstip waarop de aanvraag in behandeling genomen wordt.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1. De in artikel 5, eerste lid, genoemde kennisgeving moet worden betaald: a. bij verzending: binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving; b. bij uitreiking: op het moment waarop de kennisgeving wordt uitgereikt.

  • 2. In afwijking van artikel 8, eerste lid, onder a geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de kennisgeving moet worden betaald in twaalf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van de kennisgeving en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing.

Artikel 9 Ontheffing

Ingeval de marktgelden bedoeld in artikel 2, onder a per kwartaal worden geheven en de belastingplicht eindigt in de loop van het kwartaal, bestaat aanspraak op ontheffing naar rato van het aantal volle maanden dat resteert in het desbetreffende kwartaal.

Artikel 10 Nadere regels

Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de marktgelden.

Artikel 11 Intrekking, inwerkingtreding en citeerartikel

  • 1. De Verordening op de heffing en invordering van rechten markten Den Haag 2013 wordt per 1 januari 2018 ingetrokken, met dien verstande dat deze verordening van kracht blijft voor de tijdvakken waarvoor deze heeft gegolden.

  • 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2018.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.

  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Marktgelden Den Haag 2018.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 november 2017.
De griffier, Ineke Seuren en de voorzitter, Pauline Krikke