Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft houdende Beleidsregels Parkeervisie Spoorzonegebied

Geldend van 27-09-2017 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels Parkeervisie Spoorzonegebied

Aanleiding

In het Spoorzonegebied wordt het Spoorzoneproject gerealiseerd. Het project bestaat uit de verdubbeling en ondertunneling van het spoor, de realisering van een station en de herontwikkeling van het bovengrondse gebied. Inmiddels is de spoortunnel vrijwel klaar en zijn de eerste twee sporen in gebruik genomen. De bovengrondse ontwikkeling kan nu verder worden gerealiseerd. Deze gebiedsontwikkeling heeft de naam “Nieuw Delft” gekregen. De ligging van Nieuw Delft pal aan een OV-knooppunt en de strategische ligging van Delft in de Zuidvleugel van de Randstad bieden vele kansen voor Nieuw Delft. Dit is de enige gebiedsontwikkeling in de Zuidvleugel van de Randstad waar zo dicht bij een historische binnenstad en een OV-vervoersknooppunt, een nieuw hoogstedelijk milieu kan ontstaan.

foto

Figuur 1: gebiedsontwikkeling Nieuw Delft, onderdeel van de Spoorzone ontwikkeling

Typering gebied: hoogstedelijk, dynamisch, verschillende functies

Dit gebied bevindt zich centraal tussen verschillende wijken, waaronder de binnenstad, en op een OV‐knooppunt. Het gebied vormt zo een schakel tussen deze wijken. In Nieuw Delft wordt gestreefd naar een hoogwaardig, innovatief en aantrekkelijk stedelijk milieu. Het gebied is gastvrij en zeer goed bereikbaar. Er zijn verschillende plekken waar je graag bent en afspreekt; om te wonen, te werken, te genieten. Werk, wonen, ontspanning, cultuur, kennis en bedrijvigheid komen er samen, optimaal ontsloten.

Programma: flexibiliteit

Voor de invulling van het programma in het gebied is flexibiliteit nodig om vraaggericht te kunnen zijn en om goede initiatieven te kunnen faciliteren. Dit is als uitgangspunt in het Integraal Ontwikkelingsplan (november 2013) voor het gebied bepaald. De exacte omvang en locatie van de verschillende functies ligt niet vast, omdat de behoefte/vraag vanuit de markt centraal staat en er ruimte nodig is voor de onderlinge samenhang en synergie die kan ontstaan als een bepaalde ontwikkeling eenmaal is ingezet. Deze dynamiek is op voorhand niet te voorspellen, waarbij een accentverlegging in omvang en samenstelling van het programma over de komende twee decennia (de bestemmingsplanperiode) mogelijk moet zijn. De bestemmingsplannen zijn dan ook flexibel van aard om zo optimaal te kunnen inspringen op de vraag vanuit de samenleving.

Mobiliteit en parkeren: flexibiliteit

Qua mobiliteit en parkeren kenmerkt Nieuw Delft zich door:

  • -

    de nabijheid van een hoogwaardig openbaar vervoer knooppunt met bus-, tram- en treinverbindingen.

  • -

    uitstekende ontsluiting voor (brom)fietsverkeer, en

  • -

    een parkeerregulering waarmee fors wordt gestuurd op parkeergedrag en parkeermogelijkheden van/voor automobilisten;

Het gebied maakt een transitie door waarin onderdelen in verschillende snelheden tot ontwikkeling komen. De doorlooptijd waarin de transitie van het Spoorzonegebied gestalte krijgt in combinatie met ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit, actief gestimuleerd door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, vraagt om een flexibele invulling waarin op de langere termijn kan worden meebewogen met veranderende wensen op het gebied van stedelijke functies (wonen, werken en andere functies), mobiliteit en parkeren. Alleen op deze manier kan het Spoorzonegebied worden getransformeerd naar een toekomstvaste en kwalitatief hoogwaardige leefomgeving.

De wijze waarop de parkeerbehoefte op basis van de Nota Parkeernormen 2013 wordt bepaald, is onvoldoende toegesneden op een dynamische gebiedsontwikkeling zoals Nieuw Delft. Het uitgangspunt in Nieuw Delft is dat er voldoende, maar geen overcapaciteit aan parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Om dit te bereiken wordt een dynamische parkeerbalans gehanteerd. Dit betekent dat er gedurende de gebiedsontwikkeling de werkelijke parkeerbehoefte nauwgezet wordt gemonitord en op basis daarvan al dan niet extra parkeercapaciteit wordt gerealiseerd. Het uitgangspunt blijft dat de omgeving wordt beschermd tegen overlast door uitwijkgedrag.

In november 2015 heeft het college van Burgemeester en Wethouders de “Parkeerstrategie Nieuw Delft” bekrachtigd en vastgesteld. Uit het onderzoek dat aan deze Parkeerstrategie ten grondslag ligt, is o.a. gebleken dat de norm voor bezoekersparkeren verlaagd kan worden gezien de ligging van Nieuw Delft bij een OV knooppunt. De praktijk wijst namelijk uit dat bezoekers die moeten betalen voor parkeren bij een locatie waar ook een hoogwaardige OV voorziening/knooppunt ligt, minder met de auto komen. Dit motief maakt een norm van 0,1 bezoekersparkeerplaats per woning mogelijk in de binnenstad. In de binnenstad schil is het realistisch om een norm van 0,2 bezoekersparkeerplaats per woning aan te houden. Daar is de afstand tot het station immers groter en is op kortere loopafstand nog gratis/ongereguleerd parkeren voorhanden (onder andere de Voorhof). In deze Parkeervisie wordt bij deze verlaagde norm en motivering voor bezoekersparkeren aangesloten.

De gemeente heeft besloten dat er in Nieuw Delft een nieuwe parkeergarage zal worden gerealiseerd. De voorbereiding voor realisatie hiervan wordt opgestart. De garage kan ingezet worden als parkeeroplossing voor verschillende velden en kan het verschil tussen het feitelijke parkeergedrag en de parkeeroplossing opvangen. Dit verschil wordt bepaald aan de hand van monitoring.

Wijziging beleidsregels

Om enerzijds deze flexibiliteit te kunnen bieden en anderzijds voor belanghebbenden voldoende rechtszekerheid te creëren, is aanpassing van de beleidsregels uit de vigerende Nota Parkeernormen 2013 benodigd. In de onderhavige parkeervisie zijn dan ook gewijzigde beleidsregels opgenomen ten aanzien van het parkeren en stallen van voertuigen in Nieuw Delft. Deze beleidsregels zijn de nieuwe c.q. gewijzigde beleidsregels voor het gebied Nieuw Delft, waarmee de in de Nota Parkeernormen 2013 neergelegde beleidsregels zijn gewijzigd c.q. vervangen.

Deze beleidsregels geven invulling aan de in de bestemmingsplannen (voor zover in deze bestemmingsplannen een parkeerregeling is opgenomen met een dynamische verwijzing naar beleidsregels) opgenomen voorwaarde dat bij te bouwen gebouwen in “voldoende parkeerruimte” moet worden voorzien.

Daar waar bestemmingsplannen geen parkeerregeling behelzen (met een dynamische verwijzing naar beleidsregels), vindt in het kader van de omgevingsvergunningverlening voor het bouwen van een gebouw tot 1 juli 2018 artikel 2.5.30 van de Bouwverordening gemeente Delft toepassing. Lid 1 van deze bepaling verplicht ertoe om in voldoende parkeerruimte op eigen terrein te voorzien. Ingevolge lid 4 kan het college van Burgemeester en Wethouders hiervan ontheffing verlenen. Deze beleidsregels geven aan op welke wijze aan artikel 2.5.30 (inclusief de ontheffingsbevoegdheid) toepassing moet worden gegeven. Het bepaalde in artikel 6 van de beleidsregels geeft invulling aan deze ontheffingsbevoegdheid.

Vanaf het moment dat deze parkeervisie met de daarin opgenomen beleidsregels door het college van Burgemeester en Wethouders is vastgesteld, worden ontwikkelingen binnen Nieuw Delft enkel nog getoetst aan de in deze Parkeervisie opgenomen beleidsregels voor zover het betrekking heeft op het aspect parkeren en stallen van motorvoertuigen.

Ook voor Nieuw Delft geldt dat het parkeernormenbeleid van de gemeente erop is gericht dat bij ontwikkelingen voldoende parkeerplaatsen voorhanden zijn voor auto’s, zodat een goede parkeersituatie is geborgd. Specifiek voor Nieuw Delft is nodig om met behoud van uniformiteit meer flexibiliteit te hebben in het toepassen van parkeernormen. Daarbij is de ambitie een toekomstvast, gebiedsgericht en flexibel parkeernormenbeleid. Toekomstvast, zodat parkeeroverlast door de ontwikkeling in Nieuw Delft niet alleen bij de eerste gebruiker, maar ook bij volgende gebruikers in de omgeving wordt voorkomen. Gebiedsgericht, om met name in gebieden waar de voetganger en fietser primaire doelgroepen zijn zoals in Nieuw Delft zo efficiënt mogelijk om te gaan met de schaarse ruimte en flexibel zodat rekening kan worden gehouden met lokale omstandigheden en specifieke karakteristieken van de ontwikkeling. De hierna beschreven beleidsregels voorzien in deze toekomstvaste, gebiedsgerichte en flexibele parkeernormen.

Stappen voor bepaling parkeeroplossing

Voor de bepaling van de parkeeroplossing worden de volgende stappen doorlopen:

  • 1.

    Berekening van de normatieve parkeerbehoefte voor de auto conform de in de beleidsregels opgenomen parkeernormen en rekening houdend met dubbelgebruik aan de hand van aanwezigheidspercentages.

  • 2.

    Vergelijking normatieve parkeerbehoefte met het door de initiatiefnemer geplande aantal parkeerplaatsen. Als het geplande aantal parkeerplaatsen overeenkomt met de normatieve parkeerbehoefte, voorziet deze parkeeroplossing in voldoende parkeerruimte ten behoeve van de bouwontwikkeling.

  • 3.

    Mogelijkheden als het geplande aantal parkeerplaatsen lager is dan de normatieve parkeerbehoefte mits dit in voldoende mate is onderbouwd door initiatiefnemer.

  • 4.

    Indienen vergunningaanvraag.

  • 5.

    Toetsing aanvraag.

Het doorlopen van deze stappen heeft als doel te komen tot een bouwontwikkeling met een passende parkeeroplossing, voor zowel de eerste gebruiker als latere gebruikers, zonder dat dit leidt tot parkeeroverlast in de omgeving en zonder dat er leegstand van parkeerplaatsen ontstaat.

Bovenstaande tekst is als beschrijving van de beoogde opzet bedoeld en kan aanknopingspunten bieden voor de uitleg van de hierna opgenomen beleidsregels.

Beleidsregels Parkeren Nieuw Delft

1. Doel en reikwijdte

De artikelen 1 t/m 8 en de bij deze artikelen horende bijlagen gelden als beleidsregels ten aanzien van het parkeren en stallen van motorvoertuigen, die gehanteerd zullen worden bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen binnen het gebied Nieuw Delft. Deze beleidsregels zijn de nieuwe c.q. gewijzigde beleidsregels voor het gebied Nieuw Delft, waarmee de in de Nota Parkeernormen 2013 neergelegde beleidsregels zijn gewijzigd c.q. vervangen.

Deze beleidsregels geven invulling aan de in de bestemmingsplannen (voor zover in deze bestemmingsplannen een parkeerregeling is opgenomen met een dynamische verwijzing naar beleidsregels) opgenomen voorwaarde dat bij te bouwen gebouwen in “voldoende parkeerruimte” moet worden voorzien.

Daar waar bestemmingsplannen geen parkeerregeling behelzen (met een dynamische verwijzing naar beleidsregels), vindt in het kader van de omgevingsvergunningverlening voor het bouwen van een gebouw tot 1 juli 2018 artikel 2.5.30 van de Bouwverordening gemeente Delft toepassing. Deze beleidsregels geven aan op welke wijze aan artikel 2.5.30 (inclusief de ontheffingsbevoegdheid) toepassing moet worden gegeven.

2. Begripsbepalingen
  • a. Aanwezigheidspercentages: de aanwezigheidspercentages zoals opgenomen in bijlage 1 aan de hand waarvan kan worden bepaald welk aandeel van de parkeerplaatsen op verschillende momenten door verschillende doelgroepen kan worden benut (dubbelgebruik parkeerplaatsen).

  • b. Bezoekers: aantal personen dat op basis van de parkeernormen aanwezig zal zijn in een gerealiseerde bouwontwikkeling, niet-zijnde gebruikers.

  • c. Bouwontwikkeling: een bouwontwikkeling waarvoor een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw wordt ingediend. Het kan gaan over een nieuwbouwontwikkeling of een uitbreiding van een bestaand gebouw.

  • d. Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) en Particulier Opdrachtgeverschap (PO): Een particulier (PO) dan wel meerdere particulieren (CPO) die zelf de grond koopt/kopen met het doel om een bouwontwikkeling te realiseren in de vorm van woningbouw waarvan hij/zij zelf de (eerste) bewoners zal/zullen zijn en vervolgens een architect en aannemer de opdracht geeft/geven om zijn/hun bouwontwikkeling te realiseren.

  • e. Gereguleerde Gebied: Een gebied waarin betaald parkeren en/of vergunningparkeren van toepassing is.

  • f. Gebruikers: aantal personen dat op basis van de parkeernormen aanwezig zal zijn in een gerealiseerde bouwontwikkeling, in de hoedanigheid van bewoners, voor zover het woningbouw betreft, of in de hoedanigheid van ondernemers/exploitanten of werknemers gerelateerd aan de gebruiksfunctie van de bouwontwikkeling.

  • g. Gebruiksfunctie: het type gebruik dat in een gerealiseerde bouwontwikkeling zal plaatsvinden.

  • h. Initiatiefnemer: de ontwikkelaar en/of eigenaar van de grond of opstallen voor wie de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwontwikkeling is ingediend.

  • i. Maatgevende moment: het moment in de week waarop de bouwontwikkeling de hoogste normatieve parkeerbehoefte genereert.

  • j. Maximale loopafstanden: de maximaal acceptabele loopafstanden zoals per doelgroep en gebruiksfunctie is opgenomen in bijlage 2.

  • k. Nieuw Delft: het gebied met de velden 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 zoals weergegeven op de als bijlage 3 aangehechte kaart.

  • l. Normatieve parkeerbehoefte: het aantal benodigde parkeerplaatsen voor een bouwontwikkeling op basis van de minimale parkeernormen met inachtneming van de aanwezigheidspercentages en de maatgevende momenten en (voor zover aan de orde) het dubbelgebruik.

  • m. Nulvergunningregeling: een regeling in het gereguleerde gebied, waarbij woonfuncties worden uitgesloten van het recht op één of meer parkeervergunningen.

  • n. Openbare parkeergarage: de voor het publiek toegankelijke parkeergarage.

  • o. Parkeerdruk: de bezetting van de in het openbaar gebied gelegen parkeerplaatsen afgezet tegen het totaal aantal in het openbaar gebied beschikbare parkeerplaatsen. In Delft wordt gesproken van een hoge parkeerdruk indien deze op straat 85% of meer en indien deze in openbare parkeergarages 90% of meer bedraagt.

  • p. Parkeernormen: normen voor het berekenen van de parkeerbehoefte bij bouwontwikkelingen gerelateerd aan de gebruiksfunctie van die bouwontwikkelingen, zoals opgenomen in bijlage 4.

  • q. Parkeeroplossing: het aantal parkeerplaatsen dat moet worden gerealiseerd conform de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouwontwikkeling.

  • r. Parkeerplaats: een stallingsplek voor een motorvoertuig/auto die voldoet aan de eisen voor maatvoering conform bijlage 5.

  • s. POET: afkorting voor 'parkeren op eigen terrein'.

  • t. POET-overzicht: een door gemeente Delft opgesteld en actueel gehouden overzicht met adressen waarvan de gebruikers en bezoekers zijn uitgesloten van een recht op een parkeervergunning.

  • u. Restcapaciteit: het aantal parkeerplaatsen in het openbaar gebied en de openbare parkeergarages dat ten tijde van het maatgevende moment onbezet is.

3. Bepalen normatieve parkeerbehoefte
  • a. De normatieve parkeerbehoefte van de bouwontwikkeling wordt bepaald met toepassing van de parkeernormen, zoals opgenomen in bijlage 4, en de aanwezigheidspercentages, zoals opgenomen in bijlage 1. In bijlage 6 is een rekenvoorbeeld opgenomen.

  • b. Bij het bepalen van de normatieve parkeerbehoefte gelden voor de velden 1, 2 en 3 de normen voor de binnenstad en voor velden 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 de normen voor de schil binnenstad.

  • c. In afwijking van bijlage 4 geldt voor de gebruiksfunctie wonen een bezoekersnorm van 0,1 parkeerplaats per woning voor de velden 1, 2, 3 en 5 en van 0,2 parkeerplaats per woning voor de velden 4, 6, 7, 8, 9, 10 en 11.

  • d. In afwijking van bijlage 4 geldt voor woningen in de vorm van Collectief Particulier opdrachtgeverschap (CPO) en Particulier opdrachtgeverschap (PO) een parkeernorm van 0 of 1 of 2 parkeerplaatsen per woning.

4. Bepalen parkeeroplossing gebruikers
  • a. Het aandeel van de normatieve parkeerbehoefte dat bestemd is voor gebruikers, wordt op de eigen kavel gerealiseerd.

  • b. In plaats van de parkeeroplossing als bedoeld onder sub a mag de initiatiefnemer ervoor kiezen om elders een eigen gebouwde parkeeroplossing te realiseren of parkeerplaatsen af te nemen in een gebouwde parkeervoorziening. Deze parkeeroplossing mag buiten de gebiedsgrenzen van Nieuw Delft liggen, mits wordt voldaan aan de maximale loopafstanden als bedoeld in bijlage 2.

  • c. Voor alle bouwontwikkelingen binnen Nieuw Delft geldt de nulvergunningregeling en alle bouwontwikkelingen komen op het POET-overzicht, waarmee alle gebruikers worden uitgesloten van (bewoners)vergunningen.

5. Bepalen parkeeroplossing bezoekers
  • a. Het aandeel van de normatieve parkeerbehoefte dat bestemd is voor bezoekers, wordt op eigen kavel gerealiseerd.

  • b. In plaats van de parkeeroplossing als bedoeld onder sub a kan het bezoekersparkeren in de openbare ruimte en/of in de openbare parkeergarages worden opgevangen, indien op het maatgevende moment én binnen de maximale loopafstanden voldoende restcapaciteit beschikbaar is. Er is sprake van voldoende restcapaciteit indien de bezettingsgraad, inclusief het bezoekersparkeren van de bouwontwikkeling, niet de 85% op straat en/of 90% in de openbare parkeergarages te boven gaat.

  • c. Indien het aandeel van het normatieve bezoekersparkeren binnen de bouwontwikkeling wordt opgelost, dan worden de gebruikers uitgesloten van een bezoekersvergunning voor hun bezoek en komen deze adressen op het POET-overzicht.

6. Andere parkeeroplossing
  • a. Het college van Burgemeester en Wethouders kan een andere parkeeroplossing toestaan dan hetgeen is bepaald in artikel 4 sub a en b en artikel 5 sub a en b, waarbij bij een bouwontwikkeling minder parkeerplaatsen voor gebruikers respectievelijk bezoekers hoeven te worden gerealiseerd dan de normatieve parkeerbehoefte.

  • b. Het college van Burgemeester en Wethouders kan een andere parkeeroplossing toestaan als bedoeld onder sub a, als de initiatiefnemer een door een onafhankelijke parkeerdeskundige opgestelde onderbouwing heeft aangeleverd, waaruit blijkt dat de parkeerbehoefte voor de bouwontwikkeling naar verwachting lager zal zijn dan de normatieve parkeerbehoefte zoals bepaald op grond van artikel 3.

  • c. Het college van Burgemeester en Wethouders zal de onderbouwing voor woningen beoordelen aan de hand van onder andere (geen limitatieve opsomming):

    • .

      Het te verwachten autobezit van de bewoners (marktonderzoek, referenties), waarbij gekwantificeerd dient te worden op welke wijze de voorgestelde parkeerbehoefte is bepaald.

    • .

      Het aanbod aan en voorzieningen voor alternatieven voor het eigen autobezit (deelauto’s, stallingsmogelijkheden voor alle soorten fietsen e.d.).

    • .

      Het business- of ondernemersplan van de initiatiefnemer voor de bouwontwikkeling, waarbij aandacht is besteed aan de specifieke gebruikers- en/of bezoekersdoelgroep, de verwachte gebruikers- en/of bezoekersaantallen en het verzorgingsgebied.

  • d. Het college van Burgemeester en Wethouders zal de onderbouwing voor andere functies dan woningen beoordelen aan de hand van onder andere (geen limitatieve opsomming):

    • .

      Doelgroep van de ontwikkeling (marktonderzoek, referenties).

    • .

      De beschikbaarheid van een vervoersplan voor de functie(s), waarin duidelijk wordt gemaakt op welke wijze het autogebruik wordt ontmoedigd en minder parkeerplaatsen beschikbaar zullen worden gesteld voor de gebruikers en de bezoekers van de gebruiksfuncties van de bouwontwikkeling. Gekwantificeerd dient te worden op welke wijze de voorgestelde parkeerbehoefte is bepaald.

    • .

      Het aanbod aan en voorzieningen voor alternatieven voor het autogebruik door de gebruikers en/of bezoekers (deelauto’s, stallingsmogelijkheden voor alle soorten fietsen e.d.).

    • .

      Het business- of ondernemersplan van de initiatiefnemer voor de bouwontwikkeling, waarbij aandacht is besteed aan de specifieke gebruikers- en/of bezoekersdoelgroep, de verwachte gebruikers- en/of bezoekersaantallen en het verzorgingsgebied.

  • e. Indien het college van Burgemeester en Wethouders instemt met de andere parkeeroplossing, realiseert de initiatiefnemer het aantal parkeerplaatsen conform deze parkeeroplossing. Indien het bezoekersparkeren voor bewoners niet is opgelost in het door de initiatiefnemer geplande aantal parkeerplaatsen, dan komen bewoners in aanmerking voor een bezoekersvergunning voor hun bezoekers.

  • f. De gemeente Delft reserveert binnen Nieuw Delft en binnen de maximale loopafstanden van de desbetreffende bouwontwikkeling ruimte waar het resterende aantal parkeerplaatsen kan worden opgevangen. Het resterende aantal parkeerplaatsen is maximaal het verschil tussen de normatieve parkeerbehoefte en het aantal te realiseren parkeerplaatsen conform de parkeeroplossing als bedoeld in sub a, waarmee het college van Burgemeester en Wethouders heeft ingestemd. De gemeente Delft reserveert voor een jaar na oplevering van de bouwontwikkeling het resterend aantal parkeerplaatsen.

  • g. Het college van Burgemeester en Wethouders stemt niet in met de andere parkeeroplossing:

    • 1.

      als de parkeerdruk, met inbegrip van de parkeeroplossing voor de bouwontwikkeling, binnen de maximale loopafstanden van de bouwontwikkeling op straat 85% of meer bedraagt en in openbare parkeergarages 90% of meer bedraagt en/of,

    • 2.

      als de gemeente Delft niet bereid of in staat is om tot de reservering als bedoeld in sub f over te gaan. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij een ondeugdelijke onderbouwing van de andere parkeeroplossing of wanneer er geen fysieke reserveringsruimte meer is.

7. Monitoring parkeerbehoefte
  • a. Voor het gebied Nieuw Delft en de omgeving binnen de maximale loopafstanden houdt de gemeente Delft een parkeerbalans bij. Hierin wordt het door de initiatiefnemer te realiseren aantal parkeerplaatsen en de normatieve parkeerbehoefte voor gebruikers en bezoekers vanaf vergunningverlening bijgehouden.

  • b. De basis van de parkeerbalans wordt gevormd door de tellingen uit de parkeermonitor 2017.

  • c. De gemeente Delft monitort periodiek het daadwerkelijke gebruik van de parkeerplaatsen binnen Nieuw Delft en de zone daarbuiten die overeenkomt met de maximale loopafstanden. De metingen worden uitgevoerd op de maatgevende momenten.

  • d. Indien gebruik wordt gemaakt van een andere parkeeroplossing als bedoeld in artikel 6, wordt het resterende aantal parkeerplaatsen volgens artikel 6 sub f afzonderlijk bijgehouden in de parkeerbalans.

  • e. De monitor wordt ieder jaar in de Q-4 kwartaalrapportage van de Spoorzone opgenomen.

8. Realisatie resterende parkeerplaatsen
  • a.

    Zodra uit de monitoring blijkt dat de bezettingsgraad op straat in Nieuw Delft en omgeving binnen de maximale loopafstanden en in de openbare parkeergarages binnen de maximale loopafstanden boven de 85% respectievelijk 90% komt, zal de gemeente Delft het aantal parkeerplaatsen binnen redelijke termijn aanleggen dat benodigd is om een bezettingsgraad te bereiken van maximaal 85% op straat en maximaal 90% in de openbare parkeergarages.

  • b.

    Het door de gemeente aan te leggen aantal parkeerplaatsen bedraagt maximaal het aantal dat gereserveerd is op grond van artikel 6 sub f.

Ondertekening

Bijlagen:
1 Aanwezigheidspercentages Nieuw Delft
2 Maximale loopafstanden Nieuw Delft
3.Kaart gebied Nieuw Delft
3 Overzicht parkeernormen Nieuw Delft
5 Maatvoeringseisen parkeerplaatsen

Bijlage 1: Aanwezigheidspercentages Nieuw Delft

Dubbelgebruik wordt berekend volgens de methodiek van CROW-publicatie 317. In onderstaande tabel zijn de te gebruiken aanwezigheidspercentages opgenomen. Deze percentages zijn afkomstig van CROW. Voor de functies waarvoor geen aanwezigheidspercentages zijn opgenomen, dient te worden aangesloten bij een passende alternatieve functie of dient een specifieke onderbouwing voor de gebruikte aanwezigheidspercentages te worden gegeven.

foto

Tabel 1: aanwezigheidspercentages

Bijlage 2: Maximale loopafstanden Nieuw Delft

Gebied

Maximale acceptabele loopafstand

Binnenstad

800 meter

Binnenstad schil

200 meter

Tabel 2: maximale loopafstanden

Bijlage 3: kaart gebied Nieuw Delft

foto

Figuur 2: kaart gebied Nieuw Delft

Bijlage 4: Overzicht parkeernormen Nieuw Delft

Overzicht parkeernormen Delft 2013

Bijlage 5: maatvoering eisen parkeerplaatsen

Naast het minimaal aantal te realiseren parkeerplaatsen wordt de inrichting van parkeervoorzieningen door de gemeente beoordeeld op bruikbaarheid en veiligheid. Voor de toetsing van de maatvoering van individuele parkeerplaatsen hanteert de gemeente de meest recente versie van de CROW-publicatie 'ASVV: aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom'. Voor de toetsing op parkeerplaatsen in (gebouwde) parkeervoorzieningen en parkeerterreinen hanteert de gemeente de meeste recente versie van de NEN-normering 2443: 'Parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in parkeergarages'. In tabel 4.1 staan de gehanteerde minimum afmetingen van parkeervakken waar de gemeente aan toetst.

foto

Tabel 3: minimale maatvoering parkeervakken op eigen terrein

Bijlage 6: Rekenvoorbeeld normatieve parkeerbehoefte

Met onderstaand voorbeeld wordt toegelicht hoe de normatieve parkeerbehoefte wordt berekend op basis van bijlage 4 (parkeernormen) en bijlage 1 (aanwezigheidspercentages). In het voorbeeld wordt in veld 1 een gebouw ontwikkeld met de volgende gebruiksfuncties:

  • -

    Winkelfunctie met een bruto vloeroppervlak van 600 m2

  • -

    Kantoorfunctie met een bruto vloeroppervlak van 300 m2

  • -

    10 niet-grondgebonden woningen van 63 m2

  • -

    3 niet-grondgebonden woningen van 110 m2

Stap 1: Berekenen aantal parkeerplaatsen per functie

Per functie wordt het aantal parkeerplaatsen berekend. In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van functies en de bijbehorende parkeernorm. Conform de begripsbepaling wordt de minimale norm gehanteerd en voor dit voorbeeld gelden de normen voor de binnenstad (artikelen 2l en 3b).

De parkeernorm bestaat uit een aandeel voor gebruikers en een aandeel voor bezoekers. De waarden die in de kolommen ‘binnenstad’ en ‘schil binnenstad’ staan, zijn de samengestelde norm voor gebruikers en bezoekers. In de kolom ‘Aandeel bezoekers’ is omschreven welk deel van deze samengestelde norm is toegerekend aan bezoekers. Het aandeel voor gebruikers wordt verkregen door deze beide waarden van elkaar af te trekken. Als voorbeeld: een grondgebonden woning van meer dan 140 m2 heeft een parkeernorm voor gebruikers van 1,1 parkeerplaats per woning en een parkeernorm voor bezoekers van 0,3 parkeerplaats per woning; dit is samen een norm van 1,4.

Voor de bouwontwikkeling uit dit voorbeeld zijn 25,4 parkeerplaatsen benodigd. Dit is als volgt opgebouwd:

Functie

Aantal eenheden

Norm gebruikers

Norm bezoekers

Aantal parkeerplaatsen

woningen 63 m2

10

0,7

0,1 *

8

woningen 110 m2

3

0,9

0,1*

3

winkelfunctie

6

0,2

1,8

12

kantoorfunctie

3

0,64

0,16

2,4

Totaal

 

 

 

25,4

Tabel 4: aantal benodigde parkeerplaatsen op basis van parkeernormen

Stap 2: Bepalen parkeerbehoefte op maatgevend moment

Het daadwerkelijke gebruik van de in stap 1 berekende parkeerplaatsen over de dag is voor de verschillende functies niet gelijk. Bewoners zijn over het algemeen ’s avonds en ’s nachts vaker thuis dan overdag waardoor de parkeerbehoefte voor deze doelgroep in de avond en nacht het grootst is. Kantoren en winkels hebben juist overdag een grotere parkeerbehoefte en gebruiken in de avond en nacht geen parkeerplaatsen. Beide functies kunnen de parkeerplaatsen dus onderling uitwisselen. Door dit dubbelgebruik van parkeerplaatsen toe te passen zijn per saldo minder parkeerplaatsen nodig. De daadwerkelijke mate van dubbelgebruik is afhankelijk van de aanwezigheidspercentages op verschillende momenten van de week. Hiervoor worden de percentages uit bijlage 1 gebruikt.

Voor bovenstaand voorbeeld levert dit het volgende beeld op:

Functie

werkdag

ochtend

werkdag

middag

werkdag

avond

koop-avond

werkdag

nacht

zaterdag-middag

zaterdag-avond

zondag-middag

woningen bewoners

3,5

3,5

6,3

5,6

7

4,2

5,6

4,9

woningen bezoekers

0,1

0,2

0,8

0,7

0

0,6

1

0,7

winkel

3,6

7,2

1,2

9

0

12

0

0

kantoor

2,4

2,4

0,12

0,12

0

0

0

0

totaal

9,6

13,3

8,42

15,42

7

16,8

6,6

5,6

Tabel 5: aantal benodigde parkeerplaatsen na toepassing van aanwezigheidspercentages

Uit tabel 5 blijkt dat, indien alle parkeerplaatsen volledig uitwisselbaar zijn, de realisatie van 17 parkeerplaatsen voldoende is om aan de vraag te voldoen.


Noot
*

Op basis van artikel 3c is de bezoekersnorm voor woningen in de binnenstad 0,1. Voor de gebruikers wordt de minimale norm uit bijlage 4 dus in mindering gebracht met het aandeel bezoekers en wordt voor bezoekers de norm 0,1 gehanteerd. Voor de woningen van 63 m2 geldt dan een samengestelde norm van 0,8 in plaats van 1,0 en voor de woningen van 110 m2 een samengestelde norm van 1,0 in plaats van 1,2