Besluit van het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Waddenfonds houdende regels omtrent de openstelling van een aanvraagperiode en de vaststelling van een subsidieplafond Openstellingstelling Waddenfonds 2017 / nr. 01

Geldend van 22-07-2017 t/m heden

Intitulé

Besluit van het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Waddenfonds houdende regels omtrent de openstelling van een aanvraagperiode en de vaststelling van een subsidieplafond Openstellingstelling Waddenfonds 2017 / nr. 01

Het dagelijks bestuur van het Waddenfonds, gelet op artikel 1.4 van de Algemene Subsidieverordening Waddenfonds 2017, besluit het navolgende Openstellingsbesluit vast te stellen:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In dit Openstellingsbesluit wordt verstaan onder:

Subsidieverordening: De Algemene Subsidieverordening Waddenfonds 2017;

VWEU: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

Uitvoeringsprogramma: Het Uitvoeringsprogramma Waddenfonds;

Kernkwaliteiten: De kernkwaliteiten van het Waddengebied zijn cultuurhistorisch en landschappelijk waardevolle elementen, natuurlijke dynamiek, rust, ruimte, duisternis, landschap en vergezichten.

Artikel 1.2 Subsidieplafond

Het subsidieplafond bedraagt € 4.000.000,-.

Artikel 1.3 Kring van aanvragers
  • 1. Een aanvraag kan alleen ingediend worden door de partijen onder het “Openstellingsbesluit Waddenfonds 2016 / nr. 02” een aanvraag hebben ingediend die in behandeling is genomen, maar niet tot een subsidieverlening heeft geleid.

  • 2. Alleen een herziene versie van de onder het eerste lid bedoelde aanvraag wordt in behandeling genomen.

Artikel 1.4 Binnen welke periode kan subsidie worden aangevraagd?

Aanvragen kunnen worden ingediend met ingang van maandag 30 oktober 2017 tot en met donderdag 6 november 2017 tot 12:00 uur bij het Waddenfonds (mailto:info@waddenfonds.nl) of Ruiterskwartier 121A, 8911 BS Leeuwarden).

Artikel 1.5 Hoe worden de beschikbare middelen verdeeld?

De subsidie wordt verdeeld op basis van rangschikking. Een voor subsidie in aanmerking komende aanvraag wordt hoger gerangschikt naarmate die meer voldoet aan de criteria van artikel 2.2, tweede lid. Aanvragen met minder dan 70 punten komen niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 1.6 Is er een financiële drempel om voor subsidie in aanmerking te komen?

Een aanvraag komt alleen voor subsidie in aanmerking als de subsidiabele projectkosten ten minste € 200.000,- bedragen.

Artikel 1.7 Beoordelingskader

Een aanvraag wordt getoetst aan:

  • a.

    het beoordelingskader zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van dit Openstellingsbesluit;

  • b.

    het bepaalde in artikel 2.6 van de subsidieverordening;

  • c.

    het bepaalde in bijlage 1 van de subsidieverordening;

  • d.

    het Uitvoeringsprogramma Waddenfonds.

Artikel 1.8 Hoogte van de subsidie
  • 1. De subsidie voor activiteiten, die naar het oordeel van het dagelijks bestuur geen staatssteun vormt in de zin van artikel 107, eerste lid, VWEU, bedraagt niet meer dan 80% van de subsidiabele kosten.

  • 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie voor activiteiten gericht op instandhouding van landschappelijke en cultuurhistorische elementen en structuren (cultureel erfgoed, zowel bouwwerken en landschapselementen) en activiteiten gericht op infrastructurele voorzieningen, die naar het oordeel van het dagelijks bestuur geen staatssteun vormt in de zin van artikel 107, eerste lid, VWEU, niet meer dan 30% van de subsidiabele kosten.

  • 3. De subsidie wordt berekend met toepassing van artikel 1.7 van dit Openstellingsbesluit en de artikelen 1.6, 1.7 en bijlage 1 van de subsidieverordening.

  • 4. Het subsidiepercentage of subsidiebedrag wordt naar beneden bijgesteld indien:

    • a.

      er sprake is van overfinanciering;

    • b.

      subsidie het tekort op de onrendabele top overstijgt.

  • 5. De subsidie bedraagt ten hoogste € 500.000,- per aanvraag.

Hoofdstuk 2 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Thema Duurzame recreatie en duurzaam toerisme in combinatie met elementen van Thema Werelderfgoed, cultuurhistorie en/of landschapsontwikkeling;

Artikel 2.1 Voor welke activiteiten kan subsidie worden aangevraagd?

Maatregelen ter verbetering van het toeristisch-recreatieve aanbod in het waddengebied, gericht op meer verblijfsuren en bestedingen van toeristen en recreanten, waarbij de beleving en zichtbaarheid van de kernkwaliteiten van het gebied worden versterkt.

Daartoe bevatten aanvragen elementen van het thema Werelderfgoed, cultuurhistorie en landschapsontwikkeling.

In het bijzonder omvat het project derhalve ook:

  • activiteiten ter verbetering van de beleefbaarheid en toegankelijkheid van het landschap, en/of

  • activiteiten gericht op het herstel van cultuurhistorische bouwwerken of herstel en ontwikkeling van landschapselementen, en/of

  • activiteiten gericht op landschapsontwikkeling en ‐herstel, en/of

  • activiteiten gericht op educatie en voorlichting over (de uniciteit, kwetsbaarheid en internationale betekenis van de natuur-en landschapswaarden van) het waddengebied.

Artikel 2.2 Specifiek beoordelingskader
  • 1. Voor subsidieverstrekking gelden de volgende vereisten:

    • a)

      De subsidieaanvraag omvat tenminste:

      • Aanvraagformulier;

      • Projectplan (zie toelichting voor kwaliteitseisen);

      • Begroting;

      • Exploitatieplan;

      • Businesscase (zie toelichting voor kwaliteitseisen);

    • b)

      In de financieringsopzet van het project is tenminste een private bijdrage opgenomen;

    • c)

      Het project betreft concrete investeringen. Haalbaarheidsstudies of -onderzoeken zijn uitgesloten;

    • d)

      Projecten op de Waddeneilanden zijn geheel of gedeeltelijk gericht op duurzame verbetering van het toeristisch-recreatief aanbod in het toeristisch laagseizoen (november tot en met april) in termen van extra toeristen en/of nieuwe doelgroepen;

    • e)

      Het project bevat ondersteunende elementen uit het thema Werelderfgoed, cultuurhistorie en/of landschapsontwikkeling (zie hiervoor ook artikel 2.1);

    • f)

      Cultuurhistorische bouwwerken dienen monumentaal (als zodanig vermeld op provinciale of gemeentelijke inventarisatielijsten) te zijn. Rijksmonumenten komen niet in aanmerking voor subsidie;

    • g)

      Als er sprake is van herstel van cultuurhistorische bouwwerken moeten die na afronding een publieksfunctie hebben of voor het publiek toegankelijk zijn;

    • h)

      Indien als onderdeel van het project landschapselementen worden ontwikkeld of hersteld dan dienen die onderdeel te zijn van waardevolle landschappelijke patronen of structuren.

  • 2. Aanvragen worden gerangschikt aan de hand van de volgende criteria (met per criterium het maximaal aantal toe te kennen punten):

    • a)

      De toegevoegde waarde op het bestaande toeristisch-recreatieve aanbod in verhouding tot de gevraagde subsidiebijdrage (20 pnt);

    • b)

      De mate waarin het project een bovenlokaal effect heeft (15 pnt);

    • c)

      De mate waarin wordt bijgedragen aan behoud/herstel van de kernkwaliteiten van het Waddengebied en / of de versterking van de beleefbaarheid ervan (20 pnt);

    • d)

      De mate waarin het project aan andere hoofddoelen van het Waddenfonds bijdraagt (10 pnt);

    • e)

      De kwaliteit van de business case (20 pnt);

    • f)

      De mate van samenwerking en/of afstemming met één of meerdere relevante partijen (15 pnt).

Hoofdstuk 3 Slotbepaling

Artikel 3.1 Citeertitel en inwerkingtreding

Dit Openstellingsbesluit wordt aangehaald als Openstellingstelling Waddenfonds 2017 / nr. 01 entreedt in werking op de eerste dag na bekendmaking in het publicatieblad van het Waddenfonds.

Ondertekening

Datum: 30-06-2017
handtekening:
Henk Staghouwer
voorzitter
handtekening:
Dick Hamhuis
waarnemend secretaris

Toelichting bij het openstellingsbesluit 2017-01 1

Algemeen

Het Waddenfonds wil bijdragen aan verbetering van het duurzame toeristische en recreatieve aanbod in het waddengebied, in combinatie met versterking van de beleving en zichtbaarheid van de kernkwaliteiten van het gebied. Versterking van de toeristisch-recreatieve infrastructuur in combinatie met versterking van de cultuurhistorische- en landschappelijke kwaliteiten draagt bij aan de sociaaleconomische ontwikkeling van het waddengebied.

Met deze openstelling wil het Waddenfonds alleen projecten ondersteunen van partijen die onder het “Openstellingsbesluit Waddenfonds 2016 / nr. 02” een aanvraag hebben ingediend die in behandeling is genomen, maar niet tot een subsidieverlening heeft geleid. Het moet gaan om projecten die structureel van toegevoegde waarde zijn op het bestaande toeristisch-recreatief aanbod in het waddengebied en zijn gericht op toename van het aantal verblijfsuren en/of de bestedingen van recreanten en toeristen.

Ook moeten de projecten bijdragen aan de beleving of zichtbaarheid van culturele en/of landschappelijke elementen. Daarbij doet het project geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van het Waddengebied, maar versterkt de beleving van deze (cultuurhistorisch en landschappelijk waardevolle elementen, natuurlijke dynamiek, rust, ruimte, duisternis, landschap en vergezichten.).

Het Waddenfonds wil projecten stimuleren die uitgaan van de samenhang van cultuurhistorische en landschappelijke waarden met toerisme, gekoppeld aan de identiteit van het waddengebied. Deze openstelling moet er toe leiden dat de waarden die hebben geleid tot de werelderfgoedstatus bij recreanten en ook bij de internationale toerist op het netvlies staan.

Koppelkansen

Het Waddenfonds roept aanvragers op met hun projectvoorstel niet alleen te voldoen aan de vereisten en criteria voor het thema duurzame recreatie en toerisme in combinatie met elementen van het thema werelderfgoed, cultuurhistorie en landschapsontwikkeling. Het Uitvoeringsprogramma Waddenfonds bevat ook doelen voor andere thema’s. Kijk ook naar de bijdrage die het project kan leveren aan de andere Waddenfondsdoelen. Zoek naar mogelijkheden (met anderen) om het project te verbreden en daarmee ook bij te dragen aan realisering van de andere doelen van het Waddenfonds.

        

Toetsing

Een subsidieaanvraag wordt getoetst aan de bepalingen, eisen en criteria die in dit openstellingsbesluit staan vermeld. De vereisten en criteria in dit openstellingsbesluit zijn leidend. Daarnaast wordt een aanvraag getoetst aan de Algemene Subsidieverordening Waddenfonds 2017. Uitgangspunten en achtergronden zijn nader uiteengezet in het Uitvoeringsprogramma Waddenfonds. Deze documenten zijn te vinden op de website van het Waddenfonds (www.waddenfonds.nl) onder het kopje documenten.

 

In deze toelichting worden de belangrijkste vereisten en criteria uit de hierboven genoemde documenten nader toegelicht.

 

Subsidieverordening

Subsidieaanvragen worden getoetst aan de bepalingen in de Algemene Subsidieverordening Waddenfonds 2017.

In bijlage 1 van de Subsidieverordening worden de activiteiten omschreven die in aanmerking komen voor subsidie (zie verder de toelichting op artikel 1.7). Deze regels zijn afgeleid van de Europese staatssteunkaders.

In artikel 2.6 van de Subsidieverordening is bepaald dat geen subsidie wordt verstrekt als:

  • a)

    de activiteit niet of niet in overwegende mate bijdraagt aan de doelstelling van het Waddenfonds;

  • b)

    de activiteit niet of niet in overwegende mate gericht is op het Waddengebied;

  • c)

    de activiteit betrekking heeft op reguliere investeringen of reguliere beheer- of onderhoudswerken;

  • d)

    er een gegronde reden bestaat dat de uitvoering van een voorgenomen activiteit een inbreuk zal maken op de economische, ecologische of sociale dimensie van duurzame ontwikkeling;

  • e)

    de subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan een vastgesteld drempelbedrag;

  • f)

    de gevraagde financiële bijdrage niet in een redelijke verhouding staat tot het beoogde projectresultaat (value for money);

  • g)

    ten aanzien van de subsidieaanvrager een uitstaand bevel tot terugvordering bestaat, volgend op een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard;

  • h)

    de aanvrager van de subsidie een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • i)

    er een gegronde reden bestaat dat het project in financiële, organisatorische, technische of economische zin niet haalbaar is;

  • j)

    er een gegronde reden bestaat dat de exploitatie na de projectperiode niet kan worden gerealiseerd;

  • k)

    er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager doelstellingen nastreeft of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang, de goede zeden of de openbare orde.

 

Uitvoeringsprogramma

Het Uitvoeringsprogramma beschrijft de doelen en subsidiabele activiteiten van de thema’s.

 

Voor Duurzame Recreatie en Toerisme wordt een drietal principes gehanteerd bij de beoordeling van subsidieaanvragen. In bijlage 3 van het Uitvoeringsprogramma is hieraan nadere uitwerking gegeven. Deze principes betreffen:

  • Verhaallijnen: Projecten moeten op zijn minst passen binnen deze verhaallijnen en bij voorkeur deze verhaallijnen versterken;

  • Ontwikkelgebieden: Activiteiten moeten passen bij de extensieve dan wel intensieve ontwikkelgebieden;

  • Samenhang en afstemming: Projecten zijn aantoonbaar onderdeel van een groter geheel en laten samenhang en samenwerking met andere partijen zien.

 

Artikelsgewijze toelichting

Onderstaand wordt bij artikelen (van het openstellingsbesluit) nadere uitleg gegeven over de gedachte achter het artikel.

 

Artikel 1.3 Kring van aanvragers

Alleen aanvragen die in de openstelling 2016-2 als niet ontvankelijk zijn verklaard en aanvragen die minder dan de benodigde 70 punten hebben behaald, kunnen nu een aangepaste aanvraag indienen.

 

Artikel 1.5 Hoe worden de beschikbare middelen verdeeld

Subsidieaanvragen worden op basis van een tendersysteem behandeld. Dit betekent dat aanvragen die op tijd zijn ontvangen, na de sluitingsdatum:

  • worden getoetst op volledigheid (op het aanvraagformulier staat welke onderbouwing en documenten moeten worden meegezonden. Let op een rechtmatige ondertekening!); en

  • worden getoetst op ontvankelijkheid: voldoet het project aan de vereisten van het openstellingsbesluit en de voorwaarden van de subsidieverordening.

  •  

Als een subsidieaanvraag compleet en ontvankelijk is, dan wordt de aanvraag doorgeleid naar de commissie van externe deskundigen. Dit is een onafhankelijke commissie die de subsidieaanvragen op basis van de criteria van het Openstellingsbesluit gaat rangschikken. Dit geschiedt aan de hand van een puntentoekenning per criterium. Van de in totaal 100 toe te kennen punten moet een project minimaal 70 punten behalen om voor subsidie in aanmerking te komen.

 

Alle projecten waar de commissie meer dan 70 punten aan toekent worden door de commissie aan het dagelijks bestuur voorgelegd met een positief advies. Het is vervolgens aan het dagelijks bestuur te bezien of de positief beoordeelde subsidieaanvragen voor subsidieverlening in aanmerking komen. Daarbij is bepalend of het gestelde subsidieplafond toereikend is. Zo niet, dan ontvangen de hoogst gerangschikte projecten die nog passen onder het plafond een verleningsbeschikking en moeten de overige aanvragen worden afgewezen, omdat anders het subsidieplafond zou worden overschreden.

 

Artikel 1.7 Beoordelingskader

Een aanvrager moet motiveren of er sprake is van staatssteun en, indien dit het geval is, onder welk staatssteunkader steun geoorloofd is. In deze openstelling wordt alleen steun verstrekt waarbij geen sprake is van staatssteun én geoorloofde staatssteun onder de de-minimis regelgeving of onder hoofdstuk 2 van bijlage 1 van de Subsidieverordening (Algemene groepsvrijstellingsverordening).

 

Artikel 1.8 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt maximaal 80% van de subsidiabele kosten, indien geen sprake is van staatssteun. Als wel sprake is van staatssteun, dan zijn de specifieke Europese staatssteunkaders bepalend voor de vraag hoe hoog het maximale subsidiepercentage mag zijn, maar nooit meer dan 90%. Overigens gaat het bij staatssteun altijd om totale overheidssteun aan een project, dus ook bijvoorbeeld cofinanciering van andere overheden (zoals het Rijk, gemeenten en provincies). Het stapelen van deze subsidies is mogelijk tot het genoemde maximum.

 

Voor activiteiten gericht op instandhouding van landschappelijke en cultuurhistorische elementen en structuren (cultureel erfgoed, zowel bouwwerken en landschapselementen) en activiteiten gericht op infrastructurele voorzieningen bedraagt de subsidie maximaal 30% van de subsidiabele kosten. Voor landschapselementen die louter natuurgericht zijn (ecologisch hoofddoel) kan max. 80% WF-subsidie worden verstrekt.

Bijvoorbeeld:

  • Een ecologische oeverinrichting met/zonder beplanting max. 80%, maar als er beschoeiing is meegenomen in de begroting: 30%.

  • Eendenkooien: 30%. Kan weliswaar ook ecologisch interessant zijn, maar wordt primair ‘gerestaureerd’ als cultuurhistorisch element.

  • De reconstructie van een terp (grondwerk): 30%.

 

Artikel 2.2 Specifiek beoordelingskader

1) Vereisten

  • a)

    Het is van groot belang dat de subsidieaanvraag volledig is (inclusief een rechtmatige handtekening). Naast het aanvraagformulier worden enkele andere documenten vereist. Lees hiervoor ook het aanvraagformulier zeer zorgvuldig! In ieder geval moeten worden aangeleverd een:

    • Aanvraagformulier;

    • Projectplan (zie hierna);

    • (Meerjaren) Begroting voorzien van een toelichting;

    • Dekkingsplan;

    • Exploitatieplan (onderdeel van business case);

    • Businesscase (zie toelichting voor kwaliteitseisen).

    Het dekkingsplan moet zo veel mogelijk onderbouwd worden met schriftelijke toezeggingen van cofinanciering. In het geval van provinciale cofinanciering dient minimaal een kopie van de aanvraag van de provinciale cofinanciering te worden bijgevoegd. Het Waddenfonds zal de hardheid van het dekkingsplan beoordelen.

    Uit de aangeleverde informatie moet in ieder geval blijken:

    • Waarom het project wordt uitgevoerd;

    • Wat het hoofddoel is van het project;

    • Welke veranderingen en effecten met het project worden bereikt;

    • Welke concrete producten worden geleverd;

    • Hoe de kwaliteit van de producten (indicatoren) kan worden getoetst aan de gestelde eisen;

    • Welke werkzaamheden zijn nodig om de verschillende producten te realiseren;

    • Hoeveel menskracht, materiaal en materieel zijn nodig om het project uit te voeren en gedurende welke periode;

    • Welke kosten zijn gemoeid met de inzet van menskracht, materiaal en materieel.

    Het projectplan besteedt in ieder geval aandacht aan de volgende zaken:

    • Relatie tussen thema’s, activiteiten, begroting en output;

    • Onderbouwing begroting;

    • Toelichting op de bijdrage aan de doelen en thema’s Waddenfonds;

    • Planning van activiteiten;

    • Risicoparagraaf;

    • Motivering staatssteun;

    • Duidelijke rolverdeling van de samenwerkende partijen (organisatie);

    • Duidelijke outputindicatoren (ook goed toegelicht);

    • Hoe is de bewaking van de voortgang van het project en de monitoring geregeld;

    • Hoe is de follow up (na de subsidieperiode) van het project gegarandeerd.

    De businesscase is vooral een doorkijk naar de toekomst, de periode na afloop van de afronding van het project. Het gaat dan om een kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing van de exploitatie: o.a. bezoekersaantallen, maar ook een onderbouwing van de relevante markt en doelgroep, de concurrentiepositie, de marketingstrategie, analyse risico’s, etc. Een SWOT-analyse (analyse van sterke en zwakke punten, kansen en bedreigingen), gevoegd bij de businesscase wordt sterk aangeraden.

  • b)

    Voor het bevorderen van marktwerking en ondernemerschap, vanwege aantoonbaar commercieel draagvlak van het project en om de kans op een rendabele exploitatie van het project te vergroten, wordt geëist dat in het projectplan en de begroting een private bijdrage is opgenomen.

  • c)

    Het Waddenfonds stimuleert concrete, fysieke projecten die structureel het toeristisch- recreatief aanbod vergroten. Marketing- en haalbaarheidsstudie en (wetenschappelijke) onderzoeksprojecten komen niet voor subsidie in aanmerking.

  • d)

    In het hoog- en ‘schouder’seizoen is de belangstelling van toeristen voor de Waddeneilanden erg groot. Projecten op de Waddeneilanden moeten gericht zijn op het verlengen van het toeristenseizoen en/of meer toeristen trekken in het laagseizoen (november tot en met april). Het project moet ook maatregelen bevatten die bijdragen aan – voor het waddengebied relevante – versterking van cultuurhistorische en /of landschappelijke elementen of aan educatie en voorlichting over het waddengebied. In het Uitvoeringsprogramma Waddenfonds (hoofdstuk 2 en 4 en bijlage 3) is aangegeven op welke elementen dit betrekking heeft.

  • e)

    Ondersteunende elementen uit het thema Werelderfgoed, cultuurhistorie en /of landscha p zijn gericht op:

    • het beleven van en de toegang tot het landschap;

    • herstel van cultuurhistorische bouwwerken of behoud of ontwikkeling van waardevolle landschapselementen;

    • educatie en voorlichting over de uniciteit, kwetsbaarheid en internationale betekenis van de natuur-en landschapswaarden van het waddengebied.

  • f)

    Maatregelen aan een cultuurhistorisch bouwwerk komen niet allemaal in aanmerking voor subsidiëring. Het bouwwerk moet aantoonbaar (vermelding op provinciale of gemeentelijke inventarisaties) een monumentaal karakter hebben en tevens moet het waddenspecifiek zijn (karakteristiek voor het waddengebied) en publiek toegankelijk zijn of worden. Rijksmonumenten zijn uitgesloten van subsidiëring omdat deze in aanmerking komen voor andere regelingen (zoals die van het nationaal restauratiefonds).

  • g)

    Het is niet alleen van belang dat cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken worden hersteld of gerenoveerd, maar dat deze bouwwerken ook toegankelijk worden voor een breed publiek en beter beleefbaar worden gemaakt.

  • h)

    Voorbeelden van dergelijke patronen zijn grootschalige openheid, singels, waterlopen, dijken, kaden, wierden en terpen.

2) Criteria

Aan bovenstaande vereisten wordt getoetst of het project(plan) voldoet. Aan de hand van de criteria wordt gerangschikt naar de mate waarin aan de criteria wordt voldaan.

  • a.

    Aanvragers moeten aangeven dat het project met nieuwe producten of activiteiten een dimensie wordt toegevoegd aan het bestaande aanbodpakket (complementair) dan wel het bestaande aanbod wordt uitgebreid met ‘meer van hetzelfde’ (concurrerend). Bij dit criterium wordt nagegaan hoe de toegevoegde waarde zich verhoudt tot omvang van de gevraagde subsidiebijdrage.

  • b.

    Aanvragers moeten duidelijk aangeven dat het project past in een groter geheel, thematisch en/of geografisch en dat het project van toegevoegde waarde is op het bestaande toeristisch-recreatieve aanbod.

  • c.

    Het Waddenfonds let aan de hand van dit criterium op de mate waarin het project past in en bijdraagt aan de (integrale) gebiedsontwikkeling en samenhang vertoont met andere in voorbereiding of uitvoering zijnde projecten. De gebiedsgerichte benadering is uitgewerkt in een aantal gebiedsspecifieke verhaallijnen (bijlage 3 van het Uitvoeringsprogramma Waddenfonds). Projecten worden hoger gerangschikt als deze passen in deze verhaallijnen en de kenmerkende elementen in het gebied versterken. Bij de rangschikking aan de hand van dit criterium wordt nagegaan in welke mate er aan (de beleefbaarheid van) een of meer aanwezige kernkwaliteiten wordt bijgedragen.

  • d.

    Projecten passen binnen de hoofddoelen van het Waddenfonds. Deze zijn beschreven in het Uitvoeringsprogramma Waddenfonds in het schema op pagina 9. Het project wordt sterker als het project bijdraagt aan de realisatie van meerdere hoofddoelen en thema’s (koppelkansen). In het projectplan kan de bijdrage aan andere thema’s worden onderbouwd. De mate waarin het project bijdraagt aan meerdere doelen en thema’s wordt aan de hand van dit criterium beoordeeld

  • e.

    In het voorgaande is het belang van een sterke businesscase benadrukt. Bij dit criterium wordt de kwaliteit van de businesscase beoordeeld. De mate waarin in de businesscase perspectief wordt geboden op een duurzame en gezonde ondernemingsgewijze exploitatie wordt beoordeeld.

  • f.

    Coalitievorming tussen (lokale) initiatiefnemers komt een divers, samenhangend en structuurversterkend aanbod van attracties en arrangementen te goede. In het projectplan moet worden beschreven of en hoe de afstemming en samenwerking met andere initiatieven en partijen in de ketens is vormgegeven. De meerwaarde die de initiatieven elkaar en het gebied opleveren moet helder zijn. Dit betekent bijvoorbeeld dat in het projectplan ook is uitgewerkt op welke toeristisch-recreatieve doelgroepen wordt gemikt, en wat die doelgroep in de regio te verwachten heeft, hoe de informatievoorziening is geregeld en hoe gebruik kan worden gemaakt van in de regio aanwezige voorzieningen (zoals huurfietsen e.d.), welke arrangementen er zijn en hoe informatie wordt gegeven over de (ecologische) kwetsbaarheden van het gebied.

    De mate waarin de samenwerking (eventueel een coalitie van deelnemers in het project) of afstemming met andere relevante partijen in het project en de exploitatie tot stand komt wordt aan de hand van dit criterium beoordeeld.

 

Bevoegdheden Dagelijks Bestuur Waddenfonds.

Op grond van de door het algemeen bestuur vastgestelde Algemene subsidieverordening Waddenfonds 2017 is het dagelijks bestuur bevoegd om subsidies te verstrekken die passen binnen de door provinciale staten respectievelijk het algemeen bestuur vastgestelde beleids- en uitvoeringskaders met betrekking tot het werkingsgebied van het Waddenfonds.

 

In de Algemene subsidieverordening is voor het dagelijks bestuur de bevoegdheid opgenomen tot het vaststellen van subsidieplafonds. Het dagelijks bestuur kan een subsidieplafond onderverdelen ten behoeve van verschillende activiteiten en categorieën van aanvragers. Het dagelijks bestuur is tevens bevoegd nadere regels te stellen over subsidieverstrekking.


Noot
1

In deze toelichting zijn de hoofdzaken uit het openstellingsbesluit, de subsidieverordening en het Uitvoeringsprogramma samengevat en wordt nadere toelichting gegeven bij een aantal artikelen van het openstellingsbesluit. Daarmee fungeert de toelichting tevens als leeswijzer voor (het vinden van) de relevante informatie bij het opstellen van een aanvraag.