Beleidsregels schuldhulpverlening 2017 gemeente Velsen, eerste wijziging

Geldend van 22-10-2021 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels schuldhulpverlening 2017 gemeente Velsen, eerste wijziging

Het college van burgemeester en wethouders;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht

besluit:

vast te stellen de

Beleidsregels schuldhulpverlening 2017 gemeente Velsen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

a) wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs);

b) college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen;

c) inwoner: ingezetene die op grond van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bij de gemeente Velsen is ingeschreven;

d) schuldhulpverlening: het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden, indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de preventie en nazorg;

e) client: persoon aan wie op grond van de Wgs schuldhulpverlening wordt gegeven

f) aanvraag: een schriftelijk verzoek van een inwoner aan het college voor schuldhulpverlening;

g) belanghebbende: persoon die schuldhulpverlening ontvangt;

h) schuldhulpverleningstraject: traject van maximaal drie jaar (exclusief het voortraject en de nazorg) met als doel schuldenvrij te zijn;

i) zelfstandig ondernemer: een persoon die staat ingeschreven bij de Kamer van koophandel.

j) NVVK: Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet, de brancheorganisatie voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren.

Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening

  • 1. Alle inwoners van de gemeente Velsen kunnen zich tot het college wenden voor schuldhulpverlening.

  • 2. De gemeente biedt aan inwoners een eerste gesprek aan wanneer van schuldeisers een

  • signaal is ontvangen over betalingsachterstanden.

Artikel 3. Aanbod schuldhulpverlening

  • 1. Het college verleent aan de cliënt schuldhulpverlening indien het college schuldhulpverlening noodzakelijk acht. Indien de noodzaak niet aanwezig wordt geacht door het college, kan een aanvraag worden geweigerd.

  • 2. De uitvoering van de verschillende vormen van schuldhulpverlening vindt plaats conform de betreffende gedragscodes van de NVVK. De vorm waarin de gemeente schuldhulpverlening aanbiedt, is van meerdere factoren afhankelijk en betreft maatwerk. De regelbaarheid van de persoon en de regelbaarheid van de schulden zijn bepalend.

  • 3. Alvorens een schuldregeling kan worden getroffen, dienen inkomsten en uitgaven van de cliënt in evenwicht te worden gebracht: stabilisatie. Het breed moratorium kan worden ingezet om stabilisatie mogelijk te maken doch kan niet door cliënt afgedwongen worden bij het college.

Artikel 4. Verplichtingen

  • 1. Cliënt doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op schuldhulpverlening, zowel bij de aanvraag als gedurende de looptijd van het schuldhulpverleningstraject, voor zover gegevens over deze feiten en omstandigheden niet door het college kunnen worden verkregen.

  • 2. Cliënt is verplicht om desgevraagd alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is gedurende de aanvraagperiode en tijdens het schuldhulpverleningstraject.

  • 3. Het college kan in bijzondere gevallen extra verplichtingen opleggen.

Artikel 5. Weigeren aanvraag

  • 1. Het college kan besluiten om schuldhulpverlening te weigeren indien:

    • a.

      Cliënt niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 3 lid 3, artikel 6 en artikel 7 van de wet en artikel 4 van deze beleidsregels;

    • b.

      Cliënt vanwege in de persoon gelegen factoren niet in staat is om een schuldhulpverleningstraject te volgen;

    • c.

      de aard van de schulden een schuldhulpverleningsaanbod in de weg staat;

    • d.

      Cliënt niet bereid is om zijn beschikbare aflossingscapaciteit te gebruiken voor de aflossing van schulden;

    • e.

      Cliënt zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt;

    • f.

      Cliënt in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;

Artikel 6. Beëindiginggronden

Het college kan besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien:

a) het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;

b) belanghebbende niet langer voldoet aan het genoemde in artikel 2;

c) belanghebbende niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 3 lid 3, artikel 6 en artikel 7 van de wet en artikel 4 van deze beleidsregels;

d) belanghebbende zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;

e) op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan belanghebbende is toegekend, als dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;

f) belanghebbende zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt;

g) belanghebbende in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;

h) de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van belanghebbende, niet (langer) passend is;

i) belanghebbende daartoe zelf verzoekt;

j) de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht;

k) een verzoek tot toelating Wet schuldhulpverlening Natuurlijke Personen is verstrekt.

Artikel 7. Hernieuwde aanvraag

  • 1. Indien minder dan vijf jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, door cliënt een schuldhulpverleningstraject succesvol is doorlopen (minnelijk en/of wettelijk), kan een aanvraag schuldhulpverlening worden geweigerd met uitzondering van het geven van informatie, advies en/of een doorverwijzing.

  • 2. Indien minder dan twee jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend:

    • a.

      een schuldhulpverleningstraject tussentijds door toedoen van de cliënt is beëindigd (minnelijk en/of wettelijk);

    • b.

      schuldhulpverlening is beëindigd op grond van artikel 6 sub c, d, e, of f;

  • 1. kan een aanvraag schuldhulpverlening worden geweigerd met uitzondering van het geven van informatie, advies en/of een doorverwijzing.

  • 2. Indien minder dan zes maanden, voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, een eerder verzoek voor schuldhulpverlening buiten behandeling is gesteld, kan het verzoek voor schuldhulpverlening afgewezen worden, met uitzondering van het geven van informatie, advies en/of een doorverwijzing.

  • 3. Indien een eerder verzoek voor schuldhulpverlening is afgewezen of beëindigd wegens verslavingsproblematiek, dan wordt een aanvraag in behandeling genomen indien de cliënt minimaal een jaar aantoonbaar abstinent is. Lid 2 blijft onverkort van toepassing.

Artikel 8. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2017 en wordt aangehaald als Beleidsregels schuldhulpverlening 2021 gemeente Velsen.

  • 2. De Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Velsen 2013 worden per 1 juli 2017 ingetrokken.

Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Velsen in zijn openbare vergadering van 20 juni 2017.

Ondertekening

Toelichting

Inleiding algemeen

Schuldhulpverlening is een wettelijke taak van de gemeente op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (hierna: de wet). In artikel 2 van de wet is aangegeven dat de raad een plan dient vast te stellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners van zijn gemeente. Daarnaast geeft artikel 3 van de wet door middel van ‘kan-bepalingen’ aan dat het college nadere invulling kan geven aan de uitvoering van de gemeentelijke schuldhulpverlening. Deze beleidsregels bevatten de uitwerking van deze beleidsruimte.

In het IJmondiaal Beleidsplan Schuldhulpverlening 2017-2020 is de visie van de gemeente neergelegd op het terrein van schuldhulpverlening. Achterliggende gedachte is dat de gemeente behoefte heeft aan duidelijke spelregels: de inwoner weet wat de voorwaarden zijn voor toelating tot de schuldhulpverlening en waaraan hij zich dient te houden. De gemeente op haar beurt weet welke verplichtingen zij aan de inwoner mag opleggen en wanneer zij de toegang tot de schuldhulpverlening kan weigeren of beëindigen. Hierbij speelt mee dat de gemeentelijke schuldhulpverleningspraktijk vanaf het moment dat de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in werking is getreden onder het regime van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) komt te vallen. Op dat moment is het dus van belang om regels met betrekking tot toelating tot de schuldhulpverlening, het opleggen van verplichtingen en het weigeren van hulp in een juridisch vat te hebben gegoten.

Artikel 1. Begripsbepalingen

Dit artikel is gebaseerd op artikel 1 van de wet.

Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening

Conform de visie staat schuldhulpverlening in beginsel open voor alle inwoners van de gemeente. Tot de doelgroep behoort elke burger met problematische schulden. Onder problematische schulden wordt verstaan de situatie waarin van een natuurlijke persoon zijn dreigende schulden in de categorieën woonlasten, energie, ziektekostenverzekering en onroerende goederen (lopende vaste lasten), waarbij meerdere schuldeisers niet bereid zijn om een betalingsregeling te treffen, waardoor deze persoon structureel niet aan zijn verplichtingen kan voldoen.

Daarmee sluiten we aan bij het landelijke uitgangspunt dat schuldhulpverlening breed toegankelijk moet zijn.

In principe zijn ouders verantwoordelijk voor jongeren onder de 18 jaar. In uitzonderlijke situaties kan de afweging worden gemaakt om jongeren onder de 18 jaar schuldhulpverlening aan te bieden, mits er sprake is van inkomen zijnde geen inkomen uit studiefinanciering.. Denk hierbij aan multi-problematiek in combinatie met schulden. Indien sprake is van structurele hulp bij dag- , de zelfverzorging en/of de dag(budget)besteding en de beperking in de persoonlijke omstandigheden wordt aangepakt, dan kan de gemeente beslissen om de jongeren in het budgetbeheer toe te laten.

Artikel 3. Aanbod schuldhulpverlening

In lid 1 is aangegeven dat het college schuldhulpverlening verleent indien het college schuldhulpverlening noodzakelijk acht. Op deze manier wordt enerzijds recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt van de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Daar waar de burger in staat moet worden geacht om de (dreigende) schuldenproblematiek zelf aan te pakken en te regelen, kan schuldhulpverlening achterwege blijven.

Lid 2 toont de kern van schuldhulpverlening: een gerichte en selectieve toepassing van schuldhulpverlening. Het gaat om maatwerk. De inzet van producten kan per situatie verschillen en is afhankelijk van de regelbaarheid van persoon en/of schulden. Enkele veel voorkomende (niet-limitatieve) factoren die bepalen in welke mate de gemeente één of meerdere producten schuldhulpverlening aanbiedt:

a) zwaarte en/of omvang van de schulden;

b) psychosociale situatie;

c) houding en gedrag van de cliënt (motivatie);

d) een eventueel eerder gebruik van schuldhulpverlening;

e) al dan niet voldoende inkomen om een schuldregeling te kunnen starten;

f) overwaarde in de woning;

g) afsluiting boekjaar eenmanszaken of vennootschap;

h) dreigende schuld in de categorieën woonlasten en premie ziektekostenverzekering;

i) bereidheid van schuldeisers om een betalingsregeling te treffen;

j) de belangen van de overige gezinsleden;

Lid 3 behandelt het doel van de stabilisatie. Medio maart 2017 is het besluit Breed Moratorium in werking getreden. Het besluit is een uitwerking van artikel 5 van de wet. Het breed moratorium is een uiterste middel om een oplossing in het minnelijke traject te bewerkstelligen. Het instrument mag daarom niet te lichtvaardig of te vroeg in het proces van schuldhulpverlening worden ingezet. De schuldhulpverlening moet moeite hebben gedaan om schuldeisers te overtuigen hun invorderingsmaatregelen tijdelijk op te schorten. Een moratorium mag alleen worden afgekondigd als het voor de schuldhulpverlening noodzakelijk is en de andere beschikbare instrumenten om tot hulpverlening te komen onvoldoende soelaas hebben geboden.. Het primaire doel van het moratorium is om de schuldhulpverlening in staat te stellen om met medewerking van de schuldenaar tot een schuldregelingsvoorstel te komen. Schuldregelen is een specifiek onderdeel binnen de algehele schuldhulpverlening. Het gaat hierbij om het traject waarbij via bemiddeling tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers wordt gepoogd om een minnelijke regeling voor de totale schuldenlast te bewerkstelligen.

Het breed moratorium is een instrument dat kan worden ingezet voor natuurlijke personen in een financieel instabiele situatie, mits men tot de schuldhulpverlening is toegelaten. Het college zal moeten onderzoeken of de inzet van het instrument noodzakelijk is, nu zij de enige is die de rechtbank om afkondiging van een breed moratorium kan verzoeken. De cliënt kan omwille hiervan het college niet dwingen een breed moratorium aan te vragen. Zowel het college als aanvragen moeten voldoen aan het Besluit Breed Moratorium gestelde voorwaarden. Het college zal daarnaast ook degene zijn die na de inzet van het moratorium samen met de schuldenaar acties zal moeten uitzetten om tot een financieel stabiele situatie te komen. De afkoelingsperiode raakt ook de rechten van schuldeisers. Hun bevoegdheden tot incasso en executie worden bij inzet van een breed moratorium tijdelijk opgeschort (artikel 5, eerste lid, wet en artikel 10, eerste lid, van dit besluit). Daarbij zijn ook zij gebaat bij een snel herstel van de financiële stabiliteit, zodat zicht ontstaat op de aflossingsmogelijkheden van de schuldenaar en wordt voorkomen dat de schuldenlast alleen maar oploopt en (nog) meer schuldeisers drukken op de vaak al beperkte afloscapaciteit. In die zin is een succesvolle afronding van een breed moratorium door financiële stabilisering óók in het belang van schuldeisers. De mogelijkheden van hoger beroep en cassatie (behoudens cassatie in het belang van

de wet) zijn uitgesloten, omdat gebruikmaking van deze rechtsmiddelen haaks staat op de urgente context van een moratorium (artikel 8 van de nog aan te nemen AMvB ‘Besluit Breed Moratorium’).

Artikel 4. Verplichtingen en gevolgen schending daarvan

Met dit artikel wordt de eigen verantwoordelijkheid van de hulpvrager vooropgesteld. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van mensen zelf om tijdig de benodigde informatie te geven (lid 1) en medewerking te verlenen (lid 2). Dit speelt zowel in de fase van aanvraag als gedurende de looptijd van een schuldhulpverleningstraject. Onderstaand zijn een aantal verplichtingen tot medewerking benoemd (dit is geen limitatieve opsomming):

• het iedere maand op tijd betalen van de lopende vaste lasten;

• het nakomen van afspraken en overleggen van de benodigde gegevens;

• het zich houden aan de bepalingen van de schuldregeling;

• geen nieuwe schulden aan gaan:

• het gedurende het schuldhulpverleningstraject, benutten van alle financiële ruimte in het inkomen voor het aflossen van de schulden en het bereid zijn om gedurende het traject deze financiële ruimte te vergroten;

• het geven van toestemming aan betrokken organisaties die een rol kunnen spelen in het traject schuldhulpverlening, voor het gebruik van en de controle op de verstrekte informatie;

• het deelnemen aan een begeleidingstraject aangeboden door een erkende hulpverleningsinstelling.

Artikel 5. Weigeringsgronden

Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels kan het college besluiten tot het weigeren van schuldhulpverlening. De weigeringsgronden staan opgesomd onder sub a tot en met sub e. Sub b, c en g worden hieronder nader toegelicht.

Indien de cliënt niet in staat is om een schuldhulpverleningstraject te volgen, dan kan de aanvraag schuldhulpverlening worden geweigerd. Dit is het geval bij bijvoorbeeld een verslaving. Als duidelijk is dat de in de persoon gelegen factoren een traject niet langer in de weg staan, kan toelating wel mogelijk zijn. In geval van een verslaving wordt hiervoor het criterium van minimaal één jaar aantoonbare abstinentie gehanteerd.

In overweging of de cliënt al dan niet tot de schuldhulpverlening wordt toegelaten zijn ook de aard van de schulden van belang. Als er sprake is van niet regelbare schulden kan de schuldhulpverlening worden geweigerd. Dit is het geval als er sprake is van schulden als gevolg van fraude en/of strafrechtelijke schadevergoedingsmaatregelen. Onder fraude wordt verstaan een opzettelijk handelen of nalaten waarbij misleiding wordt gebruikt om een wederrechtelijk voordeel te behalen ten koste van een bestuursorgaan. Het college kan schuldhulpverlening in ieder geval weigeren indien een persoon fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en die persoon in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd. In geval van fraude en/of strafrechtelijke schadevergoedingsmaatregelen kan de cliënt voor een periode van maximaal vijf jaar worden uitgesloten, te rekenen vanaf de datum van de terugvorderingsbeschikking.

Artikel 6. Beëindiginggronden

Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels kan het college besluiten tot het beëindigen van schuldhulpverlening. De weigeringsgronden staan opgesomd onder sub a tot en met sub k. Zo kan de schuldhulpverlening op grond van artikel 6 beëindigd worden als de schuldhulpverlening niet langer aansluit bij de persoonlijke omstandigheden van de cliënt. Het kan bijvoorbeeld aan de orde zijn dat een cliënt niet langer tot de doelgroep behoort of zelf in staat is om schulden te regelen. In dergelijke gevallen is er geen reden om schuldhulpverlening aan te gaan of voort te zetten.

Bij verhuizing naar een andere gemeente ligt het aan de fase waarin het traject zich bevindt, of de ze wordt beëindigd. In de indicatiefase (de fase waarin de schulden worden geïnventariseerd), vindt beëindiging en overdracht van het traject plaats. Ook wanneer de schuldregeling ´rond´ is vindt overdracht plaats. Bij een verhuizing binnen de drie IJmondgemeenten kan het traject worden voortgezet door de gemeente die de aanvraag schuldhulpverlening in behandeling heeft genomen.

Artikel 7. Hernieuwde aanvraag

Wat betreft de bevoegdheid tot weigering van een aanbod schuldhulpverlening in relatie tot eerdere trajecten/contacten schuldhulpverlening, zijn in dit artikel regels gesteld. Op basis van het principe van eigen verantwoordelijkheid wordt een nadrukkelijke grens gesteld aan het kunnen doen van hernieuwde aanvragen.

Bij het gebruik van artikel 7 en dus de vraag wanneer welk type hulpverlening wordt geweigerd, is het van belang om de in artikel 7 genoemde begrippen/producten goed te onderscheiden. Schuldhulpverlening is een breed begrip en omvat alle producten zoals de gemeente die kent. Een schuldhulpverleningstraject is één van de gemeentelijke producten, maar het kan ook betrekking hebben op een schuldregeling ingevolge de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.

Bij het bepalen of een persoon al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening telt de verleende schuldhulpverlening en/of de contacten daaromtrent vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels ook mee.

De grote beleidsvrijheid zoals aan de gemeente gegeven om een dergelijke recidivebepaling op te nemen, ontslaat de gemeente niet van de verplichting om, daar waar een onevenredige situatie ontstaat voor de inwoner, af te wijken van het bepaalde van artikel 7 indien nodig (ingevolge artikel 4:84 Awb, de hardheidsclausule). Uitgangspunt is en blijft evenwel het bepaalde in artikel 7.

Artikel 8. Inwerkingtreding en citeertitel

Dit artikel behoeft geen toelichting.