Beleidsregels algemene en bijzondere bijstand Tubbergen 2017

Geldend van 16-06-2017 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels algemene en bijzondere bijstand Tubbergen 2017

Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Tubbergen;

gelet op hoofdstuk 3 en artikel 35 van de Participatiewet;

besluit:

vast te stellen de navolgende

Beleidsregels algemene en bijzondere bijstand Tubbergen 2017

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Artikel 1 Definitie

In deze verordening wordt bedoeld met:

a.

wet:

Participatiewet;

b.

bijstandsnorm:

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 5 van de Participatiewet;

c.

kostendelersnorm:

de norm zoals bedoeld in artikel 22a Participatiewet;

d.

bijzondere bijstand:

bijstand ter voorziening in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan, zoals bedoeld in artikel 35 van de wet;

e.

geïndexeerde GMD lijst:

lijst gebaseerd op de eind 1993 door de VNG aan de gemeenten gestuurde GMD-lijst voor inkomensondersteunende voorzieningen. Deze lijst bevatte een overzicht van zogenaamde 'meerkosten' welke mensen met een bepaalde ziekte of handicap hebben. De GMD-lijst wordt jaarlijks door het bedrijf Schulinck geïndexeerd;

f.

vermogen:

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 34 van de Participatiewet, met dien verstande dat voor toepassing van hoofdstuk 3, bijzondere bijstand het vermogen gebonden in een auto tot € 5000 buiten beschouwing blijft;

g.

vermogensgrens:

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 34 van de Participatiewet;

h.

Nibud:

Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting;

i.

Wrb:

Wet op de rechtsbijstand;

j.

WSNP:

Wet schuldsanering natuurlijke personen.;

Hoofdstuk 2: Algemene bijstand

Artikel 1a Overbruggingsvoorschotten
  • 1. Voor zover een belanghebbende niet de beschikking heeft over enig bank- of girotegoed of over contante middelen en ter overbrugging tot aan de eerstvolgende reguliere betaaldatum een overbruggingsvoorschot noodzakelijk is in verband met bij echtscheiding, beëindiging zelfstandig bedrijf, vertrek uit AZC of om een andere reden, wordt op aanvraag een overbruggingsvoorschot toegekend.

  • 2. Het overbruggingsvoorschot wordt verstrekt om niet en kan worden uitbetaald per kas.

  • 3. De overbruggingsuitkering bedraagt niet meer dan noodzakelijk en derhalve maximaal 1 maanduitkering (inclusief vakantietoeslag).

Artikel 1b Vermogen in de vorm van een eigen auto
  • 1. De waarde van een auto niet wordt meegenomen bij de vaststelling van het vermogen, indien de auto minder dan € 5.000,00 waard is.

  • 2. Indien de auto meer dan € 5.000,00 waard is, wordt alleen het meerdere meegenomen bij de vaststelling van het vermogen.

  • 3. De waarde van de auto wordt vastgesteld aan de hand van de koerslijst ANWB (via internet). In de rapportage wordt vermeld op basis waarvan de waarde is vastgesteld.

Hoofdstuk 3: Bijzondere bijstand

Paragraaf 1

Algemene bepalingen

Artikel 2 Voorwaarden bijzondere bijstand

Aan de verlening van bijzondere bijstand zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • 1.

    De kosten moeten zich daadwerkelijk voordoen;

  • 2.

    De kosten moeten noodzakelijk zijn. Het is alleen mogelijk om bijzondere bijstand te verlenen voor noodzakelijke kosten. Dit ter onderscheiding van wenselijke kosten;

  • 3.

    De kosten moeten bijzonder zijn. De bijzondere individuele situatie van belanghebbende en/of zijn huishouden bepaalt of kosten als bijzonder kunnen worden aangemerkt;

  • 4.

    De kosten kunnen niet door de belanghebbende zelf worden betaald. In deze beleidsregels zijn richtlijnen vastgelegd hoe om te gaan met de draagkrachtberekening.

Artikel 3 Moment van aanvragen bijzondere bijstand

De aanvrager moet in beginsel voordat de kosten worden gemaakt een aanvraag indienen. De reden hiervoor is dat het veelal niet mogelijk is achteraf de noodzaak van de kosten vast te stellen. Wanneer de noodzaak van de kosten achteraf nog kan worden vastgesteld en niet al in de kosten is voorzien kan hiervan worden afgeweken en kunnen kosten tot maximaal een jaar terug worden vergoed.

Artikel 4 Draagkracht
  • 1. Om te bepalen of de aanvrager de bijzondere kosten kan voldoen uit het beschikbare inkomen moet eerst bepaald worden wat de draagkrachtruimte is. De draagkrachtruimte is het verschil tussen het inkomen van de aanvrager en de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Voor de algemene bijstand is in artikel 31, tweede lid, Participatiewet en artikel 33, vijfde lid, Participatiewet geregeld welke inkomsten niet op de uitkering worden gekort. Deze inkomsten worden ook voor de bijzondere bijstandsverlening vrijgelaten, met uitzondering van bijstand voor duurzame gebruiksgoederen.

  • 2. De draagkrachtruimte bedraagt 20% van het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Waarbij wanneer van toepassing onder bijstandsnorm de kostendelersnorm wordt bedoeld. En waarbij wanneer van toepassing op de bijstandsnorm een verlaging bij een schoolverlater of vanwege lage woonkosten wordt toegepast overeenkomstig de daartoe vastgestelde beleidsregel.

  • 3. Met uitzondering van aanvragen voor kosten van duurzame gebruiksgoederen wordt het vermogen tot aan de betreffende vermogensgrens van artikel 33 lid 3 Participatiewet vrijgelaten.

Artikel 5 Afwijkende draagkracht bij woonkostentoeslag en kosten bewindvoering

Voor een woonkostentoeslag en voor de kosten van bewindvoering geldt dat al het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm meetelt als draagkracht.

Artikel 6 Draagkrachtperiode bijzondere bijstand
  • 1. De draagkracht wordt in beginsel berekend over één jaar, beginnend op de eerste dag van de maand, waarin de bijstandsaanvraag is ingediend.

  • 2. Wanneer de bijzondere kosten zich periodiek voordoen, maar niet gedurende een heel jaar (bijvoorbeeld bij een tijdelijke woonkostentoeslag), kan de draagkracht over een kortere periode worden berekend, zodat niet de volledige jaardraagkracht hoeft te worden ingezet.

  • 3. De draagkracht wordt in beginsel eens per jaar vastgesteld. Voor aanvragers die een bijstands- of WAO-, WIA- of Wajong uitkering ontvangen of de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt kan worden volstaan met een vaststelling van eens per 5 jaar.

Artikel 7 Wijziging draagkracht tijdens de draagkrachtperiode

In beginsel wordt de eenmaal vastgestelde draagkracht niet gewijzigd. Alleen als zich in de loop van de vastgestelde periode ontwikkelingen voordoen, die van zodanig belangrijke aard zijn, dat hieraan niet kan worden voorbijgegaan (bijvoorbeeld het wegvallen of het ontstaan van inkomstenbronnen), kan tussentijdse herziening plaatsvinden over het resterende deel van de periode.

Artikel 8 Drempelbedrag

Er wordt geen drempelbedrag zoals bedoeld in artikel 35 lid 2 van de Participatiewet gehanteerd voor de kosten van bijzondere bijstand.

Artikel 9 Waar en wanneer een medisch advies opvragen

Als er bijzondere bijstand wordt aangevraagd voor medische kosten, dan wordt in beginsel geen medisch advies aangevraagd aangaande de noodzakelijkheid van deze kosten. Gaat het om kosten die meer bedragen dan € 300,00 op jaarbasis en de noodzakelijkheid kan niet aan de hand van verklaringen van huisarts, tandarts, medisch specialist, of anderszins worden vastgesteld dan wordt een medisch advies opgevraagd bij een daarvoor gecontracteerde organisatie.

Paragraaf 2:

Kostensoorten waarvoor beleid is vastgelegd

Artikel 10 Medische kosten
  • 1. Voor medische kosten wordt in beginsel geen bijzondere bijstand verstrekt.

  • 2. In afwijking van lid 1 wordt bijzondere bijstand verstrekt voor medische kosten tot aan de vergoeding van de gemeentelijk ondersteunde collectieve aanvullende zorgverzekering volgens pakket 2 van zorgverzekeraar Menzis, wanneer de aanvrager door een premieachterstand geen aanvullende ziektekostenverzekering kan afsluiten.

Artikel 11 Behandelingen orthodontist

In afwijking van de algemene regel bij medische kosten, is voor de kosten van behandelingen door een orthodontist bij een kind tot 18 jaar onder aftrek van eventuele andere vergoedingen, zoals via een aanvullende zorgverzekering, maximaal € 2.500 aan bijzondere bijstand mogelijk, gerekend over de gehele behandelduur.

Artikel 12 Uitvaartkosten
  • 1. Bij ontbreken van voldoende middelen van bestaan kunnen de erfgenamen van een overledene voor een uitvaart ieder voor het eigen deel in de kosten een aanvraag bijzondere bijstand indienen. Voor de hoogte van de vergoeding wordt per kostenpost uitgegaan van maximaal het bedrag uit de NIBUD prijzengids.

  • 2. Geen bijzondere bijstand wordt verstrekt:

    • a.

      voor de kosten van een begrafenis/crematie die zich voordoet in het buitenland;

    • b.

      aan erfgenamen die woonachtig zijn buiten de gemeente;

    • c.

      voor kosten van een rouwadvertentie, kosten van meer dan één volgauto, kosten van een eredienst en/of kosten die voortvloeien uit een specifieke culturele of religieuze achtergrond.

  • 3. De bijzondere bijstand wordt verleend om niet, tenzij aannemelijk te achten is dat er achteraf voldoende middelen zijn. Ontvangen verzekeringsgelden ten behoeve van de uitvaart worden in mindering gebracht.

Artikel 13 Kosten bewindvoering
  • 1. Er bestaat recht op bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering als de goederen van een meerderjarige door de Kantonrechter onder bewind zijn gesteld én de kosten van bewindvoering door de Kantonrechter afwijkend van de hoofdregel (5% van de netto opbrengst van de onder bewind staande goederen) zijn vastgesteld.

  • 2. Het bedrag waarop de Kantonrechter de beloning voor de bewindvoerder afwijkend heeft vastgesteld komt voor bijstandsverlening in aanmerking.

  • 3. Voor de kosten van bewindvoering in het kader van de WSNP bestaat geen recht op bijzondere bijstand.

Artikel 14 Rechtsbijstand
  • 1. Er bestaat recht op bijzondere bijstand voor de kosten van rechtsbijstand indien op grond van een toevoeging volgens de Wrb rechtsbijstand is verleend. Het recht op bijzondere bijstand voor deze eigen bijdrage is beperkt tot de eigen bijdrage die geldt wanneer de doorverwijzing is verkregen via het Juridisch Loket.

  • 2. De volgende kosten komen in beginsel niet in aanmerking voor bijzondere bijstand:

    • a.

      vertaalkosten;

    • b.

      reiskosten van belanghebbende voor het bijwonen van rechtszittingen;

    • c.

      de kosten gemaakt in de bezwaarfase anders dan de eigen bijdrage op grond van de Wrb.

Artikel 15 Aanvullende bijzondere bijstand 18 t/m 20 jarigen niet in een inrichting
  • 1. Een jongere van 18, 19 of 20 jaar heeft slechts recht op aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud voor zover de noodzakelijke kosten van zijn bestaan uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm en voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op de ouders, als:

    • a.

      de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn, of

    • b.

      de belanghebbende het onderhoudsrecht ten aanzien van zijn ouders redelijkerwijs niet te gelde kan maken.

  • 2. Van noodzakelijke bestaanskosten, die de toepasselijke bijstandsnorm te boven gaan, kan uitsluitend sprake zijn als de belanghebbende zelfstandige huisvesting heeft én deze zelfstandige huisvesting noodzakelijk is.

  • 3. De bijstandsnorm wordt aangevuld bij:

    • a.

      een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar tot maximaal de norm voor een alleenstaande als bedoeld in artikel 21, sub a, van de Participatiewet.

    • b.

      gehuwden waarvan één van beide of allebei 18, 19 of 20 jaar zijn tot maximaal de bijstandsnorm voor gehuwden als bedoeld in artikel 21, sub b, van de Participatiewet.

  • 4. Bij de berekening van het bedrag wordt rekening gehouden met de regelgeving aangaande kostendelers, het niet hebben van woonlasten en de lagere norm voor schoolverlaters.

Artikel 16 Babyuitzet
  • 1. Als een aanvrager niet heeft kunnen reserveren of lenen en geen gebruik van een voorliggende voorziening kan maken, dan kan de mogelijkheid van bijstandsverlening voor een babyuitzet worden bezien. Bijstandsverlening kan pas geschieden op het moment dat de te maken kosten noodzakelijk worden geacht. In de zesde maand van de zwangerschap moet de babyuitzet aangeschaft worden. Op dat moment is dan ook pas bijstandsverlening mogelijk. Een verklaring van de vroedvrouw met de vermoedelijke bevallingsdatum is noodzakelijk.

  • 2. De hoogte van de te verlenen bijstand hangt af van de feitelijk te maken kosten. Als er al meer (kleine) kinderen zijn, wordt verwacht dat bepaalde zaken al aanwezig zijn. Voor het bepalen van de prijzen wordt de Nibudprijzengids aangehouden.

Artikel 17 Maaltijdvoorziening
  • 1. Wanneer ouderen of hulpbehoevenden door ziekte of gebrek noodzakelijkerwijs gebruik moeten maken van een maaltijdvoorziening kan voor het hoofdgerecht en dessert van de hoofdmaaltijd bijzondere bijstand worden verstrekt.

  • 2. De richtprijs voor een maaltijd wordt gebaseerd op het bedrag genoemd in artikel 3.8 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011. Alleen het verschil tussen de prijs van de goedkoopst mogelijke maaltijdvoorziening en de richtprijs kan via bijzondere bijstand worden vergoed.

Artikel 18 Eigen bijdrage verzorging en hulp
  • 1. Eigen bijdragen voor verstrekkingen op grond van de Wet langdurige zorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning kunnen voor bijstandsverlening in aanmerking komen.

  • 2. Eigen bijdragen voor verstrekkingen die vallen onder de gemeentelijke Huishoudelijke Hulp Toelage kunnen voor bijstandverlening in aanmerking komen.

Artikel 19 Communicatie en signalering
  • 1. In beginsel wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor telefoonkosten.

  • 2. Voor de kosten van personenalarmering moet uitgegaan worden van de meest goedkope en adequate voorziening. De eigen bijdrage na eventuele vergoeding door de zorgverzekeraar (aansluitkosten en periodieke bijdrage) die klanten verschuldigd zijn kan vanuit de bijzondere bijstand vergoed worden.

Artikel 20 Stookkosten en kosten elektriciteitsgebruik
  • 1. Wanneer een woning in verband met medisch redenen extra verwarmd moet worden, brengt dat vaak extra kosten met zich mee (stookkosten en elektriciteitsverbruik).Voor deze extra kosten kan bijzondere bijstand worden verstrekt.

  • 2. Alleen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval kan er aanleiding zijn bijzondere bijstand te verlenen voor deze kosten. Hiervan is in ieder geval sprake indien er een medische noodzaak is voor het maken van deze kosten. De medische noodzaak van de meerkosten wordt door middel van een medisch advies vastgesteld.

  • 3. De bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de meerkosten. De meerkosten zijn de extra kosten bovenop het bedrag dat mensen in een vergelijkbare woning en vergelijkbare gezinssituatie volgens het NIBUD uitgeven aan stookkosten.

Artikel 21 Reiskosten woon-werkverkeer (verwervingskosten)

Er wordt geen bijzondere bijstand voor reiskosten woon-werkverkeer verstrekt. Indien noodzakelijk kan het college re-integratiemiddelen inzetten voor deze kosten.

Artikel 22 Reis in verband met een medische behandeling

In afwijking van de algemene regel voor medische kosten kan voor reis- en/of verblijfskosten in verband met regelmatige geneeskundige behandelingen (bijvoorbeeld afspraken in een ziekenhuis) of bezoeken aan hulpverlenende instanties bijzondere bijstand worden verleend. Het moet gaan om kosten op grond van een medische indicatie waarin de reis- en/of verblijfskosten niet of niet volledig door een voorliggende voorziening worden vergoed. Verder moet het gaan om reizen naar bestemmingen buiten een straal van 50 km van de woonplaats van belanghebbende maar binnen Nederland. De vergoeding wordt gebaseerd op de kosten van openbaar vervoer 2e klasse

Artikel 23 Reis- en/of verblijfskosten bezoek zieke familieleden
  • 1. Bijzondere bijstand is mogelijk voor de kosten van het bezoek buiten een straal van 50 km van de woonplaats van belanghebbende behoort maar in Nederland verzorgd of verpleegd wordende gezins- of familieleden. Onder gezins- of familieleden worden verstaan:

    • a.

      degenen, die tot het gezin behoren (dus ook eventuele pleegkinderen);

    • b.

      verdere familieleden in de eerste graad (ouders-kinderen);

    • c.

      in bijzondere gevallen (bijvoorbeeld bij ernstige ziekte) overige (tweede graad) familieleden.

  • 2. Als er sprake is van vergoeding van reiskosten op grond van de bijzondere bijstand wordt uitgegaan van het volgende aantal bezoeken:

    • a.

      bij ernstige ziekte: 1x per week voor 2 personen of 2x per week voor 1 persoon;

    • b.

      bij langdurige verzorging of verpleging: 1x per 2 weken voor 2 personen of 1x per week voor 1 persoon.

  • 3. Van het genoemde aantal bezoeken in lid 2 kan worden afgeweken als daar een medische en/of sociale indicatie voor is. De vergoeding op grond van de bijzondere bijstand is dus gelijk aan de tarieven openbaar vervoer 2e klasse ook als van eigen vervoer gebruik wordt gemaakt. Indien van het eigen vervoer gebruik wordt gemaakt, wordt de vergoeding pas verstrekt na overlegging van een verklaring van de inrichting of als de bezoeken anderszins aantoonbaar worden gemaakt.

  • 4. De hoogte van het bedrag voor verblijfskosten wordt als volgt vastgesteld voor een verblijf van:

    • a.

      minderjarige kinderen op basis van de kosten van een Ronald Mc Donaldhuis;

    • b.

      personen van 18 jaar en ouder op basis van de kosten van een voorziening door de instelling aangeboden;

    • c.

      indien door de instelling geen voorziening wordt aangeboden, kan er een vergoeding verstrekt worden op basis van de kosten van een sober en adequaat verblijf.

Artikel 24 Reiskosten bezoek aan gedetineerde
  • 1. Bijzondere bijstand is mogelijk voor de kosten voor het vervoer van het woonadres van de bezoeker (=belanghebbende) naar de inrichting waar de gedetineerde verblijft.

  • 2. Het bezoeken van een gedetineerde wordt als noodzakelijk gezien als:

    • a.

      de gedetineerde behoort tot het gezin of familie van belanghebbende, en;

    • b.

      de inrichting buiten de gemeente is gelegen (maar binnen Nederland), en;

    • c.

      de bezoekfrequentie maximaal 2 keer per maand voor 1 persoon of 1 keer per maand voor 2 personen bedraagt. Bij een sociale of medische indicatie kan van het aantal bezoeken worden afgeweken.

  • 3. Onder gezins- of familieleden worden verstaan:

    • a.

      degenen, die tot het gezin behoren (dus ook eventuele pleegkinderen);

    • b.

      verdere familieleden in de eerste graad (ouders-kinderen);

    • c.

      in bijzondere gevallen (bijvoorbeeld bij ernstige ziekte) overige (tweede graad) familieleden.

  • 4. De hoogte van de bijzonder bijstand is gelijk aan de tarieven openbaar vervoer 2e klasse voor het betreffende traject. Om die reden worden kinderen jonger dan 12 jaar, in voorkomende gevallen, geacht mee te reizen met de ouder.

  • 5. Uitbetaling vindt plaats na overlegging van de vervoersbewijzen en/of de verklaring van de inrichtingen.

Artikel 25 Reiskosten bezoek werkplein

Er wordt in beginsel geen bijzondere bijstand verstrekt voor reiskosten in verband met bezoeken aan het Werkplein.

Artikel 26 Kosten van sociaal culturele en educatieve activiteiten

Hiervoor wordt geen bijzondere bijstand voor verstrekt

Artikel 27 Bewassing en kledingslijtage
  • 1. In bijzondere omstandigheden kan voor de kosten van bewassing- en/of kledingslijtage bijzondere bijstand worden verleend.

  • 2. De noodzaak voor het verlenen van bijzondere bijstand wordt vastgesteld door middel van een medisch advies. In het medisch advies wordt aangegeven wat de meerkosten zijn voor bewassing en kleding slijtage en/of de aanschaf van extra kleding/beddengoed noodzakelijk is.

  • 3. De bijzondere bijstand voor bewassingkosten en kledingslijtage wordt verleend om niet. Aangaande de kosten wordt gebruik gemaakt van de geïndexeerde GMD lijst. Voor de kosten voor aanschaf van (extra) kleding gelden de bedragen in de prijzengids van het NIBUD als maximum.

Artikel 28 Kosten van scholing en opleiding

Voor de kosten van noodzakelijk geachte scholing wordt in beginsel geen bijzondere bijstand verleend.

Artikel 29 Duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten
  • 1. Bij noodzakelijke bijstandsverlening ten behoeve van duurzame gebruiksgoederen wordt er in beginsel bijstand verstrekt in de vorm van een lening.

  • 2. Voor de vaststelling van de hoogte van de bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt in beginsel uitgegaan van de kosten van tweedehands goederen.

  • 3. De hoogte van de leenbijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt gemaximeerd op 6% van de betreffende bijstandsnorm (inclusief eventuele bijzondere bijstand voor levensonderhoud) inclusief vakantiegeld gedurende 3 jaar.

  • 4. Wanneer het noodzakelijk is om een bedrag te verstrekken dat hoger is dan het in het derde lid bedoelde maximum, dan wordt het meerdere als bijstand om niet verstrekt.

  • 5. Bij bijstandsverlening voor woninginrichting wordt voor zover noodzakelijk voor behang- en schilderwerk in beginsel een jaarlijks geïndexeerd forfaitair bedrag gehanteerd waarvan de hoogte afhankelijk is van de afmetingen van de woning.

Artikel 30 Verhuiskosten

Voor de noodzakelijke kosten van een noodzakelijke verhuizing wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de administratiekosten, dubbele huurlasten en de huur van een verhuisbusje.

Artikel 31 Woonkostentoeslag
  • 1. Huurtoeslag is voor bijstandverlening een voorliggende voorziening die toereikend en passend is. Indien geen of slechts beperkt recht op huurtoeslag bestaat, bijvoorbeeld door inkomen of vermogen van medebewoners, bestaat ook geen recht op bijstand.

  • 2. Van uitgangspunt van lid 1 wordt alleen afgeweken indien men in een beperkte periode geen huurtoeslag ontvangt, wanneer iemand een zware terugval in inkomsten heeft dan wel een eigen woning bewoont.

  • 3. De hoogte van de woonkostentoeslag wordt berekend volgens de systematiek van de huurtoeslag onder aftrek van de werkelijk ontvangen huurtoeslag, het recht op renteaftrek bij belastingen inzake eigen woningbezit en de draagkracht. Hierbij wordt uitgegaan van een draagkrachtpercentage van 100%.

  • 4. Indien de woonkosten, zowel van een huurwoning als van een eigen woning, meer bedragen dan de maximaal subsidiabele huur dan wordt bij recht op een woonkostentoeslag niet meer bijstand verstrekt dan op basis de maximaal subsidiabele huur wordt berekend. Bij een huurwoning wordt in dat geval de woonkostentoeslag voor maximaal 1 jaar verleend en wordt gelijktijdig een verhuisplicht opgelegd. Deze periode kan met maximaal 1 jaar worden verlengd als de aanvrager er alles aan heeft gedaan om vervangende woonruimte te krijgen en hierin toch niet is geslaagd.

  • 5. Qua woonkosten wordt bij een eigen woning rekening gehouden met rentebetalingen (onder aftrek van het recht op renteaftrek van de belastingdienst) die noodzakelijk verband houden met de eigen woning en met zakelijke lasten die verband houden met het hebben van een woning in eigendom.

  • 6. Geen rekening wordt gehouden met de kosten van periodiek onderhoud.

Artikel 32 Dieetkosten
  • 1. De meerkosten in verband met een dieet komen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand indien er een medische noodzaak bestaat.

  • 2. De bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de meerkosten ten opzichte van normale gezonde voeding. Hierbij wordt uitgegaan van de NIBUD-norm voor het betreffende dieet onder aftrek van 30%.

  • 3. Dieetpreparaten komen in beginsel niet in aanmerking voor vergoeding via de bijzondere bijstand.

Artikel 33 Kosten kinderopvang op grond van een sociale en/of medische indicatie
  • 1. Een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van een sociale en/of medische indicatie kan worden verleend:

    • a.

      als kinderopvang noodzakelijk is in het belang van een gezonde ontwikkeling van het op te vangen kind als kinderopvang; dan wel

    • b.

      als de ouder(s)/verzorger(s) van het kind behoren tot een categorie van personen behoren met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking die kinderopvang noodzakelijk maakt; en

    • c.

      het kind woonachtig is binnen de gemeente.

  • 2. Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal en/of medische indicatie bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      naam en adres van de ouders/verzorgers;

    • b.

      indien van toepassing: naam van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner;

    • c.

      naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • d.

      het advies van de huisarts of een andere deskundige over de noodzaak van de kinderopvang, inclusief het noodzakelijke aantal uren per dag en week en de verwachte noodzakelijke duur, met een beschrijving van de aanpak van het onderliggende probleem;

    • e.

      bewijsstukken van de laatste drie maanden voor datum aanvraag waaruit het netto maandelijkse inkomen en het vermogen van de ouder(s)/verzorger(s) blijkt, voor zover het college nog niet over die gegevens beschikt.

  • 3. Het college kan ten behoeve van de vaststelling van de noodzakelijkheid nader advies vragen bij een adviesorgaan.

  • 4. Het college weigert de tegemoetkoming indien:

    • a.

      de ouder en/of de partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang;

    • b.

      er een voorliggende voorziening is, waartoe in ieder geval wordt gerekend een voorziening op grond van:

      • -

        de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

      • -

        de Wet langdurige zorg;

      • -

        de Wet maatschappelijke ondersteuning;

    • c.

      de opvang niet wordt verzorgd door een geregistreerd kindercentrum of gastouderbureau.

  • 5. Hoogte en duur van de tegemoetkoming:

    • a.

      de tegemoetkoming heeft betrekking op maximaal 25 uur per week.

    • b.

      de tegemoetkoming is gebaseerd op de feitelijke kosten, maar bedraagt per uur niet meer dan het maximale uurtarief dat de Belastingdienst jaarlijks vaststelt.

    • c.

      de tegemoetkoming wordt toegekend voor de duur van maximaal 6 maanden en kan daarna, na een nieuwe indicatie, nog één maal worden verlengd met maximaal 3 maanden.

  • 6. De tegemoetkoming bedraagt ten hoogste het bedrag van de kosten verminderd met het bedrag dat het inkomen meer bedraagt dan de toepasselijke bijstandsnorm (= draagkracht).

Artikel 34 Intrekking

De Beleidsrichtlijnen sociale zekerheid gemeente Tubbergen 2011 worden ingetrokken.

Artikel 35 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 36 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels algemene en bijzondere bijstand Tubbergen 2017.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in de vergadering van 21 februari 2017,
Burgemeester en wethouders van Tubbergen,
de secretaris, de burgemeester,
drs. ing. G.B.J. Mensink, drs. ing. W.A.M. Haverkamp – Wenker

Toelichting

Algemene toelichting

Voor de meeste onderwerpen en kostensoorten is inhoudelijk aansluiting gezocht bij het bestaande beleid en is er alleen sprake van een actualisatie door bij voorbeeld niet langer gebruik te maken van verwijzingen naar de Wet werk en bijstand die is opgevolgd door de Participatiewet.

Bij andere onderwerpen gaat het ook om inhoudelijke wijzigingen.

Daarbij gaat het om het volgende:

Bij bewindvoeringskosten wordt alle inkomen boven de bijstandsnorm gezien als draagkracht. Dit om te bevorderen dat naar alternatieve oplossingen wordt gezocht voor deze kosten;

In beginsel wordt er geen bijzondere bijstand meer verstrekt voor telefoonkosten. Dit vanwege het feit dat er momenteel vele gratis mogelijkheden zijn om te communiceren;

Het zelfde geldt voor de geringe meerkosten in elektriciteitsverbruik vanwege het gebruik van een scootmobiel of traplift;

Voor reiskosten in verband met een medische behandeling is bijzondere bijstand mogelijk. Dit omdat het gemis hieraan als knelpunt werd ervaren.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 4 Draagkracht

In principe geldt dat slechts voor een deel rekening wordt gehouden met de inkomsten boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm.

Een uitzondering wordt gemaakt bij de woonkostentoeslag. Daarbij worden alle inkomsten boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm gezien als draagkracht. De reden hiervoor is dat woonkosten niet zo zeer als bijzondere kosten zijn aan te merken maar als algemene kosten waar in principe iedereen mee te maken krijgt.

De andere uitzondering betreft bewindvoeringkosten. Om te stimuleren dat deze kosten zo veel mogelijk worden vermeden en naar alternatieve oplossingen wordt gezocht wordt ook voor deze kosten alle draagkracht in aanmerking genomen.

Met toepasselijke bijstandsnorm wordt in voorkomende gevallen de kostendelersnorm bedoeld.

Vanwege praktische overwegingen wordt bij inkomsten en bij de van toepassing zijnde bijstandsnorm bij berekeningen uitgegaan van de bedragen exclusief vakantiegeld.

Bij het aanvragen van bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen worden in beginsel de middelen als bedoeld in artikel 31 lid 2 Participatiewet, artikel 33 lid 5 Participatiewet (inkomsten) en artikel 34 lid 2 Participatiewet(vermogen) niet vrijgelaten.

Artikel 9 Waar en wanneer een medisch advies opvragen

Het medisch advies moet opgevraagd worden bij de gecontracteerde organisatie.

Artikel 10 Medische kosten

In beginsel verstrekt het college geen bijzondere bijstand voor medische kosten. Onder 'medische kosten' wordt verstaan: noodzakelijk te maken kosten welke vallen binnen de reikwijdte van de kostensoorten waarover de Zorgverzekeringswet of de WLZ zich uitspreekt.

In afwijking hiervan bestaat er wel recht op bijzondere bijstand als de aanvrager zich door een premieachterstand niet heeft kunnen verzekeren via de gemeentelijke ondersteunende collectieve aanvullende zorgverzekering op basis van pakket 2. Gedurende de periode van de premieachterstand hoeft men niet verzekerd te zijn bij zorgverzekeraar Menzis. Dit omdat men in deze situatie niet over kan stappen naar een andere zorgverzekeraar.

Voor de kosten van orthodontie bij kinderen jonger dan 18 jaar en reiskosten in verband met ziekte kan eveneens bijzondere bijstand worden verstrekt. Zie hiervoor het specifieke artikel in deze beleidsregel.

Artikel 14 Rechtsbijstand

Voor vertaalkosten is in principe geen bijzondere bijstand mogelijk. Advocaten kunnen namelijk kosteloos gebruik maken van een gesubsidieerd tolkencentrum.

Ook voor de reiskosten van een belanghebbende voor het bijwonen van rechtszittingen is in principe geen bijzondere bijstand mogelijk want het is in het algemeen niet noodzakelijk dat belanghebbende in persoon aanwezig is op een rechtszitting.

Artikel 15 Aanvullende bijzondere bijstand 18 t/m 20 jarigen niet in een inrichting

Bij het beoordelen van het recht op bijzondere bijstand voor levensonderhoud voor jongeren van 18, 19 of 20 jaar wordt in alle gevallen onderzocht of de onderhoudsplicht van de ouders kan worden geëffectueerd.

Artikel 17 Maaltijdvoorziening

Alleen noodzakelijk gebruik van een maaltijdvoorziening kan voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Om te voorkomen dat voor iedere aanvraag voor bijzondere bijstand een medisch advies dient te worden aangevraagd, zijn er een aantal criteria die kunnen worden gehanteerd om te bezien of een aanvrager voor bijzondere bijstand in aanmerking komt. Deze criteria dienen in hun onderlinge samenhang te worden gezien:

1.de aanvrager heeft een voorziening in het kader van de Wmo

ook hiervoor geldt dat niet iedere Wmo-voorziening per definitie betekent dat de aanvrager zelf geen maaltijden zou kunnen bereiden. Veelal ligt er aan een Wmo-voorziening een medisch advies ten grondslag. Indien de situatie niet duidelijk is, kan met toestemming van de aanvrager informatie worden ingewonnen bij het onderdeel Wmo.

2.de aanvrager heeft een indicatie voor thuiszorg

Wanneer dit het geval is, dient contact op te worden genomen met de WMO om te beoordelen wat noodzakelijk is.

3. gezinssituatie

- indien er een partner aanwezig is: is deze nog in staat maaltijden te bereiden?

Alleen bij twijfel over de noodzaak wordt een medisch advies opgevraagd.

Artikel 18 Eigen bijdrage verzorging en hulp

Bijstandsverlening voor de eigen bijdragen Wlz-instelling aan een belanghebbende met een bijstandsuitkering bij verblijf in een inrichting is niet aan de orde, er is een passende en toereikende voorliggende voorziening. Men kan namelijk vragen om vermindering van de eigen bijdrage zodat men de bijstandsnorm voor zak- en kleedgeld overhoudt.

Artikel 19 Communicatie en signalering

Telefoonkosten

Door de technologische ontwikkelingen zijn er veel gratis of goedkope mogelijkheden, bijvoorbeeld Skype, prepaid bellen en dergelijke. Alleen in uitzonderingssituaties zal er daarom bijzondere bijstand kunnen worden verstrekt voor telefoonkosten.

Alarmering

Personenalarmering is bedoeld voor mensen die ondanks hoge leeftijd, ziekte of een handicap alleen wonen en alarm moeten kunnen slaan als hen iets overkomt. Personenalarmering bestaat uit een alarmunit en een draadloos zendertje, waarmee direct contact kan worden gemaakt met een alarmcentrale.

De abonnements- en aansluitingskosten op de alarmcentrale worden niet door de basisverzekering vergoed, zodat de basisverzekering geen toereikende voorziening is. Voor deze kosten dan ook aanvullend bijzondere bijstand worden verstrekt. Indien men uit een aanvullende verzekering hiervoor een vergoeding ontvangt, wordt de vergoeding van deze aanvullende verzekering op de kosten in mindering gebracht.

In de meeste gevallen is er een indicatie afgegeven via de Stichting Welzijn Tubbergen Dinkelland. Ook komt het voor dat de alarmering een verplicht onderdeel is van het wonen in een aanleunwoning of verpleegafdeling. Ook in die gevallen kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de eigen bijdrage van het alarmsysteem en eventuele noodzakelijke zorgopvolging.

Artikel 20 Stookkosten en elektriciteitsgebruik

Voor de bepaling van het gemiddelde verbruik van stookkosten is daarbij het type woning bepalend. Voor het gemiddelde verbruik van elektriciteit is de grootte van de huishouding van belang. Voor de vaststelling van het gemiddelde gebruik maken wij gebruik van de NIBUD-Prijzengids.

Verantwoord energiegebruik

In het kader van het onderzoek zal tevens moeten worden bezien of er sprake is van een verantwoord energiegebruik. Hierbij valt te denken aan het stookgedrag, ventilatie van de woning, aanwezigheid van bepaalde energieverslindende apparatuur (vaatwasmachine, stookkachels, grote aquaria, diepvriezer, droogtrommel e.d.). De extra energiekosten, als gevolg van deze apparatuur, kunnen in het algemeen niet voor vergoeding in aanmerking komen.

De hoogte van de toe te kennen bijstand moet worden beargumenteerd. Toekenning van een vast (norm)bedrag voor een bepaalde leefeenheid is niet de bedoeling. In bijzondere gevallen kunnen voorwaarden aan de bijstand worden verbonden, die ertoe strekken, dat de klant het energieverbruik terugdringt resp. omziet naar andere huisvesting, die beter is geïsoleerd.

Ook kan er sprake zijn van extra elektriciteitsverbruik in verband met het gebruik van een scootmobiel en/of traplift. Het meerverbruik is veelal dusdanig gering dat bijzondere bijstandverlening niet in de rede ligt.

Artikel 21 Reiskosten woon-werkverkeer (verwervingskosten)

Hiervoor wordt geen bijzondere bijstand verstrekt, maar indien noodzakelijk kan het college re-integratiemiddelen inzetten voor deze kosten.

Deze kosten worden als algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan aangemerkt, waarin zelf voorzien moet worden. Bovendien kunnen via de Belastingdienst reiskosten als aftrekpost worden opgevoerd. Derhalve is er voor reiskosten een voorliggende voorziening aanwezig. Vaak ook wordt via de werkgever een vergoeding verstrekt.

Aanvragers met een bijstandsuitkering hebben vaak tijdelijk werk en verdienen niet genoeg om het zonder uitkering te kunnen stellen. In dergelijke gevallen biedt de Belastingdienst onvoldoende soelaas inzake de reiskostenaftrek. Bovendien vindt eventuele teruggave van reiskosten via de Belastingdienst pas na een jaar plaats. Voor aanvragers met een bijstandsinkomen is dit niet op te brengen. Bovendien wordt werkaanvaarding niet gestimuleerd als belanghebbende veel reiskosten moet maken die voor eigen rekening zouden komen. Daarom is het mogelijk voor reiskosten in verband met woon-/werkverkeer een vergoeding vanuit de re-integratiemiddelen te verstrekken.

Reiskosten scholing/stage i.v.m. noodzakelijk geachte scholing

Aanvragers die, met behoud van de uitkering, een noodzakelijk geachte scholing of opleiding volgen en daarvoor reiskosten maken, kunnen deze reiskosten vergoed krijgen via een vergoeding vanuit de re-integratiemiddelen.

Artikel 23 Reis- en verblijfskosten bezoek zieke familieleden

Vaak zal in deze gevallen de ziektekostenverzekering als voorliggende voorziening fungeren. Deze vergoeding wordt dan betaald uit de aanvullende verzekering.

Artikel 24 Reiskosten bezoek aan gedetineerden

De reiskosten (en eventueel kosten van levensonderhoud) voor de gedetineerden zelf, die op weekendverlof mogen gaan in het kader van re-socialisering, dienen volgens jurisprudentie binnen de wettelijke bepalingen van justitie, dan wel in het kader van subsidieverlening aan reclasseringsverenigingen, te worden opgelost.

Voornoemde kosten worden niet beschouwd als noodzakelijke kosten van het bestaan zoals bedoeld in de Participatiewet. Bijzondere bijstandsverlening is daarvoor dus niet mogelijk.

Artikel 25 Reiskosten bezoek werkplein

Tot de algemeen voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan behoren ook de kosten van vervoer voor deelname aan het maatschappelijk verkeer. Hieronder wordt ook begrepen het doen van aanvragen en het komen voor gesprekken en dergelijke op het Werkplein. Aangezien de algemene bijstand, dan wel een inkomen op bijstandsniveau voorziet in deze kosten kan er in beginsel geen bijstand worden verleend voor deze kosten.

Artikel 26 Kosten van sociaal culturele en educatieve activiteiten

Hiervoor kan geen bijzondere bijstand worden verleend maar er zijn wel mogelijkheden op grond van de verordening bevordering participatie minima 2017 die gebaseerd is op de Gemeentewet. Hetzelfde geldt voor een nog op te richten organisatie die zich richt op kinderen. Hieraan wordt op dit moment gewerkt. Deze organisatie zal o.a. door de gemeente Tubbergen worden gesubsidieerd.

Artikel 27 Bewassing en kledingslijtage

Te denken valt aan extra kleding- en schoeiselslijtage als gevolg van het gebruik van prothesen, stoornissen in houding en het bewegingsapparaat of stoornissen in het evenwicht, het bewustzijn of het coördinatievermogen. Bij extra bewassingskosten kan het gaan om incontinentie, gebruik medicatie zoals zalf, bedlegerigheid, gebruik van een stoma of bijvoorbeeld overmatig transpireren.

Artikel 28 Kosten van scholing en opleiding

Indien nodig kan het college re-integratiemiddelen inzetten ter dekking van deze kosten.

Artikel 29 Duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten

Algemeen

De kosten van duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kunnen worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke uitkering algemene bijstand door middel van reservering dan wel gespreide betaling achteraf. Dit betekent dat er in beginsel geen bijstandsverlening mogelijk is voor deze kosten. Een mogelijkheid om dergelijke kosten te financieren is het afsluiten van een lening bij een kredietverlenende instantie.

Alleen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval kan er van deze regel worden afgeweken. In dat geval wordt bijzondere bijstand verleend, ook als dit bijstand betekent in aanvulling op een voorliggende voorziening.

Vaststelling noodzaak

Bij de behandeling van een bijstandsaanvraag dient allereerst de noodzaak van de herinrichting te worden vastgesteld. De noodzaak dient in principe te worden vastgesteld aan de hand van een huisbezoek, om zodoende de hoogte van de bijzondere bijstand te bepalen. De bevindingen van het huisbezoek dienen uitvoerig in een rapportage tot uitdrukking te komen. Als de noodzaak ontbreekt dan kan de aanvraag direct worden afgewezen.

Ook als een (her)inrichting noodzakelijk is, kan in het algemeen geen bijstand worden verleend in verhuis- en herinrichtingskosten, omdat deze kosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die uit het ter beschikking staande inkomen dienen te worden bestreden.

In dit verband zal behalve de noodzaak van verhuizing ook de voorzienbaarheid van verhuizing dienen te worden onderzocht en in de rapportage worden vastgelegd.

Alleen bij bijzondere, zich onverwacht voordoende omstandigheden kan er aanleiding zijn bijstand te verlenen als geen of onvoldoende reserveringscapaciteit aanwezig is. Voor het bepalen van de voorzienbaarheid van de verhuizing is onder andere de inschrijvingsdatum als woningzoekende van belang. Ook zal moeten worden beoordeeld of de verhuizing uit te stellen is. Bijstandsverlening voor een verhuizing enkel op grond van een sociale of medische indicatie is in het algemeen niet mogelijk. Een jeugdig echtpaar dat bijvoorbeeld in verband met de komst van een kind naar een eengezinswoning wenst te verhuizen óf een wat ouder echtpaar dat een kleinere woning wenst te betrekken zal in verband met de voorzienbaarheid van de verhuizing in het algemeen zelf in verhuis- en herinrichtingskosten dienen te voorzien bijvoorbeeld door middel van het aangaan van een lening bij de geëigende kredietverlenende instelling, respectievelijk de verhuizing moeten uitstellen totdat voldoende is gereserveerd.

Hoogte bijzondere bijstand

Het is duidelijk dat bij de bepaling van het benodigde bedrag uitsluitend kan worden uitgegaan van noodzakelijk aan te schaffen goederen. Deze beoordeling dient aan de hand van een door aanvrager op te stellen inventarislijst te geschieden, die waar mogelijk is voorzien van de bedragen waarmee de goederen zo goedkoop en adequaat mogelijk kunnen worden aangeschaft. In het algemeen dienen geen pro-forma nota's te worden ingenomen. In zeer bijzondere situaties kan het desondanks wenselijk zijn dat aanvrager pro-forma-nota's overlegt als enigerlei vorm van begeleiding bij de inrichting noodzakelijk is. Een goedkope en adequate oplossing staat voorop. Indien mogelijk dient daarom gebruik te worden gemaakt van beschikbare tweedehands goederen.

Qua maximaal mogelijke te verstrekken bedragen bij deelinrichting dient gebruik te worden gemaakt van de richtprijzen van de Nibudprijzengids. Bij het vaststellen van het benodigd bedrag wordt gelet op het karakter van de Participatiewet ervan uitgegaan dat van aanvrager in redelijkheid mag worden verwacht dat hij/zij bij het inkopen van de benodigde goederen prijsbewust te werk gaat. Bij de verhuis-en herinrichting mag rekening worden gehouden met zelfwerkzaamheid.

Bij toekenning van bijstand wordt indien mogelijk tot rechtstreekse betaling aan de leverancier overgegaan (machtiging aanvrager innemen).

Vorm van bijstand

Als men niet over de financiële middelen beschikt om bijvoorbeeld duurzame noodzakelijke gebruiksgoederen aan te schaffen, zal men daarvoor moeten trachten te reserveren of zal men geld moeten lenen. Gelet op het complementaire karakter van de Participatiewet zal primair een beroep dienen te worden gedaan op de Stadsbank Oost-Nederland. Alleen als een dergelijke lening niet mogelijk is, kan (aanvullende) leenbijstand of bijstand ‘om niet’ noodzakelijk zijn.

Als sprake is van de aanwezigheid van een zogenaamd bescheiden vermogen én het gaat om de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen die gewoonlijk uit het ter beschikking staande inkomen bestreden dienen te worden, zal eerst het bescheiden vermogen aangewend dienen te worden. Verder dient te worden nagegaan of de voorziening uit te stellen is, of reservering mogelijk is geweest en of op andere wijze in de kosten kan worden voorzien.

Als de noodzaak van de bijstandsverlening is vastgesteld dient de vorm van de bijstandsverlening te worden bepaald. Wanneer kredietverlening niet door de Stadsbank Oost-Nederland kan plaatsvinden, zal doorgaans leenbijstand moeten worden verstrekt.

De hoogte van de leenbijstand voor woninginrichting wordt gemaximeerd op 6% van de betreffende bijstandsnorm (plus de eventuele bijzondere bijstand voor levensonderhoud) inclusief vakantiegeld gedurende 3 jaar. Wanneer het (in zeer uitzonderlijke situaties) noodzakelijk is om een bedrag te verstrekken dat hoger is dan het maximum, dan wordt het meerdere als bijstand om niet verstrekt. Hiermee wordt beoogd de schulden van bijstandsgerechtigden terug te dringen, de bijzondere bijstandverlening te beperken en het leveren van maatwerk te bevorderen.

Behang– en schilderwerk

Naast de bijzondere bijstand voor woninginrichting kan er bijstand om niet verstrekt worden voor de opknapkosten in de vorm van behang- en schilderwerk waarbij als indicatie kan worden aangehouden:

Per 01-01-2016:

• 1-kamer woning € 255,00

• 2-kamer woning € 319,00

• 3-kamer woning € 382,00

• 4-kamer woning € 450,00

• 5-kamer woning € 510,00

Niet tot een kamer worden gerekend: toilet, badkamer en keuken. Het gaat om verblijfsruimten als de woonkamer en slaapkamer(s) die daadwerkelijk worden gebruikt.

De genoemde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de consumentenprijsindex alle huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek, overeenkomstig de methode van Schulinck.

Artikel 30 Verhuiskosten

Omschrijving kosten

Kosten in verband met verhuizing, bijvoorbeeld de kosten in verband met het transport van de inboedel en dubbele vaste lasten voor woning gedurende overgangsperiode.

Voorliggende voorziening

Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening. Denk in dit geval aan:

• een geldlening bij een kredietverlenende instantie;

• de WMO. Bijvoorbeeld als de verhuizing medisch noodzakelijk is in verband met een handicap van de betrokkene;

• de werkgever. Bijvoorbeeld als volgens de CAO of een individuele arbeidsovereenkomst een tegemoetkoming in verhuiskosten betaald wordt door de werkgever.

Recht op bijzondere bijstand

De kosten in verband verhuizing behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kunnen worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke uitkering algemene bijstand door middel van reservering dan wel gespreide betaling achteraf. Dit betekent dat er in beginsel geen bijstandsverlening mogelijk is voor deze kosten.

Bijstand om niet

Niet voor alle kosten verbonden aan verhuizing/herinrichting kan leenbijstand worden verleend. De eigenlijke kosten van de verhuizing, zoals de dubbele huur, verhuisbusje (maximaal € 75,00), verf en behang, aansluitkosten apparatuur, kunnen "om niet" verstrekt worden.

Dubbele huur wordt veroorzaakt door een vroegere acceptatiedatum van de nieuwe woning, dan de laatste huurdag van de oude woning. Er is dan sprake van een overlap. Indien er sprake is van dubbele huur, kan dat deel van de huur dat als dubbele huur wordt aangemerkt, om niet verstrekt worden.

De bepaling van de dubbele huur is als volgt:

Stel:

Men verhuist van woning A (€ 300,00 huur per maand) naar woning B (€ 400,00 huur per maand). Huurcontract van woning A is opgezegd ingaande 1 februari. Woning B is aanvaard ingaande 16 januari. De overlap betreft periode 16 januari t/m 31 januari (= 16 dagen)

Berekening:

huur per maand van de nieuwe woning (€ 400,00): 31 dagen (afhankelijk van de maand) x 16 dagen (overlap) = € 206,45 dubbele huur.

Eerste huur (vaak bedongen door verhuurder bij ondertekening huurcontract) is niet hetzelfde als dubbele huur. Bij eerste huur is er geen sprake van een overlap, aangezien twee huurperiodes naadloos op elkaar aansluiten. Mocht er toch aanleiding zijn om bijzondere bijstand voor eerste huur te verstrekken, dan kan dat in principe alleen om niet, tenzij de bijstandverlening valt te plaatsen onder artikel 48 lid 2 van de Participatiewet.

Voor de waarborgsom wordt normaliter geen bijstand verstrekt. Als bijstand hiervoor wordt verstrekt, wordt dit toegekend in de vorm van een lening. In bijzondere situaties kan bijstand om niet geboden zijn.

Artikel 31 Woonkostentoeslag

Om terugvordering te voorkomen wordt op voorhand rekening gehouden met de belastingteruggave voor rentelasten.

Onderhoudskosten worden in de berekening in beginsel niet meegenomen.

Artikel 32 Dieetkosten

De meerkosten per jaar van een dieet zijn opgenomen in de prijzengids van het Nibud onder 'Meerkosten dieetvoeding'. De genoemde bedragen dienen met 30% te worden verlaagd. De bedragen van het Nibud komen overeen met die van het Ministerie van Financiën en zijn de fiscaal aftrekbare forfaitaire bedragen. Met andere woorden: dieetkosten kunnen leiden tot een belastingteruggaaf. Door de bedragen met 30% te verlagen wordt met een belastingteruggaaf rekening gehouden.

Wanneer dieetpreparaten noodzakelijk zijn dan worden deze vergoed door de zorgverzekeraar