Besluit van Gedeputeerde Staten van 18 december 2012 tot vaststelling van de beleidsregel ontheffingen ligplaatsen provinciale vaarwegen van Zuid-Holland (Beleidsregel ontheffingen ligplaatsen)

Geldend van 26-01-2016 t/m heden

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van 18 december 2012 tot vaststelling van de Beleidsregel ontheffingen ligplaatsen provinciale vaarwegen van Zuid-Holland (Prov. Blad 2013, 47) en gewijzigd bij besluit van 6 oktober 2015 (Prov. Blad 2016, 390)

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

Gelet op:

het in artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel h van de Vaarwegenverordening Zuid-Holland 2015;

het in artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel d van de Vaarwegenverordening Zuid-Holland 2015;

de in het artikel 16, eerste lid van de Vaarwegenverordening Zuid-Holland 2015;

de nota Ligplaatsenbeleid provinciale vaarwegen Zuid-Holland, vastgesteld d.d. 18 december 2012;

Besluiten vast te stellen de volgende beleidsregel voor het gebruik van de hiervoor genoemde bevoegdheden:

Artikel 1 Definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a. woonboot: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf, niet zijnde een object dat valt onder de Woningwet;

b. inkassing: een met ontheffing of toestemming van de provincie aangelegde haven waarin parallel aan de vaarweg kan worden aangemeerd buiten de oorspronkelijke oeverlijn. Een inkassing maakt geen onderdeel uit van de vaarweg;

c. insteekhaven: een met ontheffing of toestemming van de provincie aangelegde haven waarin dwars op de vaarweg kan worden aangemeerd buiten de oorspronkelijke oeverlijn. Een insteekhaven maakt geen onderdeel uit van de vaarweg;

d. ligplaatsvoorziening: al hetgeen bestemd is om een vaartuig aan vast te leggen te maken, zoals steigers, meerpalen, bolders;

e. particuliere oever: grond die niet openbaar toegankelijk is en in eigendom toebehoort aan een eigenaar anders dan een overheidsinstantie;

f. maatgevend schip: schepen met afmetingen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze beleidsregel;

g. recreatievaartuig: een schip, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor niet-bedrijfsmatige varende recreatie;

h. vaarweggebonden activiteit: een activiteit die ter uitoefening van een beroep of bedrijf op of aan het water plaatsvindt, alsook activiteiten met een

maatschappelijk belang die door een vereniging of stichting worden uitgeoefend ten behoeve van recreatievaartuigen.

i. vaarstrook: dat deel van de vaarweg dat uitsluitend bestemd is voor varend verkeer. De vaarstrookbreedtes voor de provinciale vaarwegen zijn opgenomen in de tabel in de bijlage 2 bij deze beleidsregel;

j. vaartuig: naast het begrip in de gebruikelijke zin van het woord een vaartuig zonder waterverplaatsing, een drijvend casco en vaartuig

in aanbouw en een vaartuig dat de geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren.

k. veiligheidsstrook: een waterstrook parallel aan de vaarstrook aan beide zijden richting oever die als buffer dient tussen varende en liggende schepen. De veiligheidsstrook blijft zoveel mogelijk vrij van ligplaatsen voor woon- of recreatiedoeleinden. De breedte van de veiligheidsstrook voor de

provinciale vaarwegen zijn opgenomen in de tabel in de bijlage 2 bij deze beleidsregel;

l. veiligheidszone: een gedeelte van de vaarweg met een relatief hoog ongevalrisico, zoals is beschreven in bijlage 3 van deze beleidsregel;

m. evenement: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak.

Artikel 2 Ontheffing voor ligplaats ten behoeve van vaarweggebonden activiteiten

Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het verbod om ligplaats in te nemen, zoals genoemd in artikel 16 eerste lid van de Vaarwegenverordening Zuid-Holland 2015, ten behoeve van een vaarweggebonden activiteit, indien:

a. de ligplaats niet gelegen is in een vaarstrook of veiligheidszone; of

b. de ligplaats is gelegen in een veiligheidsstrook maar er geen nautische bezwaren bestaan tegen de ontheffing;en

c. ligplaats nemen noodzakelijk is voor de vaarweggebonden activiteit en de aanvrager van de ontheffing de rechthebbende van de oever is of

schriftelijke toestemming van de rechthebbende van de oever heeft verkregen.

Artikel 3 Ontheffing voor ligplaats ten behoeve van recreatievaartuigen

Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het verbod om ligplaats in te nemen, zoals genoemd in artikel 16 eerste lid van de Vaarwegenverordening Zuid-Holland 2015, ten behoeve van een recreatievaartuig

indien:

a. de ligplaats niet gelegen is in een vaarstrook, veiligheidsstrook of veiligheidszone; en

b. het een ligplaats aan een particuliere oever betreft en de aanvrager van de ontheffing de rechthebbende van die oever is of schriftelijke

toestemming van de rechthebbende van de oever heeft verkregen, of

c. de ligplaats aan een openbare oever aan de trajecten 2,3 7 of 8 betreft en de aanvrager een watersportvereniging is die een maatschappelijk doel dient en voor een ieder toegankelijk is.

Artikel 4 Ontheffing voor ligplaats ten behoeve van woonboten

1. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het verbod om ligplaats in te nemen, zoals genoemd in artikel 16 eerste lid van de

Vaarwegenverordening Zuid-Holland 2015, ten behoeve van een woonboot, indien:

a. de ligplaats niet gelegen is in een vaarstrook, veiligheidsstrook of veiligheidszone; en

b. ten behoeve van de ligplaats op de dag voorafgaande aan inwerkingtreding van deze beleidsregel reeds een ontheffing of

toestemming voor een woonboot was verleend, danwel feitelijk ligplaats werd ingenomen met een woonboot, met toestemming van de provincie;

c. de afmetingen van de woonboot in hoogte, lengte en breedte, waarvoor ontheffing wordt gevraagd, niet groter zijn dan die van de woonboot ten behoeve waarvan de voorafgaande ontheffing of toestemming was

verleend op de betreffende locatie.

2. De ontheffing wordt verleend aan de eigenaar van een vaste ligplaats en is woonbootgebonden. De ontheffing vervalt van rechtswege bij wijziging in

de eigendomsverhoudingen.

3. Gedeputeerde Staten zullen alleen een nieuwe ontheffing voor een ligplaats verlenen voor een ligplaats waar reeds voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel door Gedeputeerde Staten een ontheffing of vrijstelling voor een ligplaats voor woonboten was verleend.

Artikel 5 Ontheffing voor ligplaatsvoorzieningen

1. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het verbod, zoals genoemd in artikel 15 eerste lid, aanhef en onderdeel d van de Vaarwegenverordening Zuid-Holland 2015, opaanvraag van de rechthebbende van de oever voor het in gebruik hebben van een niet-openbare ligplaatsvoorziening, indien deze niet gelegen is

in een vaarstrook, veiligheidsstrook of veiligheidszone.

2. Gedeputeerde Staten verlenen geen ontheffing voor een niet-openbare ligplaatsvoorziening indien deze verder dan noodzakelijk de vaarweg insteekt dan wel een gevaar voor de doorgaande scheepvaart vormt.

3. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen voor een openbare ligplaatsvoorziening of enig ander werk van openbaar nut, indien de voorziening gelegen is in een vaarstrook of veiligheidszone, mits geoordeeld wordt dat het belang van de bruikbaarheid van de vaarweg en oever zwaarder weegt dan het belang van een vlotte en veilige doorvaart.

Artikel 6 Ontheffing voor de aanleg van insteekhavens en inkassingen

Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het verbod, zoals genoemd in artikel 15 eerste lid, aanhef en onderdeel d van de Vaarwegenverordening Zuid-Holland 2015, voor het doorbreken van de oever voor het aanleggen van een insteekhaven of inkassing voor recreatievaart of ten behoeve van vaarweggebonden activiteiten, onder de navolgende voorwaarden:

a. de uitmonding is niet direct gelegen in een veiligheidszone;

b. er geen nautische bezwaren bestaan in geval de uitmonding uitkomt in een vaarstrook of veiligheidsstrook.

Artikel 6A Ontheffing voor evenementen

Gedeputeerde STaten kunnen ontheffing verlenen van het verbod in artikel 15, eerste lid, aanhef en onder h van de Vaarwegenverordening Zuid-Holland 2015 voor een evenement, indien daartegen geen nautische bezwaren bestaan.

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 8 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffingen ligplaatsen.

Ondertekening

Den Haag, 18 december 2012
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,
J. FRANSSEN, voorzitter
J.A.M HILGERSOM, secretaris

Bijlage behorende bij de Beleidsregel ontheffingen ligplaatsen

https://www.zuid-holland.nl/publish/pages/17125/bijlagebeleidsregelontheffingenligplaatsen.pdf

Toelichting behorende bij het Besluit van GS van 6 oktober 2015 tot wijziging van de Beleidsregel ontheffingen ligplaatsen

Het ligplaatsenbeleid is op 18 december 2012 door Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland vastgesteld (provinciaal blad 2013, 47). De doelstelling van dit beleid richt zich op de instandhouding van de vaarweg en haar oevers en op de handhaving van de bruikbaarheid voor de vastgestelde maatgevende scheepvaartklasse. Randvoorwaarde bij dit bakbeheer is het waarborgen van voldoende doorstroming en veiligheid van de scheepvaart. Daarvoor worden de vaarwegen op diepte gehouden, de oevers onderhouden en toezicht gehouden op de regels die op de vaarwegen gelden.

Het ligplaatsenbeleid is inmiddels twee jaar in werking en de eerste ervaringen zijn opgedaan. Dit heeft geleid tot het doorvoeren van een aantal kleine versoepelingen en een verduidelijking. Uit de evaluatie kwam naar voren dat er in het oude beleid geen mogelijkheden bestonden om voor evenementen ontheffingen te verlenen. Middels de toevoegingen in artikel 1 onderdeel m en artikel 6A is dit nu geregeld. Verder is het toestaan van watersportverenigingen langs openbare oevers in artikel 3, onderdeel c beperkt tot de vaarwegtrajecten 2, 3, 7 en 8. Hierdoor is direct duidelijk op welke vaarwegtrajecten het afmeren voor watersportverenigingen mogelijk is. Op de andere vaarwegen zijn er onder andere nautische bezwaren om een ligplaats nemen toe te staan, anders dan op aangewezen plekken. Omdat kort afmeren, waaronder te water laten, zonder ontheffing mogelijk is, hoeft voor constructies voor het te water laten van vaartuigen die niet permanent boven het water hangen (bijv. botenlift, hijsvoorziening) geen ontheffing meer te worden verleend. Middels de wijziging in artikel 5 is de ontheffingplicht hiervoor komen te vervallen. Het wordt niet langer onwenselijk geacht dat insteekhavens en inkassingen uitmonden in een vaarstrook of veiligheidsstrook. Artikel 6 wordt daarom aangepast. Het verbod op insteekhavens en inkassingen blijft alleen van kracht voor veiligheidszones.