Horecaverordening Hilversum 2017

Geldend van 01-05-2017 t/m 31-12-2021

Gemeenteblad III

2017 nr. 49

HORECAVERORDENING HILVERSUM 2017.

Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Hilversum

op 8 maart 2017 en in werking getreden op 1 mei 2017

Vervallen is Gem.blad III 2003 nr. 66 (Horecaverordening Hilversum raadsbesluit 26 juni 2003)

GEMEENTE HILVERSUM RAADSBESLUIT

De gemeenteraad van de gemeente Hilversum;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 januari 2017,

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

BESLUIT:

vast te stellen de hierna volgende Horecaverordening Hilversum 2017:

HORECAVERORDENING HILVERSUM 2017

Artikel 1. Begripsbepalingen

Voor de toepassing van de verordening wordt verstaan onder:

a.

Horecabedrijf:

de voor publiek toegankelijke besloten ruimte, waar tegen vergoeding dranken worden geschonken of eetwaren voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan, een hotel, restaurant, afhaalzaak, pension, café, cafetaria, snackbar, automatiek, discotheek, buurthuis of clubhuis. Tot een horecabedrijf worden ook gerekend een bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden;

b.

Coffeeshop:

een alcoholvrije horecagelegenheid waar handel en gebruik van softdrugs plaatsvindt;

c.

Alcoholvrij bedrijf:

een horecabedrijf waar alcoholvrije drank of eetwaren voor directe consumptie worden verstrekt;

d.

Alcoholverstrekkend bedrijf:

een horecabedrijf waar alcoholhoudende drank voor directe consumptie wordt verstrekt;

e.

Terras:

een al dan niet overdekte zitgelegenheid in de onmiddellijke nabijheid van een horecabedrijf gelegen, alwaar in het kader van de uitoefening van een horecabedrijf aan de bezoekers dranken en/of eetwaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt;

f.

Alcoholhoudende drank:

de drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor meer dan een half volumeprocent uit alcohol bestaat;

g.

Alcoholvrije drank:

de drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor een half volumeprocent of minder uit alcohol bestaat;

h.

Leidinggevende:

de natuurlijke persoon die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan een horecabedrijf alsmede de bestuurder van de rechtspersoon voor wiens rekening en risico een horecabedrijf wordt geëxploiteerd;

i.

Bezoeker:

een ieder die zich in het horecabedrijf bevindt, met uitzondering van:

·personeel van het horecabedrijf;

·een lid van het gezin of de huishouding van de exploitant alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwant, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;

·de persoon van wie de aanwezigheid in het bedrijf wegens dringende reden noodzakelijk is.

j.

Exploitant:

de natuurlijke persoon of de rechtspersoon voor wiens rekening en risico een horecabedrijf wordt geëxploiteerd.

Artikel 2. Exploitatievergunning

    • 1.

      Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

    • 2.

      Het is verboden de aard van het horecabedrijf te wijzigen zonder daartoe strekkende vergunning van de burgemeester.

    • 3.

      De burgemeester kan bepalen dat geen exploitatievergunning is vereist voor nader aangewezen (categorieën van) horecabedrijven, al dan niet gebiedsgedifferentieerd.

    • 4.

      De exploitatie van een horecabedrijf waarop een besluit als bedoeld in het derde lid betrekking heeft, mag geen nadelige invloed hebben op het woon- en leefklimaat in de omgeving alsmede de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid en gezondheid in gevaar brengen.

    • 5.

      De burgemeester kan voor een horecabedrijf, die nader is aangewezen zoals bedoeld in het derde lid, alsnog een exploitatievergunning verlangen indien een horecabedrijf wordt geëxploiteerd op een wijze die strijdig is met het bepaalde in het vierde lid.

    • 6.

      Een exploitatievergunning wordt verleend voor onbepaalde tijd, tenzij in de exploitatievergunning anders staat vermeld.

    • 7.

      Een exploitatievergunning wordt uitsluitend verleend aan en op naam gezet van de exploitant en is niet overdraagbaar.

    • 8.

      De burgemeester vermeldt in een exploitatievergunning het adres, de locatie, de sluitingstijden, de aard en de omvang van het horecabedrijf en in een aanhangsel bij de exploitatievergunning de leidinggevenden.

    • 9.

      De burgemeester weigert de exploitatievergunning indien:

    • a.

      de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een bestemmingsplan, een beheersverordening of een voorbereidingsbesluit;

    • b.

      op basis van het Horecakader de exploitatiecategorie van het horecabedrijf niet past in het gebied waar het horecabedrijf zich wil vestigen;

    • c.

      de openbare orde en/of veiligheid ter plaatse door de aanwezigheid van de horeca-inrichting in gevaar komt;

    • d.

      de woon- en/of leefomgeving op onaanvaardbare wijze negatief zal worden beïnvloed;

    • e.

      indien voor de exploitatie van het horecabedrijf tevens een vergunning op basis van de Drank- en Horecawet is vereist en deze vergunning niet is of kan worden verleend;

    • f.

      de exploitant of de leidinggevende onder curatele of bewind staat;

    • g.

      de exploitant of de leidinggevende niet de leeftijd heeft bereikt:

      • i.

        van achttien jaar in het geval van een alcoholvrij bedrijf;

      • ii.

        eenentwintig jaar in het geval van een alcoholverstrekkend bedrijf of een coffeeshop;

    • h.

      de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    • i.

      redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet in overeenstemming is met de ingediende aanvraag

      10.Onverminderd het negende lid kan de burgemeester de exploitatievergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken, tijdelijk opschorten of wijzigen, indien naar zijn oordeel:

    • a.

      in of vanuit het horecabedrijf een feit of feiten hebben voorgedaan of aannemelijk is dat in de toekomst zich een feit of feiten gaan voordoen waardoor de openbare orde en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf nadelig zal worden beïnvloed;

    • b.

      de exploitant of de leidinggevende betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het horecabedrijf, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn horecabedrijf strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;

    • c.

      de exploitant of de leidinggevende het bij of krachtens de bepalingen in deze verordening geregelde overtreedt;

    • d.

      er sprake is van een gewijzigde exploitatie, met uitzondering van een wijziging leidinggevende als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of er sprake is van een wijziging in de exploitant, waarvoor geen nieuwe exploitatievergunning is aangevraagd.

Artikel 3. Voorschriften en beperkingen

  • 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid, zedelijkheid of het woon- en leefklimaat, voorschriften en beperkingen verbinden aan een exploitatievergunning.

  • 2. De burgemeester kan de aan een exploitatievergunning verbonden voorschriften en beperkingen wijzigen, dan wel nieuwe voorschriften en beperkingen aan een exploitatievergunning verbinden.

  • 3. Het is verboden te handelen in strijd met aan een exploitatievergunning of aan een bij of krachtens deze verordening verleende ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen.

Artikel 4. Aanvraag exploitatievergunning

  • 1. De aanvraag om een exploitatievergunning geschiedt door middel van een door de burgemeester vastgesteld aanvraagformulier of elektronische informatiedrager.

  • 2. In de aanvraag wordt in ieder geval vermeld:

  • a. het adres van het horecabedrijf;

  • b. de aard van het horecabedrijf;

  • c. de exploitant van het horecabedrijf;

  • d. de persoonsgegevens van de leidinggevenden.

  • 3. Bij de aanvraag dienen de volgende gegevens te worden overgelegd:

  • a. een geldig legitimatiebewijs en een arbeidsovereenkomst van iedere leidinggevende;

  • b. een nauwkeurige beschrijving en plattegrond met duidelijke maatvoering van de indeling van het horecabedrijf en als het ook om een terras gaat een nauwkeurige beschrijving en plattegrond met duidelijke maatvoering van de ligging en omvang van dat terras.

  • 4. Indien de burgemeester dit voor de beoordeling van de aanvraag nodig acht kan hij de overlegging van aanvullende bescheiden en gegevens verzoeken.

  • 5. In geval dat een aanvraag uitsluitend betrekking heeft op wijziging van de leidinggevende(n) dan meldt de exploitant van het horecabedrijf aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier of elektronische informatiedrager:

  • a. deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel.

  • b. bij de melding wordt in ieder geval vermeld:

    • i.

      het adres van het horecabedrijf;

    • ii.

      de exploitant van het horecabedrijf;

    • iii.

      de persoonsgegevens van de leidinggevende die bijgeschreven wil worden op het aanhangsel.

  • c. bij de melding dienen een geldig legitimatiebewijs en een arbeidsovereenkomst, van iedere leidinggevende die wil worden bijgeschreven, te worden overgelegd.

  • d. de burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de melding.

  • e. de burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel indien de persoon die bijgeschreven wil worden op het aanhangsel:

    • i.

      onder curatele of bewind staat;

    • ii.

      in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    • iii.

      de leeftijd niet heeft bereikt van:

      • 1.

        van achttien jaar in het geval van een alcoholvrij bedrijf;

      • 2.

        eenentwintig jaar in het geval van een alcoholverstrekkend bedrijf of een coffeeshop.

  • 6. Het bepaalde in het derde lid, onder a. geldt niet ten aanzien van horecabedrijven waarvoor een vergunning is verleend op grond van de Drank- en Horecawet waarop eenzelfde leidinggevende staat vermeld.

Artikel 5. Beslistermijn aanvraag exploitatievergunning

  • 1. De burgemeester beslist op de aanvraag om vergunning binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag is ingekomen.

  • 2. De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen.

  • 3. Indien voor het horecabedrijf tevens een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet is vereist, houdt de burgemeester, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, zijn beslissing aan totdat op de aanvraag om vergunning als bedoeld in de Drank- en Horecawet is beslist.

  • 4. Op de exploitatievergunning bedoeld in artikel 2, eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 6. Beëindiging (of overdracht) exploitatie horecabedrijf

  • 1. Als hij de exploitatie van een horecabedrijf beëindigt doet de exploitant hiervan binnen twee weken na de beëindiging (schriftelijk) mededeling aan de burgemeester.

  • 2. Bij beëindiging van het horecabedrijf vervalt de exploitatievergunning, tenzij de rechtsopvolger van de vergunninghouder binnen twee weken na de overdracht van het horecabedrijf een aanvraag voor een exploitatievergunning heeft ingediend.

  • 3. Behoudens het geval dat zwaarwegende feiten of omstandigheden zich daartegen verzetten, blijft de vergunning in dat geval van kracht, totdat op de aanvraag een besluit is genomen.

Artikel 7. Wijziging leidinggevende

  • 1. Indien een leidinggevende de leiding aan een horecabedrijf feitelijk heeft beëindigd, doet de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging (schriftelijk) mededeling aan de burgemeester.

  • 2. Een nieuwe leidinggevende kan slechts leiding geven, indien de exploitant of leidinggevende kan aantonen dat de nieuwe leidinggevende op het aanhangsel van de exploitatievergunning is bijgeschreven.

  • 3. In afwijking van het tweede lid, kan een nieuwe leidinggevende tijdelijk leidinggeven tot op de aanvraag is beslist, indien de exploitant of leidinggevende een bevestiging van de burgemeester kan tonen waaruit blijkt dat die nieuwe leidinggevende ten behoeve van bijschrijving op het aanhangsel van de exploitatievergunning is aangemeld.

Artikel 8. Aanwezigheid leidinggevende

Het is verboden een horecabedrijf voor bezoekers geopend te houden of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven indien ter plaatse geen leidinggevende aanwezig is.

Artikel 9. Sluitingstijden

    • 1.

      Het is de leidinggevende van een horecabedrijf verboden deze voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen:

      • a.

        24.00 uur en 07.00 uur, tenzij bij of krachten deze verordening anders is bepaald;

      • b.

        01.00 uur en 07.00 uur, indien het een horecabedrijf betreft dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is als restaurant, met dien verstande dat na 24.00 uur geen bezoekers meer mogen worden toegelaten.

    • 2.

      Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die handelt overeenkomstig de in de exploitatievergunning opgenomen sluitingstijden en met inachtneming van de voorschriften of beperkingen welke aan die vergunning zijn verbonden.

    • 3.

      De burgemeester kan ten behoeve van horecabedrijven die beschikken over een exploitatievergunning een collectieve ontheffing verlenen van de sluitingstijden voor speciale gelegenheden, aan welke ontheffing voorschriften of beperkingen kunnen worden verbonden.

    • 4.

      De burgemeester kan ten behoeve van een horecabedrijf dat beschikt over een exploitatievergunning incidenteel een individuele ontheffing verlenen van de sluitingstijden voor speciale gelegenheden voor maximaal vier keer per kalenderjaar, aan welke ontheffing voorschriften of beperkingen kunnen worden verbonden.

    • 5.

      In afwijking van het vierde lid kan geen incidentele ontheffing worden verleend aan een exploitant, die als rechtsopvolger van de vergunninghouder, tijdelijk exploiteert met een vergunning die van kracht is op basis van het bepaalde in artikel 6, tweede en derde lid.

    • 6.

      De burgemeester kan in het belang van het woon- en leefklimaat of de openbare orde en veiligheid tijdelijk:

  • a. andere dan in het eerste lid van dit artikel genoemde sluitingstijden vaststellen voor één of meer horecabedrijven;

  • b. sluiting bevelen van één of meer horecabedrijven.

    • 7.

      Het is verboden zich als bezoeker te bevinden in een horecabedrijf, dat ingevolge enige bepaling van dit artikel gesloten dient te zijn.

    • 8.

      Het is de leidinggevende van een horecabedrijf verboden gedurende de tijdstippen waarop dit horecabedrijf voor bezoekers gesloten dient te zijn, drank en/of eetwaren voor gebruik elders dan ter plaatse te verstrekken.

    • 9.

      In de nacht dat de zomertijd naar wintertijd overgaat en vice versa wordt de klok om 5.00 uur verzet naar de nieuwe tijd.

    • 10.

      De bepalingen van dit artikel gelden slechts voor een horecabedrijf voor zover daarvoor bij of krachtens de Winkeltijdenwet geen andere openingstijden zijn bepaald.

Artikel 10. Beslistermijn aanvraag individuele ontheffing sluitingstijden

  • 1.

    De burgemeester beslist op de aanvraag om ontheffing van de sluitingstijden bedoeld in artikel 9, vierde lid, binnen zes weken na de dag waarop de aanvraag is ingekomen.

  • 2.

    De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste zes weken verdagen.

  • 3.

    Op de ontheffing bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 11. Verstoring orde

Het is verboden in een horecabedrijf, of in de onmiddellijke omgeving daarvan, de orde te verstoren. De leidinggevende dient er op toe te zien dat overlast en verstoring van de openbare orde en veiligheid voorkomen wordt.

Artikel 12. Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie als bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak.

Artikel 13. Toezicht

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van de burgemeester aangewezen personen.

Artikel 14. Overgangsbepalingen

  • 1. Ontheffingen, die zijn verleend onder de "Horecaverordening 2003" en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, worden aangemerkt als ontheffingen en vergunningen krachtens deze verordening.

  • 2. Verloven die zijn verleend onder de "Horecaverordening 2003" en die rechtsgeldig zijn op het moment van inwerkingtreding van deze verordening blijven van kracht totdat deze zijn vervangen door een exploitatievergunning op grond van deze verordening.

  • 3. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing op grond van de "Horecaverordening 2003" is ingediend zal deze volgens de nieuwe regeling worden afgehandeld.

  • 4. Op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de "Horecaverordening 2003" wordt beslist met toepassing van deze verordening.

Artikel 15. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Horecaverordening Hilversum 2017".

Artikel 16. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2017.

  • 2.

    Bij het inwerkingtreden van deze verordening vervalt de "Horecaverordening 2003" vastgesteld bij raadsbesluit van 26 juni 2003.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 maart 2017

De griffier, De voorzitter,

TOELICHTING OP DE HORECAVERORDENING HILVERSUM 2017

Algemene toelichting

Toepassingsgebied en wettelijke grondslag

Deze nieuwe verordening is ter vervanging van de Horecaverordening Hilversum 2003 (raadsbesluit van 26 juni 2003; Gemeenteblad III 2003, nr. 66). De Horecaverordening Hilversum 2003 vervalt met inwerkingtreding van deze verordening.

Het Horecakader 2016 vormt de beleidsmatige basis van de nieuwe verordening. Daarnaast worden enkele wijzigingen doorgevoerd van juridische en praktische aard. De wijzigingen ten opzichte van de oude horecaverordening worden hierna toegelicht.

De nieuwe Horecaverordening is van toepassing op alle horecabedrijven, waarin waar tegen vergoeding dranken worden geschonken of eetwaren voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Nieuw is dat de afhaalwinkels, overeenkomstig hetgeen daarover is opgenomen in het Horecakader, ook onder reikwijdte van de verordening komen te vallen, door het begrip horecabedrijf te verruimen. Gezien de ruimtelijke uitstraling van en gezien de overlast rond afhaalzaken, is het beleid (verwoord in het Horecakader) gericht op het beheersen van het aantal afhaalzaken. Een afhaalzaak is een bijzondere vorm van een winkel en kan worden gedefinieerd als een detailhandelsvestiging waar in hoofdzaak kant en klare maaltijden en kleine etenswaren, alsmede alcoholvrije drank en consumptie-ijs worden verkocht voor directe consumptie anders dan ter plaatse.

De verordening blijft - evenals de ingetrokken Horecaverordening 2003 - haar wettelijke grondslag vinden in de regelgevende bevoegdheid van de gemeenteraad, zoals is omschreven in artikel 149 van de Gemeentewet. Dit artikel geeft de raad de bevoegdheid om datgene te regelen wat hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt, mits dit niet strijdig is met een hogere regeling.

Gelet op artikel 174, eerste en derde lid, van de Gemeentewet en op basis van vaste rechtspraak is de burgemeester belast met de uitvoering van deze verordening.

De Drank- en Horecawet blijft vergunningen regelen voor alcoholverstrekkende horecabedrijven en slijterijen, waarvoor de burgemeester ook het bevoegde bestuursorgaan is.

Exploitatievergunning

Gelet op het Horecakader 2016 gaat de gemeente Hilversum werken met een exploitatievergunning in plaats van de ontheffing woon- en leefklimaat (artikel 4 van de Horecaverordening 2003) en het verlof (artikel 5 van de Horecaverordening 2003). Hiermee krijgt de gemeente een instrument in handen om op een proportionele manier op te treden tegen ondernemers die zich niet houden aan de regels en/of zich niet voldoende inspannen om de overlast te beperken.

In deze Horecaverordening is een exploitatievergunning verplicht gesteld voor horecabedrijven. Bij vergunningverlening wordt door de burgemeester beoordeeld of de woon- of leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde of veiligheid nadelig wordt/worden beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf. Daarbij houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk waarin het bedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf, alsmede met de wijze van bedrijfsvoering van de houder of leidinggevende of met diens levensgedrag.

Sluitingstijden horecabedrijven

De sluitingstijden van horecabedrijven, die op grond van de sluitingstijdenregeling bij de inwerkingtreding van het Integraal Horecabeleid zijn vastgesteld en de aangepaste sluitingstijdenregeling na vaststelling door de raad op 5 maart 2003 van de evaluatie Integraal Horecabeleid, blijven grotendeels van toepassing. De openingstijd na 24.00 uur blijft geregeld door middel van een ontheffing van de sluitingstijd op grond van deze verordening. Het Horecakader vormt daarvoor het toetsingskader.

Artikelsgewijze toelichting Horecaverordening Hilversum 2017

Artikel 1. Begripsbepalingen

Horecabedrijf

Het begrip horecabedrijf is verruimd door, in plaats van het verstrekken van dranken en/of eetwaren voor gebruik ter plaatse, nu het bereiden en verstrekken van eetwaren voor directe consumptie gereed in de voor publiek toegankelijke besloten ruimte, op te nemen. Onder de reikwijdte van het begrip horecabedrijf vallen nu bijvoorbeeld ook een afhaalrestaurant en een ijssalon. De opsomming in de begripsbepaling is niet limitatief aangezien regelmatig nieuwe horecaconcepten worden ontwikkeld. Een bedrijf dat alleen eten bereidt en bezorgt (dus zonder mogelijkheden tot gebruik ter plaatse en/of afhalen), valt buiten de reikwijdte van het begrip, aangezien het bedrijf niet voor publiek toegankelijk is. Ook standplaatsen vallen niet onder het begrip.

Coffeeshops

Coffeeshops worden gereguleerd door middel van het Gedoog- en handhavingsbeleid voor coffeeshops. Op grond daarvan worden coffeeshops alleen gedoogd, wanneer zij aan een aantal criteria voldoen. Zo mag een coffeeshop zich alleen vestigen in een alcoholvrij horecabedrijf. Voor de exploitatie van een alcoholvrij horecabedrijf is op basis van de nieuwe Horecaverordening een exploitatievergunning vereist (voorheen was een verlof vereist). Coffeeshops vallen door de verstrekking van alcoholvrije drank onder de werking van de Horecaverordening. Echter, de vergunningplicht heeft geen betrekking op de verkoop van softdrugs.

Terras

Het is vooral de bedoeling om zitgelegenheid te bieden en niet om terrassen te realiseren waar kan worden gestaan. Wanneer bezoekers staan, ontstaat er ruimte voor meer bezoekers en neemt de druk op de omgeving toe. Ook uit het oogpunt van openbare orde en veiligheid is het niet wenselijk, dat bezoekers staand op het terras kunnen verblijven. Bovendien zijn de terrasgrenzen praktisch niet meer handhaafbaar.

Leidinggevende

Het begrip leidinggevende sluit zoveel mogelijk aan bij het gelijkluidende begrip uit artikel 1 van de Drank- en Horecawet. Het begrip omvat de exploitant, de natuurlijke personen (bestuurders) achter exploiterende rechtspersonen, leidinggevend personeel zoals de bedrijfsleider, -beheerder. Met het aanmerken van de exploitant als leidinggevende staat buiten twijfel dat deze verantwoordelijk is voor de gang van zaken. Bij een besloten vennootschap zullen alle bestuurders aan de eisen moeten voldoen, aangezien bij hen de algemene leiding van de onderneming berust. Bij een vennootschap onder firma gelden de eisen voor alle vennoten.

Bezoeker

Hiermee wordt gedoeld op de klanten van een horecabedrijf. Hoofdregel is dat een persoon als klant wordt aangemerkt, tenzij hij duidelijk in een andere hoedanigheid in het horecabedrijf aanwezig is. Denk hierbij aan horecapersoneel, politiepersoneel, toezichthouders, onderhoudspersoneel, schoonmakers of een bewoner van een woning gekoppeld aan het horecabedrijf.

Exploitant

De exploitant is de uiteindelijk vergunninghouder van een horecabedrijf. Het gaat aldus om de ondernemer. Dit zal in beginsel één (rechts)persoon zijn. Er zijn echter situaties denkbaar, waarbij twee partijen gezamenlijk exploiteren. Denk hierbij aan een vennootschap onder firma. In die gevallen wordt de vergunning op meerdere namen gesteld.

Artikel 2. Exploitatievergunning

Eerste lid

Het eerste lid introduceert de vergunningplicht. In het algemene deel van de toelichting is al aangegeven wat de achtergrond van de exploitatievergunning is. De vergunningplicht is in het leven geroepen in het belang van openbare orde, veiligheid, gezondheid en het woon- en leefklimaat en maakt een preventieve toetsing ter bescherming van deze belangen mogelijk.

Tweede lid

Dit verbod is opgenomen omdat bij wijziging van de aard van het horecabedrijf opnieuw een toetsing aan de verordening noodzakelijk is. Bij een dergelijke wijziging kan onder andere sprake zijn van het niet meer in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan. Ook in het kader van de bescherming van de belangen met het oog waarop de vergunningplicht in het leven is geroepen is een nieuwe preventieve toetsing noodzakelijk. Indien een vergunninghouder de aard van zijn horecabedrijf wenst te wijzigen, moet hij hiertoe dan ook een nieuwe aanvraag om vergunning indienen. Een nieuwe exploitatievergunning moet zijn aangevraagd en verleend voordat de aard van het horecabedrijf wordt gewijzigd.

Derde lid

De burgemeester heeft de mogelijkheid de vergunningplicht op te heffen voor (categorieën van) horecabedrijven, al dan niet gebiedsgedifferentieerd, waarvan de exploitatie doorgaans niet of nauwelijks van invloed is op de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Gedacht kan worden aan zorginstellingen, bedrijfskantines, musea, rouwcentra, begraafplaatsen of crematoria.

Vierde en vijfde lid

Wanneer blijkt, dat een potentieel probleemloze horecabedrijf als bedoeld in het derde lid, toch structureel problemen veroorzaakt dan kan de burgemeester alsnog optreden. Hij kan een vergunning verlangen. In het kader van de vergunningaanvraag kan voorts worden beoordeeld of ter plaatse wel of niet of onder voorschriften kan worden geëxploiteerd.

Zesde lid

Het uitgangspunt bij exploitatievergunningen is dat zij voor onbepaalde tijd worden verstrekt. De burgemeester kan desgewenst overgaan tot beperking van de geldigheidsduur van de vergunning. Dit met het oog op de te beschermen belangen, namelijk de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat rondom horecabedrijven.

Zevende lid

De exploitatievergunning is een persoonsgebonden vergunning. De vergunning is niet overdraagbaar. Achterliggende gedachte is hierbij, dat de (rechts)persoon van de exploitant van cruciaal belang is voor de wijze van exploitatie. Aan de exploitant worden bijzondere eisen gesteld. Dat betekent, dat waneer een horecabedrijf wordt overgedragen, altijd moet worden getoetst of de nieuwe exploitant wel voldoet aan deze eisen. De vergunning is reeds hierom niet overdraagbaar. Daarnaast zal bij de overdracht van het bedrijf veelal ook de bedrijfsvoering wijzigen. Dit moet eveneens worden getoetst.

Achtste lid

Uit de vergunning moet blijken waarvoor deze is verleend. De begrenzing van het horecabedrijf moet duidelijk zijn. De namen van de leidinggevende(n) worden vermeld in een aanhangsel bij de vergunning. Daarnaast wordt de aard van het bedrijf vastgelegd. Bij de toetsing omtrent de woon- en leefomgeving is het type horecabedrijf immers van belang. Een restaurant heeft in de regel een andere invloed op de woon- en leefomgeving dan een discotheek.

Negende lid

Hier staan de imperatieve weigeringsgronden genoemd. Dat houdt in, dat indien één van de genoemde weigeringsgronden zich voordoet de vergunning moet worden geweigerd.

Om een betere afstemming te bereiken tussen planologische regelingen en de eisen die in het belang van de openbare orde aan de in deze verordening bedoelde horecabedrijven worden gesteld, is strijd met een geldend bestemmingsplan, een geldende beheersverordening of een geldend voorbereidingsbesluit opgenomen als imperatieve weigeringsgrond voor een exploitatievergunningsaanvraag (negende lid, onder a). Daarmee wordt voorkomen, dat de burgemeester gehouden is een exploitatievergunning te verlenen voor de exploitatie van een horecabedrijf, die volgens het bestemmingsplan of een andere planologische regeling verboden is. Deze koppeling van planologie en openbare orde is in overeenstemming met de geldende rechtspraak ter zake. Bij het oordeel of in casu hiervan sprake is, zal de burgemeester zich baseren op het oordeel van het college.

Een andere weigeringsgrond vormt het Horecakader (negende lid, onder b). In het Horecakader wordt voor een enkele exploitatiecategorie een maximum aantal te verlenen vergunningen vermeld, alsmede een horecaconcentratiegebied (uitgaansgebied Groest en omgeving) aangewezen.

In het kader van de vergunningverlening vindt een preventieve toets ten aanzien van de openbare orde en veiligheid plaats. Ook wordt vooraf beoordeeld of de woon- en leefomgeving niet ontoelaatbaar zal worden aangetast door de komst van een horecabedrijf. Hierbij wordt acht geslagen op de aard van de omgeving (woonwijk, centrum, mediapark). Beoordeeld wordt aan hoeveel druk de omgeving al bloot staat. Daarnaast speelt een rol of het karakter van de omgeving zal veranderen door de komst van een nieuw horecabedrijf.

Er is (in het negende lid, onder e) een koppeling gelegd tussen de Drank- en Horecawet en de onderhavige verordening. Als de drank- en horecavergunning wordt geweigerd dan wordt de exploitatievergunning ook geweigerd.

Er worden eisen gesteld aan de exploitant en de leidinggevende van een horecabedrijf met het oog op hun geschiktheid voor een maatschappelijk verantwoorde beroepsuitoefening. Zij hebben te maken met de aard van de bedrijvigheid en met de functie die zij daarin vervullen. Het negende lid onder f biedt hiervoor de grondslag.

De nieuwe leeftijdsgrens van 18 jaar voor exploitanten of leidinggevenden in alcoholvrije bedrijven biedt over het algemeen een voldoende waarborg voor een goede bedrijfsvoering met het oog op de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Uitzondering hierop is de coffeeshop als alcoholvrij bedrijf. Voor een alcoholverstrekkend bedrijf en een coffeeshop blijft de leeftijdsgrens 21 jaar. Daarmee wordt dezelfde leeftijdseis gesteld die op grond van de Drank- en horecawet ook geldt voor leidinggevenden in alcoholverstrekkende bedrijven.

Bij aantoonbaar slecht levensgedrag van de exploitant of leidinggevende moet de vergunning (al dan niet gedeeltelijk) worden geweigerd (negende lid, onder h). Bijvoorbeeld wanneer het een exploitant betreft van wie is gebleken dat hij eerder of elders op dit punt een slechte staat van dienst heeft. Te denken valt bijvoorbeeld aan betrokkenheid bij harddrugs, heling of andere activiteiten in het horecabedrijf die de openbare orde of de kwaliteit van woon- en leefklimaat in een buurt bedreigen, dan wel aan nalatigheid bij het treffen van voorzorgsmaatregelen in de bedrijfsvoering. Dat geldt ook als een leidinggevende wordt opgevoerd die zich aan dergelijk gedrag schuldig heeft gemaakt.

Om te voorkomen, dat een situatie moet worden vergund waarvan op voorhand vaststaat dat deze niet in overeenstemming is met de werkelijkheid is de weigeringsgrond onder i opgenomen.

Tiende lid

De hier opgenomen weigerings-, intrekkings-, schorsings- en wijzigingsgronden spreken grotendeels voor zichzelf en komen tegemoet aan de eisen van de praktijk. Algemene achtergrond van deze bepalingen is de behoefte om de exploitanten of leidinggevenden meer rechtstreeks en effectief te kunnen aanspreken op hun doen en laten. Aan de exploitanten of leidinggevenden als bedoeld in deze verordening dienen hoge eisen te worden gesteld voor wat betreft hun levenswandel. Ook dienen zij te beschikken over het nodige "gezag" om baas in eigen horecabedrijf te kunnen blijven. Exploitanten of leidinggevenden die ter zake in gebreke blijven, lopen het ernstige risico, dat hun exploitatievergunning door de burgemeester wordt ingetrokken.

In het tiende lid onder a, wordt in het kader van de openbare orde een ruim omgevingsbegrip gehanteerd. De burgemeester heeft daardoor een lichtere bewijslast. De burgemeester zal per horecabedrijf dienen aan te tonen of aannemelijk te maken, dat en in hoeverre door de aanwezigheid van dat bedrijf, dan wel door de manier van exploiteren ervan, de woon- of leefsituatie in de omgeving nadelig wordt beïnvloed. Een nieuwe exploitatievergunning moet worden aangevraagd bij een wijziging van de exploitant (ook rechtsvorm) en bij een wijziging in de exploitatie (o.a. wijziging van de aard van het horecabedrijf). Dit betekent onder andere dat voor het bijschrijven van een exploitant en voor een wijziging in de ondernemersvorm een nieuwe exploitatievergunning vereist is. Een uitzondering hierop vormt het bijschrijven of wijziging van leidinggevenden als bedoeld in artikel 4, vijfde lid.

Artikel 3. Voorschriften en beperkingen

De burgemeester heeft de mogelijkheid om voorschriften en beperkingen te verbinden aan een exploitatievergunning. Dit kan zowel direct bij vergunningverlening als daarna. Een exploitant is verplicht de voorschriften en beperking na te leven. Als hij dit verbod overtreedt dan kan hiertegen handhavend worden opgetreden. Er kan een last onder dwangsom/last onder bestuursdwang worden opgelegd. Het overtreden kan ook leiden tot intrekking van de exploitatievergunning (artikel 2, tiende lid van de Horecaverordening).

Voorschriften kunnen worden gesteld in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid, zedelijkheid en de bescherming van het leefklimaat. Met het stellen van voorschriften kan maatwerk worden geleverd. De voorschriften kunnen worden toegesneden op een specifieke situatie. Het kan gaan om allerlei voorschriften. Bijvoorbeeld een voorschrift om afvalbakken te plaatsen of om huisregels duidelijk op te hangen. Ook kan worden gedacht aan een beperking van de openingstijden.

Artikel 4. Aanvraag exploitatievergunning

Eerste tot en met derde lid

Een vergunning wordt op aanvraag verleend. Om een goede afweging te kunnen maken, dient de burgemeester te beschikken over noodzakelijke stukken. Met het oog hierop is in eerste lid bepaald dat de aanvrager gebruik moet maken van een aanvraagformulier of elektronische informatiedrager. De artikelen 4:2 tot en met 4:4 van de Algemene wet bestuursrecht zijn hierbij van belang.

Indien niet of niet volledig wordt voldaan aan het bepaalde in dit artikel kan de burgemeester, nadat de aanvrager in de gelegenheid is gesteld het verzuim te verhelpen, besluiten de aanvraag buiten behandeling te laten op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Bij het aanvragen van een exploitatievergunning voor een horecabedrijf moet een plattegrond van het te exploiteren horecabedrijf en het eventueel bij het horecabedrijf aanwezige terras worden ingediend. Op de plattegrond van het terras moeten alle op het terras te plaatsen voorwerpen (aantallen en soorten tafels en stoelen, parasols en afscheidingen) en de voorgestelde wijze van markering worden opgenomen.

Vierde lid

Wanneer de burgemeester het voor de beoordeling van de aanvraag nodig vindt kan hij om aanvullende bescheiden en gegevens vragen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een document waaruit blijkt dat de houder gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het horecabedrijf is of wordt gevestigd, jaarstukken, accountantsverklaring, verklaring Belastingdienst, verklaring UWV, informatie uit kadaster, afrekeningen van nutsbedrijven, contracten speelautomaten etc. Extra informatie kan gevraagd worden ter verduidelijking, maar bijvoorbeeld ook om te achterhalen of de Wet Bibob ingezet moet worden.

Vijfde lid

Indien een ondernemer slechts een leidinggevende wil doen bijschrijven op zijn vergunning dan hoeft hij in beginsel ook slechts stukken ten aanzien van deze persoon over te leggen.

Zesde lid

Een uitzondering wordt gemaakt voor alcoholverstrekkende horecabedrijven waarvoor een vergunning is verleend op basis van de Drank- en Horecawet. Immers in het kader van deze wet dienen deze gegevens al te worden overgelegd

Artikel 5. Beslistermijn aanvraag exploitatievergunning

Eerste tot en met derde lid

De beslistermijn is nu 8 weken, in plaats van de beslistermijn van 12 weken in de Horecaverordening 2003 voor een aanvraag om een ontheffing of verlof. Door de kortere beslistermijn krijgt een horecaondernemer sneller duidelijkheid over zijn aanvraag. Er is een koppeling gelegd met de aanvraag voor een drank- en horecavergunning. Deze vergunning wordt immers in de regel gelijktijdig met een exploitatievergunning aangevraagd. Voor de goede orde wordt nog opgemerkt, dat zowel de exploitatievergunning als drank- en horecavergunning kunnen worden getoetst aan de Wet Bibob. In deze landelijke wetgeving zijn ook bepalingen ten aanzien van termijnen opgenomen.

Vierde lid

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent in paragraaf 4.1.3.3 een regeling van de positieve beschikking bij niet tijdig beslissen. De lex silencio positivo houdt in dat wanneer de burgemeester niet tijdig beslist de exploitatievergunning (of ontheffing) van rechtswege is verleend. Deze exploitatievergunning beschermt wezenlijke belangen, vooral de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Het is niet wenselijk dat een dergelijke vergunning van rechtswege wordt verleend, omdat dan geen inhoudelijke toets plaatsvindt. Een lex silencio positivo wordt niet van toepassing verklaard om genoemde dwingende redenen van algemeen belang.

Artikel 6. Beëindiging (of overdracht) exploitatie horecabedrijf

Eerste lid

Voor de handhaafbaarheid is het van belang, dat burgemeester te allen tijde weet door wie een zaak wordt geëxploiteerd. De exploitant is immers verantwoordelijk voor de gang van zaken in een bedrijf. Wijzigingen in de exploitatie – overdracht of beëindiging – dienen dan ook aan de burgemeester te worden gemeld. Dit is ook in het belang van de – voormalige – ondernemer. Hij kan dan niet verantwoordelijk worden gehouden voor exploitatie na overdracht van zijn horecabedrijf.

Tweede en derde lid

Wanneer een nieuwe exploitant een bestaand horecabedrijf overneemt moet een nieuwe exploitatievergunning worden aangevraagd. De vergunning is persoonlijk en verliest daarom zijn geldigheid als het horecabedrijf van eigenaar wisselt. Vraagt de nieuwe exploitant echter binnen twee weken na de overdracht een nieuwe vergunning aan, dan blijft de bestaande exploitatievergunning nog even gelden. Zolang de bestaande exploitatievergunning geldig is, mag de nieuwe exploitant daar op de exploitatie in beginsel voortzetten totdat de burgemeester een beslissing heeft genomen op de aanvraag. De overgangsregeling is bedoeld om het de nieuwe exploitant mogelijk te maken om snel met de exploitatie te beginnen om de continuïteit van het horecabedrijf te kunnen waarborgen. Bij zwaarwegende feiten en omstandigheden als benoemd in het derde lid kan worden gedacht aan motieven van openbare orde, slechte ervaringen met een exploitant of leidinggevende, het naar voren schuiven van een stroman et cetera.

Artikel 7. Wijziging leidinggevende

Met dit artikel wordt opnieuw aangesloten op de Drank- en Horecawet. Het betreft een versoepeling op het punt van vermelding van nieuwe leidinggevenden, namelijk op een aanhangsel bij de vergunning. Op deze manier hoeft niet bij iedere wijziging van een leidinggevende een nieuwe vergunning afgegeven te worden. Daar staat wel tegenover dat vergunninghouders een nieuwe leidinggevende doorgeven aan de burgemeester en het ook mededelen als een leidinggevende stopt. Een leidinggevende hoeft inschrijving op het aanhangsel niet af te wachten; hij/zij kan na melding bij de burgemeester aan de slag, zodra de ontvangstbevestiging is ontvangen. Aan de mogelijkheid om te onderzoeken of een aangemelde leidinggevende voldoet aan de eisen verandert niets en ook de weigeringsgronden uit in artikel 4, vijfde lid blijven onverkort bestaan. De melding kan schriftelijk door middel van een formulier of door middel van een elektronische informatiedrager worden gedaan. De burgemeester bevestigt onverwijld de ontvangst, hetzij schriftelijk hetzij elektronisch.

Zodra op de melding tot wijziging van de leidinggevende is beslist vervalt de mogelijkheid tot tijdelijk leidinggeven. De leidinggevende is dan ofwel bijgeschreven op het aanhangsel en de exploitant heeft hiervan bericht gehad ofwel de bijschrijving is geweigerd en dan is het tijdelijk leidinggeven niet langer toegestaan.

Artikel 8. Aanwezigheid leidinggevende

De leidinggevende speelt een cruciale rol in de horecaregelgeving. Aan leidinggevenden worden niet voor niets bijzondere eisen gesteld ten aanzien van hun levensgedrag. Het is dan ook logisch dat de leidinggevende tijdens openingstijden aanwezig is, zodat hij kan toezien op hetgeen gebeurt in het horecabedrijf en zo nodig kan ingrijpen.

Artikel 9. Sluitingstijden

Eerste lid

De hoofdregel blijft dat horecabedrijven van 7.00 uur ’s ochtends tot middernacht geopend mogen zijn. Buiten deze tijden mogen geen bezoekers in de zaak verblijven. Alleen het sluiten van de deuren van het horecabedrijf volstaat niet. De bezoekers dienen uiterlijk om 24.00 uur de zaak te verlaten.

Op de hoofdregel bestaat één nieuwe uitzondering voor restaurants, die moeten uiterlijk om 01.00 uur sluiten. In het Hilversumse sluitingstijdenbeleid geldt al jaren voor restaurants een zogenaamd ‘natafeluur’ waarin bezoekers van een restaurant, die om middernacht nog in het restaurant aanwezig zijn, het diner kunnen afronden. Aangezien hiervoor in de praktijk altijd ontheffing voor werd aangevraagd en ook verleend, is de verordening hierop aangepast door het extra openingsuur rechtstreeks toe te staan.

Tweede lid

De burgemeester kan aan exploitatievergunningplichtige horecabedrijven vrijstelling verlenen van de sluitingstijd zoals bepaald in het eerste lid. Dit gebeurt door middel van het vergunningstelsel. Met de vaststelling van het Horecakader 2016 wordt een nieuw vergunningstelsel in het leven geroepen. Het uitgangspunt van het nieuwe stelsel is het vergunnen van activiteiten die zijn geclusterd in modules. Eén van de modules is de Module openingstijden. In iedere exploitatievergunning wordt opgenomen welke tijden het een horecabedrijf is toegestaan te exploiteren.

Gelet op het Horecakader blijft het geldende sluitingstijdenbeleid van kracht, met uitzondering van de verruiming van de sluitingstijd van de horecabedrijven in het horecaconcentratiegebied in de nacht van donderdag op vrijdag tot 2.00 uur.

Derde lid

De burgemeester heeft de bevoegdheid om voor speciale gelegenheden een collectieve ontheffing van de sluitingstijden te verlenen. Gedacht kan worden aan feestdagen en andere gelegenheden met een nationaal of gemeentebreed karakter. Zo worden met ‘oud en nieuw’ de openingstijden doorgaans verruimd. Uit zijn aard vindt dit feest in de nachtelijke uren plaats. Hiermee kan tegemoet worden gekomen aan de wens van de horeca om dan langer open te zijn. De burgemeester kan aan de ontheffing voorschriften of beperkingen verbinden.

Vierde en vijfde lid

De burgemeester krijgt de bevoegdheid om vier keer per jaar per horecabedrijf een ontheffing van de sluitingstijd te verlenen voor speciale gelegenheden, zoals Chinees Nieuwjaar, Superbowl, et cetera. De burgemeester kan aan de ontheffing voorschriften of beperkingen verbinden. De vergunningvrije horecabedrijven, aangewezen op basis van artikel 2, derde lid, komen niet in aanmerking voor een dergelijke ontheffing. Daarnaast is in het vijfde lid geregeld dat rechtsopvolgers van horecabedrijven die op basis van het bepaalde in artikel 6 van de verordening exploiteren met de oude vergunningen, in het kader van de handhaving van de openbare orde en het leefklimaat niet in aanmerking komen voor een ontheffing

Zesde lid

Dit is een aanvulling op de bestaande bevoegdheid van de burgemeester om in actuele, bijzondere situaties op grond van de Gemeentewet sluiting van een horecabedrijf te bevelen voor een bepaalde periode.

In het belang van de openbare orde kan de burgemeester tijdelijk andere sluitingstijden voor een horecabedrijf vaststellen dan wel voor een bepaalde periode het bedrijf sluiten.

Zevende lid

Dit verbod richt zich specifiek op de bezoeker, terwijl het verbod in het eerste lid zich richt op de leidinggevende van een horecabedrijf. Hiermee wordt het bijvoorbeeld mogelijk om op te treden tegen een bezoeker die niet welwillend is om het horecabedrijf na sluitingstijd te verlaten.

Achtste lid

Met dit verbod wordt voorkomen dat een horecabedrijf na sluitingstijd wordt omgevormd tot bezorgbedrijf.

Negende lid

In de nacht dat de zomer- of wintertijd ingaat gelden afwijkende openingstijden. Er wordt gehandeld alsof de tijd niet is gewijzigd door de klok pas om 5.00 uur (sluitingstijd nachtzaak) te verzetten naar de nieuwe tijd. Hiermee wordt voorkomen, dat bezoekers bij het ingaan van de wintertijd een uur langer kunnen consumeren dan gebruikelijk. Dit kan tot overlast en ordeproblemen leiden, omdat bezoekers meer alcohol innemen dan zij gewend zijn. Bij het ingaan van de zomertijd wordt de uitgaansavond niet een uur korter. Ook dit kan leiden tot problemen omdat bezoekers geen rekening hadden gehouden met een uitgaansavond die plotseling een uur korter blijkt te zijn.

Tiende lid

Er zijn bedrijven die in het kader van deze verordening vergunningplichtig zijn, maar waarvoor bij of krachtens de Winkeltijdenwet andere openingstijden gelden. Dit geldt bijvoorbeeld voor afhaalzaken. Ook bepaalde soorten snackbars behoren tot deze categorie. De openingstijd tot 24.00 geldt niet voor deze categorie bedrijven. De betreffende bedrijven moeten zich houden aan de winkeltijden (sluiting om 22.00 uur).

Artikel 10. Beslistermijn aanvraag individuele ontheffing sluitingstijden

Eerste en tweede lid

De beslistermijn is 6 weken, in plaats van de beslistermijn van 8 weken voor een aanvraag om een exploitatievergunning. Deze beslistermijn is minimaal om de nodige zorgvuldigheid in acht te kunnen nemen en om afstemming te kunnen hebben met de politie. Het blijft de verantwoordelijkheid van een horecaondernemer tijdig een aanvraag in te dienen.

Derde lid

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent in paragraaf 4.1.3.3 een regeling van de positieve beschikking bij niet tijdig beslissen. De lex silencio positivo houdt in dat wanneer de burgemeester niet tijdig beslist de ontheffing van rechtswege is verleend. Deze ontheffing beschermt wezenlijke belangen, vooral de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Het is niet wenselijk dat een dergelijke ontheffing van rechtswege wordt verleend, omdat dan geen inhoudelijke toets plaatsvindt. Een lex silencio positivo wordt niet van toepassing verklaard om genoemde dwingende redenen van algemeen belang.

Artikel 11. Verstoring orde

Deze bepaling geeft een (algemeen) verbod om de orde in horecabedrijven te verstoren, dat zich in zijn algemeenheid tot bezoekers richt. De leidinggevende heeft echter een verantwoordelijkheid in het voorkomen van ordeverstoringen.

Artikel 12. Strafbepaling

Naleving van deze verordening kan bestuursrechtelijk worden afgedwongen. Het zal dan in de regel gaan om herstelsancties. Dergelijke sancties zijn slechts gericht op het herstellen van de overtreding. Door dit artikel wordt de mogelijkheid geboden om ook een bestraffende (punitieve) sanctie op te leggen. Overigens kunnen bestraffende en herstelsancties worden gestapeld. Dat wil zeggen dat een overtreding kan worden gesanctioneerd met zowel een bestraffende als een herstelsanctie.

Artikel 13. Toezicht

Het toezicht op de naleving van deze verordening geschiedt door daartoe door de burgemeester aangewezen personen. De basis voor de bevoegdheid tot het aanwijzen van toezichthouders wordt gevonden in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht. Het gaat dan om toezichthouders in bestuursrechtelijke zin. Deze toezichthouders kunnen tevens opsporingsambtenaar zijn, maar de grondslag hiervoor kan niet ontleend worden aan het aanwijzingsbesluit van de burgemeester.

Artikel 14. Overgangsbepalingen

Op basis van het overgangsrecht blijven ontheffing en verloven, die op basis van de oude Horecaverordening zijn verleend, gewoon van kracht. Wanneer de exploitant of (de aard van) de exploitatie van een horecabedrijf wijzigt dan moet wel een exploitatievergunning worden aangevraagd. Indien een exploitant beschikt over een ontheffing voor ruimere openingstijden dan worden deze gezien als een vergunning of ontheffing in de zin van deze verordening.

Artikel 15. Citeertitel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 16. Inwerkingtreding

Met dit artikel wordt de inwerkingtreding geregeld en wordt geregeld dat de oude Horecaverordening komt te vervallen.