Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenparken A7 c.a. 2009

Geldend van 01-01-2010 t/m 01-01-2010

Intitulé

Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenparken A7 c.a. 2009

De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Skarsterlân en Heerenveen, ieder voorzover zij voor die gemeente bevoegd zijn;

overwegende dat:

a. de deelnemers aan deze regeling samenwerken, ter bevordering van de economische ontwikkeling en werkgelegenheid en de daarmee verband houdende bedrijvigheid binnen de gemeenten Skarsterlân en Heerenveen , om door een krachtige en gecoördineerde aanpak te komen tot een optimale benutting van de kansen op economische groei, die de aanwezigheid van rijksweg A7 genereert, zonder afbreuk te doen aan het positieve woon- en leefklimaat;

b. het ter uitvoering van het onder a genoemde beleid gewenst is geacht te komen tot een gestructureerde vorm van bestuurlijke samenwerking en in 1993 is overgegaan tot de oprichting van een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam;

c. het aanbeveling verdient tussen de deelnemers een nieuwe gemeenschappelijke regeling te sluiten;

d. de samenwerking zich onder andere richt op het ontwikkelen en realiseren van het bedrijventerreinen die deels zijn gelegen op het grondgebied van de gemeente Heerenveen en deels op het grondgebied van de gemeente Skarsterlân;

e. artikel 1, lid 1, van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wet van 20 december 1984, houdende nieuwe bepalingen met betrekking tot gemeenschappelijke regelingen) bepaalt dat de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van twee of meer gemeenten afzonderlijk of gezamenlijk, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn, een gemeenschappelijk regeling kunnen treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die gemeenten;

gelet op de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen;

besluiten:

aan te gaan de volgende gemeenschappelijke regeling:

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    raden: de raden van de deelnemende gemeenten;

  • b.

    colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten;

  • c.

    burgemeester: de burgemeester van een deelnemende gemeente;

  • d.

    Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provinsje Fryslân;

  • e.

    het werkingsgebied: de bedrijventerreinen die door de beide colleges zijn aangewezen en behoren tot het samenwerkingsgebied, zoals aangegeven op de bij de regeling behorende tekening;

  • f.

    deelnemers: de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende instanties.

Artikel 2 Het openbaar lichaam
  • 1 Er is een openbaar lichaam, genaamd:"Ontwikkelingsmaatschappij Bedrijvenparken A7 Heerenveen-Joure", hierna te noemen de Ontwikkelingsmaatschappij.

  • 2 De Ontwikkelingsmaatschappij is gevestigd te Heerenveen.

Artikel 3 Duur van de regeling

Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 4 Bestuursorganen

Het bestuur van de Ontwikkelingsmaatschappij bestaat uit:

  • a.

    het Algemeen Bestuur;

  • b.

    het Dagelijks Bestuur;

  • c.

    de voorzitter.

HOOFDSTUK II DOELSTELLINGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 5 Doel

De gemeenschappelijke regeling heeft tot doel: het stimuleren van de ontwikkeling en verzorgen van een optimale afstemming van de in het werkingsgebied gelegen bedrijventerreinen, dit overeenkomstig het in 1989 door de gemeenten Skarsterlân en Heerenveen gesloten convenant.

Artikel 6 Taken
  • 1 Ter verwezenlijking van de in artikel 4 genoemde doelstelling oefent de Ontwikkelingsmaatschappij de volgende taken uit:

    • a.

      bieden van een overlegplatform tussen de deelnemers aan de regeling voor het maken van afspraken over de ontwikkeling en afstemming van in het werkingsgebied gelegen bedrijventerreinen;

    • b.

      ontwikkelen en realiseren van in het werkingsgebied gelegen bedrijventerreinen;

    • c.

      exploitatie van de grond van in het werkingsgebied gelegen bedrijventerreinen;

Artikel 7 Bevoegdheden
  • 1. Aan de Ontwikkelingsmaatschappij worden de volgende bevoegdheden overgedragen:

    Ruimtelijke ordening en bouwen

    - de bevoegdheid van de raad en het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen alsmede van de raad en het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân te besluiten op verzoeken tot het nemen van een projectbesluit (artikel 3.10 Wet ruimtelijke ordening);

    - de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen alsmede van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân te besluiten op verzoeken om, met het oog op de voorziening in een tijdelijke behoefte voor een bepaalde termijn met een maximum van vijf jaar, voor die termijn ontheffing te verlenen van de in het werkingsgebied geldende bestemmingsplannen (artikel 3.22 Wet ruimtelijke ordening);

    - de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen alsmede van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân om te besluiten op verzoeken om ontheffing van de in het werkingsgebied geldende bestemmingsplannen, zoals bedoeld in artikel 3.23 Wet ruimtelijke ordening juncto. artikel 4.1.1 Besluit ruimtelijke ordening evenwel met uitzondering van het bepaalde in artikel 4.1.1 Besluit ruimtelijke ordening, lid 1, sub b;

    - de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen alsmede van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân te besluiten op aanvragen om een verzoek om binnenplanse ontheffing zoals opgenomen in de voor het werkingsgebied vigerende bestemmingsplannen;

    - de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen alsmede van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân te besluiten op aanvragen om een reguliere bouwvergunning (artikel 44 Woningwet);

    - de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen alsmede van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân om de aanhoudingsplicht voor de beslissing op bouwaanvragen te doorbreken (artikel 50, lid 3, Woningwet);

    milieu

    - de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen alsmede van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân om te beslissen op aanvragen om een milieuvergunning (artikel 8.1 en 8.2 Wet milieubeheer);

    - de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen alsmede van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân om de beperkingen waaronder de milieuvergunning is verleend en de voorschriften die daaraan zijn verbonden, te wijzigen, aan te vullen of in te trekken, dan wel alsnog beperkingen aan te brengen of alsnog voorschriften aan de vergunning te verbinden, voor zover blijkt dat de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu veroorzaakt, gezien de ontwikkeling van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu verder kunnen, of, gezien de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu, verder moeten worden beperkt (artikel 8.22 Wet milieubeheer);

    - de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen alsmede van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân om de beperkingen waaronder een vergunning is verleend, en voorschriften die daaraan zijn verbonden, te wijzigen, aan te vullen of in te trekken, dan wel alsnog beperkingen aan te brengen of voorschriften aan een vergunning te verbinden in het belang van de bescherming van het milieu (artikel 8.23 Wet milieubeheer);

    - de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen alsmede van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân om op aanvraag van de vergunninghouder, beperkingen waaronder een vergunning is verleend, en voorschriften die daaraan zijn verbonden, te wijzigen, aan te vullen of in te trekken, dan wel alsnog deze beperkingen aan te brengen of voorschriften aan een vergunning te verbinden (artikel 8.24 Wet milieubeheer)

    - de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen alsmede van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân om een milieuvergunning voor een inrichting geheel of gedeeltelijk intrekken in de gevallen zoals genoemd in artikel 8.25 Wet milieubeheer

    - de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen alsmede van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân om de milieuvergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken op verzoek van de vergunninghouder, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet (artikel 8.26 Wet milieubeheer);

    uitritvergunning

    -de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen alsmede van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân om te beslissen op verzoeken om vergunning te verlenen voor het maken van een uitweg naar de weg, van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg en verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg (artikel 2.1.5.3 APV Heerenveen, artikel 2.1.5.3 APV Skarsterlân).

    reclame

    - de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen alsmede van het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân op verzoeken om vergunning te verlenen voor het maken van handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is (artikel 4.4.2 APV Heerenveen; artikel 4.4.3 APV Skarsterlân).

  • 2.

    • onder het voorgaande is mede begrepen het beslissen op bezwaar- en beroepschriften, gericht tegen beslissingen die door organen van de Ontwikkelingsmaatschappij zijn genomen.

      De behandeling daarvan vindt plaats op de wijze als bepaald in de Verordening op de commissie voor bezwaar- en beroepschriften zoals deze is vastgesteld door de gemeente Skarsterlân.

  • 3. indien er sprake is van vernummering van de artikelnummers en -leden waarop de in lid 1 genoemde bevoegdheden zijn gebaseerd, treden de vernummerde artikelnummers en -leden in de plaats van de voorheen van toepassing zijnde artikelnummers en -leden.

HOOFDSTUK III Algemeen Bestuur

Artikel 8 Samenstelling

Het Algemeen Bestuur bestaat uit tenminste acht leden:

  • de raad van elk van de deelnemende gemeenten wijst tenminste vier leden uit het desbetreffende colleges van burgemeester en wethouders aan, waaronder in ieder geval de burgemeester;

  • beide gemeenten hebben een gelijk aantal leden in het Algemeen Bestuur;

  • ·

    de leden van het Algemeen Bestuur wijzen een burgemeester als voorzitter en een als plaatsvervangend voorzitter aan.

Artikel 9 Lidmaatschap

Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad uit wiens midden men is aangewezen dan wel ophoudt wethouder of secretaris van de desbetreffende deelnemende gemeente te zijn.

Artikel 10 Werkwijze
  • 1 Het Algemeen Bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt of een der colleges dat, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, schriftelijk verzoekt.

  • 2 De uitnodiging voor de vergadering van het Algemeen Bestuur gaat uit van de voorzitter. De uitnodiging gaat vergezeld van een agenda met daarbij behorende stukken.

  • 3 De agenda en daarbij behorende stukken worden ten minste veertien dagen voor de vergadering van het Algemeen Bestuur gezonden aan de leden.

Artikel 11 Voorzitter en secretaris Algemeen Bestuur
  • 1 De benoeming van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het Algemeen Bestuur geldt, tenzij anders bepaald, voor de zittingsduur van de gemeenteraad.

  • 2 De functie van voorzitter en plaatsvervangend voorzitter eindigt eveneens indien de betrokkene ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn. Alsdan voorziet het Algemeen Bestuur ten spoedigste in de vervanging.

  • 3 De secretaris en de plaatsvervangend secretaris worden door het Algemeen Bestuur benoemd. Deze functionarissen worden tevens benoemd als secretaris en plaatsvervangend secretaris voor het Dagelijks Bestuur. Benoembaar zijn slechts medewerkers van het ambtelijk apparaat van de deelnemende gemeenten. De benoeming geldt, tenzij anders bepaald, voor de zittingsduur van de gemeenteraad.

  • 4 De benoemingen als bedoeld in het derde lid vervallen, indien de betrokkene zijn werkkring bij de deelnemende gemeente beëindigt. Alsdan voorziet het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk in diens opvolging.

Artikel 12 Taken voorzitter Algemeen Bestuur
  • 1 De voorzitter is belast met de leiding van de vergadering van het Algemeen Bestuur.

  • 2 Hij draagt zorg voor een spoedige afdoening van zaken en tekent alle stukken die van het Algemeen Bestuur uitgaan.

Artikel 13

Alle taken en bevoegdheden in het kader van deze regeling, die niet aan het dagelijks

bestuur zijn opgedragen, behoren aan het Algemeen Bestuur.

HOOFDSTUK IV Dagelijks Bestuur

Artikel 14 Samenstelling

Het Dagelijks Bestuur bestaat uit twee leden van het college van de gemeente Heerenveen en twee leden van het college van de gemeente Skarsterlân.

De burgemeester van de gemeente Skarsterlân en de burgemeester van de gemeente Heerenveen maken deel uit van het Dagelijks Bestuur. Daarnaast wordt binnen het Dagelijks Bestuur aangewezen de portefeuillehouder Economische Zaken en/of de portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening.

De voorzitter van het Algemeen Bestuur is tevens voorzitter van het Dagelijks Bestuur.

Artikel 15 Lidmaatschap

De leden van het Dagelijks Bestuur treden als lid van dit bestuur af op de dag waarop de zittingsperiode voor de leden van het Algemeen Bestuur afloopt.

Zij blijven lid van het Dagelijks Bestuur totdat in hun opvolging is voorzien.

Artikel 16 Werkwijze
  • 1 Het Dagelijks Bestuur vergadert ten minste viermaal per jaar en overigens zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of zulks schriftelijk door een lid van het Dagelijks Bestuur onder opgave van de te behandelen onderwerpen wordt verzocht.

  • 2 Indien het Dagelijks Bestuur of de voorzitter het nodig oordeelt, kunnen één of meer deskundigen uitgenodigd worden om permanent of incidenteel aan de beraadslagingen deel te nemen. Zij hebben een adviserende stem.

Artikel 17 Taken Dagelijks Bestuur
  • 1 Het Dagelijks Bestuur is belast met:

    • a.

      de voorbereiding van al hetgeen aan het Algemeen Bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd;

    • b.

      de uitvoering van de besluiten van het Algemeen Bestuur;

    • c.

      het beheer van de activa en de passiva van de Ontwikkelingsmaatschappij;

    • d.

      de zorg, voorzover deze niet aan anderen is opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;

    • e.

      het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaren en verlies van recht of bezit;

    • f.

      de uitvoering van de in artikel 7 genoemde regelingen, binnen de door het Algemeen Bestuur gegeven aanwijzingen en richtlijnen;

    • g.

      de uitgifte van gronden op de binnen het werkingsgebied gelegen bedrijventerreinen binnen de door het Algemeen Bestuur bepaalde exploitatie-opzet en met inachtneming van overige door het Algemeen Bestuur gegeven aanwijzingen en richtlijnen.

    • h.

      het verwerven van gronden voorzover er sprake is van een vastgestelde exploitatie. Wanneer er geen vastgestelde exploitatie is blijft de verwerving van gronden de bevoegdheid van het Algemeen Bestuur.

  • 2 Het Algemeen Bestuur kan indien hij daartoe besluit aan het Dagelijks Bestuur meerdere hem toekomende bevoegdheden overdragen; met uitzondering van:

    • a.

      de vaststelling en de wijziging van de begroting;

    • b.

      de (voorlopige) vaststelling van de rekening.

HOOFDSTUK V DE VOORZITTER EN DE SECRETARIS

Artikel 18 Taken voorzitter
  • 1 De voorzitter is belast met de leiding van de vergadering van het algemeen en het Dagelijks Bestuur.

  • 2 Het voorzitterschap wordt bij toerbeurt vervuld door de gemeente Skarsterlân en de gemeente Heerenveen. De wisseling van het voorzitterschap vindt plaats bij de wisseling van de raden van de gemeenten.

  • 3 Hij draagt zorg voor een spoedige afdoening van zaken en tekent alle stukken die van het algemeen en het Dagelijks Bestuur uitgaan.

  • 4 De voorzitter vertegenwoordigt de Ontwikkelingsmaatschappij in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging aan een door hem gemachtigde opdragen. In rechtsgedingen tussen de Ontwikkelingsmaatschappij en de gemeente waarvan de voorzitter lid van het college is, wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter.

Artikel 19 Taken secretaris
  • 1 De secretaris is - in overleg met de voorzitter - belast met de voorbereiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur.

  • 2 De secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur.

  • 3 Alle stukken die van het Algemeen Bestuur en van het Dagelijks Bestuur uitgaan, worden door hem mede-ondertekend.

HOOFDSTUK VI COMMISSIES

Artikel 20

Het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur kunnen commissies van advies instellen, zulks met inachtneming van artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

HOOFDSTUK VII INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN TERUGROEPING

Artikel 21
  • 1 Het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur verstrekken aan de raden, uiterlijk binnen een maand, alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden worden verlangd.

  • 2 De leden van het Dagelijks Bestuur geven - tezamen dan wel afzonderlijk - aan het Algemeen Bestuur, wanneer dit Algemeen Bestuur of één of meer leden daarvan hierom vraagt, schriftelijk, en - indien daartoe wordt verzocht - mondeling, uiterlijk binnen een maand, alle gevraagde inlichtingen.

  • 3 Een lid van het Algemeen Bestuur als bedoeld in artikel 8 verschaft aan de raad die hem heeft aangewezen schriftelijk en - indien daartoe wordt verzocht - mondeling, uiterlijk binnen een maand, alle inlichtingen die door deze raad of één of meer leden daarvan worden verlangd.

  • 4 Het college van elke gemeente verstrekt aan het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur dan wel de voorzitter of de door deze organen aangewezen ambtenaren alle inlichtingen die deze organen of ambtenaren nodig achten voor de uitvoering van de in artikel 6 genoemde taken.

  • 5 De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde beleid.

  • 6 Een lid van het Algemeen Bestuur als bedoeld in artikel 8 is verantwoording verschuldigd aan de raad van zijn gemeente, voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid, op een wijze zoals dat in het artikel 22 genoemde reglement van orde is bepaald.

  • 7 De raad heeft de bevoegdheid een of meer van zijn vertegenwoordigers in het Algemeen Bestuur te ontslaan indien zij het vertrouwen van de raad niet meer bezitten.

  • 8 Beide gemeenten conformeren zich aan de besluiten zoals deze genomen worden in de gemeenschappelijke regeling.

HOOFDSTUK VIII WERKWIJZE

Artikel 22
  • 1 Op de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur zijn de artikelen 16 tot en met 32 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 2 Bij staking van stemmen in het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur wordt het voorstel niet aangenomen.

  • 3 Het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur kunnen desgewenst een reglement van orde vaststellen voor overige bepalingen omtrent hun vergaderingen en werkzaamheden.

HOOFDSTUK IX FINANCIELE BEPALINGEN

Artikel 23 Beheer en controle
  • 1 Het geldelijke beheer en de boekhouding worden ingericht naar door het Dagelijks Bestuur vast te stellen richtlijnen of voorschriften.

  • 2 Ten aanzien van de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding zijn de artikelen 215 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 24 Begroting
  • 1 Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks een ontwerp-begroting op, alsmede een meerjarenraming voor een aansluitend tijdvak van ten minste vier jaren.

  • 1 Zowel de ontwerp-begroting als de meerjarenraming worden vóór 1 juni aan de raden toegezonden. De ramingen in de ontwerp-begroting en de meerjarenraming worden toegelicht.

  • 2 De ontwerp-begroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 191 en 192 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3 De raden kunnen binnen twee maanden na toezending van de ontwerp-begroting het Dagelijks Bestuur van hun gevoelen doen blijken. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden.

  • 4 Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast vóór 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen.

  • 5 Terstond na de vaststelling zendt het Algemeen Bestuur de begroting aan de raden. Deze kunnen van hun gevoelen doen blijken bij het Algemeen Bestuur.

  • 6 Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting terstond na de vaststelling aan Gedeputeerde Staten. Van de beslissing van Gedeputeerde Staten doet het Dagelijks Bestuur mededeling aan het Algemeen Bestuur en de raden.

  • 7 In de begroting wordt voor elk der deelnemers voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft de verschuldigde bijdrage aangegeven.

  • 8 De betaling van de bijdragen, of voorschotten daarop, vindt plaats op de wijze en op het tijdstip door het Algemeen Bestuur te bepalen.

Artikel 25 Wijziging begroting

Met betrekking tot het wijzigen van de begroting is het bepaalde in het voorafgaande van overeenkomstige toepassing.

Artikel 26 Rekening
  • 1.

    • a.

      Het Dagelijks Bestuur biedt jaarlijks vóór 1 april de rekening over het afgelopen jaar met alle bijbehorende bescheiden, ter voorlopige vaststelling aan het Algemeen Bestuur aan. Tevens wordt de rekening aan de raden aangeboden.

    • b.

      Daarbij worden tevens aangeboden een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 bis van de Gemeentewet aangewezen deskundige en hetgeen het Dagelijks Bestuur te zijner verantwoording dienstig acht.

  • 2.

    • Binnen twee maanden na ontvangst kunnen de raden van hun gevoelen doen blijken. Het Dagelijks Bestuur legt de commentaren bij de voorlopige vaststelling aan het Algemeen Bestuur voor.

  • 3. Het Algemeen Bestuur onderzoekt de jaarrekening en stelt haar voorlopig vast vóór 1 juli volgende op het jaar, waarvoor de rekening geldt.

  • 4. Zij wordt terstond daarna met alle bijbehorende stukken aan Gedeputeerde Staten gezonden. Van de vaststelling doet het Dagelijks Bestuur mededeling aan het Algemeen Bestuur en de raden, onder toezending van een exemplaar van de rekening.

Artikel 27 Nadelig/batig saldo

Het nadelig of batig saldo van de vastgestelde rekening wordt jaarlijks ten laste c.q. ten goede van de exploitatie gebracht.

HOOFDSTUK X ARCHIEF

Artikel 28
  • 1 Het Dagelijks Bestuur is belast met de zorg voor de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de dienst overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur, met inachtneming van de Archiefwet 1995, vast te stellen regeling.

  • 2 De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid.

  • 3 Bij opheffing van deze regeling worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Heerenveen.

  • 4 Gedeputeerde Staten oefenen overeenkomstig het bepaalde in het Archiefbesluit toezicht uit op de zorg en het beheer van de archiefbescheiden.

HOOFDSTUK XI UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

Artikel 29 Uittreding
  • 1 Een deelnemer kan uittreden als beide raden daarmee kunnen instemmen.

  • 2 De uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van de dag waarop de nieuwe zittingsperiode van het Algemeen Bestuur aanvangt, met dien verstande dat de voor de uittreding noodzakelijke wijziging van de regeling in werking moet zijn getreden vóór 1 januari van het desbetreffende jaar.

  • 3 Het Algemeen Bestuur regelt de financiële gevolgen, alsmede de overige gevolgen van de uittreding.

Artikel 30 Wijziging
  • 1 Deze regeling kan worden gewijzigd indien de deelnemers daartoe besluiten.

  • 2 Het Algemeen Bestuur regelt de financiële gevolgen daarvan.

Artikel 31 Opheffing
  • 1 Deze regeling kan worden opgeheven indien beide raden daartoe besluiten.

  • 2 Een besluit tot opheffing van de regeling treedt niet eerder in werking dan met ingang van 1 januari van het jaar volgende op dat, waarin het besluit door Gedeputeerde Staten is goedgekeurd.

  • 3 In geval van opheffing wordt het Dagelijks Bestuur met de liquidatie van de dienst belast. Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, de raden gehoord, vastgesteld.

  • 4 Ter uitvoering van de liquidatie blijft het Dagelijks Bestuur zo nodig na het tijdstip van opheffing van de regeling in functie.

  • 5 Een batig saldo komt ten bate, een nadelig saldo komt ten laste van de gemeenten. Dit batig danwel nadelig saldo wordt door de twee deelnemende gemeenten in gelijke mate verdeeld of opgebracht.

HOOFDSTUK XII OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 32
  • 1 De eerste aanwijzing van leden en plaatsvervangende leden voor het Algemeen Bestuur dient binnen twee maanden na de registratie van de regeling plaats te vinden.

  • 2 De burgemeester van Heerenveen roept binnen een maand na de in het eerste lid bedoelde aanwijzing de leden van het Algemeen Bestuur in vergadering bijeen ter aanwijzing van de leden van het Dagelijks Bestuur.

  • 3 De gemeente Skarsterlân draagt zorg voor de toezending van deze regeling aan Gedeputeerde Staten.

  • 4 De besturen van de deelnemende gemeenten dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van de regeling.

  • 5 Deze regeling treedt in werking op een door het Dagelijks Bestuur te bepalen tijdstip.

Artikel 33

In alle gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, wordt - onverminderd het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen - door het Algemeen Bestuur een voorziening getroffen.

Artikel 34

De regeling “gemeenschappelijke regeling Bedrijvenparken A7”(1993) wordt hierbij ingetrokken.

Artikel 35

Deze regeling kan worden aangehaald als "gemeenschappelijke regeling Bedrijvenparken A7 c.a. 2009" en treedt in werking op 11 maart 2010

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Skarsterlân op
De griffier, De voorzitter
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Skarsterlân op
De secretaris, De burgemeester,
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Heerenveen op
De griffier,
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen op

Inhoudsopgave

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Artikel 2 Het openbaar lichaam

Artikel 3 Duur van de regeling

Artikel 4 Bestuursorganen

HOOFDSTUK II DOELSTELLINGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 5 Doel

Artikel 6 Taken

Artikel 7 Bevoegdheden

HOOFDSTUK III Algemeen Bestuur

Artikel 8 Samenstelling

Artikel 9 Lidmaatschap

Artikel 10 Werkwijze

Artikel 11 Voorzitter en secretaris Algemeen Bestuur

Artikel 12 Taken voorzitter Algemeen Bestuur

Artikel 13

HOOFDSTUK IV Dagelijks Bestuur

Artikel 14 Samenstelling

Artikel 15 Lidmaatschap

Artikel 16 Werkwijze

Artikel 17 Taken Dagelijks Bestuur

HOOFDSTUK V DE VOORZITTER EN DE SECRETARIS

Artikel 18 Taken voorzitter

Artikel 19 Taken secretaris

HOOFDSTUK VI COMMISSIES

Artikel 20

HOOFDSTUK VII INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN TERUGROEPING

Artikel 21

HOOFDSTUK VIII WERKWIJZE

Artikel 22

HOOFDSTUK IX FINANCIELE BEPALINGEN

Artikel 23 Beheer en controle

Artikel 24 Begroting

Artikel 25 Wijziging begroting

Artikel 26 Rekening

Artikel 27 Nadelig/batig saldo

HOOFDSTUK X ARCHIEF

Artikel 28

HOOFDSTUK XI UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

Artikel 29 Uittreding

Artikel 30 Wijziging

Artikel 31 Opheffing

HOOFDSTUK XII OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 32

Artikel 33

Artikel 34

Artikel 35