Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal houdende regels omtrent bevorderen maatschappelijke initiatieven (Fonds Maatschappelijke Initiatieven)

Geldend van 21-02-2017 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal houdende regels omtrent bevorderen maatschappelijke initiatieven (Fonds Maatschappelijke Initiatieven)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal;

overwegende dat

de raad in zijn vergadering van 29 oktober 2015 het beleidskader Wmo Veenendaal 2016-2019 heeft vastgesteld en daarin is opgenomen dat we als gemeente het beleidsscenario Maatschappelijke Initiatieven Stimuleren willen uitvoeren, ter bevordering van initiatieven door en voor inwoners die hun zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie doen toenemen.

gelet op

artikel 2 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening Veenendaal;

besluit:

vast te stellen de regelingFonds Maatschappelijke Initiatieven.

Artikel 1 Karakter regeling Fonds Maatschappelijke Initiatieven
  • a.

    Deze regeling is een regeling als bedoeld in artikel 2 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening Veenendaal (hierna ASV) die per 1 januari 2012 van kracht is. De bepalingen uit deze verordening zijn van toepassing, voor zover daarvan in onderstaande niet wordt afgeweken.

  • b.

    De regeling Fonds Maatschappelijke Initiatieven (hierna: Fonds MI) beoogt maatschappelijke initiatieven te bevorderen die eraan bijdragen dat mensen die kwetsbaar zijn of beperkingen hebben langer thuis kunnen blijven wonen en meedoen aan de samenleving. Hiermee geeft de gemeente invulling aan enkele doelen die zij wil bereiken vanuit het Wmo-beleid Veenendaal 2016-2019. Met name:

-het aantal inwoners dat participeert in de buurt neemt toe;

-het aantal inwoners dat zich vrijwillig inzet neemt toe en de ondersteuning die hierbij worden geboden is kwalitatief goed;

-de zelfredzaamheid van inwoners wordt versterkt door het bieden van vroegtijdige, lichte ondersteuning in de wijk.

Het college biedt financiële steun aan maatschappelijke initiatieven door inzet van ondersteuningsbudget vanuit deze regeling maatschappelijke initiatieven (hierna regeling MI).

  • c.

    De regeling treedt in werking op 14 februari 2017 en heeft de intentie minimaal drie jaar te bestaan. Na afloop van het eerste jaar wordt de regeling geëvalueerd en wordt bekeken of samenvoeging met andere gemeentelijke regelingen mogelijk is, mede op basis van de in 2017 op te stellen Visie Sociaal Domein.

  • d.

    Deze regeling is aanvullend op de regeling wijkbudget en de toekomstagenda informele zorg van de gemeente Veenendaal (zie www.veenendaal.nl). Een initiatief mag tegelijkertijd slechts uit één van deze regelingen financiële steun ontvangen.

Artikel 2 Begripsbepalingen

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

ASV:

Algemene Subsidieverordening Veenendaal;

co-financiering:

Deel van de kosten van uitvoering van het maatschappelijk initiatief dat door de aanvrager zelf wordt geleverd of gefinancierd.

initiatiefnemer(s):

Individuele inwoners of een groep inwoners woonachtig of werkzaam in Veenendaal (al dan niet verenigd in een vereniging of stichting, niet zijnde een professionele organisatie), die een maatschappelijk initiatief (willen gaan) uitvoeren zonder winstoogmerk.

maatschappelijk initiatief:

Vernieuwende activiteiten die eraan bijdragen dat inwoners van Veenendaal die kwetsbaar zijn of beperkingen hebben langer thuis kunnen blijven wonen en meedoen in de samenleving. Het gaat bij deze regeling om terugkerende activiteiten waar inwoners regelmatig gebruik van kunnen maken.

maatschappelijke participatie:

Meedoen aan de samenleving, in welke vorm dan ook, passend bij de mogelijkheden van inwoners. Bijvoorbeeld andere mensen ontmoeten, zich inzetten voor anderen, doen van vrijwilligerswerk of betaald werk verrichten.

ondersteuningsbudget:

Een budget vanuit het Fonds Maatschappelijke Initiatieven bedoeld om een maatschappelijk initiatief op te starten danwel doorgang te laten vinden voor een periode van een jaar.

zelfredzaamheid:

de mate waarin iemand zelfstandig thuis kan wonen en leven.

Artikel 3 Werkingsgebied

De regeling Fonds MI is van toepassing voor initiatieven binnen Veenendaal.

Artikel 4 Plafond
  • a. Het plafond van het fonds wordt vastgesteld op € 40.000,- per jaar.

  • b. Per initiatief wordt minimaal € 500,- en maximaal € 10.000,- ondersteuningsbudget per jaar toegekend.

  • c. Per initiatief wordt minimaal 20% co-financiering gevraagd.

  • d. Aanvragen voor een ondersteuningsbudget worden behandeld op volgorde van binnenkomst bij de gemeente Veenendaal.

Artikel 5 Aanvraag ondersteuningsbudget
  • a. Alleen (groepen van) inwoners die in Veenendaal wonen of werken (al dan niet verenigd in een vereniging of stichting, niet zijnde een professionele organisatie) kunnen een ondersteuningsbudget aanvragen bij het Fonds Maatschappelijke Initiatieven aanvragen.

  • b. Een voorgenomen maatschappelijk initiatief kan eerst worden besproken met een beleidsmedewerker Maatschappelijke Ondersteuning, een wijkmanager van de gemeente, of een wijkcoach van Veens. Aanmelding voor een gesprek kan door een mail te sturen naar maatschappelijkinitiatief@veenendaal.nl;

  • c. Een medewerker van de gemeente of van Veens neemt contact op met de initiatiefnemer om te bespreken of en hoe het initiatief in aanmerking kan komen voor een ondersteuningsbudget.

  • d. Vervolgens kan een aanvraag voor een ondersteuningsbudget voor het maatschappelijk initiatief worden ingediend door het invullen van het aanvraagformulier op de website van de gemeente. Deze omvat de volgende gegevens:

    • 1.

      naam, contactadres, telefoonnummer van de initiatiefnemer;

    • 2.

      een beschrijving van de inhoud, uitvoering en planning van het initiatief, waarbij wordt aangegeven hoe dit bevordert dat kwetsbare mensen langer thuis kunnen blijven wonen en/of meedoen in de samenleving;

    • 3.

      een begroting van de kosten van het initiatief, met een beschrijving hoe deze kosten worden gedekt en welke co-financiering wordt ingezet. Een overzicht van andere subsidieregelingen of fondsen waar financiële middelen voor het initiatief zijn aangevraagd. Een opgave op welk moment de middelen voor het initiatief nodig zijn (cashplanning);

    • 4.

      toelichting wat de eigen inbreng of tegenprestatie van inwoners is bij het initiatief;

    • 5.

      toelichting van het draagvlak voor het initiatief bij inwoners.

  • e. Op de aanvraag van een ondersteuningsbudget uit het Fonds MI is artikel 7 van hoofdstuk 3 van de ASV van toepassing.

  • f. Een aanvraag voor een ondersteuningsbudget uit het Fonds MI kan continu worden ingediend.

Artikel 6 Verstrekking ondersteuningsbudget
  • a. De medewerker van team beleid maatschappelijke ondersteuning van de gemeente toetst de aanvraag aan de criteria van deze regeling;

  • b. De medewerker legt deze toetsing voor advies voor aan de wijkmanagers en aan betrokken maatschappelijke organisaties;

  • c. Het college beslist en informeert binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag de initiatiefnemer over de toekenning van een ondersteuningsbudget MI;

  • d. Het college kan aan de toekenning van een ondersteuningsbudget MI voorwaarden stellen.

Artikel 7 Criteria voor verstrekking ondersteuningsbudget
  • a.Het initiatief moet ten goede komen aan een groep inwoners;

  • b. Het initiatief beoogt terugkerende activiteiten te realiseren voor inwoners die kwetsbaar zijn of beperkingen hebben, zodat zij langer thuis kunnen blijven wonen en/of meedoen in de samenleving.

  • c. Bij de aanvraag van een ondersteuningsbudget ligt de nadruk op de te organiseren activiteiten en niet op aan te schaffen materialen. Wanneer een vergoeding voor materialen wordt verstrekt kunnen hierop aanvullende voorwaarden van toepassing zijn (zoals: een minimaal aantal activiteiten waarvoor de materialen worden gebruikt en/of retournering van de materialen na beëindiging van het initiatief).

  • d. Inwoners leveren zoveel mogelijk zelf een bijdrage aan het realiseren van het initiatief.

  • e. Kosten die worden opgevoerd zijn reëel en zonder winstoogmerk. Kosten van derden zijn gebaseerd op meerdere offertes.

  • f. Er is sprake van minimaal 20% co-financiering van het aangevraagde ondersteuningsbudget. Als co-financiering komen in aanmerking: vrijwillige inzet, betaalde inzet tegen een niet-commercieel tarief, eigen middelen, middelen van particulieren of particuliere fondsen, middelen van ondernemers.

Artikel 8 Weigeringsgronden

Het verstrekken van een ondersteuningsbudget MI kan worden geweigerd indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:

  • a.

    niet wordt voldaan aan de criteria opgenomen in artikel 7;

  • b.

    het initiatief niet haalbaar of uitvoerbaar wordt geacht;

  • c.

    de initiatiefnemer doelstellingen of activiteiten beoogt die in strijd zijn met de wet of het gemeentelijk beleid;

  • d.

    het initiatief al een bijdrage ontvangt uit de Toekomstagenda Informele Zorg of de Subsidieregeling Wijkbudget (buurtbonnen);

  • e.

    door de verstrekking het plafond van het fonds MI wordt overschreden.

Artikel 9 Verplichtingen gemeente

a.Het college informeert alle inwoners over de mogelijkheden die een ondersteuningsbudget MI hen biedt.

Artikel 10 Verplichtingen van de initiatiefnemer

Naast de bepalingen van artikel 15 en 18 van de ASV zorgt de initiatiefnemer voor:

  • a.

    de uitvoering van het initiatief;

  • b.

    het creëren van draagvlak voor het initiatief onder inwoners die hiervan gebruik kunnen maken, hieraan bij kunnen dragen of op andere wijze met het initiatief te maken krijgen.

  • c.

    Bij bedragen boven de 5000 euro vraagt de gemeente de initiatiefnemer om een organisatie met een rechtspersoon op te richten en zorg te dragen voor een schriftelijke toelichting over de uitvoering, inclusief een overzicht van inkomsten en uitgaven. Als deze voldoen aan wat vooraf is benoemd in het plan stelt de gemeente het verstrekte budget vast.

Artikel 11 Wijze van uitkering van ondersteuningsbudget MI
  • a. In overeenstemming met artikel 19 lid 1 van de ASV kan de initiatiefnemer vragen het toegekende ondersteuningsbudget direct vast te stellen indien het gaat om een budget lager dan 5000 euro.

  • b. De gemeente kan het toegekende budget eventueel in termijnen uitkeren.

  • c. In overleg tussen gemeente en initiatiefnemer zal bekeken worden welke wijze van verstrekking van het budget het meest passend is, mede afhankelijk van de fase waarin het initiatief zich bevindt.

  • d. De gemeente kan een besluit intrekken en betaling weigeren indien er een gegronde reden is om aan te nemen dat het ondersteuningsbudget niet wordt aangewend voor de uitvoering van het ingediende maatschappelijk initiatief.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 21 februari 2017.

Artikel 13 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: regeling Fonds Maatschappelijke Initiatieven.

Vastgesteld in de vergadering van 21 februari 2017.

mevrouw drs. A.P.W. van de Klift (secretaris)

de heer mr. A.W. Kolff (burgemeester)

Toelichting

Algemene toelichting

De gemeenteraad van Veenendaal heeft op 29 oktober 2015 het beleidskader ‘Stimuleren en ondersteunen’, voor uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) in Veenendaal van 2016 t/m 2019 vastgesteld. In dit beleidskader is door het college van burgemeester en wethouders een groot aantal doelstellingen voor maatschappelijke ondersteuning van inwoners benoemd. Zij wil onder andere bereiken dat het aantal inwoners dat participeert in de buurt of anderszins vrijwilligerswerk doet toeneemt, dat inwoners hierbij waar nodig goed ondersteund worden en dat de zelfredzaamheid van inwoners wordt versterkt door het bieden van vroegtijdige, lichte ondersteuning in de wijk. Om aan deze doelstellingen bij te dragen is voorgesteld om maatschappelijke initiatieven te stimuleren. Het gaat om initiatieven die inwoners zelf ontplooien om mede-inwoners te ondersteunen, thuis en bij het meedoen in de samenleving. De gemeente wil deze initiatieven financieel ondersteunen met een budget vanuit de hier beschreven regeling Fonds Maatschappelijke Initiatieven. Daarnaast wil ze maatschappelijke initiatieven faciliteren via kennisoverdracht, meedenken en verbinden om eraan bij te dragen dat de initiatieven van de grond komen en van betekenis zijn.

Artikelsgewijs

Bij artikel 1 Karakter regeling

1d.Het Fonds Maatschappelijke Initiatieven is bedoeld voor vernieuwende inwonerinitiatieven die eraan bijdragen dat inwoners van Veenendaal die kwetsbaar zijn of beperkingen hebben langer thuis kunnen blijven wonen en meedoen in de samenleving. Het gaat bij deze regeling om terugkerende activiteiten waar inwoners regelmatig gebruik van kunnen maken.

Het Fonds MI verschilt van de Subsidieregeling wijkbudget doordat die regeling zich richt op initiatieven die een bijdrage leveren aan de leefbaarheid of sociale cohesie in de wijk. Deze initiatieven mogen ook eenmalig zijn. Ook is de maximale bijdrage voor een wijkbudget lager (max 5.000 euro) dan voor een maatschappelijk initiatief (max 10.000 euro).

Het Fonds MI verschilt van de Toekomstagenda Informele Zorg. De Toekomstagenda betreft geen subsidieregeling. Gemeente, Veens en zorgvrijwilligersorganisaties bepalen bij de toekomstagenda gezamenlijk voor welke activiteiten op het gebied van informele zorg een investering gewenst is. Deze investering wordt dan verstrekt via Veens.

Bij artikel 2 Begripsbepalingen

Maatschappelijk Initiatief: Hieronder verstaan we vernieuwende activiteiten die eraan bijdragen dat inwoners van Veenendaal die kwetsbaar zijn of beperkingen hebben langer thuis kunnen blijven wonen en meedoen in de samenleving. Het gaat bij deze regeling om terugkerende activiteiten waar inwoners regelmatig gebruik van kunnen maken. Vele initiatieven zijn denkbaar. Bijvoorbeeld een breicafé, een klussendienst, een bezoekdienst, een uitstapjesgroep, een interessante cursussenreeks gericht op zelfredzaamheid, integratieactiviteiten tussen verschillende groepen inwoners, etc.

Bij artikel 7 Criteria voor verstrekking van een ondersteuningsbudget MI

7g.Er is sprake van minimaal 20% co-financiering van het aangevraagde ondersteuningsbudget. Bij inbreng van vrijwillige inzet als co-financiering kan als rekenfactor worden uitgegaan van de landelijke bepaalde vrijwilligersvergoeding (zie www.belastingdienst.nl). Bij inbreng van professionele inzet als co-financiering moet worden uitgegaan van een redelijk, niet-commercieel tarief.