Beleidsregels Wet Bibob Bronckhorst 2017

Geldend van 09-03-2017 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels Wet Bibob Bronckhorst 2017

De Burgemeester en het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bronckhorst,ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;

Overwegende, dat de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna:Wet Bibob) hen beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming omtrent het toepassen van hun uitdeze wet voortvloeiende bevoegdheden;

Gelet op

- De Wet Bibob;

- Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

- De artikelen 3, 27, 30a en 31 van de Drank- en horecawet;

- Artikel 30b van de Wet op de kansspelen,

- Artikelen 2.1 en 2.17 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,

- Artikelen 2:25 B, 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening Gemeente Brockhorst 2016(m.b.t. gemeentelijke vergunningen)

- De Algemene subsidieverordening gemeente Bronckhorst 2014

BESLUITEN:

Vast te stellen de:

Beleidslijn voor de toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur voor de gemeente Bronckhorst 2017

Paragraaf 1: Algemeen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

1.De definities in artikel 1.1 van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidslijn, tenzij daarover in lid 2 anders is bepaald.

2. In deze beleidslijn wordt verstaan onder:

a. De gemeente: de gemeente Bronckhorst

b. Bestuursorgaan: de burgemeester onderscheidenlijk het college van burgemeester enwethouders alsmede degenen aan wie zij een mandaat hebben verleend tot besluitvormingbij beschikkingen van de gemeente Bronckhorst;

c. Overheidsopdracht: een opdracht als beschreven in artikel 1 van de wet, waarop de wet kanworden toegepast;

d. Beschikking: een beschikking ter zake een subsidie, alsmede een beschikking ter zake van een vergunning, toekenning, erkenning of ontheffing, waarop de wet kan worden toegepast.

e. Wet: de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob)

f. Vastgoedtransactie: een overeenkomst of een andere rechtshandeling met betrekking tot een onroerende zaak met als doel:

1. het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom of het vestigen,vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht;

2. huur of verhuur;

3. het verlenen van een gebruiksrecht; of

4. de deelname aan een rechtspersoon, een commanditaire vennootschap of eenvennootschap onder firma die het recht op eigendom of een zakelijk recht met betrekking tot die onroerende zaak verwerft of die onroerende zaak gaat huren of verhuren.

g. Betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de houder van een vergunning, de subsidieontvanger, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is aangegaan of zal worden aangegaan, de gegadigde die wil deelnemen aan een aanbestedingsproces, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is of zal worden gegund, de onderaannemer.

h. RIEC: het Regionale Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) is een regionaal samenwerkingsverband die de samenwerkende partners (waaronder gemeenten) ondersteunt in hun strijd tegen georganiseerde criminaliteit.

i. Semioverheid: organisaties die ‘dicht tegen de overheid aan zitten’. Kenmerken van een semioverheidsorganisatie zijn: 1. wettelijke taken en/of het dienen van een uitgesproken publiek belang; 2. een publieke financiering.

j. Bibob- toets: de wijze van behandelen van een aanvraag waarbij met toepassing van de wet door het bestuursorgaan wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn, ontleend aan de wet, om de aanvraag te weigeren, de overeenkomst niet aan te gaan, de beschikking in te trekken of daaraan voorschriften te verbinden;

k. LBB: Landelijk Bureau Bibob; Bureau Bibob: het Bureau Bevordering

integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet Bibob.

l. Eigen onderzoek: de wijze van behandelen van een aanvraag waarbij met toepassing van de wet door het bestuursorgaan wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren, respectievelijk de beschikking in te trekken of te beëindigen, daaraan voorschriften te verbinden dan wel een advies bij het LBB aan te vragen;

Paragraaf 2 Publiekrechtelijke beschikkingen

Artikel 2 Toepassingsbereik bij nieuwe beschikkingen

De toepassing van de wet zal door het bestuursorgaan op de hieronder aangeduide beschikkingen op de volgende wijze plaatsvinden:

Artikel 2.1 Bibob-toets bij elke aanvraag

Uitvoering van de Bibob-toets kan in beginsel plaatsvinden bij elke aanvraag voor een beschikking als bedoeld in:

a. artikel 3 Drank- en Horecawet (Drank- en Horecavergunning);

Indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming enkel indien deze wijziging samengaat met een wijziging van de van de persoon of de personen die zeggenschap over het bedrijf. Uitvoering vindt niet standaard plaats in het geval het een horecabedrijf betreft, als bedoeld in artikel 4

van de Drank- en horecawet (para-commerciële horeca inrichting).

b. artikel 30b van de Wet op kansspelen (exploitatievergunning speelgelegenheden) indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, verlenging van een vergunning, de overname van een bestaand bedrijf, de overname van de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming enkel indien deze wijziging samengaat met een wijziging van de van de persoon of de personen die zeggenschap over het bedrijf.

c. Artikel 3:3 (exploitatie seksbedrijf) van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Bronckhorst 2016 indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, verlenging van een vergunning, de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van)de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming enkel indien deze wijziging samengaat met een wijziging van de van de persoon of de personen die zeggenschap over het bedrijf.

Dit beleid is in beginsel niet van toepassing op de volgende inrichtingen:

o een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de

openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

o een zorginstelling;

o een museum;

o een slijtersbedrijf;

o een bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant;

o een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet;

o een instelling ten behoeve van sport, cultuur, recreatie en/of levensbeschouwing, waarbij de horeca-activiteit een ondersteunde functie heeft.

Artikel 2.2 Bibob-toets bij risico-indicatoren

Uitvoering van de Bibob-toets vindt bij onderstaande aanvragen voor een beschikking plaats als zij vallen onder de daartoe aangewezen branche en/ of gebied en de daarbij geldende risicoindicatoren.

Artikel 2.3 Bibob-toets naar aanleiding van informatie van partners

De uitvoering van de Bibob-toets kan bij onderstaande aanvragen voor een beschikking plaatsvinden, indien er sprake is van ambtelijke informatie en/ of informatie van een of meerdere partners zoals toezichthouders, politie, Belastingdienst, het RIEC en het OM, die een aanleiding vormen om te

vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de wet Bibob:

a. De aanvraag als bedoeld in artikel 30a Drank- en Horecawet;

b. De aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet Algemenebepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning bouwactiviteit).

De toepassing blijft beperkt tot de aanvragen met een bouwsom hoger dan €500.000(exclusief btw) of aanvragen die vallen onder de risicocategorieën (Zie bijlage 1 bij deze beleidslijn).

De Bibob-toets zal niet worden toegepast, ingeval de aanvraag afkomstig is van:

- Overheidsinstanties;

- Semi- overheidsinstanties

- Toegelaten woning(bouw)corporaties; (toegelaten door de Minister van Volkshuisvesting conform Woningbesluit 1932 middels daartoe verstrekte vergunning)

- Door het College van B&W bij (specifiek) besluit aangewezen aanvragers.

c. De aanvraag als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en horecawet, in het geval het eenhorecabedrijf betreft welke op grond van paragraaf 2.1 van deze beleidslijn niet standaard voor een Bibob toets in aanmerking komt.

d. De aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een activiteit waarvoor bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 2.17 van die wet is bepaald, dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 Wet Bibob kan worden geweigerd (omgevingsvergunning beperkte milieutoets).

e. De aanvraag als bedoeld in artikel 2.1,eerste lid, aanhef en onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op het oprichten of veranderen van een inrichting voor het opslaan, overslaan, bewerken of verwerken van afvalstoffen.

f. De aanvraag om een evenementenvergunning als bedoeld in de APV.

Artikel 2.4 Bibob toets na eerder advies LBB

Een Bibob-toets kan plaatsvinden als bij navraag door het bestuursorgaan bij het Landelijk Bureau Bibob blijkt, dat tegen de aanvrager van een beschikking, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag is behandeling is genomen.

Artikel 2.5 Toepassingsbereik bij reeds verleende beschikkingen

Het bestuursorgaan kan de Wet Bibob in beginsel toepassen met betrekking tot reeds verleende beschikkingen indien:

1. de verstrekte beschikking betrekking heeft op een locatie, die gelegen is in een concreet bepaald gebied, dat op basis van een daartoe genomen besluit van het bestuursorgaan na de verstrekking van de beschikking, is aangewezen als risicogebied;

2. de verstrekte beschikking onderdeel uitmaakt van een branche of onderdeel in deze branche, die op basis van een door het bestuursorgaan genomen besluit na de verstrekking van de beschikking is aangewezen voor een generieke Bibob-toets;

3. vanuit eigen informatie dan wel vanuit informatie van een of meerdere partners al dan niet binnen het samenwerkingsverband RIEC, er aanwijzingen zijn dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;

4. informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet Bibob verkregen, vanuit het OM, direct of als reactie op een door haar ontvangen signaal van het Landelijk Bureau Bibob, dat duidt op een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob;

5. bekend wordt dat tegen betrokkene in een andere gemeente bij een Bibob-toets een ernstige mate van gevaar is geconstateerd en aan betrokkene hier een soortgelijke beschikking is verstrekt. In geval aan betrokkene in meerdere gemeenten binnen het samenwerkingsverband RIEC eerder al een soortgelijke beschikking is verleend, zal het bestuur het RIEC om coördinatie in de Bibob-toets verzoeken.

6. een melding wijziging vergunninghouder op grond van artikel 2,25 lid 2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt ingediend.

Artikel 2.5a

Bij een weigering om de Bibob-vragenformulieren volledig ingevuld te retourneren, zullen allereerstde daartoe gestelde regels van de Algemene wet bestuursrecht toegepast worden en zal deaanvrager in de gelegenheid gesteld worden de gegevens aan te vullen. Bij volharding zal deweigering worden beschouwd als een ernstige mate van gevaar als genoemd in artikel 4 juncto 3 vande Wet Bibob. De verstrekte vergunning zal als gevolg daarvan worden ingetrokken.

Artikel 2.6 Toepassingsbereik bij subsidies

In geval van een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in de Algemene Subsidieverordening gemeente Bronckhorst 2014 of een reeds op grond een verleende subsidie kan het bestuursorgaan uitvoering geven aan een Bibob-toets indien op grond van:

1. eigen ambtelijke informatie en/of

2. informatie verkregen van het Landelijk Bureau Bibob en/of

3. informatie verkregen vanuit het OM conform artikel 26 van de Wet Bibob (OM-tip) en/of

4. informatie verkregen van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC

blijkt dat er mogelijk sprake is van een gevaar als bedoeld in artikel 3 wet Bibob.

Paragraaf 3 Privaatrechtelijke transacties

Artikel 3.1 Toepassingsbereik bij vastgoedtransacties

De gemeente kan de Wet Bibob in beginsel toepassen met betrekking tot vastgoedtransacties zoals bedoeld in artikel 1 onder f, waarbij de gemeente partij is. Bij de start van de onderhandelingen daartoe, zal de rechtspersoon met een overheidstaak de wederpartij ervan in kennis stellen dat een

Bibob-onderzoek deel kan uitmaken van de procedure.

In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst.

De Bibob-toets wordt in beginsel beperkt tot de gevallen, die een of meerdere van onderstaande kenmerken hebben:

1. hoge mate van financiële complexiteit;

2. behorend tot een als zodanig benoemde risicobranche (artikel 2.1 lid 2 sub b);

3. behorend tot een als zodanig benoemd risicogebied (artikel 2.1 lid 2 sub b);

4. hoge mate van complexiteit met betrekking tot de bedrijfsstructuur;

5. exceptioneel financieel risico voor de gemeente.

De gemeente kan in ieder geval een Bibob-toets uitvoeren alvorens een beslissing wordt genomenover het aangaan van een vastgoedtransactie indien voorafgaand of tijdens de onderhandelingenmet een wederpartij op grond van:

1. eigen ambtelijke informatie en/of

2. informatie verkregen van het Bureau en/of

3. informatie verkregen vanuit het OM conform artikel 26 van de wet(OM-tip) en/of

4. informatie van een of meerdere partners zoals toezichthouders, politie, Belastingdienst enhet RIEC.

blijkt dat er mogelijk sprake is van een gevaar als bedoeld in artikel 3 wet Bibob.

Indien de Bibob-procedure niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, wordt hieromtrent een ontbindende voorwaarde opgenomen.

Artikel 3.2 Toepassingsbereik bij aanbestedingen

De rechtspersoon met een overheidstaak zal het Bibob-onderzoek ten aanzien van een gegadigde of onderaannemer in de zin van de Wet Bibob, in beginsel alleen uitvoeren bij overheidsopdrachten, die vallen binnen de sectoren milieu, informatie-communicatietechnologie (ICT) of bouw en die, conform de geldende richtlijnen van de gemeente, voor aanbesteden van werken respectievelijk van diensten en leveringen, openbaar moeten worden aanbesteed.

Indien:

1. op basis van eigen ambtelijke informatie en/of

2. informatie verkregen van het LBB en/of

3. informatie verkregen vanuit het Om conform artikel 26 van de Wet Bibob(OM-tip), duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat er sprake is van een ernstig risicoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob en/of

4. informatie verkregen vanuit een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverbandzoals toezichthouders, politie, Belastingdienst of het RIEC.

blijkt dat er mogelijk sprake is van een gevaar als bedoeld in artikel 3 wet Bibob.

Paragraaf 4 Invoering

Artikel 4.1 Invoeringsdatum

Deze beleidslijn is vastgesteld door de Burgemeester respectievelijk het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bronckhorst op 28 februari 2017 en treden in werking de dag na publicatie.

Artikel 4.2 Citeertitel

De beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregels Wet Bibob Bronckhorst 2017”.

Ondertekening

Ondertekening
Aldus besloten door de burgemeester op ………..
M. Besselink
Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders op ………..
M. Besselink B. Drewes

Bijlage 1

Toepassingscriteria gelden voor de uitvoering van de Bibob-toets bij de aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Uitgaand van het doel van de Wet Bibob, het waarborgen van de integriteit van het bestuursorgaan en het voorkomen vanongewild faciliteren van criminele activiteiten en het daarmee het tegenhouden van vergunningen waarbij een bepaaldemate van criminele beïnvloedingen te verwachten valt, zal de uitvoering van de Bibob-toetsing plaatsvinden bij aanvragendie vallen onder een van de hierna genoemde gevallen als daartoe aanleiding is vanwege informatie van partners of uit deeigen ambtelijke organisatie (zie artikel 2.3):

A: Bouwsom

In geval van een vraag van omgevingsvergunning-bouwactiviteiten, waarbij sprake is van een bouwsom van meer dan €500.000.- (exclusief btw). De bouwsom wordt door de gemeente berekend

B. Risico categorieën

Indien de bouwsom meer bedraagt dan €50.000.- (exclusief btw) en minder bedraagt dan of gelijk is aan €500.000.- (exclusief btw) en waarbij sprake is van een of meerdere onderstaande risicocategorieën:

Risico categorieën:

- Inrichten waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet:

o logies wordt verstrekt (waaronder hotels, kamerverhuurbedrijven, pensions),

o dranken worden geschonken (waaronder horecabedrijven), of

o rookwaren of spijzen (waaronder coffeeshops)

voor directe consumptie worden verstrekt;

- Voor het publiek toegankelijke, besloten ruimten waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet seksuele handelingen worden verricht, seksuele diensten worden aangeboden of

vertoningen van erotische-pornografische aard plaatsvinden (waaronder prostitutiebedrijven, darkrooms, seksbioscopen, sekswinkels, erotische massagesalons);

- Een natuurlijke persoon, groep van natuurlijke personen of een rechtspersoon die bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet seksuele handelingen verricht of seksuele diensten aanbiedt in een andere ruimte dan de bedrijfsruimte (waaronder escortbedrijven);

- Inrichtingen die in het maatschappelijk verkeer worden aangeduid als smartshops, headshops of growshops,

zonnebankstudio’s, belwinkels, massagesalons, internetcafe’s en im- en exportbedrijven;

- Inrichtingen die zijn bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen als bedoeld in artikel 30c lid 1 onderdeel b van de Wet op de kansspelen (waaronder speelautomatenhallen en gamecenters);

De bovenstaande opsomming van risicocategorieën is niet limitatief. Deze categorieën kunnen, indien nieuwe ontwikkelen dit noodzakelijk maken, door het college van Burgemeester en Wethouders worden aangepast.

C. Selectie op aanvrager

De gemeente Bronckhorst wil de persoon van wie eerder een Bibob-advies is aangevraagd en/of - een Bibob-advies met enige mate van gevaar of ernstig gevaar is ontvangen, aan het eigen onderzoek, als bedoeld in artikel 1.1 lid 2 onder l, onderwerpen.

D. Risicogebieden

De burgemeester kan risicogebieden in de gemeente Bronckhorst aanwijzen waarbinnen de Wet Bibob alle wettelijk toegestane sectoren wordt toegepast. Het gaat hierbij om gebieden die extra aandacht behoeven voor wat betreft

leefbaarheid en veiligheid. Daarnaast gaat het zowel om aanvragers van nieuwe vergunningen, als houders van bestaande vergunningen. Voor aanvragers van een vergunning betrekking hebbende op of verband houdend met een risicogebied betekent dit dat zij altijd gescreend worden, mits de Wet Bibob deze screening toelaat.