Afvalstoffenverordening 2017 gemeente Aalten

Geldend van 01-03-2017 t/m heden

Intitulé

Afvalstoffenverordening 2017 gemeente Aalten

De raad van de gemeente Aalten;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 januari 2017;

gelet op het bepaalde in artikel 10.23, eerste lid, van de Wet Milieubeheer en artikel 149 Gemeentewet;

Besluit:

vast te stellen de Afvalstoffenverordening 2017 gemeente Aalten.

§ 1.

ALGEMEEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.

Artikel 2. Doelstelling

Deze verordening dient het belang van het beschermen van het milieu, inclusief een doelmatig beheer van afvalstoffen.

§ 2.

HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN

Artikel 3. Aanwijzing inzameldienst
  • 1. Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

  • 2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissing) is niet van toepassing.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de voorbereiding van de aanwijzing en over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars
  • 1. Het is verboden voor anderen dan de inzameldienst om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar:

    • a.

      daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders;

    • b.

      van burgemeester en wethouders een vrijstelling heeft gekregen van het verbod; of

    • c.

      verplicht is om in te zamelen, op grond van artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer.

  • 2. Op de aanwijzing van een inzamelaar als bedoeld in het eerste lid, onder a, is eveneens artikel 3 lid twee van toepassing.

Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats

Burgemeester en wethouders wijzen binnen de gemeente of binnen de gemeente waarmee wordt samengewerkt ten minste één plaats aan waar voldoende gelegenheid is om huishoudelijke afvalstoffen, waaronder grof huishoudelijk afval, achter te laten.

Artikel 6. Algemene verboden

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen:

  • a.

    ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of aan een andere inzamelaar dan als die bedoeld wordt in artikel 4, eerste lid;

  • b.

    over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of

  • c.

    achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats als bedoeld in artikel 5.

Artikel 7. Afvalscheiding
  • 1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk worden ingezameld, van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel.

  • 2. In ieder geval worden de volgende bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld:

    • a.

      groente-, fruit- en tuinafval (gft);

    • b.

      klein chemisch afval (kca);

    • c.

      glas;

    • d.

      papier en karton;

    • e.

      plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons (pmd);

    • f.

      textiel;

    • g.

      elektrische en elektronische apparatuur;

    • h.

      tapijt;

    • i.

      asbest en asbesthoudend afval;

    • j.

      grof huishoudelijk afval;

    • k.

      grof tuinafval;

    • l.

      puin, gips, bouw- en sloopafval;

    • m.

      (verduurzaamd) hout;

    • n.

      banden van voertuigen;

    • o.

      huishoudelijk restafval.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen een omschrijving vaststellen van de categorieën huishoudelijke afvalstoffen die in het eerste lid vermeld staan.

Artikel 8. Gescheiden aanbieden
  • 1. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk:

    • a.

      ter inzameling aan te bieden;

    • b.

      achter te laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod dat bedoeld wordt in het eerste lid.

Artikel 9. Tijdstip van aanbieding

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden op andere tijden dan op de tijden die burgemeester en wethouders hebben bepaald. Deze tijden kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.

Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieden

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen anders ter inzameling aan te bieden dan volgens de door burgemeester en wethouder gestelde regels over het gebruik van:

  • a.

    inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel;

  • b.

    inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel.

§ 3.

BEDRIJFSAFVALSTOFFEN

Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst

Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst in artikel 3 is aangewezen, in gevallen waarin de hiervoor verschuldigde heffing op grond van de Verordening afvalstoffenheffing is voldaan.

Artikel 12. Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst

Het is verboden om bedrijfsafvalstoffen anders dan volgens artikel 11:

  • a.

    ter inzameling voor de inzameldienst aan te bieden,

  • b.

    aan de inzameldienst over te dragen, of

  • c.

    bij de inzamelplaats als bedoeld in artikel 5, achter te laten.

Artikel 13. Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst
  • 1. Het is verboden om de in artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen anders ter inzameling aan te bieden dan volgens de door burgemeester en wethouders gestelde regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling voor die bedrijfsafvalstoffen.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden of overdragen van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen ook worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling inhouden van het verbod dat bedoeld wordt in artikel 12.

§ 4.

ZWERFAFVAL EN OVERIGE

Artikel 14. Dumpingsverbod
  • 1. Het is verboden om zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder te veroorzaken of het milieu op een nadelige manier te beïnvloeden door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of op een ander manier daar te plaatsen.

  • 2. Het verbod is niet van toepassing op:

    • a.

      het in overeenstemming met deze verordening aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen;

    • b.

      het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan;

    • c.

      het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, inclusief het daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;

    • d.

      handelingen die zijn verboden bij of op grond van de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit.

  • 3. Als de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.

Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte
  • 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen.

  • 2. Weggegooid of achtergelaten reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan wordt direct opgeruimd door degene die dit in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde.

  • 3. Het is verboden zwerfafval te veroorzaken door de voor het inzamelen klaarstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, om te stoten, ertegenaan te schoppen, omver te gooien of door deze op een andere manier te behandelen.

Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen
  • 1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, zorgt dat er in of nabij die inrichting afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval aanwezig en beschikbaar is, die steeds door het publiek gebruikt kan worden, en tijdig geleegd wordt.

  • 2. Degene die de inrichting drijft verwijdert binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd.

  • 3. De vorige leden 1 en 2 gelden niet voor situaties waarin het Activiteitenbesluit milieubeheer voorziet.

Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg
  • 1. Het is verboden een weg, als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.

  • 2. Degene of de opdrachtgever van degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, zorgt direct na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag, of zoveel eerder als nodig is, voor het reinigen van de weg, om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.

Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht

Het is verboden afvalstoffen op te slaan of opgeslagen te hebben op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, tenzij dit in overeenstemming is met het aanbieden of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen volgens paragraaf 2 van deze verordening.

Artikel 19. Ontdoen van autowrakken

Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan het autowrak af te geven aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken.

§ 5.

HANDHAVING EN TOEZICHT

Artikel 20. Strafbare feiten

Overtreding van artikel 4, artikel 6 of van artikel 8 tot en met artikel 10 en artikel 12 tot en met artikel 19, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.

Artikel 21. Toezichthouders

De door burgemeester en wethouders op grond van artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangewezen ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van hetgeen bij of op grond van deze verordening is bepaald.

§ 6.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 22. Intrekking oude verordening

De Afvalstoffenverordening gemeente Aalten 2009 wordt ingetrokken.

Artikel 23. Overgangsrecht
  • 1. Vergunningen en ontheffingen die zijn verleend op grond van de verordening als bedoeld in artikel 22 blijven, voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – nog gedurende twee jaren na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht, en worden beschouwd als vergunningen respectievelijk ontheffingen op grond van deze verordening.

  • 2. Voorschriften en beperkingen die zijn opgelegd op grond van de verordening als bedoeld in artikel 22 blijven - indien en voor zover de bepalingen op grond waarvan deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook opgenomen zijn in deze verordening en voor zover deze niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende twee jaren na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.

  • 3. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning op grond van de verordening als bedoeld in artikel 22, is ingediend en vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, is daarop de overeenkomstige bepaling van deze verordening van toepassing.

  • 4. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing op grond van de verordening als bedoeld in artikel 22 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot ontheffing als bedoeld in deze verordening.

  • 5. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift tegen een vergunning of ontheffing als bedoeld in het eerste of tweede lid, dan wel tegen een voorschrift of beperking dat voor of na het tijdstip dat bedoeld wordt in artikel 25 is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening als bedoeld in artikel 22.

  • 6. De intrekking van de verordening als bedoeld in artikel 22 heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook opgenomen is in deze verordening en voor zover deze niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

Artikel 24. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening 2017 gemeente Aalten.

Artikel 25. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Aalten d.d. 21 februari 2017.
De voorzitter, J.A. Gerritsen
De griffier, M.A.J.B. Fiering