Erfgoedverordening Nissewaard 2016

Geldend van 17-11-2016 t/m heden

Intitulé

Erfgoedverordening Nissewaard 2016

De raad van de gemeente Nissewaard;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 november 2016;

gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet, de artikelen 15 en 38 van de Monumentenwet 1988 en artikel 149 van de Gemeentewet;

gezien het advies van de commissie Welzijn van 3 november 2016;

besluit vast te stellen de:

Erfgoedverordening Nissewaard 2016

Paragraaf 1 De Erfgoedcommissie

Artikel 1 Erfgoedcommissie

De Erfgoedcommissie Nissewaard, ingesteld door burgemeester en wethouders, is niet alleen belast met de taken, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988, maar ook met de advisering van burgemeester en wethouders ingevolge de artikelen 2, 4 en 5 van deze verordening. Burgemeester en wethouders kunnen ook in andere gevallen advies vragen. De commissie kan uit eigen beweging adviezen uitbrengen aan burgemeester en wethouders.

Paragraaf 2 Aanwijzing van gemeentelijke monumenten

Artikel 2 Aanwijzing als gemeentelijk monument

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen een in de gemeente gelegen:

    • a.

      onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed,

    • b.

      groep van onroerende zaken die onderling ruimtelijk of structureel samenhangen, welke groep deel uitmaakt van cultureel erfgoed (‘stads- of dorpsgezicht’), of

    • c.

      terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen,

    aanwijzen als gemeentelijk monument, als dat van belang is vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde.

  • 2. Een zaak die is aangewezen als rijksmonument komt niet in aanmerking voor aanwijzing als gemeentelijk monument.

  • 3. Van het voornemen tot aanwijzing doen burgemeester en wethouders mededeling aan degene die in de basisregistratie kadaster als eigenaar en beperkt gerechtigde staat vermeld. Daarbij wijzen zij hen op het bepaalde in artikel 5, vierde lid. Zij stellen hen in de gelegenheid binnen zes weken mondeling of schriftelijk hun zienswijze naar voren te brengen.

  • 4. Alvorens te besluiten over een aanwijzing winnen burgemeester en wethouders het advies in van de Erfgoedcommissie. De commissie kan een bouwhistorisch onderzoek verrichten of doen verrichten. In geval van een aanvraag om aanwijzing kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de kosten van een dergelijk onderzoek geheel of gedeeltelijk voor rekening van de aanvrager komen.

  • 5. Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van hun besluit aan de in het derde lid genoemden en aan de Erfgoedcommissie.

Artikel 3 Gemeentelijk erfgoedregister

  • 1. Er is een openbaar register van gemeentelijke monumenten (‘gemeentelijk erfgoedregister’), waarin burgemeester en wethouders de aangewezen monumenten aantekenen zodra de aanwijzing onherroepelijk is geworden.

  • 2. In het register worden vermeld de dag van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling, de redengevende beschrijving en een aanduiding van het gebruik van het monument.

Artikel 4 Wijziging, intrekking en verval van de aanwijzing

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag wijzigen of intrekken. Daarbij beoordelen zij het belang van de aanwijzing, de staat en het gebruik van het monument en het belang van de aanvrager.

  • 2. Een aanvraag of voornemen tot wijziging of intrekking wordt op de gebruikelijke wijze algemeen bekendgemaakt. Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld binnen zes weken mondeling of schriftelijk hun zienswijze naar voren te brengen. De twee voorgaande zinnen blijven buiten toepassing als het om een naar het oordeel van burgemeester en wethouders ondergeschikte wijziging gaat.

  • 3. Alvorens te besluiten over de wijziging of intrekking winnen burgemeester en wethouders het advies in van de Erfgoedcommissie. Burgemeester en wethouders besluiten uiterlijk acht weken nadat zij de aanvraag of het voornemen hebben bekendgemaakt. Zij kunnen deze termijn met acht weken verlengen.

  • 4. Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van hun besluit aan degenen die in de basisregistratie kadaster als eigenaar en beperkt gerechtigde staan vermeld, aan de belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend en aan de Erfgoedcommissie. Een besluit tot wijziging of intrekking wordt aangetekend in het gemeentelijke erfgoedregister.

  • 5. De aanwijzing vervalt als het monument wordt aangewezen als rijksmonument en die aanwijzing onherroepelijk is geworden. Burgemeester en wethou­ders tekenen het vervallen van de aanwijzing aan in het gemeentelijk erfgoedregister.

Paragraaf 3 Bescherming van gemeentelijke monumenten

Artikel 5 Verbod van aantasting; omgevingsvergunning; voorbescherming

  • 1. Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen, te vernielen, daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is, of het zo te gebruiken dat de monumentale waarde wordt aangetast.

  • 2. Het is verboden een gemeentelijk monument te slopen, te verstoren, te verplaatsen of te wijzigen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

  • 3. Alvorens te besluiten op een aanvraag om een omgevingsvergunning winnen burgemeester en wethouders het advies van de Erfgoedcommissie in.

  • 4. Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op zaken met betrekking waartoe een voornemen tot aanwijzing is meegedeeld als bedoeld in artikel 2, derde lid (‘voorbescherming’). De voorbescherming duurt totdat het besluit over de aanwijzing onherroepelijk is geworden.

Artikel 6 Weigerings- en intrekkingsgronden

  • 1 De omgevingsvergunning wordt geweigerd voor zover het belang van de aanvrager niet opweegt tegen dat van het behoud van het monument of de monumentale waarde daarvan en aan de bezwaren niet kan worden tegemoetgekomen door voorschriften of beperkingen. Bij het belang van de aanvrager wordt rekening gehouden met het bestaande of beoogde gebruik van het gemeentelijke monument.

  • 2 De vergunning kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken:

    • a.

      als ze is verleend ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave;

    • b.

      als in strijd met de vergunning wordt gehandeld;

    • c.

      als de belangen van de vergunninghouder niet meer opwegen tegen die van het behoud van het monument of de monumentale waarde daarvan en de intrekking ook anderszins niet onredelijk is. De twee­de volzin van het eerste lid is van toepassing.

Paragraaf 4 Subsidies

Artikel 7 Subsidiemogelijkheden

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag van de eigenaar van of beperkt gerechtigde tot een gemeentelijk monument subsidie verlenen voor onderhouds- of restauratiewerkzaamheden, indien die naar hun oordeel noodzakelijk zijn voor het behoud van het monument of de monumentale waarde daarvan.

  • 2. De artikelen 6 en 10 van de Algemene subsidieverordening Nissewaard zijn van toepassing.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen voor deze subsidie nadere regels vaststellen (‘subsidieregeling’). Daarbij kunnen zij bepalingen van de Algemene subsidieverordening Nissewaard van toepassing verklaren.

Paragraaf 5 Bescherming van in de bodem aanwezig cultureel erfgoed

Artikel 8 Archeologische Waardenkaarten

  • 1. De terreinen die van belang zijn wegens de daar aanwezige of mogelijk aanwezige archeologische vondsten of sporen zijn aangewezen op de als bijlage I bij deze verordening behorende Archeologische Waardenkaart Bernisse en de Archeologische Waardenkaart Spijkenisse.

  • 2. Bij grondwerkzaamheden op de in het eerste lid bedoelde terreinen moeten de regels in acht worden genomen die bij de voor die terreinen geldende archeologische verwachtingswaarde van toepassing zijn. Deze regels staan op de in het eerste lid genoemde kaarten.

Artikel 9 Verboden grondwerkzaamheden

  • 1. Het is verboden grondwerkzaamheden uit te voeren die in strijd zijn met de op de Archeologische Waardenkaarten vermelde regels als in het daar vigerende bestemmingsplan niet is voldaan aan artikel 3.1.6, vijfde lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, tenzij:

    • a.

      voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend;

    • b.

      met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn;

    • c.

      een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarden ten genoegen van burgemeester en wethouders voldoende zijn vastgesteld en, gelet op dit rapport, niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door:

      • i.

        het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden;

      • ii.

        het doen van archeologisch onderzoek

      • iii.

        de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het verrichten van archeologisch onderzoek.

Paragraaf 6 Overige bepalingen

Artikel 10 Toezicht en straf

  • 1. Burgemeester en wethouders wijzen de ambtenaren aan die zijn belast met het toezicht op het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

  • 2. Overtreding van artikel 5, eerste, tweede en vierde lid, of van artikel 9, eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.

Artikel 11 Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht

  • 1. De Archeologieverordening 2009 Gemeente Bernisse, de Monumentenverordening Bernisse 2010, de Monumentenverordening Spijkenisse 2009 en de Archeologieverordening 2010 van de voormalige gemeente Spijkenisse worden ingetrokken.

  • 2. De gemeentelijke monumenten, aangewezen op grond van de Monumentenverordening Bernisse 2010 gelden als gemeentelijke monumenten, aangewezen op grond van deze verordening.

  • 3. Besluiten genomen op grond van de Archeologieverordening 2009 Gemeente Bernisse, de Monumentenverordening Bernisse 2010, de Monumentenverordening Spijkenisse 2009 en de Archeologieverordening 2010 van de voormalige gemeente Spijkenisse, gelden als besluit, genomen op grond van deze verordening.

  • 4. Op aanvragen om vergunning of subsidie waarop nog niet is beschikt bij de inwerkingtreding van deze verordening, wordt beschikt met toepassing van deze verordening.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

  • 2. Zij wordt aangehaald als: Erfgoedverordening Nissewaard 2016

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Nissewaard van 9 november 2016

de griffier,
S.J.M. Mackaij
de voorzitter,
M. Salet

Bijlage I

De in artikel 8, eerste lid, genoemde kaarten zijn de:

1. Archeologische Waardenkaart Bernisse, (PDF; 1,73 MB)

2. Archeologische waardenkaart Spijkenisse, (PDF; 3,72 MB)