Beleidsregels Schuldhulpverlening Bernheze 2017

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Beleidsregels schuldhulpverlening Bernheze 2017

Het college van burgemeester en wethouders,

gelet op de artikelen 2 en 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

besluit :

vast te stellen de volgende: Beleidsregels schuldhulpverlening Bernheze 2017

Artikel 1. Begrippen

  • 1.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      college: het college van burgemeester en wethouders

b.inwoner: de ingezetene, van 18 jaar of ouder, die op grond van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bij de gemeente is ingeschreven;

c.verzoeker: inwoner die zich tot het college heeft gewend voor schuldhulpverlening;

d.zelfstandige: de persoon als bedoeld in artikel 1 lid b van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004;

e.schuldhulpverlening het ondersteunen bij het vinden van een adequate integrale oplossing voor financiële problemen of het voorkomen daarvan, indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn/haar schulden of indien hij/zij in de toestand verkeert dat hij/zij heeft opgehouden te betalen, evenals de nazorg;

f.schuldregeling: het bemiddelen met schuldeisers en het komen tot een afbetalingsvoorstel eventueel met verstrekking van een saneringskrediet; gericht op het oplossen van schulden;

g.Wgs: de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

h.WSNP: Wet schuldsanering natuurlijke personen;

i.NVVK: de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet, de Verenging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren;

j.fraudevordering: een vordering als bedoeld in artikel 3 derde lid van de Wgs;

2.Daar waar in deze beleidsregels wordt gesproken over schuldhulpverlening heeft dit een gelijke betekenis als het begrip schuldhulpverlening zoals geformuleerd in de Wgs.

Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening

1.Alle inwoners van de gemeente van 18 jaar en ouder die onder de personenkring van artikel 11 van de Participatiewet vallen en duurzaam in Nederland verblijven, kunnen zich tot het college wenden voor schuldhulpverlening.

2.In afwijking van lid 1 kunnen ex-zelfstandig ondernemers een beroep doen op schuldhulpverlening en/of schuldregeling als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

a.het bedrijf is beëindigd en uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel;

b.er is een liquidatiebalans en de fiscale schuldpositie is duidelijk;

c.de boekhouding is op orde en de administratie is volledig afgerond.

Zelfstandigen met een nog bestaande onderneming kunnen een beroep doen op een voorliggende voorziening in de vorm van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004).

Artikel 3. Aanbod schuldhulpverlening

1.Het college biedt een verzoeker schuldhulpverlening aan, indien het college dit noodzakelijk vindt en toetst de aanvraag aan de uitgangspunten van de Beleidsvisie en beleidsplan schuldhulpverlening Bernheze 2017 en de vastgestelde klantprofielen. Indien die noodzaak niet aanwezig wordt geacht kan een aanvraag worden geweigerd.

2.De schuldhulpverlening kan bestaan uit een of meer producten als bedoeld in bijlage 1 bij deze beleidsregels.

3.De vorm waarin en de periode waarbinnen de gemeente schuldhulpverlening aanbiedt is gebaseerd op een analyse van de hulpvraag, de schulden en de onderliggende problematiek, is van meerdere factoren afhankelijk en kan per situatie verschillen.

4.De factoren die een rol kunnen spelen zijn (niet limitatief):

a.Zwaarte, omvang, soort en/of regelbaarheid van de schulden;

  • b.

    Er is sprake van een crisissituatie;·

  • c.

    Psychosociale omstandigheden;

  • d.

    Houding, gedrag (motivatie) en vaardigheden van verzoeker;

  • e.

    Een eventueel eerder gebruik van schulddienstverlening;

  • f.

    Het inkomen van de verzoeker.

    • 5.

      Het schuldhulpverleningsaanbod zal geen schuldregeling kunnen bevatten wanneer:

a) vooraf duidelijk is dat één of meerdere schulden van de aanvrager niet door bemiddeling van het college op te lossen zijn, en/of;

b) de financiële situatie van verzoeker te instabiel is, en/of;

c) er geen sprake is van een problematische schuldsituatie (zoals omgeschreven in de gedragscode van de NVVK).

6.Voor wat betreft de producten betalingsregeling en schuldregeling conformeert het college zich aan de Gedragscode van de NVVK.

Artikel 4. Verplichtingen

1.Verzoeker doet aan het college op verzoek of direct uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem/haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op schuldhulpverlening, zowel bij de aanvraag als gedurende de looptijd van het traject.

2.Verzoeker is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is gedurende de aanvraagperiode en tijdens het schuldhulpverleningstraject. De medewerking bestaat onder andere uit:

a.het tijdig verschijnen op een afspraak en het tijdig nakomen van afspraken;

b.geen nieuwe financiële verplichtingen dan wel schulden aangaan;

c.het zich houden aan de bepalingen van de schuldregelingsovereenkomst en/of de bepalingen van het plan van aanpak schuldhulpverlening.

d.het overleggen van een identiteitsbewijs, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht

e.het verlenen van toestemming om de voor de schuldhulpverlening van belang zijnde informatie in te winnen, en te verstrekken aan derden

3.De verzoeker kan door het college verplicht worden gesteld om zich naar vermogen in te spannen om zijn/haar inkomen te verhogen, dan wel de lasten te verminderen. Te denken valt hierbij aan:

a.meewerken aan re-integratie en/of inburgering;

b.betaald werk vinden of meer uren gaan werken. Dit geldt ook, voor zover van toepassing, voor de partner;

c.meerderjarige kinderen leveren een financiële bijdrage aan de huishouding;

d.indien autobezit niet noodzakelijk is, met uitzondering van een medische noodzaak of behoud van inkomen dan wel inkomensverwerving, deze auto te verkopen of in te ruilen tegen een goedkoper(e) auto of vervoermiddel, mits de noodzaak is vastgesteld;

e.overige mogelijkheden om de financiële ruimte te vergroten, zoals een beroep doen op voorliggende voorzieningen, te benutten.

Artikel 5. Weigerings- en beëindigingsgronden

Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels en de Wgs, kan het college besluiten tot weigeringdan wel beëindiging van de schuldhulpverlening indien:

a) het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;

b) verzoeker niet (langer) voldoet aan het bepaalde onder artikel 2;

c) verzoeker zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;

d) verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 6 en 7 van de Wgs, artikel 4 van deze beleidsregels en de beschikking of de schuldregelingsovereenkomst niet of in onvoldoende mate nakomt. Alvorens te besluiten tot weigering dan wel beëindiging van de schuldhulpverlening, wordt verzoeker de mogelijkheid geboden om alsnog, binnen een redelijke hersteltermijn, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. Als schuldeisers weigeren mee te werken, dan geldt deze hersteltermijn niet.

e) op basis van verkeerde en onjuiste informatie – zo later is gebleken – schuldhulpverlening aan verzoeker is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;

f) verzoeker zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt;

g) verzoeker in staat is om zijn/haar financiën of schulden zelf te regelen dan wel in staat is de financiën of schulden zelfstandig te beheren;

h) de geboden schuldhulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, niet (langer) passend is;

i) er sprake is van een openstaande fraudevordering bij een bestuursorgaan die is geconstateerd binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek om schuldhulpverlening. Bij het bepalen van deze termijn, tellen openstaande fraudevorderingen die zijn ontstaan vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels mee.

Artikel 6. Hernieuwde aanvraag - Weigering - Hersteltermijn

1.Schuldhulpverlening kan door het college worden geweigerd indien:

a.verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn/haar verplichtingen zoals neergelegd in artikel 6 en 7 van de Wgs en/of van de verplichtingen zoals genoemd in artikel 4 nakomt;

b.er sprake is van een openstaande fraudevordering bij een bestuursorgaan die is geconstateerd binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek om schuldhulpverlening. Bij het bepalen van deze termijn, tellen openstaande fraudevorderingen die zijn ontstaan vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels mee;

c.een aanvraag door toedoen of nalatigheid van de verzoeker is beëindigd of ingetrokken. De termijn hiervoor is zes maanden na datum van beëindiging;

d.een traject schuldregeling tussentijds is beëindigd (minnelijk en wettelijk). De termijn hiervoor is - afhankelijk van de fase waarin traject zicht bevindt – één tot drie jaar na datum van beëindiging;

e.schuldhulpverlening is beëindigd op grond van artikel 5 sub a, c, d, e of f. De termijn hiervoor is drie jaar na datum van beëindiging;

f.het wettelijke traject schuldsanering van de WSNP van toepassing is verklaard op verzoeker.

2.Alvorens, ingevolge lid 1 te besluiten tot weigering, wordt verzoeker de mogelijkheid geboden om alsnog, binnen de gestelde termijn, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. Als schuldeisers weigeren mee te werken, dan geldt deze hersteltermijn niet.

3.In afwijking van lid 1 onderdeel b, c, d, e of f kan het college andere producten dan schuldregeling aanbieden.

Artikel 7. Berekening Vrij Te Laten Bedrag

Voor de berekening van het Vrij Te Laten Bedrag (VLTB) wordt volgens de Gedragscode Schuldregeling van de NVVK gehandeld.

Artikel 8. Gevallen waarin de beleidsregels niet voorzien

Inzake de onderwerpen die vallen onder de discretionaire bevoegdheid van het college, waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college.

Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel

1.Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2017.

2.Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels schuldhulpverlening Bernheze 2017.

Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 29 november 2016

Het college van burgemeester en wethouders,

De secretaris, De burgemeester,

Bijlage 1

Productaanbod schuldhulpverlening (niet limitatief)

Crisisinterventie: Voorkomen van dreigende afsluitingen gas, elektriciteit en water en huisuitzettingen.

Ordenen van de administratie en inzet van vrijwilligers:Vrijwilligers/schuldhulpmaatjes helpen bij de thuisadministratie. Zij steunen met de contacten naar instanties en schrijven met de belanghebbende ‘moeilijke’ brieven. Ook andere organisaties kunnen worden ingeschakeld om de belanghebbende te ondersteunen bij het ordenen van de administratie.

Informatie en advies, (groeps)voorlichting/informatiebijeenkomst:

Informatie, advies en voorlichting over het beheer van inkomen en uitgaven. Het verhogen van het inkomen door gebruik te maken van de voorzieningen en regelingen die er zijn en verminderen van onnodige lasten. Informatie en advies over de aanpak van schuldhulpverlening, over hoe je een administratie moet ordenen, een begroting kunt maken, brieven kunt opstellen aan schuldeisers etc.

Cursus omgaan met geld (nog te ontwikkelen):

We leren inwoners om de administratie en financiën te ordenen. Bij voorkeur in een groep of anders individueel. Na afloop van deze cursus is er grip op de financiën en kunnen rekeningen weer zelf op tijd worden betaald. Ook kijken we naar het beschikbare budget, dat rekeningen op tijd betaald worden en dat er geen nieuwe schulden ontstaan.

Doorverwijzing hulp ketenpartners

Verwijzing naar ketenpartners voor hulpverlening, zoals maatschappelijk werk, wijkteams, en andere hulpverlenende instanties

Stabilisatie:

Als niet elke maand alle rekeningen kunnen worden betaald is het soms het beste om rust te brengen in de situatie. We stabiliseren de financiën door orde aan te (laten) brengen in de inkomsten en uitgaven. Daarbij kijken we naar de persoonlijke omstandigheden; psychosociale beperkingen, belemmering in werk of gezinsleven etc. Als er financiële rust is kan belanghebbende eventueel met hulp van een gespecialiseerde instantie aan de persoonlijke omstandigheden werken. Vervolgens daarna kan worden gewerkt aan een verbetering van de financiële situatie, het oplossen van schulden of omgaan met geld.

Hierbij kunnen externe organisaties ingeschakeld worden : bijv. vrijwilligers, budgetcoach, bewindvoerder

Voorbeelden stabilisatie afhankelijk van de omstandigheden:

a) Budgetbegeleiding/budgetcoaching:

We ondersteunen bij het betalen van vaste lasten zoals huur, hypotheek, energie, water en zorgverzekering en (uitgebreid) ook naar andere lasten. Bij een tekort kijken we waarop kan worden bezuinigd om achterstanden en/of schulden te voorkomen. Het doel is grip krijgen op financiën. We leren belanghebbende om de administratie en financiën te ordenen. Bij voorkeur in een groep of anders individueel. Na afloop van de budgetbegeleiding is er grip op de financiën en kunnen rekeningen weer door belanghebbende op tijd worden betaald en dat er geen nieuwe schulden ontstaan.

b) Budgetbeheer:

Het lukt niet om vaste lasten op tijd betalen, daarom wordt deze zorg voor een of meerdere jaren uit handen genomen. Wij betalen tijdelijk de huur, energie, water en zorgverzekering of andere betalingen van de beschikbare eigen inkomsten. Eventueel via inhouding op de uitkering Participatiewet.

c) Beschermingsbewind:

Als de lasten structureel niet zelf tijdig betaald kunnen worden verwijzen we inwoners door naar de rechtbank om beschermingsbewind aan te vragen. Een bewindvoerder neemt de zorg voor het betalen van de vaste lasten structureel over. De bewindvoerder zorgt ervoor dat er rust en stabiliteit komt in de persoonlijke financiën.

Als er na stabilisatie/bewindvoering nog schulden zijn, kan er een aanvraag schuldregeling worden gedaan om de schulden aan te pakken.

Herfinanciering:

De belanghebbende sluit een nieuwe lening af bij een reguliere bank om alle schulden in één keer te betalen. Dan is er nog maar één schuld, waarop de klant maandelijks moet aflossen.

Sociale lening:

Een sociale lening is een lening zoals een lening bij een bank. De sociale lening wordt verstrekt door de Kredietbank ‘s-Hertogenbosch. Hoeveel kan worden geleend is afhankelijk van het inkomen. In sommige gevallen kan een sociale lening ook gebruikt worden om alle schulden af te lossen.

Betalingsregeling:

Als er enkelvoudige schulden zijn, zorgen we voor inzicht en treffen we betalingsregelingen

of ondersteunen we daarbij. We ondersteunen bij het opstellen van brieven naar schuldeisers.

Schuldregeling (zie ook bijlage 2):

Er zijn problematische schulden. We kijken of we kunnen helpen bij het aanpakken van de schulden. Dit hangt af van de persoonlijke omstandigheden en de schuldeisers. Als de regeling slaagt, is de inwoner in principe na 3 jaar schuldenvrij.

Bij een eigen woning gaan we tevens bekijken of het mogelijk is in de eigen woning te blijven wonen.

Verzoekschrift Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP)

Het is niet gelukt om schulden (minnelijk) te regelen. Via een aanvraag kan de inwoner een beroep doen op de WSNP via de rechtbank in ’s Hertogenbosch. Samen met de inwoner zorgen wij voor die aanvraag.

De rechter beslist over de toelating tot de WSNP. Na toelating tot de Wsnp krijgt de inwoner een bewindvoerder die de schulden beheert. De klant moet dan de financiën zelf regelen. Als dit niet lukt kan de gemeente ondersteunen.

Bijlage 2

Specifieke criteria voor het product schuldregeling/toelating tot een traject schuldregeling

Het doorlopen van een schuldregeling is een hele opgave. Zowel bij minnelijke (gemeentelijke) schuldregelingen als bij wettelijke schuldsaneringen van de WSNP haalt een derde van de groep die aan een schuldregeling begint de eindstreep niet. Het schuldhulpverleningsaanbod zal geen schuldregeling bevatten als vooraf duidelijk is dat één of meerdere schulden van de aanvrager niet door bemiddeling van het college op te lossen zijn. Voor het product schuldregeling conformeert het college zich aan de richtlijnen en voorwaarden van de NVVK.

Om een zo groot mogelijke kans te creëren dat een schuldenaar die aan een schuldregeling begint ook daadwerkelijk de eindstreep haalt, stelt het college voorwaarden in de sfeer van gedrag en financiële regelbaarheid, om toegelaten te kunnen worden voor een traject schuldregeling.

Voorwaarden product schuldregeling

1. De verzoeker komt zijn afspraken na

Verschijnt tijdig op afspraken of meldt zich tijdig af als de afspraak niet kan worden nagekomen

Levert tijdig gevraagde formulieren en bewijsstukken in

Geeft volledige openheid van zaken aangaande de schulden en opent zijn post

Heeft, indien van toepassing, alle belastingaangiftes gedaan over het lopende en de 5 daaraan voorafgaande jaren en overlegt hiervan de (voorlopige) aanslag. Indien deze niet zijn afgerond, onderneemt de schuldenaar actie om deze in orde te maken

2. De verzoeker geeft invulling aan een actieve informatieplicht

Alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het traject worden door de schuldenaar tijdig gemeld. Hierbij valt te denken aan:·

Wijzigingen in het inkomen/uitkering

Wijzigingen in de gezinssituatie. Kinderen die het huis uit gaan of thuis komen wonen, vertrek partner of inwonende (nieuwe) partner

Wijzigingen met betrekking tot onderhuurders of kostgangers

Wijzigingen in de huisvestingssituatie, huurverhoging, wijzigingen in energieleverancier

Wijzigingen met betrekking tot veranderingen in kosten/vaste lasten van (bijvoorbeeld) zorgverzekering

3.De verzoeker is gemotiveerd en weet wat hem te wachten staat

Omdat het traject lang en zwaar is moet de klant daarover goed zijn voorgelicht en zo goed mogelijk zijn voorbereid (een ketenpartner heeft hierin een rol als de klant in een zorgtraject zit);·

Bij de motivatie hoort ook, indien van toepassing, meewerken aan een re-integratie, om door werk het inkomen te verhogen;·

De niet-werkende partner tracht (indien mogelijk) werk te vinden of een parttime baan uit te breiden naar fulltime. Alleen op aantoonbare medische gronden kan hier van afgeweken worden;·

Inwonende meerderjarige kinderen betalen kostgeld;·

Indien niet nodig voor woon-werk verkeer heeft de klant geen auto;·

Indien mogelijk boort de klant andere financiële hulpbronnen aan (meer uren werken et cetera).

4. De verzoeker moet financieel ‘regelbaar’ zijn (enkele voorbeelden).

Er mogen geen niet saneerbare schulden (meer) zijn zoals boetes van het CJIB, niet afgeloste fraudevorderingen of betwiste vorderingen.

Er is geen sprake van een lopende echtscheidingsprocedure

De inkomsten en uitgaven zijn nog niet in balans

Er mag geen sprake zijn van verslaving en overige psychosociale problematiek of van belemmerende psychische problematiek.

De verzoeker maakt vanaf het moment van aanmelding geen nieuwe schulden (enkele voorbeelden)·

Als het product schuldregeling niet mogelijk is, zal zo mogelijk wel een ander schuldhulpverleningsproduct worden aangeboden.

Toelichting Beleidsregels Schuldhulpverlening Bernheze 2017

Algemeen

De visie op het terrein van schuldhulpverlening is vastgelegd in de Beleidsvisie en beleidsplan Schuldhulpverlening Bernheze 2017. De beleidsregels zijn hierop gebaseerd en op de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De Wgs valt onder de werking van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het is daarom van belang om regels over de toelating tot de schuldhulpverlening, het opleggen van verplichtingen en het weigeren van hulp in beleidsregels vast te stellen zodat het voor de burger helder is wat de spelregels zijn.

Bij de toelating tot schuldhulpverlening worden de criteria gehanteerd die in deze beleidsregels zijn opgenomen. Naast algemene criteria kan voor specifieke groepen of situaties een op maat gesneden aanpak nodig zijn. Denk hierbij aan jongeren, mensen met zware psychosociale problemen en dreigende situatie volgens artikel 4 lid 2 van de Wgs, zoals huisuitzetting, en afsluiting van gas, water en elektriciteit.

De hulpvraag als bedoeld in artikel 4 van de Wgs vindt plaats binnen vier weken na het eerste contact met de gemeente. Bij crisissituaties (bijvoorbeeld dreigende uithuiszetting) wordt de hulpvraag binnen drie werkdagen na het eerste contact vastgesteld. Bij de aanpak werkt de gemeente nauw samen met ketenpartners. De schuldenaar is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is om de aanpak te laten slagen.

Het gebruik van de schuldhulpverlening is een tijdelijke voorziening. De inspanningen zijn er op gericht om mensen financieel zelfstandig te maken. De schuldhulpverlening is in principe gelimiteerd tot eens in de drie jaar. De criteria in de beleidsregels geven invulling aan de juridische voorwaarden voor de toepassing van de Awb. Daarmee is de rechtszekerheid voor de burger gewaarborgd. Deze heeft immers de mogelijkheid om bezwaar en beroep aan te tekenen.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Begrippen

In dit artikel zijn een aantal begrippen nader omschreven. Begrippen die al zijn omschreven in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Participatiewet, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2014 en de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze beleidsregels. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze beleidsregels.

Artikel 2. Doelgroep schuldhulpverlening

Lid 1.

Schuldhulpverlening staat in beginsel open voor alle inwoners van Bernheze van 18 jaar en ouder die duurzaam in Nederland verblijven. Net zoals in de Participatiewet worden hiermee gelijkgesteld de hier te lande verblijvende vreemdelingen. Artikel 5 van de Wgs stelt dat vreemdelingen die ingezetenen zijn in aanmerking kunnen komen voor schuldhulpverlening als ze rechtmatig in Nederland verblijf houden. Dit in de zin van artikel 8 onder a tot en met e en l van de vreemdelingenwet 2000. Het is echter niet de bedoeling om mensen te helpen die hier kortstondig zijn, bijvoorbeeld om te werken, te helpen. Het gaat er om dat er hier een persoonlijke band van duurzame aard bestaat. Factoren die bij de beoordeling hiervan een rol spelen zijn een permanente woning hier, een woning buiten Nederland waar gezinsleden wonen of het doel van verblijf hier, naar zijn aard al dan niet tijdelijk is. Voor EU-onderdanen (Unieburgers) geldt dat er in principe een permanent verblijfsrecht is als deze langer dan vijf jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven. Zij kunnen dan gebruik maken van de Sociale zekerheid zoals bijstand. Het is logisch om dat ook voor de schuldhulpverlening te laten gelden.

Schuldhulpverlening voor gehuwden, samenwonenden en geregistreerde partners kan alleen voor beide partners worden aangegaan. Er moet sprake zijn van een door beiden ondertekende aanvraag. Financiële en eventueel onderliggende problemen binnen een gezamenlijke huishouding kunnen namelijk alleen worden aangepakt als beide partners meewerken en zich willen inzetten.

Lid 2.

Een uitzondering op de brede toegankelijkheid wordt gevormd door zelfstandig ondernemers. Zij kunnen geen beroep doen op gemeentelijke schuldhulpverlening. Als het voortbestaan van een onderneming in gevaar is vanwege te hoog oplopende schulden, zal de zelfstandig ondernemer veelal bij een bank aankloppen om extra krediet. Als het niet mogelijk is het benodigde extra krediet bij een bank te verkrijgen, kan een zelfstandig ondernemer een beroep doen op het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

Als de onderneming levensvatbaar is, kan besloten worden tot het verstrekken van (extra) Bbz bedrijfskapitaal, waarmee de schulden worden geherfinancierd. Schuldhulpverlening vanwege problematische schulden is dan niet meer aan de orde. Als de ondernemer niet in aanmerking komt voor een Bbz – krediet omdat het bedrijf niet levensvatbaar is, is het niet zinvol wel schuldhulp aan te bieden. De zelfstandige doet er beter aan te stoppen om grotere financiële problemen te voorkomen. Als de onderneming niet levensvatbaar is, moet deze worden gestaakt. Daarna staat schuldhulpverlening wel open.

Ex-zelfstandigen moeten hun boekhouding op orde hebben en alle aangiften inkomstenbelasting bij de belastingdienst gedaan hebben om te kunnen worden toegelaten tot een schuldregeling of WSNP traject. De belastingdienst werkt anders niet mee aan een schuldsaneringstraject. Ex-zelfstandigen worden bij een verzoek om schuldhulpverlening hierop gewezen en verwezen naar een boekhouder of hulpverlenende instantie.

Indien er sprake is van een schuldregeling, kunnen ex-zelfstandigen een offerte indienen om de boekhouding af te wikkelen en aangifte inkomstenbelasting te doen. Indien noodzakelijk worden de kosten, mits redelijk betaald door de gemeente.

Artikel 3. Aanbod schulddienstverlening

In lid 1 is aangegeven dat het college schuldhulpverlening verleent indien het college dit noodzakelijk acht. Daar waar de burger in staat moet worden geacht om de (problematische) schulden zelf aan te pakken en te regelen, kan schuldhulpverlening achterwege blijven.

Anderzijds wordt middels dit lid, evenals lid 2 en 3, recht gedaan aan het uitgangspunt dat schuldhulpverlening gericht ingezet dient te worden. Het gaat om maatwerk.

De hulpvraag wordt getoetst aan de uitgangspunten van de Beleidsvisie en beleidsplan schuldhulpverlening Bernheze 2017, de vastgestelde klantprofielen en het productaanbod. De inzet van producten kan per situatie verschillen. In lid 3 van dit artikel worden factoren genoemd die bepalen in welke mate één of meerdere producten schuldhulpverlening worden aangeboden.

Als blijkt dat er in het schuldenpakket van de aanvrager schulden voorkomen, die niet door schuldregeling op te lossen zijn, is dit reden om geen aanbod tot schuldregeling te doen (lid 5). Er zijn meer criteria. In bijlage 2 bij deze beleidsregels staan deze criteria om voor schuldregeling in aanmerking te komen. Als schuldregeling niet mogelijk is zal zo mogelijk een ander schuldhulpverleningsproduct worden aangeboden.

Overzicht Productaanbod:

Crisisinterventie

Ordenen van de administratie en inzet van vrijwilligers

Informatie en advies, (groeps)voorlichting/informatiebijeenkomst

Cursus omgaan met geld (nog te ontwikkelen)

Doorverwijzing hulp ketenpartners

Stabilisatie:

a) Budgetbegeleiding/budgetcoaching

b) Budgetbeheer

c) Beschermingsbewind

Herfinanciering

Sociale lening

Betalingsregeling

Schuldregeling (zie ook bijlage 2):

Verzoekschrift Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP)

In het Beleidsplan zijn daartoe de volgende klantprofielen gedefinieerd met daarachter het toepasselijke productaanbod:

-Risicovol: Klanten die nog geen schulden hebben maar een groot risico hebben om schulden te krijgen en daardoor preventief hulp nodig hebben.

Productaanbod: Ordenen adm. Inzet vrijwilliger, Voorlichting, Informatie en advies, Doorverwijzing ketenpartner, Cursus, Sociale lening GKB

-Enkelvoudig: Klanten die door eenmalige omstandigheden (bijv. door tijdelijke werkloosheid, echtscheiding een schuld hebben opgebouwd. Deze groep kan door schuldregelen hun schulden oplossen en zelfstandig verder gaan.

Productaanbod: Ordenen adm. Inzet vrijwilliger, Voorlichting, Informatie en advies, Doorverwijzing ketenpartner, Cursus, Betalingsregeling, Schuldregeling GKB, Sociale lening GKB

-Meervoudig: Klanten die een schuld hebben opgebouwd, weinig overzichtelijk, waarbij structureel inkomsten en uitgaven in onbalans zijn. Deze groep kan door schuldregelen hun schulden oplossen maar hebben een grotere kans om weer nieuwe schulden te maken.

Productaanbod: Ordenen adm. Inzet vrijwilliger, Voorlichting, Informatie en advies, Doorverwijzing ketenpartner, Cursus, Stabilisatie, Schuldregeling GKB,

-Instabiel: Klanten die onvoldoende in staat zijn om schuldenvrij hun financiële administratie te doen. Deze groep heeft bijv. moeite met structureren, afhandelen van post, rekenen. Zij vertonen instabiel gedrag en hebben geen overzicht.

Productaanbod: Ordenen adm. Inzet vrijwilliger, Voorlichting, Informatie en advies, Doorverwijzing ketenpartner, Cursus, Stabilisatie

-Bijzondere groepen: Klanten die onvoldoende in staat zijn om hun financiële administratie te doen en daarnaast een verslaving, woon en/of psychiatrisch probleem hebben.

Productaanbod: Ordenen adm., Inzet vrijwilliger, Voorlichting, Informatie en advies, Doorverwijzing ketenpartner, Stabilisatie, Schuldregeling GKB (zodra stabilisatie heeft plaatsgevonden)

Terugkerend/recidive: Klanten die al eerder een schuldregeling hebben doorlopen of in de WSNP hebben gezeten en door nieuwe schulden weer schuldhulpverlening aanvragen. Productaanbod: Ordenen adm., Inzet vrijwilliger, Voorlichting, Informatie en advies, Doorverwijzing ketenpartner, Cursus, Stabilisatie

Crisisinterventie is voor elke hulpvrager beschikbaar

In de onderstaande tabel is dit per klantprofiel schematisch aangegeven.

Ordenen administra-tie

Inzet vrijwilliger

Voorlich-

ting

Informatie en advies

Door

ver-

wijzing

hulp keten

part-

ners

Cursus

omgaan

met

geld

(Nog ontwik-kelen)

Stabilisatie

zoals:

-Budget-

Begeleiding

-Coaching

-Budget-

beheer

-Bewind-

voering

Betalings-

regeling

Schuld-

regeling

GKB

Sociale.

Lening GKB

Risicovol

ja

ja

ja

nee

nee

nee

ja

Enkelvoudig

ja

ja

ja

nee

ja

ja

Ja

Meervoudig

ja

ja

ja

ja

nee

ja

nee

Instabiel

ja

ja

ja

ja

nee

nee

nee

Bijzondere

groepen

ja

ja

nee

ja

nee

nee *

nee

Recidive

ja

ja

ja

ja

nee

nee

nee

* ja, zodra stabilisatie heeft plaatsgevonden

Artikel 4. Verplichtingen en gevolgen schending daarvan

Met dit artikel wordt de eigen verantwoordelijkheid van de hulpvrager voorop gesteld. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van inwoners zelf om tijdig de benodigde informatie te geven (lid 1) en medewerking te verlenen (lid 2). Dit zowel in de fase van aanvraag als gedurende de looptijd van een traject. Lid 2 noemt een aantal verplichtingen, dit is geen limitatieve opsomming. In lid 3 staan bepalingen die er op gericht zijn dat de schuldenaar, en indien van toepassing zijn/haar gezin, een zo groot mogelijke financiële ruimte dient te verkrijgen. Dit past in de uitgangspunten van een gemotiveerde verzoeker die zoveel mogelijk probeert zelfredzaam te zijn.

Bij een schuldregeling worden de verplichtingen van de schuldenaar en de schuldregelende instelling vastgelegd in een schuldregelingsovereenkomst. Voor de schuldregelende instelling heeft deze overeenkomst het karakter van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. De schuldregelende instelling is immers afhankelijk van de medewerking van de schuldeisers en kan daarom geen resultaat (medewerking van de schuldeisers aan een schuldregeling) garanderen.

Artikel 5. Weigering en beëindiginggronden

In dit artikel wordt beschreven wanneer schuldhulpverlening kan worden geweigerd of beëindigd. Het college heeft de bevoegdheid tot weigering of beëindiging, maar niet de verplichting.

Dit geeft het college met name ruimte om van een weigering of beëindiging af te zien. Altijd zal een beoordeling moeten plaatsvinden naar de feiten en of omstandigheden.

Omdat de gemeente een selectieve en gerichte toepassing van schuldhulpverlening voorstaat, kan dat bijvoorbeeld betekenen dat schuldhulpverlening wordt beëindigd indien de vorm van hulpverlening niet langer aansluit bij de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar. Er is een duidelijk verband met de bepalingen in artikel 3 en 4 waarbij het gaat om eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en motivatie. De beoordeling van de persoonlijke omstandigheden vergt maatwerk. Het spreekt voor zich dat bij beëindiging van de schuldhulpverlening de motivatie hiervan en de gronden waarop dit plaatsvindt duidelijk vermeld staan in de beschikking.

Indien verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, kan het college besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen. Alvorens dat te doen wordt, de verzoeker een termijn geboden om alsnog, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. De termijn die aan verzoeker wordt gesteld is bewust niet benoemd. De termijn dient een redelijke te zijn conform de Algemene wet bestuursrecht. Wat redelijk is, hangt samen met het type verplichting. Komt verzoeker ook gedurende de herstelperiode zijn verplichting niet na, dan kan het college besluiten tot weigering of beëindiging van de schuldhulpverlening. In het kader van eigen verantwoordelijkheid wordt deze hersteltermijn voldoende geacht. Als schuldeisers weigeren mee te werken, dan geldt de hersteltermijn niet.

Fraude

Een persoon die fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft gehad en daarvoor onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd, kan worden uitgesloten van schuldhulp. De bevoegdheid om hulp te weigeren aan diegenen met fraudeschulden, wordt als mogelijkheid geboden door artikel 3 Wgs. Een uitsluiting geldt in deze beleidsregels als er sprake is van een openstaande fraudevordering bij een bestuursorgaan die is geconstateerd binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek om schuldhulpverlening. Bij het bepalen van deze termijn, tellen openstaande fraudevorderingen die zijn ontstaan vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels mee. Ligt de ontdekkingsdatum van de fraude vóór vijf jaar terug, dan wordt het verzoek tot schuldhulpverlening in principe opgepakt, mits er geen andere gronden tot weigering aanwezig zijn. Er is nadrukkelijk voor de vijf-jaar termijn gekozen om aan te sluiten bij de termijn zoals die geldt bij de toegang tot de WSNP (het wettelijk traject). Indien de ontdekkingsdatum niet vast te stellen is, wordt de datum van de veroordeling of het opleggen van de sanctie gehanteerd.

Op grond van artikel 8 kan het college in zeer bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in artikel 5 onder i, indien onverkorte toepassing daarvan aanleiding geeft of zou leiden tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid. Bijvoorbeeld als er duidelijk sprake is van een schrijnende (gezins)situatie en aantoonbare negatieve effecten als schuldhulpverlening niet wordt geboden. Bijvoorbeeld als het gaat om kleine bedragen of een klein deel van de totale schuldenlast aan fraudeschuld. Zie ook het schema in het volgende artikel.

Schuldregeling is veelal niet mogelijk bij fraudeschulden. Wel kunnen, afhankelijk van de persoonlijke situatie, andere producten dan schuldregeling worden aangeboden.

Artikel 6. Hernieuwde aanvraag - Weigering – Hersteltermijn

Indien verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, kan het college besluiten om schuldhulpverlening te weigeren.

Artikel 6 is geformuleerd als een zogenaamde “kan”-bepaling. Het college heeft ook bij de hernieuwde aanvraag de bevoegdheid tot weigering, maar niet de verplichting. Dit geeft het college met name ruimte om van een weigering af te zien. Altijd zal een beoordeling moeten plaatsvinden naar de feiten en of omstandigheden. Alleen als een schuldenaar (of betrokken ketenpartner) gemotiveerd kunnen aantonen dat de situatie is veranderd, wordt een hernieuwde aanmelding in behandeling genomen.

Alvorens dat te doen wordt, conform lid 2, de verzoeker een termijn geboden om alsnog, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. De termijn die aan verzoeker wordt gesteld is in dit artikel bewust niet benoemd. De termijn dient een redelijke te zijn conform de Algemene wet bestuursrecht. Wat redelijk is, hangt samen met het type verplichting. Komt verzoeker ook gedurende de herstelperiode zijn verplichting niet na, dan kan het college besluiten tot weigering of beëindiging van de schuldhulpverlening. In het kader van eigen verantwoordelijkheid wordt deze hersteltermijn voldoende geacht. Als schuldeisers weigeren mee te werken, dan geldt de hersteltermijn niet.

Fraude Lid 1. onder b

De persoon die fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft gehad en daarvoor onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd, kan worden uitgesloten van schuldhulpverlening. De bevoegdheid om hulp te weigeren aan diegenen met fraudeschulden, wordt als mogelijkheid geboden door artikel 3 Wgs.

Een uitsluiting geldt in deze beleidsregels als er sprake is van een openstaande fraudevordering bij een bestuursorgaan die is geconstateerd binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek om schulddienstverlening. Bij het bepalen van deze termijn, tellen openstaande fraudevorderingen die zijn ontstaan vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels mee. Ligt de ontdekkingsdatum van de fraude vóór vijf jaar terug, dan wordt het verzoek tot schulddienstverlening in principe toegekend, mits er geen andere gronden tot afwijzing aanwezig zijn. Er is nadrukkelijk voor de vijf-jaar termijn gekozen om aan te sluiten bij de termijn zoals die geldt bij de toegang tot de WSNP (het wettelijk traject). Indien de ontdekkingsdatum niet vast te stellen is, wordt de datum van de veroordeling of het opleggen van de sanctie gehanteerd.

Net als in artikel 5 onder i. geldt ook hier dat op grond van artikel 8 het college in zeer bijzondere gevallen gemotiveerd kan afwijken van de bepalingen in artikel 6 onder 1b, indien onverkorte toepassing daarvan aanleiding geeft of zou leiden tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid. Bijvoorbeeld als er duidelijk sprake is van een schrijnende (gezins)situatie en aantoonbare negatieve effecten als schuldhulpverlening niet wordt geboden. Bijvoorbeeld als het gaat om kleine bedragen of een klein deel van de totale schuldenlast aan fraudeschuld. Schuldregeling is veelal niet mogelijk bij fraudeschulden. Wel kunnen, afhankelijk van de persoonlijke situatie, andere producten dan schuldregeling worden aangeboden.

Wat betreft de bevoegdheid tot weigering van een aanbod schuldhulpverlening in relatie tot eerdere trajecten en contacten schuldhulpverlening, zijn in dit artikel ook regels gesteld.

Op basis van het principe van eigen verantwoordelijkheid, wordt een nadrukkelijke grens gesteld aan het kunnen doen van hernieuwde aanvragen. Bij het bepalen of een persoon al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening telt de verleende schuldhulpverlening c.q. de contacten op dat gebied vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels ook mee.

In uitzonderlijke gevallen en afhankelijk van de persoonlijke situatie hierop kunnen wel andere producten dan schuldregeling worden aangeboden, zoals vermeld in artikel 6 lid 3.

Schema Toegang (artikel 5 en artikel 6)

Weigeren toegang tot schuldhulpverlening

Uitsluiting*

Onvoldoende mate verplichtingen worden nagekomen (art. 6 lid 1 a)

volledig

De aanvraag door verzoeker werd ingetrokken of beëindigd.

6 maanden

Sprake van openstaande fraudevordering(en) (art. 5i en 6 lid 1 b).

deel aanbod **

Schuldhulpverlening werd beëindigd o.g.v. art. 5 sub a, c, d, e of f.

deel aanbod 3 jaar **

Indien het wettelijke traject schuldsanering van toepassing is verklaard op verzoeker.

deel aanbod **

Weigeren toegang tot schuldregeling indien:

Uitsluiting*

-Traject vóór het aanschrijven schuldeisers tussentijds is beëindigd;

1 jaar

-Traject ná het aanschrijven schuldeisers tussentijds is beëindigd.

2 jaar

Wettelijk traject (WSNP) tussentijds is beëindigd.

3 jaar

Wettelijk traject is volledig doorlopen (schuldenvrij/door de rechter bevestigd).

3 jaar

Toegang tot het wettelijk traject schuldregeling (WSNP)

Herhaalde aanvraag WSNP

10 jaar ***

* na datum van beëindiging

** aanbod zoals vermeld in artikel 6 lid 3

*** uitzonderingen in artikel 288 lid 2 D Faillissementswet

Artikel 7. Berekening vrij te laten bedrag

Onderdeel van het traject schuldhulpverlening kan een schuldregeling zijn. Daarbij dient vastgesteld te worden wat de aflossingsmogelijkheden zijn en wat voor de schuldenaar overblijft als z.g. vrij te laten bedrag. Hiervoor zijn er landelijke richtlijnen, die ook binnen de WSNP gehanteerd worden en waar ook de NVVK zich aan heeft geconformeerd.

Artikel 8. Gevallen waarin de beleidsregels niet voorzien

Hierin is bepaald dat het college besluit in gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien.

Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.