Gemeenschappelijke Regeling Halte werk

Geldend van 31-10-2019 t/m heden

Intitulé

Gemeenschappelijke Regeling Halte werk

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten:

Heerhugowaard, Alkmaar en Langedijk

Overwegen

de:

  • -

    dat de colleges van burgemeester en wethouders van de in de aanhef genoemde gemeenten met  het oog op het belang genoemd in artikel 3 van deze regeling zijn overeengekomen een gemeenschappelijke regeling te treffen voor het vormen van een intergemeentelijke sociale dienst;

 

  • -

    dat de intergemeentelijke sociale dienst zorg zal dragen voor een zelfstandige bestaansvoorziening van zijn cliënten en hen activeert tot maatschappelijke participatie.

 

  • -

    dat de intergemeentelijke sociale dienst tevens zorg zal dragen voor een rechtmatige, cliëntgerichte en efficiënte uitvoering van de in deze regeling genoemde wetten en regelingen;

 

Gelet op:

 

  • -

    het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

  • -

    de Wet werk en bijstand, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004(Bbz 2004), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen(IOAZ), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterzalen(Wko),de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) en de Participatiewet;

 

  • -

    de verleende toestemming overeenkomstig artikel 1, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen van de gemeenteraden van Heerhugowaard, Alkmaar en Langedijk aan hun colleges voor en het treffen van deze regeling.

  

Besluiten:

De hierna volgende gemeenschappelijke regeling aan te gaan, genaamd:

Gemeenschappelijke regeling HALte werk

Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Wetten: Wet werk en bijstand (WWB), Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ),Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs),Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterzalen (Wko),Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI), Participatiewet, zoals deze wetten en regelingen nu luiden of gaan luiden in de toekomst; hieronder worden mede begrepen de op hiervoor genoemde Wetten gebaseerde verordeningen, overige algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels van de gemeenten;

  • b.

    de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;

  • c.

    het samenwerkingsverband: de bedrijfsvoeringsorganisatie Halte werk;

  • d.

    deelnemende gemeenten: de gemeenten Heerhugowaard, Alkmaar en Langedijk;

  • e.

    ambtenaar: de persoon die op grond van het ambtenarenrecht in dienstbetrekking tot HALte werk staan;

  • f.

    personeel: de ambtenaren, alsmede personen met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is gesloten;

  • g.

    de Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • h.

    schriftelijk: uiting op papier, waaronder mede wordt begrepen demogelijkheden die zijnopengesteld via de elektronische weg;

  • i.

    college:de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten;

  • j.

    bedrijfsvoeringsorganisatie:de rechtspersoonlijkheid bezittende bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 2 van deze regeling

  • k.

    beschikkingen: besluiten als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht, genomen op grond van de uit te voeren Wetten.

Hoofdstuk 2 de bedrijfsvoeringsorganisatie

Artikel 2 De bedrijfsvoeringsorganisatie
  • 1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie genaamd: "HALte werk"

  • 2. De bedrijfsvoeringsorganisatie is een rechtspersoon als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wgr en is gevestigd te Alkmaar.

  • 3. Het rechtsgebied van het samenwerkingsverband omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.

Artikel 3 Belang
  • 1. Halte werk behartigt, met inachtneming van hetgeen hierover in de regeling is bepaald, de belangen van de deelnemende gemeenten gezamenlijk en ieder afzonderlijk met betrekking tot de uitvoering van de in medebewind opgedragen Wetten, voor zover de bevoegdheid daartoe de deelnemende gemeente toekomt en voor zover deze aan het bestuur en/of directeur van Halte werk is gemandateerd.

  • 2. Ter behartiging van het in het eerste lid genoemde belang is aan HALte werk de volledige verantwoordelijkheid met betrekking tot een effectieve en efficiënte uitvoering van de wetten opgedragen. HALte werk draagt zorg voor een organisatie ter behartiging van het belang en van de door de deelnemende gemeenten ter uitvoering daarvan opgedragen taken als benoemd in artikel 4.

Artikel 4 Taken en bevoegdheden
  • 1. Ter uitvoering van het in artikel 3 van de regeling genoemde belang, dragen de colleges van de deelnemende gemeenten aan Halte werk alle bevoegdheden op met betrekking tot de uitvoering van de wetten, met inachtneming van de door de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten vastgestelde verordeningen, overige algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels.

  • 2. De uitvoering als bedoeld in het eerste lid heeft in ieder geval betrekking op:

    • a.

      beleidsvoorbereidende werkzaamheden, op het terrein van de uitvoering van de wetten, zulks met inachtneming van de, op basis van de wetten, door de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten vastgestelde verordeningen, overige algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels;

    • b.

      uitvoeren van het door de daartoe bevoegde gemeentelijke bestuursorganen vastgestelde beleid;

    • c.

      de uitvoering van algemene maatregelen van bestuur en de uitvoeringsregelingen van de in het eerste lid genoemde wetten, voor zover deze aan het college is opgedragen;

    • d.

      de uitvoering van nieuwe wet- of regelgeving die in de plaats treedt van de in dit lid bedoelde wet- of regelgeving;

    • e.

      het op basis van de wetten geven van voorlichtingen en informatie aan burgers;

    • f.

      het op basis van de wetten uitvoering geven aan participatie, arbeidsre-integratie en sociale activeringen, alsmede inkomensondersteuning;

    • g.

      het oprichten van of deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, voor zover dit past binnen het belang van de regeling;

    • h.

      het verrichten van voorbereidende werkzaamheden met betrekking tot bezwaar en (hoger) beroep, voor zover dit verband houdt met de in dit lid bedoelde wet- en regelgeving;

    • i.

      het op basis van een daartoe af te sluiten dienstverleningsovereenkomst uitvoeren van andere taken t.b.v. (één van) de deelnemende gemeenten dan alleen de wetten;

    • j.

      het verlenen van diensten aan een andere gemeente dan de deelnemende gemeenten op basis van een daartoe met een dergelijke gemeente af te sluiten dienstverleningsovereenkomst.

  • 3. De bestuursorganen van de deelnemende gemeenten doen mededeling van bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen die voor de uitvoering van het bepaalde in artikel 3 van belang zijn.

  • 4. De colleges van de deelnemende gemeenten zullen in afzonderlijke mandaatbesluiten bepalen welke bevoegdheden, die samenhangen met de taken als vermeld in artikel 4 van de regeling, gemandateerd dienen te worden aan het bestuur dan wel aan de directeur van HALte werk.

  • 5. Het bestuur houdt een register bij van de aan het bestuur respectievelijk aan de directeur gemandateerde bevoegdheden.

Hoofdstuk 3 Het bestuur

Artikel 5 Samenstelling bestuur
  • 1. Het bestuur wordt gevormd door één lid en één plaatsvervangend lid per deelnemende gemeente die door het college uit zijn midden wordt aangewezen. De plaatsvervanger treedt op bij verhindering of ontstentenis van het lid.

  • 2. De aanwijzing van de leden van het bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van de colleges in hun nieuwe samenstelling na de raadsverkiezingen. Behoudens het gesteld in het zesde lid, blijft het zittend lid uit de desbetreffende gemeente zijn lidmaatschap van het bestuur vervullen totdat de opvolger is aangewezen.

  • 3. Bij aanvang van de regeling is het zittend college van de deelnemende gemeenten bevoegd het lid en, indien gewenst, het plaatsvervangend lid van het bestuur te benoemen in het bestuur van het samenwerkingsverband.

  • 4. De leden worden aangewezen voor een tijdvak gelijk aan de zittingsperiode van de raden. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen.

  • 5. Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid deelt dit mede aan het college dat hem heeft aangewezen en aan het bestuur.

  • 6. Het lid, dat ophoudt lid te zijn van het college dat hem heeft aangewezen, houdt ook op lid te zijn van het bestuur.

  • 7. Het lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met de dienstbetrekking van werknemers en personeel.

  • 8. In een situatie als bedoeld in de leden 4 en 5 blijft het lid de functie waarnemen totdat een opvolger is aangewezen en deze de aanwijzing heeft aanvaard. In de tussentijdse vacatures als bedoeld in de leden 4 tot en met 6 wordt zo spoedig mogelijk voorzien.

  • 9. Het bestuur kan op uitnodiging adviseurs aan zijn vergaderingen laten deelnemen.

Artikel 6 De voorzitter
  • 1. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter aan.

  • 2. De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van het bestuur en leidt de vergaderingen van het bestuur.

  • 3. De voorzitter ondertekent samen met de secretaris, als bedoeld in artikel 15 van de regeling, de stukken die van het bestuur uitgaan.

  • 4. Het bestuur kan de voorzitter machtigen om namens het bestuur te handelen.

Artikel 7 Werkwijze van het bestuur
  • 1. Het bestuur vergadert tenminste viermaal per jaar en verder zo dikwijls indien dit door één of meer leden van het bestuur schriftelijk en onder opgave van redenen wordt gevraagd. In het laatste geval wordt de vergadering binnen drie weken gehouden.

  • 2. De voorzitter belegt de vergaderingen en bepaalt de plaats en het tijdstip van de vergaderingen.

  • 3. Uiterlijk tien dagen vóór een vergadering van het bestuur worden plaats en agenda bekend gemaakt in tenminste één in de gemeenten algemeen verschijnend dag- of weekblad, of op de website van HALte werk.

  • 4. De leden en adviseurs worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste acht dagen tevoren, met gelijktijdige toezending van de agenda, schriftelijk ter vergadering opgeroepen.

  • 5. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter in het bestuur wordt deze vervangen door de plaatsvervangend voorzitter.

  • 6. Een vergadering van het bestuur wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van de zitting hebbende leden aanwezig is. Als dit niet het geval is, wordt door de voorzitter een nieuwe vergadering uitgeschreven, binnen veertien dagen te houden tegen een tijdstip dat is gelegen ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping onderscheidenlijk de oproeping per e-mail of elektronische weg.

    Het bestuur kan alleen over andere zaken dan de in de eerste vergadering vermelde zaken beraadslagen en besluiten indien blijkens de presentielijst meer dan helft van de zitting hebbende leden aanwezig is.

  • 7. De leden van het bestuur zijn, wanneer belangen van personen en/of onderdelen van HALte werk daardoor kunnen worden geschaad, tegenover derden, waaronder niet wordt begrepen de colleges, tot geheimhouding verplicht van al hetgeen hen in de uitoefening van hun functie bekend wordt.

  • 8. Ten aanzien van het beraadslagen en besluiten is artikel 28 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8 Stemmen en besluitvorming
  • 1. De door de colleges van de gemeente Alkmaar en Heerhugowaard uit hun midden aangewezen bestuursleden hebben meervoudig stemrecht: respectievelijk een meervoudig stemrecht van drie en een meervoudig stemrecht van twee. Het door het college van de gemeente Langedijk aangewezen bestuurslid heeft een enkelvoudig stemrecht.

  • 2. In de vergadering van het bestuur worden alle besluiten genomen bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen, tenzij in deze regeling anders is bepaald.

  • 3. Wanneer de stemmen staken, komt er geen besluit tot stand.

  • 4. Wanneer ten aanzien van zaken geen der leden stemming vraagt, wordt aangenomen dat conform het voorstel is besloten. Bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen dient steeds tot stemming te worden overgegaan, tenzij het bestuur unaniem besluit van stemming af te zien. Als dan wordt, evenals ten aanzien van zaken, aangenomen dat conform het voorstel is besloten.

  • 5. Indien tot stemming wordt overgegaan, wordt over alle zaken mondeling en bij hoofdelijke oproeping gestemd, doch bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen, bij gesloten en ondertekende briefjes. Daarbij wordt de stemverhouding als aangegeven in het eerste lid in acht genomen.

Artikel 9 Openbaarheid vergaderingen
  • 1. De vergaderingen van het bestuur zijn besloten. Het bestuur kan besluiten een openbare vergadering te houden.

  • 2. De besluitenlijst van de vergadering wordt openbaar gemaakt voor zover het besluiten bevat die openbaar zijn.

  • 3. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur betreffende geheimhouding omtrent de inhoud van stukken is het bepaalde in artikel 23 lid 1 tot en met 4 van de Wet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10 Reglement van orde

Het bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden. Het vastgestelde of gewijzigde reglement wordt door het bestuur zo spoedig mogelijk ter kennis van gedeputeerde staten en van de gemeentebesturen gebracht.

Artikel 11 Verantwoording en informatieplicht
  • 1. Een lid van het bestuur is aan het college, die dit lid heeft aangewezen, en zijn gemeenteraad verantwoording schuldig voor wat betreft het door hem gevoerde beleid.

  • 2. Een lid van het bestuur verstrekt aan het college, die dit lid heeft aangewezen, dan wel zijn gemeenteraad alle inlichtingen waarom door één of meer leden van het college of de gemeenteraad wordt verzocht.

  • 3. Het bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten alle door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen.

  • 4. Het afleggen van verantwoording als bedoeld in het eerste lid geschiedt op de wijze zoals door het college respectievelijk gemeenteraad wordt bepaald.

  • 5. Een verzoek om inlichtingen wordt schriftelijk ingediend. De vragen worden binnen 30 dagen na ontvangst schriftelijk beantwoord. Deze termijn kan met ten hoogste 30 dagen worden verlengd; in dat geval wordt hiervan kennisgeving gedaan aan de indiener(s).

  • 6. De vragen en antwoorden worden ter kennis gebracht van de colleges.

  • 7. Het bestuur is verplicht op verzoek van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en/of het provinciebestuur deze van bericht en raad te dienen aangaande zaken welke de regeling betreffen.

  • 8. Als onderdeel van de informatieplicht van het bestuur, als bedoeld in het derde lid, stuurt het bestuur binnen zes weken na afloop van een kwartaal een bestuursrapportage aan de raden van de gemeenten. De bestuursrapportage is gebaseerd op de begroting en geeft een toelichting op de voortgang van de realisatie van de doelstellingen en een toelichting op de afwijkingen op de daarvoor beschikbaar gestelde budgetten. De rapportage gaat in op nieuwe ontwikkelingen, het financieel perspectief, de ontwikkeling van het weerstandsvermogen en de bedrijfsvoering. De rapportage na het vierde kwartaal geeft een voorlopig beeld van het afgelopen jaar.

Artikel 12 Taken/bevoegdheden van het bestuur

Aan het bestuur behoren onder meer de volgende taken en bevoegdheden:

  • a.

    het vaststellen, wijzigen of intrekken van reglementen;

  • b.

    het vaststellen van de begroting en de begrotingswijzigingen en het vaststellen van de jaarrekening van het samenwerkingsverband, zulks met inachtneming van het bepaalde in de onderdelen "begroting" en "rekening en verantwoording" van deze regeling;

  • c.

    het vaststellen van de jaarlijks door de gemeenten te betalen bijdragen;

  • d.

    hetzij op verzoek, hetzij uit eigen beweging, advies uitbrengen aan de deelnemende gemeenten, over zaken betreffende het samenwerkingsverband;

  • e.

    het nemen van conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen wat nodig is ter voorkoming van verlies of verjaring van recht of bezit;

  • f.

    het beheren van de inkomsten en de uitgaven van het samenwerkingsverband;

  • g.

    de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de administratie;

  • h.

    het aangaan van geldleningen en het uitlenen van gelden voor zover de financiële lasten door de begroting worden gedekt;

  • i.

    het aangaan van rekening-courant overeenkomsten, op grond van bij afzonderlijk besluit vastgestelde maximum kredietbedragen;

  • j.

    het aanstellen, benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel van het samenwerkingsverband;

  • k.

    het vaststellen van de voorwaarden en de instructies waaronder het personeel, werkzaam is in het samenwerkingsverband;

  • l.

    de aan- en verkoop van onroerende zaken voor zover de financiële lasten door de begroting worden gedekt;

  • m.

    het aangaan van overeenkomsten in de zin van artikel 4 lid 2 onder i en j;

  • n.

    het aangaan van overige overeenkomsten noodzakelijk ter uitvoering van het in artikel 3 genoemde belang.

Artikel 13 Vergoedingen

Het bestuur kan met inachtneming van artikel 21, eerste en tweede lid van de Wet voor leden van het bestuur en de voorzitter een regeling vaststellen voor tegemoetkoming in de kosten en een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in of vergoeding van bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen, die verband houden met de vervulling van hun lidmaatschap van het bestuur.

Hoofdstuk 4 Personele Organisatie HALte werk

Artikel 14 Ambtelijk apparaat en directeur

HALte werk heeft een ambtelijk apparaat, met aan het hoofd de directeur.

Artikel 15 De directeur / secretaris
  • 1. De directeur wordt benoemd en ontslagen door het bestuur.

  • 2. Het bestuur stelt de bezoldiging en overige rechtspositie van de directeur vast.

  • 3. De directeur van HALte werk vervult zijn functie met inachtneming van een door het bestuur vast te stellen instructie, waarin zijn taken en bevoegdheden zijn geregeld.

  • 4. De directeur is tevens ambtelijk secretaris van het bestuur.

  • 5. De secretaris vervult zijn functie met inachtneming van een door het bestuur vast te stellen instructie, waarin zijn taken en bevoegdheden zijn geregeld.

  • 6. De secretaris staat het bestuur en de voorzitter bij, in alles wat de hen opgedragen taak aangaat.

  • 7. De secretaris is samen met de voorzitter belast met de uitvoering van de besluiten van het bestuur.

  • 8. De secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen van het bestuur.

  • 9. De secretaris ondertekent met de voorzitter alle stukken, welke van het bestuur uitgaan.

  • 10. Bij afwezigheid of ontstentenis van de secretaris wordt hij vervangen door de plaatsvervangend secretaris. Het bestuur regelt de vervanging van de secretaris.

Artikel 16 Overig personeel
  • 1. Het bestuur is belast met het aanstellen als ambtenaar, het op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijke recht te werkstellen van personen en met het schorsen en ontslaan van personeel van HALte werk.

  • 2. Het bestuur stelt, na overeenstemming met het georganiseerd overleg, een rechtspositie- en arbeidsvoorwaardenregeling vast die op het personeel van HALte werk van toepassing is.

  • 3. Het bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de directeur van HALte werk.

Hoofdstuk 5 Cliëntenraad gemeenten

Artikel 17 Cliëntenraad

Indien door de colleges cliëntenraden zijn dan wel een regionale cliëntenraad is aangewezen kunnen/kan deze zich wenden tot het bestuur, voor zover betrekking hebbend op uitvoeringstaken van de HALte werk. Beleidsmatige en overige onderwerpen worden aangebracht bij de deelnemende gemeenten.

Hoofdstuk 6 Financiële bepalingen

Artikel 18 Voorschriften financieel beheer
  • 1. Het bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en van het beheer van de vermogenswaarden van het samenwerkingsverband. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van doelmatigheid en controle wordt voldaan.

  • 2. De administratie en het beheer, als bedoeld in het eerste lid, worden verricht door de bij de in het eerste lid bedoelde regels aan te wijzen ambtenaren. Zij kunnen niet ook secretaris zijn.

  • 3. Het bestuur stelt regels vast met betrekking tot de controle op de administratie en het beheer van vermogenswaarden van het samenwerkingsverband. Deze regels dienen onder meer te waarborgen dat de rechtmatigheid en doelmatigheid van de administratie en het beheer worden getoetst.

  • 4. De regels, bedoeld in het derde lid, voorzien in de aanwijzing van één of meer accountants, belast met het onderzoek van de jaarrekening alsmede met het terzake uitbrengen van een verslag, dat behalve de verklaring bij de jaarrekening bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid en doeltreffendheid.

  • 5. Het boekjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

  • 6. Het bestuur stelt vast op welke wijze op rechtmatigheid zal worden gecontroleerd en gerapporteerd

  • 7. HALte werk legt per kwartaal aan de deelnemende gemeenten verantwoording af met betrekking tot de resultaatverplichtingen van het samenwerkingsverband, de opgemaakte risicoparagraaf en de audit-issues.

  • 8. Het bestuur zendt de raden en de colleges jaarlijks vóór 30 april een verslag van de aan de wetten gegeven uitvoering in het voorgaande kalenderjaar.

Artikel 19 Vaststellen begroting
  • 1. Het bestuur stelt de begroting vast vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.

  • 2. Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

Artikel 20 Voorbereiden begroting
  • 1. Het bestuur stelt de ontwerpbegroting vast.

  • 2. Het bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij door het bestuur wordt vastgesteld, doch uiterlijk 15 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient, aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3. De ontwerpbegroting wordt op initiatief van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de ter inzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven. De raad beraadslaagt over de ontwerpbegroting niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving.

  • 4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting het bestuur van het samenwerkingsverband van hun zienswijzen doen blijken. Het bestuur reageert gemotiveerd op deze zienswijzen en voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat bij de ontwerp-begroting.

  • 5. Nadat deze is vastgesteld, zendt het bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake gedeputeerde staten van hun zienswijzen kunnen doen blijken. Het bestuur zendt de vastgestelde begroting vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient aan gedeputeerde staten.

  • 6. Het bepaalde in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid, is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Artikel 21 Jaarrekening
  • 1. Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

  • 2. Het bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het bestuur hun bedenkingen over de voorlopige jaarrekening naar voren brengen. Het bestuur reageert gemotiveerd op deze bedenkingen en voegt de commentaren waarin deze bedenkingen zijn vervat bij de voorlopige jaarrekening.

  • 4. Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 5. De vaststelling van de jaarrekening strekt het bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.”

Artikel 22 Bijdragen deelnemende gemeenten: bedrijfsvoeringskosten
  • 1. De deelnemende gemeenten verlenen jaarlijks een bijdrage, die in totaliteit gelijk is aan de kosten van het begrotingsjaar van Halte werk, ter dekking van de bedrijfsvoeringskosten.

  • 2. De bijdrage per deelnemende gemeente is gebaseerd op een verhouding tussen de vaste en de variabele kosten. De vaste kosten worden verdeeld op basis van het inwoneraantal van de deelnemende gemeenten; de variabele kosten op basis van het aantal afgegeven beschikkingen namens de desbetreffende deelnemer, conform het bepaalde in het derde lid. Tot de vaste kosten worden gerekend: de organisatiekosten, de kosten van huisvesting, 50% van de personeelslasten, 40% van de automatiseringskosten en 40% van de overige kosten. Tot de variabele kosten worden gerekend: 60% van de automatiseringskosten, 60% van de overige kosten en 50% van de personeelslasten.

  • 3. Het inwoneraantal van de deelnemende gemeenten wordt vastgesteld op 1 januari van het kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan de hand van de gegevens van het CBS. Voor wat betreft het aantal afgegeven beschikkingen namens de desbetreffende deelnemer wordt uitgegaan van het gemiddelde aantal over het 4e,3e en 2e kalenderjaar voorafgaande aan het begrotingsjaar. Voornoemde meetwaarden worden opgenomen in de ontwerpbegroting als bedoeld in artikel 20.

  • 4. De verdeelsleutel bedoeld in het tweede lid zal gefaseerd worden ingevoerd:

    • a.

      In 2019 zal de nieuwe verdeelsleutel voor 1/3 gehanteerd worden en voor 2/3 deel nog de oude verdeelsleutel;

    • b.

      In 2020 zal de nieuwe verdeelsleutel voor 2/3 gehanteerd worden en voor 1/3 deel nog de oude verdeelsleutel;

    • c.

      Vanaf 2021 zal de nieuwe verdeelsleutel volledig worden gehanteerd.

    Onder oude verdeelsleutel wordt verstaan: artikel 22, zoals deze luidde tot de datum van inwerkingtreding van de wijziging daarvan.

Artikel 23 Samenstelling geldmiddelen
  • 1. De geldmiddelen van het samenwerkingsverband bestaan uit:

    • a.

      de middelen ter dekking van de betaling van de uitkeringen op basis van de uit te voeren Wetten ten behoeve van de deelnemende gemeenten (programmakosten);

    • b.

      de bijdragen van de deelnemende gemeenten ter dekking van de betaling van de bedrijfsvoeringskosten;

    • c.

      de bijdragen van de deelnemende gemeenten ten behoeve van andere taken als bedoeld in artikel 4, tweede lid onder i;

    • d.

      de bijdragen in verband met werkzaamheden ten behoeve van een andere gemeente als bedoeld in artikel 4, tweede lid onder j;

    • e.

      overige ontvangsten.

  • 2. De middelen als bedoeld in het eerste lid onder a, worden door de deelnemers beschikbaar gesteld op basis van de daadwerkelijke uitgaven. Deze middelen zullen jaarlijks voor het begrotingsjaar worden geraamd en maandelijks bij voorschot betaalbaar gesteld door de deelnemers. Binnen zes weken na afloop van een kwartaal vindt verrekening plaats.

  • 3. De bijdragen van de deelnemers als bedoeld in het eerste lid onder b worden op basis van de begroting per kwartaal bij voorschot aan Halte werk overgemaakt. De definitieve afrekening vindt, op basis van nacalculatie van de vaste en variabele kosten, plaats na het vaststellen van de jaarrekening over het betreffende boekjaar. Eventueel teveel betaald voorschot wordt verrekend.

Hoofdstuk 7 Wijziging, toedreding, uitttreding en opheffing

Artikel 24 Toetreding
  • 1. Indien de colleges van de deelnemende gemeenten daarmee instemmen, kan een andere college van burgemeester en wethouders toetreden tot de regeling door toezending van het daartoe strekkende besluit.

  • 2. In het besluit van het bestuur kan de toetreding afhankelijk gesteld worden van de voldoening aan bepaalde voorwaarden door de betrokken gemeente.

  • 3. De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de wijziging van de gemeenschappelijke regeling conform artikel 26 Wgr is bekend gemaakt.

  • 4. Het bestuur kan de toetredende gemeente een inlegsom opleggen, waarvan het bedrag en de bestemming door het bestuur wordt vastgesteld.

Artikel 25 Uittreding
  • 1. Een college kan, indien hij daartoe besluit, uittreden doortoezending van het daartoe strekkende besluit aan het bestuur.

  • 2. Het bestuur bepaalt het tijdstip waarop de uittreding ingaat, met dien verstande dat dit tijdstip niet kan zijn gelegen op een datum later dan 2 jaar na de dag waarop het besluit, bedoeld in het eerste lid, genomen is.

  • 3. Het bestuur stelt tenminste 6 maanden vóór het tijdstip van uittreding de financiële en andere gevolgen van de uittreding op basis van een daartoe uitgebracht onafhankelijke accountantsrapport voor de betrokken gemeente vast.

  • 4. Van ieder bericht van toetreding en uittreding door één of meerdere colleges wordt onmiddellijk kennis gegeven aan de colleges van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten.

Artikel 26 Wijziging
  • 1. Wijziging van deze regeling kan aanhangig gemaakt worden zowel op voorstel van het bestuur, als een college van een deelnemende gemeente.

  • 2. De in het vorige lid bedoelde wijziging is vastgesteld indien de colleges van de deelnemende gemeenten daarmee instemmen.

  • 3. De wijziging treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de gewijzigde regeling conform artikel 26 Wet is bekend gemaakt, tenzij het wijzigingsbesluit anders bepaalt.

Artikel 27 Opheffing en liquidatie
  • 1. De regeling kan, al dan niet op voorstel van het bestuur, worden opgeheven door een daartoe strekkend besluit van tenminste twee colleges van de drie deelnemende gemeenten.

  • 2. Een besluit tot opheffing vermeldt de datum waarop de opheffing ingaat, met dien verstande dat de opheffing niet eerder ingaat dan voordat zij is bekend gemaakt.

  • 3. Het bestuur zal, nadat tot opheffing besloten is, overgaan tot de voorbereiding van de liquidatie van het samenwerkingsverband en stelt daartoe zo spoedig mogelijk een ontwerp liquidatieplan op. Het liquidatieplan wordt - de colleges van de gemeenten gehoord - vastgesteld door het bestuur. In het liquidatieplan kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

  • 4. Het bestuur is belast met de liquidatie. Het bestuur blijft ook na het tijdstip van opheffing in functie totdat de liquidatie is beëindigd.

Hoofdstuk 8 Overige en slotbepalingen

Artikel 28 Archief
  • 1. Het bestuur of namens hem, de directeur, draagt zorg voor de archiefbescheiden(DIV) van het samenwerkingsverband, overeenkomstig de door of namens het bestuur vast te stellen regelen met inachtneming van de Archiefwet 1995 of nadien gewijzigd.

  • 2. Bij opheffing van de regeling worden alle bescheiden, die niet voor vernietiging in aanmerking komen, overgedragen aan de gemeenten.

Artikel 29 Duur en inwerkingtreding
  • 1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en treedt in werking op 1 januari 2015.

  • 2. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar zendt de regeling aan gedeputeerde staten.

Artikel 30 Slotbepaling

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, treden de deelnemende gemeenten met

elkaar in overleg.

Artikel 31 Citeertitel

De regeling kan worden aangehaald onder de titel:

"Gemeenschappelijke Regeling HALte werk".

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten:
Gemeente: college d.d. Voorzitter Secretaris
Heerhugowaard .............. ...................................... ...................
Alkmaar ......................... ...................................... ...................
Langedijk ....................... ...................................... ...................