VERORDENING RECLAMEBELASTING 2017

Geldend van 01-01-2017 t/m 01-01-2018

Intitulé

VERORDENING RECLAMEBELASTING 2017

De raad van de gemeente Apeldoorn;

gelezen het voorstel van het college d.d. 24 september 2016, nr. 58-2016;

gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

BESLUIT:

vast te stellen de navolgende Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2017.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

a.reclameobject:

een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een voorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;

b.bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welk op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond;

c.Wet WOZ:

de Wet waardering onroerende zaken;

d.onroerende zaak:

de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;

e.waarde:

de op voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het kalenderjaar, als bedoeld in artikel 7, voor de onroerende zaak vastgestelde waarde. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20 tweede lid van de Wet WOZ vastgestelde waarde;

  • f.

    vestiging:

    • 1.

      de onroerende zaak

    • 2.

      twee of meer onroerende zaken die direct naast of boven elkaar gelegen zijn en die tezamen door één organisatie of bedrijf voor één doel worden gebruikt;

  • g.

    voorziening:

specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen, tonen of vertonen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen;

h.jaar;

een kalenderjaar

Artikel 2 Voorwerp van de belasting en belastbaar feit

Deze verordening is van toepassing binnen de gebieden van de gemeente Apeldoorn zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaarten.

Artikel 3 Belastbaar feit

Onder de titel ‘reclamebelasting’ wordt onder de bij deze verordening gestelde voorwaarden, binnen de gebieden als bedoeld in artikel 2 een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg.

Artikel 4 Belastingplicht

De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging waarop, waaraan, waarin of waarbij één of meer reclameobjecten zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst.

Artikel 5 Vrijstellingen

De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen:

  • a.

    die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare aankondigingen zijn aangebracht, getoond of vertoond in een voorziening waarin, waaraan of waarop wisselende openbare aankondigingen worden aangebracht, die individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, getoond of vertoond maar waarbij de verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn;

  • b.

    die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt;

  • c.

    die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak;

  • d.

    die door (semi)overheden of maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een charitatief of ideëel belang dienen;

  • e.

    aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersvereniging of het centrummanagement;

  • f.

    aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtsreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden;

  • g.

    die onderdeel uitmaken van de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of verhuren zaak (makelaarsborden);

  • h.

    aangebracht op scholen, zorginstellingen en ziekenhuizen en die uitsluitend betrekking hebben op de functie van het gebouw;

  • i.

    aangebracht op religieuze gebouwen die nog voor de eredienst worden gebruikt;

  • j.

    waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling aan de gemeente moet geschieden onderscheidenlijk een vergoeding aan de gemeente verschuldigd is (abri’s, zuilen, driehoeksborden, mupi’s);

  • k.

    die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen.

Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1. De reclameheffing wordt geheven per vestiging.

  • 2. De heffingsmaatstaf is een vast bedrag per vestiging vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van de voor de vestiging vastgestelde waarde het kalenderjaar.

  • 3. Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, sub 1 is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de vestiging.

  • 4. Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, sub 2, is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van de waarden die aan de vestiging kunnen worden toegerekend.

  • 5. Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van delen van de vestiging die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

  • 6. Het vaste bedrag van de reclamebelasting bedraagt € 200,- per vestiging.

  • 7. Voor zover de waarde van de vestiging meer bedraagt dan € 100.000,- wordt het in het vorige lid genoemde bedrag vermeerderd met € 1,75 per € 1.000,- aan waarde.

  • 8. De heffing bedraagt maximaal € 1.500,- per vestiging.

  • 9. Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.

Artikel 7 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    a.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de reclamebelasting

verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er

in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog kalendermaanden overblijven, met

inachtneming van het hierna onder b bepaalde.

  • b.

    Vangt de belastingplicht voor de 16e van de maand aan, dan is de reclamebelasting over die maand ten volle verschuldigd; vangt de belastingplicht op of na de 16e van de maand aan, dan is over die maand geen reclamebelasting verschuldigd.

    • 3.

      a. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op

ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting

als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog kalendermaanden overblijven, met

inachtneming van het hierna onder b. bepaalde, tenzij het bedrag van de ontheffing minder

bedraagt dan € 10,-.

b.Eindigt de belastingplicht voor de 16e van de maand, dan wordt over die volle maand ontheffing verleend. Eindigt de belastingplicht op of na de 16e van de maand, dan wordt over die maand geen ontheffing verleend.

Artikel 9 Wijze van heffing

De reclameheffing wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 10 Betalingstermijn

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,- maar minder dan € 3.500,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.

Artikel 11 Kwijtschelding

Van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling

Het bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reclamebelasting.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.

  • 3.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening reclamebelasting 2017”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 10 november 2016.

De raad voornoemd,

drs. A Oudbier

raadsgriffier

drs. J.C.G.M. Berends MPA

voorzitter

Bijlage 1: Inbegrepen straten met huisnummers (toevoegingen A, B, e.a. inbegrepen):

  • ·

    Asselsestraat 16 t/m 92

  • ·

    Asselsestraat 13 t/m 69

  • ·

    Beekpark (alle huisnummers)

  • ·

    Beekstraat (alle huisnummers)

  • ·

    Brinklaan 1 t/m 47

  • ·

    Brinklaan 10 t/m 150

  • ·

    Deventerstraat 1 t/m 25

  • ·

    Deventerstraat 4 t/m 22

  • ·

    Helfrichstraat (alle huisnummers)

  • ·

    Hofdwarsstraat (alle huisnummers)

  • ·

    Hofstraat (alle huisnummers)

  • ·

    Hoofdstraat 24 t/m 232

  • ·

    Hoofdstraat 39 t/m 175

  • ·

    Kalverstraat (alle even huisnummers)

  • ·

    Kanaalstraat 1 t/m 25

  • ·

    Kanaalstraat 2 t/m 90

  • ·

    Kapelstraat (alle huisnummers)

  • ·

    Kerklaan 1 t/m 23

  • ·

    Korenpassage (alle huisnummers)

  • ·

    Korenstraat (alle huisnummers)

  • ·

    Korte Nieuwstraat (alle oneven huisnummers)

  • ·

    Leienplein (alle huisnummers)

  • ·

    Librije (alle even huisnummers)

  • ·

    Mariastraat 25 t/m 39

  • ·

    Marktplein (alle huisnummers)

  • ·

    Marktstraat (alle huisnummers)

  • ·

    Museumpassage (alle huisnummers)

  • ·

    Nieuwstraat (alle huisnummers)

  • ·

    Oranjerie (alle huisnummers)

  • ·

    Paslaan 1 t/m 17

  • ·

    Paslaan 2 t/m 14

  • ·

    Prins Willem-Alexanderlaan 33 t/m 101

  • ·

    Raadhuisplein (alle huisnummers)

  • ·

    Roggestraat (1 t/m167)

  • ·

    Roggestraat (2 t/m 158)

  • ·

    Rustenburgstraat (alle even huisnummers)

  • ·

    Rosariumstraat (alle huisnummers)

  • ·

    Stationsstraat 21 t/m 297

  • ·

    Stationsstraat 106 t/m 226

  • ·

    Van Huutstraat (alle oneven huisnummers)

  • ·

    Van Kinsbergenstraat (alle huisnummers)

  • ·

    Vosselmanstraat 300 t/m 508

  • ·

    Vosselmanstraat (alle oneven huisnummers)

Bijlage 2 Kaart binnenstad – voorbereidingsbesluit bestemmingsplan 2009

foto