Beleid inzake bestuurlijke handhaving van artikel 13B Opiumwet

Geldend van 12-01-2017 t/m heden

Intitulé

Beleid inzake bestuurlijke handhaving van artikel 13B Opiumwet

Inhoud

1. Inleiding 3

2. Juridische kader 3

3. Handhavingsbeleid artikel 13b Opiumwet 3

Definitie 3

Zienswijzen / spoedeisende bestuursdwang 4

4. Onderverdeling beleid 4

ad I Gedoogde verkooppunten van softdrugs (de zgn. coffeeshops) 4

ad II Woningen (de niet gedoogde drugshandel in woningen en dan wel in of bij woningen behorende erven: drugshandel en hennepteelt) 5

ad III Niet gedoogde verkooppunten van drugs: de drugshandel in (al dan niet voor het publiek opengestelde) lokalen dan wel in of bij zodanige behorende erven. 7

5. Cumulatie 8

6. Afwijkingsbevoegdheid 9

Indicatorenlijst 9

7. Inwerkingtreding 10

8. Overgangsbepaling 10

Bijlage 1: handhavingsarrangement ten behoeve van het beleid inzake de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet, gemeente Bernheze 11

1.Inleiding

Gemeenten worden vaak geconfronteerd met illegale verkooppunten van verdovende middelen en hennepteelt. Artikel 13b Opiumwet (Wet Damocles) is het juridisch instrument om bestuurlijk op te treden tegen drugshandel. In deze beleidsregel wordt aangegeven hoe de burgemeester omgaat met de bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet. In het kader van de integrale aanpak wordt samengewerkt met politie en het Openbaar Ministerie. Ook hun inzet is inzichtelijk gemaakt.

2.Juridische kader

Voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verboden in de zin van artikel 2 (verbod op aanwezigheid van harddrugs, Lijst I) en artikel 3 (verbod op aanwezigheid van softdrugs, Lijst II) Opiumwet, is in die wet het artikel 13b opgenomen. Artikel 13b Opiumwet is bij wet van 27 september 2007 gewijzigd (Staatsblad 2007, 355) Op 1 november 2007 is de wijziging van artikel 13b Opiumwet in werking getreden en luidt als volgt:

  • 1.

    De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.

Voor het bepalen van de hoeveelheden drugs die in beginsel als hoeveelheid voor eigen gebruik (consumptie-eenheid) worden gezien, wordt aansluiting gezocht bij de richtlijnen voor strafvordering van het Openbaar Ministerie en de Aanwijzing Opiumwet (inwerking getreden per 1 januari 2015).

NB: Voor het bepalen van de bestuurlijke sancties is de hoeveelheid drugs bepalend die hierna in dit beleid zijn opgenomen. Naast de hoeveelheid drugs wordt voor iedere situatie gekeken naar de indicatoren die van toepassing zijn.

  • 3.

    Handhavingsbeleid artikel 13b Opiumwet

    Definitie

    In deze notitie wordt onder drugshandel verstaan: de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezigheid van drugs in een pand en de daarbij behorende erven.

    Onderstaande beleidsregels zien toe op de bevoegdheid tot het sluiten van panden door de burgemeester bij verkoop, aflevering of verstrekking dan wel aanwezig zijn van een middel als bedoeld in lijst I en II vanuit woningen of lokalen en daarbij behorende erven. Met de wijziging van artikel 13b Opiumwet per 1 november 2007 kunnen alle drugspanden aangepakt worden, dus ook woningen.

    Zoals de redactie van artikel 13b Opiumwet aangeeft heeft de burgemeester voor de handhaving van de handel in drugs in panden de mogelijkheid bestuursdwang toe te passen. Om betrokkenen niet in de gelegenheid te stellen een financiële belangenafweging te maken, wordt er in beginsel geen gebruik gemaakt van het opleggen van een last onder dwangsom. Ook is het wenselijk om direct dan wel zo snel mogelijk in te grijpen in verband met de bescherming van de openbare orde. Gelet op de aard van de overtredingen en de situaties die hiermee gepaard gaan, wordt geen hersteltermijn geboden bij het toepassen van de sancties in het kader van dit beleid in verband met de onzekere uitkomst.

    Zienswijzen / spoedeisende bestuursdwang

    Al naar gelang de omstandigheden van het geval kan gekozen worden voor toepassing van spoedeisende bestuursdwang - hetgeen veelal bij de handel in harddrugs het geval zal zijn - of alvorens tot besluitvorming wordt overgegaan belanghebbende in de gelegenheid te stellen hun zienswijze kenbaar te maken. In de artikelen 5:21 e.v. Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn de procedureregels opgenomen, die gevolgd moeten worden, indien tot toepassing van bestuursdwang wordt overgegaan.

  • 4.

    Onderverdeling beleid

Het beleid betreffende de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet aangegeven en onderverdeeld in de volgende rubrieken:

I.Gedoogde verkooppunten van softdrugs (de zgn. coffeeshops);

II. Woningen: de niet gedoogde drugshandel in woningen en dan wel in of bij woningen behorende erven

III. Niet gedoogde verkooppunten van drugs: de drugshandel in (al dan niet voor het publiek opengestelde) lokalen dan wel in of bij zodanige lokalen behorende erven.

De burgemeester verstaat in het kader van de bestuurlijke handhaving van de Opiumwet onder een woning een pand dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat op een normale wijze voor bewoning kan worden gebruikt en dat/die daarvoor ook mag worden gebruikt. Of een woning wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse, zoals dat veelal wordt verwoord in het rapport van bevindingen van de politie.

Voor de uitvoering van het beleid is een handhavingarrangement vastgesteld, waarin de diverse verschijningsvormen van drugshandel met daarop de bestuursrechtelijke reactie worden weergegeven. Het in de bijlage opgenomen handhavingarrangement maakt deel uit van het handhavingsbeleid artikel 13b Opiumwet.

ad I Gedoogde verkooppunten van softdrugs (de zgn. coffeeshops)

Met betrekking tot de vestiging van coffeeshops hanteert de gemeente Bernheze het nul beleid. Dit beleid is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Bernheze op 20 maart 1997. Het nul beleid betekend concreet dat de gemeente Bernheze, binnen haar gemeentegrenzen, geen vestiging van een coffeeshop zal toestaan.

ad II Woningen (de niet gedoogde drugshandel in woningen en dan wel in of bij woningen behorende erven: drugshandel en hennepteelt)

Doordat de sluiting van woningen zwaarder ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van lokalen wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. De essentie ligt daarin dat er in bewoonde woningen sprake is van het hebben van een woongenot en de daaraan sterk gerelateerde persoonlijke levenssfeer.

De burgemeester verstaat in het kader van de bestuurlijke handhaving van de Opiumwet onder een woning een pand dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat op een normale wijze voor bewoning kan worden gebruikt en dat/die daarvoor ook mag worden gebruikt.

Of een woning wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse, zoals dat veelal wordt verwoord in het rapport van bevindingen van de politie. Op het moment dat een woning feitelijk niet wordt bewoond en is ingericht als een bedrijf dan wordt het regime van lokalen toegepast.

Sluitingstermijnen:

De woningen worden gesloten in de volgende gevallen;

-harddrugs in woningen

Indien in woningen of bij woningen behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs), met een handelsvoorraad van > 0,5 gram (voor GHB geldt een hoeveelheid van 5 ml.), dan volgt bij een eerste constatering een sluiting van 3 maanden. Bij een tweede overtreding van de Opiumwet in een woning of bij woningen behorende erven binnen twee jaar na de eerste constatering, dan vindt er een sluiting plaats van 6 maanden. Bij een derde constatering van de Opiumwet binnen twee jaar na de tweede constatering, dan vindt er een sluiting voor onbepaalde tijd plaats.

Indien in woningen of bij woningen behorende erven grootschalige drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs) met een hoeveelheid van > 1000 gram en/of 2000 pillen vindt er bij een eerste constatering een sluiting plaats van 6 maanden, bij een 2e constatering een sluiting van 12 maanden en bij een derde constatering een sluiting voor onbepaalde tijd.

Overtreding

Sluiting

In een woning (+ bijbehorende erven) wordt harddrugs geconstateerd met een handelsvoorraad van < 0,5 gram (voor GHB geldt een hoeveelheid van 5 ml).

1e constatering:

3 maanden sluiting

2e constatering:

6 maanden sluiting

3e constatering:

sluiting voor onbepaalde tijd

In een woning (+ bijbehorende erven) wordt grootschalige handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen van < 1000 gram en/of 2000 pillen

1e constatering:

6 maanden sluiting

2e constatering:

12 maanden sluiting

3e constatering:

sluiting voor onbepaalde tijd

-softdrugs in woningen

Indien in woningen of bij woningen behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs) met een handelsvoorraad van minder dan 30 gram of 5 tot 20 hennepplanten, ontvangt de overtreder een op schrift gestelde bestuurlijke waarschuwing. Deze waarschuwing geldt voor een termijn van 2 jaar.

Bij een tweede overtreding van de Opiumwet in een woning of bij woningen behorende erven vindt er een sluiting plaats van 3 maanden. Bij een derde overtreding van de Opiumwet binnen twee jaar na de tweede constatering vindt er een sluiting plaats van 6 maanden en bij een 4de overtreding binnen twee jaar na de derde constatering, een sluiting van 12 maanden. Bij een vijfde overtreding volgt sluiting voor onbepaalde tijd.

Indien in woningen of bij woningen behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs) met een hoeveelheid van 30 gram of meer of een aantal van 20 planten of meer vindt er bij een eerste constatering een sluiting plaats van 3 maanden, bij een 2e constatering een sluiting van 6 maanden, bij een derde overtreding een sluiting van 12 maanden en bij een vierde constatering een sluiting voor onbepaalde tijd.

Indien in woningen of bij woningen behorende erven grootschalige drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs) met een hoeveelheid >1000 planten en/of 5000gram vindt er bij een eerste constatering een sluiting plaats van 6 maanden, bij een tweede constatering een sluiting van 12 maanden en bij een derde constatering een sluiting voor onbepaalde tijd.

Overtreding

Sluiting

In een woning (+ bijbehorende erven) wordt drugshandel t.a.v. softdrugs geconstateerd met een kleine handelsvoorraad van minder dan 30 gram of 5 tot 20 hennepplanten.

1e constatering:

bestuurlijke waarschuwing

2e constatering:

3 maanden sluiting

3e constatering:

6 maanden sluiting

4e constatering:

12 maanden sluiting

5e constatering:

sluiting voor onbepaalde tijd

In een woning (+ bijbehorende erven) wordt drugshandel t.a.v. softdrugs geconstateerd met een handelsvoorraad van meer dan 30 gram of 20 of meer hennepplanten

1e constatering:

3 maanden sluiting

2e constatering:

6 maanden sluiting

3e constatering:

12 maanden sluiting

4e constatering:

sluiting voor onbepaalde tijd

In een woning (+ bijbehorende erven) wordt grootschalige drugshandel t.a.v. softdrugs geconstateerd met een handelsvoorraad van 1000 planten en/of 5000 gram.

1e constatering:

6 maanden sluiting

2e constatering:

12 maanden sluiting

3e constatering:

sluiting voor onbepaalde tijd

ad III Niet gedoogde verkooppunten van drugs: de drugshandel in (al dan niet voor het publiek opengestelde) lokalen dan wel in of bij zodanige behorende erven.

Onder de in deze rubriek bedoelde panden vallen de voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals winkels en horecabedrijven) en de niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals loodsen, magazijnen en andere bedrijfsruimten). Drugshandel in of bij lokalen vormt eveneens een ernstige aantasting van de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid. Daarbij legt een illegaal verkooppunt een zware druk de omgeving. Zeker in woongebieden wordt de aanwezigheid daarvan als zeer belastend ervaren. Illegale verkooppunten (de drugshandel zoals dat hierboven is gedefinieerd) vormen een bedreiging voor de sociale veiligheid in de buurt en leiden vaak tot verloedering van het straatbeeld.

Sluitingstermijnen:

De niet gedoogde verkooppunten van drugs worden gesloten in de volgende gevallen:

-harddrugs in niet gedoogde verkooppunten van drugs

Bij een eerste constatering dat in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen -niet zijnde feitelijk bewoonde woningen - en daarbij behorende erven drugshandel t.a.v. harddrugs wordt geconstateerd met een handelsvoorraad van > 0,5 gram (voor GHB geldt een hoeveelheid van 5 ml.), dan wordt het pand gesloten voor de duur van 12 maanden (minimaal). Bij een tweede constatering, binnen twee jaar na de eerste constatering wordt het pand gesloten voor onbepaalde tijd.

Overtreding:

Sluiting:

In een al dan niet voor het publiek toegankelijk lokaal, niet zijnde bewoonde woning (+ bijbehorende erven) wordt drugshandel ten aanzien van harddrugs geconstateerd met een handelsvoorraad van < 0,5 gram (voor GHB geldt een hoeveelheid van 5ml.)

1e constatering:

12 maanden sluiting (minimaal)

2e constatering:

sluiting voor onbepaalde tijd

-softdrugs in niet gedoogde verkooppunten van drugs

Bij een eerste constatering dat in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen -niet zijnde feitelijk bewoonde woningen - en daarbij behorende erven drugshandel ten aanzien van softdrugs wordt geconstateerd, wordt het pand gesloten voor de duur van 6 maanden. Bij een tweede constatering binnen twee jaar na de eerste constatering wordt een sluiting van 12 maanden bevolen. Bij de derde constatering binnen twee jaar na de tweede constatering, vindt een sluiting plaats voor onbepaalde tijd.

Overtreding:

Sluiting:

In een al dan niet voor publiek toegankelijk lokaal, niet zijnde coffeeshop (+ bijbehorende erven) wordt drugshandel t.a.v. softdrugs geconstateerd

1e constatering:

6 maanden sluiting

2e constatering:

12 maanden sluiting

3e constatering:

sluiting voor onbepaalde tijd

5.Cumulatie

Bij cumulatie van op te leggen maatregelen is de zwaarst gestelde maatregel van toepassing of kan worden afgeweken van het beleid. Indien er sprake is van handel in zowel soft- als harddrugs, wordt de sanctie opgelegd die geldt bij de constatering van handel in harddrugs.

Indien handel in softdrugs wordt geconstateerd nadat er al een sanctie is opgelegd voor handel in harddrugs, wordt de sanctie opgelegd die hoort bij de tweede of volgende constatering van handel in softdrugs.

Indien handel in harddrugs wordt geconstateerd nadat er al een sanctie is opgelegd voor handel in softdrugs, wordt de sanctie opgelegd die hoort bij de tweede of volgende constatering van handel in harddrugs.

6.Afwijkingsbevoegdheid

In beginsel wordt overeenkomstig de bovenstaande beleidsregels besloten. De burgemeester kan op basis van feiten en omstandigheden in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de maatregelen zoals deze zijn vastgesteld in het onderhavige beleid (artikel 4:84 Awb, de zgn. inherente afwijkingsbevoegdheid). Afwijken kan indien het toepassen van het beleid voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben, die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Dit kan dan leiden tot het toepassen van een minder zware sanctie dan de sanctie die normaal zou worden opgelegd.

Als er verzwarende feiten en omstandigheden zijn, kan dat ook betekenen dat bijvoorbeeld een stap wordt overgeslagen of voor een langere periode wordt gesloten. Bij het bepalen van de sanctie wordt rekening gehouden met de feiten en omstandigheden van de situatie. De onderstaande lijst van indicatoren is daarvoor een hulpmiddel.

-De belangrijkste feiten en omstandigheden die kunnen worden aangemerkt als verzwarende omstandigheden, staan in onderstaande indicatorenlijst vermeld. De indicatorenlijst heeft een alternatief en geen cumulatief karakter. Ook op basis van één of enkele indícatoren kan worden aangenomen dat er verzwarende omstandigheden zijn. De indicatorenlijst is nadrukkelijk een hulpmiddel. Deze opsomming is niet limitatief. Voor toepassing van de maatregel moet uiteraard altijd eerst gekeken worden of voldaan wordt aan de criteria van artikel 13b Opiumwet en de voorwaarden zoals gesteld in dit beleid.

-Indicatorenlijst

  • -

    Signalen die duiden op bedrijfsmatigheid, zoals de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal, grote som(men) (handels) geld, weegschaal, assimilatielampen e.d.;

  • -

    (NB: bijlage 1 van de Aanwijzing Opiumwet kan gebruikt worden voor een indicatie van de mate van professionaliteit van de teelt van cannabis).

  • -

    Er is sprake van diefstal van stroom;

  • -

    Er is sprake van drugshandel met minderjarigen;

  • -

    Er is sprake van gewelds- of andere openbare orde delicten;

  • -

    Er is sprake van één of meer (vuur)wapen(s)/verboden wapenbezit en/of munitie als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie;

  • -

    Antecedenten bij eigenaren of gebruikers (hierbij moet met name gedacht worden aan

  • -

    antecedenten t.a.v. de Opiumwet, of de Wet Wapens en Munitie, maar ook antecedenten op het

  • -

    gebied van geweld jegens personen of zaken, zoals mishandeling, bedreiging, vernieling of diefstal e.d. kunnen een rol spelen);

  • -

    Er is sprake van eerdere overtreding(en) van de Opiumwet op andere locaties;

  • -

    Er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld in lijst I en lijst II Opiumwet;

  • -

    De mate van gevaar voor de omgeving, mate van risico voor omwonenden;

  • -

    De mate van overlast;

  • -

    Aannemelijkheid dat behalve de locatie nog één of meer locaties betrokken zijn bij drugshandel in georganiseerd verband of als aanwezigheid van drugs hierop duidt of

  • -

    Overige feiten of omstandigheden die duiden op drugshandel in georganiseerd verband.

7.Inwerkingtreding

Dit handhavingsbeleid treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking.

8.Overgangsbepaling

Een eerdere overtreding wordt meegenomen bij het bepalen van de sanctie, ook als ten tijde van die overtreding dit beleid nog niet gold. Indien na inwerkingtreding van dit beleid op een locatie opnieuw een overtreding wordt geconstateerd, geldt dit dus als een volgende constatering. De daarbij behorende sanctie volgens dit beleid is dan van toepassing.

Aldus vastgesteld op (….) te Heesch,

De burgemeester van gemeente Bernheze,

drs. M.A.H. Moorman

Bijlage 1: handhavingsarrangement ten behoeve van het beleid inzake de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet, gemeente Bernheze

Definitie:

In de context van artíkel 13b Opiumwet is drugshandel: de verkoop, verstrekking of aflevering dan wel daartoe aanwezigheid van drugs in een pand en de daarbij behorende erven.

Het is van belang om bij het beleid inzake de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet een handhavingarrangement op te nemen.

In bijgaand handhavingarrangement staat beschreven onder welke omstandigheden en op welke wijze gebruik zal worden gemaakt van de bestuurlijke bevoegdheden bij drugshandel.

In dit handhavingarrangement worden de bestuursrechtelijke instrumenten benoemd, met de wetenschap dat in de meest voorkomende zaken er ook strafrechtelijk zal worden opgetreden. De verantwoordelijkheid daarvoor berust bij het Openbaar Ministerie.

De voordelen van een handhavingarrangement op een rij:

  • -

    Het maakt het beleid en de te ondernemen stappen duidelijk voor alle betrokkenen

  • -

    Het maakt inzichtelijk wat de consequenties zijn van het (herhaald) overtreden van de regels

  • -

    Het maakt het makkelijker om succesvol te kunnen handhaven: een arrangement zorgt ervoor dat je juridisch sterker staat.

Er wordt concreet per soort van overtreding aangegeven, welke middel wordt ingezet.

Strafrechtelijk element Opiumwet

De meest ernstige strafbare handeling volgens de Opiumwet is het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van drugs (zowel harddrugs als softdrugs). Een geringere strafbaarheid betreft het bezit (meer dan de toegestane gebruikershoeveelheid), vervaardigen, verkopen en/of vervoeren van hard- en softdrugs. De vervolging in deze range van strafbare feiten zal door het Openbaar Ministerie krachtig worden uitgevoerd.

Het bezit van uitsluitend een gebruikershoeveelheid, dat is maximaal 0,5 gram voor harddrugs (voor GHB geldt een hoeveelheid van 5 ml.) en 5 gram voor softdrugs, wordt doorgaans niet vervolgd. Aan de hand van deze prioriteiten handhaaft het OM de Opiumwet.

Het Openbaar Ministerie heeft niet de mogelijkheid om te beletten dat een pand waarin of waar vanuit gehandeld werd in drugs, weer wordt gebruikt voor dit doel. In dit laatste geval is de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet aan zet.

Bestuursrechtelijk element Opiumwet

Omdat de Opiumwet geen mogelijkheid biedt om gemeentelijke toezichthouders aan te wijzen, is de burgemeester vaak afhankelijk van informatie uit opsporingsonderzoeken.

Deze informatie dient de burgemeester te worden verstrekt in het kader van zijn taak met betrekking tot de openbare orde (waaronder ook artikel 13b Opiumwet).

De politie rapporteert aan de burgemeester, indien is geconstateerd dat in strijd met het gedoogbeleid of de Opiumwet in al dan niet voor het publiek toegankelijke panden drugshandel plaatsvindt of heeft plaatsgevonden.

Casuïstiek

Politie

Gemeente

In een woning (+bijbehorende erven) wordt harddrugs geconstateerd met een handelsvoorraad van >0,5 gram (voor GHB geldt een hoeveelheid van 5 ml.).

Rapport van bevindingen

opmaken voor de gemeente

en PV voor het OM

1e constatering:

3 maanden sluiting

2e constatering:

6 maanden sluiting

3e constatering:

sluiting voor onbepaalde tijd

In een woning (+bijbehorende erven)

wordt grootschalige handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen van > 1000 gram en/of 2000 pillen

Rapport van bevindingen

opmaken voor de gemeente

en PV voor het OM

1e constatering:

6 maanden sluiting

2e constatering:

12 maanden sluiting

3e constatering:

sluiting voor onbepaalde tijd

In een woning (+bijbehorende erven) wordt drugshandel t.a.v. softdrugs geconstateerd met een handelsvoorraad van minder dan 30 gram of 5 tot 20 hennepplanten.

Rapport van bevindingen

opmaken voor de gemeente

en PV voor het OM

1e constatering:

Bestuurlijke waarschuwing

2e constatering:

3 maanden sluiting

3e constatering:

6 maanden sluiting

4e constatering:

12 maanden sluiting

In een woning (+bijbehorende erven) wordt drugshandel t.a.v. softdrugs geconstateerd met een handelsvoorraad van meer dan 30 gram of 20 of meer hennepplanten

Rapport van bevindingen

opmaken voor de gemeente

en PV voor het OM

1e constatering:

3 maanden sluiting

2e constatering:

6 maanden sluiting

3e constatering:

12 maanden sluiting

4e constatering:

sluiting voor onbepaalde tijd

In een woning (+bijbehorende erven) wordt grootschalige drugshandel t.a.v. softdrugs geconstateerd met een handelsvoorraad van 1000 planten en/of 5000 gram

Rapport van bevindingen

opmaken voor de gemeente

en PV voor het OM

1e constatering:

6 maanden sluiting

2e constatering:

12 maanden sluiting

3e constatering:

sluiting voor onbepaalde tijd

In een al dan niet voor het publiek toegankelijke lokaal, niet zijnde bewoonde woning (+bijbehorende erven) wordt drugshandel ten aanzien van harddrugs geconstateerd

met een handelsvoorraad van > 0,5 gram (voor GHB geldt een

hoeveelheid van 5 ml.)

Rapport van bevindingen

opmaken voor de gemeente

en PV voor het OM

1e constatering:

12 maanden sluiting (minimaal)

2e constatering:

sluiting voor onbepaalde tijd

In een al dan niet voor het publiek toegankelijke lokaal, niet zijnde coffeeshop (+bijbehorende erven)

wordt drugshandel t.a.v. softdrugs geconstateerd.

Rapport van bevindingen

opmaken voor de gemeente

en PV voor het OM

1e constatering:

6 maanden sluiting

2e constatering:

12 maanden sluiting

3e constatering:

sluiting voor onbepaalde tijd