Gemeenschappelijke Regeling Vuilverbrandingsinstallatie Alkmaar en Omstreken

Geldend van 20-05-1996 t/m 27-11-2017

Intitulé

Gemeenschappelijke Regeling vuilverbrandingsinstallatie Alkmaar en Omstreken

HOOFDSTUK I INSTELLING VAN EEN OPENBAAR LICHAAM

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;

het lichaam: het openbaarlichaam, bedoeld in artikel 2;

gemeenten: de aan deze regeling deelnemende gemeenten;

gemeentebesturen: de raden van de gemeenten, ieder voor zover zij ter zake bevoegd zijn;

algemene raad: het orgaan, bedoeld in artikel 8;

dagelijks bestuur: het orgaan, bedoeld in artikel 17;

gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland;

afvalstoffen: alle afvalstoffen met uitzondering van brandbare, agressieve of giftige explosieven.

Artikel 2
  • 1. Er is een openbaar lichaam, als bedoeld in artikel 8, lid 1 van de wet, genaamd: "Vuilverbrandingsinstallatie Alkmaar en Omstreken".

  • 2. Het lichaam is gevestigd te Alkmaar.

HOOFDSTUK II BELANG EN BEVOEGDHEDEN VAN HET LICHAAM

Artikel 3
  • 1. De gemeenschappelijke regeling wordt getroffen ter behartiging van het belang van de verwerking van de door de deelnemende gemeenten ingevolge de Afvalstoffenwet verkregen afvalstoffen.

  • 2. Het lichaam tracht dit te bereiken door de oprichting en instandhouding van een vuilverbrandingsinstallatie in de gemeente Alkmaar met inbegrip van een stortplaats voor niet voor verbranding in deze installatie in aanmerking komende afvalstoffen, die in deze regeling te zamen worden aangeduid als "de installatie".

  • 3. De bestuursorganen van het lichaam oefenen de bevoegdheden uit, die ingevolge de Afvalstoffenwet voor de verwerking van afvalstoffen aan de raden der deelnemende gemeenten zijn opgedragen.

Artikel 4

Aan de bestuursorganen van het lichaam behoren met betrekking tot het in artikel 3 omschreven belang overigens alle bevoegdheden zowel van regeling als van bestuur, welke de wet aan de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten toekent, met uitzondering van de bevoegdheid

andere belastingen te heffen dan bedoeld in artikel 277 der gemeentewet.

Artikel 5
  • 1. De deelnemende gemeenten zijn verplicht de huishoudelijke en daarmee gelijk te stellen afvalstoffen, waarover zij de beschikking verkrijgen, aan de installatie af te leveren.

  • 2. Afvalstoffen, die rechtstreeks door particulieren of particuliere instellingen aan de installatie worden aangeboden, worden in ontvangst genomen tegen een door de algemene raad te bepalen vergoeding per gewicht of per hoeveelheid.

  • 3. Door of namens het dagelijks bestuur kunnen voorschriften worden gegeven ten aanzien van de wijze, waarop de afvalstoffen moeten worden aangeboden.

Artikel 6
  • 1. De verdeling van de uit artikel 4 voortvloeiende bevoegdheden tussen de algemene raad, het dagelijks bestuur en de voorzitter zal, behoudens de in deze regeling aangegeven uitzonderingen en met inachtneming van het bepaalde in artikel 33 lid 1 van de wet, zijn zoals deze in de wet is of zal worden geregeld ten aanzien van onderscheidenlijk de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester.

  • 2. Bij de uitoefening door de bestuursorganen van de hun toekomende bevoegdheden vinden de voor de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester in de wet gestelde regelen zoveel mogelijk overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK III SAMENSTELLING EN INRICHTING VAN HET BESTUUR

Paragraaf 1 Algemene bepaling
Artikel 7

De bestuursorganen van het lichaam zijn een algemene raad, een dagelijks bestuur en een voorzitter.

Paragraaf 2 De algemene raad
Artikel 8
  • 1. De raad van elk der deelnemende gemeenten benoemt voor elke zittingsperiode één van zijn leden of de burgemeester der gemeente tot lid van de algemene raad.

  • 2. Indien het aantal inwoners van een deelnemende gemeente meer dan 50.000 bedraagt, benoemt de raad dezer gemeente uit zijn midden bovendien zoveel leden als het naar bovenop gehele getallen afgeronde aantal malen, dat 50.000 is begrepen in het totale aantal inwoners van die gemeente.

  • 3. De raad benoemt voor elk lid uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, een plaatsvervangend lid.

  • 4. De door een deelnemende gemeente benoemde leden brengen in de vergadering van de algemene raad gezamenlijk zoveel stemmen uit als het naar boven op gehele getallen afgeronde aantal malen, dat 1000 is begrepen in het totale aantal inwoners van die gemeente. De raad der deelnemende gemeenten bepaalt in het geval, bedoeld in lid 2, tevens op welke wijze het stemrecht door de door hem benoemde leden zal worden uitgeoefend.

  • 5. Indien het aantal door de door een deelnemende gemeente benoemde leden uit te brengen stemmen het gezamenlijke aantal stemmen van de overige leden overtreft wordt het eerstbedoelde aantal stemmen teruggebracht tot het gezamenlijke aantal stemmen van de overige leden, verminderd met één.

Artikel 9
  • 1. De leden en de plaatsvervangende leden van de algemene raad worden benoemd voor een periode, welke overeenkomt met de zittingsperiode van de leden van de gemeenteraden.

  • 2. De benoeming bij periodieke aftreding geschiedt binnen een maand na de eerste vergadering van de gemeenteraden in hun nieuwe samenstelling.

  • 3. De aftredenden kunnen worden herbenoemd, voor zover zij voldoen aan het bepaalde in artikel 8 van deze regeling.

  • 4. In geval van periodiek aftreden blijven de aftredende leden en de plaatsvervangende leden lid, onderscheidenlijk plaatsvervangend lid van de algemene raad totdat in hun opvolging is voorzien.

Artikel 10
  • 1. Een lid of een plaatsvervangend lid, dat behoudens in het geval van periodieke aftreding ophoudt lid van de raad of burgemeester van de betrokken deelnemende gemeente te zijn danwel wiens benoeming door de raad dier gemeente is ingetrokken, houdt tevens op lid of plaatsvervangend lid van de algemene raad te zijn.

  • 2. Een lid of een plaatsvervangend lid van de algemene raad kan te allen tijde ontslag nemen.

  • 3. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad, die hem heeft benoemd en aan de voorzitter van de algemene raad.

  • 4. Hij, wiens lidmaatschap is geëindigd, blijft zijn functie waarnemen tot in zijn opvolging is voorzien.

Artikel 11
  • 1. De benoeming ter vervulling van een plaats in de algemene raad, welke buiten periodieke aftreding is opengevallen, geschiedt binnen twee maanden na dat openvallen.

  • 2. Hij, die ter vervulling van een buiten periodieke aftreding opengevallen plaats tot lid of plaatsvervangend lid in de algemene raad is benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop degene, in wiens plaats hij is benoemd, zou moeten aftreden.

Artikel 12

Van elke benoeming tot lid of plaatsvervangend lid van de algemene raad geeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, waar de benoeming heeft plaatsgehad, binnen acht dagen kennis aan de voorzitter van de algemene raad.

Artikel 13
  • 1. De algemene raad vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur het nodig oordeelt danwel het door een vijfde van het aantal leden, waaruit de algemene raad bestaat schriftelijk, met opgave van redenen, wordt verzocht.

  • 2. De oproepingen voor de vergaderingen van de algemene raad worden spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste acht dagen vóór het houden van de vergaderingen aan de leden van de algemene raad toegezonden. Zij vermelden zoveel mogelijk de aangelegenheden, waarvoor de vergadering is belegd.

  • 3. Het bepaalde in de artikelen 46 tot en met 48, 52 tot en met 59 en 72, tweede, derde en vierde lid van de gemeentewet is ten aanzien van de vergaderingen van de algemene raad van overeenkomstige toepassing.

  • 4. De vergaderingen van de algemene raad zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde deel der aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

  • 5. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd noch een besluit worden genomen over de begroting, de wijziging daarvan en de jaarrekening.

  • 6. In een besloten vergadering kan geen besluit genomen worden over:

    • a.

      afschrijvingsregelingen;

    • b

      voorstellen tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling;

    • c.

      toetreding van gemeenten.

Artikel 14

De algemene raad stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast, dat aan de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten wordt medegedeeld.

Artikel 15

De oproepingen voor de vergaderingen van de algemene raad worden tenminste acht dagen tevoren, onder toevoeging van de agenda en het ontwerp van de notulen van de vorige vergadering van de

algemene raad, tevens ter kennis gebracht van de besturen der deelnemende gemeenten.

Artikel 16

De leden van de algemene raad en het dagelijks bestuur kunnen een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten ontvangen. De algemene raad stelt daarvoor een regeling vast, die aan gedeputeerde staten wordt toegezonden.

Paragraaf 3 Het dagelijks bestuur
Artikel 17
  • 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en vier andere leden, door de algemene raad uit zijn midden te benoemen.

  • 2. In dit bestuur mag van een deelnemende gemeente slechts één lid zitting hebben.

Artikel 18
  • 1. De zittingsduur van de leden van het dagelijks bestuur is gelijk aan die van de leden van de algemene raad, met dien verstande dat in geval van periodiek aftreden van de leden van de algemene raad het alsdan zitting hebbende dagelijks bestuur aftreedt direct nadat een nieuw dagelijks bestuur is gekozen. De aftredenden kunnen worden herbenoemd, voor zover zij voldoen aan het bepaalde in artikel 17 van deze regeling.

  • 2. Hij die ophoudt lid van de algemene raad te zijn, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur, onverminderd het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 19

De benoeming van de leden van het dagelijks bestuur na periodiek aftreden geschiedt in de eerste vergadering van de algemene raad in zijn nieuwe samenstelling.

Artikel 20
  • 1. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen.

  • 2. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de algemene raad.

  • 3. Hij, wiens lidmaatschap is geëindigd, blijft zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien.

Artikel 21
  • 1. De benoeming ter vervulling van een plaats in het dagelijks bestuur, welke buiten de periodieke aftreding is opengevallen, geschiedt binnen drie maanden na dat openvallen.

  • 2. Hij, die ter vervulling van een buiten periodieke aftreding opengevallen plaats tot lid van het dagelijks bestuur is benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop degene, in wiens plaats hij is benoemd, zou moeten aftreden.

Artikel 22
  • 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of het door een ander lid van het dagelijks bestuur schriftelijk wordt gevraagd.

  • 2. Besluiten van het dagelijks bestuur worden met meerderheid van stemmen genomen; elk lid heeft één stem.

Artikel 23

Onverminderd hetgeen overigens bij deze regeling is bepaald, behoren tot de competentie van het dagelijks bestuur:

  • a.

    het voorbereiden en uitvoeren van de besluiten van de algemene raad;

  • b.

    het kopen, vervreemden of bezwaren van roerende goederen;

  • c.

    het huren, pachten, verhuren en verpachten van roerende goederen;

  • d.

    het voeren van rechtsgedingen, het berusten in tegen het lichaam ingestelde rechtsvorderingen en het treffen van dadingen;

  • e.

    het aangaan van rekening-courantovereenkomsten en van kasgeldleningen, alsmede het beleggen van gelden, een en ander voor zover de algemene raad het dagelijks bestuur daartoe heeft gemachtigd, zulks met inachtneming van het bepaalde in de Wet financiering lagere overheden.

Paragraaf 4 De voorzitter
Artikel 24
  • 1. De voorzitter wordt gekozen door en uit de algemene raad.

  • 2. De voorzitter leidt de vergaderingen van de algemene raad en het dagelijks bestuur.

  • 3. De voorzitter ondertekent mede alle stukken die van de algemene raad en het dagelijks bestuur uitgaan.

  • 4. De voorzitter vertegenwoordigt het lichaam in alle rechtsgedingen en bij alle buitengerechtelijke rechtshandelingen.

  • 5. In gedingen of bij rechtshandelingen met de gemeente, die vertegenwoordigd wordt door de voorzitter, treedt in zijn plaats de plaatsvervangend voorzitter.

  • 6. Het dagelijks bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan, die als zodanig tevens optreedt in de algemene raad.

Paragraaf 5 De secretaris
Artikel 25
  • 1. Als secretaris fungeert een in overleg met het dagelijks bestuur aan te wijzen medewerk(ster) van de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland Alkmaar.

  • 2. De secretaris heeft in de vergaderingen van de algemene raad en van het dagelijks bestuur een adviserende stem en is de algemene raad, het dagelijks bestuur en de voorzitter in alles, wat hun taak betreft, behulpzaam.

  • 3. Hij maakt een verslag van het in de vergaderingen van de algemene raad en het dagelijks bestuur verhandelde.

  • 4. De secretaris ondertekent mede alle stukken die van de algemene raad en het dagelijks bestuur uitgaan.

HOOFDSTUK IV INLICHTING; VERANTWOORDING EN TERUGROEPING

Paragraaf 1 Relaties dagelijks bestuur - algemene raad
Artikel 26
  • 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, te zamen en ieder afzonderlijk, aan de algemene raad verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.

  • 2. Zij geven - te zamen danwel afzonderlijk - aan de algemene raad, wanneer deze raad of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen op de wijze te regelen in het reglement van orde.

  • 3. De raad, die een vertegenwoordiger in de algemene raad heeft aangewezen, heeft de bevoegdheid dit door hem aangewezen lid te ontslaan indien dit lid het vertrouwen van die raad niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 7, lid 2 van de Wet Arob niet van toepassing.

Paragraaf 2 Relaties dagelijks bestuur en algemen raad - raden van de deelnemende gemeenten
Artikel 27

De algemene raad en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden verlangd op de wijze te regelen in het reglement van orde.

Paragraaf 3 Relaties leden van de algemene raad - deelnemende gemeenten
Artikel 28
  • 1. Een lid van de algemene raad verschaft aan de raad, die hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door die raad, of een of meer leden daarvan, worden verlangd op de wijze te regelen in het reglement van orde.

  • 2. Een lid van de algemene raad is verantwoording verschuldigd aan de raad die hem heeft aangewezen, voor het door hem in de algemene raad gevoerde beleid op de wijze te regelen in het reglement van orde.

HOOFDSTUK V Het personeel

Artikel 29
  • 1. De dagelijkse leiding van de installatie wordt opgedragen aan de directeur van de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland te Alkmaar, die ten aanzien van de uitoefening van deze taak verantwoording schuldig is aan het dagelijks bestuur. De algemene raad kan voor hem een instructie vaststellen.

  • 2. Het voor de exploitatie van de installatie benodigde personeel wordt door de gemeente Alkmaar na voorafgaand overleg met het dagelijks bestuur ter beschikking van het lichaam gesteld. Dit personeel blijft in dienst van de gemeente Alkmaar.

HOOFDSTUK VI FINANCIELE BEPALINGEN

Artikel 30
  • 1. De financiële administratie van het lichaam wordt verzorgd door de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland te Alkmaar.

  • 2. De boekhouding en het kasbeheer van het lichaam worden opgedragen aan de controller van de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland te Alkmaar.

  • 3. De algemene raad stelt regelen met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer van het lichaam.

Artikel 31

De kosten van de door de gemeente Alkmaar en de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland te Alkmaar of haar personeel aan het lichaam verstrekte diensten en de overige, door die gemeente of die N.V. op verzoek van het dagelijks bestuur voor het lichaam gemaakte kosten worden door het lichaam aan de gemeente Alkmaar of de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland te Alkmaar vergoed.

Artikel 32

De deelnemende gemeenten zijn gezamenlijk garant voor de richtige betaling van rente en aflossing van de door het lichaamgesloten leningen en van de sommen, welke het lichaam in rekening-courant opneemt, alsmede van door anderen aangegane leningen die door het lichaam worden gegaranderd, naar verhouding van het inwonertal op 1 januari, voorafgaande aan het jaar, waarin voor de eerste maal de rente en aflossing is verschuldigd, uitgedrukt in een veelvoud van 1000 naar boven afgerond en zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Artikel 33

Indien en voor zover zulks bij de aanvang of tijdens de bouw der installatie nodig is, wordt door de gemeente Alkmaar en eventuele andere gemeenten aan het lichaam één of meer leningen verstrekt op nader tussen deze gemeenten en het lichaam overeen te komen voorwaarden.

Artikel 34

Het boekjaar van het lichaam omvat het tijdvak van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 35
  • 1. Ten aanzien van de begrotingsprocedure en de procedure tot wijziging van de begroting is het bepaalde in artikel 35 van de wet van overeenkomstige toepassing.

  • 2. De begroting van het lichaam wordt vastgesteld door de algemene raad uiterlijk 1 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt.

Artikel 36

De algemene raad stelt de jaarrekening uiterlijk 1 juli volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, voorlopig vast. De jaarrekening gaat vergezeld van het beredeneerd verslag omtrent de exploitatie van de installatie en al hetgeen te dier zake in het afgelopen jaar is verricht, zomede het in artikel 265 van de gemeentewet bedoelde verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid der rekening, ingesteld door de hiertoe door de algemene raad aangewezen deskundige(n).

Artikel 37

De besturen van de deelnemende gemeenten ontvangen binnen één maand bericht van de vaststelling en de goedkeuring van de begroting en van de wijzigingen daarvan, van de voorlopige vaststelling en de sluiting van de rekening en van het sluiten van geldleningen, als bedoeld in artikel

33.

Artikel 38
  • 1. De uit deze regeling voortvloeiende kosten, zijnde het nadelig verschil tussen de baten en lasten van het lichaam, worden door de gemeenten gedragen naar rato van het gewicht van de afvalstoffen, die zij aan de installatie hebben afgeleverd.

  • 2. De gemeenten betalen bij het begin van ieder kwartaal een kwart van het aandeel in de geraamde kosten, vermeld in de staat, behorende bij de begroting van baten en lasten.

  • 3. Binnen één maand, nadat de rekening van baten en lasten voorlopig door de algemene raad is vastgesteld, vindt verrekening plaats van de ingevolge het vorige lid betaalde bedragen en de krachtens de voorlopig vastgestelde rekening verschuldigde bedragen.

  • 4. De definitieve verrekening vindt plaats binnen één maand, nadat het besluit van gedeputeerde staten, houdende vaststelling van de rekening van baten en lasten, aan de raden der gemeenten is gezonden.

HOOFDSTUK VII TOETREDING

Artikel 39
  • 1. Voor toetreding van een gemeente is behalve een besluit van de raad van die gemeente een voorafgaande toestemming van de algemene raad vereist. Aan deze toestemming kan de algemene raad voorschriften verbinden.

  • 2. De toetreding gaat in op 1 januari van het jaar, volgende op dat, waarin op het besluit tot toetreding de door de wet voorgeschreven goedkeuring is verkregen en de inschrijving in de registers, bedoeld in artikel 27 van de wet heeft plaatsgevonden, tenzij de algemene raad anders bepaalt.

HOOFDSTUK VIII UITTREDING

Artikel 40
  • 1. Indien een der deelnemende gemeenten als deelnemer wil uittreden, kan zulks geschieden bij daartoe strekkend besluit van de raad van die gemeente.

  • 2. Een besluit tot uittreding kan voor het eerst worden genomen in het vijfde kalenderjaar na dat van toetreding en vervolgens elk jaar.

  • 3. Een besluit tot uittreding treedt in werking op 1 januari van het tweede jaar, volgende op dat, waarin het de door de wet voorgeschreven goedkeuring heeft verkregen en de inschrijving in de registers, bedoeld in artikel 27 van de wet heeft plaatsgevonden.

  • 4. In bijzondere gevallen kan de algemene raad afwijking van de in het vorige lid gestelde termijn toestaan.

  • 5. Een uittredende gemeente blijft gedurende vijf jaar na uittreding gehouden een aandeel in de rente- en afschrijvingslasten, verbonden aan de door het lichaam vóór de uittreding gedane

    investeringen, te betalen. Dit aandeel wordt afgeleid van het deel der rente- en afschrijvingslasten, dat geacht kan worden door de uittredende gemeente in het aan de uittreding voorafgaande jaar overeenkomstig het bepaalde in artikel 38 te zijn gedragen en bedraagt achtereenvolgens 75%, 60%, 45%, 30% en 15% van dat deel.

HOOFDSTUK IX WIJZIGING EN OPHEFFING VAN DE REGELING

Paragraaf 1 wijziging
Artikel 41
  • 1. Wijziging van deze regeling kan geschieden, de algemene raad gehoord, bij besluit van de raden van tenminste tweederde van het aantal deelnemende gemeenten, die tenminste de helft van het aantal stemmen van de algemene raad vertegenwoordigen.

  • 2. De wijziging treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de goedkeuring van gedeputeerde staten is verkregen en de inschrijving in de registers als bedoeld in artikel 27 van de wet heeft plaatsgevonden.

Paragraaf 2 opheffing
Artikel 42
  • 1. Opheffing van de regeling geschiedt bij besluit van de raden van tenminste tweederde van het aantal deelnemende gemeenten, die tenminste de helft van het aantal stemmen van de algemene raad vertegenwoordigen.

  • 2. De opheffing gaat in op 1 januari van het tweede jaar, volgende op dat, waarin de inschrijving in de registers als bedoeld in artikel 27 van de wet heeft plaatsgevonden.

  • 3. Voor zover bij het besluit tot opheffing niet anders wordt bepaald, geschiedt de liquidatie door de algemene raad.

  • 4. Bij deze liquidatie kan de gemeente Alkmaar de installatie tegen de kostprijs, verminderd met de daarop toegepaste afschrijvingen, overnemen.

  • 5. De algemene raad bepaalt het aandeel van elke gemeente in het saldo van de liquidatierekening en houdt daarbij rekening met het bedrag dat door iedere deelnemende gemeente gedurende de laatste 3 jaren in de kosten van de vuilverbrandingsinstallatie is

    bijgedragen.

HOOFDSTUK X ARCHIEF

Artikel 43
  • 1. Ten aanzien van de archiefbescheiden van het lichaam zijn de voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer der archiefbescheiden, alsmede die omtrent het toezicht daarop, zoals die voor de gemeente Alkmaar zijn of nader zullen worden vastgesteld, van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Bij opheffing van de regeling worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Alkmaar.

HOOFDSTUK XI SLOTBEPALINGEN

Artikel 44
  • 1. Voor de toepassing van artikel 8 van deze regeling geldt als aantal inwoners het aantal volgens de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek op 1 januari, voorafgaande aan de zittingsperiode.

  • 2. Alle kosten, welke ten laste komen van het lichaam en gemaakt zijn vóór de inwerkingtreding van de installatie, worden geacht tot de stichtingskosten te behoren.

Artikel 45
  • 1. Deze gewijzigde regeling treedt in werking op 1 januari 1990 na goedkeuring door gedeputeerde staten en na inschrijving in de registers als bedoeld in artikel 27 van de wet. Zij is aangegaan voor onbepaalde tijd.

  • 2. Burgemeester en wethouders van Alkmaar zorgen ten aanzien van deze regeling voor de toezending als bedoeld in artikel 26 van de wet, aan gedeputeerde staten.

Artikel 46

Deze regeling kan worden aangehaald onder de titel "Gemeenschappelijke regelingvuilverbrandingsinstallatie Alkmaar en omstreken".