Parkeerverordening Lelystad 2017

Geldend van 05-04-2018 t/m heden

Intitulé

Parkeerverordening Lelystad 2017

De raad van de gemeente Lelystad,

op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 15 november 2016;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994,

B E S L U I T:

de Parkeerverordening Lelystad 2017 vast te stellen.

PARKEERVERORDENING LELYSTAD 2017.

AFDELING I. DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

ARTIKEL 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • b.

    motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip vanbrommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;

  • c.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande gebouwde en ongebouwde voorzieningen, terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

  • d.

    houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van hetparkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens;

  • e.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamel-parkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeer-apparatuur wordt verstaan;

  • f.

    parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats ten aanzien waarvan het parkeren geregeld wordt door parkeerapparatuur;

  • g.

    belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 of E11 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 of E11 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;

  • h.

    vergunning: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen, gedurende een bepaalde periode;

  • i.

    abonnement: een door het college van burgemeester en wethouders verleend abonnement, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren in een daartoe aangewezen met een slagboom afgesloten parkeergarage of op een daartoe aangewezen met een slagboom afgesloten parkeerterrein, gedurende een bepaalde periode;

  • j.

    parkeerbundel: een door het college van burgemeester en wethouders verleend abonnement, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren in een daartoe aangewezen met een slagboom afgesloten parkeergarage of op een daartoe aangewezen met een slagboom afgesloten parkeerterrein, waarbij maandelijks een bepaald aantal uren mag worden geparkeerd, waarbij de parkeertijd buiten dit abonnement wordt verrekend tegen het reguliere tarief;

  • k.

    parkeerkraskaart: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen in het op de parkeerkraskaart aangegeven gebied, gedurende een dag die op de parkeerkraskaart is opengekrast;

  • l.

    barcodedagkaart: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen, gedurende een vooraf aangegeven dag;

  • m.

    bezoekersdagvergunning: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen voor maximaal een dag een motorvoertuig te parkeren als bezoeker van een bewoner, die woonachtig is in een gebied waar sprake is van parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen;

  • n.

    uitrijkaart: een door het college van burgemeester en wethouders verleende kaart die het eenmalig uitrijden van een parkeergarage of een parkeerterrein mogelijk maakt;

  • o.

    dag: periode van 00.00 uur tot 24.00 uur;

    maand: een kalendermaand;

    kwartaal: drie aaneengesloten kalendermaanden;

    jaar: de periode van 1 april van enig jaar tot en met 31 maart van het daaropvolgende jaar;

  • p.

    vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;

  • q.

    abonnementhouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een abonnement is verleend;

  • r.

    autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden;

  • s.

    autodateplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate;

  • t.

    gehandicaptenvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het RVV 1990.

AFDELING II. PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, VERGUNNINGEN, VERGUNNINGBEWIJZEN EN ABONNEMENTEN

ARTIKEL 2
  • 1. Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten en/of gebieden aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college van burgemeester en wethouders kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 3.

  • 2. Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te maken besluit, met een slagboom afgesloten parkeergarages of parkeerterreinen aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren voor abonnementhouders. Het college van burgemeester en wethouders kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 3.

  • 3. Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te maken besluit, met een slagboom afgesloten parkeergarages of parkeerterreinen aanwijzen waar het gebruik van uitrijkaarten mogelijk is. Het college van burgemeester en wethouders kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 3.

  • 4. Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders, danwel abonnementhouders is toegestaan.

ARTIKEL 3
  • 1. Het college van burgemeester en wethouders kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning, abonnement of uitrijkaart verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen.

  • 2. Het college van burgemeester en wethouders kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning, abonnement of uitrijkaart.

  • 3. Het college van burgemeester en wethouders kan de volgende parkeerproducten verlenen:

    • a.

      het college van burgemeester en wethouders kan aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn een vergunning of abonnement, te noemen bewonersvergunning / bewonersabonnement verlenen (categorie I):

      • -

        het aantal te verlenen bewonersvergunningen / bewonersabonnementen, wordt verminderd met het aantal bij de woning behorende of zich op het grondgebied van de woning bevindende dan wel op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins ter beschikking van de bewoner staande stallingsplaatsen, gelegen binnen het vergunninggebied waarin aanvrager woonachtig is;

      • -

        per woonadres worden maximaal twee bewonersvergunningen / bewonersabonnementen verstrekt.

    • b.

      het college van burgemeester en wethouders kan aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn een vergunning of abonnement, te noemen bedrijfsvergunning / bedrijfsabonnement verlenen (categorie II):

      • -

        het aantal te verlenen bedrijfsvergunningen / bedrijfsabonnementen wordt verminderd met het aantal bij het bedrijf behorende of zich op het grondgebied van het bedrijf bevindende dan wel op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins ter beschikking van het bedrijf staande stallingsplaatsen, gelegen binnen het vergunninggebied / abonnementsgebied waarin aanvrager gevestigd is;

      • -

        per bedrijf worden, binnen de gebieden met betaald parkeren, maximaal twee bedrijfsvergunningen / bedrijfsabonnementen verstrekt.

    • c.

      het college van burgemeester en wethouders kan aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders/ abonnementhouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn een vergunning of abonnement verlenen (categorie III).

    • d.

      het college van burgemeester en wethouders kan aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig een vergunning, abonnement of uitrijkaart verlenen (categorie IV):

      • -

        een vergunning kan alleen worden afgegeven voor de gebieden waar vooraf betaald parkeren is ingevoerd en/of belanghebbendenplaatsen zijn ingericht;

      • -

        een abonnement, waaronder ook parkeerbundels worden verstaan, of uitrijkaart kan alleen worden afgegeven voor de gebieden waar achteraf betaald parkeren is ingevoerd, met uitzondering van de parkeerterreinen bij Bataviastad en de VOC-garage.

    • e.

      het college van burgemeester en wethouders kan aan een bewoner woonachtig in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van het parkeren van een motorvoertuig binnen dit gebied door een persoon die hem of haar bezoekt een vergunning in de vorm van een parkeerkraskaart, een bezoekersdagvergunning, een bezoekersvergunning of barcodedagkaart verlenen (categorie V).

      – per woonadres worden maximaal twee bezoekersvergunningen verstrekt.

    • f.

      het college van burgemeester en wethouders kan aan een instelling of persoon die zorg verleent binnen Lelystad en eigenaar of houder is van een motorvoertuig en die voor die zorgverlening structureel één of meer motorvoertuigen moet bezigen, voor het parkeren op parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen een vergunning of abonnement, te noemen zorgvergunning / zorgabonnement, verlenen (categorie VI).

    • g.

      het college van burgemeester en wethouders kan aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die als vrijwilliger werkzaam is voor de Bataviawerf, Het Flevolands Archief en Batavialand en/of de KNRM een abonnement verlenen (categorie VII).

    • h.

      het college van burgemeester en wethouders kan aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in De Stelling of die daar een beroep of bedrijf uitoefent een vergunning, te noemen een bewonersvergunning / bedrijfsvergunning De Stelling, verlenen (categorie VIII):

      • -

        het aantal te verlenen bewonersvergunningen / bedrijfsvergunningen De Stelling wordt verminderd met het aantal bij de woning/ het bedrijf behorende of zich op het grondgebied van de woning/ het bedrijf bevindende dan wel op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins ter beschikking van de bewoner/ het bedrijf staande stallingsplaatsen, gelegen in De Stelling;

      • -

        per adres in De Stelling worden maximaal twee bewonersvergunningen / bedrijfsvergunningen De Stelling verstrekt.

    • i.

      het college van burgemeester en wethouders kan aan een bewoner woonachtig op een adres in De Stelling of een bedrijf gevestigd in De Stelling en die voor zijn/haar bezoek een vergunning wenst te gebruiken een vergunning, te noemen een bezoekersvergunning De Stelling, verlenen (categorie IX):

      • -

        per adres in De Stelling worden maximaal twee bezoekersvergunningen De Stelling verstrekt.

    • j.

      Het college van burgemeester en wethouders kan aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent op een schip, dat is gelegen in de Bataviahaven en waarvoor een zomerabonnement dan wel een winterabonnement als bedoeld in de vigerende Verordening liggelden Bataviahaven is verstrekt, een vergunning, te noemen een vergunning Havendam Bataviahaven, verlenen (categorie X):

      • -

        per schip worden maximaal twee vergunningen Havendam Bataviahaven afgegeven;

      • -

        een vergunning Havendam Bataviahaven is alleen geldig gedurende de periode dat het schip waarvoor die vergunning is afgegeven in de Bataviahaven is gelegen;

      • -

        de geldigheidsduur van een vergunning Havendam Bataviahaven voor een schip is gekoppeld aan de geldigheidsduur van het zomerabonnement dan wel het winterabonnement als bedoeld in de vigerende Verordening liggelden Bataviahaven dat is afgegeven voor dat schip.

  • 4. De eigenaar of houder van een motorvoertuig die voldoet aan zowel de onder 3a. als onder 3b. genoemde voorwaarden wordt geacht te beantwoorden aan de onder 3a. genoemde voorwaarden.

  • 5. Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen een vergunning, een abonnement of uitrijkaart verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het derde lid genoemde vereisten.

  • 6. Aan de vergunning, het abonnement of de uitrijkaart kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop deze parkeerproducten van kracht zijn.

  • 7. Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te maken besluit, het maximum aantal uit te geven vergunningen, abonnementen of uitrijkaarten, per aaneengesloten gebied en per categorie aanpassen dan wel vaststellen.

  • 8. Het college van burgemeester en wethouders kan aan een vergunning, abonnement of uitrijkaart voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte, bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.

ARTIKEL 4
  • 1. Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning, abonnement of uitrijkaart.

  • 2. Het college van burgemeester en wethouders kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste acht weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

ARTIKEL 5
  • 1. Een vergunning of abonnement wordt per jaar dan wel een gedeelte van een jaar (maand of kwartaal) verleend.

  • 2. Een vergunning of abonnement bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      het gebied waarvoor de vergunning/ het abonnement geldt;

    • b.

      de periode waarvoor de vergunning/ het abonnement geldt;

    • c.

      de naam van de vergunninghouder/ abonnementhouder of het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning of het abonnement is verleend.

  • 3. De parkeerkraskaart bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      het gebied waarvoor de parkeerkraskaart geldt;

    • b.

      de dag waarvoor de parkeerkraskaart geldt zoals die open is gekrast.

ARTIKEL 6

Het college van burgemeester en wethouders kan een vergunning, abonnement of uitrijkaart intrekken of wijzigen:

  • a.

    op aanvraag van de vergunninghouder, abonnementhouder of houder van een uitrijkaart;

  • b.

    wanneer de vergunninghouder of abonnementhouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is verleend;

  • c.

    wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning, het abonnement of de uitrijkaart;

  • d.

    wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen of abonnementen komt te vervallen;

  • e.

    wanneer voor het betreffende gebied het gebruik van uitrijkaarten niet langer wordt toegestaan;

  • f.

    wanneer de vergunninghouder, abonnementhouder of houder van een uitrijkaart niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor deze parkeerproducten heeft voldaan;

  • g.

    wanneer de vergunninghouder, abonnementhouder of houder van een uitrijkaart handelt in strijd met de aan deze parkeerproducten verbonden voorschriften;

  • h.

    wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning, het abonnement of uitrijkaart onjuiste gegevens zijn verstrekt;

  • i.

    wanneer de vergunninghouder, abonnementhouder of houder van een uitrijkaart dit parkeerproduct vervalst of ter vervalsing heeft aangeboden dan wel sprake is van een andere vorm van misbruik;

  • j.

    om redenen van openbaar belang.

AFDELING III. VERBODSBEPALINGEN

ARTIKEL 7
  • 1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats of een autodateplaats slechts aan vergunninghouders of abonnementhouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:

    • a.

      zonder vergunning of abonnement;

    • b.

      zonder dat het motorvoertuig is voorzien van een duidelijk zichtbare vergunning;

    • c.

      in strijd met de aan de vergunning of het abonnement verbonden voorschriften.

  • 2. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

ARTIKEL 8

Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen dan wel met anderemunten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking testellen.

ARTIKEL 9
  • 1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te plaatsen of te laten staan:

    • a.

      op een parkeerapparatuurplaats;

    • b.

      op een belanghebbendenplaats.

  • 2. Het is verboden een (brom)fiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd.

  • 3. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

AFDELING IV. STRAFBEPALING

ARTIKEL 10

Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis vanten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie.

AFDELING V. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

ARTIKEL 11

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen personen.

ARTIKEL 12

Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening Lelystad 2017.

ARTIKEL 13
  • 1. Deze verordening treedt, onder gelijktijdige intrekking van de Parkeerverordening Lelystad 2016 van 15 december 2015, in werking op 1 januari 2017.

  • 2. Besluiten, genomen krachtens de Parkeerverordening Lelystad 2016 van 15 december 2015 die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Ondertekening

Lelystad, 16 januari 2018.
De raad van de gemeente Lelystad,
de griffier, de voorzitter,