Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Hillegom houdende regels omtrent de raadscommissie Verordening op de raadscommissie van Hillegom 2016

Geldend van 22-12-2018 t/m 17-12-2020

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Hillegom houdende regels omtrent de raadscommissie Verordening op de raadscommissie van Hillegom 2016

De raad van de gemeente Hillegom,

gelezen het voorstel van het presidium van 6 oktober 2016,

gelet op artikel 82 van de Gemeentewet,

besluit vast te stellen de volgende

Verordening op de raadscommissie van Hillegom 2016

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    brede fractie: een fractie inclusief de door die fractie voorgedragen en door de raad benoemde burgerleden;

  • b.

    burgerlid: lid van de raadscommissie, niet zijnde een raadslid;

  • c.

    driehoek: burgemeester, gemeentesecretaris en griffier;

  • d.

    fractie: een fractie als bedoeld in artikel 6 van het Reglement van orde voor de gemeenteraad;

  • e.

    griffier: de griffier of zijn plaatsvervanger;

  • f.

    lid: lid van de raadscommissie;

  • g.

    portefeuillehouder: burgemeester of wethouder.

Hoofdstuk 2: taken en samenstelling

Artikel 2 Taken

De raadscommissie heeft de volgende taken:

  • 1.

    het voorbereiden van besluitvorming door de raad. Die voorbereiding beoogt de raad technisch-inhoudelijk voldoende over het voorstel of onderwerp te informeren alsook over opinies die er met betrekking tot het voorstel of onderwerp leven;

  • 2.

    het voeren van overleg met het college of de burgemeester over door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur.

Artikel 3 Samenstelling

  • 1. De raadsleden zijn lid van de raadscommissie.

  • 2. De raad kan op voordracht van de fracties ook niet-raadsleden als lid benoemen (burgerleden).

  • 3. Per brede fractie mag het aantal burgerleden niet hoger zijn dan vier.

  • 4. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een burgerlid.

Artikel 4 Voorzitter

  • 1. De voorzitters van de raadscommissie worden door de raad uit zijn midden benoemd.

  • 2. De voorzitters fungeren als technisch voorzitter.

Artikel 5 Zittingsduur

  • 1. De zittingsperiode van een lid en voorzitter eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 2. Een lid houdt op lid te zijn als hij niet meer voldoet aan de in artikel 3, vierde lid, gestelde eisen of als de fractie op wiens voordracht hij is benoemd, niet langer vertegenwoordigd is in de raad.

  • 3. Een burgerlid houdt op lid te zijn, als de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd, dit schriftelijk aan de raad meedeelt.

  • 4. De raad kan een voorzitter en een burgerlid ontslaan.

  • 5. Een burgerlid en een voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat direct in.

Artikel 6 De griffier

  • 1. De griffier ondersteunt de raadscommissie.

  • 2. Hij is in iedere vergadering aanwezig en kan, als hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, deelnemen aan de beraadslagingen.

Hoofdstuk 3: Vergaderingen

Paragraaf 1 Vergaderfrequentie; voorbereidingen

Artikel 7 Vergaderfrequentie

De raadscommissie vergadert als de driehoek dit nodig oordeelt of als ten minste vier raadsleden schriftelijk met opgaaf van redenen hierom verzoeken. In het laatste geval wordt binnen 14 dagen na ontvangst van het verzoek een vergadering gehouden.

Artikel 8 Oproep en beschikbaarheid stukken

  • 1. De griffier zendt, na overleg in de driehoek, ten minste 7 dagen voor een vergadering –spoedeisende vergaderingen uitgezonderd - de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde oproep wordt gelijktijdig ter informatie verzonden aan de leden van het college. Zij worden geacht voor alle vergaderingen van de raadscommissie te zijn uitgenodigd.

  • 3. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep via het raadsinformatiesysteem aan eenieder beschikbaar gesteld. Stukken bedoeld in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet worden via het besloten raadsinformatiesysteem aan de leden beschikbaar gesteld.

  • 4. Als op een later tijdstip stukken beschikbaar worden gesteld, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.

  • 5. In spoedeisende gevallen kan de driehoek na het verzenden van de schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt aan de leden verzonden en openbaar gemaakt. De bijbehorende stukken worden gelijktijdig via het (besloten) raadsinformatiesysteem beschikbaar gesteld.

Artikel 9 Openbare kennisgeving

  • 1. Openbare vergaderingen worden op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door vermelding op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.

  • 2. De openbare kennisgeving vermeldt:

    • a.

      de datum, aanvangstijd en plaats en voorlopige agenda van de vergadering;

    • b.

      de wijze waarop en de plaats waar eenieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;

    • c.

      de mogelijkheid tot het bezoeken van het raadspreekuur en uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 13.

Paragraaf 2 Orde van de vergadering

Artikel 10 Presentielijst

Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid dat deelneemt aan de vergadering de presentielijst.

Artikel 11 Deelname aan de beraadslaging door anderen

  • 1. De vergadering kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

  • 2. Op degene die op grond van dit artikel is toegelaten deel te nemen aan de beraadslaging zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing.

Artikel 12 Vaststellen agenda

  • 1. Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.

  • 2. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda de volgorde of de wijze van behandeling van de agendapunten wijzigen.

  • 3. Een voorstel dat vermeld staat op de agenda van de raadscommissie kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raadscommissie.

  • 4. Een hamerstuk wordt een bespreekstuk als ten minste twee leden van verschillende brede fracties hierom verzoeken.

Artikel 13 Spreekrecht burgers

  • 1. Burgers kunnen in een openbare vergadering het woord voeren over al dan niet op de agenda vermelde onderwerpen.

  • 2. Het woord kan niet gevoerd worden over:

    • a.

      een onderwerp dat niet tot het werkterrein van de gemeente behoort;

    • b.

      benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

    • c.

      een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;

  • 3. Degenen die van het spreekrecht gebruik willen maken melden dit ten minste 24 uur voor de vergadering aan de griffie. Zij vermelden hun naam, adres en telefoonnummer of e-mailadres en het onderwerp waarover zij willen spreken.

  • 4. De voorzitter kan een verzoek om gebruik te maken van het spreekrecht weigeren als hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven.

  • 5. De totaal beschikbare spreektijd bedraagt maximaal 30 minuten. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

  • 6. De leden kunnen aan insprekers korte, verhelderende vragen stellen. Er vindt geen discussie met insprekers plaats.

Artikel 14 Vragenkwartier

  • 1. Commissieleden kunnen mondeling korte, actuele vragen stellen aan het college bij het agendapunt Vragenkwartier.

  • 2. Het commissielid dat hiervan gebruik wil maken, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp uiterlijk om 12 uur op de dag van de vergadering bij de griffie. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenkwartier aan de orde te stellen als hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of als het onderwerp in een commissievergadering van die week aan de orde komt.

  • 3. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenkwartier aan de orde worden gesteld.

  • 4. Na beantwoording krijgt de vragensteller desgewenst de gelegenheid om aanvullende vragen te stellen en vervolgens kan de voorzitter ook andere leden het woord geven om aanvullende vragen over hetzelfde onderwerp te stellen.

  • 5. Tijdens het vragenkwartier worden geen interrupties toegelaten.

Artikel 15 Spreekregels en advisering

  • 1. Per brede fractie hebben gelijktijdig maximaal twee leden zitting aan de vergadertafel.

  • 2. Bij onderwerpen ter informatie kunnen zij vragen stellen. Als zij dit willen kunnen zij ook hun mening over het onderwerp geven.

  • 3. Bij onderwerpen ter advisering aan de raad zijn er twee spreektermijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. In elke spreektermijn voert niet meer dan één lid per brede fractie het woord.

  • 4. In de eerste spreektermijn worden technische en politieke vragen gesteld. De portefeuillehouders beantwoorden aan hen gestelde vragen.

  • 5. In de tweede termijn worden opinies over het voorstel gegeven en vindt debat over deze opinies plaats.

  • 6. In de tweede termijn voeren de portefeuillehouders niet het woord, tenzij de voorzitter meent dat verduidelijking door een portefeuillehouder zinvol is voor het debat.

  • 7. Na sluiting van de tweede termijn adviseert elke fractie of het voorstel als bespreekstuk of hamerstuk in de raad geagendeerd moet worden. De voorlopige agenda van de raad wordt aan de hand hiervan opgesteld. Een onderwerp wordt als bespreekstuk voor de raad geagendeerd als ten minste twee leden van verschillende brede fracties dit adviseren.

Artikel 16 Voorstellen van orde

  • 1. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2. Over een voorstel van orde beslist de vergadering terstond.

Artikel 17 Eerst stemmend lid bij hoofdelijke stemming

  • 1. Als de raadscommissie een besluit moet nemen waarvoor hoofdelijke stemming wordt verlangd, deelt de voorzitter mee bij welk lid de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.

  • 2. Alleen de leden die op het moment van de stemming zitting hebben aan de vergadertafel, conform artikel 15, eerste lid, nemen deel aan de stemming.

Artikel 18 Verslag

  • 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst en voor een verslag van de vergadering.

  • 2. Het verslag bevat ten minste:

    • a.

      de namen van de voorzitter, de griffier, de ter vergadering aanwezige leden, de aanwezige leden van het college en de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 11 is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen;

    • b.

      een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

    • c.

      in de raadscommissie gedane toezeggingen;

    • d.

      bij onderwerpen ter advisering aan de raad: een weergave van de opinies van de brede fracties;

    • e.

      het advies van de brede fracties voor de verdere behandelwijze van de onderwerpen of voorstellen;

    • f.

      een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist.

  • 3. Het schriftelijke conceptverslag wordt aan de leden en overige personen die het woord hebben gevoerd toegezonden.

  • 4. De leden, de voorzitter en overige personen die het woord hebben gevoerd, hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, als het schriftelijke conceptverslag naar hun mening onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft wat geadviseerd is. Een voorstel tot verandering dient, ten minste 24 uur voor de vergadering waarin het verslag wordt vastgesteld, schriftelijk bij de griffier te worden ingediend.

  • 5. Het verslag wordt door de raad vastgesteld.

Hoofdstuk 4: Toehoorders en media

Artikel 19 Toehoorders en media

  • 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de media wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

  • 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

  • 3. De voorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.

  • 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

Artikel 20 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die van een openbare commissievergadering geluid- en/of beeldregistraties willen maken melden dit aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Hoofdstuk 5: Besloten vergadering

Artikel 21 Toepassing verordening op besloten vergaderingen

Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 22 Geheimhouding

Voor de sluiting van de besloten vergadering beslist de vergadering, overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden.

Hoofdstuk 6: Slotbepalingen

Artikel 23 Uitleg verordening

In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de vergadering op voorstel van de voorzitter.

Artikel 24 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking de dag nadat deze is bekendgemaakt.

  • 2.

    Op dat tijdstip vervalt de Verordening op de raadscommissie van Hillegom 2011, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 10 februari 2011.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van 10 november 2016.
drs. P.M. Hulspas-Jordaan, griffier
A.van Erk, voorzitter

Artikelsgewijze toelichting op de Verordening op de raadscommissie van Hillegom

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

De Gemeentewet kent het begrip ‘fractie’ niet maar gaat in artikel 33, tweede lid, wel uit van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractie-ondersteuning). Tot de fractie behoren de gekozen vertegenwoordigers (raadsleden). In deze verordening wordt voor de gekozen leden en burgerleden samen de term “brede fractie” gehanteerd.

Hoofdstuk 2: Taken en samenstelling

Artikel 2 Taken

De taken van de raadscommissie zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet. Naast de technisch-inhoudelijke voorbereiding vindt in de raadscommissie een politieke bespreking plaats. Brede fracties geven in de tweede termijn hun opinie. De raadscommissie biedt ook ruimte aan opinies die leven bij de bevolking en bij organisaties en groeperingen in de gemeente. De raadscommissie heeft zo ook een belangrijke taak bij de vervulling van de volksvertegenwoordigende rol van de raad.

Ter invulling van het tweede lid staat op de agenda van de raadscommissie staat ook het agendapunt ‘Korte mededelingen uit college en samenwerkingsverbanden’. Bij dit agendapunt kunnen portefeuillehouders informatie geven over niet-geagendeerde onderwerpen. Ook raadsleden die benoemd zijn als vertegenwoordigers in samenwerkingsverbanden, kunnen hierover bij dit agendapunt informatie geven.

Artikel 3 Samenstelling

De raadsfracties hebben er behoefte aan ook anderen dan gekozen raadsleden te laten deelnemen aan de voorbereiding van de besluitvorming door de raad. Deze zogenoemde burgerleden kunnen de taken van de raadsleden verlichten. Vaak blijkt het burgerlidmaatschap ook een “kweekvijver” voor toekomstige raadsleden. Daarmee dient het niet alleen het fractiebelang, maar ook het gemeentelijk belang. Van burgerleden wordt verwacht dat ze actief deelnemen aan de raadscommissievergaderingen.

Op grond van het vierde lid moeten ook niet-raadsleden voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij ingezetene van de gemeente moeten zijn en ten minste achttien jaar, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun andere functies openbaar moeten maken en niet tevens bepaalde in de wet genoemde functies mogen vervullen. De verwijzing naar artikel 15 van de Gemeentewet (‘verboden handelingen’) is geschrapt omdat er een taak bij gedeputeerde staten belegd werd (verlenen ontheffing) zonder dat gemeenten daar een expliciete grondslag voor hebben. De burgerleden worden wel gewezen op de onwenselijkheid van het verrichten van bepaalde werkzaamheden.

Voorgedragen burgerleden hoeven niet op de verkiezingslijst van een politieke partij te hebben gestaan. Hierdoor komen ook inwoners die ná de verkiezingen actief willen worden voor een politieke partij, in aanmerking voor het burgerlidmaatschap.

Artikel 4 Voorzitter

Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van de raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 4, eerste lid, dat de raad de voorzitters “uit zijn midden” benoemt. Het tweede lid geeft aan dat een voorzitter niet als vertegenwoordiger van zijn fractie optreedt, maar als onafhankelijk voorzitter.

Artikel 5 Zittingsduur

Een burgerlid neemt deel aan de vergaderingen namens de fractie op wier voordracht hij is benoemd. Raadsleden zijn lid uit hoofde van hun raadslidmaatschap (artikel 3 eerste lid). De voorzitters en burgerleden zijn door de raad benoemd en kunnen ook door de raad ontslagen worden (lid 4). Dit zou aan de orde kunnen komen als een voorzitter niet meer het vertrouwen van de raad bezit of als een burgerlid bij herhaling commissievergaderingen verstoort en de eigen fractie het burgerlid niet wenst terug te trekken.

Artikel 6 De griffier

De griffier heeft als taak de raadscommissie te ondersteunen. Dit betreft met name logistieke en procedurele ondersteuning van de raadscommissie. Indien gewenst kan technische beleidsinhoudelijke ondersteuning door de griffier, via de gemeentesecretaris, uit het reguliere ambtelijke apparaat worden betrokken.

Hoofdstuk 3: Vergaderingen

Paragraaf 1 Vergaderfrequentie; voorbereidingen

Artikel 7 Vergaderfrequentie

De driehoek wordt hier genoemd omdat deze de voorlopige agenda van de raadscommissie opstelt en daarmee bepaalt hoeveel vergaderavonden nodig zijn. Het presidium bepaalt per kalenderjaar in het vergaderschema alle raadscommissiedata en –reservedata.

Het aantal raadsleden dat nodig is om een vergadering van de raadscommissie bijeen te roepen is gelijkgesteld aan het aantal dat nodig is om een raadsvergadering bijeen te roepen (art. 17 Gemeentewet).

Artikel 8 Oproep en beschikbaarheid stukken

De schriftelijke oproep kan per post worden verstuurd of op een andere wijze, bijvoorbeeld e-mail. De in artikel 25, eerste en tweede lid van de Gemeentewet bedoelde stukken zijn stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd.

Artikel 9 Openbare kennisgeving

Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet.

Paragraaf 2 Orde van de vergadering

In de verordening is weinig geregeld met betrekking tot de orde van de vergaderingen om de werkwijze zo flexibel mogelijk te houden. De mogelijkheid om een voorstel van orde in te dienen (artikel 16) legt de sturing geheel bij de vergadering zelf.

Artikel 10 Presentielijst

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 11 Deelname aan de beraadslaging door anderen

Dit artikel maakt het mogelijk dat de raadscommissie zich door niet alleen het college laten informeren. Door derden formeel toe te staan deel te nemen aan de beraadslaging geldt voor hen ook het in artikel 22 Gemeentewet geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van de raadscommissie en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Uiteraard hebben deze andere sprekers voor het overige niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel te doen over de orde van de vergadering.

Artikel 12 Vaststellen agenda

De driehoek stelt de voorlopige agenda van de raadscommissie op, maar uiteindelijk bepaalt de raadscommissie zijn eigen agenda. Hieruit vloeit ook voort dat het college niet meer zelf kan beslissen over de behandeling van een voorstel dat het aan de raad heeft aangeboden en dat op de voorlopige agenda staat vermeld (derde lid).

Met “wijze van behandeling” (tweede lid) wordt bedoeld de behandeling als bespreekstuk of als hamerstuk.

Dit artikel heeft tot doel de raadscommissie een actieve rol te geven in de agendering en geeft het individuele commissielid invloed op de agenda.

Artikel 13 Spreekrecht burgers

Voor de goede orde is een aantal onderwerpen van het spreekrecht uitgezonderd.

In het derde lid is bepaald dat een inspreker zich ten minste 24 uur voor de vergadering dient aan te melden. Hierdoor wordt het mogelijk het beoogde onderwerp te toetsen aan de bepalingen van het tweede lid.

Artikel 14 Vragenkwartier

De hier opgenomen regeling is gelijk aan de regeling die geldt voor de raad.

Artikel 15 Spreekregels

Het is de bedoeling dat technische vragen over een voorstel of onderwerp zoveel mogelijk al voorafgaand aan de commissievergadering gesteld en beantwoord zijn. Zo nodig biedt de eerste termijn in de raadscommissie de mogelijkheid nog een enkele technische vraag te stellen. De eerste termijn is echter vooral bedoeld voor politieke vragen aan het college die van belang zijn voor de oordeelsvorming van de commissieleden. Na de eerste termijn geeft elke brede fractie aan of het voorstel politiek kan worden behandeld, waarna de voorzitter een conclusie trekt.

In de tweede termijn geven de commissieleden hun mening over het raadsvoorstel (benoemen plus- en/of minpunten) en vindt een verkennende discussie op inhoud plaats, zodat de opinies helder zijn. De brede fracties adviseren na de beraadslagingen over de agendering als bespreekstuk of hamerstuk in de volgende raadsvergadering.

Artikel 16 Voorstellen van orde

Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct besloten door de raadscommissie. Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze of een voorstel over de (beperking van de) spreektijden van de leden en overige deelnemers aan de commissievergadering.

Artikel 17 Eerst stemmend lid bij hoofdelijke stemming

In de raadscommissie vindt in het algemeen geen besluitvorming plaats. Voor de enkele keer dat dit wel gebeurt (b.v. voor stemming over een ordevoorstel) is artikel 17 opgenomen.

Artikel 18 Verslag

Onder “het woord voeren” wordt in het derde lid niet begrepen het gebruik maken van het spreekrecht volgens artikel 13. Insprekers krijgen geen schriftelijk concept verslag toegestuurd omdat daarin alleen het onderwerp van hun bijdrage wordt vermeld. Zij worden vooraf gewezen op het openbare audioverslag.

De commissievergaderingen kennen een steeds wisselende samenstelling. Er is mede daarom voor gekozen de verslagen van deze bijeenkomsten door de raad te laten vaststellen.

Hoofdstuk 4: Toehoorders en media

Artikel 19 Toehoorders en media

Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelt dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor de raadscommissie ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Het derde en vierde lid van dit artikel voorzien hierin.

Artikel 20 Geluid- en beeldregistraties

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Hoofdstuk5: Besloten vergadering

Artikel 21 Toepassing reglement op besloten vergaderingen

In artikel 82 van de Gemeentewet verklaart artikel 23 van overeenkomstige toepassing op een vergadering van een raadscommissie. In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor 'het sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt.

Artikel 22 Geheimhouding

Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Ook de voorzitter van de raadscommissie, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester kunnen geheimhouding aan de raadscommissie opleggen. De geheimhouding geldt ten aanzien van eenieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt.

Hoofdstuk 6: Slotbepalingen

Artikel 23 Uitleg verordening en artikel 24 Inwerkingtreding

Deze artikelen behoeven geen toelichting.