Financiële verordening Hof van Twente 2017

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Intitulé

Financiële verordening 2017

De raad van de gemeente Hof van Twente;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;

besluit:

vast te stellen de navolgende FINANCIËLE VERORDENING HOF VAN TWENTE 2017,

Financiële verordening 2017

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    financiële administratie: het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de finan-ciële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Hof van Twente, teneinde te komen tot een goed inzicht in:

    • -

      de financieel-economische positie;

    • -

      het financiële beheer;

    • -

      de uitvoering van de begroting;

    • -

      het afwikkelen van vorderingen en schulden;

    • -

      alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover;

  • b.

    administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verant-woordelijke leiding;

  • c.

    financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en rechten van de gemeente Hof van Twente;

  • d.

    rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeente-lijke verordeningen en overige raadsbesluiten;

  • e.

    doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen;

  • f.

    doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.

  • g.

    bestuurlijke projecten: projecten die hoog scoren op de aspecten budget, afbakening, (politiek) afbreukrisico, complexiteit van de omgeving en tijdsduur. Deze projecten hebben een bestuurlijk opdrachtgever.

HOOFDSTUK 2 BEGROTING EN VERANT-WOORDING

Artikel 2 Kadernota/Kaderbrief

  • 1.

    Het college draagt er zorg voor dat de raad uiterlijk in de laatste vergadering voor het zomerreces een nota over de kaders voor het volgende begrotings-jaar en de drie opvolgende jaren kan behandelen. In deze kadernota worden de budgettaire effecten betrokken uit de eerste bestuursrapportage van het lopende jaar en de jaarstukken van het voorgaande jaar.

  • 2.

    In afwijking van hierboven kan in het jaar wanneer de gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden een kaderbrief worden aangeboden in plaats van een kadernota.

Artikel 3 Programmabegroting

  • 1.

    De raad stelt de programma-indeling vast. De raad kan besluiten de programma-indeling te wijzigen.

  • 2.

    Bij vaststelling van de programmabegroting stelt de raad per programma een drietal onderdelen vast op basis van de navolgende W-vragen:

    • a.

      Wat willen we bereiken?, bevattende een beschrijving van doelstellingen;

    • b.

      Wat gaan we daarvoor doen?, bevattende een beschrijving van activiteiten en te behalen (deel-) resultaten;

    • c.

      Wat mag het kosten?, bevattende een overzicht van baten en lasten.

  • 3.

    De raad stelt, voor zover mogelijk en wenselijk, per programma vast:

    • a.

      indicatoren met betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten,

    • b.

      kwantitatieve en kwalitatieve resultaten,

    • c.

      concrete, meetbare activiteiten.

Artikel 4 Jaarstukken

In het jaarverslag legt het college verantwoording af over de uitvoering van de programma’s uit de programmabegroting. In deze verantwoording geeft het college antwoord op de navolgende vragen:

  • a.

    Wat wilden we bereiken?

  • b.

    Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • c.

    Wat heeft het gekost?

Artikel 5 Bestuursrapportages

  • 1.

    Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste vier maanden (eerste bestuursrapportage) en de eerste acht maanden (tweede bestuursrapportage) van het lopende boekjaar.

  • 2.

    De bestuursrapportages omvatten tevens rappor-tages over de bestuurlijke projecten.

  • 3.

    De bestuursrapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de lasten en baten als de geleverde prestaties.

  • 4.

    De bestuursrapportages worden door de raad vastgesteld voorafgaand aan de vaststelling van de Kadernota respectievelijk voorafgaand aan de vaststelling van de programmabegroting.

Artikel 6 Consulteren raad bij privaat-rechtelijke rechtshandelingen

  • 1.

    Gelet op artikel 169 Gemeentewet informeert het college, bij het aangaan van verplichtingen met ingrijpende gevolgen voor de gemeente, vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Hiervan is sprake bij:

    • a.

      investeringen groter dan € 500.000;

    • b.

      aankoop en verkoop van goederen en diensten met een waarde groter dan € 250.000. Hiervan zijn uitgezonderd:

      • -

        gebruik van het jaarlijkse krediet strategische grondaankopen, zoals geregeld in de nota grondbeleid

      • -

        aan- en verkopen van grond en overige verplichtingen voortvloeiend uit een door de raad goedgekeurde bouwgrondexploitatie.

  • 2.

    Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het college nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan € 100.000.

HOOFDSTUK 3 FINANCIEEL BELEID

Artikel 7 Waardering & afschrijving vaste activa

De raad stelt een nota afschrijvingsbeleid vast, waarin beleidsregels worden gesteld met betrekking tot afschrijvingstermijnen.

Artikel 8 Nota’s over risicomanagement, grondbeleid en reserves en voorzieningen

  • 1.

    De raad stelt een nota risicomanagement vast met daarin een beleidskader voor hoe de gemeente de risico’s die zij loopt in kaart brengt, beheerst en het bedrag berekent dat zij nodig heeft om de risico’s in financiële zin op te vangen. De nota bevat een beleidsregel voor het weerstandsvermogen, dat wil zeggen de relatie tussen het gekwantificeerde totale risico’s en de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote uit risico’s voortvloeiende kosten op te vangen.

  • 2.

    De raad stelt een nota grondbeleid vast waarin een visie op het grondbeleid is opgenomen, een beschrijving van de manier waarop de gemeente die visie uitvoert en de beleidsuitgangspunten betreffende de reserves voor grondexploitaties in relatie tot de risico’s van grondexploitaties.

  • 3.

    De raad stelt een nota reserves en voorzieningen vast met daarin beleidsregels voor de algemene reserve, bestemmingsreserves, afschrijvings-reserves en (onderhouds)voorzieningen, waarbij ook op het rentebeleid rond reserves en voor-zieningen wordt ingegaan.

Artikel 9 Treasurystatuut

De raad stelt een treasurystatuut vast. Hierin worden uitgangspunten, doelstellingen en limieten op het gebied van financiering vastgelegd.

Artikel 10 Kostprijsberekening

  • 1.

    Voor het bepalen van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabele kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.

  • 2.

    Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen of reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.

  • 3.

    De overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting worden binnen het taakveld overhead geadministreerd en voor de aangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbe-lastingplichtige activiteiten toegerekend.

  • 4.

    Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs zoals genoemd in lid 1 van dit artikel, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 (Salarissen en sociale lasten) en 3.5.1 (Ingeleend personeel) die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van voornoemde economische categorieën.

  • 5.

    Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald als gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen leningen en de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen zoals bepaald overeenkomstig het zesde lid.

  • 6.

    Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in het vijfde lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De hoogte van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt bepaald als een benadering van de bespaarde rente op basis van het streefpercentage voor inflatie van de ECB. Bij afschrijvingsreserves wordt het omslagpercentage uit lid 4 gehanteerd

HOOFDSTUK 4 FINANCIËLE ORGANISATIE EN ADMINISTRATIE

Artikel 11 Gemeentelijke organisatie

  • 1.

    Het college draagt de zorg voor en legt in besluiten vast:

    • a.

      een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan;

    • b.

      de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

  • 2.

    Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de interne toetsing van de getrouwheid en rechtmatigheid van de beheerhandelingen volgend uit de gemeentelijke regelingen, alsmede op misbruik en oneigenlijk gebruik.

Artikel 12 Aanbesteding en inkoop

Het college draagt zorg voor en legt in een besluit vast de interne beleidsregels voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie.

HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017 en vervangt de Financiële verordening 2016.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële verordening Hof van Twente 2017”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof van Twente d.d. 20 december 2016.
De raad van Hof van Twente,
de griffier, de voorzitter,
mr. A. Venema drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM

Nota-toelichting Financiële verordening 2017

Toelichting Financiële verordening 2017